Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4185

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-08-2017
Datum publicatie
08-08-2017
Zaaknummer
05/882208-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 21-jarige man veroordeeld voor poging doodslag. De rechtbank heeft op basis van de signalementen die van de dader zijn gegeven de overtuiging dat verdachte het feit heeft gepleegd. De man heeft een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden opgelegd gekregen, waarvan 16 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/882208-16

Datum uitspraak : 1 augustus 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem,

raadsman: mr. A.M. Smetsers, advocaat te Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 maart 2017, 20 juni 2017 en 18 juli 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij, op of omstreeks 7 december 2016 te Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde] opzettelijk van het leven te beroven, met een mes, althans een scherp puntig voorwerp, meermalen althans eenmaal

heeft gestoken in de linkerkant van het lichaam van die [benadeelde] ter hoogte

van de zijstreek en/of de borst terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij, op of omstreeks 7 december 2016 te Nijmegen, aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een snee van ongeveer 3 cm vlak onder de

ribbenkast en/of verwondingen aan interne organen, bestaande uit

geperforeerde althans beschadigde darmen en/of beschadigde longen (en voor

welk letsel die [benadeelde] meermalen operatief behandeld diende te worden),

heeft toegebracht door met een mes, althans een scherp puntig voorwerp,

meermalen althans eenmaal te steken in de linkerkant van het lichaam van die

[benadeelde] ter hoogte van de zijstreek en/of de borst.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat er voldoende bewijsmiddelen zijn om aan te nemen dat het verdachte was die het slachtoffer heeft gestoken en dat verdachte hiermee willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit tot de dood van het slachtoffer zou leiden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primaire als het subsidiaire tenlastegelegde feit, nu er geen enkel objectief bewijs is dat verdachte degene is geweest die het slachtoffer heeft gestoken. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat meerdere getuigen een signalement van de dader hebben gegeven en dat deze signalementen van elkaar verschillen. Bovendien komen de gegeven signalementen ook niet allemaal overeen met het signalement van verdachte. De aangever heeft zelf ook verschillende signalementen gegeven en noemt belangrijke kenmerken van verdachte niet of pas laat. Aan de fotoherkenning door aangever moet volgens de verdediging geen waarde worden gehecht, aangezien de foto onduidelijk is en er geen foto’s van andere personen aan aangever zijn getoond.

Beoordeling door de rechtbank

Op 7 december 2016 is de politie naar aanleiding van een melding van een steekpartij naar het [naam 1] te Nijmegen gegaan. Hier zagen zij [benadeelde] (hierna: aangever) die een steekwond bij zijn ribben en bloed aan zijn handen had. Aangever verklaarde dat hij was neergestoken door zijn dealer. Hij wist niet hoe zijn dealer heette, alleen dat hij een Somalische man was met een grijze capuchon. Hij zou vaak in het gezelschap zijn van een man met de naam [naam 2] en veel met [naam 2] omgaan.2

Aangever heeft op 11 december 2016 verklaard dat hij in de avond van 7 december 2016 een bolletje cocaïne had gekocht bij zijn dealer in Nijmegen. Volgens aangever was het geen cocaïne maar rotzooi.3 Aangever heeft toen deze dealer aangesproken op de [straatnaam 1] omdat hij zijn geld terug wilde hebben. De dealer wilde het geld niet teruggeven en er ontstond een woordenwisseling. De dealer liep weg naar de [straatnaam 2] en aangever liep hem achterna. De dealer draaide zich om waarna ze met hun gezichten naar elkaar toe stonden. De dealer pakte toen een mes uit zijn broeksband en zette dat op de keel van aangever. Aangever duwde de dealer van zich af en er ontstond wat duw- en trekwerk. Ineens stak de dealer hem met dat mes in de linkerzijde van zijn borst. Aangever voelde direct een stekende pijn in zijn zij/borst. De dealer rende hard weg. Het mes waar aangever mee is gestoken was een soort keukenmes en behoorlijk groot.4

De aangever kan de dader als volgt omschrijven:

- zwarte huidskleur, komt uit Afrika, hij denkt uit Somalië;

- kleine man, 1.70 meter;

- droeg twee capuchons;

- droeg een grijze jas met een capuchon. Opvallend is dat hij deze capuchon altijd strak om zijn hoofd heeft gebonden;

- hij is altijd bij [naam 2] , een erg lange jongen met een getinte huidskleur die ook vaak een capuchon op heeft. Ze staan altijd in de [straatnaam 1] en verkopen drugs.5

Op 12 december 2016 heeft de politie een foto van verdachte aan aangever laten zien. Aangever lag op dat moment in het ziekenhuis en kon moeilijk praten.6 Aangever schreef onder de foto ‘Dit is hem’. De verbalisanten vroegen of dit de persoon was die hem had gestoken. Zij zagen aangever toen hevig ja knikken. Verbalisanten zagen dat aangever met zijn handen bewegingen om zijn hoofd maakte en daarbij zei: ‘capuchon’.7

