Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4866

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-09-2017
Datum publicatie
25-09-2017
Zaaknummer
05/740162-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft aan een 53-jarige man uit Mook en aan een 48-jarige man uit Oss die elkaar met wapens hebben bedreigd werkstraffen opgelegd van respectievelijk 80 en 150 uren.

De verdachten hebben tijdens een confrontatie die heeft plaatsgevonden op een vluchtstrook naast de snelweg bij Wijchen elkaar bedreigd met wapens. De 53-jarige man uit Mook is uit zijn auto gestapt en heeft daarbij een gummistaaf ter hand genomen. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit bedreiging met zware mishandeling oplevert. De 48-jarige man uit Oss, een medewerker van Dienst Vervoer en Ondersteuning van justitie, heeft daarop zijn dienstwapen getrokken en dit op de andere man gericht. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht oplevert. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat voor de laatstgenoemde man weliswaar sprake was van een noodweersituatie, maar dat hij hier op een andere manier op had kunnen en moeten reageren, door zich te onttrekken aan deze situatie. De straffen zijn conform de eisen van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740162-17

Datum uitspraak : 19 september 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

raadsman: mr. F.E.J. Janzing, advocaat te Wijchen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 september 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 27 oktober 2016 in de gemeente Wijchen, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een (gummi-/rubber-) stok/lat

en/of (een) rond stuk flexibel kunststof (mogelijk rubber of aanverwant

materiaal) van circa 38 centimeter, in zijn hand(en) gehad en/of met deze

stok/lat en/of (een) rond stuk flexibel kunststof (mogelijk rubber of

aanverwant materiaal) van circa 38 centimeter in zijn hand(en) dreigend op

voornoemde [slachtoffer] is afgelopen en/of met deze stok/lat en/of (een) rond stuk

flexibel kunststof (mogelijk rubber of aanverwant materiaal) van circa 38

centimeter een slaande beweging heeft gemaakt in de richting van die [slachtoffer]

(terwijl hij, verdachte, zich op korte afstand van die [slachtoffer] bevond);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

hij op of omstreeks 27 oktober 2016 op de Rijksweg A326, althans op of aan een

openbare weg, in de gemeente Wijchen, althans in Nederland, een

(gummi-/rubber-) stok/lat en/of (een) rond stuk flexibel kunststof (mogelijk

rubber of aanverwant materiaal) van circa 38 centimeter, zijnde (een)

voorwerp(en) als bedoeld in de categorie IV onder 7 van de Wet wapens en

munitie, heeft gedragen; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 27 oktober 2016 te Wijchen vindt een verkeersincident plaats tussen verdachte en aangever [slachtoffer] . Naar aanleiding daarvan stoppen zij beiden op de vluchtstrook van de A326. Verdachte stapt uit zijn auto en loopt naar [slachtoffer] toe. Hij draagt daarbij een gummistaaf van 38 cm naast zijn lichaam, die dan licht naar voren wijst en voor [slachtoffer] zichtbaar is. [slachtoffer] trekt daarop zijn dienstwapen en richt dat op het lichaam van verdachte, waarbij hij verdachte maant de gummistaaf weg te doen. Op dat moment is de afstand tussen verdachte en [slachtoffer] 1,5 tot 2 meter. Verdachte loopt terug naar zijn auto en rijdt weg.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, te weten bedreiging met zware mishandeling.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat enkel kan worden vastgesteld dat verdachte met de gummistaaf naast zijn lichaam naar [slachtoffer] is gelopen en niet dat hij daarmee een zwaaiende beweging naar [slachtoffer] heeft gemaakt. Uit deze handeling kan volgens de raadsman geen bedreiging met zware mishandeling volgen, als gevolg waarvan verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsman geen bewijsverweren gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt dat op basis van de bewijsmiddelen niet kan worden vastgesteld dat verdachte een zwaaiende beweging naar [slachtoffer] heeft gemaakt met zijn gummistaaf. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of verdachte [slachtoffer] heeft bedreigd door op hem af te lopen met de gummistaaf in zijn hand.

