Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:5010

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-09-2017
Datum publicatie
28-09-2017
Zaaknummer
05/043541-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland veroordeelde een 23-jarige man uit Nijkerkerveen tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Hij maakte zich schuldig aan een poging tot doodslag en een openlijke geweldpleging. Een 24-jarige man uit Nijkerk werd vrijgesproken van een poging tot doodslag. Wel vond de rechtbank dat hij zich samen met de man uit Nijkerkerveen schuldig had gemaakt aan openlijke geweldpleging. Hij kreeg hiervoor een werkstraf van 120 uren waarvan 40 uren voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/043541-16

Datum uitspraak : 28 september 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1]

raadsman: mr. R Vierhout, advocaat te Nijkerk.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 september 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

primair

hij op of omstreeks 28 februari 2016 in de gemeente Nijkerk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] , (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een glas en/of en glasscherf, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/op/tegen de borst en/of (rechter)hals en/of (rechter)nek en/of (rechter)kaak, althans het lichaam en/of het gezicht, heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of gesneden en/of gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 28 februari 2016 in de gemeente Nijkerk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten

- een (diepe) snee/(snij)wond (totale lengte 21 cm) in de borst, althans in het (boven)lichaam en/of

- een (diepe) snee/(snij)wond (totale lengte 9 cm) in de (rechter)hals en/of (rechter)nek en/of (rechter)kaak, althans in het (boven)lichaam en/of in het gezicht en/of

- een snee/(snij)wond (totale lengte 1,5 cm) boven de (rechter)wenkbrauw, althans in het gezicht, heeft/hebben toegebracht, door die [slachtoffer] , (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een glas en/of een glasscherf, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/op/tegen de borst en/of (rechter)hals en/of (rechter)nek en/of (rechter)kaak, althans het lichaam en/of het gezicht, te slaan en/of te stompen en/of te snijden en/of te steken;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 28 februari 2016 in de gemeente Nijkerk tezamen en in vereniging, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte(n) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] , (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een glas en/of glasscherf, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/op/tegen de borst en/of (rechter)hals en/of (rechter)nek en/of (rechter)kaak, althans het lichaam en/of het gezicht, heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of gesneden

en/of gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

primair

hij op of omstreeks 28 februari 2016 in de gemeente Nijkerk openlijk, te weten op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, Café [naam 1] , gevestigd aan het [adres 2] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit

- het meermalen, althans eenmaal slaan en/of stompen op/tegen het gezicht, althans het hoofd van die [slachtoffer] en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, trappen en/of schoppen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] al dan niet op de grond lag en/of probeerde op te staan;

subsidiair

hij op of omstreeks 28 februari 2016 in de gemeente Nijkerk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer]

- meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of te stompen op/tegen het gezicht, althans het hoofd en/of op/tegen het lichaam, waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of

- meermalen, althans eenmaal, te trappen en/of te schoppen op/tegen het lichaam, terwijl die [slachtoffer] al dan niet op de grond lag en/of probeerde op te staan.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde is de officier van justitie van mening dat verdachte degene is geweest die de steek- dan wel snijverwondingen bij [slachtoffer] heeft aangebracht en dat daardoor geen sprake is van medeplegen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verwondingen van [slachtoffer] niet zonder meer aan verdachte kunnen worden toegerekend, nu niet duidelijk is wie de verwondingen heeft veroorzaakt en hoe en waarmee dat is gebeurd. Volgens de verdediging kan niet uitgesloten worden dat [slachtoffer] de verwondingen heeft opgelopen door eigen handelen of door een val op de grond. Tot slot heeft verdachte geen (voorwaardelijk) opzet op de dood of op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel gehad.

Daarnaast heeft de verdediging ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde vrijspraak bepleit, nu niet gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking. Enkel het onder 2 subsidiair ten laste gelegde, voor zover alleen gepleegd, kan bewezen worden.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde

Op 28 februari 2016 omstreeks 02:37 uur kregen verbalisanten een melding dat in café [naam 1] te Nijkerk gevochten werd. Ter plaatse aangekomen zagen zij een man in de keuken zitten. Zij zagen dat de man een snee had aan de rechterkant van zijn hals en een wond van ongeveer 25 centimeter aan de rechterkant van zijn borst. Zij zagen dat zijn broek onder het bloed zat en dat er bloed op de grond lag. De man bleek [slachtoffer] te zijn.2

Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij op 28 februari 2016 in café [naam 1] te Nijkerk was.3 Toen hij een jongen aansprak, reageerde de jongen agressief. Er werd vervolgens heen en weer geduwd. Een vriend van de jongen duwde [slachtoffer] als eerst. [slachtoffer] kreeg een klap op zijn hoofd waardoor hij op de grond viel. Toen [slachtoffer] probeerde op te staan, werd hij onderuit getrapt.

