Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4952

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
26-09-2017
Zaaknummer
05/700090-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft de vordering van de officier van justitie om de PIJ-maatregel met drie maanden te verlengen, afgewezen. De PIJ-maatregel wordt ook wel gezien als TBS voor jeugdigen. In dit geval gaat het om een 20-jarige jongere. De rechtbank vindt dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden om de PIJ-maatregel nog te verlengen.

De jongeman zit al lang in het PIJ-regime en heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt. De rechtbank vindt verlenging niet meer nodig om de veiligheid van andere mensen te waarborgen.

Evenmin vindt de rechtbank dat de maatregel nog nodig is voor de ontwikkeling van de jongere. Integendeel; het lijkt hem nu eerder te stagneren.

De rechtbank heeft de PIJ-maatregel voorwaardelijk beëindigd. Dat betekent dat de jongeman het komende jaar nog wel aan een aantal strakke voorwaarden moet voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Parketnummer : 05/700090-12

beschikking op de vordering tot verlenging plaatsing inrichting voor jeugdigen van de meervoudige raadkamer voor kinderstrafzaken d.d. 26 september 2017

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats], wonende aan de [adres] , [postcode] in [plaats] ,

raadsman: mr. W. Suttorp, advocaat te Rotterdam.

De procedure

De raadkamer heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie. De rechtbank heeft de vordering op 8 augustus 2017 ontvangen.

De vordering strekt tot verlenging met drie maanden van de bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank d.d. 3 september 2012 opgelegde maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met betrekking tot:

[veroordeelde]

Het verloop van de procedure

De raadkamer heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder:

- de aantekeningen als bedoeld in artikel 77t, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, en

- het advies van de Rijks Justitiële Jeugdinrichting [naam] te [plaats 2] , hierna te noemen: [naam] , gedateerd 21 juli 2017. In het advies wordt geadviseerd om de maatregel voorwaardelijk te beëindigen.

In raadkamer van 12 september 2017 zijn gehoord:

- de veroordeelde ( [veroordeelde] );

- diens raadsman, W. Suttorp;

- de deskundige drs. [deskundige] , als gedragsdeskundige verbonden aan de RJJI;

- de heer [deskundige 2] namens Reclassering Nederland;

- de ouders van [veroordeelde] , en

- de officier van justitie, mr. S. Markink-Grolman.

De officier van justitie heeft de vordering toegelicht. Zij blijft van mening dat de PIJ met drie maanden moet worden verlengd.

De deskundige heeft het advies toegelicht.

[veroordeelde] en zijn raadsman verzetten zich tegen toewijzing van de vordering.

De standpunten

In het advies van [naam] staat onder meer:


“Voor het inschatten van het recidiverisico is gebruik gemaakt van de SAVRY. (…).

Op basis van de aan- en afwezigheid van de verschillende risicofactoren en beschermende

factoren wordt het risico op gewelddadige recidive bij [veroordeelde] als laag tot matig geschat (…). Bij de historische factoren is te zien dat [veroordeelde] een aantal hoge risicofactoren heeft. Echter, op de sociaal-contextuele en de individuele factoren welke gedurende de PIJ-maatregel zijn bewerkt, scoort hij nu op alle items laag of matig. Op de Savry die was gemaakt op 3 maart 2017, scoorde hij op de items riskant/impulsief gedrag, gebrek aan empathie en berouw en onvoldoende medewerking aan interventies hoog. Deze scores werden veroorzaakt door zijn toen vrij recente politiecontacten en zijn verminderde motivatie op dat moment. De afgelopen periode heeft [veroordeelde] laten zien meer adequaat om te kunnen gaan met teleurstellingen en minder risicovol gedrag te laten zien. Al blijft dit een aandachtspunt omdat [veroordeelde] tijdens zijn time out periode in de JJI een situatie terecht kwam waaruit niet duidelijk werd of hij onder druk iets heeft meegenomen of heeft afgestaan, maar wel in een voor hem belastende situatie terechtkwam. Te zien is dat [veroordeelde] veel protectieve factoren heeft en dat hij veel steun krijgt. (…)

