Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5026

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-09-2017
Datum publicatie
29-09-2017
Zaaknummer
05/720187-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de twee verdachten van een gewelddadige overval op een woning in Nunspeet in juni 2017 tot verschillende gevangenisstraffen.

Op de terechtzitting van 14 september 2017 heeft de officier van justitie tegen beide verdachten een gevangenisstraf van zes jaar geëist.

De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan de gewelddadige overval op een alleenwonende man in zijn woning. Verdachten hebben het slachtoffer na de overval ernstig gewond en in een levensbedreigende situatie achtergelaten.

De impact van deze gebeurtenis is voor het slachtoffer enorm, zoals ook blijkt uit de verklaring die hij ter zitting heeft afgelegd.

De rechtbank komt tot het opleggen van verschillende gevangenisstraffen, te weten van 5 jaar en 4 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Dit verschil heeft te maken met de proceshouding, de leeftijd, het strafblad en de persoonlijke omstandigheden van een van de verdachten.

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 7.644,50. De vordering wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/720187-17

Vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer: 02/700164-15

Datum uitspraak : 28 september 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,

thans gedetineerd te PI Rijnmond - Stadsgev. Rotterdam te Hoogvliet Rotterdam,

raadsman: mr. J.H.E.M. Kersemaekers, advocaat te Breda.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

14 september 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 5 juni 2017 tot en met 6 juni 2017 te

Nunspeet

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

gedurende een voor de nachtrust bestemd tijd in een woning,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

-een hoeveelheid geld (te weten ongeveer euro 230,-) en/of

-een (wit) sieradendoosje (met inhoud) en/of

-2 of 3, in ieder geval meerdere, (gesealde) pakketjes met euromunten en/of

-een of meer andere goederen

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan

zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

hij, verdachte en/of zijn mededader;

-die [slachtoffer] in zijn (op dat moment) niet verlichte tuin onverhoeds (met

kracht) om zijn nek/hals en/of arm(en) en/of hand(en) heeft/hebben

(vast)gegrepen/gepakt en/of

-een hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gelegd/gedrukt (gehouden) en/of een

(leeg) bierflesje, althans een hard voorwerp, in/tegen de zij van die [slachtoffer]

gedrukt/geplaatst (teneinde bij die [slachtoffer] de indruk te wekken dat dit een

(vuur)wapen zou zijn) en/of

-die [slachtoffer] (met kracht) heeft/hebben geschopt en/of geslagen op/tegen zijn

hoofd en/of lichaam en/of

-die [slachtoffer] (met kracht) een knietje in/op/tegen zijn gezicht heeft/hebben

gegeven en/of

-meerdere malen, althans eenmaal, (op dreigende en/of intimiderende toon tegen

die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd/geroepen (zakelijk weergegeven) "rustig" en/of

"meewerken, anders ga je dood" en/of

-die [slachtoffer] vanuit zijn tuin naar zijn woning heeft/hebben

gesleurd/getrokken/geduwd en/of naar de slaapkamer op de eerste verdieping

geleid en/of een deken over het hoofd heeft/hebben gedaan en/of die [slachtoffer] op

een bed heeft/hebben geduwd of heeft/hebben doen plaatsnemen en/of

-de mond en/of de ogen van die [slachtoffer] heeft/hebben dicht getaped en/of

-de enkel(s) en/of de polsen en/of armen en/of handen van die [slachtoffer] (aan

elkaar) heeft/hebben (vast)getaped en/of

-die [slachtoffer] (wederom) (met kracht) heeft/hebben gestompt/geslagen en/of

geschopt/getrapt op/tegen zijn zij en/of elders op/tegen zijn lichaam en/of

daarbij meerdere malen, althans eenmaal, (op dreigende en/of intimiderende

toon) heeft/hebben geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "geld" en/of