[slachtoffer] heeft een glas gezien in de handen van één van de jongens die tegenover hem stond. Ook heeft hij glas horen breken.4

Blijkens de letselverklaring had [slachtoffer] drie snijverwondingen: één aan de voorzijde van de borstkas, één aan de rechterkaakhals en één boven de rechter wenkbrauw.5

De snijverwonding aan de voorzijde van de borstkas was eenentwintig centimeter.6 De snijverwonding aan de rechterkaakhals was negen centimeter en de snijverwonding boven de rechter wenkbrauw was anderhalve centimeter. De letsels zijn alle drie met een scherp snijdend dan wel scherp kervend voorwerp toegebracht.7 Volgens de letselverklaring is het - gezien het snijdend en kervend vermogen van een glasscherf - zeer goed mogelijk dat de letsels met behulp van een glasscherf zijn toegebracht. Gezien het aantal letsels, is er minimaal drie keer gestoken.8

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 28 februari 2016 in café [naam 1] te Nijkerk was. Toen hij midden op de dansvloer stond, zag hij ineens een opstootje. [getuige 1] zag dat twee jongens elkaar aan het duwen waren. Dit waren een wat oudere jongen en een wat jongere jongen. Op enig moment zag [getuige 1] dat de jongere jongen de oudere jongen sloeg terwijl hij een glas bier in zijn rechterhand vasthield. [getuige 1] zag dat het glas terecht kwam ter hoogte van de borst of keel van de oudere jongen. [getuige 1] zag dat de oudere jongen terug sloeg. Vervolgens zag hij dat de jongere jongen met gebalde vuist een tweede klap gaf aan de oudere jongen. [getuige 1] zag dat de oudere jongen midden op de dansvloer neerviel en hevig bloedde.9

Getuige [getuige 2] heeft op 28 februari 2016 omstreeks 03:00 uur ten overstaan van verbalisant [verbalisant] verklaard dat hij gezien heeft dat het slachtoffer met een glas werd geslagen. [getuige 2] zag dat het slachtoffer hierdoor gewond raakte en erg bloedde. [getuige 2] heeft aan het slachtoffer eerste hulp verleend.10

In zijn tweede verhoor (twee weken later) heeft getuige [getuige 2] verklaard dat hij niet gezien heeft dat er een glas is gebruikt. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig. De verklaring die hij ten overstaan van verbalisant [verbalisant] heeft afgelegd, acht de rechtbank daarentegen wel geloofwaardig, omdat die verklaring vrijwel direct na het incident is afgelegd en ondersteund wordt door de verklaring van getuige [getuige 1] . De rechtbank hecht daarom meer waarde aan de eerste verklaring van getuige [getuige 2] en zal deze verklaring aan het bewijs van de ten laste gelegde feiten laten bijdragen.

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij op 28 februari 2016 in café [naam 1] te Nijkerk was. Omstreeks 02:30 uur wilde hij een jongen aanspreken. [getuige 3] zag ineens dat er twee jongens naast de jongen stonden. [getuige 3] zag dat er tussen beide partijen duw- en trekwerk ontstond.11 [getuige 3] zag dat de jongen meerdere klappen kreeg van de twee jongens. Vervolgens zag hij de jongen op de grond liggen. [getuige 3] zag dat de jongen bloed op zijn gezicht had. [getuige 3] herkende één van de twee jongens als [medeverdachte] . Van de twee jongens heeft [medeverdachte] de minste klappen uitgedeeld aan de andere jongen.12

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat [medeverdachte] en [verdachte] ruzie hadden met [slachtoffer] . [getuige 4] zag dat er een vechtpartij was ontstaan. Ook zag zij dat [slachtoffer] na een korte tijd flink aan het bloeden was.13

Vlak na het incident was [getuige 4] in aanwezigheid van de verbalisant met [medeverdachte] aan het Whatsappen. [getuige 4] heeft verklaard dat [medeverdachte] toen zei dat niet hij, maar de ander gestoken had. Toen verbalisant vroeg of ‘de ander’ [verdachte] betrof, kreeg hij een bevestigend antwoord.14

Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat [verdachte] een glas in zijn handen had, voordat hij geslagen werd door [slachtoffer] .15

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij één of twee keer heeft geslagen16 en dat [verdachte] een aantal keren heeft geslagen.17

Op 28 februari 2016 omstreeks 03:28 uur heeft het volgende Whatsapp-gesprek plaatsgevonden tussen [medeverdachte] en zijn vriendin [getuige 4] :

[medeverdachte] : “ Hebben ruzie gehad.. (..) Behoorlijk uit de klauwen gelopen (..) [verdachte] en ik hadden ruzie met een jongen en die heeft kennelijk ernstig letsel opgelopen… (..) Iemand anders heeft een glas op die jongen zijn hoofd gegooid wrs”18

[getuige 4] : “Wat moet ik zeggen? Je weet hoe ik me voel”

[medeverdachte] : “Jaaa dat weet ik. Maar ik kan [verdachte] moeilijk laten stikken schat”19

Verdachte heeft verklaard dat hij op 28 februari 2016 in café [naam 1] was.20 Op enig moment ontstond er een opstootje. Verdachte liep erheen en [medeverdachte] liep achter hem aan.21 Verdachte kreeg een duw en een klap in zijn nek van een jongen. Verdachte heeft toen met rechts uitgehaald. Verdachte zag dat de jongen onder het bloed zat. De jongen lag op de grond. Verdachte zag toen dat zijn eigen handen onder het bloed zaten.22

Conclusie

Op basis van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] betrokken waren bij een vechtpartij met [slachtoffer] waarbij [slachtoffer] letsel heeft opgelopen. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat [slachtoffer] dit letsel bij zichzelf heeft veroorzaakt. Uit de letselverklaring blijkt bovendiendat aan het letsel geen direct ongevalsmechanisme af te leiden is. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het letsel niet kan zijn veroorzaakt door een ongeval of val.

Op basis van de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] stelt de rechtbank vast dat het letsel van [slachtoffer] is ontstaan doordat [slachtoffer] met een glas is geslagen. Nu verdachte een glas in zijn handen had, voordat hij werd geslagen door [slachtoffer] en nu de handen van verdachte na de vechtpartij onder het bloed zaten, is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die [slachtoffer] met een glas heeft geslagen. Steun voor dit oordeel ziet de rechtbank in de omstandigheden dat getuige [getuige 4] aan een verbalisant heeft verteld dat medeverdachte [medeverdachte] vlak na de vechtpartij aan haar had laten weten dat niet hij, maar de ander heeft gestoken en dat medeverdachte [medeverdachte] via WhatsApp aan zijn vriendin laat weten dat hij [verdachte] niet kan laten stikken.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld hoe het handelen van verdachte gekwalificeerd moet worden. De rechtbank overweegt als volgt.

Zoals blijkt uit de letselverklaring was het letsel van [slachtoffer] in beginsel dodelijk. In de onderliggende structuren van de rechterkaakhals bevinden zich bloedvaten die – indien zij geraakt zouden zijn – potentieel dodelijke bloedingen konden veroorzaken. Daarnaast bevinden zich in de onderliggende structuren van de borstkas de longen en het hart. Indien de longen, dan wel het hart geraakt zouden zijn, dan was dit potentieel dodelijk geweest.23 Gelet daarop, is de rechtbank van oordeel dat verdachte door [slachtoffer] op deze wijze met een glas te slaan, de aanmerkelijke kans in het leven heeft geroepen dat [slachtoffer] daardoor zou komen te overlijden. Uit de aard van de gedraging volgt voorts dat verdachte deze aanmerkelijke kans ook bewust heeft aanvaard. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet op het toebrengen van dodelijk letsel bij [slachtoffer] heeft gehad. Zij acht daarom de primair ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen.

Ook acht de rechtbank de onder 2 primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging bewezen.

Van openlijke geweldpleging is sprake bij geweld, gepleegd in vereniging, dat voor derden zichtbaar was of had kunnen zijn, waardoor de openbare orde is verstoord. Geweld wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een significante of wezenlijke bijdrage aan de openlijke geweldpleging levert. Deze bijdrage kan onder andere bestaan uit het verrichten van één of meer gewelddadige handelingen.

