Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4988

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
27-09-2017
Zaaknummer
05/740108-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een man uit Voorthuizen veroordeeld voor het meermalen aanranden van twee vrouwelijke collega’s gedurende een periode van vijf jaren. De man kreeg hiervoor een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Tevens moet de man een schadevergoeding betalen aan de twee slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740108-16

Datum uitspraak : 26 september 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Raadsman: mr. W. Vahl, advocaat te Barneveld.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 12 september 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 29 oktober 2015 te Voorthuizen, gemeente Barneveld,

(telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen,

bestaande uit het opzettelijk ontuchtig vastpakken en/of betasten van haar (blote) borst(en) en/of tepel(s) en/of bil(len) en/of wrijven over en/of betasten en/of aanraken van haar vagina,

en welk geweld of andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend die [slachtoffer 1] van achteren te benaderen en/of (vervolgens) onverhoeds haar (blote) borst(en) en/of tepel(s) en/of bil(len) vast te pakken en/of te betasten en/of onverhoeds haar vagina aan te raken en/of te betasten en/of die [slachtoffer 1] vast te pakken en/of in een hoek en/of tegen een muur te duwen en/of de vrije doorgang te versperren en/of gebruik te maken van zijn dominante/overheersende voorkomen;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 29 oktober 2015 te Voorthuizen, gemeente Barneveld,

(telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid,

[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig vastpakken en/of betasten van en/of wrijven over haar vagina en/of borst(en) en/of tepel(s) en/of likken en/of in de mond nemen van haar borst(en) en/of tepel(s) en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of

andere feitelijkheid bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend die [slachtoffer 2] de (gelijkende) woorden: "je moet me nu bedanken, met je borsten" en/of "werk maar gewoon mee, dan gaat het sneller" en/of "werk maar even mee, dan ben je er zo van af" toe te voegen en/of die [slachtoffer 2] vast te pakken en/of in een hoek en/of tegen een muur te duwen

en/of de vrije doorgang te versperren en/of gebruik te maken van zijn dominante/overheersende voorkomen en/of zijn fysieke overwicht en/of onverhoeds haar borst(en) en/of tepel(s) vast te pakken en/of te betasten;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn betrouwbaar. Hun verklaringen zijn consistent. De verklaring van verdachte is minder betrouwbaar. Er zijn verschillende getuigenverklaringen waaruit blijkt dat verdachte grensoverschrijdend gedrag vertoonde en een erg dominante man is. Deze getuigenverklaringen bieden voldoende ondersteuning voor de context zoals die door de aangeefsters zijn verwoord.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit nu er naast de verklaringen van de aangeefsters geen enkel rechtstreeks of concreet bewijs is dat hun verklaringen kan ondersteunen.

Het dossier biedt geen enkele steun aan de bewijsbaarheid van de feitelijke handelingen zoals tenlastegelegd.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster [slachtoffer 1] (verder: [slachtoffer 1] ) heeft verklaard dat zij als receptioniste op camping [camping] werkt. Verdachte is een collega van haar. Verdachte begon haar na de scheiding van [voornaam 1] en [voornaam 2] (noot rechtbank: de eigenaren van camping [camping] ) in 2011 lastig te vallen. Hij drukte haar in een hoekje. De eerste keer kwam verdachte van achteren aanlopen en pakte haar vol met beiden handen bij de borsten. Aangeefster werd kwaad. Verdachte zei dat het erbij hoorde en dat je best aan elkaar mag zitten. Het gebeurde daarna regelmatig. Hij besloop haar en pakte haar vast bij haar borsten en ging ook onder haar shirt. Hij raakte dan haar borst en tepel aan op de blote huid. Hij raakte haar ook aan tussen de benen. Hij wreef met haar hand over haar vagina, over de kleding heen. Ze bleef zeggen dat hij moest opdonderen, maar hij bleef lachen.

De laatste keer dat het gebeurde was een week voordat ze het heeft verteld, oktober 2015. Hij besloop haar van achteren en pakte haar bij de borsten.

Verdachte pakte haar onverwachts beet en schoot onder haar oksel door en zocht dan naar haar tepels. Ze zei dat hij op moest rotten. Het gebeurde één keer in de twee weken. Dat hij haar bij de vagina aanraakte gebeurde vier keer. Verdachte heeft haar ook vier keer bij de billen gepakt.2

