Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4232

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-08-2017
Datum publicatie
11-08-2017
Zaaknummer
05/840443-17 en 05/191932-15 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling door de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van een 37-jarige vrouw uit Arnhem wegens twee straatroven en twee auto-inbraken tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden. Daarnaast moet de vrouw een eerder opgelegde gevangenisstraf uitzitten en de slachtoffers schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/840443-17 en 05/191932-15 (tul)

Datum uitspraak : 8 augustus 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ,

thans gedetineerd te PI Overijssel, PIV Zwolle te Zwolle,

raadsvrouw: mr. J.H. Schaap, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 juli 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 11 april 2017, althans in de maand april 2017, in de gemeente Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een geparkeerde auto (merk Ford, kenteken [kenteken 1] ) heeft weggenomen een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de firma [slachtoffer 1] en/of [naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

zij op of omstreeks 11 april 2017, althans in de maand april 2017, in de gemeente Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een geparkeerde auto (merk Citroen, kenteken [kenteken 2] ) heeft weggenomen een navigatiesysteem ( [naam 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

zij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Arnhem, op de openbare weg, het Nieuwe Plein aldaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bril,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte opzettelijk gewelddadig een of meer slaande beweging(en) heeft gemaakt in de richting van genoemde [slachtoffer 3] , en/of (daarbij op vervolgens) de door genoemde [slachtoffer 3] gedragen bril (onverhoeds) van haar neus heeft getrokken;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

zij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Arnhem, op de openbare weg, het Nieuwe Plein, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een bril en/of andere goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 3] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, opzettelijk gewelddadig een of meer slaande beweging(en) heeft gemaakt in de richting van genoemde [slachtoffer 3] , en/of (daarbij op vervolgens) de door genoemde

[slachtoffer 3] gedragen bril (onverhoeds) van haar neus heeft getrokken, en/of (vervolgens) met die bril over enige afstand is weggelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair

zij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Arnhem, opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een bril, dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

4.

zij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Arnhem, op de openbare weg, het Willemsplein aldaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een schoudertas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte zich opzettelijk dreigend heeft opgesteld tegenover genoemde [slachtoffer 4] , althans opzettelijk een dreigende houding heeft aangenomen ten overstaan van genoemde [slachtoffer 4] , en/of (vervolgens) opzettelijk

(krachtig) heeft gerukt en/of getrokken aan (de hengsels van) die door genoemde [slachtoffer 4] gedragen schoudertas;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

zij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Arnhem, op de openbare weg, het Willemsplein aldaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een schoudertas, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 4] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, zich opzettelijk dreigend heeft opgesteld tegenover genoemde [slachtoffer 4] , althans opzettelijk een dreigende houding heeft aangenomen ten overstaan van genoemde [slachtoffer 4] , en/of (vervolgens) opzettelijk (krachtig) heeft gerukt en/of getrokken aan (de hengsels van) die door genoemde [slachtoffer 4] gedragen schoudertas, en/of (vervolgens) met die schoudertas over

enige afstand is weggelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair

zij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Arnhem, opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een schoudertas, dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] , heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

1a. De vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich een vordering na voorwaardelijke veroordelingbetreffende de veroordeling door de politierechter te Arnhem van 17 november 2015 tot twee weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] namens [slachtoffer 1] , p. 36 e.v.;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 juli 2017.

Ten aanzien van feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 33 e.v.;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 juli 2017.

Ten aanzien van feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit, diefstal met geweld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw bepleit vrijspraak ten aanzien van het onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde. Dit omdat niet bewezen kan worden verklaard dat het oogmerk van verdachte was gericht op wederrechtelijke toe-eigening van de bril. Verdachte heeft uit frustratie de bril vernield. De raadsvrouw refereert zich voor wat betreft het meer subsidiair tenlastegelegde naar het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan.

Aangeefster liep op 20 maart 2017 tussen 22:00 uur en 22:15 uur over het Nieuwe Plein te Arnhem ter hoogte van de Blikkenbioscoop in de richting van het station. Zij werd aangesproken door een vrouw die om kleingeld vroeg. Toen zij zei dat ze geen kleingeld had, werd de vrouw kwaad. Ter hoogte van de Mazzel Grill liep de vrouw kort achter aangeefster. Zij hief haar arm op en probeerde haar te slaan. De vrouw bleef schelden en probeerde aangeefster te slaan. De vrouw trok de bril van de neus van aangeefster.2 Verdachte verklaart de bril van het gezicht van aangeefster te hebben gerukt3. Daarna is verdachte met deze bril weggelopen richting de Rijnstraat,4 heeft de bril op de grond gegooid en kapot gemaakt.5 De kapotte bril is achtergelaten in de eerste rechterzijstraat van de Rijnstraat.6

