Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4259

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-08-2017
Datum publicatie
23-08-2017
Zaaknummer
C/05/316756 / HZ ZA 17-118
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Aangifte van diefstal auto. Verstrekken onjuiste informatie met het opzet tot misleiding. Voldoende gemotiveerde betwisting van de onderzoeksbevindingen. Bewijsopdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/4465
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/316756 / HZ ZA 17-118

Vonnis van 16 augustus 2017

in de zaak van

[naam eiser in conventie] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

ook handelend onder de naam Interpolis,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A.P. Damen-Verstappen te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [eiser in conventie] en Achmea dan wel Interpolis genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 17 mei 2017

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 20 juli 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser in conventie] is eigenaar van een personenauto van het merk Volvo, type V40, met kenteken [kentekennummer] (hierna: de Volvo).

2.2.

De Volvo was aanvankelijk eigendom van mevrouw [naam 1] , die de Volvo in december 2015 nieuw heeft gekocht voor een bedrag van € 31.222,64 bij Volvo dealer Niham te Den Haag. Na enkele dagen is mevrouw [naam 1] achterop een andere auto gereden en is (ernstige) schade ontstaan met name aan de voorzijde van de Volvo. Daarop heeft mevrouw [naam 1] voor € 3.000,00 de Volvo verkocht aan Rhenoy Auto’s, die op haar beurt de Volvo heeft doorverkocht aan De Brabantse Hoek. De Brabantse Hoek heeft de Volvo op 14 januari 2016 aan [eiser in conventie] verkocht.

2.3.

[eiser in conventie] heeft de Volvo bij Interpolis verzekerd, met als dekking WA volledig casco. Uit het polisblad blijkt dat onder meer de volgende polisvoorwaarden van toepassing zijn verklaard: de algemene voorwaarden (model 20203), bijzondere voorwaarden motorrijtuigverzekering WA (model 20276) en bijzondere voorwaarden motorrijtuigen volledige casco (model 20298).

Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

“Algemene voorwaarden (model 20203)

Artikel 2 Wat zijn de verplichtingen bij schade

De verzekerde is verplicht om zodra hij op de hoogte is of hoort te zijn

van een gebeurtenis die voor ons tot een verplichting kan leiden:

(...)

7. de schade aannemelijk te maken en, als wij daarom vragen, een

schriftelijke en ondertekende verklaring aan ons te geven over het

ontstaan, de aard en de omvang van de schade.

De opgaven die de verzekerde mondeling of schriftelijk verstrekt,

gebruiken wij om de omvang van de schade vast te stellen en om het

recht op uitkering te bepalen.

(..)

Artikel 4 Wat is uitgesloten

1. De verzekering geeft geen dekking als:

(...)

c. een verzekerde een verplichting uit de verzekering niet of niet tijdig

is nagekomen en ons daardoor in een redelijk belang heeft geschaad;

(…)

2. Als bij een schade een onvolledige of onware opgave wordt gedaan

over het ontstaan, de aard of de omvang van de schade met het

opzet ons te misleiden, kan de verzekerde geen enkel recht aan de

verzekering ontlenen.

(,..)

Artikel 7 Duur en einde van de verzekering

(...)

2. De verzekering eindigt alleen door schriftelijk opzegging.

(...)

b. Deze opzegging kunnen wij doen:

(...)

4. als de verzekerde naar aanleiding van een gebeurtenis met

opzet een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven. De

verzekering eindigt dan op de datum die wij in onze

opzeggingsbrief noemen.

(...)

Bijzondere voorwaarden motorrijtuigen volledig casco (model 20298)

Artikel 3 Wat is verzekerd

1. Wij verzekeren schade aan het motorrijtuig of geheel of gedeeltelijk

verlies daarvan ontstaan door:

(...)

c. diefstal van het motorrijtuig (…)”

2.4.

Op 8 april 2016 is de Volvo tussen 11:00 uur en 19:00 uur gestolen op het plein tegenover de woning van [eiser in conventie] . [eiser in conventie] heeft dezelfde dag aangifte van diefstal gedaan bij Politie eenheid Oost-Brabant. Op dezelfde dag heeft hij de diefstal/vermissing bij Interpolis gemeld.

2.5.

Op 22 april 2016 heeft R. Rooijakkers (hierna: Rooijakkers), expert diefstal verkeer, [eiser in conventie] bezocht en op basis van de verstrekte informatie de dagwaarde van de Volvo op € 28.500,00 vastgesteld. Tevens heeft hij een aanvullend rapport d.d. 26 april 2016 (productie 5 van Interpolis) uitgebracht.