Aangeefster [slachtoffer 2] (verder: [slachtoffer 2] ) heeft verklaard dat zij als receptioniste op camping [camping] werkt. Verdachte is een collega van haar. Sinds de scheiding van [voornaam 1] en [voornaam 2] heeft verdachte aan haar gezeten. Hij haalde haar borsten eruit. Ze heeft hem weggeduwd. Hij zei daarbij: “werk maar gewoon mee, dan gaat het sneller”. Verdachte is een hele dominante man. Door zijn ego kan hij heel groot overkomen en hij is iets zwaarder dan hij mag zijn. Na de scheiding in 2011 was verdachte meer op de receptie aanwezig. De laatste twee jaar haalde hij echt haar borsten eruit. Het begon met dominantie, in een hoek drukken. Hij ging dan breed staan als ze erlangs wilde. Ze zei dat ze erlangs wilde, maar dan ging hij niet opzij. Hij moest dan haar even bij de borsten aanraken. Ze denkt dat hij haar één keer per maand aanraakte. Verdachte heeft een reparatie voor [slachtoffer 2] gedaan. Ze moest hem dan bedanken met haar borsten. Toen heeft hij ook zijn hand in haar broek gedaan en een vinger in haar vagina. Dat is twee of drie keer gebeurd. hij zei dan: “werk maar even mee, dan ben je er zo vanaf”. Als ze naar buiten wilde lopen, drukte hij haar in een hoek en pakte haar op een manier vast dat ze niet weg kon lopen. Hij haalde dan heel snel haar borsten eruit. Ook ging zijn hand in haar broek. Verdachte haalde dan haar borsten eruit en ging met zijn mond haar tepel vastpakken. Het gebeurde heel onregelmatig. Soms één keer in de twee maanden, soms drie maanden niet en soms twee keer in de maand. De ene keer ging wreef hij over de kleding heen en de andere keer haalde hij haar borsten eruit en begon hij te likken. Eind oktober is het nog een keer gebeurd. Hij ging lomp met haar borsten schudden.3

Verdachte zelf ontkent iedere seksuele handeling ten aanzien van [slachtoffer 1] . De seksuele handelingen zoals opgenomen in de tenlastelegging ten aanzien van [slachtoffer 2] bekent verdachte, deze zouden volgens hem echter met wederzijds goedvinden hebben plaatsgevonden.4

De rechtbank overweegt dat een groot deel van de zedenzaken zich doorgaans kenmerkt door het feit dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerdelijke) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dat maakt dat extra zorgvuldig naar de afgelegde verklaringen moet worden gekeken bij hun waardering voor het bewijs, zeker als het een ontkennende verdachte betreft.

Getuige [getuige 1] (vrouwelijke campingeigenaar) heeft verklaard over de functioneringsgesprekken waarbij het seksuele misbruik voor het eerst aan de orde is gekomen.

Zij heeft verklaard dat tijdens het functioneringsgesprek aan [slachtoffer 1] werd gevraagd of er sprake was van seksuele intimidatie op de werkvloer. Ze zag dat [slachtoffer 1] wit weg trok en wat ging huilen. [slachtoffer 1] vertelde dat verdachte aan haar borsten zat. Na [slachtoffer 1] was [slachtoffer 2] aan de beurt voor haar functioneringsgesprek. [slachtoffer 2] heeft tijdens het gesprek niet geantwoord op de vraag over seksuele intimidatie op de werkvloer. Na het gesprek is [slachtoffer 2] naar [slachtoffer 1] gegaan. [slachtoffer 1] heeft toen tegen [slachtoffer 2] verteld dat verdachte haar betast had. [slachtoffer 2] heeft daarop verteld dat [voornaam 3] het ook bij haar heeft gedaan. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hadden wel eens verteld dat als verdachte iets moest doen voor hen, er wel iets tegenover moest staan. [slachtoffer 1] heeft verteld dat verdachte bij haar aan de borsten zat. [slachtoffer 2] heeft verteld dat hij ook aan de tepels zoog en met zijn hand tussen de benen zat. In een gesprek heeft verdachte aangegeven dat hij aan de tepels van [slachtoffer 2] had gezogen met wederzijds goedvinden. Verdachte een man is die zich continu wil bewijzen.5

Ook getuige [getuige 2] (mannelijke camping eigenaar) heeft verklaard over het voor het eerst aan de orde komen van het seksueel misbruik. Hij heeft verklaard dat tijdens het functioneringsgesprek aan [slachtoffer 1] werd gevraagd of er sprake was van seksuele intimidatie. [slachtoffer 1] begon te huilen. Hij zag dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] samen op de receptie aan het huilen waren en toen bleek hem dat er bij [slachtoffer 2] ook wat was gebeurd. Verdachte heeft in een gesprek verklaard dat hij bij [slachtoffer 2] aan haar borsten en tepels heeft gezeten. Hij heeft haar borsten eruit gehaald en aan de tepels gezogen. Dit was met wederzijds goed vinden.

