Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4892

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-09-2017
Datum publicatie
25-09-2017
Zaaknummer
05/720252-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een man die op 18 augustus 2016 in Aalten met messen en een hakbijltje de straat op ging veroordeeld voor bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht. Aan hem is een gevangenisstraf van 16 maanden opgelegd, waarvan 8 maanden voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijk strafdeel zijn bijzondere voorwaarden verbonden.

De rechtbank kan niet vaststellen dat er een aanmerkelijk kans was dat verdachte met het gooien van messen twee verbalisanten daadwerkelijk in het gezicht zou raken én daarbij zodanig letsel zou kunnen ontstaan dat dit zeer ernstig of zelfs fataal zou zijn.

De rechtbank is van oordeel dat de bewezen verklaarde feiten wel ernstige feiten betreffen. Het gaat om een drietal zeer ingrijpende bedreigingen met messen in een zeer hectische en verontrustende situatie. De rechtbank is van oordeel dat een langere gevangenisstraf op zijn plaats is. Dat tot de slachtoffers agenten behoorden die die dag gewoon hun werk deden en het beste voor hadden met verdachte werkt eveneens strafverzwarend .Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat verdachte gelet op zijn psychische toestand verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank komt bovendien tot een veel beperktere bewezenverklaring dan de officier van justitie. Dit alles maakt dat de rechtbank ook tot een veel lagere strafoplegging komt dan geëist.

De rechtbank acht het van belang dat verdachte de geadviseerde behandeling en begeleiding zal volgen en zal daarom een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen en daar die voorwaarden aan verbinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/720252-16

Datum uitspraak : 21 september 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ,

destijds wonende te [adres] .

Raadsman: mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen

van 22 november 2016, 16 februari 2017, 11 mei 2017, 13 juli 2017 en 7 september 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 augustus 2016 te Aalten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , beiden (hoofd)agent(en) van politie (tijdens de rechtmatige uitoefenig van zijn/haar/hun bediening) opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet

-meermalen, althans eenmaal, met een of meer mes(sen) en/of een of meer (hak/keuken) bijl(tje(s)), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend(e) voorwerp(en) heeft gegooid/geworpen naar/in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

-(vervolgens) meermalen, althans eenmaal, met (een) mes(sen) en/of een of meer

(hak/keuken)bijl(tje(s)), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend(e) voorwerp(en) (welke verdachte (al dan niet) boven zijn hoofd had geheven) (dreigend) op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is afgerend/afgelopen en/of

-meermalen, althans eenmaal, met voornoemd(e) mes(sen) en/of (hak/keuken)bijl(tje(s)), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend(e) voorwerp(en) (een) stekende en/of zwaaiende en/of snijdende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van de/het hoofd(en) en/of de/het (boven)licha(a)m(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (waarbij hij

verdachte meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) heeft geroepen/geschreeuwd: "I kill you, I kill you" en/of "Kill me" en/of "Shoot me"), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 18 augustus 2016 te Aalten ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , beiden (hoofd)agent(en) van politie (tijdens de rechtmatige uitoefenig van zijn/haar/hun bediening) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

-meermalen, althans eenmaal, met een of meer mes(sen) en/of een of meer (hak/keuken) bijl(tje(s)), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend(e) voorwerp(en) heeft gegooid/geworpen naar/in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

-(vervolgens) meermalen, althans eenmaal, met (een) mes(sen) en/of een of meer

(hak/keuken)bijl(tje(s)), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend(e) voorwerp(en) (welke verdachte (al dan niet) boven zijn hoofd had geheven) (dreigend) op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is afgerend/afgelopen en/of

-meermalen, althans eenmaal, met voornoemd(e) mes(sen) en/of (hak/keuken)bijl(tje(s)), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend(e) voorwerp(en) (een) stekende en/of zwaaiende en/of snijdende beweging(en) heeft gemaakt in de richting van de/het hoofd(en) en/of de/het (boven)licha(a)m(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (waarbij hij verdachte meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) heeft geroepen/geschreeuwd: "I kill you, I kill you" en/of "Kill me" en/of "Shoot me"), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 18 augustus 2016 te Aalten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , beiden (hoofd)agent(en) van politie (tijdens de rechtmatige uitoefenig van zijn/haar/hun bediening) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

