Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4364

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-07-2017
Datum publicatie
23-08-2017
Zaaknummer
05/780074-14
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:7422, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:7423, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft een 31 jarige man uit Schoener veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar ter zake gewoontewitwassen. Daarnaast is de man veroordeeld om, als wederrechtelijk verkregen voordeel, een bedrag van € 1.280.398,88 aan de Staat te betalen.

De rechtbank heeft de alternatieve lezing van de man, dat hij grote winsten had uit casinobezoeken, verworpen als zijnde niet aannemelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/780074-14

Datum uitspraak : 31 juli 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] .

raadsvrouw: mr. M.J. van Essen, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 27 mei 2015, 19 augustus 2015, 12 oktober 2015, 20 maart 2017, 1 juni 2017 en van 17 juli 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 08 juli 2014 tot en met 14 maart 2015, te Zwolle en/of te Ochten en/of te Vroomshoop en/of te Hardenberg, althans te

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt), (immers) heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens),

a. van één of meer voorwerp(en), te weten één of meer personenauto('s) en/of één of meer motor(en) de herkomst verborgen/verhuld en/of de vindplaats verborgen/verhuld en/of

de vervreemding verborgen/verhuld en/of de verplaatsing verborgen/verhuld

en/of verborgen/verhuld wie de rechthebbende op het/de voorwerp(en) was/waren

en/of het/de voorwerp(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of

een (cash) geldbedrag ten hoogte van 1.392.969,56 euro, althans enig(e) (cash) geldbedrag(en), verworven en/of voorhanden gehad en/of een (cash) geldbedrag ter hoogte van 1.392,969,56 euro, althans enig(e) (cash) geldbedrag(en) omgezet (telkens van cash naar goederen en diensten) en/of van een geldbedrag ten hoogte van 1.392.969,56 euro, althans enig(e) geldbedrag(en), gebruik gemaakt

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat het/de voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

althans, indien het vorenstaande onder het primair ten laste gelegde niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, subsidiair, dat :

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 08 juli 2014 tot en met 14 maart 2015, te Zwolle en/of te Ochten en/of te Vroomshoop en/of te Hardenberg, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

a. van één of meer voorwerp(en), te weten één of meer personenauto('s) en/of één of meer motor(en), de herkomst heeft/hebben verborgen/verhuld en/of de vindplaats heeft/hebben verborgen/verhuld en/of de vervreemding heeft/hebben verborgen/verhuld en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of verborgen/verhuld heeft/hebben wie de rechthebbende op het/de voorwerp(en) was/waren

en/of het/de voorwerp(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of

een (cash) geldbedrag ten hoogte van 1.392.969,56 euro, althans enig(e) (cash) geldbedrag(en), verworven en/of voorhanden gehad en/of een (cash) geldbedrag ter hoogte van 1.392,969,56 euro, althans enig(e) (cash) geldbedrag(en) omgezet (telkens van cash naar goederen en diensten) en/of van een geldbedrag ten hoogte van 1.392.969,56 euro, althans enig(e) geldbedrag(en), gebruik gemaakt

terwijl hij en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 14 december 2011 is verdachte, handelend onder de naam [naam 29] , tevens handelend onder de naam [naam 1] , failliet verklaard. Bij vonnis d.d. 10 april 2013 is het faillissement bij gebrek aan baten opgeheven. De restschuld bedroeg € 274,627,202.

Uit onderzoek verricht bij de Belastingdienst bleek dat verdachte vanaf 2009 geen enkel inkomen had. Eind 2012 had verdachte een negatief saldo op zijn bankrekening van € 42,--3.

Op tijdstippen in de periode van 8 juli 2014 tot en met 14 maart 2015 heeft verdachte in Nederland de navolgende geldbedragen verworven, voorhanden gehad en/of uitgegeven en de navolgende goederen voorhanden gehad.

- Een geldbedrag van € 861.887,674.

- Een geldbedrag van € 15.000,-- welk geldbedrag hij geschonken heeft aan [naam 2]5;

- Een geldbedrag van € 25.000,-- welk geldbedrag hij geschonken heeft aan [naam 3]6;

- Een [auto 1] voor € 193,000,--7;

- Een [auto 10] VK-433-B voor € 45.000,--8;

- Een [motor] , 11-MF-HJ voor € 29.500,--9;

- Een [auto 3] , [kenteken 1]10;

- Een [auto 4] , [kenteken 2] voor € 30.310,--11;

- Een [auto 5] , [kenteken 3] voor € 14.500,--12;

- Een [auto 6] voor € 36.000,--13;

Daarnaast heeft verdachte in voornoemde periode in Nederland de navolgende overige betalingen verricht;

- Een betaling via het GWK van € 5.335,1314;

- Kantoorbenodigdheden € 6.664,6815;

- Hotel voor zijn ouders in Marokko € 490,0016;

- Kosten verbouwing in Marokko € 22.500,0017

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, gewoontewitwassen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair tenlastegelegde, gewoontewitwassen, moet worden vrijgesproken en daartoe, kort zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

De officier van justitie gaat ten onrechte uit van een nulstand vanaf de aanvang van de tenlastegelegde periode, 8 juli 2014. Anders dan de officier van justitie stelt had verdachte, naast de € 300.000,-- die hij toen van [naam 4] had ontvangen, bij aanvang van de tenlastegelegde periode wel degelijk de beschikking over eigen vermogen bestaande uit winst uit casinobezoeken in Holland Casino. Dat verdachte tegenover anderen verklaarde over geen vermogen te beschikken had te maken met zijn persoonlijk faillissement. Nadat verdachte de toegang tot het Holland Casino was ontzegd is hij in Duitse casino’s gaan gokken waar hij ook meerdere aantoonbare forse geldbedragen heeft gewonnen. De door verdachte gedane aankopen zijn door hem betaald uit deze casino opbrengsten. Naar de casinowinsten van verdachte in Marokko, waar verdachte ook gewonnen heeft, is door de officier van justitie in het geheel geen onderzoek verricht.