2.6.

Vervolgens is toedrachtsonderzoek ingesteld door G. Drechsler (hierna: Drechsler), waarvan op 11 mei 2016 een rapport toedrachtsonderzoek (productie 6 van Interpolis) is uitgebracht door Drechsler.

2.7.

Bij brief van 13 mei 2016 heeft Interpolis aan [eiser in conventie] geschreven dat hij geen schadevergoeding ontvangt, omdat hij de situatie onjuist heeft weergegeven. De consequentie hiervan is dat Interpolis heeft besloten om alle verzekeringen van [eiser in conventie] per 13 juni 2016 op te zeggen omdat hij zich niet heeft gehouden aan het wederzijds vertrouwen. Vanwege het wegvallen van het vertrouwen zegt Interpolis voorts alle verzekeringen van de Alles in één Polis® van [eiser in conventie] op per 4 februari 2017. Daarbij schrijft Interpolis dat de persoonsgegevens van [eiser in conventie] in het Extern Verwijzingsregister opgenomen worden voor de duur van 8 jaar. Tot slot worden de extra gemaakte onderzoekskosten van € 1.815,30 voor rekening van [eiser in conventie] gebracht. Aan de opzegging heeft Interpolis ten grondslag gelegd: onregelmatigheden en onware verklaring m.b.t. de aanschaf, onregelmatigheden m.b.t. herstel en uitvoering van de Volvo en onware verklaringen over de aangeleverde foto’s.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser in conventie] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Achmea zal veroordelen

1. om aan [eiser in conventie] binnen 14 dagen na het vonnis een schadebedrag van € 28.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 april 2016 tot de dag der algehele voldoening,

2. de tussentijdse opzegging van de verzekeringen per 13 juni 2016 te vernietigen c.q. ongedaan te maken of in te trekken, met terugwerkende kracht, binnen 7 dagen na het vonnis, op verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor elke dag of gedeelte daarvan waarop Achmea in gebreke blijft aan deze veroordeling in al zijn onderdelen integraal te voldoen,

3. [eiser in conventie] uit het intern en extern verwijzingsregister te verwijderen, binnen 14 dagen na het vonnis,

met veroordeling van Achmea in de kosten van de procedure, vermeerderd met wettelijke rente indien deze kosten niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn betaald.

3.2.

[eiser in conventie] vordert uitkering van Achmea onder de bij Interpolis afgesloten motorrijtuigenverzekering met all-risk dekking. Ten onrechte heeft Achmea de verzekeringen van [eiser in conventie] opgezegd en hem zonder (toereikende) rechtsgrond opgenomen in het extern verwijzingsregister.

3.3.

Achmea vordert dat de rechtbank [eiser in conventie] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren, dan wel deze vorderingen zal afwijzen met zijn uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling in de kosten van de procedure, alsmede in de nakosten.

3.4.

Achmea voert aan dat [eiser in conventie] haar een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven met de opzet om een hogere uitkering te krijgen. Dit blijkt uit de in opdracht van Interpolis opgestelde onderzoeksrapporten.

in reconventie

3.5.

Achmea vordert dat de rechtbank [eiser in conventie] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis zal veroordelen tot betaling van € 1.815,30 in verband met extra gemaakte onderzoekskosten (Drechsler), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 mei 2016, althans vanaf 10 juni 2016 tot de dag der algehele voldoening, alsmede vermeerderd met de kosten van het geding, inclusief de nakosten.

3.6.

[eiser in conventie] voert verweer. De grondslag voor verhaal ontbreekt, omdat Interpolis niet kan bewijzen dat [eiser in conventie] onjuiste informatie heeft verstrekt.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

De zaak gaat over de vraag of [eiser in conventie] aan Interpolis onjuiste informatie heeft verstrekt met het opzet tot misleiding om aldus een hogere uitkering te ontvangen. Gelet op artikel 4 lid 2 van de polisvoorwaarden (model 20203) rust op Interpolis de stelplicht en bij betwisting de bewijslast dat [eiser in conventie] een onvolledige of onware opgave heeft gedaan over het ontstaan, de aard of de omvang van de schade met het opzet Interpolis te misleiden.

4.2.

Hiertoe heeft Interpolis aangevoerd dat [eiser in conventie] tegenstrijdige informatie heeft verschaft over de aanschafwaarde van de Volvo, over de aanrijdingsschade bij aanschaf en over de uitvoering van de Volvo. Ter onderbouwing van haar stellingen heeft Interpolis de onderzoeksrapporten van Rooijakkers en Drechsler overgelegd.

aanschafwaarde

4.2.1.