-meerdere, althans een, mes(sen), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend()e voorwerp(en) aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft getoond/voorgenhouden en/of

-meermalen, althans eenmaal, een of meer mes(sen), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend()e voorwerp(en) heeft gegooid/geworpen naar/in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

-(vervolgens) meermalen, althans eenmaal met (een) mes(sen), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend(e) voorwerp(en) in zijn -verdachtes- hand(en) op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is afgerend/afgelopen en/of

-(daarbij)voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd :"I kill you, I kill you" en/of "Kill me" en/of "Shoot me", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 18 augustus 2016 te Aalten [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/is verdachte opzettelijk dreigend

-een priem/mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp aan die [slachtoffer 3] getoond voorgehouden en/of

-met voornoemd(e) priem/mes, althans het daarop gelijkende scherpe en/of puntige en/of snijdende voorwerp (opgeheven in zijn hand(en)) op die [slachtoffer 3] afgelopen en/of blijven aflopen;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

Op 18 augustus 2016 kreeg de Regionale Meldkamer van de politie het bericht dat er een verwarde man in Aalten liep die mogelijk in een psychose zou verkeren. Ter hoogte van het politiebureau zagen zij een man die hun aandacht trok. Die man bleek de begeleider van de betreffende man te zijn, die vertelde dat de man‘s ochtends mogelijk een meisje zou hebben bedreigd. Over de man was al meerdere keren contact geweest met GGNet. Hij was inmiddels al naar zijn woning gelopen. De verbalisanten zijn vervolgens naar de woning gegaan aan de [adres] . Tijdens het aanrijden hoorden zij dat er de vorige dag ook al bemoeienis met de man was geweest en dat hij toen ook ernstig in de war was. Ter plaatse gekomen zagen zij een man met ontbloot bovenlichaam naar buiten komen. Hij had messen en een hakbijltje in zijn had, hij schreeuwde en hij keerde zich vervolgens tegen de politieagenten.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de primair ten laste gelegde pogingen tot doodslag niet bewezen verklaard kunnen worden. Verdachte heeft niet met de hakbijl gegooid. Verder is het niet duidelijk met welke messen verdachte heeft gegooid. Hij had meerdere messen bij zich, zowel keukenmessen als boterhammessen. Hiermee kan geen dodelijk letsel toegebracht worden. Wel zou met de messen mogelijk zwaar lichamelijk letsel toegebracht kunnen worden, bijvoorbeeld als (één van) deze messen in het oog terecht zou komen. Het subsidiair tenlastegelegde kan bewezen worden, aldus de raadsman.

Ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde bedreiging heeft de raadsman opgemerkt dat dit feit bewezen verklaard kan worden.

Beoordeling door de rechtbank

Relevante bewijsmiddelen voor feit 1:

De verdachte heeft ter terechtzitting van 7 september 2017 verklaard dat hij op 18 augustus 2016 in zijn woning op [adres] een einde aan zijn leven wilde maken. Hij wilde zijn polsen doorsnijden en heeft ook een mes op zijn keel gezet. Op een gegeven moment is hij naar buiten gegaan. Hij zag daar een vrouw lopen. Hij kan zich niet herinneren dat hij de vrouw heeft aangesproken. Heel kort daarna stond de politie er. Hij was op dat moment weer in zijn woning. Hij is weer naar buiten gelopen. Hij had op dat moment messen in zijn hand. Hij kan zich niet herinneren dat hij met messen of een hakbijl heeft gegooid, maar hij sluit uit dat hij dat gedaan heeft in de hoop dat hij doodgeschoten zou worden. Hij weet dat hij een aantal keren heeft geroepen “Kill me” en “Shoot me”.2

M. [slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan. Zij heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat zij op 18 augustus 2016 in Aalten dienst had als politieagent en dat zij samenwerkte met haar collega [slachtoffer 2] . Zij droegen een politie-uniform inclusief complete bewapening. Zij kregen een melding over [verdachte] . Zij reden naar het perceel [adres] . Toen zij uit waren gestapt, hoorden zij lawaai uit de woning nummer 118. Er vielen spullen en een man schreeuwde. Zij hoorden agressie in de stem van de man.

