Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4173

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-07-2017
Datum publicatie
08-08-2017
Zaaknummer
05/840742-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

6 jaren gevangenisstraf voor twee keer poging tot doodslag

De rechtbank Gelderland heeft een 53-jarige man zonder vaste woon- of verblijfplaats veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaren. De man is naar de woning van zijn voormalige zwager gegaan en heeft daarbij messen meegenomen. Bij de woning aangekomen heeft hij zijn voormalige zwager en diens zoon vrijwel direct neergestoken met een mes. De slachtoffers zijn hierdoor gewond geraakt en moesten opgenomen worden in het ziekenhuis.

Door de officier van justitie was een gevangenisstraf van 10 jaren geëist. De straf die de rechtbank op heeft gelegd is lager omdat zij, anders dan de officier van justitie, niet vond dat de man heeft gehandeld met een vooropgezet plan. Tot slot moet de man een schadevergoeding van in totaal meer dan € 18.000 aan de slachtoffers betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/840742-16

Datum uitspraak : 31 juli 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1964 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats,

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem

raadsvrouw: mr. F. Tosun, advocaat te Almere.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

31 oktober 2016, 23 januari 2017, 6 maart 2017, 29 mei 2017 en 17 juli 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

primair

hij op of omstreeks 14 juli 2016 te Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] (geb. [geboortedatum 2] ) opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven naar de woning van die [slachtoffer 1] is gegaan en/of (vervolgens)

- met een of meer messen, althans met scherpe en/of puntige voorwerpen, één of meermalen heeft/hebben gestoken in de borst(streek) en/of buik(streek), althans het lichaam van die

[slachtoffer 1] en/of

- één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 14 juli 2016 te Harderwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 1] (geb. [geboortedatum 2] ) opzettelijk en met voordachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten een klaplong en/of doorgesneden borstspier en/of een darmperforatie en/of een of meer steekverwonding(en) in de (borst/buik)streek, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft/hebben toegebracht, door

- naar de woning van die [slachtoffer 1] toe te gaan en/of

- met één of meer messen, althans met scherpe en/of puntige voorwerpen eenmaal en/of meermalen te steken in de borst(streek) en/of buik(streek), althans het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] te slaan en/of te stompen en/of te duwen;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 14 juli 2016 te Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 1] (geb. [geboortedatum 2] ) opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- naar de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn gegaan en/of

- met één of meer messen, althans met scherpe en/of puntige voorwerpen één en/of meermalen heeft/hebben gestoken in de borst(streek) en/of buik(streek), althans het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair

hij op of omstreeks 14 juli 2016 te Harderwijk openlijk, te weten op of aan de openbare weg, [adres 1] , in elk geval op of aan een openbare weg in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit het

- met een of meer messen, althans met scherpe en/of puntige voorwerpen één of meermalen steken in de borst(streek) en/of in de buik(streek), althans het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of - één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] slaan en/of stompen en/of duwen;

terwijl dit door hem gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, te weten een klaplong en/of doorgesneden grote borstspier en/of een darmperforatie en/of een of meer steekverwonding(en) in de (borst/buik)streek, althans enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2.

primair

hij op of omstreeks 14 juli 2016 te Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] (geb. [geboortedatum 3] ) opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven naar de woning van die [slachtoffer 2] is gegaan en/of (vervolgens)

- met een of meer messen, althans met scherpe en/of puntige voorwerpen, één of meermalen heeft/hebben gestoken in de borst(streek) en/buik(streek), althans het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 14 juli 2016 te Harderwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 2] (geb. [geboortedatum 3] ) opzettelijk en met voordachten rade zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer steekverwonding(en) in de borst (streek) en/of een of meer steekverwonding(en) in de (rechter) arm en/of doorgesneden zenuw in de (linker)pink, althans een of meer steekverwonding(en) in de (borst/buik)streek, althans het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben toegebracht, door

- naar de woning van die [slachtoffer 2] toe te gaan en/of

- met één of meer messen, althans met scherpe en/of puntige voorwerpen eenmaal en/of meermalen te steken in de borst(streek) en/of buik(streek), althans het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan en/of te stompen en/of te duwen;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 14 juli 2016 te Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 2] (geb. [geboortedatum 3] ) opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- naar de woning van die [slachtoffer 2] is/zijn gegaan en/of

