Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4209

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-08-2017
Datum publicatie
09-08-2017
Zaaknummer
05/860055-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Werkstraf en voorwaardelijke rijontzegging voor verkeersongeval Geldermalsen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/860055-16

Datum uitspraak : 04 augustus 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Raadsman: mr. S. Visser, advocaat te Hendrik-Ido-Ambacht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juli 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 28 november 2015 binnen de bebouwde kom van Geldermalsen,

in de gemeente Geldermalsen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto, merk Volkswagen, type Golf), komende vanuit de richting van de Willem de Zwijgerweg en gaande in de Tielerweg, daarmee rijdende op de uit twee rijbanen, bestaande weg, de Randweg,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

met een snelheid gelegen tussen de 106,8 en 110 kilometer per uur, althans met een grotere snelheid dan de aldaar ingevolge artikel 20 aanhef onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor hem, verdachte maximaal toegestane snelheid van 50 kilometer per uur over die Randweg heeft gereden en/of

in of nabij een in die weg (de Randweg) gelegen, gezien zijn, verdachtes rijrichting flauw naar rechts verlopende bocht, vanaf de door hem, verdachte bereden rijbaan van die weg (de Randweg) naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of niet het verloop van die weg/rijbaan heeft gevolgd en/of in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk

rechts te houden en/of

niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (de Randweg) en/of het verloop van die weg (de Randweg) en/of

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk VW type Golf) geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die weg (de Randweg) is terecht gekomen en/of

geheel of gedeeltelijk rijdend op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die weg (de Randweg) is gebotst tegen, in elk geval in aanrijding is gekomen met een op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die weg (de Randweg) rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, merk Volkswagen, type Polo),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 28 november 2015 binnen de bebouwde kom van Geldermalsen, in de gemeente Geldermalsen, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto, merk Volkswagen, type Golf), komende vanuit de richting van de Willem de Zwijgerweg en gaande in de richting van de Tielerweg daarmee op de uit twee rijbanen, bestaande weg, de Randweg heeft gereden met een snelheid gelegen tussen de 106,8 en 110 kilometer per uur, althans met een grotere snelheid dan de aldaar ingevolge artikel 20 aanhef onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor hem, verdachte maximaal toegestane snelheid van 50 kilometer per uur over die Randweg en/of

in of nabij een in die weg (de Randweg) gelegen, gezien zijn, verdachtes rijrichting flauw naar rechts verlopende bocht, vanaf de door hem, verdachte bereden rijbaan van die weg (de Randweg) naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of niet het verloop van die weg/rijbaan heeft gevolgd en/of

in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk VW type Golf) geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die weg (de Randweg) is terecht gekomen en/of

geheel of gedeeltelijk rijdend op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die weg (de Randweg) is gebotst tegen, in elk geval in aanrijding is gekomen met een op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die weg (de Randweg) rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, merk Volkswagen, type Polo),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 28 november 2015 reed verdachte als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto van met merk Volkswagen, type Golf) op de (uit twee rijbanen bestaande) Randweg gelegen binnen de bebouwde kom te Geldermalsen, komende vanuit de richting van de Willem de Zwijgerweg en gaande in de richting van de Tielerweg. In de Randweg bevindt zich, vanuit de rijrichting van verdachte gezien, een flauwe bocht naar rechts. In of nabij die bocht is het voertuig van verdachte naar links gegaan en op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft terechtgekomen, waarna een frontale botsing heeft plaatsgevonden met het voertuig van het slachtoffer, [slachtoffer] , die als bestuurder in een personenauto (merk Volkswagen, type Polo) reed op de rijbaan voor (gezien vanuit de rijrichting van verdachte) tegemoetkomend verkeer.2 Als gevolg van dit ongeval heeft [slachtoffer] ernstig letsel opgelopen, te weten:

- scheurwonden aan beide knieën;

- klaplongen

- ribfracturen aan beide zijden;

- kneuzingen longen;

- fractuur bekken;

- fractuur linker onderbeen;

- fractuur rechter knieschijf;

- fractuur rechter bovenbeen;

- fracturen van wervels en borstbeen;

- gescheurde milt;