Er kwam een man met ontbloot bovenlichaam uit de woning. Hij kwam in hun richting lopen en keek hen met een woeste en indringende blik aan. Zij zag dat de man meerdere messen in zijn handen had. Dat waren diverse soorten messen en ook een soort hakbijltjes, in totaal een stuk of zes a zeven. Zij zag dat de man zichzelf poogde te verwonden. Zij zag dat de man haar aankeek en naar zijn borst wees. Hij zei “Shoot me, kill me”. Zij probeerde de man te kalmeren, maar dat had een averechtse werking. De man gooide met kracht een mes in de richting van haar collega [slachtoffer 2] , die weg moest duiken achter de auto. Als hij dat niet gedaan zou hebben, zou dat mes hem aan het hoofd geraakt hebben. Het was op een meter of acht afstand van verbalisanten. Van het een op het andere moment had de man al zijn aandacht op haar gericht. Zij zag en hoorde dat de man meerdere messen in haar richting gooide. Als zij die niet ontwijkt had, zouden deze haar hoofd geraakt hebben. Zij rende naar de andere kant van het politievoertuig. De man kwam met een zwart hakbijltje in zijn hand op haar afrennen. Zijn arm was opgeheven en hij maakte hakbewegingen. Zij heeft rondjes om de auto gelopen terwijl de man met versnelde pas achter haar aan bleef lopen en riep “shoot me, kill me”. Hij hield het bijltje boven zijn hoofd. Zij heeft de man uitgeschakeld door één maal op zijn benen te schieten. Er vielen meerdere messen om hem heen op de grond.3

[slachtoffer 2] heeft een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Hij heeft daarin vermeld dat hij op 18 augustus 2016 samen met zijn collega [slachtoffer 1] belast was met de noodhulp in de gemeente Aalten. Zij kregen een melding over [verdachte] . Zij zijn naar de woning van de man gegaan aan de [adres] te Aalten. Nog voordat zij uit hun dienstvoertuig konden stappen, kwam er een man met ontbloot bovenlichaam uit de woning. Hij zag dat de man diverse messen in zijn handen had. De man schreeuwde tegen hen en zwaaide met de messen. Hij schreeuwde onder meer “Kill me, Kill me, shoot me”. Zij hebben de man meerdere keren aangeroepen om de messen te laten vallen. Opeens gooide de man een mes in zijn richting. Hij kon het mes ontwijken. Hij voelde zich bedreigd door deze handeling van de man. De man deed enkele stappen in zijn richting en had daarbij nog een groot vleesmes en een hakbijltje in zijn handen. Hij heeft zich omgedraaid en is weggerend. De man heeft hem niet aangevallen. Hij zag dat de man de punt van een groot mes op zijn borst zette en bleef roepen “Kill me kill me”. Hij durfde de man niet dicht te naderen wegens het gevaar dat de man mogelijk weer een mes in zijn richting zou gooien. De man gooide nog een voorwerp in zijn richting. Later bleek dat dit een mes was. Daarna richtte de man zich op zijn collega [slachtoffer 1] . Die heeft gebruik gemaakt van haar dienstwapen om de man tot staan de brengen. Hij heeft de messen die nog voor de man lagen weggeschopt, opgepakt en in de surveillanceauto gelegd.4