-een leeg bierflesje, althans een hard voorwerp, op/tegen de nek of het hoofd

van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt/gezet (gehouden) (teneinde bij die [slachtoffer]

de indruk te wekken dat dit een (vuur)wapen zou zijn);

en/of

hij in of omstreeks de periode van 5 juni 2017 tot en met 6 juni 2017 te

Nunspeet

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

gedurende een voor de nachtrust bestemd tijd in een woning,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van

-een hoeveelheid geld (te weten ongeveer euro 230,-) en/of

-een (wit) sieradendoosje (met inhoud) en/of

-2 of 3, in ieder geval meerdere, (gesealde) pakketjes met euromunten en/of

-een of meer andere goederen

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

hij, verdachte en/of zijn mededader;

-die [slachtoffer] in zijn (op dat moment) niet verlichte tuin onverhoeds (met

kracht) om zijn nek/hals en/of arm(en) en/of hand(en) heeft/hebben

(vast)gegrepen/gepakt en/of

-een hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gelegd/gedrukt (gehouden) en/of een

(leeg) bierflesje, althans een hard voorwerp, in/tegen de zij van die [slachtoffer]

gedrukt/geplaatst (teneinde bij die [slachtoffer] de indruk te wekken dat dit een

(vuur)wapen zou zijn) en/of

-die [slachtoffer] (met kracht) heeft/hebben geschopt en/of geslagen op/tegen zijn

hoofd en/of lichaam en/of

-die [slachtoffer] (met kracht) een knietje in/op/tegen zijn gezicht heeft/hebben

gegeven en/of

-meerdere malen, althans eenmaal, (op dreigende en/of intimiderende toon tegen

die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd/geroepen (zakelijk weergegeven) "rustig" en/of

"meewerken, anders ga je dood" en/of

-die [slachtoffer] vanuit zijn tuin naar zijn woning heeft/hebben

gesleurd/getrokken/geduwd en/of naar de slaapkamer op de eerste verdieping

geleid en/of een deken over het hoofd heeft/hebben gedaan en/of die [slachtoffer] op

een bed heeft/hebben geduwd of heeft/hebben doen plaatsnemen en/of

-de mond en/of de ogen van die [slachtoffer] heeft/hebben dicht getaped en/of

-de enkel(s) en/of de polsen en/of armen en/of handen van die [slachtoffer] (aan

elkaar) heeft/hebben (vast)getaped en/of

-die [slachtoffer] (wederom) (met kracht) heeft/hebben gestompt/geslagen en/of

geschopt/getrapt op/tegen zijn zij en/of elders op/tegen zijn lichaam en/of

daarbij meerdere malen, althans eenmaal, (op dreigende en/of intimiderende

toon) heeft/hebben geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "geld" en/of

-een leeg bierflesje, althans een hard voorwerp, op/tegen de nek of het hoofd

van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt/gezet (gehouden) (teneinde bij die [slachtoffer]

de indruk te wekken dat dit een (vuur)wapen zou zijn).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 5 juni 2017 omstreeks 23:00 uur wordt er door twee mannen een overval gepleegd op de bewoner van de woning gelegen aan de [adres 2] te Nunspeet. De bewoner wordt overvallen terwijl hij in zijn tuin loopt en wordt vervolgens mee zijn woning in genomen. Daarbij wordt (fors) geweld toegepast en worden bedreigingen geuit. De daders gaan er vervolgens vandoor met geld (bankbiljetten en euromunten) en sieraden.2

Diezelfde nacht, 6 juni 2017 omstreeks 00:10 uur, worden bij een verkeerscontrole op de [naam 1] in Harderwijk door een surveillance-eenheid twee personen in een blauwe Ford Fiesta staande gehouden. Bij die controle worden onder de bestuurdersstoel meerdere bankbiljetten aangetroffen, terwijl elders in de auto sieraden worden aangetroffen. Kort

daarvoor had de surveillance-eenheid via de portofoon vernomen dat er een woningoverval was gepleegd in Nunspeet. Door een andere ter plaatse gekomen surveillance-eenheid wordt op de kleding van de beide inzittenden bloed aangetroffen. De beide inzittenden worden

vervolgens aangehouden in verband met betrokkenheid bij de genoemde woningoverval.