Op camerabeelden van de [naam 3] ( [adres] van 7 december 2016 omstreeks 23:16 uur zijn twee personen voor de winkel te zien, waarbij uit hun houding en gebaren is af te leiden dat er sprake is van onenigheid. Een van deze personen is zeker een halve kop groter dan de ander. Beide personen dragen een capuchon.8

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 7 december 2016 iets na 23:00 uur twee personen ter hoogte van de [naam 3] zag staan die met elkaar stonden te bekvechten. Hij hoorde de blanke man roepen: “je hebt een mes op mijn keel gezet” en “bel de politie hij heeft een mes bij zich.” Hij zag op een gegeven moment dat de Afrikaanse man een slaande beweging maakte.9 Hij was met zijn linkerarm en rechterarm aan het zwaaien in de richting van de rug of ribben van de blanke man. De blanke man was veel groter dan de Afrikaanse man. Hierna rende de Afrikaanse man weg. De blanke man zakte in.10

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 7 december 2016 op de [straatnaam 1] in Nijmegen was. Hij zag dat aangever naar een dealertje liep. Aangever was aan het bekvechten met dit dealertje. Het dealertje liep ineens weg in de richting van de [straatnaam 2] en aangever liep hem achterna. Het dealertje was een kleine man met een donkere huidskleur die meestal een grijze jas draagt met een grijze capuchon. Deze capuchon heeft hij vaak strak dichtgebonden om zijn hoofd zitten.11

De politie heeft op 12 december weer met [getuige 2] gesproken. Hij verklaarde toen dat hij zojuist op de [straatnaam 1] was geweest en dat hij daar de kleine dealer zag staan die op

7 december ruzie had gehad met aangever. De kleine dealer droeg nu een baseballpetje. Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] waren drie kwartier eerder op de [straatnaam 1] geweest. Zij zagen daar een groep Afrikaanse jongens en er was hier maar één kleine jongen met een baseballpet bij. Dit betrof de hun ambtshalve bekende [verdachte] .

Naar aanleiding van de door aangever genoemde naam [naam 2] heeft verbalisant [verbalisant 4] contact opgenomen met verbalisant [verbalisant 2] . [verbalisant 2] bevestigde dat hij [naam 4] kende en dat hij wist dat hij ' [naam 2] ' genoemd werd. In het politiesysteem heeft verbalisant vervolgens een foto aangetroffen van [naam 4] . Deze heeft hij getoond aan de wijkagent van het centrum van Nijmegen, [naam 5] . [naam 5] herkende deze man als [naam 4] en gaf aan dat zijn bijnaam ' [naam 2] ' was.12 [naam 5] ziet [naam 2] dagelijks op de [straatnaam 1] in Nijmegen. Hij is dan vaak in gezelschap van [verdachte] . [verdachte] is in vergelijking met [naam 2] erg klein. Wat verder opvalt is dat [verdachte] vaak een capuchon draagt welke hij erg strak om zijn hoofd heeft. Het is [naam 5] bekend dat zowel [naam 2] als [verdachte] dealen in harddrugs.13

Verbalisant [verbalisant 2] heeft voorts gerelateerd dat [naam 2] de bijnaam is van [naam 4] . Dit betreft een lang getinte jongeman die heel vaak samen is met [verdachte] . Ze dealen beiden in harddrugs en staan vaak op de [straatnaam 1] en de [straatnaam 3] . [verdachte] is een kleine Afrikaanse man die zijn capuchon vaak strak gebonden om zijn hoofd draagt. Op 7 december 2016 omstreeks 16:00 uur bevond verbalisant [verbalisant 2] zich op de [straatnaam 1] in Nijmegen en zag hier [naam 4] en [verdachte] samen staan. [verdachte] had een grijze gewatteerde winterjas aan met bijbehorende capuchon. Deze capuchon had hij strak om zijn hoofd gebonden.14

In het dossier bevindt zich op pagina 82 een foto van twee jongens, waarop verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] een van de jongens (persoon A) herkennen als [naam 4] . Zij zien een significant lengteverschil tussen persoon A en persoon B. Tijdens een verhoor op 20 december 2017 van verdachte herkent verbalisant [verbalisant 6] persoon B als verdachte [verdachte] .15

Aangever had een diepe steekverwonding in de linker flank.16 Hierbij zijn onderliggende organen als de nier en de dikke darm geperforeerd. Het is zeer aannemelijk dat het letsel is toegebracht met een scherp snijdend voorwerp dat het vermogen heeft om diep in het lichaam te worden ingebracht en dat het is toegebracht door te steken met een mes. Er is minimaal één keer gestoken. Het is zeer aannemelijk dat er met het scherpe voorwerp meer stekend dan snijdend te werk is gegaan en dat het voorwerp in overwegend loodrechte richting het lichaam is ingebracht.17 De steekverwonding is in beginsel dodelijk geweest. Er is een slagaderlijke bloeding ontstaan achter een holte van het buikvlies waardoor, indien er geen sprake was geweest van een tamponade door omliggend weefsel, betrokkene volledig had kunnen verbloeden.18

De rechtbank overweegt op basis van het voorgaande als volgt.