[naam 1] heeft een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Hij heeft verklaard dat hij een melding kreeg van [slachtoffer 1] dat er met spoed collega’s ter plaatse moesten komen, omdat een man met messen collega’s bedreigde. Wat later hoorde hij dat de man messen aan het gooien was. Hij is naar die plek gereden. Hij zag de man met ontbloot bovenlijf. In de ene hand had de man een klein vleeshakbijltje en in de andere hand een groot mes. Hij zag dat beide collega’s op afstand stonden. Hij zag dat de man ineens hard achter zijn collega [slachtoffer 1] aan liep en zeer dreigend met het hakbijltje en het mes aan het zwaaien was, op een afstand van drie tot vijf meter. Hij zag dat zijn collega [slachtoffer 1] hard wegliep en dat de man hard achter haar aanliep. Het was zeer bedreigend. Toen zij stopte en zich omdraaide in de richting van de man stopte de man. De afstand tussen beiden was tussen de vijf en acht meter. De man maakte dreigende bewegingen met de hakbijl en een mes. Nadat een schot was gelost, liet de man deze vallen.5

De getuige [naam 2] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat de bewoner van [adres] een mes naar de politie gooide en dat de afstand tussen de man en de politie ongeveer zes meter was.6

De getuige [naam 3] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat een man die in de deuropening van [adres] stond één mes naar de politie gooide, dat de politieagent wegdook achter een auto en dat die auto op ongeveer vijftien meter stond. Als de politieagent niet was weggedoken, had het mes haar ook gemist.7

De getuige [naam 4] heeft verklaard dat hij zag dat de man iets gooide naar de agente en zij dat moest ontwijken. De onderlinge afstand was 4 a 5 meter.8

Beoordeling feit 1

Door de verbalisanten en de getuigen is wisselend verklaard over de hoeveelheid en het soort messen waarmee is gegooid. Ook wordt wisselend verklaard over de afstand tussen verdachte en verbalisanten op het moment dat verdachte gooide. Op zich zelf is dit niet vreemd omdat in een hectische en zeer verontrustende situatie de waarneming van getuigen zelden hetzelfde is. Een aantal vaststellingen is op basis van de getuigenverklaringen met voldoende zekerheid te doen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte niet met een hak- of keukenbijltje gegooid. Verbalisant [slachtoffer 2] heeft namelijk verklaard dat verdachte op gegeven moment tot staan wordt gebracht. De messen die dan voor verdachte liggen (en die hij dus niet heeft gegooid), heeft [slachtoffer 2] daarna in de surveillanceauto gelegd. De rechtbank stelt vast dat dit de hakbijl en het vleesmes waren aangezien deze op de rechtervoorstoel van de surveillanceauto zijn aangetroffen.9

De rechtbank vindt wel bewezen dat verdachte heeft gegooid met de messen afgebeeld op:

  • -

    foto 25, en in detail afgebeeld op foto 27, en

  • -

    foto 31, en in detail afgebeeld op foto 32.

Dit zijn namelijk messen die gevonden zijn vlak bij het surveillancevoertuig van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Het betreffen twee messen die in het proces-verbaal worden aangeduid als zogenaamde brood/smeermessen met scherpe punt.10

Uit de verklaringen van [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] leidt de rechtbank af dat er met één mes is gegooid naar [slachtoffer 1] en dat verdachte toen op een afstand stond van minimaal 5 meter. Dat met meer messen naar [slachtoffer 1] is gegooid, volgt niet uit de getuigenverklaringen. Naar [slachtoffer 2] (op basis van zijn eigen verklaring) zijn twee messen gegooid door verdachte waarbij de rechtbank op basis van de verklaring van [slachtoffer 1] uitgaat van een onderlinge afstand van 8 meter. Dat naar de verbalisanten met in ieder geval drie messen is gegooid, past ook bij het aantreffen van broodmessen bij het haagje en bij het politievoertuig.