Voor een bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden gepleegd.

Door het handelen van verdachte kon naar oordeel van de rechtbank bij [slachtoffer] de redelijke vrees ontstaan dat verdachte daadwerkelijk zou slaan met de gummistaaf. Het op de vluchtstrook stoppen na een verkeersincident waarbij de gemoederen gaandeweg opliepen, het uit zijn auto uitstappen en op [slachtoffer] aflopen met die gummistaaf, kan onder deze omstandigheden geen enkel ander doel hebben gehad dan tenminste te dreigen daarmee letsel toe te brengen. Dat het wellicht niet het voornemen van verdachte is geweest om [slachtoffer] letsel toe te brengen toen hij zijn auto uitstapte, doet niet af aan het dreigende karakter van zijn handelen. De opzet volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de aard van de gedraging. De rechtbank acht daarom het primair tenlastegelegde, te weten bedreiging met zware mishandeling, wettig en overtuigend bewezen, nu de algemene ervaringsregels leren dat een klap met een gummistok de aanmerkelijke kans oplevert dat die klap zwaar letsel te weeg brengt.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

primair

hij op of omstreeks 27 oktober 2016 in de gemeente Wijchen, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een (gummi-/rubber-) stok/lat

en/of (een) rond stuk flexibel kunststof (mogelijk rubber of aanverwant

materiaal) van circa 38 centimeter, in zijn hand(en) gehad en/of met deze

stok/lat en/of (een) rond stuk flexibel kunststof (mogelijk rubber of

aanverwant materiaal) van circa 38 centimeter in zijn hand(en) dreigend op

voornoemde [slachtoffer] is afgelopen en/of met deze stok/lat en/of (een) rond stuk

flexibel kunststof (mogelijk rubber of aanverwant materiaal) van circa 38

centimeter een slaande beweging heeft gemaakt in de richting van die [slachtoffer]

(terwijl hij, verdachte, zich op korte afstand van die [slachtoffer] bevond);

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Bedreiging met zware mishandeling

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot het verrichten van 80 uren werkstraf, te vervangen door 40 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

Door de raadsman zijn geen strafmaatverweren gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 25 juli 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 24 augustus 2018.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling, door met een gummistaaf op aangever af te lopen. Verdachte heeft aangever hiermee angst aangejaagd. Verdachte heeft opgemerkt in 2012 ook een gummistaaf ter hand te hebben genomen, waarbij hij zag dat dit bij een ander een schrikreactie opwekte. Niet valt in te zien hoe verdachte op deze wijze wilde overgaan tot het voeren van een volwassen gesprek met [slachtoffer] , zoals hij zegt. Het had verdachte moeten weerhouden opnieuw op soortgelijke wijze op te treden.

Elke verkeersdeelnemer maakt fouten, dat heeft men van elkaar te accepteren, zeker in het drukke verkeer in Nederland. Als daarbij grenzen worden overschreden, kan dat bij de politie kenbaar worden gemaakt. De rechtbank neemt het verdachte én [slachtoffer] bijzonder kwalijk dat ze beiden zijn uitgestapt om elkaar de maat te nemen, dit met verstrekkende gevolgen. De rechtbank houdt ook rekening met het feit dat de situatie zich heeft afgespeeld op de openbare weg, waar andere voertuigen verdachte en aangever met hoge snelheid passeerden, hetgeen extra gevaarzettend werkt. Verder merkt de rechtbank op dat een vluchtstrook bedoeld is voor noodsituaties, waarvan hier bepaald geen sprake was. Feiten als deze, voor ieder zichtbare agressie in het verkeer, zijn schokkend voor de maatschappij en versterken gevoelens van angst en onveiligheid bij burgers. De rechtbank neemt dit verdachte bijzonder kwalijk.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 80 (tachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. R.G.J. Welbergen en

mr. M.C. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Diebels, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 september 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, interne onderzoeken, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer EX12-06-16, gesloten op 12 januari 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 10-12, het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] , p. 48-49, de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 5 september 2017 en het aanvullend proces-verbaal d.d. 7 maart 2017.