- met een of meer messen, althans met scherpe en/of puntige voorwerpen, één of meermalen heeft/hebben gestoken in de borst(streek,) en/of buik(streek) althans het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair

hij op of omstreeks 14 juli 2016 te Harderwijk openlijk, te weten op of aan de openbare weg, [adres 1] , in elk geval op of aan een openbare weg in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] (geb. [geboortedatum 3] ), welk geweld bestond uit het

- met een of meer messen, althans met scherpe en/of puntige voorwerpen één of meermalen steken in de borst(streek) en/of in de buik(streek) althans het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] slaan en/of stompen en/of duwen;

terwijl dit door hem gepleegde geweld zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer steekverwonding(en) in de borst(streek) en/of een of meer steekverwonding(en) in de (rechter) arm en/of doorgesneden zenuw in de (linker)pink, althans een of meer steekverwonding(en) in de (borst/buik)streek, althans het lichaam van die [slachtoffer 2] althans enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot moord en de onder 2 primair ten laste gelegde poging tot doodslag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde wegens het ontbreken van wettig bewijs van de betrokkenheid van verdachte. De door de verdediging gevoerde verweren zullen verderop bij de beoordeling besproken worden.

Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat geen sprake is van voorbedachte rade. Verdachte heeft zich niet gedurende enige tijd kunnen beraden, maar heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Daarnaast heeft verdachte geen opzet op de dood gehad, nu verdachte zich er niet van bewust was dat er steekwonden waren toegebracht. Tot slot is geen sprake van medeplegen omdat [medeverdachte] onherroepelijk veroordeeld is voor openlijke geweldpleging en niet voor de ten laste gelegde poging tot moord/doodslag/zware mishandeling.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde

Partiële vrijspraak

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte rade’ moet volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte rade gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval. De vaststelling dat verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vorm weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachten rade is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.

De rechtbank is anders dan de officier van justitie van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte heeft gehandeld met een vooropgezet plan en komt tot vrijspraak van de voorbedachte rade. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet worden uitgesloten dat verdachte heeft gehandeld vanuit een ogenblikkelijke gemoedsbeweging. Het enkele gegeven dat verdachte messen mee heeft genomen is niet toereikend voor de slotsom van voorbedachte rade. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van de onder 1 en 2 ten laste gelegde pogingen tot moord.

De rechtbank komt wel tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde pogingen tot doodslag en overweegt daartoe het volgende.

Op 14 juli 2016 omstreeks 19:23 uur kregen verbalisanten melding om naar de [adres 1] te Harderwijk te gaan. Ter plaatse troffen zij twee gewonde mannen aan. De mannen bleken [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en zijn zoon [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) te zijn. Verbalisanten zagen dat [slachtoffer 2] op zijn rug op de straat voor de woning lag. [slachtoffer 2] was gewond aan zijn borst en rechterarm. Verbalisanten zagen dat [slachtoffer 1] op zijn rug in de hal achter de voordeur lag. [slachtoffer 1] was gewond aan zijn borst.2

Aangever [slachtoffer 1] heeft het volgende verklaard. Op 14 juli 2016 was hij in zijn woning aan de [adres 1] te Harderwijk. Op enig moment stonden verdachte en een jongen voor de deur.3

[slachtoffer 1] zag dat verdachte plotseling één van zijn handen achter zijn rug vandaan haalde. [slachtoffer 1] zag dat verdachte in deze hand een mes had. [slachtoffer 1] zag dat verdachte het mes omhoog hield en deze naar beneden stak in de richting van zijn borst/hart. [slachtoffer 1] hoorde dat verdachte riep: “Ik ga je gelijk doodmaken”. [slachtoffer 1] zag en voelde dat het mes zijn borst raakte. [slachtoffer 1] zag en voelde dat verdachte het mes uit zijn lichaam trok en vervolgens in de onderzijde van zijn buik stak. Dit deed pijn. [slachtoffer 1] strompelde naar achteren en kwam in de hal van de woning ten val op zijn rug. Hij zag toen dat verdachte door zijn knieën ging en in zijn borst stak.4