De bestuurder van de auto is medeverdachte [medeverdachte] en de inzittende is de verdachte [verdachte] .3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van de ten laste gelegde diefstal met geweld. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht aan de hand van haar schriftelijk requisitoir.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft een bewezenverklaring van het tenlastegelegde. De raadsman heeft een en ander toegelicht aan de hand van zijn pleitaantekeningen.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft - evenals zijn mededader - voor wat zijn betrokkenheid bij deze overval betreft een bekennende verklaring afgelegd.

In zoverre wordt er met het oog op artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , doorgenummerde dossierpag. 129/131;

- het proces-verbaal van verhoor van verhoor van aangever, doorgenummerde dossierpag. 141/142;

- de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] afgelegd bij de politie op 15 juni 2017, doorgenummerde dossierpag. 68-75;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 september 2017;

- de verklaring van verdachte afgelegd bij de politie op 16 juni 2017, doorgenummerde dossierpag. 121-125;

De rechtbank gaat wat betreft de handelingen die achtereenvolgens hebben plaatsgevonden uit van de verklaring die aangever heeft afgelegd. De rechtbank komt op grond hiervan tot een bewezenverklaring van het medeplegen van diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld van een hoeveelheid geld, een sieradendoosje en meerdere pakketjes met euromunten. Verdachte zal worden vrijgesproken van het medeplegen van afpersing. Immers, blijkt uit de bewijsmiddelen niet dat sprake is geweest van gedwongen afgifte van geld of goederen.

3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in of omstreeks de periode van 5 juni 2017 tot en met 6 juni 2017 te

Nunspeet

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

gedurende een voor de nachtrust bestemd tijd in een woning,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

-een hoeveelheid geld (te weten ongeveer euro 230,-) en/of

-een (wit) sieradendoosje (met inhoud) en/of

-2 of 3, in ieder geval meerdere, (gesealde) pakketjes met euromunten en/of

-een of meer andere goederen

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan

zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

hij, verdachte en/of zijn mededader;

-die [slachtoffer] in zijn (op dat moment) niet verlichte tuin onverhoeds (met

kracht) om zijn nek/hals en/of arm(en) en/of hand(en) heeft/hebben

(vast)gegrepen/gepakt en/of

-een hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gelegd/gedrukt (gehouden) en/of een

(leeg) bierflesje, althans een hard voorwerp, in/tegen de zij van die [slachtoffer]

gedrukt/geplaatst (teneinde bij die [slachtoffer] de indruk te wekken dat dit een

(vuur)wapen zou zijn) en/of

-die [slachtoffer] (met kracht) heeft/hebben geschopt en/of geslagen op/tegen zijn

hoofd en/of lichaam en/of

-die [slachtoffer] (met kracht) een knietje in/op/tegen zijn gezicht heeft/hebben

gegeven en/of

-meerdere malen, althans eenmaal, (op dreigende en/of intimiderende toon tegen

die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd/geroepen (zakelijk weergegeven) "rustig" en/of

"meewerken, anders ga je dood" en/of

-die [slachtoffer] vanuit zijn tuin naar zijn woning heeft/hebben

gesleurd/getrokken/geduwd en/of naar de slaapkamer op de eerste verdieping

geleid en/of een deken over het hoofd heeft/hebben gedaan en/of die [slachtoffer] op

een bed heeft/hebben geduwd of heeft/hebben doen plaatsnemen en/of

-de mond en/of de ogen van die [slachtoffer] heeft/hebben dicht getaped en/of

-de enkel(s) en/of de polsen en/of armen en/of handen van die [slachtoffer] (aan

elkaar) heeft/hebben (vast)getaped en/of

-die [slachtoffer] (wederom) (met kracht) heeft/hebben gestompt/geslagen en/of

geschopt/getrapt op/tegen zijn zij en/of elders op/tegen zijn lichaam en/of

daarbij meerdere malen, althans eenmaal, (op dreigende en/of intimiderende

toon) heeft/hebben geroepen/geschreeuwd (zakelijk weergegeven) "geld" en/of

-een leeg bierflesje, althans een hard voorwerp, op/tegen de nek of het hoofd

van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt/gezet (gehouden) (teneinde bij die [slachtoffer]

de indruk te wekken dat dit een (vuur)wapen zou zijn).

