Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4219

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-06-2017
Datum publicatie
10-08-2017
Zaaknummer
C/05/310807 HA RK 16-230
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Deelgeschil. Tussenbeschikking. Vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Rechtsbijstandsverzekering. Instructie over polisvoorwaarden. Geen afwijzing op grond van art. 1019z.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rekestnummer: C/05/310807 / HA RK 16-230 / 103 / 512

Beschikking van 14 juni 2017

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te Ewijk,

verzoeker,

advocaat mr. H. Korkmaz te Arnhem,

tegen

de naamloze vennootschap

[verweerster] ,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster,

advocaat mr. N.C. Haase te Utrecht.

De partijen worden verder [verzoeker] en [verweerster] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de brief met bijlagen van de zijde van [verzoeker] van 3 april 2017

  • -

    de mondelinge behandeling. Verschenen zijn [verzoeker] bijgestaan door mr. Korkmaz voornoemd, en [naam] namens [verweerster] , bijgestaan door mr. Haase voornoemd. Mr. Korkmaz heeft het standpunt van haar cliënt mede aan de hand van een pleitnota uiteengezet.

2 De beoordeling

2.1.

Op 9 februari 2012 is [verzoeker] , nucleair geneeskundige van [Medisch Centrum] , slachtoffer geworden van een verkeersongeval. De stilstaande auto waarin hij als bestuurder zat werd door een vrachtwagen met een snelheid van 85 km/u van achteren aangereden. [verzoeker] is daarbij gewond geraakt. Naast een breuk van de linkerarm, gebitsletsel, een scheur in de lip en een gehoorbeschadiging heeft [verzoeker] hersenletsel opgelopen. [verweerster] , waar de vrachtwagen ingevolge de WAM verzekerd was, heeft aansprakelijkheid erkend voor de schadelijke gevolgen van dit ongeval voor [verzoeker] .

2.2.

[verzoeker] verricht thans aangepaste werkzaamheden voor zijn werkgever gedurende 18 uur per week verspreid over 5 dagen. Hij is door het UWV voor 70,05% arbeidsongeschikt bevonden, uit hoofde waarvan [verzoeker] een WIA-uitkering ontvangt. Arbeidsdeskundige [naam 2] en jobcoach [naam 4] van [naam 3] ondersteunen [verzoeker] bij zijn re-integratie inspanningen. [verzoeker] becijfert zijn schade wegens verlies aan verdienvermogen op ten minste een bedrag van € 830.709,00.

2.3.

Partijen hebben de schaderegeling ter hand genomen. [verzoeker] werd hierin eerst bijgestaan door zijn rechtsbijstandsverzekeraar VvAA en vanaf 3 april 2012 door mr. Korkmaz. Partijen hebben gezamenlijk expertises ingewonnen bij neuroloog Verhagen, neuropsycholoog [naam 5] en orthopedisch chirurg [naam 5] . De door partijen gezamenlijk ingeschakelde arbeidsdeskundigen [namen arbeidsdeskundigen] hebben nog niet gerapporteerd. Deze rechtbank heeft op verzoek van [verzoeker] tegen [verweerster] een voorlopig deskundigenbericht door verzekeringsgeneeskundige [naam verzekeringsdeskundige] gelast (zaaknummer / rekestnummer: C/05/308630 / HA RK 16-206).

2.4.

Als voorschot op vergoeding van zijn letselschade heeft [verweerster] een bedrag van € 80.000,00 aan [verzoeker] betaald. Van de zijde van [verzoeker] is ter zake van buitengerechtelijke kosten over de periode van 3 april 2012 tot 4 oktober 2016 in totaal een bedrag van € 88.450,53 bij [verweerster] in rekening gebracht (inclusief drie declaraties waarvan [verweerster] de ontvangst betwist). [verweerster] heeft van dit bedrag in totaal € 51.183,32 aan [verzoeker] voldaan. [verweerster] heeft aan VvAA een bedrag van € 945,86 aan buitengerechtelijke kosten betaald.

2.5.

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank op de voet van artikel 1019w Rv [verweerster] zal veroordelen om over te gaan tot tussentijdse betaling van de openstaande buitengerechtelijke kosten tot en met 4 oktober 2016 ad € 37.266,71, door overschrijving naar een door de advocaat van [verzoeker] op te geven bankrekening, zulks binnen twee weken na die opgave, met begroting van en veroordeling in de kosten aan de zijde van Van Zoest bij de behandeling van het verzoek.

2.6.

[verweerster] voert verweer. Zij werpt in de eerste plaats op dat [verzoeker] tegen kosten van rechtsbijstand verzekerd is en dat hij daarom niet zelf de onbetaald gebleven rekeningen voor werkzaamheden van zijn advocaat hoeft te voldoen. Het verzoek is daarom niet toewijsbaar, aldus [verweerster] . In dit verband is het volgende van belang.

2.7.

Volgens [verzoeker] (punt 6 van de pleitnota van zijn advocaat) betreft zijn rechtsbijstandsverzekering een polis in natura. Voor buitengerechtelijke kosten bestaat alleen dekking voor zover het de kosten betreft van de inzet van een eigen medewerker van zijn verzekeraar. De buitengerechtelijke kosten van een door [verzoeker] ingeschakelde advocaat zijn niet gedekt. Proceskosten zijn onder voorwaarden wel gedekt, maar dat geldt niet voor een procedure als de onderhavige die ziet op de kosten van een buiten de verzekeraar ingeschakelde advocaat. [verzoeker] is bovendien verplicht het door zijn verzekeraar betaalde op de aansprakelijke partij te verhalen. De buitengerechtelijke kosten komen dan ook voor zijn eigen rekening, aldus [verzoeker] .

Ter zitting heeft [verweerster] in dit verband aangegeven dat zij bij haar standpunt blijft, nu [verzoeker] de polisvoorwaarden niet in het geding heeft gebracht.

[verzoeker] heeft aangeboden deze alsnog over te leggen.

2.8.

De rechtbank zal [verzoeker] in de gelegenheid stellen binnen twee weken na heden de op het onderhavige geschil toepasselijke polisvoorwaarden alsnog over te leggen. Hij kan daarbij kort toelichten hoe zijn standpunt, zoals dat in 2.7. is verwoord, in deze voorwaarden steun vindt. [verweerster] mag hierop binnen twee weken na ontvangst reageren. De met deze instructie gepaard gaande tijd, inspanning en kosten zijn, afgezet tegen het mogelijk aanzienlijke belang van de vordering ten principale en de bijdrage die een beslissing op het verzoek kan leveren aan het bereiken van een vaststellingsovereenkomst, naar het oordeel van de rechtbank dermate gering dat afwijzing van het verzoek op de voet van art. 1019z Rv niet aan de orde is.

2.9.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat [verzoeker] uiterlijk op 28 juni 2017 de toepasselijke polisvoorwaarden aan de rechtbank en [verweerster] kan doen toekomen, vergezeld van een korte toelichting hoe zijn standpunt daarin steun vindt,

3.2.

bepaalt dat [verweerster] binnen twee weken nadat [verzoeker] zich overeenkomstig punt 3.1. heeft uitgelaten, haar schriftelijke reactie kan indienen, onder verlening van een afschrift daarvan aan [verzoeker] ,

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan .

Deze beschikking is gegeven door mr. T.P.E.E. van Groeningen en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2017.