Over verdachte waren al klachten binnen gekomen. Verdachte gedroeg zich als een god op de camping.6

De rechtbank overweegt dat uit de stukken in het dossier blijkt dat beide aangeefsters zeer gedetailleerd en consistent hebben verklaard; niet alleen over de ontuchtige handelingen, maar ook over de manier waarop dit telkens gebeurde. Daarbij heeft aangeefster [slachtoffer 1] tijdens het functioneringsgesprek als eerste aangegeven dat verdachte haar bij de borsten heeft gepakt en aan de tepels heeft gezogen. Na [slachtoffer 1] was [slachtoffer 2] aan de beurt voor haar functioneringsgesprek. Direct na dit gesprek sprak [slachtoffer 2] met [slachtoffer 1] en kwam erachter dat [slachtoffer 1] verteld had dat er sprake was van seksuele intimidatie door verdachte. [slachtoffer 2] is daarop gelijk naar haar baas [getuige 2] gegaan en heeft hem verteld dat ook bij haar sprake was van seksuele intimidatie door verdachte. De stelling van verdachte dat het verhaal van [slachtoffer 1] is ingegeven door [slachtoffer 2] is daarmee naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk. Daar komt bij dat [slachtoffer 1] al in de zomer met haar vriend over de seksuele handelingen had gesproken.

De rechtbank acht de verklaringen van beide aangeefsters betrouwbaar en daarmee bruikbaar voor het bewijs.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen omdat sprake is van onvoldoende steunbewijs De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Volgens artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering en de op die bepaling betrekking hebbende jurisprudentie van de Hoge Raad kan en mag het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij eraan in de weg staat dat de rechter tot een bewezenverklaring komt ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander (wettig) bewijsmateriaal. Uit deze jurisprudentie volgt dat niet is vereist dat het springende punt (het door verdachte betwiste onderdeel van de betreffende verklaring) steun vindt in een ander bewijsmiddel. Voldoende is dat de gebezigde verklaringen van de aangeefster op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat de verklaring niet op zichzelf staat, maar is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.

De rechtbank is van oordeel dat hiervan sprake is en baseert zich hierbij naast de al beschreven verklaringen van de campingeigenaren op de volgende verklaringen die zijn afgelegd.

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat ze niet alleen wil zijn met verdachte. In 2015 kwam hij een keer wat repareren en heeft toen haar blouse iets naar voren getrokken en achter haar blouse gekeken, naar haar borsten. Hij zei iets in de trant van: “even in je decolleté kijken, ze hangen er gezellig bij”. Ze heeft toen haar blouse tot boven dichtgemaakt. Na de reparatie zei verdachte: “heb je je blouse nou dicht gemaakt voor mij? Dat hoef niet hoor, je borsten mogen er best zijn”. Verdachte is altijd handtastelijk geweest. Twee jaar geleden raakte hij haar borsten aan.7

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat haar man, verdachte, op feestjes wel eens vrouwen in de buurt van de borsten aanraakte en net deed alsof hij een pluisje weghaalde. Verdachte heeft tegen over haar toegegeven dat hij aan de borsten van [slachtoffer 2] heeft gezeten en dat hij in haar slipje heeft gezeten.8

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal.

De verklaringen van voornoemde getuigen ondersteunen de verklaringen van de aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dat verdachte een dominante man is. Ook blijkt uit de verklaringen van de voornoemde getuigen [getuige 3] en zijn echtgenote [getuige 4] dat verdachte gericht was op de borsten van vrouwen.

Dat er sprake was van wederzijds goedvinden, zoals door verdachte verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank, gelet op hetgeen hierboven is vermeld, ongeloofwaardig.

Vorenstaande brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat de verklaringen van beide aangeefsters niet op zichzelf staan, maar dat deze zijn ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in andere bronnen zoals hierboven verwoord.

De rechtbank acht het ten laste gelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 29 oktober 2015 te Voorthuizen, gemeente Barneveld,

(telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen,

bestaande uit het opzettelijk ontuchtig vastpakken en/of betasten van haar (blote) borst(en) en/of tepel(s) en/of bil(len) en/of wrijven over en/of betasten en/of aanraken van haar vagina,

en welk geweld of andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend die [slachtoffer 1] van achteren te benaderen en/of (vervolgens) onverhoeds haar (blote) borst(en) en/of tepel(s) en/of bil(len) vast te pakken en/of te betasten en/of onverhoeds haar vagina aan te raken en/of te betasten en/of die [slachtoffer 1] vast te pakken en/of in een hoek en/of tegen een muur te duwen en/of de vrije doorgang te versperren en/of gebruik te maken van zijn dominante/overheersende voorkomen;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 januari 2011 tot en met 29 oktober 2015 te Voorthuizen, gemeente Barneveld,

(telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid,

[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig vastpakken en/of betasten van en/of wrijven over haar vagina en/of borst(en) en/of tepel(s) en/of likken en/of in de mond nemen van haar borst(en) en/of tepel(s) en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of

andere feitelijkheid bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend die [slachtoffer 2] de (gelijkende) woorden: "je moet me nu bedanken, met je borsten" en/of "werk maar gewoon mee, dan gaat het sneller" en/of "werk maar even mee, dan ben je er zo van af" toe te voegen en/of die [slachtoffer 2] vast te pakken en/of in een hoek en/of tegen een muur te duwen

en/of de vrije doorgang te versperren en/of gebruik te maken van zijn dominante/overheersende voorkomen en/of zijn fysieke overwicht en/of onverhoeds haar borst(en) en/of tepel(s) vast te pakken en/of te betasten ;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 en 2:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarden een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en een locatieverbod rond de woningen en werkplek – camping [camping] te Voorthuizen - van beide aangeefsters. De straal van het locatieverbod is ter beoordeling aan de rechtbank.