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het openlijk geweld. Verdachte is samen met medeverdachte [medeverdachte] in café [naam 1] naar [slachtoffer] gelopen en zij hebben daarbij de confrontatie opgezocht. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben vervolgens geweld gepleegd tegen [slachtoffer] , waarbij kan worden gesteld dat er sprake was van een zekere betrokkenheid op elkaar. Verdachtes bijdrage heeft daarbij bestaan uit het meerdere malen slaan dan wel stompen (met een glas).

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

primair

hij op of omstreeks 28 februari 2016 in de gemeente Nijkerk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] , (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een glas en/of en glasscherf, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/op/tegen de borst en/of (rechter)hals en/of (rechter)nek en/of (rechter)kaak, althans het lichaam en/of het gezicht, heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of gesneden en/of gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

primair

hij op of omstreeks 28 februari 2016 in de gemeente Nijkerk openlijk, te weten op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, Café [naam 1] , gevestigd aan het [adres 2] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit

- het meermalen, althans eenmaal slaan en/of stompen op/tegen het gezicht, althans het hoofd van die [slachtoffer] en/of op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of

- het meermalen, althans eenmaal, trappen en/of schoppen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] al dan niet op de grond lag en/of probeerde op te staan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, primair:

‘poging tot doodslag’

Ten aanzien van feit 2, primair:

‘het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen’

5 De strafbaarheid van het feit

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hem een beroep op noodweer toekomt. Volgens de verdediging gaf [slachtoffer] de eerste klap. Verdachte heeft zichzelf toen verdedigd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet heeft gehandeld in een situatie van noodweer en dat het beroep op noodweer derhalve moet worden verworpen.

Het oordeel van de rechtbank

Van noodweer is sprake indien het begane feit is geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of een anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding.

De rechtbank overweegt dat verdachte een initiërende rol heeft gehad en de confrontatie met het slachtoffer bewust heeft opgezocht. Verdachte is op [slachtoffer] afgestapt om hem aan te spreken en aan te geven dat hij iets niet moest proberen, omdat hij anders problemen zou krijgen. Verdachte had zich kunnen en moeten onttrekken aan de situatie. Onder die omstandigheid kan niet gezegd worden dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding waartegen verdachte zich heeft mogen verdedigen. De rechtbank verwerpt dan ook het beroep op noodweer.

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie te hoog is. De verdediging is van mening dat hooguit eenvoudige mishandeling kan worden bewezen en heeft de rechtbank verzocht om aan te sluiten bij het hiervoor geldende oriëntatiepunt.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf, gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder verdachte dit heeft begaan. De rechtbank heeft ook gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waaronder een verdachte betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 7 augustus 2017 en een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 12 september 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder nog het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en een openlijke geweldpleging. Verdachte heeft een voor hem onbekend persoon in een café met een glas geslagen. Aangever heeft hierdoor veel bloed verloren en heeft drie snijwonden opgelopen, waarvan één snijwond een lengte van eenentwintig centimeter had. Hoewel er geen schade aan zijn vitale delen is vastgesteld, zal aangever een zichtbaar en fors litteken op zijn borst overhouden. Verdachte mag van geluk spreken dat zijn handelen geen fatale afloop heeft gehad. Dergelijke geweldsmisdrijven veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid bij slachtoffers en in de samenleving, zeker nu de geweldpleging is gepleegd tijdens uitgaansuren in een café en veel bezoekers hiervan getuige zijn geweest. Zoals blijkt uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring voelt aangever zich nog altijd niet veilig wanneer hij uitgaat en is hij wantrouwend jegens zijn omgeving.

De rechtbank is anderzijds ook van oordeel dat de rol van aangever er aan heeft bijgedragen dat de situatie is geëscaleerd. Uit de getuigenverklaringen van de cafébezoekers blijkt dat aangever zich – al dan niet onder invloed van de nodige alcohol – vervelend en provocerend richting meerdere cafébezoekers gedroeg, onder wie verdachte. Om die reden heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de rol van aangever. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De gepleegde feiten rechtvaardigen een gevangenisstraf van behoorlijke omvang. De jonge persoon van verdachte, zijn blanco strafblad en zijn maatschappelijke positie met een baan en een vriendin, maken dat de rechtbank de geëiste straf van vier jaren gevangenisstraf te hoog vindt. De rechtbank is er van overtuigd dat verdachte zich met een aanzienlijk kortere, maar niettemin nog steeds behoorlijke, gevangenisstraf, nog steeds gestraft weet.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is, en wel voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden de bijzondere voorwaarden gekoppeld zoals deze geadviseerd zijn door de reclassering.

