Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4200

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-08-2017
Datum publicatie
09-08-2017
Zaaknummer
05/740497-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat een man (40 jaar) tijdens het uitgaan in Apeldoorn heeft geprobeerd om twee jongens met één of twee messen zwaar te mishandelen door hen, in het gezicht en in de rug, te steken. Een derde jongen die wilde voorkomen dat de man nog meer slachtoffers zou maken, werd met een mes in zijn kin gestoken. Er zijn bij de drie slachtoffers geen vitale organen geraakt; hun verwondingen waren relatief klein. Vanwege de ernst van de feiten, en de schrik die de man ook de omstanders heeft aangejaagd, legt de rechtbank de man een gevangenisstraf van twaalf maanden op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740497-16

Datum uitspraak : 3 augustus 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] ,

wonende in [adres] ,

thans gedetineerd in de P.I. Overijssel - HvB Zwolle.

Raadsman: mr. P.W. Hermens, advocaat in Naarden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6 april 2017, 8 juni 2017 en 20 juli 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(primair)

hij op of omstreeks 24 december 2016 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] alias [alias] opzettelijk van het leven te beroven,

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met één of meer mes(sen), althans één of meer scherpe en/of puntige voorwerp(en), in de borst, althans het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt en/of

- die [slachtoffer 2] alias [alias] , meermalen, althans eenmaal, met één of meer mes(sen), althans één of meer scherpe en/of puntige voorwerp(en), in de rug, althans het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

(subsidiair)

hij op of omstreeks 24 december 2016 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] alias [alias] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met één of meer mes(sen), althans één of meer scherpe en/of puntige voorwerp(en), in de borst, althans het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt en/of

- die [slachtoffer 2] alias [alias] , meermalen, althans eenmaal, met één of meer mes(sen), althans één of meer scherpe en/of puntige voorwerp(en), in de rug, althans het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

(primair)

hij op of omstreeks 24 december 2016 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 3] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, met één of meer mes(sen), althans één of meer scherpe en/of puntige voorwerp(en), in de kin, althans het gezicht, heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

(subsidiair)

hij op of omstreeks 24 december 2016 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, met één of meer mes(sen), althans één of meer scherpe en/of puntige voorwerp(en), in de kin, althans het gezicht,

heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich ten aanzien van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] alias [alias] en [slachtoffer 3] (hierna: ‘ [slachtoffer 1] ’, ‘ [slachtoffer 2] ’ en ‘ [slachtoffer 3] ’) schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde poging tot doodslag. Zij heeft tijdens de zitting de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte ten aanzien van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] moet worden vrijgesproken van de tenlastegelegde poging tot doodslag, omdat uit het dossier niet blijkt dat verdachte hen dodelijk wilde verwonden (klassiek opzet). Van voorwaardelijk opzet is volgens de raadsman evenmin sprake. In dat kader heeft hij ten aanzien van [slachtoffer 2] aangevoerd dat er niets bekend is over de aard, exacte plaats en ernst van zijn verwonding. De wonden die [slachtoffer 1] ter hoogte van zijn jukbeen en bij zijn linkerborst had, waren relatief klein en daarnaast geldt, net als voor [slachtoffer 2] , dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de vitale organen geraakt hadden kunnen worden. Verder is het niet de bedoeling van verdachte geweest om [slachtoffer 3] te raken. Verdachte reageerde in een reflex op de vuistslag die [slachtoffer 3] hem in het gezicht gaf en daarbij heeft hij niet bewust de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer 3] aanvaard. Bovendien was er bij [slachtoffer 3] sprake van gering bloedverlies en dat is een belangrijke contra indicatie dat er vitale organen zijn geraakt of geraakt hadden kunnen worden.

Ten aanzien van de onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde feiten, te weten de poging tot zware mishandeling, heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Op 24 december 2016 gingen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar de kruising van de Paslaan met de Hoofdstraat in Apeldoorn, omdat zich daar een vervelende groep zou ophouden. [verbalisant 1] zag op een afstand van 20 tot 30 meter de groep uiteenspatten. Hij hoorde meerdere mensen ‘hij is mensen aan het steken’ roepen. Hierbij werd gewezen naar een man met witte bovenkleding. [verbalisant 1] zag dat de man een mes in zijn handen had en riep dat hij zijn wapen moest laten vallen. Op het moment dat de man weer in de richting van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] liep, schoot [verbalisant 2] op de man. De man ging vervolgens door zijn knieën en is door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op de straat gelegd. In de onmiddellijke nabijheid van de man zag [verbalisant 1] een mes op straat liggen. Ongeveer 5 meter verderop lag nog een mes.2

Getuige [getuige 1] heeft de man die, met de politie erbij, op de grond lag, herkend als de man die even daarvoor met een stevige pas over de Hoofdstraat langs zijn woning liep. De man had toen zijn beide armen naast het lichaam naar beneden en hield in beide handen iets vast alsof het skistokken waren. [getuige 1] dacht dat het messen waren. Verder heeft [getuige 1] verklaard dat de man lang zwart haar had en een wit shirt droeg.3

De rechtbank zal hieronder per feit nader ingaan op de bewijsmiddelen die verder redengevend zijn.