Uit medische informatie blijkt dat [slachtoffer 1] letsel heeft opgelopen. Het letsel bestond onder meer uit drie steekwonden en één snijwond in de borst- en buikstreek. De eerste steekwond bevond zich links op de buik onder de navel. Deze steekwond heeft een dunne darmperforatie veroorzaakt. De derde steekwond bevond zich op de borstkas links van de middenlijn. Hierdoor was de grote borstspier doorsneden en was er sprake van een klaplong. [slachtoffer 1] is tweemaal geopereerd. Volgens het GGD-letselrapport kan het geconstateerde letsel goed passen bij de door aangever aangegeven toedracht.5

Aangever [slachtoffer 2] heeft het volgende verklaard. [slachtoffer 2] zag dat zijn vader ( [slachtoffer 1] ) in de hal van de woning stond. Hij zag dat verdachte voor [slachtoffer 1] stond en stekende bewegingen in de richting van [slachtoffer 1] maakte. De stekende bewegingen waren gericht op de borst van [slachtoffer 1] . Hierna zag hij dat [slachtoffer 1] met zijn rug op de grond in de hal viel. [slachtoffer 2] heeft toen verdachte van achteren vastgepakt. Toen verdachte zich omdraaide, zag [slachtoffer 2] dat verdachte een groen gekleurd mes in zijn hand had.6 Voorts heeft [slachtoffer 2] verklaard dat verdachte stekende bewegingen in de richting van zijn lichaam heeft gemaakt.7

Uit medische informatie blijkt dat [slachtoffer 2] letsel heeft opgelopen. Het letsel bestond onder meer uit één steekwond en diverse snijwonden. De steekwond bevond zich midden op de borst links van de middenlijn. Volgens het GGD-letselrapport kan het geconstateerde letsel goed passen bij de door aangever aangegeven toedracht.8

Voorts is de zenuw van de linker pink van [slachtoffer 2] doorgesneden.9

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 14 juli 2016 in zijn woning aan de [adres 2] te Harderwijk was. Op enig moment zag hij een oudere man en een jongen lopen richting de woning aan de [adres 1] . [getuige 1] zag dat de oudere man een groen mes had. [getuige 1] zag dat de oudere man een stekende beweging maakte richting [slachtoffer 2] .10

Getuige [getuige 2] heeft op 14 juli 2016 vanuit haar woning aan de [adres 3] te Harderwijk het volgende gezien. Zij zag twee mannen lopen in de richting van de woning van aangevers.11 Toen de mannen het tuinpad opliepen, zag zij dat dat één man een mes met een geel handvat in zijn hand had.12 Zij zag dat de man met de grijze kleding een geel mes vast had en steekbewegingen maakte in de richting van [slachtoffer 1] . Zij zag dat [slachtoffer 1] op de grond viel en dat de man boven [slachtoffer 1] stond.13

Blijkens het proces-verbaal van bevindingen droeg verdachte tijdens zijn aanhouding een grijs colbert.14

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij samen met zijn oom (verdachte) naar de woning van aangevers is gegaan. Eén van de aangevers is de ex-zwager van verdachte. Verdachte is gescheiden en was boos over de situatie. Op het moment dat de ex-zwager verdachte zag, zei hij dat verdachte zich moest schamen dat hij weer aan de deur kwam. [medeverdachte] is achter verdachte gaan staan en verdachte en zijn ex-zwager begonnen te vechten.15 De kleding van verdachte zat onder het bloed. Ook de zoon van de ex-zwager was met verdachte aan het vechten.16 Toen [medeverdachte] en verdachte bij de woning wegliepen, heeft hij een zwart mes weggegooid.17 Volgens [medeverdachte] wilde verdachte zijn ex-zwager een beetje bang maken om ervoor te zorgen dat verdachte weer contact zou krijgen met zijn ex-vrouw.18

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] heeft geduwd.19

Getuige [getuige 3] heeft op 14 juli 2016 vanuit haar woning aan de [adres 4] te Harderwijk twee mannen zien wegrennen. Zij zag dat de mannen twee messen weggooiden in de tuin van haar overburen, één van die messen was groen van kleur.20

In de tuin van de woning aan de [adres 5] te Harderwijk zijn twee messen aangetroffen. Het betrof een zwart mes en een groen mes.21