Uit de verklaringen van de verbalisanten volgt dat verdachte ”kill me, shoot me” heeft geroepen maar niet dat verdachte zou hebben geroepen “I kill you”.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld tot welke strafbaar feit het gooien met de messen kan leiden. Verdachte had gezien zijn woorden (kill me, shoot me) kennelijk niet openlijk de bedoeling de agenten daadwerkelijk te doden. Om tot het bewijs van poging doodslag of poging zware mishandeling te komen, zou dan sprake moeten zijn van voorwaardelijk opzet. Daartoe zou verdachte bewust de aanmerkelijke kans moeten hebben aanvaard dat hij door het gooien van de messen de verbalisanten zou doden of ernstig letsel zou toebrengen. De rechtbank is van oordeel dat van deze aanmerkelijk kans geen sprake is geweest. Zij overweegt daartoe het volgende.

De rechtbank gaat er vanuit dat de verbalisanten in uniform waren en dat een gemiddeld broodsmeermes hier niet gemakkelijk doorheen kan komen. Voor zover dodelijk of zwaar lichamelijk letsel had kunnen ontstaan door het gooien met een dergelijk mes, had dat dus in het gezicht of de hals letsel moeten ontstaan door bijvoorbeeld het raken van een oog of een slagader.

De rechtbank constateert dat geen verder onderzoek is gedaan naar de messen. Zo blijkt niet wat het gewicht van de messen is waarmee is gegooid en hoe scherp de punten daarvan zijn. De rechtbank heeft vastgesteld dat de afstand bij het gooien naar [slachtoffer 1] minimaal 5 meter moet zijn geweest. Dit is een aanzienlijke afstand om (als ongeoefend persoon) gericht te kunnen gooien. Over de vraag of de verbalisanten geraakt zouden zijn als zij niet waren weggedoken, verschillen de getuigen bovendien van mening. Als verdachte iemand geraakt had met het mes, is bovendien niet zeker dat dit met de punt van het mes zou zijn geweest of een lichaamsdeel zoals het oog of een slagader.

Al met al kan de rechtbank niet vaststellen dat er een aanmerkelijk kans was dat verdachte met het gooien van de messen de verbalisanten daadwerkelijk in het gezicht zou raken én daarbij zodanig letsel zou kunnen ontstaan dat dit zeer ernstig of zelfs fataal zou zijn.

Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde. De rechtbank acht de onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde bedreiging met enig misdrijf teven het leven gericht wel wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2:

[slachtoffer 3] heeft aangifte gedaan. Zij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard zij op 18 augustus 2016 de woning verliet van haar vriendin, wonende aan de [adres] . Zij liep naar haar auto, die geparkeerd stond in een parkeervak voor perceel [adres] . Op het moment dat zij bijna bij de auto was zag zij een man uit de woning naar buiten lopen. De man kwam in snelle pas recht op haar aflopen. Hij had een soort priem in zijn rechterhand. Het voorwerp was ongeveer twintig centimeter, met een punt aan de voorzijde en een handvat aan de achterzijde. De man had zijn rechterhand omhoog en de punt van de priem wees naar voren, in haar richting. Zij hoorde dat de man Engels tegen haar praatte. Hij schreeuwde niet maar wel luid en krachtig. Zij werd angstig, want zij wist niet wat de man van haar wilde. Hij bleef in haar richting lopen. Zij is achteruitgelopen om meer ruimte te creëren, maar de man bleef in haar richting lopen en had de priem nog steeds op dezelfde manier vast. Zij dacht op dat moment dat hij haar zou gaan neer steken en dood maken. Zij werd hierdoor erg bang en voelde zich erg bedreigd door de man. Zij is weggerend.11

[slachtoffer 3] is aanvullend gehoord. Zij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat de man een paar keer stekende bewegingen in haar richting maakte. Zij heeft niet gehoord wat de man heeft gezegd omdat zij alleen maar bezig was om weg te komen. Zij was verlamd van de schrik en was bang dat de man haar dood ging steken. Op een bepaald moment was de afstand tussen hen zo dat de man haar kunnen aanraken en zelfs steken. Telkens als zij naar achteren ging, deed de man een stap naar voren waarbij hij steeds dreigde haar neer te steken met de priem. Hij was heel agressief. Zij is weggerend toen zijn aandacht verslapte. De politie was snel ter plaatse. Zij heeft gezien dat de man wat naar de politie gooide en hoorde dat hij aan het schreeuwen was. De politie moest steeds dekking zoeken. Zij heeft gezien dat de man korte tijd later door de politie is neergeschoten.12