[eiser in conventie] stelt € 11.000,00 contant te hebben betaald voor de Volvo. Ter onderbouwing hiervan heeft hij afschriften overgelegd van contante opnames tot een bedrag van € 9.400,00. Autobedrijf De Brabantse Hoek heeft een rekening uitgeschreven ten name van [eiser in conventie] voor de Volvo met een bedrag van € 8.000,00 met margeregeling. [eiser in conventie] zelf heeft op de achterkant van de rekening bijgeschreven: “+ 3.000,- cash erbij niet op bon Totaal € 11.000,-” met zijn eigen paraaf.

4.2.2.

Drechsler heeft over de aanschafprijs het volgende opgenomen onder “Resumé”:

“• [eiser in conventie] geeft aan €11000,- betaald te hebben voor de Volvo. Hij overlegd een aankoopnota van €8000, -, de overige €3000, - zou door verzekerde zwart te zijn betaald aan de verkoper Autobedrijf De Brabantse Hoek.

• De heer de Haan, eigenaar van Autobedrijf De Brabantse Hoek verklaarde op 3 mei 2016 dat [eiser in conventie] het bedrag vermeld op de nota heeft betaald. Hij gaf aan alle verkopen met nota te doen en niets zwart te doen. Het op de nota vermelde bedrag is het volledige bedrag wat door [eiser in conventie] betaald zou zijn voor de Volvo V40.

• De heer [eiser in conventie] verklaarde op 4 mei eerst dat hij €11000, -voor de Volvo betaald zou hebben. Na confrontatie met de verklaring van de heer de Haan gaf hij toe dat hij €8000, - betaald zou hebben voor de Volvo. De reden dat hij eerst onwaar verklaarde had te maken met de aanschafwaarde regeling welke in de polisvoorwaarde is opgenomen, aldus verzekerde. Op 5 mei komt [eiser in conventie] terug op zijn verklaring van 4 mei en geeft aan €11000, - te hebben betaald voor de Volvo.”

In het rapport is een e-mailbericht van 5 mei 2016 van [eiser in conventie] opgenomen. Dit luidt als volgt:

“Beste heer Drechsler,

Bedankt voor uw gesprek van gisteren.

Naar aanleiding van ons gehouden gesprek van gisteren zit me iets niet lekker.

Dit wil ik middels dit schrijven toch nog even aan u kwijt.

Betreffende onderdeel factuur en werkelijke betaling Autobedrijf Brabantse Hoek Door uw manier van gespreksvoering en met de insteek dat de betaalde 11.000 EUR niet realistisch zou zijn ben ik hierin met u mee gegaan door te zeggen dat ik uiteindelijk maar 8.000

EUR zou hebben betaald. Dit gezien de feiten die op tafel liggen met de rekening van Brabantse Hoek en om Brabantse Hoek niet in een kwaad daglicht te zetten i.v.m. niet opgegeven belasting over het totaalbedrag van 11.000 EUR waarvan 3.000 EUR niet op de rekening is vermeld.

Jammer dat Brabantse Hoek hierover niet eerlijk is geweest en mij hierdoor in kwaad daglicht stelt. Ik heb wel degelijk 11.000 EUR afgerekend en ik hoop dan ook dat u de advertentie (inclusief tekst en uitleg) kunt achterhalen waarop dit zichtbaar is geweest aangezien de advertentie ook deze waarde omvatte.

Gezien de feiten die hierdoor niet in mijn voordeel liggen en in de hoop tot een spoedige afwikkeling te komen zoals u mij voorlegde voelde ik me ongemakkelijk en ben ik uiteindelijk hierin mee gegaan. Dit tot mijn spijt. Ik ben een eerlijk persoon en hou niet van onwaarheden!

Achteraf baal ik ervan dat ik in goede trouw deze 3.000 EUR niet op de rekening heb laten vermelden. Dit zal ik in het vervolg nooit meer zo doen. (…)

Mijn vermoeden gaat uit dat Brabantse Hoek een hele mooi deal heeft gesloten door de eerste eigenaar te vertellen dat deze auto niet meer te herstellen was wat de inkoopprijs heeft beïnvloed wat nu voor mij nadelig uitpakt. Dit terwijl de auto goed te repareren was en ik daar ook de juiste prijs naar heb betaald.