Aan [medeverdachte] is een foto getoond van het groene mes.22 [medeverdachte] herkende het groene mes als een mes dat in een keukenlade van de woning van verdachte lag.23 [medeverdachte] heeft de kleur van het mes in de hand van verdachte gezien tijdens het vechten.24

Aan [medeverdachte] is een foto getoond van het zwarte mes. [medeverdachte] herkende het zwarte mes, waarvan het puntje is afgebroken, als een mes dat hij in een keukenlade van de woning van verdachte had gezien.25 Het betreft het mes dat hij heeft weggegooid.26

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat hij met verdachte een woning deelt. Het groene mes denkt hij in de keuken gezien te hebben.27

De twee messen zijn door verbalisanten veiliggesteld en vervolgens door het NFI onderworpen aan een DNA-onderzoek. Het NFI heeft naar aanleiding van dit onderzoek het volgende geconcludeerd.28 Uit het DNA in de veiliggestelde bemonsteringen van het bloed van het lemmet van het groene mes ( [code] ) is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel matcht met een referentiemonster, gekoppeld aan [slachtoffer 1] . Dit betekent dat de bemonstering van het groene mes afkomstig kan zijn van aangever [slachtoffer 1] . De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.29

Betrouwbaarheid verklaringen

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen die [medeverdachte] ten overstaan van de politie heeft afgelegd op bepaalde punten mogelijk onjuist zijn vanwege miscommunicatie met de tolk. [medeverdachte] spreekt de taal [taal 1] , maar kreeg een tolk in de taal [taal 2] . Volgens de verdediging is de verklaring die [medeverdachte] ter terechtzitting heeft afgelegd wel juist.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende. [medeverdachte] is meerdere keren door de politie verhoord in aanwezigheid van zijn toenmalige raadsman. Blijkens de processen-verbaal van die verhoren heeft [medeverdachte] als taal [taal 2] gekozen. Gedurende de verhoren heeft [medeverdachte] op geen enkel moment aangegeven dat hij de tolk niet verstond of begreep. De verklaringen zijn, nadat deze door de tolk zijn voorgelezen aan [medeverdachte] , volhard en ondertekend door [medeverdachte] . Ook bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte] , nadat hem een vraag over het politieverhoor en de aanwezigheid van een tolk is gesteld, geen opmerkingen gemaakt over de communicatie met de tolk. Gelet daarop heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de vertaling door de tolk en aan de inhoud van de verklaringen van [medeverdachte] in de processen-verbaal.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de verklaring die [medeverdachte] ter terechtzitting van 17 juli 2017 heeft afgelegd ongeloofwaardig is, nu deze op diverse punten afwijkt van zijn eerder afgelegde verklaringen. De rechtbank vindt het opvallend dat [medeverdachte] zijn verklaringen heeft gewijzigd, nadat hij meerdere malen op bezoek is geweest bij verdachte. De verklaringen van [medeverdachte] bij de politie zijn afgelegd vrijwel direct na het incident. De rechtbank hecht daarom meer waarde aan de door [medeverdachte] bij de politie afgelegde verklaringen en zal deze verklaringen aan het bewijs van de ten laste gelegde feiten laten bijdragen.

Daarnaast heeft de verdediging verzocht de verklaringen van de buurtbewoners als onbetrouwbaar aan te merken en niet te bezigen voor het bewijs, nu zij onderling contact met elkaar hebben gehad en elkaars verklaringen hebben kunnen doorlezen. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat de verklaringen van de getuigen zijn afgestemd. De eerste verklaringen zijn vrijwel direct na het incident afgelegd en komen op hoofdlijnen overeen. Daarnaast past hetgeen zij verklaren bij het toegebrachte letsel. De rechtbank acht de verklaringen dan ook betrouwbaar en derhalve bruikbaar voor het bewijs. Het laatste geldt ook voor de verklaringen van aangevers.

