Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:417

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-01-2017
Datum publicatie
24-01-2017
Zaaknummer
05/880634-16, 05/740309-16, 05/840257-16 en 05/089808-15 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelde vandaag een inmiddels 18-jarige man uit Hurwenen tot 20 maanden jeugddetentie, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Ook dient hij verplicht mee te werken aan behandeling en een begeleid wonen traject, dit alles onder toezicht van de jeugdreclassering.

Straatroven

De man heeft samen met medeverdachten in de periode van november 2015 tot en met februari 2016 via sociale media een viertal slachtoffers benaderd. Ze deden zich daarbij voor als een jong (minderjarig) meisje. Over en weer zijn seksueel getinte berichten uitgewisseld en er zijn afspraken gemaakt om elkaar op de bewuste avonden te ontmoeten in een park in Zaltbommel. Aangekomen op de afgesproken plaats moesten de slachtoffers onder bedreiging van geweld hun kostbaarheden afstaan. Hierbij zijn onder meer telefoons, geld en pinpassen buit gemaakt. Ook is bij een aantal slachtoffers fors geweld toegepast. Er is geslagen (onder meer met een stok), geschopt, gedreigd met een vuurwapen en een mes en één van de slachtoffers is daadwerkelijk met een mes gestoken.

Poging tot woninginbraak, diefstal in vereniging

De man heeft samen met medeverdachten op 5 maart 2016 ook nog geprobeerd in te breken in een woning in Zaltbommel. Hierbij is schade ontstaan aan die woning. Uit de niet-afgesloten garage bij die woning hebben ze wel enig gereedschap meegenomen.

De straf

De man krijgt een jeugddetentie opgelegd voor de duur van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarden dat hij meewerkt aan behandeling en aan een begeleid wonen traject en ook aan begeleiding van de jeugdreclassering.

De officier van justitie eiste dezelfde straf.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf zwaar laten wegen dat de verdachten bij de berovingen heel berekenend te werk zijn gegaan. Ze gingen ervan uit dat deze zorgvuldig uitgekozen doelgroep geen aangifte zou durven doen van wat hen was overkomen. Hierdoor dachten ze makkelijker weg te kunnen komen met de gepleegde feiten. De man die nu is veroordeeld heeft een fors aandeel gehad in de roofovervallen: hij heeft de slachtoffers met wapens bedreigd, hen (met een stok) geslagen en geschopt en één van de slachtoffers met een mes in zijn rug gestoken. Ook heeft hij de pintransactie verricht met de tijdens een van deze overvallen gestolen bankpas.

Schadevergoeding

De man moet een schadevergoeding van ruim 3950 euro betalen aan de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Parketnummers : 05/880634-16, 05/740309-16, 05/840257-16 en 05/089808-15 (TUL)

vonnis op tegenspraak van de meervoudige kamer voor kinderstrafzaken d.d. 24 januari 2017

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [adres],

thans gedetineerd in [adres 2] te Nijmegen,

raadsman: mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 januari 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 05/880634-16 tenlastegelegd dat:

1.

Primair:

hij op of omstreeks 03 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon en/of pinpas en/of pincode, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

- verdachte en/of zijn medeverdachten die [slachtoffer] onder valse voorwendselen naar een locatie heeft/hebben gestuurd en/of gelokt en/of

- verdachte en drie, althans één of meer, man(nen) voor die [slachtoffer] is/zijn verschenen, gehuld in bivakmuts(en), en/of op enig moment een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tevoorschijn heeft/hebben gehaald;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 03 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een pinpas en/of een pincode, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om hij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededaders (gehuld in een bivakmuts) die [slachtoffer] heeft/hebben bedreigd met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp;

2.

Primair:

hij op of omstreeks 07 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) of meer ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met daarin (bank)pasjes en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of welk geweld onder meer zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft gehad (bestaande uit een te hechten hoofdwond), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- zichzelf heeft/hebben voorgedaan als de 17-jarige 'Sharina Hessel', en/of in die hoedanigheid (via Chatplaza en/of Kik) contact heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer 2], en/of onder valse voorwendselen die [slachtoffer 2] naar een locatie heeft/hebben gestuurd en/of gelokt en/of