Bij verdachte zijn twee ringen inbeslaggenomen. De officier van justitie heeft zich tegen teruggave verzet, omdat in hoger beroep mogelijk nog onderzoek aan de ringen nodig is. De rechtbank ziet hierin een strafvorderlijk belang dat zich tegen teruggave verzet. De ringen zullen in dit stadium van de procedure dus niet worden teruggegeven .De ringen zullen retour gaan naar verdachte, indien deze strafzaak onherroepelijk is afgedaan.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 10.943,59.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe te wijzen, met uitzondering van de schadeposten broek, schoenen en T-shirt, waarbij de tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de schadeposten broek, schoenen en T-shirt betwist, nu deze kosten niet zijn onderbouwd. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat de benadeelde partij zijn immateriële schade niet heeft onderbouwd met controleerbare stukken waaruit de psychische problematiek blijkt. Tot slot zijn de door de benadeelde partij aangehaalde uitspraken uit de Smartengeldgids niet vergelijkbaar met onderhavige zaak.

Beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

Dit deel van de vordering betreft de schadeposten: broek, schoenen, T-shirt, reiskosten, medische kosten, eigen risico en ziekenhuisdaggeld. De verdediging heeft ten aanzien van de schadeposten broek, schoenen en T-shirt verweer gevoerd. De rechtbank acht het aannemelijk dat deze goederen onherstelbaar beschadigd zijn, nu uit de getuigenverklaringen is gebleken dat de benadeelde partij onder het bloed zat. Naar het oordeel van de rechtbank is het gevorderde bedrag (€ 419,-) een redelijk bedrag en zijn deze schadeposten voor toewijzing vatbaar. De overige kostenposten zijn door de verdediging niet betwist. Nu deze schadeposten naar het oordeel van de rechtbank voldoende zijn onderbouwd en zij de rechtbank redelijk voorkomen, is de rechtbank van oordeel dat deze ook kunnen worden toegewezen. In totaal zal de rechtbank een vergoeding van € 943,59 toewijzen.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Door het geweld heeft de benadeelde partij lichamelijk letsel opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van het feit, de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen en de eigen rol van de benadeelde partij, zal een smartengeld van € 3.000,- worden toegekend. De benadeelde partij zal voor het overige deel van zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Gelet op het vorenstaande, ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 57, 141 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van deze gevangenisstraf te weten 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van hier onder te vermelden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd, die op twee jaren wordt bepaald;

de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

 zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

 zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

 zich binnen vijf dagen volgend op zijn invrijheidsstelling zal melden bij Reclassering Nederland aan de Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem en zich vervolgens gedurende het reclasseringstoezicht zal blijven melden, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De veroordeelde zal zich hierbij houden aan de opdrachten en aanwijzingen die hem door of namens de reclassering zullen worden gegeven;

 zal deelnemen aan de gedragsinterventie Alcohol & Geweld (gericht op agressieregulatie problematiek onder invloed van alcohol). De veroordeelde zal zich hierbij houden aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer en/of begeleider;

 geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, indien de strafzaak onherroepelijk is geëindigd, te weten:

 ring, merk Buddha to Buddha (AAIC6589NL);

 ring, merk Buddha to Buddha (AAJB3499NL);

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 3.943,59 (drieduizend negenhonderddrieënveertig euro en negenenvijftig eurocent);

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 3.943,59 (drieduizend negenhonderddrieënveertig euro en negenenvijftig eurocent), met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 49 (negenenveertig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.S. Croll (voorzitter), mr. J.M. Klep en mr. Y.H.M. Marijs, rechters, in tegenwoordigheid van D. Waizy, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016100046, gesloten op 23 juni 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 73.

3 Het proces-verbaal van aangifte, p. 13.

4 Het proces-verbaal van aangifte, p. 14.

5 De letselverklaring d.d. 21 juni 2016, p. 61.

6 De letselverklaring d.d. 21 juni 2016, p. 60.

7 De letselverklaring d.d. 21 juni 2016, p. 61.

8 De letselverklaring d.d. 21 juni 2016, p. 62.

9 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 81.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 75.

11 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 83.

12 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 84.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 67.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 68.

15 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 96.

16 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 231.

17 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 233.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 111.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 112.

20 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 207.

21 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 208.

22 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 210.

23 De letselverklaring d.d. 21 juni 2016, p. 62.