De rechtbank begrijpt dit standpunt zo dat, anders dan de officier van justitie stelt, de bron voor alle uitgaven in de tenlastegelegde periode de opbrengst zou zijn van verdachtes winst behaald uit casinobezoeken bij Holland Casino, Duitse Casino’s, een casino in Marokko en een casino in Portugal.

Subsidiair worden diverse posten door de verdediging betwist. De verdediging stelt dat van het totaalbedrag van de kasopstelling, zijnde € 1.366,693,27, een bedrag van € 231,356,02 als betwiste posten moet worden geschrapt naast de € 300.000,-- die verdachte erkent waardoor resteert een bedrag van € 835,337,20 aan uitgaven waarvoor verdachte een aannemelijke verklaring heeft gegeven

Hieronder, bij de beoordeling door de rechtbank, zal nader op de betwisting worden ingegaan.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beoordeling of kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen dient als uitgangspunt te worden genomen dat er geen direct bewijs voor brondelicten aanwezig is. In dat geval dient het volgende beoordelingskader te worden gehanteerd:

  1. Is er zonder meer sprake van een vermoeden van witwassen?

  2. Heeft de verdachte een verklaring gegeven voor de herkomst?

  3. Is deze verklaring concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk?

  4. Is deze verklaring van de verdachte onderzocht?

  5. Leidt het vervolgonderzoek naar deze verklaring tot de conclusie dat met voldoende mate van zekerheid een legitieme herkomst kan worden uitgesloten?

Nu uit het dossier blijkt van twee momenten in de tenlastegelegde periode naar aanleiding waarvan een verdenking van witwassen ontstond zal de rechtbank beide momenten afzonderlijk beoordelen.

€ 300.000,-- ontvangen van [naam 4] .

Bij de beantwoording van de vorenstaande vragen betrekt de rechtbank de navolgende feiten en omstandigheden:

- Op 10 juli 2014 werd de politie gebeld door [naam 5] , eigenaar van garagebedrijf [naam 6] te Ochten. [naam 5] verklaarde dat hij die middag een [auto 7] had verkocht aan [verdachte] . [verdachte] zou meer dan € 100.000,-- contant hebben betaald. Voorts wilde [verdachte] de auto niet op zijn naam maar op naam van een ander.18 Uit nader onderzoek bleek dat de [auto 7] op naam stond van [naam 7] , zijnde de moeder van verdachte.

- Verdachte heeft van 29 april 2014 tot en met 7 juli 2014 in detentie verbleven. Verdachte heeft in de gevangenis [naam 4] (hierna [naam 4] ) leren kennen19.

- [naam 4] is op 19 juni 2014 door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar wegens het witwassen van grote bedragen crimineel geld, ruim € 2.500.000,--, en het bezit van 100 kilo cocaïne20.

- Verdachte heeft verklaard dat hij via de zoon van [naam 4] € 300.000,- cash geld heeft ontvangen afkomstig van [naam 4] . Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist waarom [naam 4] hem zomaar drie ton gaf en hij begrijpt dat dat vragen oproept.21

- Verdachte heeft een groot deel van die € 300.000,-- uitgegeven, onder meer de aanschaf van de [auto 7] , en een deel bij zijn ouders ondergebracht.22

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen van een geldbedrag van € 300.000,-, nu dit geldbedrag geen legale herkomst heeft. Gezien de tenlastelegging van witwassen over een langere periode zal de rechtbank onderstaand na beoordeling van de overige uitgaven toekomen aan de vraag of er sprak is van gewoontewitwassen zoals onder primair tenlastegelegd.

Overige uitgaven.

Ad 1) Is er zonder meer sprake van een vermoeden van witwassen?

Bij de beantwoording van de eerste vraag betrekt de rechtbank de navolgende feiten en omstandigheden:

- Op 29 oktober 2014 en 28 november 2014 kreeg de politie meldingen via Misdaad Anoniem. In de melding van 29 oktober 2014 werd aangegeven dat er dure auto’s via Marktplaats werden verkocht door [naam 8] aan de [naam 9] in Hardenberg. Bij de melding werd een kenteken, [kenteken 4] doorgegeven van een witte [auto 5] . In de melding van 28 november 2014 werd aangegeven dat [verdachte] in het bezit was van diverse zeer dure auto’s welke auto’s in een loods in Hardenberg stonden en veelal Duitse kentekenplaten hadden. Op 2 december 2014 zagen verbalisanten een man uit één van de loodsen komen die naar een [auto 5] met Duits kenteken, [kenteken 5] , liep. Gezien werd dat er in die loods nog een [auto 5] stond alsmede een [auto 8] . Verbalisanten dachten verdachte te herkennen.23

- Onderzoek wees uit dat verdachte twee loodsen had gehuurd. Nummer 18 door verdachte persoonlijk en nummer 20 door [naam 8] . Het voertuig met het Duitse kenteken [kenteken 5] stond op naam van [naam 8] te Köln. De [auto 5] met kenteken [kenteken 4] stond op naam van [naam 10] , de vader van verdachte. Op 10 december 2014 werd binnengetreden in voornoemde loodsen. In de loods [adres 2] te Hardenberg bevond zich een zilverkleurige / grijze personenauto van het merk [naam 11] zonder kentekenplaten, acht motorfietsen (zowel wegrace- als crossmotoren) en een Segway. Een van de motorfietsen was voorzien van het kenteken [kenteken 6] . In de loods [adres 3] te Hardenberg bevonden zich twee voertuigen, een [auto 9] voorzien van het kenteken [kenteken 7] en een [auto 10] (trekker) voorzien van het kenteken [kenteken 8] . Voort bleek uit onderzoek dat verdachtes bedrijf, [naam 8] , slechts zou kunnen beschikken over een startkapitaal van € 25.000,-- wat in geen enkele verhouding stond met de waarde van de aangetroffen goederen.24

- Ter terechtzitting verklaart verdachte dat hij geen inkomsten had uit uitkering of bedrijf.25

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte, gelet op zijn inkomenspositie (welke nihil was), de in de loodsen aangetroffen voertuigen niet kan hebben gefinancierd. Gelet hierop is zonder meer sprake van een vermoeden van witwassen.