Middels deze mail wil ik terugkomen op ons gehouden interview en blijf ik bij mijn eerdere verklaringen dat ik 11.000 EUR heb betaald voor de Volvo. (…)”

4.2.3.

Ter zitting heeft [eiser in conventie] zijn stelling dat de aankoopprijs € 11.000,00 bedroeg, herhaald en verklaard dat [naam 2] aanwezig is geweest bij de bezichtiging van de auto in verband met diens expertise op het gebied van (reparaties van) Volvo’s. Tevens heeft [eiser in conventie] een verklaring van [naam 2] overgelegd (productie 12 van [eiser in conventie] ), waarin deze bevestigt dat hij aanwezig was bij het ophalen van de Volvo en dat hij heeft gezien dat daarvoor een bedrag van € 11.000,00 is afgerekend bij de Brabantse Hoek. [eiser in conventie] heeft hiermee de stelling van Interpolis dat voor de auto slechts € 8.000,00 is betaald en dat [eiser in conventie] hierover onjuist heeft verklaard, gemotiveerd betwist.

aanrijdingsschade bij aanschaf, uitvoering en reparatie

4.2.4.

[eiser in conventie] stelt dat hij in verband met de schade aan de Volvo [naam 2] heeft meegenomen naar de Brabantse Hoek om deze schade te beoordelen en hem over de mogelijkheid tot reparatie te adviseren. Volgens [naam 2] was de Volvo reparabel, evenzo volgens de eigenaar van de Brabantse Hoek. [naam 2] heeft de schade hersteld en de auto aangepast naar een Volvo R-Design, aldus [eiser in conventie] .

4.2.5.

Drechsler heeft hierover het volgende opgenomen onder “Resumé”:

“• Op 4 mei 2016 verklaarde [eiser in conventie] de Volvo gekocht te hebben met een goed te repareren voorschade. De motorkap kon zelfs nog hersteld worden en alleen de frontairbags zouden zijn geactiveerd.

• Uit de foto’s van de Volvo V40 na het ontstaan van de schade blijkt dat er een zeer zware voorschade aan de Volvo zat. De motorkap was zeker niet meer te herstellen en de gordijnairbags waren ook geactiveerd.

• Op 4 mei 2016 verklaarde [eiser in conventie] dat de Volvo bij aankoop een R-Design uitvoering was. Naast het herstel van de voorschade is er niets veranderd aan de Volvo. De Volvo was namelijk heel compleet en vol van accessoires. Zo zou de auto zijn voorzien van lederen bekleding en Xenon verlichting.

• Uit contact met de eerste eigenaar, de leverende Volvo dealer en uit de foto’s die zijn gestuurd door Rhenoy Auto’s blijkt dat de Volvo geen R-Design uitvoering was maar een Momentum Business met stoffen bekleding en standaard verlichting.

• Na confrontatie met het verschil in uitvoering geeft verzekerde aan dat [naam 2] naast de reparatie van de voorschade toch ook allerlei veranderingen heeft aangebracht aan de Volvo.

• Thijs [naam 2] verklaarde op 4 mei dat hij een Volvo V40 heeft gerepareerd voor [eiser in conventie] . Dit betrof een Volvo V40 met stoffen bekleding en niet voorzien van een R-Design pakket. Hij verklaarde naast de voorschade reparatie alleen de achterbumper te hebben vervangen voor een R-Design achterbumper, verder is er niet aan die Volvo gedaan.

• Uit de door verzekerde overhandigde reparatienota blijkt alleen reparatie van de voorschade en het spuiten van de achterbumper. Een betalingsbewijs met betrekking tot de betaling van deze nota kon verzekerde niet aanleveren. [naam 2] heeft de aankoop van de frontdelen in Polen ook niet aangetoond.

• Reparatie van de Volvo V40 is door verzekerde niet aangetoond.”

Over het telefonisch contact op 4 mei 2016 van Drechsler met [naam 2] rapporteert hij het volgende:

“Ik heb voor de heer [eiser in conventie] inderdaad een Volvo V40 hersteld. Ik weet niet wat voor kenteken er op deze auto zat. Volgens mij zaten er helemaal geen kentekenplaten op de Volvo. De Volvo had voorschade, de meeste frontdelen waren vernield. Daarom heb ik een complete kop van een Volvo V40 gekocht in Polen. Ik kocht deze kop via internet en deze kop is vervolgens naar Nederland gekomen. Of ik van de aankoop van de onderdelen

nog een factuur heb weet ik niet Ik heb alleen de voorschade hersteld en de Volvo voorzien van een R-Design achterbumper. Verder heb ik geen werkzaamheden verricht aan de Volvo. De Volvo was vrij standaard uitgevoerd met stoffen bekleding. Het was geen R-Design uitvoering. Ook was de Volvo niet voorzien van Xenon verlichting. Tijdens de reparatie zijn er weer standaard koplampen gemonteerd, geen Xenon verlichting.”