Aangever heeft in de kern consistent verklaard over het signalement van de dader. Hierbij merkt de rechtbank op dat aangever ten tijde van zijn verklaringen in een slechte gezondheidstoestand verkeerde vanwege de verwondingen die hij ten gevolge van het incident had opgelopen, en dat dit ertoe kan hebben geleid dat zijn verklaringen enigszins verschillen en hij bepaalde kenmerken van de dader niet direct maar pas in een later verhoor heeft genoemd.

Verdachte heeft alle kenmerken die door aangever zijn genoemd, en de rechtbank acht deze kenmerken, die bevestiging vinden in andere bewijsmiddelen, voldoende onderscheidend om aan te nemen dat verdachte de man is over wie aangever verklaart. Dat het om verdachte gaat wordt ook nog bevestigd door het feit dat aangever verdachte heeft herkend als de dader toen de foto van verdachte aan hem werd getoond.

Voorts vindt dit steun in de door aangever genoemde combinatie van de dader en een erg lange jongen met de naam [naam 2] , zijnde [naam 4] , welke combinatie naar voren komt in de door verbalisanten [verbalisant 2] en [naam 5] opgetekende bevindingen, alsook de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] ten aanzien van onder meer de foto op pagina 82 van het proces-verbaal. Verdachte heeft ter terechtzitting overigens ook verklaard dat [naam 4] een vriend van hem is met wie hij veel optrekt.

Ook volgt uit de camerabeelden en de verklaring van getuige [getuige 1] , dat er een aanzienlijk lengteverschil is tussen de dader en het slachtoffer en dat de dader een kleine man betreft.

Tot slot heeft de getuige [getuige 2] een aantal kenmerken genoemd van de dealer die ruzie had met aangever die naar verdachte wijzen en heeft hij op 12 december 2016 verdachte aan de politie aangewezen als de door hem bedoelde dealer.

Concluderend is de rechtbank van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat verdachte degene is die het slachtoffer heeft gestoken.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet bewezen worden dat verdachte vol opzet had op de dood van het slachtoffer. De rechtbank dient daarom te beoordelen of sprake is geweest van voorwaardelijk opzet gericht op de dood. Daarvan is sprake als verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden en verdachte die kans bewust heeft aanvaard.

Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft het slachtoffer met een zwaaiende beweging met een groot mes in de zij gestoken, een plek waar zich vitale organen bevinden. Uit de letselverklaring blijkt dat het slachtoffer hier een diepe steekverwonding aan over heeft gehouden en dat hierdoor in ieder geval de dikke darm en de nier van het slachtoffer zijn geperforeerd. Het letsel is in beginsel dodelijk geweest.

Het is een feit van algemene bekendheid dat wanneer je iemand met een groot mes in de zij steekt, dit een aanmerkelijke kans oplevert op dodelijk letsel. Door te handelen zoals verdachte heeft gedaan, kan het naar de uiterlijke verschijningsvorm niet anders zijn dan dat verdachte tijdens het steken de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer bewust heeft aanvaard.

De rechtbank concludeert dan ook dat voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor het primair tenlastegelegde.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Primair

hij, op of omstreeks 7 december 2016 te Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde] opzettelijk van het leven te beroven, met een mes, althans een scherp puntig voorwerp, meermalen althans eenmaal

heeft gestoken in de linkerkant van het lichaam van die [benadeelde] ter hoogte

van de zijstreek en/of de borst terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Poging tot doodslag

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het bewezenverklaarde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden de voorwaarden zoals omschreven door de reclassering, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Met betrekking tot het beslag heeft de officier van justitie verzocht het mes te onttrekken aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft met het oog op de bepleite vrijspraak geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- een voorlichtingsrapportage van Leger des Heils, gedateerd 22 december 2016;

- een trajectconsult van het NIFP, gedateerd 13 januari 2017;

- een voorlichtingsrapportage van IrisZorg, gedateerd 14 maart 2017;

- het uittreksel uit het justitieel documentatieregister, gedateerd 9 juni 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Hij heeft een drugsverslaafde man met een mes in de zij gestoken omdat zij ruzie hadden over de drugs die verdachte aan de man had geleverd, ter waarde van 10 euro. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij heeft geprobeerd hun conflict op deze manier op te lossen. Kennelijk schuwt verdachte niet om geweld te gebruiken om zijn conflicten op te lossen. Hier komt nog bij dat het incident op de openbare weg heeft plaatsgevonden en zo gevoelens van onveiligheid teweeg kan hebben gebracht.

