Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5186

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-09-2017
Datum publicatie
06-10-2017
Zaaknummer
C/05/300100 / HA ZA 16-157 /167 / 512
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2016:7068. Vordering tot schadevergoeding voor niet afnemen biggen. In reconventie vordering tot schadevergoeding voor geleverde non conforme biggen. Circovirus. Conventie: bewijsopdracht duur overeenkomst. Reconventie: deskundigenbericht gelast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/300100 / HA ZA 16-157 /167 / 512

Vonnis van 27 september 2017

in de zaak van

[eiser conventie, verweerder reconventie] ,

[woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. Th.J.H.M. Linssen te Tilburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGRARISCHE ACTIVITEITEN LUNTEREN B.V.,

gevestigd te Lunteren, gemeente Ede,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.J. van Dijk te Ede.

Partijen zullen hierna [eiser] en Lunteren genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 november 2016

- de rolberichten van beide partijen d.d. 14 december 2016

- de akte uitlating deskundige van [eiser]

- de akte uitlating deskundige van Lunteren

- de akte overleggen producties (43 en 44) van [eiser]

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 23 maart 2017

- de antwoordakte van Lunteren, tevens opgave verhinderdata en uitlating vraagstelling deskundige

- het rolbericht van [eiser] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1.

De rechtbank volhardt bij hetgeen in het vonnis van 16 november 2016 is overwogen en beslist.

de bewijsopdracht

2.2.

In voormeld vonnis is [eiser] opgedragen te bewijzen dat tussen partijen een overeenkomst voor bepaalde tijd, te weten tot en met 31 december 2015, tot stand is gekomen.

2.3.

[eiser] heeft twee getuigen doen horen. De rechtbank heeft de enquête gesloten. Lunteren heeft verklaard drie getuigen te willen horen in contra-enquête. De zaak zal worden verwezen naar de rol voor opgave verhinderdata, waarna datum en tijdstip voor de contra-enquête zullen worden bepaald.

het deskundigenbericht

2.4.

In rov. 4.5. van het vonnis van 16 november 2016 heeft de rechtbank overwogen dat een deskundige dient te worden benoemd om te kunnen vaststellen of de door [eiser] in 2015 gefokte en door Lunteren afgenomen biggen al dan niet aan de overeenkomst tussen partijen beantwoordden. De rechtbank heeft de zaak vervolgens naar de rol verwezen voor akte uitlating door partijen over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vragen.

2.5.

Bij rolberichten van 14 december 2016 hebben partijen de rechtbank bericht dat zij overleg met elkaar hebben gevoerd en dat zij er de voorkeur aan geven dat een dierenarts van de Gezondheidsdienst voor Dieren te Deventer met de specialisatie varkensgezondheid als deskundige wordt benoemd.

2.6.

Drs. T.F. Duinhof, dierenarts gespecialiseerd in varkensgezondheid en verbonden aan de Gezondheidsdienst voor Dieren te Deventer, heeft zich bereid en in staat verklaard om het deskundigenonderzoek te verrichten. Hij staat in deze zaak ook vrij. Overeenkomstig de opgave van de deskundige zal het voorschot op zijn loon en kosten worden bepaald op een bedrag van € 5.445,00 inclusief btw. Nu Lunteren zich beroept op de rechtsgevolgen van haar stelling dat de biggen non conform waren en op haar de stelplicht en bewijslast rust ten aanzien van die stelling, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat het voorschot op de kosten van de deskundige door Lunteren moet worden gedeponeerd.

2.7.

Partijen zijn het niet eens geworden over de aan de deskundige voor te leggen vragen en hebben beiden bij akte vragen voorgesteld. Beide partijen verzoeken de rechtbank in ieder geval de in hun respectieve akten uitlating deskundige voorgestelde vragen aan de deskundige voor te leggen.

2.8.

De rechtbank overweegt dat de kern van het verweer van Lunteren in conventie en de grondslag van haar vordering in reconventie is dat de door [eiser] geleverde biggen als gevolg van een onvoldoende effectief vaccinatiebeleid niet (voldoende) resistent waren tegen het circovirus, waardoor de biggen op latere leeftijd de ziekte circo hebben gekregen, hetgeen heeft geleid tot verhoogde uitval (dode biggen) en groeivertraging. De rechtbank zal de vraagstelling aan de deskundige dan ook toespitsen op het vaccinatiebeleid van [eiser] en de aanwezigheid van het circovirus in de door [eiser] aan Lunteren geleverde biggen. In het kader van de vraag naar de gevolgen van het circovirus zal de deskundige ook gevraagd worden naar mogelijke alternatieve oorzaken van (onder meer) groeivertraging, waaronder de door [eiser] genoemde aandoeningen PIA, PRRS, wormen, colidiarree en vibrio.

Specifieke instructies over de invulling van het deskundigenonderzoek dienen achterwege te blijven. De deskundige heeft de nodige vrijheid het onderzoek, waarvoor hij verantwoordelijk is, op de wijze te verrichten die hem het beste voorkomt.

