Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5104

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-09-2017
Datum publicatie
04-10-2017
Zaaknummer
5783160
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen zien af van comparitie. Eiser sluit zich aan bij standpunt gedaagde. Veroordeling beslagkosten andere procedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaakgegevens: 5783160 CV 17-1775

Grosse aan: eisende partij

Afschrift aan: gedaagde partij

Verzonden d.d.

vonnis d.d. 13 september 2017 van de kantonrechter

in de zaak van

[naam eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. R.H. van de Beeten,

tegen

[naam gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. Th.R.M. Welling.

Partijen worden in het hierna volgende “ [eiser] ” en “ [gedaagde] ” genoemd.

1 Het procesverloop

1.1

Dit verloop blijkt uit:

- het vonnis van 5 april 2017;

- de akte vermeerdering van eis aan de zijde van [eiser] ;

- de akte overlegging productie aan de zijde van [eiser] ;

- de brief van [eiser] van 1 juni 2017;

- de brief van [gedaagde] van 2 juni 2017.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1

[eiser] vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk wordt veroordeeld om aan hem te betalen een bedrag van € 13.221,22 te vermeerderen met de dagrente ad € 0,71 vanaf 22 februari 2017, alsmede om gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure, de beslagkosten, kosten van betekening en nasalaris daar onder begrepen. Na vermeerdering van eis vordert [eiser] tevens dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het griffierecht verschuldigd voor de vergunningverlening en de kosten van de deurwaarder om conservatoir beslag te leggen, met bepaling dat indien dit bedrag wordt voldaan uit hoofde van de veroordeling in de procedure met rolnummer C/05/316754, uit hoofde van deze titel geen betaling meer verschuldigd zal zijn.

2.2

[eiser] legt aan zijn vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, onder meer de volgende stellingen ten grondslag. [gedaagde] blijft in gebreke met terugbetaling van een bedrag van € 10.000,00 aan rente en risicovergoeding dat hij verschuldigd is op grond van een tussen partijen gesloten overeenkomst van geldlening alsmede de wettelijke rente over de lening van € 30.000,00 vanaf 28 februari 2013 tot aan de aflossingen van € 10.000,00 op 5 september 2015 en € 20.000,00 op 5 oktober 2015. [eiser] heeft op 20 februari 2017, 24 februari 2017, 27 februari 2017 en 28 februari 2017 beslag gelegd op de bankrekening van [gedaagde] bij ABN Amro met rekeningnummer [rekeningnummer] , welke beslagen hij vervolgens heeft betekend aan [gedaagde] . De totale kosten van de beslagleggingen en betekening daarvan bedragen € 913,28 (€ 205,86 + € 205,86 + € 203,96 + € 203,96 + € 93,64) alsmede € 287,00 aan griffierecht. Na vermeerdering van eis vordert [eiser] tevens de kosten van het beslag dat hij op 23 maart 2017 heeft gelegd op het aandeel van [gedaagde] in een onroerende zaak aan [adresgegevens] . De kosten van deze beslaglegging bedragen € 370,16 (€ 230,87 + € 84,29 + € 55,00) alsmede

€ 618,00 aan griffierecht.

2.3

[gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de vordering. Hij erkent dat hij het bedrag van € 10.000,00 aan rente en risicovergoeding verschuldigd is, maar voert aan dat hij reeds € 3.000,00 hiervan aan [eiser] in contanten voldaan heeft, zodat hij nog slechts € 7.000,00 aan [eiser] verschuldigd is. [gedaagde] betwist dat hij nog rente verschuldigd is over de geldlening, aangezien de rente contractueel gefixeerd was op € 10.000,00. Tevens betwist [gedaagde] dat hij aangesproken kan worden voor de proceskosten en kosten van beslaglegging, aangezien hij nimmer door [eiser] tot betaling gesommeerd is.

3 De beoordeling

3.1

De kantonrechter heeft bij vonnis van 5 april 2017 een comparitie van partijen bepaald. Vervolgens hebben partijen bij brieven van de advocaten van 1 en 2 juni 2017 aan de kantonrechter laten weten dat zij afzien van een comparitie. [eiser] heeft aangegeven dat hij berust in het bij conclusie van antwoord ingenomen standpunt van [gedaagde] . Daarom zal de kantonrechter de vordering van [eiser] toewijzen tot een bedrag van € 7.000,00, zijnde het bedrag dat [gedaagde] heeft erkend verschuldigd te zijn aan [eiser] .

3.2

De mede gevorderde (dag)rente zal worden afgewezen, aangezien [gedaagde] de verschuldigdheid van deze rente gemotiveerd heeft betwist en [eiser] heeft aangegeven te berusten in het standpunt van [gedaagde] .

3.3

[eiser] maakt tevens aanspraak op de kosten van de beslagen die hij heeft gelegd op de bankrekening van [gedaagde] bij ABN Amro alsmede op het aandeel van [gedaagde] in een onroerende zaak. De kosten van het beslag op het aandeel in de onroerende zaak worden door [eiser] tevens gevorderd in een andere procedure met rolnummer C/05/316754 en [eiser] vordert veroordeling in die zin dat, indien uit hoofde van veroordeling in de ene procedure wordt betaald door [gedaagde] , uit hoofde van de andere procedure geen betaling meer verschuldigd zal zijn. De kantonrechter overweegt als volgt. In de onderhavige zaak zullen enkel de kosten van het beslag op de bankrekening toegewezen worden. Het verweer van [gedaagde] ten aanzien van deze beslagkosten kan niet tot een afwijkend oordeel leiden, aangezien hij niet voldoende heeft gesteld waaruit blijkt dat het beslag nietig, onnodig of onrechtmatig was (artikel 706 Rv).

3.4

Ten aanzien van het beslag op de onroerende zaak overweegt de kantonrechter dat het griffierecht reeds in mindering is gebracht op het griffierecht in de handelszaak met rolnummer C/05/316754. Mede gelet op het financiële belang van deze handelszaak en het financiële belang van de beslaglegging op de onroerende zaak, dienen de kosten van dat beslag gevorderd en beoordeeld te worden in de procedure met rolnummer C/05/316754.

3.5

Gelet op de brieven die partijen op 1 en 2 juni 2017 aan de kantonrechter hebben gestuurd, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. In navolging daarvan zullen de mede gevorderde nakosten worden afgewezen op grond van artikel 237 lid 4 Rv.

4 Beslissing

De kantonrechter:

4.1

veroordeelt [gedaagde] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een bedrag van

€ 7.000,00.

4.2

veroordeelt [gedaagde] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen de kosten van het beslag dat is gelegd op de bankrekening met rekeningnummer 612008754 bij ABN Amro, welke kosten worden vastgesteld op:

€ 913,28 aan kosten beslagexploten en betekening;

€ 452,00 aan honorarium advocaat;

€ 287,00 aan griffierecht;

4.3

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

4.4

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.J. Heessels en uitgesproken op 13 september 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

(sm)