Ad 2, 3, 4 en 5)

Door de verdediging wordt gesteld dat verdachte al zijn uitgaven deed uit door hem behaalde winsten uit gokken, welke verklaring concreet en verifieerbaar is en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk en dat verdachte daarmee de herkomst van het geld in voldoende mate heeft aangetoond. .

De rechtbank is van oordeel dat, voor wat betreft de door verdachte behaalde casinowinsten onderscheid gemaakt moet worden tussen de winst welke door hem zou zijn behaald bij Holland Casino en de winst uit Casino’s in Duitsland.

Winst Holland Casino.

- Op 26 mei 2013 verklaart verdachte ten overstaan van de politie dat hij bij het casino in Enschede (Holland Casino) alles bij elkaar wel € 300.000,-- gecasht heeft. Weliswaar verliest hij wel eens wat maar alles bij elkaar zal hij zeker wel € 200.000,-- hebben gewonnen. Zo ging verdachte met € 7.000,-- naar het casino en ging hij naar huis met een bedrag van € 110.000,--.Van dat door verdachte gewonnen geld kon hij mensen die geld van hem kregen betalen. Verdachte verklaart dat hij een schuld had van € 260.000,--, inclusief het faillissement. Hij had alleen nog een schuld bij [naam 12] en her en der bij anderen van in totaal ongeveer € 10.000,--.26

- Op 8 juli 2013 verklaart verdachte ten overstaan van de politie dat hij op het moment van het opheffen van zijn faillissement, 11 april 2013, geen eigen vermogen had. Wanneer hem gevraagd wordt welke schulden hij nog heeft verklaart hij dat hij bij elkaar ongeveer € 100.000,-- aan schuld heeft waar hij nog niets van heeft afgelost. Van [naam 12] heeft hij ongeveer € 100.000,-- geleend in porties van telkens € 5.000,-- of

€ 6.000,--. Op 18 april 2013 heeft verdachte samen met [naam 12] een geldleen overeenkomst opgesteld. Wanneer verdachte gewonnen had keek hij wie er geld van hem tegoed hadden. De mensen die de meeste druk op hem uitoefende betaalde hij dan en de rest werd weer gebruikt om van te spelen. Daarnaast kocht verdachte, er zoals hij verklaart, spullen voor, zoals een auto.27

- Op 14 juli 2014 verklaart verdachte ten overstaan van de politie dat hij enkele honderdduizenden euro’s had gewonnen waarvan nog zeker een ton over was welk bedrag hij bij iemand anders gestald had. Op 1 juli 2013, toen verdachte vrij kwam was dat geld verdwenen.28

- Op 16 maart 2015 verklaart verdachte dat hij de dag voordat hij werd aangehouden voor de plofkraak, 28 mei 2013, voor het laatst in Holland Casino is geweest.29

- Ter zitting verklaart verdachte dat hij zijn winst behaald bij Holland casino ten bedrage van € 294.000,-- in een koelbox had gedaan en in de schuur bij [naam 2] had gezet welke koelbox op zeker moment aan de ouders van verdachte is meegegeven. De eerdere verklaring van verdachte dat hij ergens geld gestald had welk geld verdwenen was toen hij dat op 1 juli 2013 wilde ophalen is volgens verdachte een “broodje aap verhaal.”30

- De vader van verdachte verklaart dat verdachte in 2013 geen geld had, zelfs geen huis.31 De toenmalige vriendin van verdachte, [naam 2] , verklaart dat toen zij verdachte in 2013 leerde kennen hij helemaal geen geld had en dat jaar bij haar geleefd heeft. Ook leefde verdachte van het salaris van [naam 2] omdat hij geen uitkering kreeg.32

Voor wat betreft de gestelde winst, behaald door verdachte bij Holland Casino, en waarvan verdachte ter terechtzitting verklaart dat dat een bedrag van € 284.000,-- was, welk bedrag mede een verklaring moet zijn voor de door hem in de tenlastegelegde periode gedane uitgaven stelt de rechtbank op grond van het voorgaande het volgende vast.

Verdachte verklaart niet consistent. Dat hij enig bedrag gewonnen heeft bij Holland Casino wordt niet betwist. Verdachte verklaart echter dat hij al zijn winst direct uitgaf. Hij betaalde er zijn schuldeisers van (waaronder [naam 12] ), hij kocht er direct goederen van (zoals auto’s), of hij gebruikte wisselende bedragen om opnieuw mee te spelen. Vanaf 27 mei 2013 komt verdachte niet meer in Holland Casino (hem is de toegang ontzegd). De door hem behaalde winst, die € 284.000,-- zou bedragen, moet hij dus vóór 27 mei 2013 bij Holland Casino hebben gewonnen. Op 8 juli 2013 verklaart verdachte dat op het moment dat het faillissement werd opgeheven, 11 april 2013, hij geen vermogen had. Deze verklaring van verdachte sluit aan bij de verklaring van zijn vader en [naam 12] , die beiden verklaren dat verdachte in 2013 geen geld had. Daar komt nog bij dat verdachte geen aannemelijk verklaring heeft waarom hij, als hij voornoemd geldbedrag van € 284.000,-- had, telkens geld moet lenen en in april 2013 een plofkraak pleegt met het kennelijk doel aan geld te komen.

Daarnaast heeft verdachte behoorlijke bedragen gewonnen, maar door hem wordt op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt welke bedragen door hem zijn ingezet en welke verliezen hij geleden heeft. Weliswaar verklaren medewerkers van Holland Casino dat verdachte winst behaalde, maar zij beschrijven hem niet als iemand die “tonnen” winst behaalde zoals hij verklaart33.

Op grond van het vorenstaande heeft verdachte niet aannemelijk gemaakt dat hij de beschikking had over een bedrag van € 284.000,-- waarvan hij, zoals hij verklaart, in de tenlastegelegde periode ook uitgaven heeft kunnen doen.

Winst Duitse en overige casino’s.

Verdachte stelt dat hij uit Duitse casinobezoeken, maar ook uit casinobezoeken in Marokko en Portugal, aanzienlijke winsten heeft behaald van welke winsten hij de uitgaven bekostigde welke door hem in de tenlastegelegde periode zijn gedaan.