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door twee of meer verenigde personen.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte feit - medeplegen van diefstal met geweld - zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Bij het bepalen van haar eis heeft de officier onder meer laten wegen de impact die deze overval op het slachtoffer heeft gehad en nog steeds heeft, alsmede de grote onveiligheidsgevoelens die de overval in de nabije omgeving heeft opgeroepen. Als strafverzwarende omstandigheid heeft de officier in haar eis meegenomen dat het slachtoffer - een man op leeftijd - bewust is geselecteerd, alsmede het gewelddadig karakter van de overval, waarbij het slachtoffer in een levensbedreigende toestand - getaped - is de woning is achter gelaten. Verder heeft de officier het aan het slachtoffer toegebrachte letsel als strafverzwarend laten wegen. Voorts heeft de officier rekening gehouden met de richtlijn van het OM inzake woningovervallen en de daarin gehanteerde uitgangspunten voor strafverzwarende omstandigheden als medeplegen, dreigen met een wapen, vastbinden/ hulpeloos achterlaten en de mate van geweld en/of intimidatie.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat in het voordeel van verdachte moet worden meegewogen dat hij in een vroeg stadium een bekennende verklaring heeft afgelegd. Tevens dient rekening te worden gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte, alsmede met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. De raadsman heeft het standpunt van de verdediging toegelicht aan de hand van zijn pleitnotities.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 8 augustus 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 28 augustus 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich samen met zijn mededader heeft schuldig gemaakt aan een overval op een alleenwonende man in zijn woning. Verdachte en zijn mededader hebben deze overval heel bewust gepland en het slachtoffer ook bewust uitgekozen. Zij verkeerden in de veronderstelling dat het slachtoffer, werkzaam als [naam 2] , veel geld in zijn woning voorhanden zou hebben. Verdachte en zijn mededader hebben het slachtoffer in zijn achtertuin overrompeld en flink toegetakeld. Zij hebben de ogen, de mond en de polsen van het slachtoffer getaped en hem vervolgens zijn woning in gesleurd, daarbij steeds roepend om geld. In de slaapkamer is het slachtoffer hevig bloedend op het bed terechtgekomen en zijn zijn polsen en enkels getaped. Ook hier heeft het slachtoffer, in hulpeloze toestand op het bed liggend, klappen en trappen gekregen en is er een bierflesje op zijn hoofd gezet, waarmee bij het slachtoffer de indruk is gewekt dat er een vuurwapen op zijn hoofd was gezet. Het slachtoffer dacht dat zij hem gingen doodschieten. Verdachte en zijn mededader zijn er ten slotte met hun buit vandoor gegaan, het slachtoffer gewond en hevig bloedend achterlatend. De gebroken neus van het slachtoffer was potentieel dodelijk vanwege het extreme bloedverlies door het gebruik van bloedverdunners in combinatie met de afgedekte mond. De impact van deze gebeurtenis is voor het slachtoffer onuitwisbaar, zoals ook blijkt uit zijn slachtofferverklaring. Het herstel van zijn verwondingen heeft enkele maanden geduurd en het psychisch leed is groot.

Dit soort gewelddadige overvallen, op de eigen woning waar men zich geborgen en veilig moet voelen, heeft ook een grote impact op de directe woonomgeving. Bij burgers in het algemeen wekken dit soort delicten angstgevoelens en gevoelens van grote onveiligheid op.