Gelet op de ernst van de feiten en gelet op de omstandigheid dat de feiten hebben plaatsgevonden op de werkvloer waar de slachtoffers zich veilig moeten kunnen voelen, stelt de officier van justitie dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. De officier van justitie heeft voorts rekening gehouden met de blanco justitiële documentatie en de ouderdom van de zaak.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aan de hand van een aantal uitspraken van rechtbanken gepleit dat een langdurige gevangenisstraf niet passend is en dat zeer verschillend gestraft is voor soortgelijke feiten. Een gebiedsverbod is niet aan de orde gelet op de feiten uit het dossier, zoals het vragen van hulp door aangeefsters aanverdachte. Hieruit blijkt dat zij niet bang zijn voor verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 1 augustus 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 14 december 2016.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Verdachte heeft de slachtoffers gedurende een periode van vier tot vijf jaren gedwongen ontuchtige handelingen te dulden. Door op deze wijze te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Verdachte en de slachtoffers waren directe collega’s van elkaar en door de functie van verdachte – de technische man op de camping - moesten ze vaak zijn hulp inschakelen om problemen op te lossen. Het hele gebeuren heeft veel impact gehad op de slachtoffers, zoals onder meer blijkt uit de voorgelezen slachtofferverklaringen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting rekening gehouden met de aard en de ernst van de feiten, het feit dat er sprake is van twee slachtoffers, de stelselmatigheid van het gebeuren over een lange periode en het gegeven dat verdachte niet eerder voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. De rechtbank is alles overziend van oordeel dat de eis van de officier van justitie een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorlopige hechtenis, passend en geboden is.

De rechtbank zal geen bijzondere voorwaarden opleggen, zoals gevorderd door de officier van justitie.

De rechtbank ziet op basis van het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, onvoldoende aanleiding deze bijzondere voorwaarden op te leggen om daarmee onnodig de bewegingsvrijheid van verdachte in te perken. Niet gebleken is dat verdachte de afgelopen tijd op enige wijze contact heeft gezocht of heeft willen zoeken met de aangeefsters. Verdachte woont op voldoende afstand van de aangeefsters zodat de kans gering is dat zij elkaar in het dagelijkse leven zullen treffen.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het respectievelijk onder feit 1 en 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van respectievelijk € 4.462,45 en

€ 4.2670,70.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot betaling van het bedrag van € 4.462,45 toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot betaling van het bedrag van € 4.2670,70 toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk zijn aangezien de verdediging vrijspraak heeft bepleit.

Subsidiair stelt de verdediging dat beide vorderingen onvoldoende onderbouwd zijn en om die reden afgewezen dienen te worden dan wel niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van [slachtoffer 1]

Materiële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 1 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 712,45 aan materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar de burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Immateriële schade

De rechtbank zal een bedrag van € 2000,- aan immateriële schade toewijzen, nu zij dat bedrag redelijk en billijk acht. Wat betreft het meer of anders gevorderde moet de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 29 oktober 2015.

[slachtoffer 2]

Materiële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 2 bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 517,70 aan materiële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

Immateriële schade

De rechtbank zal een bedrag van € 2000,- aan immateriële schade toewijzen, nu zij dat bedrag redelijk en billijk acht. Wat betreft het meer of anders gevorderde moet de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 29 oktober 2015.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 57 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) maanden;

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

  • -

    dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit.

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van € 2.712,45 (zevenentwintighonderd en twaalf euro en vijfenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van

€ 2.712,45 (zevenentwintighonderd en twaalf euro en vijfenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom

35 dagenhechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], van een bedrag van € 2.517,70 (vijfentwintighonderd en zeventien euro en zeventig eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 2.517,70 (vijfentwintighonderd en zeventien euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 35 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Gerritsen (voorzitter),

mr. L.C.P. Goossens en mr. H. Broekhuizen, rechters,

in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 september 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten S.D.G. Reuling van de politie Oost Nederland, Dienst regionale recherche, afdeling thematische opsporing, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016128706, gesloten op 16 maart 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 40-43

3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 59-63

4 Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 september 2017

5 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 96-98.

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 71-72.

7 Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek [getuige 3] , d.d. 13 april 2016

8 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] , p. 112