Weliswaar is aangetoond dat verdachte behoorlijke bedragen gewonnen heeft, maar, net zoals hiervoor reeds is overwogen, door hem wordt op geen enkele wijze inzichtelijk gemaakt welke bedragen zijn ingezet en welke verliezen hij dan heeft geleden.

Verdachte stelt dat al zijn uitgaven in de tenlastegelegde periode zijn gedaan van zijn winst uit casinobezoeken. De eerste geregistreerde winst van verdachte bij een Duits casino is 3 augustus 2014 (een bedrag van € 30.000).34 Los van de vraag welke bedragen verdachte heeft ingezet om deze winsten te behalen, in de periode 25 juli 2014 tot en met 1 augustus 2014 zijn door verdachte aankopen gedaan tot een totaalbedrag van € 307.500,--35 Van enige geregistreerde casinowinst in deze periode was dus geen sprake. Daarin is meegenomen de uitgave van de [auto 1] (€ 193.000,--) waarvan verdachte zegt dat deze niet, zoals uit het dossier blijkt, op 01 augustus 2014 is betaald, maar ruim een week later. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte onaannemelijk. De nota voor deze [auto 5] is gedateerd 1 augustus 2014, tevens is op die nota vermeld dat de leveringsdatum 01 augustus 2014 is36. Het mag een feit van algemene bekendheid zijn dat eerst dan een auto geleverd wordt nadat volledige betaling heeft plaatsgevonden. Voorts blijkt uit niets, behoudens de verklaring van verdachte, dat betaling “niet” op 1 augustus 2014 zou hebben plaatsgevonden.

De geregistreerde casinowinsten in Duitsland betreffen geen zuivere winst, omdat slechts geldtransacties en ingeleverde fiches vanaf € 2000,- worden geregistreerd37.

De wel geregistreerde casinowinsten in Duitsland (Casino Bad Bentheim 3 augustus 2014

€ 30.000, 6 augustus 2014 € 70.000 en casino Aachen € 100.000,- op 10 augustus 2014) bedroegen totaal € 200.000,- . Voorts werd in Bad Bentheim € 44.000 op de multiroulette automaat gewonnen38. Afgezet tegen de uitgaven die door verdachte zijn gedaan resteert dus een gat van enkele tonnen, ook al zou rekening worden gehouden met gestelde gokwinsten in Marokko en Portugal.

Verdachte stelt dat bedragen tot € 2.000,-- (inleg/winst) niet worden geregistreerd en dat hij met kleine bedragen veel geld heeft gewonnen en dat hij met name op de gokmachines veel geld heeft gewonnen.

De getuige [getuige 1] , vestigingsdirecteur van het casino in Bad Bentheim, verklaart ten overstaan van de rechter-commissaris op 20 april 2016 dat zijn totale indruk was dat verdachte over het geheel meer gewonnen had dan verloren en dat hij de winst in zijn totaliteit becijfert op een bedrag onder de € 100.000,--. Wanneer verdachte gokte zet hij per spel, dat ongeveer 1 minuut duurt, telkens een bedrag van € 1.000,-- in. Ook verklaart [getuige 1] dat hij zich niet kan herinneren dat er grote winsten zijn geweest op de gokautomaten. Over het geheel genomen zegt de getuige dat verdachte op die automaten veel geld verloren heeft.39

[getuige 2] , plaatsvervangend leider van het casino in Bad Bentheim, verklaart ten overstaan van de rechter-commissaris dat verdachte op zowel de roulette tafel speelde als op de gokautomaten. Hij kan niet zeggen of verdachte in totaliteit winst dan wel verlies heeft gemaakt op de gokautomaten maar wel dat verdachte in totaal meer had gewonnen dan verloren. [getuige 2] acht het mogelijk dat verdachte een bedrag van € 100.000,-- heeft gewonnen maar zeker geen veelvoud daarvan.40

Weliswaar blijkt uit bovengenoemde verklaringen dat verdachte geldbedragen gewonnen heeft, maar tevens wordt opgemerkt dat verdachte niet iemand was die tonnen winst behaalde. Bovendien, zo verklaart [getuige 1] , heeft verdachte op de gokautomaten over het geheel genomen meer verloren dan gewonnen. Dat verdachte naast de geregistreerde casinowinsten tonnen winst zou hebben behaald op de goktafels met kleine bedragen onder de € 2000,- en op de gokautomaten acht de rechtbank dan ook niet aannemelijk. Verdachte houdt zelf geen enkele administratie of documentatie bij van zijn inleg en winstuitkering (zoals bijvoorbeeld door casino’s geverifieerde winstverklaringen).

Conclusie

Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn dan dat verdachte de uitgaven welke door hem in de tenlastegelegde periode zijn gedaan heeft bekostig met geld van enig misdrijf afkomstig. Verdachte beschikte in het geheel niet over een legale bron van inkomsten waarmee hij de uitgaven kon financieren en de verklaring van verdachte over de herkomst van het geld zijnde casinowinsten is op grond van de uitkomst van het nader onderzoek ongeloofwaardig gebleken.

Gedane uitgaven door verdachte in de tenlastegelegde periode.

Voor wat betreft de in de tenlastegelegde periode door verdachte gedane uitgaven is een kasopstelling gemaakt. Daarbij is uitgegaan van een beginsaldo van € 3.000,--. Aan legale contante ontvangsten, inclusief bankopnames is een bedrag van € 68.639,85 berekend en het eindsaldo op 14 maart 2015 bedroeg € 172,25. In de tenlastegelegde periode is berekend dat verdachte een bedrag van € 71.467,60 beschikbaar had voor het doen van contante uitgaven terwijl zijn werkelijk gedane contante uitgaven, inclusief bankstortingen € 1.464.437,16 hebben bedragen. Het verschil bedraagt dan € 1.392.969,56.41

Naar aanleiding van diverse gevoerde verweren met betrekking tot die door verdachte gedane uitgaven acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de tenlastegelegde periode in totaal een bedrag van € 1.309.865,52 heeft uitgegeven waarvoor geen redelijke verklaring gegeven is. De posten restitutie c.q. afpersing ad € 2.500,-- en inruil/verkoop [auto 11] ad € 45.000,-- zijn door de officier van justitie als inkomen meegenomen en dus uit de kasopstelling gehaald.

Ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017 heeft verdachte diverse uitgaven betwist en diverse uitgaven niet betwist. Op grond van die door verdachte gedane uitspraken kan worden vastgesteld dat een bedrag van € 861.887,67 niet door verdachte wordt betwist.42

Voorts worden de navolgende bedragen, door verdachte uitgegeven in de tenlastegelegde periode, niet betwist.

€ 15.000,00 lening aan [naam 2] ;

€ 25.000,00 schenking [naam 3] ;

€ 193.000,00 aanschaf [auto 1] ;

€ 45.000,00 aanschaf [auto 10] ;

€ 14.500,00 aanschaf [auto 5] [kenteken 3] ;

€ 36.000,00 aanschaf [auto 6] ;

€ 5.335,13 betaling via het GWK;

€ 6.664,68 kantoorbenodigdheden;

€ 30.310,00 aanschaf [auto 4] .

€ 490,00 kosten hotel in Marokko;

€ 22.500,00 kosten verbouwing in Marokko.

Voor zover verdachte ter terechtzitting verweer heeft gevoerd dat voor wat betreft enkele hiervoor aangehaalde posten de datum niet juist is kan worden volstaan met de opmerking dat de betreffende uitgave dan in elk geval in de tenlastegelegde periode heeft plaatsgevonden.

Voor wat betreft de aanschaf van de [motor] verklaart verdachte dat hij weliswaar de motor heeft betaald maar dat deze feitelijk door zijn broer en vader zijn betaald en dus niet bij door hem gedane uitgaven kan worden meegenomen.

De vader van verdachte verklaart dat hij is Keulen is geweest om meerdere Ducati-motoren op te halen. Alle motoren die in Keulen werden gekocht zijn betaald door verdachte.43 [naam 13] , de broer van verdachte, verklaart dat verdachte de financiële kant heeft afgewikkeld betreffende de aankoop van de motor en dat [naam 13] daar niet bij aanwezig was.44

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte de [motor] heeft gekocht voor een bedrag van € 29.500,--. Daarentegen schrapt de rechtbank uit de kasopstelling de betaling aan [naam 13] van € 6.000,--. Weliswaar heeft verdachte ter zitting d.d 20 maart 2017 verklaard dat [naam 13] , nadat hij de [motor] had gekregen, zijn motor, een [naam 14] met een waarde van € 6.000,-- aan hem heeft verkocht, maar verdachte heeft tevens verklaard daarna de motor voor een vrijwel gelijk bedrag te hebben verkocht. Tegenover de uitgave staat dus een inkomstenpost. .

Voor wat betreft de aanschaf van de [auto 3] , welke in de kasopstelling is opgenomen voor een bedrag van € 30.000,--, heeft verdachte opgemerkt dat de aanschafprijs € 19.320,-- was. De uitgave dient dus, aldus verdachte, tot dat bedrag te worden bijgesteld. [naam 2] verklaart dat de Opel door verdachte is gekocht voor een bedrag van ongeveer € 30.000,--.45 Naar aanleiding van deze door verdachte ter zitting d.d. 20 maart 2017 gemaakte opmerking is nader onderzoek verricht. De verkoopwaarde-taxatie van [naam 15] geeft voor wat betreft deze personenauto aan een waarde van € 25.952,-- op 11 oktober 2014 (aankoopdatum auto). De nieuwprijs van het voertuig bedroeg € 46.070,-- op 19 april 2012. De Opel werd door verdachte ingeruild bij [naam 16] die het voertuig op 23 januari 2015 doorverkocht voor € 28.500,--.46

Op grond van het voorgaande, waarin is opgenomen een door een onafhankelijke instantie verrichte taxatie, stelt de rechtbank de uitgave van verdachte vast op € 25.952,--.

Verdachte betwist de rekeningen van [naam 17] van € 4.999,50 respectievelijk

€ 4.005,32 en stelt dat deze verrekend zijn. Naar aanleiding van deze opmerking van verdachte is nader onderzoek verricht. Op 2 mei 2017 heeft de politie contact opgenomen met [naam 18] van [naam 19] . Hij verklaarde verdachte nog te kennen als een goede klant. Voor wat betreft de nota’s ten bedrage van € 4.999,50 en € 4.005,32 merkt [naam 18] op dat deze contant door verdachte zijn betaald. Er is, aldus [naam 18] , niets verrekend en de opmerking op de facturen “verrekend met witte panigale” is “niet” van ons.47

Gelet op de verklaring van [naam 18] stelt de rechtbank vast dat verdachte beide uitgaven heeft gedaan. Enige andere verklaring waaruit zou moeten blijken dat verdachte deze uitgaven niet gedaan heeft zijn niet aannemelijk geworden.

Voor wat betreft de aankoop van [auto 9] , € 6.500,--, heeft verdachte opgemerkt dat zijn vader deze gekocht heeft van het geld, de € 25.000,--, wat hij hem geschonken heeft.

De moeder van verdachte, [naam 7] , verklaart dat de [auto 9] van verdachte is maar dat deze op naam van haar man, [naam 10] , stond. De auto was eigenlijk voor [naam 10] maar is door verdachte betaald.48 De vader van verdachte, [naam 10] , verklaart dat de [auto 9] van verdachte is en is gekocht voor € 6.500,--49.

Gelet op de verklaring van [naam 7] en [verdachte] stelt de rechtbank vast dat verdachte deze uitgave heeft gedaan.