Op dit soort feiten kan enkel worden gereageerd met het opleggen van een langdurige vrijheidsstraf.

Volgens de Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken is het uitgangspunt dat voor een overval op een woning, waarbij meer dan licht geweld wordt toegepast, vijf jaar gevangenisstraf wordt opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarvan in het onderhavige geval ten voordele van verdachte af te wijken. Daarbij weegt de rechtbank mee dat verdachte blijkens zijn strafblad eerder met justitie in aanraking is gekomen en wegens gekwalificeerde diefstallen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld. Ook weegt de rechtbank mee dat het recidiverisico door de reclassering als hoog wordt ingeschat, onder andere omdat er, nu verdachte niet het achterste van zijn tong heeft laten zien en geen inzicht in zijn beweegredenen heeft willen geven, geen duidelijk beeld is ontstaan van achterliggende motieven en/of problematiek met betrekking tot het delict gedrag. In de leeftijd van verdachte en zijn proceshouding ziet de rechtbank geen reden voor een lagere straf.

Alles afwegende zal de rechtbank verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van vijf jaren.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.209,86 aan materiële schade en een bedrag aan immateriële schade van € 6.000,00, in totaal een bedrag van € 9.209,86, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevraagde immateriële schadevergoeding alleszins gerechtvaardigd is en voor toewijzing vatbaar is. Zij heeft daarbij gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd, de ernst van het letsel, de ziekenhuis opname en de daarop volgende poliklinische behandeling, de ondervonden angst, alsmede de psychische gevolgen die dit voor het slachtoffer heeft teweeggebracht.

Wat de materiële schade betreft heeft de officier zich op het standpunt gesteld dat alle posten kunnen worden toegewezen, met uitzondering van de schadepost ‘reparatie kast slaapkamer’, op welk punt zij zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en daarom niet ontvankelijk moet worden verklaard. Een aanhouding voor een nadere (technische) onderbouwing vormt een onredelijke belasting van het strafproces.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering te matigen in verband met de geringe draagkracht van verdachte.

Ter zake van de afzonderlijke posten heeft de raadsman nog het volgende aangevoerd.

Voor zover het de post ‘ziekenhuisdaggeldvergoeding (56,00 euro) betreft heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De post ‘huishoudelijke hulp tijdens herstel’ (780,00 euro) komt niet voor toewijzing in aanmerking nu uit de onderbouwing niet volgt dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.

De post ‘verlies arbeidsvermogen’ (448,19 euro) komt niet voor toewijzing in aanmerking wegens onvoldoende onderbouwing. De post ‘bril’ (402,31 euro) komt niet voor (integrale) toewijzing in aanmerking, omdat niet duidelijk is of een zorgverzekering tot vergoeding is overgegaan. Tevens is de vordering gebaseerd op de nieuwprijs voor de aanschaf van een nieuwe bril; in zoverre dient de vordering te worden gematigd.

De post ‘kleding’ (172,00 euro) komt niet voor toewijzing in aanmerking, omdat onvoldoende is aangetoond dat de goederen onherstelbaar beschadigd waren, terwijl bij gebrek van aankoopbonnen enige verificatie onmogelijk is. De waarde van vergelijkbare kledingstukken zegt niets over de (dag)waarde van de goederen die vergoed zouden moeten worden.

De post ‘vervangen beddengoed’ (786,00 euro) komt niet voor toewijzing in aanmerking omdat onvoldoende is aangetoond dat de goederen onherstelbaar beschadigd waren, terwijl ook hier bij gebrek van aankoopbonnen enige verificatie onmogelijk is.

De posten ‘reparatie kast slaapkamer’ (340,00 euro) ‘lamp tuin’ (39,98 euro) en ‘kosten BBQ voor hulpgevers’ (185,38 euro) komen niet voor toewijzing in aanmerking nu niet, althans onvoldoende, is aangetoond dat er rechtstreeks verband is met het onderhavige feit.