Anders dan Lunteren heeft verzocht zal de deskundige niet worden gevraagd naar zijn oordeel over de vraag of de geleverde biggen aan de overeenkomst c.q. aan de verwachtingen van Lunteren voldeden. Het betreft hier juridische vragen die de rechtbank zal hebben te beantwoorden en waarover zij, op basis van de overige vragen, door de deskundige feitelijk voldoende zal worden voorgelicht.

De rechtbank zal met inachtneming van het voorgaande de hierna in het dictum te vermelden vragen aan de deskundige voorleggen.

2.9.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.10.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.11.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

de contra-enquête

3.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 11 oktober 2017 voor het opgeven door Lunteren van de getuigen en hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de donderdagen in de maanden december 2017 tot en met februari 2018, waarna dag en uur van de contra-enquête zullen worden bepaald,

3.2.

bepaalt dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn en, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden,

het deskundigenbericht

3.3.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

I. Kunt u op basis van uw onderzoek vaststellen of de door Lunteren van [eiser] ontvangen biggen ten tijde van de levering onvoldoende resistent waren tegen het circovirus?

II. Zo ja, kunt u vaststellen welke entingsprocedure door [eiser] op de bij aanvang van de leveringen geleverde biggen is toegepast? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag kenbaar bespreken binnen hoeveel weken na de enting tegen het circovirus antistoffen in het bloed van een big waarneembaar zijn?

III. Kan de entingsprocedure van invloed zijn geweest op de resistentie van de biggen tegen het circovirus? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag kenbaar bespreken of een enting tegen het circovirus op een leeftijd van twee weken per definitie oplevert dat een big geen antistoffen aanmaakt tegen dit virus?

IV. Aan welke voorwaarden dient een deugdelijke enting van jonge biggen te voldoen, teneinde de gebruikelijke resistentie als gevolg van vaccinatie te bewerkstelligen?

V. Is naar uw mening bij de geleverde biggen aan deze voorwaarden voldaan?

VI. Welk ziektebeeld meent u op basis van uw onderzoek te herkennen?

VII. Indien sprake is van een ziektebeeld, om welke ziekte gaat het dan?

VIII. Welke oorzaak kan voor dat ziektebeeld worden aangewezen?

Wilt u bij de beantwoording van deze vraag in ieder geval ook kenbaar bespreken:

- of een matige kwaliteit voer en een onjuiste hoeveelheid startvoer bij de opleg van de biggen de oorzaak kunnen zijn van dunne mest en of dit invloed heeft op de weerstand van een big waardoor een big behept kan raken met dierziekten?

- of uit het beschikbare feitenmateriaal blijkt dat de biggen van de mesters behept waren met PIA, PRRS, wormen, colidiarree en/of vibrio, wat de oorzaak is van deze aandoeningen, in hoeverre voeding en (hygiënische en klimatologische) stalomstandigheden een rol spelen bij het ontstaan ervan, of PIA, PRRS, wormen, colidiarree en vibrio besmettelijk zijn en of deze aandoeningen invloed hebben op de voederconversie?

- of een worminfectie de oorzaak kan zijn van white-spots in de lever van een big, wat hiervan de gevolgen zijn voor de ontwikkeling van een big en of een dergelijke worminfectie bestreden kan worden met een goed ontwormingsbeleid?

- of het risico bestaat dat de ziektedruk bij biggen wordt verhoogd indien in stallen biggen worden opgelegd van verschillende fokkers (3-5 verschillende fokkers), en zo ja, wilt u dan tevens aangeven op welke wijze dienen de stallen in dat geval dienen te worden gereinigd en gedesinfecteerd om verhoging van de ziektedruk en een verhoging van het sterftecijfer te voorkomen?

IX. Welke oorzaak kan, in het licht van de tijdens het onderzoek beschikbaar komende feiten, als meest waarschijnlijke veroorzaker van ziekteverschijnselen worden aangemerkt?

X. Heeft u verder nog opmerkingen op uw vakgebied die u voor de beoordeling van deze zaak van belang acht?

3.4.

benoemt tot deskundige:

Drs. T.F. Duinhof

per adres Gezondheidsdienst voor Dieren

[straatnaam]

[postcode en plaats]

telefoonnummer [nummer]

[e-mail]

3.5.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

3.6.

bepaalt dat Lunteren binnen twee weken na datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, civiele roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen,

3.7.

bepaalt dat Lunteren binnen twee weken na datum van dit vonnis als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 5.445,00 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door voldoening van de nota die het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal toesturen,

3.8.

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

3.9.

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

3.10.

bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wil wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

3.11.

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de rechter mr. K. van Vlimmeren-van Ommen,

3.12.

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.13.

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 22 december 2017, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,

3.14.

verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van Lunteren of voor bepaling datum vonnis,

3.15.

houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

3.16.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2017.