Het slachtoffer heeft fors letsel opgelopen door de steekpartij. Hij heeft ruim twee weken in het ziekenhuis gelegen, waarvan een groot deel op de intensive care, en verschillende operaties moeten ondergaan. Daarna heeft hij in het dagelijks leven ook nog voor lange tijd last gehad van het letsel. Het slachtoffer had ten gevolge van het letsel kunnen overlijden. Door tijdig medisch ingrijpen is het leven van het slachtoffer gered. Dat het slachtoffer niet is overleden is puur geluk geweest, en niet aan verdachte te danken.

De rechtbank houdt ten nadele van verdachte ook rekening met zijn documentatie. Verdachte heeft hiervoor in Engeland gewoond, en is daar veroordeeld voor onder andere diefstal met geweld en het ongeoorloofd bezit van een wapen. Kennelijk hebben de straffen die verdachte hiervoor opgelegd heeft gekregen hem er niet van weerhouden om opnieuw de fout in te gaan.

Uit het reclasseringsrapport komt naar voren dat verdachte op zijn zevende jaar vanuit Nederland naar Engeland is verhuisd, en dat hij in mei 2016 naar Nederland is uitgezet vanwege een gevangenisstraf. Sindsdien leeft hij op straat. Hij heeft een tijd bij de Jongerenopvang van IrisZorg verbleven, maar is daar weggestuurd omdat hij problemen had met regels. Verdachte zou veel hebben geblowd in Engeland en is mede daardoor gaan dealen. Verdachte zegt nog steeds te blowen maar ontkent cocaïne te gebruiken. Omdat verdachte het feit ontkent heeft de reclassering niks kunnen zeggen over de relatie van het feit met de verschillende leefgebieden. Wel wordt de kans op nieuwe delicten als groot gezien, vanwege de delictsgeschiedenis van verdachte, zijn sociale kring en zijn levensomstandigheden. De reclassering heeft dan ook geadviseerd een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een behandelverplichting voor het middelengebruik en opname in een instelling voor begeleid wonen.

Gelet op alle voorgaande omstandigheden acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 16 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, passend en geboden. De rechtbank zal hieraan de bijzondere voorwaarden verbinden zoals voorgesteld door de reclassering. De rechtbank komt uit op een hogere straf dan de officier van justitie heeft geëist, omdat de rechtbank van oordeel is dat de ernst van het feit een gevangenisstraf van langere duur rechtvaardigt, terwijl verdachte voorts een grotere stok achter de deur nodig heeft om ervoor te zorgen dat hij meewerkt aan de bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft op zitting immers aangegeven niet open te staan voor een behandeling voor zijn drugsgebruik, omdat hij naar eigen zeggen geen drugsprobleem heeft.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mes van verdachte dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet. Voorts overweegt de rechtbank dat dit mes bij verdachte is aangetroffen tijdens het onderzoek naar het bewezenverklaarde en dat het mes kan dienen tot het begaan van een soortgelijk feit.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36b, 36d, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 16 (zestien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1. zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

3. zijn medewerking zal verlenen aan het door Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. zich zal melden bij Reclassering IrisZorg (Tarweweg 20, 6534 AM Nijmegen, 088-6061311) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht. Veroordeelde zal zich hierbij houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde, ook als dit inhoudt het toestaan van huisbezoeken en het meewerken aan urinecontroles;

5. zich onder behandeling zal stellen van IrisZorg, of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor middelengebruik, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

6. zal verblijven in een 24-uurs wooninstelling of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

 geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een mes.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Linschoten (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en
mr. E.G.J. Broekhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 augustus 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer PL20161212.2485, gesloten op 26 januari 2017, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 56.

3 Proces-verbaal aangifte [benadeelde] , p.16.

4 Proces-verbaal aangifte [benadeelde] , p.17.

5 Proces-verbaal aangifte [benadeelde] , p.16.

6 Proces-verbaal aanvullend verhoor [benadeelde] , p. 27.

7 Proces-verbaal aanvullend verhoor [benadeelde] , p. 28.

8 Proces-verbaal uitkijken beelden [naam 3] , p. 90.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p 44.

10 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 45.

11 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 48.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 67.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 69.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 71.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 79.

16 Letselverklaring ten aanzien van [benadeelde] , behorend bij het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte aanvullend proces-verbaal, proces-verbaalnummer 201704142485, gesloten op 20 april 2017, p. 35.

17 Letselverklaring, p. 36.

18 Letselverklaring, p. 37.