Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4903

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-09-2017
Datum publicatie
22-09-2017
Zaaknummer
05/840979-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

3 maanden gevangenisstraf en ontneming van bijna 2 ton voor grote hennepkwekerij

De rechtbank Gelderland heeft een 40-jarige man uit Heerewaarden veroordeeld voor hennepteelt en diefstal van elektriciteit. In een loods naast de woning van de man is een grote hennepkwekerij met meer dan zeshonderd hennepplanten aangetroffen. In de loods zijn meerdere aanwijzingen gevonden waaruit blijkt dat eerder al vier keer is geoogst. De stroom voor deze kwekerij werd illegaal afgenomen, doordat er met de meterkast was geknoeid. De man ontkende enige betrokkenheid bij de hennepkwekerij, maar de rechtbank vindt zijn verklaringen niet aannemelijk. Ook de verklaringen van een meegebrachte getuige worden niet geloofwaardig geacht. De rechtbank acht gelet op de omvang van de kwekerij bewezen dat de man deze feiten samen met een ander of anderen heeft gepleegd. De rechtbank heeft de man een gevangenisstraf van drie maanden opgelegd, zoals ook was voorgesteld door de officier van justitie. Hiervan is één maand gevangenisstraf voorwaardelijk, omdat de rechtbank wil voorkomen dat de man opnieuw de fout in gaat. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat de man met de hennepkwekerij geld heeft verdiend. Daarom moet hij een bedrag van € 191.148,23 aan de Staat betalen om hem het wederrechtelijk verkregen voordeel te ontnemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/840979-16

Datum uitspraak : 22 september 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .

Raadsman: mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 08 september 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 april 2016 tot en met 21 juni 2016 te Heerewaarden, gemeente Maasdriel,

in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer gram hennep en/of ongeveer 606 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 606 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 april 2016 tot en met 21 juni 2016 te Heerewaarden, gemeente Maasdriel,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand gelegen aan de [adres 2] aldaar, heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen hoeveelheid elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 21 juni 2016 is in een aan verdachte toebehorende loods, gelegen aan de [adres 2] te Heerewaarden (gemeente Maasdriel), een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen.

De loods is ingedeeld in drie compartimenten.2 In het achterste (derde) compartiment bevonden zich twee kweekruimtes waar in totaal 606 hennepplanten stonden.3 De stroom ten behoeve van de hennepkwekerij werd illegaal afgenomen. De stroom was buiten de meter om gelegd en de zegels van de meterkast waren verbroken.4 De woning van verdachte grenst aan het perceel van de loods.5

Ten aanzien van feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich, alleen dan wel samen met een ander of anderen, schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Volgens de officier van justitie dient de rechtbank de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de door verdachte meegebrachte getuige [getuige] buiten beschouwing te laten, nu deze getuige aantoonbaar heeft gelogen. De verklaring van verdachte acht de officier van justitie ongeloofwaardig. Gelet op de omstandigheid dat de kwekerij in de loods van verdachte is aangetroffen en de verschillende aanwijzingen dat hij betrokken was bij de hennepkwekerij, kan een bewezenverklaring volgen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat verdachte niets van de hennepkwekerij afwist. Hij heeft enkel een gedeelte van zijn loods verhuurd. Als wordt aangenomen dat hij hiermee in voorwaardelijke zin de kwekerij heeft gefaciliteerd, kan dit hooguit medeplichtigheid opleveren.

Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat, indien bewezen wordt geacht dat verdachte zich bezig heeft gehouden met een hennepkwekerij, dit over een betrekkelijk korte periode gaat.

Beoordeling door de rechtbank

Vast staat dat in de aan verdachte toebehorende loods een hennepkwekerij is aangetroffen. De vraag die voorligt is of bewezen kan worden dat verdachte zich heeft bezig gehouden met het exploiteren van deze hennepkwekerij. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

Ter zitting heeft de door verdachte meegebrachte getuige [getuige] verklaard dat hij verantwoordelijk is voor het opbouwen en onderhouden van de aangetroffen hennepkwekerij. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig, nu de getuige op meerdere punten aantoonbaar een onjuiste verklaring heeft afgelegd. Gelet hierop zal de rechtbank deze getuigenverklaring terzijde schuiven en bij de beoordeling geheel buiten beschouwing laten.

Verdachte heeft verklaard dat hij niets te maken heeft met de aangetroffen hennepkwekerij en hij het gedeelte van de loods waarin de hennepkwekerij zich bevond per maart 2016 heeft verhuurd aan een man. Deze man zou volgens verdachte op een dag op het terrein van verdachte zijn gekomen en aan verdachte hebben gevraagd of hij een ruimte kon huren. Hierop heeft verdachte naar eigen zeggen ter plekke contant geld in ontvangst genomen van deze man en hem twee sleutels gegeven, te weten één van de schuifpoort die toegang geeft tot het terrein en één van de toegangsdeur van het compartiment in de loods waarin de kwekerij zat. Van de deur die toegang geeft tot dit compartiment in de loods had verdachte zelf geen sleutel meer, zo heeft hij tegenover de politie verklaard. Hij heeft nooit iets gemerkt van de kwekerij.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte dat hij een gedeelte van zijn loods zou hebben verhuurd en nooit iets heeft gemerkt van de hennepkwekerij volstrekt ongeloofwaardig.