Conclusie

Op basis van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte [slachtoffer 1] heeft geduwd en meerdere malen in de borst- en buikstreek heeft gestoken. Hierdoor is de dunne darm geperforeerd, de grote borstspier doorsneden en is een klaplong ontstaan. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verdachte in elk geval éénmaal in de borststreek van [slachtoffer 2] heeft gestoken. Uit de verklaringen van [medeverdachte] en [getuige 4] trekt de rechtbank de conclusie dat de messen door verdachte zijn meegenomen uit zijn woning.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld hoe het handelen van verdachte gekwalificeerd moet worden. De rechtbank overweegt dat gelet op de aard van het bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geconstateerde letsel in samenhang bezien met de plaats op het lichaam waar dit letsel is toegebracht, te weten de borststreek en de buik, maakt dat de messteken fatale gevolgen hadden kunnen hebben. Het is een feit van algemene bekendheid dat het raken van een ander met een mes in de borststreek en/of de buik, gelet op diverse vitale organen die zich daar bevinden, een fatale afloop tot gevolg kan hebben. Het door verdachte gebruikte mes is van een zodanig formaat dat het steken daarmee een grote kans oplevert dat vitale organen daadwekelijk worden geraakt.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde als volgt. Gelet op de wijze waarop de messteken zijn toegebracht, de hoeveelheid messteken alsmede de uitlating van verdachte (“Ik ga je gelijk doodmaken”), is het gedrag van verdachte naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op het toebrengen van letsel dat de dood ten gevolge kan hebben, dat verdachte daarmee de kans op het intreden van dat gevolg heeft aanvaard. Daarom kan het opzet van verdachte op de dood van aangever bewezen worden verklaard.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde als volgt. De kans dat [slachtoffer 2] door de messteek zou komen te overlijden is naar het oordeel van de rechtbank minst genomen aanmerkelijk te noemen. Deze kans is door verdachte willens en wetens aanvaard door met het mes een stekende beweging naar de borststreek te maken. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte heeft gehandeld ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk, in de zin van voorwaardelijke opzet, het slachtoffer van het leven te beroven.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de feiten in vereniging heeft gepleegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 14 juli 2016 te Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] (geb. [geboortedatum 2] ) opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven door naar de woning van die [slachtoffer 1] is gegaan en/of (vervolgens)

- met een of meer messen, althans met scherpe en/of puntige voorwerpen, één of meermalen heeft/hebben gestoken in de borst(streek) en/of buik(streek), althans het lichaam van die

[slachtoffer 1] en/of

- éénof meermalenmaal (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 14 juli 2016 te Harderwijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] (geb. [geboortedatum 3] ) opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven naar de woning van die [slachtoffer 2] is gegaan en/of (vervolgens)

- met een of meer messen, althans met scherpe en/of puntige voorwerpen, één of meermalen heeft/hebben gestoken in de borst(streek) en/buik(streek), althans het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwdterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, primair:

poging tot doodslag.

Ten aanzien van feit 2, primair:

poging tot doodslag.

5 De strafbaarheid van het feit

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is bepleit dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hem een beroep op noodweer(exces) toekomt. Volgens de verdediging was het [slachtoffer 1] die verdachte aanviel met een mes. Verdachte heeft het mes toen afgepakt en zichzelf beschermd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet heeft gehandeld in een situatie van noodweer en dat het beroep op noodweer dan wel noodweerexces derhalve moet worden verworpen.

Het oordeel van de rechtbank

Van noodweer is sprake indien het begane feit is geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of een anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding.

De rechtbank acht de feiten en omstandigheden die de verdediging aan het beroep op noodweer dan wel noodweerexces ten grondslag heeft gelegd, niet aannemelijk geworden. De door de verdediging gegeven lezing van de gebeurtenissen vindt zijn weerlegging in de hierboven opgenomen bewijsmiddelen, waaruit volgt dat verdachte degene is geweest die de messen heeft meegenomen en in ieder geval met één van die messen heeft gestoken. Van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door [slachtoffer 1] is de rechtbank niet gebleken. De rechtbank is aldus van oordeel dat verdachte de hem verweten gedraging niet heeft verricht in een situatie waarin en op een tijdstip waarop voor hem de noodzaak bestond tot verdediging van zijn lijf tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, dan wel het onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Dat brengt mee dat het beroep op noodweer dan wel noodweerexces niet kan slagen.