Ten aanzien van de post immateriële schade heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat dit bedrag dient te worden gematigd.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

De vordering is wat betreft de verschillende opgevoerde schadeposten deugdelijk en inzichtelijk onderbouwd, waarbij rekening is gehouden met diverse richtlijnen (Ziekenhuis-en Revalidatiedaggeldvergoeding / Huishoudelijke Hulp), verhouding aanschafwaarde/restwaarde en afschrijvingspercentages. Dat er niet overal aanschafbonnen voorhanden zijn van kleding, schoeisel en beddengoed acht de rechtbank niet verwonderlijk.

Doorgaans beschikt men na verloop van tijd met betrekking tot dit soort goederen niet meer over aankoopnota’s. De rechtbank acht schattenderwijs, de gestelde aankoopbedragen niet buitensporig achtend, een vergoeding voor deze goederen zoals gevraagd redelijk en billijk.

Aan materiele schade zal de rechtbank een bedrag toewijzen van € 2.644,50, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De opgevoerde post ’reparatie kast slaapkamer’ zal de rechtbank niet toewijzen, nu uit het dossier niet kan worden opgemaakt dat de beschadiging aan de kast een rechtstreeks gevolg is van het handelen van verdachte en/of zijn medeverdachte. De posten ‘lamp tuin’ en ‘kosten BBQ voor hulpverleners’ zal de rechtbank eveneens niet toewijzen, om reden dat deze posten (hoewel de rechtbank de achterliggende redenen voor het opvoeren van deze posten goed begrijpt) in een te ver verwijderd verband staan ten opzichte van het hier bewezenverklaarde.

De rechtbank acht, afgezet tegen de aard en ernst van het feit en de impact die dit op het slachtoffer heeft gehad, een immateriële schadevergoeding op zijn plaats. De rechtbank begroot deze immateriële schade naar billijkheid op een bedrag van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In totaal zal dan ook een bedrag aan schadevergoeding worden toegewezen van € 7.644,50. Benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedrag ten behoeve van genoemd slachtoffer.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn medeverdachte is of wordt voldaan.

7b. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Het standpunt van de officier van justitie

Door de officier van justitie is een vordering aanhangig gemaakt strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer bij de Rechtbank Zeeland – West-Brabant d.d. 7 april 2016 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee maanden (parketnummer 02/700164-15). Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in overweging gegeven de proeftijd te verlengen.

Beoordeling door de rechtbank

Nu is bewezen dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14g, 27, 36f, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft

begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven

bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder

punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur

van 5 (vijf) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij

[slachtoffer] van een bedrag van € 7.644,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2017 tot aan de dag der algemene voldoening, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de vordering tot schadevergoeding voor het overige niet-ontvankelijk;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het

slachtoffer [slachtoffer] voornoemd, een bedrag te betalen van € 7.644,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 73 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is

betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer bij de Rechtbank Zeeland – West-Brabant van 7 april 2016 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf (parketnummer 02/700164-15), te weten van: twee maanden gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.S.M. Bak, voorzitter, mr. E.M. Vermeulen en mr. F.M.A. 't Hart, rechters, in tegenwoordigheid van L.E.M. van Bun, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant hoofdagent/Generalist Tactische Opsporing [verbalisant] van de politie Eenheid Oost Nederland, districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte relaasproces-verbaal dossiernummer 20170606.0724, onderzoek “ [naam 3] ”, gesloten op 29 mei 2017 (wat de sluitingsdatum van het proces-verbaal betreft is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een kennelijke verschrijving, nu er bij het eindproces-verbaal stukken zijn gevoegd van (eind) juni 2017 en het eindproces-verbaal is ingekomen op het parket op 18 juli 2017, zodat er vanuit gegaan moet worden dat het eindproces-verbaal is opgemaakt op 29 juni 2017) en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Relaas proces-verbaal

3 Proces-verbaal van bevindingen doorgenummerde dossierpag. 235/236