Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4468

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-08-2017
Datum publicatie
30-08-2017
Zaaknummer
C/05/323961 / KG RK 17/705
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen en een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak wordt niet in behandeling genomen. De procedurele beslissing zegt naar oordeel van de wrakingskamer, zonder nadere feiten en omstandigheden die niet zijn aangevoerd, niets over enige vooringenomenheid van de rechters. Kritiek op deze beslissing komt niet in aanmerking als een wrakingsgrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/323961 / KG RK 17/705

Beschikking van 24 augustus 2017

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 te Oss,

wonende te [adres] , thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid, hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van mr. K.A.M. van Hoof,

mr. C. van Linschoten en

mr. E.G.J. Broekhuizen, rechters in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechters.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige kamer van 18 juli 2017 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;

- het e-mailbericht van mr. K.A.M. van Hoof van 25 juli 2017.

Bij de mondelinge behandeling is verzoeker verschenen. De rechters hebben laten weten niet te zullen verschijnen.

2 Het wrakingsverzoek

2.1

Het verzoek strekt tot wraking van de rechters als rechters in de zaak met nummer 05/740036-17 tegen verzoeker als verdachte.

2.2

Verzoeker heeft zijn verzoek tijdens de mondelinge behandeling toegelicht. Het volgende ligt aan zijn verzoek ten grondslag. Door de voorzitter van de meervoudige kamer zou tijdens de terechtzitting van 18 juli 2017 zijn gezegd dat het bezwaarschrift niet zou worden besproken, omdat verzoeker in mei 2017 maar een bezwaarschrift had moeten indienen. Vervolgens zou zij hebben gezegd dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift al is verstreken.

Verzoeker heeft tijdens de mondelinge behandeling het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 juli 2017 overlegd, voorzien van commentaar ten aanzien van de punten in het proces-verbaal die volgens verzoeker niet kloppen.

2.3

De rechters hebben laten weten niet in de wraking te berusten. Zij hebben geen schriftelijk verweer gevoerd. Wat betreft de gang van zaken tijdens de zitting volstaan de rechters met een verwijzing naar het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 juli 2017.

3 De beoordeling

3.1

Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een wrakingsverzoek moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (HR 24 oktober 1995 NJ 1996,484). Uit de artikelen 36 en 37 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering/ 512 en 513 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv)/ 8:15 en 8:16 Algemene wet bestuursrecht en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat de verzoeker concrete feiten en omstandigheden moet aanvoeren waaruit objectief afgeleid moet worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is of de vrees van een partij dat dat zo is, objectief gerechtvaardigd is. Met inachtneming hiervan overweegt de wrakingskamer het volgende.

3.2

De wrakingskamer stelt vast dat het verzoek om wraking is toegespitst op de uitlating van de voorzitter dat zij het bezwaarschrift niet zou bespreken, omdat daarover op 2 mei 2017 al een beslissing zou zijn genomen. Tijdens de terechtzitting op 2 mei 2017 is het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard. Dit is een procedurele beslissing. Deze beslissing zegt naar het oordeel van de wrakingskamer zonder nadere feiten en omstandigheden die niet zijn aangevoerd, niets over enige vooringenomenheid van de rechters. Kritiek op deze beslissing komt dan ook niet in aanmerking als een wrakingsgrond. Naar het oordeel van de wrakingskamer was er dan ook ten tijde van de terechtzitting van 18 juli 2017 waar de beslissing op het bezwaarschrift van 2 mei 2017 is herhaald, geen sprake van enige partijdigheid en/of vooringenomenheid. Het verzoek is mitsdien ongegrond.

3.3

Verzoeker heeft het middel van wraking gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van misbruik. De rechtbank zal daarom op de voet van artikel 515 lid 4 Sv bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.

4 De beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek tot wraking af,

bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

Deze beschikking is gegeven door de mrs. H.P.M. Kester- Bik, M.J. van Lee en M.J.C. van Leeuwen in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.S. Verhagen en in openbaar uitgesproken op 24 augustus 2017.

- de griffier

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.