Feit 1

[slachtoffer 1] heeft (kort na de steekpartij) tegenover verbalisant [verbalisant 4] aangegeven dat hij is neergestoken met een mes. [slachtoffer 1] tilde zijn shirt op en [verbalisant 4] zag een bloedend wondje aan de rechterkant van zijn borst.4 Op een later moment heeft [slachtoffer 1] verklaard dat er iemand met lang haar naar hem toe kwam lopen en dat hij voelde dat hij met een soldatenmes in zijn borst werd gestoken.5

Uit het proces-verbaal van bevindingen van 24 december 2016 blijkt dat [slachtoffer 1] bij de steekpartij gewond is geraakt aan zijn borst en zijn hoofd.6

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat een licht getinte man in de rug was gestoken en dat de witte blouse die deze man droeg helemaal rood was aan de achterkant.7 In de middag na het incident heeft [slachtoffer 2] in het ziekenhuis verklaard dat hij gestoken is.8 Op 27 december 2016 heeft hij (eveneens) verklaard dat hij slachtoffer is van een steekpartij.9 Vastgesteld kan daarom worden dat [slachtoffer 2] op de rug is geraakt door een mes dat verdachte vasthield.

Verdachte heeft verklaard dat hij erg boos was en twee messen uit zijn jas heeft gehaald. Vervolgens is hij teruggelopen naar de groep. Hij zwaaide met een mes en wilde daarmee imponeren. Verdachte denkt dat hij één of twee jongens heeft geraakt en dat de groep daarna uit elkaar is gespat.10

Op basis van het aantreffen van twee messen in de nabijheid van verdachte, de gelijkenissen in het uiterlijk en de kleding waarover verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , getuige [getuige 1] en [slachtoffer 1] verklaren en de verklaring van verdachte acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] tenminste eenmaal met één of meerdere messen in zijn borst en hoofd heeft gestoken dan wel gesneden.

Het is vervolgens de vraag hoe het steken dan wel snijden met het mes moet worden gekwalificeerd. In dat kader merkt de rechtbank allereerst op dat medische informatie over het letsel van [slachtoffer 1] ontbreekt en zij haar oordeel slechts kan baseren op hetgeen verbalisant [verbalisant 4] en [slachtoffer 1] daarover hebben verklaard en de twee foto’s die in het dossier zitten. Verder overweegt de rechtbank als volgt.

Voor een bewezenverklaring van een poging tot doodslag moet volgens vaste jurisprudentie sprake zijn van (voorwaardelijk) opzet, gericht op de dood van het slachtoffer. Voorwaardelijk opzet op dat gevolg is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de dood zou kunnen intreden. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Verdachte moet die kans ook bewust hebben aanvaard.

Op de foto’s in het dossier (p. 197-198) is te zien dat de wonden die [slachtoffer 1] ter hoogte van zijn jukbeen en bij zijn linkerborst had, waren afgeplakt met een enkele pleister. De rechtbank leidt hieruit af dat het om relatief kleine wonden ging. Dit wordt onderstreept door de verklaring van [slachtoffer 1] . Hieruit blijkt immers dat het volgens de dokter wel meeviel met de wonden. Verder bevindt zich in het dossier geen informatie over de diepte van de wonden en is het de rechtbank daarnaast onduidelijk of (een) mes(sen) het lichaam van [slachtoffer 1] is dan wel zijn binnengedrongen op (een) plaats(en) waar zich vitale organen bevinden en of er een aanmerkelijke kans was dat dergelijke organen geraakt zouden zijn als (een) mes(sen) dieper het lichaam zou(den) zijn ingegaan. Gelet hierop acht de rechtbank een poging tot doodslag niet bewezen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het primair tenlastegelegde feit, voor zover dit betrekking heeft op [slachtoffer 1] . Dit geldt ook voor het primair tenlastegelegde feit, voor zover dit betrekking heeft op [slachtoffer 2] . Weliswaar is niet komen vast te staan wat de aard, exacte plaats en de ernst van de verwonding is geweest, maar blijkt wel uit de verklaringen van verbalisanten, getuige [getuige 2] en [slachtoffer 2] dat hij een verwonding op zijn rug had die behoorlijk bloedde.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte wel voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Door met een of meerdere messen te steken dan wel te snijden, is de kans dat daardoor zwaar lichamelijk letsel ontstaat naar algemene maatstaven aanmerkelijk te achten. De rechtbank acht dit een feit dat bij een ieder, en dus ook bij verdachte, als bekend kan worden verondersteld. Door met die wetenschap toch te steken dan wel te snijden in de borst en het hoofd van [slachtoffer 1] en in de rug van [slachtoffer 2] heeft verdachte die aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bewust aanvaard. De subsidiair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] acht de rechtbank daarom bewezen.