Ten eerste heeft verdachte de stelling dat een gedeelte van de loods zou zijn verhuurd, op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Verdachte heeft van deze huurder geen nadere gegevens kunnen geven en enkel een voornaam genoemd. Een schriftelijke huurovereenkomst is nooit opgemaakt. Dat bij een verhuur van een gedeelte van verdachtes loods een dergelijk stuk niet werd, dan wel achteraf zou worden opgesteld, acht de rechtbank zeer onaannemelijk, te meer nu verdachte volgens zijn verklaring direct zijn sleutels heeft afgegeven waarmee de huurder toegang had tot verdachtes terrein. De rechtbank gaat aldus voorbij aan de verklaring van verdachte dat hij zijn loods aan een ander zou hebben verhuurd.

Ten tweede heeft verdachte zeer wisselende verklaringen afgelegd over de sleutel van de deur die vanuit het middelste compartiment in de loods toegang verschaft tot het achterste compartiment waar de hennepkwekerij is aangetroffen. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat deze deur door de verhuurder (de rechtbank leest huurder) was afgesloten en dat alleen de huurder de sleutel had. Ter zitting heeft verdachte aanvankelijk dezelfde verklaring afgelegd, waarna hij vervolgens heeft verklaard dat er een hangslot aan zijn kant van de loods zat en verdachte daar zelf een sleutel van had en hij dus zelf toegang had tot het compartiment waar de hennepkwekerij is aangetroffen. In het licht van het voorgaande valt zonder deugdelijke uitleg bovendien niet te verklaren dat op de dag dat de hennepkwekerij is ontdekt, de deur tussen het middelste en achterste compartiment kennelijk niet alleen niet was afgesloten, maar zelfs met de scharnieren niet vast zat. Verdachte kon de deur als het ware uit het kozijn tillen. Volgens de aanwezige verbalisanten wist verdachte kennelijk dat hij de deur bij de scharnieren moest tegenhouden.6 Verdachte heeft tegenover de politie noch ter zitting een deugdelijke laat staan begrijpelijke verklaring gegeven, terwijl zulks wel van hem kan worden verlangd, zeker in het ter zitting geschetste scenario dat hij zelf over de sleutel van het hangslot beschikte.

Ten derde acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat, in het scenario dat verdachte schetst, hij nooit iets heeft gemerkt van de hennepkwekerij. Volgens de verbalisanten was in het middelste compartiment een zoemend geluid van afzuiging door een ventilator hoorbaar, die zich bevond in de kwekerij.7 Indien verdachte in zijn uitleg zou worden gevolgd zou die afzuiging voor maart 2016 niet hoorbaar moeten zijn geweest. Daarmee is zonder deugdelijke uitleg niet aannemelijk dat hem dit niet was opgevallen. De omstandigheid dat hij alleen de heftruck loods in zou rijden8 is in dat geval niet afdoende, zeker niet nu hij ter zitting een niet onderbouwde, geheel andersluidende en daarmee tegenstrijdige verklaring heeft gegeven.

Daarnaast blijkt uit het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel dat buiten de kweekruime een gebruikte koolstoffilter is aangetroffen9, dat in het gedeelte buiten de kwekerij tussen oude potten en isolatiemateriaal gedroogde resten van henneptoppen zijn aangetroffen10 en dat in het middelste gedeelte van de loods meerdere droogbakken met een verdroogd hennepblad zijn aangetroffen11.

Daarnaast heeft verdachte ter zitting verklaard dat de meterkast, waar illegaal de elektriciteit werd afgenomen ten behoeve van de hennepkwekerij, zich in het eerste compartiment van de loods bevond, waarvan alleen verdachte de sleutel had.12 Een verklaring voor hoe de ‘huurder’ van het pand met de meter gerommeld zou kunnen hebben, heeft verdachte niet gegeven.

Tot slot blijkt uit het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel dat aannemelijk is dat er meerdere keren is geoogst. Zo lagen er in het compartiment waar de twee kweekruimtes aanwezig waren knipbenodigdheden, de scharen voelden plakkerig aan en er zaten bruine resten van vermoedelijk hennepplanten aan. Op de toegangsdeuren van de kwekerij zat groene algvorming en er was kalkvorming zichtbaar op zwarte plastic potten en op het grondzeil waar de hennepplanten op stonden.13 De rechtbank acht het volstrekt onaannemelijk dat verdachte, die in elk geval langs de loods kwam als hij daar met de hond ging lopen, en woont op het terrein aangrenzend aan dat van de loods, niets heeft gemerkt van het opbouwen, verzorgen en oogsten van de kwekerij gedurende een langere periode. Daarbij komt nog dat verdachte, zowel volgens zijn eigen verklaring als volgens de verklaring van zijn partner, in de periode van de tenlastegelegde feiten ten gevolge van een ongeluk hele dagen thuis zat.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte zich zelf bezig heeft gehouden met de exploitatie van de in zijn loods aangetroffen hennepkwekerij. De rechtbank acht hiermee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Ten aanzien van de vraag of het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid hennep, overweegt de rechtbank dat in artikel 1, tweede lid, van het Opiumwetbesluit (Besluit van 9 december 2002, stb. 624, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van 29 oktober 2012, stb. 550, i.w.tr. op 8 januari 2013) wordt bepaald dat als grote hoeveelheid onder meer moet worden beschouwd 500 gram hennep. Gelet op de omstandigheid dat er in de loods 606 hennepplanten zijn aangetroffen, acht de rechtbank ook bewezen dat het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