Verdachte betwist ook de nota’s van [naam 20] tot een bedrag van € 1.981,97 en merkt op dat deze nooit door hem zijn betaald. Op 17 juli 2017 heeft de officier van justitie een mail verzonden naar de griffier van de rechtbank en de raadsvrouw van verdachte. Uit deze mail, onder meer afkomstig van administratie [naam 20] blijkt dat de nota op 1 november 2014 contant is betaald.50

De in de kasopstelling opgenomen uitgaven betreffende de huur van een accommodatie in Marokko, twee maal een bedrag van € 3.5000,--, zal de rechtbank schrappen. Verdachte verklaart dat de vriendin van [naam 4] deze accommodatie heeft geregeld en de officier van justitie heeft naar het oordeel van de rechtbank in onvoldoende mate aannemelijk gemaakt dat dit uitgaven van verdachte zijn geweest.

Datzelfde geldt voor de post betaalde [naam 21] van € 4.599,-- op 20 augustus 2014. Vaststaat dat de vader van verdachte deze nota betaald heeft maar niet dat verdachte deze uitgave heeft gedaan.

Ook de post aanschaf bed ad € 3.420,-- zal door de rechtbank geschrapt worden. Verdachte verklaart zich niet meer te kunnen herinneren wanneer hij een en ander heeft aangeschaft. Weliswaar bevindt zich in het dossier een nota van Outlet Arnhem gedateerd 2 december 2014 maar daarop is een aantekening geplaatst dat het verschuldigde bedrag op 2 mei 2014, dus voor de tenlastegelegde periode, zou zijn voldaan.

De verdediging heeft, buiten hetgeen hierboven besproken is, nog diverse posten zoals opgenomen in de kasopstelling betwist. In haar pleitnota, pagina’s 14 tot en met 17, heeft de verdediging een groot aantal posten genoemd en besproken (van 1 tot en met 143). De posten zoals hierboven besproken c.q. daarmee verband houden zal de rechtbank niet nogmaals bespreken. Ook de in de opsomming van de verdediging betwiste posten, waarvan verdachte zelf heeft gezegd dat het wel klopt dat hij op enig moment in de tenlastegelegde periode die uitgaven heeft gedaan zal de rechtbank niet opnieuw bespreken. Datzelfde geldt voor de posten die zien op de ontneming welke posten in het ontnemingsvonnis zullen worden besproken. Met betrekking tot de posten die slechts, zonder enige nadere onderbouwing, genoemd zijn merkt de rechtbank op dat op basis van de bewijsmiddelen voldoende is komen vast te staan dat verdachte deze uitgaven heeft gedaan.

Overige door de verdediging aangevoerde posten:

- € 17.000,-- welk bedrag verdachte heeft teruggegeven aan de zoon van [naam 4] .

Verdachte heeft, zoals hij ook ten overstaan van de politie verklaart heeft51, een bedrag van

€ 17.000,-- teruggegeven aan de zoon van [naam 4] . Dit laat echter onverlet dat verdachte dit bedrag eerst heeft ontvangen. Daarnaast stelt verdachte weliswaar voornoemd bedrag aan de zoon van [naam 4] te hebben teruggegeven, maar hij maakt dit op geen enkele wijze aannemelijk.

- € 1.000,-- tanken [auto 7] op 8 juli 2014 alsmede € 460,-- taxikosten. De verdediging stelt dat deze posten geschrapt moeten worden omdat op het moment van uitgeven van deze bedragen de [auto 7] nog niet geleverd was.

Het is in de onderhavige zaak niet van belang “waar” verdachte deze bedragen aan uitgegeven heeft, c.q. welke omschrijving daaraan verbonden wordt, maar “dat” deze bedragen zijn uitgegeven. Dat verdachte deze bedragen heeft uitgegeven is door hem ten overstaan van de politie en ter terechtzitting van 20 maart 2017 erkent52.

- € 6.100,-- extra verliespost om € 300.000,-- van [naam 4] sluitend te krijgen.

Verdachte heeft ten overstaan van de politie uitleg gegeven wat hij met de € 300.000,-- die hij van [naam 4] kreeg heeft gedaan. Wanneer alle uitgaven worden opgeteld resteert nog een bedrag van € 6.100,--. Verdachte verklaart dan “Wellicht heb ik nog iets meer vergokt bij Duisburg en/of Oberhausen.53” Op grond van deze verklaring van verdachte, die zelf niet bijhield wat hij wanneer inzette tijdens het gokken zoals hiervoor overwogen, is de rechtbank van oordeel dat ook deze post als uitgave gezien moet worden.

- € 25.000,-- lening [naam 10] . Dit was volgens de verdediging een terugbetaling. Niet is aannemelijk gemaakt dat verdachte dit geld illegaal heeft verkregen. Bovendien zou het zo kunnen zijn dat verdachte dit bedrag nog had liggen nadat hij het van zijn vader geleend had en later een deel daarvan heeft terugbetaald, aldus de verdediging.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de casinowinsten, waaruit blijkt dat verdachte geen enkel eigen legaal inkomen van enige omvang had, is de rechtbank van oordeel dat de verklaring die nu gegeven wordt, dat verdachte het geld nog had liggen, niet onderbouwd, noch anderszins aannemelijk geworden.

€ 13.000,-- en € 21.500,--. Deze [naam 22] zijn volgens de verdediging niet aangetroffen omdat verdachte deze motoren voor hetzelfde bedrag weer heeft verkocht.

Verdachte stelt de motoren voor hetzelfde bedrag te hebben verkocht, maar maakt dit naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze aannemelijk. Er zijn geen verkoopfacturen opgemaakt c.q. bij verdachte aangetroffen. Voorts wordt door verdachte op geen enkele wijze onderbouwd wanneer de verkoop zou hebben plaatsgevonden en wanneer de motoren aan wie zouden zijn overgedragen.

€ 30.310,-- [auto 4] . Verdachte erkent dit bedrag voor de [auto 4] te hebben uitgegeven, maar hij heeft de auto verkocht aan de vriendin van [naam 4] voor een bedrag, inclusief overbrengingskosten, van € 35.000,--, aldus de verdediging.

De rechtbank acht het niet aannemelijk dat verdachte voornoemde auto heeft “verkocht” aan de vriendin van [naam 4] . De verdediging heeft geen enkel bewijs aangeleverd dat deze auto is verkocht. Er is geen koopovereenkomst, geen overschrijvingsbewijs, geen invoerbewijs, geen kwitantie voor het ontvangen geldbedrag, douane stukken etc. overgelegd. Voorts vindt de verklaring van verdachte geen steun in de bewijsmiddelen, nu verdachte, bij terugkomst in Nederland, ten tijde van zijn aanhouding, geen zodanig contant geldbedrag voorhanden had.