- bloeding hersenen.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit, met dien verstande dat hij bewezen acht dat verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden. Op basis van het zeer gedegen en uitvoerig gedane onderzoek naar het klokkenpaneel van verdachtes voertuig kan volgens de officier van justitie bewezen worden dat verdachte met een snelheid gelegen tussen de 106,8 en 110 kilometer per uur heeft gereden, waar een snelheid van maximaal 50 kilometer per uur was voorgeschreven. Deze conclusie vindt steun in de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] , die beiden hebben verklaard dat verdachte bijzonder hard reed. Het door de verdediging ingebrachte rapport van Bosscha Ongevallenanalyse B.V. (Bosscha) en de persoonlijke twijfels van die rapporteur, ten aanzien van de door de verbalisanten van de Verkeers Ongevallen Analyse (VOA) gebruikte onderzoeksmethode, zijn volgens de officier van justitie onvoldoende reden om (de betrouwbaarheid van) de VOA in twijfel te trekken. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat in ieder geval kan worden bewezen dat verdachte met een hogere snelheid heeft gereden dan ter plaatse is toegestaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het primair tenlastegelegde feit, nu niet kan worden bewezen dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De door de verdediging ingeschakelde verkeersdeskundige Bosscha heeft eveneens onderzoek verricht naar de snelheid waarmee verdachte zou hebben gereden. Zijn onderzoek roept vragen op over de onderzoeksmethode en de bevindingen van de VOA. Gelet op het rapport van Bosscha kan worden vastgesteld dat verdachte heeft gereden met een snelheid van 69 à 71 kilometer per uur. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 is verder van belang dat de rechter achterband van verdachtes voertuig lek/leeg was. Volgens de verdediging is het scenario, dat verdachte door de lekke/lege band met zijn voertuig ongewild op de verkeerde weghelft is beland en daardoor in botsing is gekomen met het voertuig van het slachtoffer, niet onaannemelijk. Gelet op deze omstandigheden dient verdachte te worden vrijgesproken van het hem primair tenlastegelegde feit. Ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De vraag die gelet op de standpunten van partijen ter beoordeling voorligt is of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW), zoals primair ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Om in de onderhavige zaak tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW is vereist dat het rijgedrag van verdachte zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam is geweest. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van de gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Omstandigheden

Vaststaat dat verdachte met zijn voertuig op de verkeerde weghelft terecht is gekomen en daar frontaal in botsing is gekomen met zijn tegenligger. Verdachte heeft door op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan te rijden niet voldaan aan de voor bestuurders geldende verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, zoals is bepaald in artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Uit de VOA volgt dat op het moment waarop melding van het verkeersongeval werd gedaan (om 13.17 uur) er sprake was van daglicht. Met betrekking tot de weersgesteldheid is vastgesteld dat het zonnig, droog en helder was. Het zicht van verdachte werd op geen enkele wijze beperkt. Het voertuig van verdachte verkeerde in een voldoende rij technische staat van onderhoud en vertoonde geen gebreken.4

Snelheid

Zoals reeds genoemd vond het verkeersongeval plaats op de binnen de bebouwde kom gelegen Randweg te Geldermalsen waar een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur geldt.5 Het is de vraag wat verdachtes snelheid ten tijde van het ongeval was. Naar het oordeel van de rechtbank kan de exacte snelheid waarmee hij heeft gereden niet worden vastgesteld.

De VOA heeft onderzoek verricht aan het klokkenpaneel van verdachtes auto. Blijkens de bevindingen van de VOA wees de snelheidsmeter van verdachtes auto (na de botsing) een snelheid van ongeveer 110 kilometer per uur aan en liet de toerenteller een aftekening zien bij een toerental van ongeveer 2900 toeren. Dit toerental komt ongeveer overeen met de aangetroffen stand van de snelheidsmeter en de aangetroffen stand van de versnellingspook. In een aanvullend proces-verbaal van 12 december 2016 staat vermeld dat de aangetroffen snelheden als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt, maar dat het niet mogelijk is om in een tabel qua aannemelijkheid aan te geven in hoeverre de herleide snelheid de daadwerkelijk gereden snelheid betreft.

In beginsel zou de rechtbank gelet op het uitvoerig beschreven en gedane onderzoek naar het klokkenpaneel van verdachtes voertuig, uit kunnen gaan van de bevindingen naar aanleiding van dit onderzoek, ware het niet dat door de verdediging een andersluidend rapport van Bosscha is ingebracht. Volgens de betreffende verkeersongevallendeskundige wordt de door de verbalisanten gekozen methodiek niet of nauwelijks gebruikt en kan de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid hiervan (volgens hem persoonlijk) in twijfel worden getrokken. Door middel van een PC Crash simulatie met betrekking tot verdachtes auto heeft de deskundige een botssnelheid van 68 à 71 kilometer per uur berekend. Vanwege ontbrekende sporen in het voortraject kan volgens de deskundige niet worden bepaald met welke snelheid verdachtes voertuig de botsplaats is genaderd.

Op grond van de hiervoor aangehaalde rapportages kan de rechtbank niet met zekerheid vaststellen met welke snelheid verdachte op het moment van het ongeval heeft gereden. De rechtbank is van oordeel dat beide rapporten onzekerheidsmarges bevatten. Zo is onduidelijk op welke feiten en omstandigheden de in de PC Crash simulatie gebruikte waarden zijn gebaseerd en of deze betrouwbaar zijn. Verder is het door de verdediging ingebrachte rapport niet meer voorgelegd aan de bij de VOA betrokken verbalisanten, ter becommentariëring, terwijl dat wel in de rede had gelegen.