De verdachte heeft ter terechtzitting van 7 september 2017 verklaard dat hij op 18 augustus 2016 in zijn woning op het adres [adres] te Aalten een einde aan zijn leven wilde maken. Hij wilde zijn polsen doorsnijden en heeft ook een mes op zijn keel gezet. Op een gegeven moment is hij naar buiten gegaan. Hij zag daar een vrouw lopen. Hij kan zich niet herinneren dat hij de vrouw heeft aangesproken. Heel kort daarna stond de politie er.13

[naam 5] is als getuige gehoord. Zij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat zij op 18 augustus 2016 over [adres] reed. Ter hoogte van [adres] zag zij een vrouw op straat staan en dat tegenover haar een man stond. Deze man had een soort slagersmes in zijn had. De vrouw liep steeds achteruit en de man liep naar haar toe. Het leek haar een behoorlijke angstige situatie voor die vrouw, want de man met het mes had een echt dreigende houding. Zij wilde veiligheid creëren voor de vrouw, dus besloot zij om met haar auto tussen de man en vrouw in te gaan staan. Op het moment dat zij naar hen toereed rende de vrouw weg.14

De rechtbank acht gezien bovenstaande bewijsmiddelen de onder 2 ten laste gelegde bedreiging met enig misdrijf teven het leven gericht wettig en overtuigend bewezen. Verdachte kan het zich weliswaar niet herinneren maar de aangifte en de getuigenverklaring spreken voor zich en uit de onder feit 1 genoemde bewijsmiddelen volgt ook al dat verdachte buiten zich zelf was en dat hij met messen rondliep.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 18 augustus 2016 te Aalten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , beiden (hoofd)agent(en) van politie (tijdens de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- meerdere, althans een, mes(sen), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of een snijdend()e voorwerp(en) aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft getoond/voorgenhouden en/of

- meermalen, althans eenmaal, een of meer mes(sen), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend()e voorwerp(en) heeft gegooid/geworpen naar/in de richting van die [slachtoffer 1] en

- meermalen een of meer mes(sen), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of snijdend()e voorwerp(en) heeft gegooid/geworpen naar/in de richting van die [slachtoffer 1] en

/of [slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) meermalen, althans eenmaal met (een) mes(sen), althans (een) daarop gelijkend(e) scherp(e) en/of puntig(e) en/of een snijdend(e) voorwerp(en) in zijn -verdachtes- hand(en) op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is afgerend/afgelopen en/of

- (daarbij) voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden heeft toegevoegd :"I kill you, I kill you" en/of "Kill me" en/of "Shoot me", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 18 augustus 2016 te Aalten [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/is verdachte opzettelijk dreigend

- een priem/mes, althans een daarop gelijkend scherp en/of puntig en/of snijdend voorwerp aan die [slachtoffer 3] getoond voorgehouden en/of

-met voornoemd(e) priem/mes, althans het daarop gelijkende scherpe en/of puntige en/of snijdende voorwerp (opgeheven in zijn hand(en)) op die [slachtoffer 3] afgelopen en/of blijven aflopen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Meer subsidiair:

  • -

    bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, en

  • -

    bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er heeft een multidisciplinair onderzoek plaatsgevonden naar de persoon van verdachte. Uit de rapporten van respectievelijk Dr. [naam 6] (psychiater/psychoanalyticus) van 6 februari 2017 en drs. [naam 7] (gezondheidszorgpsycholoog) van 7 februari 2017 komt naar voren dat verdachte heeft geweigerd zijn volledige medewerking te verlenen. Naar het oordeel van de rapporteurs leek er wel sprake te zijn van een stoornis. Van Os schrijft dat het het meest waarschijnlijk is dat verdachte last heeft van een ongespecificeerde schizofrenie of andere psychotische stoornis. Er is geadviseerd te overwegen verdachte ter observatie in het Pieter Baan Centrum (PBC) op te laten nemen.

