Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5030

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-09-2017
Datum publicatie
29-09-2017
Zaaknummer
C/05/324940 / JE RK 17-946 en 05/314317 / FA RK 17-153
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kinderrechter heeft in begrijpelijke taal uitgelegd waarom de minderjarige onder toezicht wordt gesteld en waarom zij een besluit heeft genomen tot een wijziging van het ouderlijk gezag en de hoofdverblijfplaats van de minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats Arnhem

Zaakgegevens: CC/05/324940 / JE RK 17-946 (gezag, hoofdverblijf en contactregeling)
05/314317 / FA RK 17-153 (ondertoezichtstelling)

Datum uitspraak: 28 september 2017

beschikking

in de zaak van

[naam vader] (de vader),

uit [woonplaats],

advocaat: mr. W.T.M. Krieger, Enschede,

tegen

[naam moeder] (de moeder),

uit [woonplaats 2]

advocaat: mr. F.B.A. Verbeek, Nieuwegein.

Het gaat om de zoon [naam zoon], geboren op 10 januari 2002 in [geboorteplaats]. Hij is 15 jaar.

De procedure

Op 15 mei 2017 heeft deze rechtbank een tussenbeschikking (een schriftelijke uitspraak) gegeven. Daarin heeft de rechtbank opgeschreven welke verzoeken de vader aan de rechtbank heeft gedaan, namelijk: de vader wil óók het ouderlijk gezag hebben over [naam zoon] (nu heeft alleen de moeder dat), hij wil dat [naam zoon] zijn hoofdverblijfplaats bij hem krijgt èn hij wil dat er tussen [naam zoon] en de moeder een goede contactregeling komt.

De moeder was het daarmee niet eens. Zij wil het liefst dat [naam zoon] bij haar blijft wonen. Ze maakt zich zorgen om [naam zoon] en de manier waarop de vader [naam zoon] nu opvoedt.

Omdat de standpunten van de ouders nogal ver uit elkaar lagen en omdat de gevolgen van de beslissing voor [naam zoon] – links- of rechtsom – ingrijpend zouden zijn, heeft de kinderrechter de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) gevraagd eerst onderzoek te doen en een advies te geven. De Raad heeft dat onderzoek gedaan en op 21 juli 2017 een rapport uitgebracht. Daarop mochten de ouders en hun advocaten reageren. De advocaat van de moeder heeft de rechtbank op 7 augustus en 20 september 2017 brieven geschreven. De rechtbank heeft van de moeder zelf ook nog stukken gekregen, op 11 augustus, 19 september en 21 september 2017.

Op 22 september 2017 heeft de kinderrechter met de ouders en hun advocaten gesproken. Op de zitting waren ook mevrouw [naam] van de Raad, én mevrouw [naam 2] en mevrouw [naam 3] van Jeugdbescherming Gelderland aanwezig.

[naam zoon] was er niet. Hij heeft waarschijnlijk de uitnodigingsbrief niet gekregen. De ouders dachten allebei dat hij graag met de kinderrechter zou willen praten en daarom heeft de rechter met [naam zoon] een afspraak gemaakt. [naam zoon] heeft op 26 september 2017 op de rechtbank met de kinderrechter gepraat. Daarna is deze beschikking gemaakt.

De kinderrechter heeft bij het nemen van de beslissing rekening gehouden met wat de ouders haar hebben verteld, maar ook goed naar [naam zoon] zelf geluisterd. Verder heeft de kinderrechter het raadsadvies ter harte genomen. Kort gezegd heeft de Raad geadviseerd de verzoeken van de vader toe te wijzen. Het geeft [naam zoon], die sinds begin januari 2017 al bij zijn vader woont, duidelijkheid als hij daar blijft wonen. De Raad heeft de kinderrechter uitgelegd dat het niet alleen praktisch is als de vader samen met de moeder het gezag krijgt, maar ook positief kan uitwerken voor de betrokkenheid van de vader bij hulpverlening voor [naam zoon]. Daar maakt de moeder zich nu namelijk zorgen over. Verder heeft de Raad de kinderrechter geadviseerd om [naam zoon] onder toezicht te stellen. Een gezinsvoogd zou bijvoorbeeld goed kunnen helpen bij het herstellen van de, inmiddels verstoord geraakte, relatie tussen [naam zoon] en zijn moeder, en bij het afspreken van een goede contactregeling.