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

Volgens de verdediging kan volstaan worden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 9 december 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 10 november 2016;

- een Pro Justitia rapport van [psycholoog] , GZ-psycholoog, gedateerd 14 november 2016;

- een Pro Justitia rapport van [psychiater] , psychiater, gedateerd 15 november 2016;

- een Pro Justitia rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, d.d. 6 juni 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bijzonder ernstige misdrijven. Verdachte is op 14 juli 2016 samen met zijn minderjarige neefje naar de woning van zijn voormalige zwager gegaan. Verdachte heeft daarbij messen meegenomen. Naar eigen zeggen wilde verdachte dat zijn voormalige zwager zou bemiddelen tussen hem en zijn ex-vrouw. Bij de woning heeft verdachte zijn voormalige zwager en diens zoon vrijwel direct gestoken met een mes. Ten gevolge van het steken heeft één van de slachtoffers meer dan drie weken in het ziekenhuis gelegen en is hij drie keer geopereerd. Ook het andere slachtoffer heeft in het ziekenhuis gelegen. Verdachte heeft met zijn handelen op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en mag van geluk spreken dat de messteken geen fatale afloop hebben gehad. Dergelijke misdrijven veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid bij slachtoffers en in de samenleving, zeker nu de feiten zijn gepleegd voor de woning van de slachtoffers en buurtbewoners hiervan getuige zijn geweest. Verdachte heeft er geen blijk van gegeven enig inzicht te hebben in het laakbare van zijn handelen. Blijkens de terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring hebben de slachtoffers veel angst en pijn ervaren en voelen zij zich nog steeds niet veilig.

Uit het dossier rijst het beeld dat eergerelateerde aspecten een rol hebben gespeeld. Verdachte en zijn ex-vrouw zijn 12 jaar geleden gescheiden volgens het Nederlands recht. Het Islamitisch huwelijk is nooit ontbonden. Sinds de scheiding bleef verdachte van alles proberen om te bewerkstelligen dat zijn ex-vrouw en hun kinderen weer bij verdachte zouden komen wonen, echter zonder succes. Verdachte bleef geregeld de familie van zijn ex-vrouw benaderen met het verzoek aan hen om te bemiddelen, zo ook op 14 juli 2016. Dit ondanks het feit dat zijn ex-vrouw en kinderen zeer duidelijk, ook met tussenkomst van de wijkagent, hebben aangegeven dat ze geen contact met verdachte en geen bemiddeling willen en verdachte op 8 juni 2016 nog tegen de wijkagent heeft gezegd dat het niet meer zou gebeuren. Volgens het rapport ‘Eer Gerelateerd Geweld’ van 3 februari 2017 heeft het feit dat zijn ex-vrouw en de kinderen van verdachte zijn weggegaan en de mislukte pogingen om het gezinsleven te herstellen ertoe geleid dat verdachte ernstig aangetast is in zijn persoonlijke eer. De zaak zou opnieuw kunnen escaleren als verdachte in vrijheid wordt gesteld.

Uit de Pro Justitia rapportages is gebleken dat verdachte niet heeft willen meewerken aan persoonlijkheidsonderzoeken. Volgens voornoemd uittreksel uit het algemeen documentatieregister is verdachte eerder in aanraking geweest met politie en justitie.

Gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de gevolgen hiervan voor de slachtoffers, is de rechtbank van oordeel dat voor afdoening van deze zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een langdurige vrijheidsbenemende straf. Nu de rechtbank, anders dan de officier van justitie, de voorbedachte rade onder feit 1 niet bewezen acht zal zij afwijken van de eis van de officier van justitie. Alles afwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren passend en geboden.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de bewezenverklaarde feiten. Door [slachtoffer 1] wordt een bedrag van € 63.110,37 gevorderd en door [slachtoffer 2] wordt een bedrag van

€ 20.444,36 gevorderd.

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie verzocht om de immateriële schade toe te wijzen tot een bedrag van € 35.000. Voor wat betreft de materiële schade kunnen de ziektekosten, de kosten voor de kleding, de kosten voor de vervanging van de ruit, de vervoerskosten en de kosten voor ziekenhuisopname worden toegewezen. Ten aanzien van het verlies- en verdienvermogen en de kosten van het verlies van zelfwerkzaamheid heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht om van haar schattingsbevoegdheid gebruik te maken. De kosten voor de aanpassing en de beveiliging van de woning, alsmede de verhuiskosten zijn niet voor toewijzing vatbaar.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie verzocht om de immateriële schade geheel toe te wijzen. De materiele schade is met uitzondering van de cadeaukosten voor toewijzing vatbaar.