De afstand tussen “De Mazzel Grill aan het Nieuwe plein, en de eerste rechterzijstraat van de Rijnstraat bedraagt ongeveer 60 meter.7

Uit voormelde bewijsmiddelen volgt dat verdachte de bril niet direct ter plaatse van de worsteling heeft vernield maar met deze bril is weggelopen en deze ongeveer 60 meter verder heeft vernield. Verdachte heeft eerst de bril uit de macht van aangeefster onttrokken en dus wederrechtelijk toegeëigend en heeft de bril korte tijd later vernield. Hiermee kan bewezen worden verklaard dat verdachte zich de bril wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Ten aanzien van feit 4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit, diefstal met geweld.

Doordat verdachte krachtig aan de tas van aangeefster heeft getrokken, heeft zij uitvoerings- handelingen verricht die waren gericht op het verschaffen van bezit van de tas. Zij is vervolgens weggerend met de tas waardoor zij heerschappij over de tas had. Daarna is verdachte gestruikeld en liet de tas vallen. Deze is door omstanders opgeraapt en naar aangeefster teruggebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw bepleit vrijspraak ten aanzien van het onder 4 primair tenlastegelegde. Dit omdat niet bewezen kan worden verklaard dat het verdachte is, die zich de tas wederrechtelijk heeft toegeëigend. Verdachte heeft soms wat mistige herinneringen maar zij kan zich niet voorstellen dat zij een tas zou stelen. Voorts heeft de raadsvrouw verzocht de verklaring van de getuige [getuige 1] van het bewijs uit te sluiten. Hij zou het voorval niet zelf hebben gezien maar van zijn broertje van vijf jaar hebben gehoord. Ten aan zien van het subsidiair tenlastegelegde refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte het primair tenlastegelegde feit, heeft begaan.

Aangeefster bevond zich op 20 maart 2017 tussen 21:05 en 21:15 uur bij de bushalte op het Willemsplein in Arnhem. Verdachte liep naar haar toe, schold haar uit en ging met haar voorhoofd en neus tegen het voorhoofd en neus van aangeefster staan. Zij wilde geld van aangeefster. Opeens trok verdachte aan aangeefsters tas, de schouderband brak en verdachte rende weg met de tas.8 Daarna is verdachte gestruikeld en liet de tas vallen. Deze is door omstanders opgeraapt en naar aangeefster teruggebracht. [slachtoffer 4] beschrijft de verdachte als volgt:

- donkere huidskleur;

- ongeveer 35 jaar oud;

- gemillimeterd kroeshaar;

- erg veel make-up, roze lippenstift (dikke lippen);

- 168 cm lang (had wel hoge hakken aan) ik ben zelf 172 cm lang;

- slank postuur, erg dunne benen;

- type prostituee/verslaafd;

- donkere jas met band om haar middel;

- grijs/zwart spijkerbroek/legging;

- enkel laarsjes donker van kleur met hak.9

Naar aanleiding van een vernieling bij [naam 3] , kreeg verbalisant [verbalisant] op 20 maart 2017 om 21.30 uur opdracht om uit te kijken naar een Afrikaanse vrouw, 1,65 m lang, slank postuur, opvallend paarse oogschaduw, haar in knot naar achteren en een donkere jas. Bij het horen van dit signalement dacht verbalisant direct aan de haar ambtshalve bekende [verdachte] .

Verdachte herkent zich op de foto, blz. 86, van de binnenkomst bij [naam 3] . Verdachte heeft verklaard dat zij die avond onder invloed van cocaïne was.10

Omstreeks 21.50 uur krijgt verbalisant [verbalisant] opdracht om uit te kijken naar vrouw die verdacht wordt van diefstal van een tas. Ook bij dit signalement had verbalisant [verbalisant] het vermoeden dat het hier de haar ambtshalve bekende [verdachte] betrof.11 Na het bekijken van camerabeelden van de binnenstad van Arnhem door verbalisanten, blijkt dat verdachte [verdachte] tussen 21.24 uur en 22.13 uur wordt gezien bij [naam 3] , stationsplein, op het Willemsplein en op het nieuwe plein.12

Uit bovenstaande bewijsmiddelen volgt dat verdachte:

  • -

    op 20 maart 2017 ’s avonds onder invloed van cocaïne was;

  • -

    zij ’s avonds op verschillende momenten op het Stationsplein, het Nieuwe Plein en het Willemsplein in de Arnhemse binnenstad is gesignaleerd;

  • -

    verdachte die avond betrokken was bij een vernieling bij [naam 3] op het stationsplein en een diefstal met geweld op het Nieuwe Plein;

  • -

    bij zowel de onder drie bewezenverklaarde diefstal met geweld, als bij het onderhavige feit de dader het slachtoffer om geld heeft gevraagd;

  • -

    het signalement dat aangeefster van de dader van het onderhavige feit geeft, zodanig overeenkomt met het signalement van verdachte dat verbalisant [verbalisant] direct aan haar denkt als zij het signalement te horen krijgt.