Feit 2

Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij een man met lang donker haar en een wit shirt aan met twee messen in zijn hand op een groepje zag afrennen. De man stak een andere man met een mes. Toen is [slachtoffer 3] op de man afgelopen en hij heeft hem met een vuist hard in het gezicht geslagen. De man stak [slachtoffer 3] vervolgens met een mes in zijn kin. [slachtoffer 3] heeft daarover verklaard dat de man een zwaai/snijbeweging met het mes maakte.11

Verbalisant [verbalisant 5] heeft verklaard dat een jongen de confrontatie aanging met de man met een wit shirt. De man maakte naar deze jongen stekende bewegingen.12

Verdachte heeft verklaard dat er een jongen op hem af kwam lopen toen het incident al een minuut was afgelopen. Die jongen sloeg verdachte in het gezicht. Verdachte heeft toen een zwaaibeweging gemaakt met een mes en de jongen daarmee in de kin geraakt.13

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] eenmaal met een mes in de kin heeft gestoken dan wel gesneden. Uit dit gedrag kan niet het opzet op de dood van die [slachtoffer 3] worden afgeleid. Bovendien acht de rechtbank de kans dat [slachtoffer 3] door dit steken dan wel snijden dodelijk kon worden getroffen niet aanmerkelijk. In dat kader acht de rechtbank het van belang dat in de geneeskundige verklaring van 4 januari 2017 staat dat er sprake was van gering bloedverlies. De rechtbank begrijpt hieruit dat er geen vitale organen zijn geraakt, omdat er in een dergelijk geval doorgaans sprake is van heviger bloedverlies. Daarnaast heeft [slachtoffer 3] verklaard dat hij maar weinig hinder heeft ondervonden van het letsel. Aanwijzingen dat verdachte de keel van [slachtoffer 3] heeft willen doorsnijden zijn er niet. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van de hem primair tenlastegelegde poging tot doodslag.

Naar het oordeel van de rechtbank is voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 3] wel aanwezig geweest. Door met een mes op iemands kin in te steken dan wel te snijden, wordt immers naar algemene ervaringsregels de aanmerkelijke kans in het leven geroepen dat een zodanige verwonding optreedt dat deze zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft. Door, wetende welk risico daaraan verbonden is, toch te steken dan wel te snijden, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 3] als gevolg daarvan zwaar gewond zou raken. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft geprobeerd [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

(subsidiair)

hij op of omstreeks 24 december 2016 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] alias [alias] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, met één of meer mes(sen), althans één of meer scherpe en/of puntige voorwerp(en), in de borst, althans het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt en/of

- die [slachtoffer 2] alias [alias] , meermalen, althans eenmaal, met één of meer mes(sen), althans één of meer scherpe en/of puntige voorwerp(en), in de rug, althans het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

(subsidiair)

hij op of omstreeks 24 december 2016 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal, met één of meer mes(sen), althans één of meer scherpe en/of puntige voorwerp(en), in de kin, althans het gezicht,

heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, subsidiair:

poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2, subsidiair:

poging tot zware mishandeling.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1 en 2 primair tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijke strafdeel moeten volgens de officier van justitie de voorwaarden worden gekoppeld, zoals de reclassering die voorstelt in haar adviesrapport van 24 maart 2017, te weten: een meldplicht bij de reclassering en een ambulant behandeltraject bij een forensische (verslavings)polikliniek of soortgelijke instelling.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de tenlastegelegde pogingen tot doodslag en zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de Oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken (hierna: ‘LOVS-oriëntatiepunten’), bij een bewezenverklaring van drie pogingen tot zware mishandeling een gevangenisstraf van 14 maanden als uitgangspunt moet gelden. Volgens de raadsman volstaat echter een gevangenisstraf van 10 maanden, omdat verdachte vanuit het niets werd lastiggevallen door de groep jongeren, hij bij de aanhouding is neergeschoten door de politie en de strafbare feiten niet bij de persoon van de verdachte passen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie pogingen tot zware mishandeling. Verdachte deed dit nadat hij eerder die nacht naar eigen zeggen vanuit het niets door enkele mannen was uitgescholden en een klap had gekregen. Aanvankelijk was verdachte daarna, samen met een vriend, doorgelopen. Hij was echter zo boos dat hij daarna toch besloot om te keren en (aldus) met messen in de handen de confrontatie op te zoeken. Aangekomen bij de groep mannen heeft hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met één of meerdere messen gestoken dan wel gesneden. [slachtoffer 3] zag dat verdachte helemaal was doorgedraaid en een blik van een waanzinnige had. Hij wilde voorkomen dat verdachte een (nog) ernstig(er) misdrijf zou plegen en heeft hem een vuistslag in het gezicht gegeven. Daarop heeft verdachte [slachtoffer 3] met een mes in de kin gestoken dan wel gesneden. Het handelen van verdachte heeft een grote impact op de slachtoffers gehad en is, mede gelet op de staat waarin verdachte de strafbare feiten heeft gepleegd, ook voor omstanders een angstige gebeurtenis geweest. Een van de verbalisanten heeft zelfs de noodzaak gezien om verdachte met een gericht schot in zijn voet uit te schakelen. Verdachte heeft over de staat waarin hij verkeerde, verklaard dat hij zes gin-tonics had gedronken en twee puntjes coke had gebruikt. Verdachte heeft er met zijn handelen aan bijgedragen dat mensen zich, in een tijd waarin veel terroristische aanslagen plaatsvinden, nog minder veilig voelen op straat en in het uitgaansleven. De rechtbank neemt dit verdachte erg kwalijk en heeft hiermee in verhogende zin rekening gehouden bij de strafbepaling.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat uit zijn justitiële documentatie van 13 juni 2017 blijkt dat hij na een veroordeling op 17 mei 2001, behoudens dit incident, niet meer in aanraking is gekomen met politie en justitie.

De kans op recidive wordt om die reden door de reclassering als laaggemiddeld ingeschat. Uit het reclasseringsrapport van 24 maart 2017 komt verder naar voren dat verdachte zijn leven redelijk op orde heeft. Hij beschikt over huisvesting bij zijn ouders en is aan het sparen voor een eigen koopwoning. Daarnaast heeft hij een vaste baan, een stabiel inkomen, geen schulden en zijn familie en vrienden lijken beschermend van aard. De reclassering adviseert om verdachte een (deels) voorwaardelijke (gevangenis)straf op te leggen, met daaraan als bijzondere voorwaarden de meldplicht bij de reclassering en een ambulant behandeltraject bij een forensische (verslavings)polikliniek of soortgelijke instelling gekoppeld.

Naast het reclasseringsrapport heeft de rechtbank acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten. De LOVS-oriëntatiepunten noemen voor een zware mishandeling waarbij, met behulp van een wapen (niet zijnde een vuurwapen), opzettelijk middelzwaar lichamelijk letsel is toegebracht een gevangenisstraf van 7 maanden. In dit geval is er geen sprake van een voltooide zware mishandeling, maar van een poging daartoe. De straf wordt dan met een derde verminderd, zodat er 4 tot 5 maanden per poging tot zware mishandeling overblijft.

Met in achtneming van voornoemde strafvermeerderende en strafverminderende omstandigheden én gelet op de (strafvermeerderende) omstandigheid dat verdachte vooral richting [slachtoffer 3] geen empathie heeft getoond, zal de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden opleggen. De rechtbank acht het niet zinvol om een voorwaardelijk strafdeel op te leggen, met daaraan de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden gekoppeld. Uit het reclasseringsrapport blijkt namelijk dat de motivatie bij verdachte om aan de voorwaarden mee te werken vooral extern is bepaald. Tijdens de zitting van 20 juli 2017 is dat wederom gebleken. Verdachte heeft toen namelijk verklaard dat hij denkt geen hulp nodig te hebben.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 45, 57 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten, zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Vermeulen, voorzitter, mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. D.S.M. Bak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 augustus 2017.

Mr. E.M. Vermeulen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, procesverbaalnummer 2016625218, gesloten op 3 maart 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen van 24 december 2016, p. 23-24.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 24 december 2016, p. 220-223.

4 Proces-verbaal van bevindingen van 24 december 2016, p. 123.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] van 24 december 2016, p. 195-196.

6 Proces-verbaal van bevindingen van 24 december 2016, p. 197-198.

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 24 december 2016, p. 213.

8 Proces-verbaal van bevindingen van 24 december 2016, p. 202.

9 Proces-verbaal van bevindingen van 27 december 2016, p. 206.

10 Proces-verbaal van verdachte van 17 februari 2017, p. 68, boven het midden en onderaan, en p. 70, bovenaan, en de verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 20 juli 2017.

11 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] van 26 december 2016, p. 188-191.

12 Proces-verbaal van bevindingen van 24 december 2016, p. 129.

13 Proces-verbaal van verdachte van 17 februari 2017, p. 70, onderaan, en p. 71, bovenaan, en de verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 20 juli 2017.