De rechtbank acht niet bewezen dat in de uitoefening van een beroep of bedrijf is gehandeld.

Tot slot overweegt de rechtbank dat zij bewezen acht dat verdachte de hennepkwekerij samen met een ander of anderen heeft geëxploiteerd. Gelet op de omvang van de kwekerij, de omstandigheid dat een aantal keer is geoogst en gezien de verklaring van verdachte ter zitting dat hij wegens een auto-ongeluk sinds april 2016 alleen maar op de bank zat, is de rechtbank van oordeel dat verdachte de kwekerij niet alleen kan hebben onderhouden. Ook het tenlastegelegde medeplegen acht de rechtbank daarom wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich, alleen dan wel samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan diefstal van elektriciteit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte niets van de hennepkwekerij afwist. Hij heeft enkel een gedeelte van zijn loods verhuurd. Als wordt aangenomen dat hij hiermee in voorwaardelijke zin de kwekerij heeft gefaciliteerd, kan dit hooguit medeplichtigheid opleveren.

Beoordeling door de rechtbank

Zoals reeds hiervoor is besproken ten aanzien van het eerste tenlastegelegde feit staat vast dat in de aan verdachte toebehorende loods de zegels in de meterkast zijn verwijderd. Hierdoor kon ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal stroom worden afgenomen.


Gelet hierop acht de rechtbank ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit waarbij het goed door middel van verbreking onder zijn bereik is gebracht. Gezien de samenhang tussen de aangetroffen hennepkwekerij en de ten behoeve daarvan illegaal afgenomen stroom acht de rechtbank ook hier bewezen dat verdachte, mede gelet op de omvang van de kwekerij, het feit samen met een ander of anderen heeft begaan. De rechtbank verwijst in dit kader ook naar hetgeen zij hierover heeft overwogen ten aanzien van het eerste tenlastegelegde feit en acht ook het tenlastegelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 april 2016 tot en met 21 juni 2016 te Heerewaarden, gemeente Maasdriel,

in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer gram hennep en/of ongeveer 606 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende

hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te weten 606 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten en/of delen daarvan);

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 april 2016 tot en met 21 juni 2016 te Heerewaarden, gemeente Maasdriel,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand gelegen aan de [adres 2] aldaar, heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen hoeveelheid elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.

Ten aanzien van feiten 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van 07 augustus 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een tweetal feiten.

Op de eerste plaats heeft verdachte in een naast zijn woning gelegen loods een grote hennepkwekerij geëxploiteerd. In de loods zijn meer dan zeshonderd hennepplanten aangetroffen en er zijn aanwijzingen dat er een aantal keren eerder is geoogst. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van elektriciteit. Doordat er geknoeid was met de meterkast werd er illegaal elektriciteit afgenomen om de hennepkwekerij van stroom te voorzien. Dit zijn ernstige feiten. Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van het illegale circuit van de handel in softdrugs. De verspreiding van en handel in hennep gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Daarbij komt dat hennep een schadelijke stof is voor de volksgezondheid en de teelt ervan veel overlast met zich meebrengt. Daarnaast leidt diefstal van elektriciteit tot veel overlast en financiële schade voor de energieleverancier.

Gelet op de grootte van de aangetroffen hennepkwekerij en het aantal oogsten is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding voor een lagere straf. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf van drie maanden zoals geëist door de officier van justitie passend, maar hiervan zal één maand gevangenisstraf voorwaardelijk worden opgelegd. Dit om te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst opnieuw laat verleiden tot het plegen van dergelijke strafbare feiten.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57, 91, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 13 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op 2 (twee) jaren wordt bepaald;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. C. Kleinrensink en mr. S.H. Keijzer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Bongers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 september 2017.

Mr. C. Kleinrensink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016621027z gesloten op 21 december 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 4.

3 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 4-5; verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 08 september 2017.

4 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 6; proces-verbaal van aangifte met bijlagen van [aangever] namens de benadeelde [slachtoffer] , p. 98-99.

5 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 4; 6; proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens de benadeelde [slachtoffer] , p. 128.

6 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 5.

7 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 5; proces-verbaal van bevindingen, p. 161.

8 Proces-verbaal verhoor verdachte p. 228.

9 Rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 83.

10 Rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 86.

11 Rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 87.

12 Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting 8 september 2017

13 Rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 83.