Dit alles in onderlinge samenhang en tijdsverband beschouwd, maakt dat de rechtbank ook de diefstal met geweld van de tas van [slachtoffer 4] bewezen vindt.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, feit 2, feit 3 primair en feit 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op of omstreeks 11 april 2017, althans in de maand april 2017, in de gemeente Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een geparkeerde auto (merk Ford, kenteken [kenteken 1] ) heeft weggenomen een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de firma [slachtoffer 1] en/of [naam 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

zij op of omstreeks 11 april 2017, althans in de maand april 2017, in de gemeente Arnhem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een geparkeerde auto (merk Citroen, kenteken [kenteken 2] ) heeft weggenomen een navigatiesysteem ( [naam 2] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

zij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Arnhem, op de openbare weg, het Nieuwe Plein aldaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bril,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte opzettelijk gewelddadig een of meer slaande beweging(en) heeft gemaakt in de richting van genoemde [slachtoffer 3] , en/of (daarbij op vervolgens) de door genoemde [slachtoffer 3] gedragen bril (onverhoeds) van haar neus heeft getrokken;

4.

zij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Arnhem, op de openbare weg, het Willemsplein aldaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een schoudertas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, en gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte zich opzettelijk dreigend heeft opgesteld tegenover genoemde [slachtoffer 4] , althans opzettelijk een dreigende houding heeft aangenomen ten overstaan van genoemde [slachtoffer 4] , en/of (vervolgens) opzettelijk

(krachtig) heeft gerukt en/of getrokken aan (de hengsels van) die door genoemde [slachtoffer 4] gedragen schoudertas.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 telkens:

diefstal

Ten aanzien van feit 3:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

Ten aanzien van feit 4:

Diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1, feit 2, feit 3 primair en feit 4 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie veel te hoog is, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte wil na haar gevangenisstraf hulp zoeken, maar dan is een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden te lang.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 12 juni 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Tactus verslavingszorg, gedateerd 5 juli 2017;

- een psychologisch onderzoek van [GZ-psycholoog] , GZ-psycholoog, gedateerd 20 juni 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan twee straatroven. Verdachte heeft door haar handelen het gevoel van veiligheid van de slachtoffers aangetast. Straatroven veroorzaken ook in de maatschappij in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan twee auto-inbraken. Daarbij heeft verdachte enkel oog gehad voor financieel gewin.

Op een dergelijk feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat zij reeds al meerdere malen in aanraking is gekomen met politie en justitie.

De rechtbank houdt tevens rekening met het over verdachte opgemaakte rapport van de reclassering van 5 juli 2017, waarin onder meer - voor zover relevant - het volgende is vermeld:

“(…) Verdachte is vanwege de overlast die zij veroorzaakt met haar (delict)gedrag in beeld bij het veiligheidshuis te Arnhem. Tevens is verdachte al jaren in beeld bij GGZ instelling Pro Persona te Arnhem. Het FACT team van Pro Persona onderhoud de contacten met verdachte waarbij zij een laagdrempelige insteek hebben aangezien verdachte zorgmijdend gedrag vertoont. Er zou bij verdachte sprake zijn van een bipolaire stoornis waarbij zij meer depressieve dan manische perioden kent. Zij is echter wel redelijk trouw in de inname van haar medicatie tegen deze klachten. Verdachte is al jaren verslaafd aan harddrugs en alcohol, deze middelen hebben een negatieve invloed op de werking van de medicatie die verdachte slikt tegen haar psychiatrische klachten. Daarnaast blijkt er sprake te zijn van een traumatische en belastende voorgeschiedenis. Mogelijk dat haar afwijzende en vijandige indruk, die zij momenteel jegens de reclassering laat zien, hierin een rol spelen. Verdachte heeft niet mee willen werken aan een psychologisch onderzoek bij het NIFP en door het NIFP is er geen diagnose en advies gesteld. Verdachte heeft zich enigszins bereid gevonden mee te werken aan het opstellen van een reclasseringsrapportage. Zij wenst geen verdere bemoeienis van de reclassering. Door de afwijzende houding van verdachte, geen zicht kunnen krijgen op (mogelijke) onderliggende problematiek en het niet bereid zijn mee te willen werken aan een hulpverleningstraject in het kader van bijzondere voorwaarden, ziet de reclassering geen mogelijkheden een passend plan van aanpak voor verdachte op te stellen.(…)”