4.2.6.

Drechsler heeft zijn standpunt over de aanrijdingsschade bij aanschaf mede gebaseerd op foto’s die afkomstig zijn van Rhenoy Auto’s, die volgens Drechsler dermate aanzienlijke ernstige voorschade laten zien dat de motorkap niet zou kunnen worden hersteld. Bovendien is hierop zichtbaar dat de voor- en gordijnairbags rechts zijn geactiveerd. [eiser in conventie] heeft echter de Volvo niet bij Rhenoy auto’s gezien, zodat deze foto’s niet bepalend kunnen zijn voor de omvang van de aanrijdingsschade bij aanschaf zoals zichtbaar bij de Brabantse Hoek. De rechtbank maakt bovendien bij de overgelegde foto’s de kanttekening dat ook met toelichting ter zitting de schade aan de airbags zich nauwelijks laat duiden. [eiser in conventie] heeft ter zitting met betrekking tot deze foto’s verklaard dat bij de Brabantse Hoek de Volvo voor de verkoop netjes was gemaakt. De airbags waren losgeklikt, de hemel was teruggeduwd en volgens de Brabantse Hoek waren de voorste airbags vervangen.

Voorts heeft [eiser in conventie] ter onderbouwing van zijn standpunt over de reparatie en de uitvoering van de Volvo een verklaring van [naam 2] overgelegd (productie 12 van [eiser in conventie] ), waarin deze schrijft dat de nota van € 11.500,00 met datum 5 maart 2016 per kas is voldaan. Het is in termijnen betaald en een bedrag van € 1.500,00 is buiten de boekhouding gehouden. Voor dit bedrag is de Volvo gerepareerd en zijn veranderingen aangebracht, zoals R-design bumpers en sideskirts. Tevens is in verband met de airbags

R-design interieur geplaatst, inclusief hemel, aldus [naam 2] .

Ter zitting heeft [eiser in conventie] toegelicht dat het mogelijk is om stoelen en bekleding van de uitvoering Volvo Business Momentum te vervangen door een compleet pakket R-design. In dat kader zijn ook de velgen vervangen en de ramen getint. Omdat alleen gevraagd is naar schade, heeft hij de aanpassingen van het interieur niet genoemd, aldus [eiser in conventie] .

De rechtbank constateert dat de telefonische verklaring van [naam 2] ten overstaan van Drechsler en zijn overgelegde schriftelijke verklaringen tegenstrijdigheden bevatten. Dat laat onverlet dat [eiser in conventie] de stellingen van Interpolis voldoende gemotiveerd heeft betwist.

4.3.

Bij deze stand van zaken heeft Interpolis te weinig bewijs bijgebracht voor haar stelling dat [eiser in conventie] door het geven van onjuiste informatie een hogere uitkering heeft willen bewerkstelligen. Ook [eiser in conventie] is niet erin geslaagd zijn aanspraak op dekking voldoende te onderbouwen. Daarom zal Interpolis overeenkomstig haar bewijsaanbod worden belast met de hierna te melden bewijsopdracht.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

in reconventie

4.4.

Deze vordering van Interpolis betreft de gestelde extra gemaakte onderzoekskosten door Drechsler van € 1.815,30 in verband met het volgens Interpolis verstrekken van onjuiste informatie door [eiser in conventie] . Omdat in conventie Interpolis wordt opgedragen bewijs te leveren van haar stelling dat [eiser in conventie] aan Interpolis onjuiste informatie heeft gegeven met opzet tot misleiding, zal iedere beslissing worden aangehouden tot na de bewijslevering.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

draagt Achmea op te bewijzen dat [eiser in conventie] onjuiste informatie heeft verstrekt over de aanschafwaarde, over de aanrijdingsschade bij aanschaf en over de uitvoering van de Volvo met het opzet tot misleiding,

5.2.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 30 augustus 2017 voor uitlating door Achmea of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3.

bepaalt dat Achmea, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4.

bepaalt dat Achmea, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden oktober tot en met december 2017 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5.

bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. J.A.M. Strens-Meulemeester in het gerechtsgebouw te Zutphen aan De Martinetsingel 2,

5.6.

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

5.8.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2017.

St/Vr