De beoordeling door de kinderrechter

Het is de kinderrechter opgevallen dat de beide ouders liefdevol over hun zoon praten. Maar ook is duidelijk dat zij een verschillende kijk hebben op de manier waarop je een kind (specifiek: een puberzoon) het best kunt opvoeden. De moeder heeft verteld dat zij graag duidelijke regels wil. Zij heeft meerdere zorgen over [naam zoon] gezondheid benoemd: in de eerste plaats zijn astma, maar daarnaast ook persoonlijke problemen. Zo is bij [naam zoon] onder meer ODD gediagnosticeerd. Dat is een agressieve gedragsstoornis, die maakt dat [naam zoon], meer dan andere jongeren, snel opstandig of gefrustreerd is. [naam zoon] is verslavingsgevoelig. De moeder vindt dat de vader dat onvoldoende inziet en ook dat [naam zoon] ten onrechte geen medicijnen krijgt voor zijn astma. Ze maakt zich zorgen dat [naam zoon] ontspoort als hij niet meer begrenzing krijgt.

De kinderrechter begrijpt de zorgen van de moeder voor een groot deel. In het raadsrapport heeft de kinderrechter ook al gelezen dat Pro Persona, een GGZ-instelling, in 2016 serieuze zorgen had over [naam zoon] ontwikkeling. Pro Persona heeft onder meer vastgesteld dat bij [naam zoon] sprake is van ernstig ‘oppositioneel gedrag’. Dat betekent dat [naam zoon] vaak vol de strijd aangaat. Pro Persona heeft geadviseerd [naam zoon] intensief te begeleiden, en ook het ‘gezinssysteem’, dat wil zeggen de ouders, daarbij te betrekken.
is vervolgens, eind 2016, een zogenaamde ‘Yes We Can Clinic’ (YWCC) gaan volgen van tien weken. Ook YWCC heeft onderzoek gedaan. YWCC beschrijft in januari 2017 onder meer dat [naam zoon] basisveiligheid heeft gemist, dat hij is gepest en mishandeld, dat hij veel heeft meegekregen van de vechtscheiding tussen zijn ouders en dat hij zijn onmacht is gaan omzetten in opstandig gedrag. YWCC zegt dat [naam zoon] zijn ‘kind-rol’ pas weer kan aannemen, zodra hij niet meer wordt betrokken in de onenigheden tussen zijn ouders. Duidelijke kaders zijn een voorwaarde voor herstel.

De kinderrechter is het met deze conclusie eens. Ook op de zitting heeft de kinderrechter gemerkt dat de ouders op gespannen voet staan met elkaar. Dat is heel jammer, vooral waar ze allebei hebben gezegd dat ze eerder best goed met elkaar konden praten. Over waarom en wanneer dat is misgelopen, daarover verschillen ze van mening.
Maar wat duidelijk is: de moeder maakt zich inmiddels veel zorgen om [naam zoon] en stuurt telkens aan op actie, zoals intensieve begeleiding. De vader lijkt zich weinig zorgen te maken. Het komt de kinderrechter voor dat de vader de, door meerdere deskundigen beschreven, problemen kleiner maakt dan ze mogelijk zijn. Wat de reden van hun slechte verhouding ook is, [naam zoon] is er de dupe van.

De vraag is nu wat op dit moment de beste beslissingen zijn voor [naam zoon]. [naam zoon] heeft de kinderrechter gezegd dat hij vooral duidelijkheid wil. Het liefst zou hij bij zijn vader, en zijn stiefmoeder [naam 4], blijven wonen. Hij vindt het prettig als zijn vader ook mee mag beslissen over hem.

Dat laatste raakt de vraag over het ouderlijke gezag. De kinderrechter vindt het belangrijk dat de vader voortaan mee kan beslissen over belangrijke dingen die [naam zoon] aangaan, zoals zijn schoolkeuze, hulpverlening enzovoort. Dat is extra van belang omdat [naam zoon] al sinds januari van dit jaar bij zijn vader woont. De kinderrechter vindt verder dat het goed is als de vader meer betrokken is bij de hulpverlening rondom [naam zoon]. Als de vader ook gezag heeft, helpt dat misschien om hem tot meer inzicht en betrokkenheid te brengen.
In de wet staat dat het uitgangspunt is dat ouders sámen het gezag over hun kind uitoefenen. Alleen als het risico te groot is dat een kind bij gezamenlijk gezag klem komt te zitten tussen de ouders, of verloren raakt, dan wijst de rechter het verzoek af. De moeder vindt dat dat zo is. Zij heeft op de zitting gezegd dat als [naam zoon] zijn hoofdverblijf bij de vader krijgt, en als de vader het gezag krijgt, het beter is dat de vader alléén het gezag heeft.
De kinderrechter ziet dat anders. Zoals hierboven is beschreven, hebben de ouders gezegd dat zij eerder best met elkaar door één deur konden. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de ouders zich ervoor willen inzetten om opnieuw respect voor elkaar te tonen, en open te staan voor de zienswijze van de ander. Het gaat immers om hun zoon. Wat mogelijk kan helpen – dat wordt hierna nog besproken – is dat ook een ondertoezichtstelling zal worden uitgesproken, en er dus een jeugdbeschermer (gezinsvoogd) zal komen. Die kan de ouders ondersteunen in het hele proces.