Gezien de positieve ontwikkelingen van de afgelopen periode is op 21 juli 2017 een nieuwe SAVRY gemaakt.( …)

In de lopende PIJ behandeling is de delictsituatie en de bijbehorende problematiek uitvoerig met [veroordeelde] besproken. Hierdoor zal de invloed van de problematiek in de kans op herhaling minder zijn dan bij de start van de PIJ behandeling, omdat hij hierop diverse behandelmodules en therapieën heeft gevolgd. Er blijven met betrekking tot de diagnose nog zorgen over het zich ontwikkelen tot een stabiel persoon die in mindere mate beïnvloedbaar is. Echter, ook hier is de afgelopen behandelperiode verder aan gewerkt. Tevens is zijn positie ten opzichte van zijn ouders veranderd en neemt hij meer eigen verantwoordelijkheid en durft meer eigen keuzes te maken, die hij goed kan onderbouwen naar ouders waardoor hij wel de steun van ouders blijft behouden. De acculturatieproblematiek wordt hierbij ook besproken, waarbij vooral naar voren komt dat moeder meer westers georiënteerd is en vader meer vanuit de Chinese cultuur beredeneert. Wel zijn er nog steeds zorgen over het aangaan van relaties met anderen op een positieve manier, het in stand houden van deze relaties en beïnvloeding door anderen. Doordat [veroordeelde] in bepaalde situaties krampachtig en rigide reageert, niet alles goed aanvoelt en het overzicht op de totale situatie verliest, heeft hij moeite aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten.

(…) [veroordeelde] is heel bewust bezig met zijn toekomst qua scholing. Hij heeft ook ervaren dat hij niet makkelijk zijn delict achter zich kan laten doordat het een publiciteitsgevoelig delict is. [veroordeelde] probeert een sociaal netwerk op te bouwen in zijn woonplaats van herkomst. Hij heeft behoefte aan meer autonomie en laat in de praktijk zien hier soms nog wat steun bij nodig te hebben. [veroordeelde] staat aan verschillende kanten (ouders, school, vrienden en inrichting) onder druk met betrekking tot verwachtingen en het zich bewijzen naar anderen. Hij lijkt de verantwoordelijkheden die hij heeft steeds beter op te kunnen pakken en vraagt vaker om hulp dan hij eerder deed. Middels een risicotaxatie (SAVRY) komt naar voren dat [veroordeelde] matig tot laag scoort op het risico op (gewelddadige)recidive. Op basis van de voortgang die [veroordeelde] laat zien willen wij adviseren de PIJ-maatregel voorwaardelijk te beëindigen. (…)”

Tijdens de behandeling in raadkamer van 12 september 2017 heeft de deskundige het advies toegelicht. Voor [veroordeelde] moest eerder dan verwacht een dagbesteding gevonden worden omdat de school in de zomer eerder eindigde dan verwacht. [veroordeelde] kreeg een time-out in juni 2017, voor het niet hebben van een dagbesteding. Voor de dagbesteding die later werd gevonden (fabriekswerk) heeft [veroordeelde] zich matig ingezet.
De afgelopen twee weken is [veroordeelde] naar zijn opleiding ( [naam opleiding] ) gegaan. Dat gaat goed, hij is gemotiveerd. Maar omdat het traject van [veroordeelde] de laatste tijd met ups en downs is gegaan, en omdat [veroordeelde] pas nét is begonnen met zijn studie, adviseert de deskundige toch een verlenging met drie maanden. Zij twijfelt wel of [veroordeelde] dan nog gemotiveerd is. De voorwaarden uit het rapport van [naam] kunnen worden opgenomen als toch voorwaardelijk zou worden beëindigd.