De officier van justitie heeft verzocht telkens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

Volgens de verdediging kunnen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] de volgende materiële schadeposten worden toegewezen: eigen risico 2016, medicijnen (op de vitaminen na) en de vervoerskosten. De immateriële schade dient gematigd te worden. Voor het overige dient de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering te verklaren.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de verdediging verzocht de cadeaukosten niet toe te wijzen en de immateriële schade te matigen.

Beoordeling door de rechtbank

[slachtoffer 1]

Materiële schade

Ziektekosten, kleding, daggeldvergoeding, vervoerskosten, kosten annulering auto

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot deze schadeposten is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde tot € 2.720,82 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Verlies- en verdienvermogen en zelfwerkzaamheid

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde kosten onvoldoende in de vordering zijn onderbouwd. Aanhouding van de zaak om de benadeelde partij de gelegenheid te geven de vordering nader te onderbouwen zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij zal daarom ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Kosten woning/beveiliging en verhuiskosten

Ten aanzien van deze schadeposten is de rechtbank van oordeel dat deze schadeposten geen rechtstreekse – in de zin van de wet – door het bewezenverklaarde toegebrachte schade betreffen. De benadeelde partij zal daarom ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Vervanging ruit

Deze schadepost komt niet voor vergoeding in aanmerking, nu verdachte deze ruit niet heeft vernield. De rechtbank zal daarom deze schadepost afwijzen.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank stelt die schade naar maatstaven van billijkheid vast op € 7.500, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. De rechtbank heeft hierbij aansluiting gezocht bij wat in soortgelijke zaken wordt toegekend. Het meergevorderde zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren.

[slachtoffer 2]

Materiële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde tot € 442,32 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De schadepost ‘cadeaukosten opvang derde’ zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren nu er onvoldoende causaal verband is tussen deze schadepost en het bewezen verklaarde.

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank stelt die schade naar maatstaven van billijkheid vast op € 7.500, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. De rechtbank heeft hierbij aansluiting gezocht bij wat in soortgelijke zaken wordt toegekend. Het meergevorderde zal de rechtbank niet-ontvankelijk verklaren.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Het toe te wijzen bedrag moet telkens worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2016.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 57, 287 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partijen:

  • -

    [slachtoffer 1] (feit 1);

  • -

    [slachtoffer 2] (feit 2);

 veroordeelt veroordeelde tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil:

Benadeelde partij Bedrag

[slachtoffer 1] € 10.220,82

[slachtoffer 2] € 7.942,32

legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Benadeelde partij Bedrag Hechtenis

[slachtoffer 1] € 10.220,82 86 dagen

[slachtoffer 2] € 7.942,32 74 dagen

bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. T.N. Ritzer, rechters, in tegenwoordigheid van D. Waizy, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 juli 2017.

mr. T.N. Ritzer en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Noord- en Oost Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2016373189, gesloten op 14 november 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 173-174.

3 Het proces-verbaal van aangifte, p. 236.

4 Het proces-verbaal van aangifte, p. 237.

5 Het GGD-letselrapport d.d. 22 juli 2016, p. 191-192 en het GGD-letselrapport d.d. 19 oktober 2016, p. 405-406.

6 Het proces-verbaal van aangifte, p. 225.

7 Het proces-verbaal van aangifte, p. 226.

8 Het GGD-letselrapport d.d. 15 juli 2016, p. 213.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 222.

10 Het proces-verbaal van aangifte, p. 232.

11 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 240.

12 Het proces-verbaal getuigenverhoor van [getuige 2] bij de rechter-commissaris d.d. 10 januari 2017.

13 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 240.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 240.

15 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte, p. 128.

16 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte, p. 129.

17 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte, p. 139.

18 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte, p. 140.

19 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 juli 2017.

20 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 245.

21 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 252.

22 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte, p. 137 en foto bijlage 2, p. 141.

23 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte, p. 139.

24 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte, p. 137 en foto bijlage 2, p. 141.

25 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte, p. 137 en 139 en foto bijlage 2, p. 142.

26 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte, p. 146.

27 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 265.

28 Het NFI-rapport d.d. 28 september 2016, p. 385-387.

29 Het NFI-rapport d.d. 28 september 2016, p. 386.