Diverse bedragen, terugbetaling [naam 12] . De verdediging merkt op dat de bedragen die verdachte aan [naam 12] heeft betaald, terugbetalingen waren op een door [naam 12] aan verdachte verstrekte lening en daarom buiten de kasopstelling vallen.

De rechtbank deelt dit standpunt van de verdediging niet. Op 18 april 2013 heeft verdachte een geldleen overeenkomst opgesteld van € 100.000,-- welke geld hij daarvoor telkens in porties heeft opgenomen.54 Zoals hiervoor overwogen gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte op het moment dat hij uit detentie werd ontslagen (8 juni 2014) geen vermogen had. Indien verdachte na 8 juni 2014 gelden aan [naam 12] betaald ter aflossing op een lening, dan zijn dat door verdachte gedane uitgaven welke uitgaven niet uit een legale bron van inkomsten kunnen worden verklaard.

Conclusie

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte in de tenlastegelegde periode het navolgende totaalbedrag heeft uitgegeven:

Niet betwiste uitgaven € 861.887,67;

Lening [naam 2] € 15.000,00;

Schenking [naam 10] € 25.000,00;

Aanschaf [auto 1] € 193.000,00;

Aanschaf [auto 10] € 45.000,00;

Aanschaf [auto 5] [kenteken 3] € 14.500,00;

Aanschaf [auto 6] € 36.000,00;

Betaling GWK € 5.335,13;

Kantoorbenodigdheden € 6.664,68;

Aanschaf [auto 4] € 30.310,00;

Kosten hotel Marokko € 490,00;

Kosten verbouwing Marokko € 22.500,00;

Aanschaf [motor] € 29.500,00;

Aanschaf [auto 3] € 25.952,00;

Rekeningen [naam 17] (€ 4.999,50 en € 4.005,32) € 9.004,82;

Aankoop [auto 9] € 6.500,00;

Rekeningen [naam 20] € 1.981,97;

Totaal € 1.328.626,27.

Op dit bedragen moeten de posten restitutie c.q. afpersing en inruil/verkoop [auto 11] (€ 2.500,00 + € 45.000,00 = € 47.500,00) in mindering worden gebracht zodat resteert:

Totale uitgaven € 1.328.626,27

Af inkomen € 47.500,00

Totaal € 1.282.126,27

Verdachte heeft een cash geldbedrag van € 1.282.126,27 en auto’s en motoren witgewassen. Bij elkaar gaat het om een enorm geldbedrag. Gelet hierop en op het feit dat de veelheid aan transacties heeft plaatsgevonden over een periode van negen maanden, kan worden gezegd dat verdachte van het witwassen een gewoonte heeft. De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte ter hoogte van dit bedrag voordeel heeft genoten nu hij het geldbedrag heeft verworven, voorhanden heeft gehad en voor een groot deel heeft omgezet en of uitgegeven aan de bij hem aangetroffen auto’s en motoren die een behoorlijke waarde vertegenwoordigen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 08 juli 2014 tot en met 14 maart 2015, te Zwolle en/of te Ochten en/of te Vroomshoop en/of te Hardenberg, althans te

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt), (immers) heeft/hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens), door…..

van één of meer voorwerp(en), te weten één of meer personenauto('s) en/of één of meer motor(en) de herkomst verborgen/verhuld en/of de vindplaats verborgen/verhuld en/of

de vervreemding verborgen/verhuld en/of de verplaatsing verborgen/verhuld

en/of verborgen/verhuld wie de rechthebbende op het/de voorwerp(en) was/waren

en/of het/de voorwerp(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of

een (cash) geldbedrag ten hoogte van 1.282.126,27 euro, althans enig(e) (cash) geldbedrag(en), verworven en/of voorhanden gehad en/of een (cash) geldbedrag ter hoogte van 1.282,126,27 euro, althans enig(e) (cash) geldbedrag(en) omgezet (telkens van cash naar goederen en diensten) en/of van een geldbedrag ten hoogte van 1.282.126,27 euro, althans enig(e) geldbedrag(en), gebruik gemaakt

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat het/de voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het primaire:

Gewoontewitwassen.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede oplegging van de bijzondere voorwaarde een geheel gokverbod, inhoudende dat verdachte niet in casino’s mag komen en niet on-line gaat spelen. Daarbij vraagt de officier van justitie een proeftijd van 3 jaar.

De officier van justitie vordert onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen Apple Macbookpro, nu verdachte ontkent dat deze van hem is.

Op alle overige goederen rust volgens de officier van justitie conservatoir beslag, de opbrengst hiervan zal gebruikt worden om het bedrag van de ontneming te voldoen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor wat betreft het primaire vrijspraak bepleit en gesteld dat verdachte slechts veroordeeld zou kunnen worden voor schuldwitwassen van een bedrag van € 283.000,--. Bij het bepalen van de hoogte van de straf, zal rekening moeten worden gehouden met het door verdachte genoten voordeel. Van enig voordeel is geen sprake meer nu het geld is uitgegeven en de voor dat geld aangeschafte goederen in beslag zijn genomen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 9 juni 2017;

- rapporten van de Reclassering, gedateerd 13 mei 2015, 19 mei 2015 en 9 oktober 2015.

De rechtbank overweegt als volgt.

straf

Verdachte heeft in een periode van slechts 9 maanden een enorm geldbedrag, auto’s en motoren witgewassen. Dit geld heeft een criminele herkomst. Door crimineel geld in het gewone betalingsverkeer te brengen, werkt verdachte er aan mee dat criminelen hun geld kunnen witwassen om zo hun criminele activiteiten en inkomsten daaruit te verhullen. In de eerste plaats wordt hiermee crimineel gedrag in hand gewerkt: het loont dan immers. Ook wordt hierdoor de Staat, en daarmee dus ook de samenleving, benadeeld omdat over die (criminele) inkomsten geen belasting wordt betaald.