Nu verdachte niet volledig heeft willen meewerken aan het opstellen van rapportages, is het voor de reclassering niet mogelijk geweest om een passend plan van aanpak op te stellen. De rechtbank kan dan ook niets anders dan afstraffen. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten en de houding van verdachte, geen andere straf in aanmerking komt dan een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals geëist door de officier van justitie.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

[slachtoffer 3] (feit 3) heeft een bedrag van € 772,36 aan materiële schade en een bedrag van € 350,00 aan immateriële schade gevorderd. Totaal bedraagt de vordering dus een bedrag van € 1.122,36, nog te vermeerderen met de wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

[slachtoffer 4] (feit 4) vordert een bedrag van € 150,95 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] op het standpunt gesteld dat de immateriële schade en de kosten voor de aanschaf van de bril ter hoogte van € 650,00 kunnen worden toegewezen. Voor wat betreft de werkuren en de reiskosten dient de rechtbank gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] is de officier van justitie van mening dat de vordering kan worden toegewezen.

Ten slotte heeft de officier van justitie verzocht ten aanzien van beide vorderingen de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen en de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] opgemerkt dat verdachte schadeplichtig is voor de bril die zij heeft vernield. Zij vraagt om de immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid vast te stellen. Voor wat betreft de reiskosten, dient verdachte niet op te draaien voor de keer dat de benadeelde partij voor niets naar de politie is geweest. De reiskosten kunnen voor één bezoek worden toegewezen.

Voor wat betreft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] dient de hoogte van het toe te wijzen bedrag naar redelijkheid en billijkheid te worden vastgesteld, onder andere omdat de bon van de tas ontbreekt.

Beoordeling door de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen onder feit 3 tot een totaal bedrag van € 972,36 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Daarbij is ook aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, voldaan. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het korte tijdsbestek tussen aanschaf van de bril en de vernieling van de bril, de nieuwwaarde van de bril moet worden vergoed. Ook zullen de gevraagde werkuren en reiskosten worden toegewezen. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de rechtbank gebruik gemaakt van haar schattingsbevoegdheid en het bedrag geschat op € 200,-.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 20 maart 2017.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen onder feit 4 tot een bedrag van € 130,00 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Daarbij is ook aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, voldaan. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen.

De rechtbank heeft gebruik gemaakt van haar schattingsbevoegdheid. De schade voor wat betreft de reiskosten en de verlofuren worden begroot op € 90,00 en de tas wordt begroot op een bedrag van € 40,00.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4] .

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 20 maart 2017.

7a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 2 weken die door de politierechter te Arnhem op 17 november 2015 voorwaardelijk is opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft verzocht om de vordering na voorwaardelijke veroordeling niet toe te wijzen.

Beoordeling door de rechtbank

Nu is bewezen dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dient de bij vonnis van politierechter te Arnhem van 17 november 2015 (parketnummer 05/191932-15) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer gelegd te worden.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14g, 24c, 27, 36f, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3], van een bedrag van € 972,36 (negenhonderdtweeënzeventig euro en zesendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3] , een bedrag te betalen van € 972,36 (negenhonderdtweeënzeventig euro en zesendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 19 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] .

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 4], van een bedrag van € 130,00 (honderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4], van een bedrag van € 130,00 (honderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 2 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van politierechter te Arnhem van 17 november 2015, te weten van: 2 weken gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door Mr. R.S. Croll (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en mr. H. Broekhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 augustus 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2017168565, gesloten op 13 april 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 3] , p.74

3 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 3] , p.74 alsmede Proces-verbaal verhoor verdachte p.91

4 Proces-verbaal getuige [getuige 2] , p.77

5 Proces- verbaal verhoor verdachte, p.91

6 Proces-verbaal getuige [getuige 2] , p.77

7 Een feit van algemene bekendheid, Google maps.

8 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 4] , p.56-57 met foto’s p.59-60 alsmede Proces-verbaal van getuige U. [getuige 1] p. 62

9 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 4] , p.57

10 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 juli 2017

11 Proces -verbaal bevindingen [verbalisant] , p.83

12 Proces -verbaal bevindingen [verbalisant] , p.84-85