De officier van justitie merkt op dat [veroordeelde] de afgelopen periode een stijgende lijn heeft laten zien maar ze blijft van mening dat er onvoldoende basis is om nu tot een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ maatregel te komen. Tijdens het Scholings- en Trainings programma (STP) was de focus vooral gericht op het vinden van dagbesteding. [veroordeelde] heeft steken laten vallen. Hij is nu bezig met een nieuwe studie die veel van hem vergt. Het is pril. Er is onvoldoende zicht op hoe dat zal gaan verlopen.

De raadsman heeft verzocht de vordering af te wijzen. [veroordeelde] heeft een positieve ontwikkeling laten zien. Hij kan steeds beter omgaan met teleurstellingen. Hij maakt meer eigen keuzes, laat verantwoordelijkheid zien, communiceert beter met zijn ouders en ook met zijn begeleiders. Zijn beïnvloedbaarheid is verder op de achtergrond komen te staan. Het recidive risico is ook laag. [veroordeelde] is toe aan een volgende stap en de maatregel moet voorwaardelijk worden beëindigd zodat [veroordeelde] kan laten zien wat hij waard is.

De overwegingen van de raadkamer

De raadkamer ziet zich voor een lastige afweging geplaatst. De officier van justitie vindt dat de maatregel van [veroordeelde] nog drie maanden langer moet duren, en de deskundige was het tijdens de mondelinge behandeling met haar eens. Maar in het schriftelijke advies van 21 juli 2017 van [naam] staat dat die instelling zich kan vinden in een voorwaardelijke beëindiging, en [veroordeelde] en zijn advocaat zijn het daar – dat wekt geen verbazing – mee eens.

De raadkamer stelt voorop dat de maatregel al is begonnen op 8 januari 2013. Over een paar maanden zou [veroordeelde] alweer vijf jaar in het PIJ-regime zitten. Op zich kán de maatregel nog (maximaal met twee jaar) worden verlengd, maar op enig moment moet zo’n maatregel wel stoppen, een jongere moet na een aantal jaren zijn leven buiten de muren weer kunnen oppakken.

Wettelijk gezien is verlenging van de PIJ maatregel alleen mogelijk wanneer aan een aantal criteria is voldaan. Ten eerste moet de ‘veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen’ de verlenging van de maatregel eisen. Ten tweede moet de verlenging in het belang zijn van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de betrokkene.

Met betrekking tot die veiligheid merkt de raadkamer het volgende op: Het risico op herhaling wordt door [naam] ingeschat als ‘laag tot matig’. [naam] ziet geen ernstig risico meer op geweldsdelicten. Zij beschrijft dat het recidiverisico voornamelijk ziet op het impulsieve gedrag van [veroordeelde] , zijn gebrek aan empathie en onvoldoende medewerking aan interventies.


[veroordeelde] is in mei van dit jaar begonnen met het STP en de mensen om hem heen zeggen dat dat goed loopt. Dat vindt hij zelf ook. [naam] ziet nog wat zorgpunten; zo is [veroordeelde] lang weggeweest uit zijn gezin en spreekt hij, anders dan zijn ouders, veel beter Nederlands dan Chinees. Maar dat wordt opgevangen met systeemtherapie. Ook zijn andere zorgpunten benoemd, zoals de beïnvloedbaarheid van [veroordeelde] en zijn moeite aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten. Over dit laatste heeft [veroordeelde] tijdens de bespreking van de zaak op 12 september gezegd dat hij door zijn opleiding nieuwe mensen leert kennen en dat van hem wordt gevergd dat hij gaat samenwerken. Daarmee werkt hij aan zijn sociale vaardigheden. De raadkamer heeft gezien dat het [veroordeelde] menens is en zij spreekt haar vertrouwen uit dat [veroordeelde] zich vol zal inzetten voor zijn studie en toekomst.
[naam] heeft in het advies beschreven dat [veroordeelde] vaker dan voorheen om hulp vraagt en dat hij verantwoordelijkheden beter oppakt. Dat [veroordeelde] niet altijd aan interventies heeft meegewerkt, is toegelicht maar de raadkamer ziet dit zorgpunt evenmin als iets wat direct voor het risico op (gewelds-)recidive van toepassing is.