Al met al blijft er naar het oordeel van de rechtbank onzekerheid omtrent de daadwerkelijk door verdachte gereden snelheid bestaan. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat zij geen aansluiting kan zoeken bij de beide rapporten waar het gaat om de exact door verdachte gereden snelheid. Wel staat vast dat verdachte in ieder geval harder heeft gereden dan de ter plaatse toegestane maximum snelheid.

Door getuigen is met betrekking tot de snelheid van verdachte het volgende verklaard. Volgens getuige [getuige 1] reed verdachte veel te snel.6 Getuige [getuige 2] , die in het dagelijks leven beroepschauffeur is en zegt dus best wat van snelheid te weten, heeft piepende banden gehoord. Hij schatte de snelheid op 80 tot 100 kilometer per uur, het ging enorm hard. Er werd met hoge snelheid gereden en het leek alsof twee auto’s, waaronder die van verdachte, bezig waren met straatracerij, aldus [getuige 2] .7 Verdachte heeft over zijn snelheid verklaard dat hij harder heeft gereden dan de ter plaatse toegestane snelheid van 50 kilometer per uur.8 Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte de maximumsnelheid heeft overschreden en daarmee in strijd heeft gehandeld met artikel 20 van het Regelement verkeersregels en verkeerstekens.

Lekke achterband

Uit het onderzoek aan verdachtes voertuig volgt dat de band van het rechter achterwiel lek/leeg was. Door de verdediging is aangevoerd dat de mogelijkheid bestaat dat de koers van verdachtes voertuig als gevolg van de lekke achterband dusdanig negatief is beïnvloed dat verdachte daardoor ongewild op de verkeerde weghelft terecht is gekomen. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat een lekke band aan het ongeval ten grondslag ligt. Weliswaar zijn vanuit verdachtes rijrichting gezien in de rechter berm sporen aangetroffen, maar deze zijn blijkens het aanvullend proces-verbaal van 12 december 2016 niet te herleiden naar verdachtes voertuig. Ook is niet gebleken van gras of grasresten aan de rechter achterband, hetgeen wel in de rede zou hebben gelegen als dat wiel door de grasberm zou zijn gegaan. Naar het oordeel van de rechtbank is aldus niet aannemelijk geworden dat verdachte door een lekke achterband op verkeerde weghelft terecht is gekomen.

Schuldvraag

De rechtbank overweegt met betrekking tot de schuldvraag als volgt. Op grond van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat verdachte op de Randweg reed met een snelheid hoger dan de maximaal toegestane snelheid van 50 kilometer per uur en dat hij met zijn voertuig op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan terecht is gekomen. Dit zijn naar het oordeel van de rechtbank ernstige verkeersfouten. Bij de beoordeling van de schuldvraag acht de rechtbank van belang dat de weersomstandigheden ten tijde van het ongeval gunstig waren, dat verdachtes voertuig zich in een voldoende rij technische staat bevond, dat er van zicht-belemmerende omstandigheden geen sprake was en dat de frontale botsing plaatsvond in een flauwe (overzichtelijke) bocht. De rechtbank acht het niet onaannemelijk dat verdachte, door de te hoge snelheid waarmee hij in de flauwe bocht reed, zijn voertuig niet onder controle heeft kunnen houden, waardoor hij niet het verloop van de weg heeft gevolgd. Verdachte is in zijn zorgplicht op grond van de geldende verkeersregels tekortgeschoten als gevolg waarvan hij op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft terecht is gekomen en een frontale botsing heeft veroorzaakt. Hiermee heeft verdachte niet gehandeld zoals van hem als verkeersdeelnemer in de gegeven situatie mocht worden verwacht.

Bewezenverklaring artikel 6 WVW

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet de nodige voorzichtigheid heeft betracht als gevolg waarvan een ernstig verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig gereden en is het ongeval aan zijn schuld te wijten. Het letsel dat [slachtoffer] als gevolg van het ongeval heeft opgelopen, zoals staat omschreven bij de vaststaande feiten, wordt door de rechtbank als zwaar lichamelijk letsel gekwalificeerd.