De kinderrechter vindt ook dat het voor [naam zoon] goed is als zijn hoofdverblijfplaats bij zijn vader is. Hij woont er al een tijdje, dus dan hoeft hij niet opnieuw te verhuizen. Dat geeft rust. Bovendien heeft de Raad beschreven dat [naam zoon] het gezag van zijn vader beter accepteert dan dat van zijn moeder. [naam zoon] vindt de regels die zijn vader en stiefmoeder hem opleggen duidelijk. De school heeft aan het sociaal wijkteam doorgegeven dat [naam zoon] vooruit gaat op school en dat zijn gedrag beter is.
heeft in het gesprek met de kinderrechter gezegd dat hij dit ook wil. Hij botste de laatste tijd veel met zijn moeder. De kinderrechter zal het verzoek van de vader toewijzen.

Ten slotte heeft de vader gevraagd een contactregeling vast te leggen. De kinderrechter vindt het belangrijk dat [naam zoon] en zijn moeder weer goed contact met elkaar krijgen. [naam zoon] heeft de kinderrechter verteld dat hij dat zelf ook graag wil, zowel met zijn moeder als met zijn zusje [naam 5]. De kinderrechter zal, voor nu, een regeling vastleggen tussen [naam zoon] en zijn moeder die inhoudt dat [naam zoon] eens per twee weken een weekend bij zijn moeder is van vrijdag 17.00 uur tot zondag 18.30 uur. De kinderrechter doet dat ‘voor nu’ omdat er een gezinsvoogd komt die met de ouders en met [naam zoon] zal gaan praten over wat nodig is om het contact zo goed mogelijk te laten lopen. De kinderrechter vindt dat de gezinsvoogd, natuurlijk in overleg met het gezin, de regie moet krijgen over verdere invulling, of misschien wijziging, van de contactregeling.

De Raad is in haar onderzoek tot de slotsom gekomen dat er een gezinsvoogd moet komen. De ouders zijn het daarmee eens. De kinderrechter ook.
Daarom zal een ondertoezichtstelling worden uitgesproken voor een jaar. Over de redenen waarom noemt de kinderrechter in de eerste plaats de gedragsproblemen bij [naam zoon]. Daarover is hierboven al wat opgeschreven. Daarnaast zit [naam zoon] met zijn loyaliteit. Hij houdt van beide ouders maar de ouders kunnen het samen niet vinden. Dat is heel lastig voor hem. Hij heeft zich vorig jaar op school – zo heeft hij de kinderrechter verteld – ‘echt slecht’ gedragen. Hoewel dat nu beter lijkt te gaan, denkt de kinderrechter dat hulpverlening nog wel nodig is. Maar ook daar zitten de ouders niet op één lijn. Een gezinsvoogd kan, als ‘neutraal’ persoon, meedenken in het belang van [naam zoon].

De Raad heeft voorgesteld om de uitvoering van de ondertoezichtstelling bij Jeugdbescherming Gelderland neer te leggen. De ouders zijn daarmee akkoord. De kinderrechter zal dat zo toewijzen.

De kinderrechter vindt dat iedere ouder de eigen proceskosten moet betalen. Dat heet compensatie van kosten. Verder zal de beslissing ‘uitvoerbaar bij voorraad’ worden verklaard. Dat betekent dat als één van de ouders het niet eens is met de (of een) beslissing en hoger beroep instelt, de beslissing toch meteen geldt.

De kinderrechter hoopt ten slotte, waarbij zij zich richt tot [naam zoon], dat deze beschikking voor hem nu de duidelijkheid brengt waaraan hij, zoals hij heeft verteld, vooral behoefte heeft.

De beslissing

De kinderrechter:

in de zaak over gezag, hoofdverblijf en contactregeling (C/05/314317 FA RK 17-153)

1. wijst de verzoeken van de vader toe,

2. legt, met verwijzing naar de overweging over de contactregeling hierboven, een regeling tussen [naam zoon] en de moeder vast die luidt dat [naam zoon] eens per veertien dagen een weekend bij zijn moeder verblijft van vrijdag 17.00 uur tot zondag 18.30, waarbij de gezinsvoogd – in overleg met [naam zoon] en ouders – nadere invulling/wijziging aan deze regeling kan geven, als dat in [naam zoon] belang is,

3. verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4. compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere ouder de eigen kosten draagt.

in de zaak over de ondertoezichtstelling (C/05/324940 / JE RK 17-946)

1. stelt [naam zoon] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, Arnhem, van 28 september 2017 tot 28 september 2018,

2. verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. de Boer, rechter, in tegenwoordigheid van J.A.M. Rozema als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2017.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.