De raadkamer is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de verlenging van de maatregel niet meer noodzakelijk is met het oog op de ‘veiligheid van anderen’.

Het volgende vraagpunt is of verlenging nog in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [veroordeelde] . De raadkamer is er evenmin van overtuigd dat dit het geval is. Zij meent, en dit wordt onderschreven door de deskundige, dat er een reëel risico bestaat dat een nieuwe verlenging van de maatregel juist averechts zal werken op [veroordeelde] en dus niet zal bijdragen aan een voortzetting van de positieve lijn die hij al heeft laten zien. [veroordeelde] is op dit moment gemotiveerd voor zijn nieuwe opleiding. Het is voor hem ook, zoals hij zelf tijdens de behandeling in raadkamer heeft benadrukt, belangrijk dat hij op enig moment los kan komen van het verleden. Zolang de PIJ-maatregel nog loopt, vormt dat een grote barrière, zowel praktisch als emotioneel.

De raadkamer ziet dat in. Hoewel zij geenszins wil afdoen aan het delict, en de ernst en impact daarvan, is zij van oordeel dat aan de vereisten voor verlenging niet meer wordt voldaan en dat het tijd is dat de maatregel wordt beëindigd.

Daarbij wordt, ten slotte, ook overwogen dat in de periode van de voorwaardelijke beëindiging door de voorwaarden waaraan [veroordeelde] zich dient te houden, voldoende zicht op zijn verdere ontwikkeling zal blijven bestaan.

Gezien het voorgaande is verlenging van de PIJ-maatregel niet langer geboden. Aangezien de PIJ-maatregel niet zal worden verlengd, is de termijn van voorwaardelijke beëindiging gaan lopen met ingang van 24 september 2017. Op grond van artikel 77ta Sr zal [veroordeelde] zich gedurende de termijn van voorwaardelijke beëindiging moeten houden aan de hierna te noemen algemene voorwaarden. Daarnaast moet [veroordeelde] (zie art. 77tb Sr) zich houden aan de hierna te noemen bijzondere voorwaarden zoals [naam] die heeft voorgesteld in het rapport van 21 juli 2017.

De beslissing

Wijst de vordering van de officier van justitie af.

Stelt vast dat betrokkene zich dient te houden aan de volgende voorwaarden:

de algemene voorwaarden:

  • -

    betrokkene zal zich gedurende de voorwaardelijke beëindiging niet schuldig maken aan een strafbaar feit;

  • -

    betrokkene zal medewerking verlenen aan het toezicht van Reclassering Nederland;

  • -

    betrokkene zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

de bijzondere voorwaarden:

  • -

    betrokkene zal zich melden bij Reclassering Nederland, indien en zo lang als Reclassering Nederland dit nodig acht;

  • -

    betrokkene zal zich onthouden van alcohol en drugs en gaat niet gokken en zal indien Reclassering Nederland dit nodig acht behandeling ondergaan bij BoumanGGZ of een dergelijke instelling;

  • -

    betrokkene zal ambulante behandeling bij een GGZ-instelling zoals de Waag of het Dok volgen, indien Reclassering Nederland dit nodig acht;

  • -

    betrokkene zal niet op een ander adres gaan wonen zonder overleg en afstemming met Reclassering Nederland;

  • -

    betrokkene blijft zorg dragen voor een structurele dagbesteding; hij volgt een opleiding aan een Hoge School en zal niet zonder overleg met Reclassering Nederland van dagbesteding veranderen;

  • -

    betrokkene vraagt hulp wanneer zijn zaak in de media besproken wordt en/of wanneer hij door anderen herkend wordt;

  • -

    betrokkene geeft inzage in zijn sociale netwerk aan Reclassering Nederland;

  • -

    betrokkene geeft inzage in zijn financiën en blijft zorg dragen voor stabiele financiën.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Peper, kinderrechter als voorzitter, mr G.H.W. Bodt, kinderrechter, en mr. E. de Boer, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Wessels-Harmsen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 september 2017.