De rechtbank acht gelet hierop wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 28 november 2015 binnen de bebouwde kom van Geldermalsen,

in de gemeente Geldermalsen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto, merk Volkswagen, type Golf), komende vanuit de richting van de Willem de Zwijgerweg en gaande in de Tielerweg, daarmee rijdende op de uit twee rijbanen, bestaande weg, de Randweg,

zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

met een snelheid gelegen tussen de 106,8 en 110 kilometer per uur, althans met een grotere snelheid dan de aldaar ingevolge artikel 20 aanhef onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor hem, verdachte maximaal toegestane snelheid van 50 kilometer per uur over die Randweg heeft gereden en/of

in of nabij een in die weg (de Randweg) gelegen, gezien zijn, verdachtes rijrichting flauw naar rechts verlopende bocht, vanaf de door hem, verdachte bereden rijbaan van die weg (de Randweg) naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of niet het verloop van die weg/rijbaan heeft gevolgd en/of in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk

rechts te houden en/of

niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (de Randweg) en/of het verloop van die weg (de Randweg) en/of

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk VW type Golf) geheel of gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die weg (de Randweg) is terecht gekomen en/of

geheel of gedeeltelijk rijdend op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die weg (de Randweg) is gebotst tegen, in elk geval in aanrijding is gekomen met een op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijbaan van die weg (de Randweg) rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, merk Volkswagen, type Polo),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het primair tenlastegelegde feit

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 120 uren werkstraf, te vervangen door 60 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en voorts tot oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder verdachte inbeslaggenomen voertuig, te weten een Volkswagen Golf, verbeurd wordt verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de volgende omstandigheden. Verdachte is niet eerder met politie of justitie in aanraking gekomen. Hij heeft zich zeer om het slachtoffer bekommerd en contact onderhouden. Verder is voor de uitoefening van verdachtes werkzaamheden gewezen op het belang voor verdachte om zijn rijbewijs te behouden. Tot slot dient rekening te worden gehouden met het tijdsverloop. Ten aanzien van het beslag heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van 12 juni 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval. Hij heeft binnen de bebouwde kom te hard gereden en is met zijn voertuig in een flauwe bocht op de voor het tegenliggende verkeer bestemde weghelft beland. Daar is hij frontaal gebotst tegen een hem tegemoetkomende auto. Als gevolg van dit verkeersongeval heeft het slachtoffer zeer ernstig letsel opgelopen en zal zijn leven er nooit meer hetzelfde uitzien. Het ongeluk heeft niet alleen lichamelijk, maar ook psychisch een grote impact op hem gehad. Ook zijn vrouw en familieleden worden geconfronteerd met de ernstige gevolgen van het ongeluk, zo blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring. Het slachtoffer kan voor zijn kleinkinderen niet meer de lieve opa zijn die hij voorheen was. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij niet heeft gehandeld zoals van hem als bestuurder mocht worden gevergd. Hij is tekortgeschoten in de op hem als verkeersdeelnemer rustende zorgplicht jegens andere verkeersdeelnemers. Bovendien had verdachte ten tijde van het ongeval zijn rijbewijs nog maar kort en was hij een beginnend bestuurder. In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij zich het lot van het slachtoffer erg aantrekt. Hij heeft sinds het ongeval meermalen contact met het slachtoffer en zijn echtgenote onderhouden. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte niet eerder met justitie of politie in aanraking is gekomen. Wel heeft verdachte kort voor het ongeval nog een boete gekregen wegens het begaan van een snelheidsovertreding, hetgeen de rechtbank wel enige zorgen baart over zijn rijgedrag. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat verdachte zich nog steeds niet altijd aan de toegestane maximale snelheid houdt. Om de zorgen die de rechtbank heeft over het rijgedrag van verdachte, ook na het ongeval, kracht bij te zetten, zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke rijontzegging voor de duur van een jaar met een proeftijd van drie jaren opleggen, om verdachte ervan te doordringen dat zijn rijgedrag consequenties heeft of kan hebben voor andere verkeersdeelnemers. In het opleggen van een deels onvoorwaardelijke rijontzegging ziet de rechtbank gelet op het tijdsverloop tussen het ongeval en de behandeling van de strafzaak geen meerwaarde meer. Daarnaast acht de rechtbank, gelet ook op de oriëntatiepunten straftoemeting, een onvoorwaardelijke werkstraf van 120 uur passend en geboden.

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voertuig (Volkswagen Golf), volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu

nu het een voorwerp is met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24, 33, 33a en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een werkstraf gedurende 120 (honderdtwintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

ontzegt verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat deze bijkomende straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een Volkswagen Golf.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Hamaker (voorzitter), mr. H.C. Leemreize en mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Bongers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 04 augustus 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015581691, gesloten op 03 augustus 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 22; 42; 70.

3 Medische informatie betreffende [slachtoffer] d.d. 28 november 2015 opgemaakt door F. Aarts, p. 102.

4 Proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 27; 35

5 Proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 22; 25.

6 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 107.

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 109; 113.

8 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juli 2017.