Gelet op het grote bedrag dat is witgewassen, past naar het oordeel van de rechtbank geen andere straf dan een gevangenisstraf.

Omdat de rechtbank in de bewezenverklaring tot een lager bedrag komt dat de officier van justitie en de rechtbank daarnaast meer rekening houdt met het tijdsverloop, komt de rechtbank tot een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding verdachte een casinoverbod op te leggen zoals door hem gevorderd.

beslag

De officier van justitie vordert de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen Apple Macbookpro nu verdachte ontkent dat deze van hem is.

Op grond van artikel 36c kunnen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer indien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Van enig ongecontroleerd bezit, strijd met de wet of algemeen belang is niet gebleken.

De rechtbank zal, nu verdachte ontkent dat deze computer van hem is en geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt, de bewaring van de computer ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Wat betreft het sieraad en het horloge (1 sieraad collier, witgoud met briljanten hanger en 1 horloge [naam 23] ), stelt de officier van justitie dat daar conservatoir beslag op rust, nu dit goederen van enige waarde betreft.

Voor wat betreft het onder verdachte inbeslaggenomen collier en horloge blijkt niet dat sprake is van conservatoir beslag. Vaststaat dat verdachte beide goederen in de tenlastegelegde periode heeft aangeschaft en dus voor verbeurdverklaring in aanmerking komen.

Het collier is op 8 juli 2014 voor een bedrag van € 1.315,-- aangeschaft en het horloge is op 4 december 2014 voor een bedrag van € 412,39 aangeschaft. Verdachte erkent ook beide goederen te hebben gekocht. De rechtbank zal daarom beide goederen verbeurdverklaren nu deze gekocht zijn met de opbrengst uit het strafbare feit.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 33, 33a, 57, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

 bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 Gelast de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten 1 sieraad, witgoud, collier met briljanten hanger en 1 horloge, zwart [naam 23] .

 Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van een Apple Macbookpro.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Barrau, voorzitter, mr. M.C. Gerritsen en mr. M.A. Bijl, rechters, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 juli 2017, zijnde mr. Gerritsen buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Eenheid Oost Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 07DFR14006 (Buizerd), gesloten op 22 juli 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Een proces-verbaal van bevindingen (pag. 808/809);

3 Een proces-verbaal bevindingen aanleiding onderzoek (pag. 104);

4 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017;

5 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; de verklaring van [naam 2] (pag. 1569, 4e alinea);

6 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; de verklaring van [naam 10] (pag. 1525, 8ste alinea);

7 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; een schriftelijk bescheid, te weten een nota d.d. 01 augustus 2014 gericht aan verdachte van [auto 5] -Benz (pag. 1674);

8 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; de verklaring van [naam 24] (pag. 1546-1547);

9 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; de verklaring van [naam 25] (pag. 1970 1e antwoord); de verklaring van [naam 13] (pag. 1320, 1ste alinea);

10 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; de verklaring van [naam 2] (pag. 1583, 4de alinea);

11 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; een schriftelijk bescheid, te weten een nota betreffende e aankoop van een [auto 4] (pag. 1761);

12 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; de verklaring van [naam 26] (pag. 1185 4e alinea);

13 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; een schriftelijk bescheid, te weten een aankoopnota op naam van verdachte betreffende de [auto 12] (pag. 998);

14 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; de verklaring van [naam 10] (pag. 1460);

15 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; een schriftelijk bescheid, te weten een nota op naam van [naam 8] t.a.v. dhr. [verdachte] (pag. 1763);

16 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; de verklaring van [naam 10] (pag. 1459, 4de alinea);

17 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017 (pag. 6);

18 Een proces-verbaal bevindingen aanleiding onderzoek (pag. 103);

19 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017;

20 Relaas proces-verbaal (pag. 13 van 65, 3e alinea);

21 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017;.

22 Verklaring verdachte (pag. 1342/1343);

23 Een proces-verbaal van bevindingen (pag. 422/423);

24 Een proces-verbaal van doorzoeking (pag. 346 e.v.);

25 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017;

26 Verklaring verdachte (pag. 533, laatste drie alinea’s);

27 Verklaring verdachte (pag. 538 e.v.);

28 Verklaring verdachte (pag. 1352);

29 Verklaring verdachte (pag. 1372, 3de alinea);

30 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017 (pag. 7).

31 Verklaring [naam 10] (pag. 1464, 4de alinea);

32 Verklaring [naam 2] (pag. 1580 laatste alinea);

33 Verklaring [naam 28] (pag. 2374 e.v.) en verklaring [naam 27] (verhoor rechter-commissaris 11 januari 2016);

34 Overzicht pag. 1925;

35 Kasopstelling;hier hoort nog een paginanummer

36 een schriftelijk bescheid, te weten een nota d.d. 01 augustus 2014 gericht aan verdachte van [auto 5] -Benz (pag. 1674);

37 Verklaring [getuige 1] (pag. 1308);

38 Een brief van de Spielbanken (pag. 968);

39 De verklaring van de getuige [getuige 1] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 20 april 2016 (pag. 2397 e.v.);

40 De verklaring van de getuige [getuige 2] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 20 april 2016 (pag. 2402 e.v.);

41 Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling (pag. 15 van 33);

42 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017;

43 Verklaring [naam 10] (pag. 1493/1493);

44 Verklaring [naam 13] (pag. 1321 laatste alinea);

45 Verklaring [naam 2] (pag. 1583, vierde alina);

46 Vierde aanvullende proces-verbaal, (pag. 11 van 28 laatste alinea);

47 Vierde aanvullende proces-verbaal (pag. 10 van 28 laatste alinea, 11 van 28 eerste alinea);

48 Verklaring [naam 7] (pag. 1433, derde alinea);

49 Verklaring [naam 10] (pag. 1468);

50 Schriftelijk bescheid, nagezonden mail;

51 Verklaring verdachte (pag. 1342/1343);

52 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 20 maart 2017; verklaring verdachte (pag.1342/1343);

53 Verklaring verdachte (pag. 1343);

54 Verklaring verdachte (pag. 538 e.v.);