De rechtbank heeft vervolgens beslist dat verdachte ter observatie opgenomen diende te worden in de psychiatrische observatiekliniek van het gevangeniswezen Peter Baan Centrum in Utrecht dan wel een andere daartoe ingerichte forensische instelling.

Er heeft vervolgens onderzoek van verdachte plaatsgevonden in het Pieter Baan Centrum. Ook daar heeft verdachte slechts gedeeltelijk aan het te verrichten onderzoek meegewerkt. Bij het PBC is men op basis van de observaties op de afdeling, het psychiatrisch en het psychologisch onderzoek tot de conclusie gekomen dat bij verdachte zeer waarschijnlijk sprake is van een (post)psychotisch beeld, gunstig reagerend op inname van een antipsychoticum. Het is echter niet met zekerheid te stellen of, en in welke mate sprake was van een psychotisch of ander psychiatrisch beeld. Daarvoor was het onderzoek te beperkt. De onderzoekers hebben zich onthouden van een advies in welke mate de feiten verdachte toe te rekenen zijn.

Hoewel de deskundigen over te weinig informatie beschikten om een diagnose te stellen, is de rechtbank op basis van hetgeen uit die rapporten over verdachte naar voren komt, het beeld dat uit het proces-verbaal van politie over verdachte naar voren komt en het feit dat verdachte tijdens zijn detentie in PPC Zwolle gunstig heeft gereageerd op inname van een antipsychoticum, van oordeel dat er bij verdachte sprake is geweest van een stoornis ten tijde van het plegen van de feiten en dat verdachte als gevolg daarvan verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf waarvan één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, met daaraan verbonden de door Reclassering Nederland bij rapport van 4 september 2017 genoemde bijzondere voorwaarden.

Ter toelichting op de eis heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte heeft geprobeerd twee agenten van het leven te beroven en een ernstige bedreiging heeft gepleegd. Dit heeft niet alleen op de slachtoffers, maar ook in de gemeente Aalten veel teweeg gebracht. De officier van justitie aangevoerd hij er anderzijds rekening mee heeft gehouden dat verdachte in enige mate verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat volstaan dient te worden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op 7 september 2017. Gelet op hetgeen in zijn visie bewezenverklaard zou kunnen worden heeft verdachte al te lang in voorlopige hechtenis doorgebracht. De raadsman heeft verzocht het voorwaardelijk strafdeel zo te matigen dat de totale duur van de op te leggen gevangenisstraf 15 maanden zal bedragen. De raadsman kan zich vinden in oplegging van de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie zeer ernstige bedreigingen. Hij is, terwijl hij in een verwarde toestand was, uit zijn woning gegaan en heeft een toevallig passerende vrouw zodanig met een mes of een priem bedreigd dat zij doodsangsten heeft uitgestaan. Toen de politie kort daarna kwam is verdachte met een hakbijltje en een aantal messen in zijn hand op de politie afgelopen en hen ook nagelopen. Drie messen heeft hij in de richting van de agenten gegooid. De situatie was voor de politieagenten zodanig bedreigend dat één van hen het dienstwapen heeft getrokken en heeft besloten verdachte neer te schieten. Dit alles heeft niet alleen op de direct betrokkenen, maar ook voor omstanders die het hebben zien gebeuren, veel indruk gemaakt.

Omdat het gaat om een drietal zeer ingrijpende bedreigingen met messen in een zeer hectische en verontrustende situatie, is de rechtbank van oordeel dat een langere gevangenisstraf op zijn plaats is. Dat tot de slachtoffers agenten behoorden die die dag gewoon hun werk deden en het beste voor hadden met verdachte werkt eveneens strafverzwarend.

Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat verdachte gelet op zijn psychische toestand verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank komt bovendien tot een veel beperktere bewezenverklaring dan de officier van justitie. Dit alles maakt dat de rechtbank ook tot een veel lagere strafoplegging komt dan geëist.

De reclassering heeft in het rapport van 4 september 2017 vermeld dat, nu er vanuit de psychologische en psychiatrische onderzoeken geen adviezen zijn gekomen, vanuit risicomanagement een (deels) voorwaardelijke veroordeling wenselijk is. De begeleiding en behandeling van verdachte is goed. Door middel van een aantal bijzondere voorwaarden kan het vermoedelijke risico beheerst worden.

De geadviseerde voorwaarden zijn ter terechtzitting aan verdachte voorgehouden. Hij heeft gezegd dat hij wil meewerken aan de bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst met ingang van dinsdag 12 september 2017. Verdachte kon vanaf dat moment gaan verblijven in een instelling voor beschermd wonen. Zijn geestelijke toestand lijkt inmiddels voldoende stabiel te zijn om zich ook aan de door de Reclassering genoemde voorwaarden te kunnen houden.

De rechtbank acht het van belang dat verdachte de geadviseerde behandeling en begeleiding onder dezelfde voorwaarden zal blijven volgen en zal daarom een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen en daar die voorwaarden aan verbinden.

De rechtbank zal het geschorste bevel voorlopige hechtenis opheffen.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.536,-- (materiële schade € 886,-- en immateriële schade € 650,--).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en tevens de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de gevorderde materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de raadsman, verwijzende naar vergelijkbare gevallen, verzocht dit op een lager bedrag te stellen.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 886,-- materiële schade heeft geleden. De vordering is, voor wat betreft de materiele schade, ook niet betwist.

De rechtbank stelt het bedrag van geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid - en in het licht van wat in soortgelijke zaken wordt toegewezen - op een bedrag van € 300,--. Wat betreft de meer gevorderde immateriële schade zal de benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 7 september 2017 (datum zitting).

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  • -

    zijn medewerking zal verlenen aan het door de reclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

  • -

    zich zal blijven melden bij reclassering Zwolle (RN Adviesunit 5 Oost, contactpersoon mw. [naam 8] ) en zich zal blijven houden aan de aanwijzingen van de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    zal wonen in een Exodushuis, een instelling voor beschermd wonen of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering en zolang de reclassering dit nodig acht;

  • -

    zich zal laten behandelen bij I-psy (Specialist in interculturele psychiatrie) of een soortgelijke ambulante forensische (verslavings)zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering. Veroordeelde zal zich daarbij houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, ook als dit inhoudt medicatie-inname;

  • -

    geen alcohol en/of cannabis zal gebruiken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Om dit verbod te controleren wordt veroordeelde verplicht mee te werken aan urinecontroles indien de reclassering dit wenst;

  • -

    zal meewerken aan begeleiding door het FACT-team of een soortgelijke ambulante zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die begeleiding door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    zich in zal zetten voor het zoeken en houden van dagbesteding.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

De rechtbank:

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] :

- veroordeelt verdachte ten aanzien van het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 1.186,-- (éénduizend éénhonderdzesentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

- legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] een bedrag te betalen van € 1.186,-- (éénduizend éénhonderdzesentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 21 (éénentwintig) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

- bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

 heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door Mr. E.M. Vermeulen (voorzitter), mr. M.G.J. Post en mr. T.C. Henniphof, rechters, in tegenwoordigheid van A.B.M. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 september 2017.

Mr. Vermeulen is buiten staat mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam 9] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016407334-56, gesloten op 27 september 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 september 2017

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 133-135

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 41-43

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 44-46

6 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 2] , p. 62.

7 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 3] , p. 64.

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 4] , p. 73.

9 Proces-verbaal sporenonderzoek, pv-nummer: PLO0600-2016407334-27, derde blad.

10 Proces-verbaal van sporenonderzoek plaats delict,

11 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 115-116

12 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 117-118

13 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 september 2017

14 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 5] , p. 121