- tezamen met één of meerdere andere(n) gemaskerd met een bivakmuts die [slachtoffer 2] op de afgesproken locatie heeft/hebben opgewacht en hem vervolgens heeft/hebben geslagen en/of geschopt op/tegen het lichaam en/of heeft bedreigd door het op enig moment tevoorschijn halen en tonen van een vuurwapen;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 07 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met (een) of meer ander(en) althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met daarin (bank)pasjes en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- zichzelf heeft/hebben voorgedaan als de 17-jarige ‘Sharina Hensel , en/of in die hoedanigheid (via Chatplaza en/of Kik) contact heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer 2], en/of onder valse voorwendselen die [slachtoffer 2] naar een locatie heeft/hebben gestuurd en/of gelokt en/of

- gemaskerd met een bivakmuts die [slachtoffer 2] op de afgesproken locatie heeft/hebben opgewacht en hem vervolgens heeft/hebben geslagen en/of geschopt op/tegen het lichaam en/of heeft bedreigd door het op enig moment tevoorschijn halen en tonen van een vuurwapen;

3.

Primair

A (na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging):

hij op of omstreeks 27 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 3], van het leven te beroven, opzettelijk die [slachtoffer 3] (meerdere malen) in de rug heeft gestoken met een mes althans een scherp en/of puntig voorwerp en/of (meerdere malen) met een (wapen)stok heeft geslagen op/tegen het hoofd, althans op het lichaam en/of op/tegen het lichaam heeft geschopt terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

en/of

B:

hij op of omstreeks 27 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee telefoons en/of een portemonnee en/of autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- zichzelf heeft/hebben voorgedaan als de minderjarige 'Sharina Hensel', en/of in die hoedanigheid (via Chatplaza en/of Kik) contact heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer 2], en/of onder valse voorwendselen naar een locatie is gestuurd en/of gelokt en/of

- gemaskerd met een bivakmuts die [slachtoffer 3] op de afgesproken locatie heeft opgewacht en hem vervolgens de woorden heeft toegevoegd 'He smerige pedo', althans woorden van gelijke strekking en/of vervolgens die [slachtoffer 3] (met een wapenstok) heeft/hebben geslagen op/tegen het lichaam en/of heeft geschopt op/tegen het lichaam en/of heeft gestoken met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de rug;

Subsidiair:

hij of omstreeks 27 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] hoeft gedwongen tot de afgifte van twee telefoons en/of een portemonnee en/of autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat dat verdachte en/of zijn mededaders,

- zichzelf heeft/hebben voorgedaan als de minderjarige ‘Sharina Hensel’, en/of

in die hoedanigheid (via Chatplaza en/of Kik) contact heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer 3], en/of onder valse voorwendselen naar een locatie is gestuurd en/of gelokt en/of

- gemaskerd met een bivakmuts die [slachtoffer 3] op de afgesproken locatie heeft opgewacht en hem vervolgens de woorden heeft toegevoegd ‘He smerige pedo’, althans woorden van gelijke strekking en/of vervolgens die [slachtoffer 3] (met een wapenstok) heeft/hebben geslagen op/tegen het lichaam en/of heeft geschopt op/tegen het lichaam en/of heeft gestoken met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de rug;

4.

hij op of omstreeks 3 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening middels bankautomaten van een bankrekening met rekeningnummer [nummer] ten name van [slachtoffer] heeft weggenomen, een bedrag van respectievelijk 250 euro en 710 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan verdachte en/of zijn mededader(s) waarbij verdachte en/of zijn mededaders het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten door telkens met een gestolen bankpas behorende bij rekeningnummer [nummer] ten name van [slachtoffer] en het intoetsen van de bijbehorende pincode bij een aantal geldautomaten geldbedragen te pinnen;

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 05/740309-16 tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 27 februari 2016 te Zaltbommel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon (merk Huawei) met een prepaid kaart en/of een schakelarmband (van roestvast staal) en/of een horloge merk Festini), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- zichzelf heeft/hebben voorgedaan als de 16-jarige Priscilla’/’Pris’, en/of in die hoedanigheid (via Chatplaza en/of Kik) contact heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer 4], en/of onder valse voorwendselen die [slachtoffer 4] naar een locatie heeft/hebben gestuurd en/of gelokt en/of

- tezamen met één of meerdere andere(n) gemaskerd met een bivakmuts die [slachtoffer 4] op de afgesproken locatie heeft/hebben opgewacht/opgezocht en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 4] van achteren (om de keel) heeft/hebben vastgepakt en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 4] (met de vuist) op het gezicht en/of hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 4] naar de grond heeft/hebben getrokken en/of geduwd en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 4] (terwijl hij op de grond lag) op het lichaam heeft/hebben geschopt en/of geslagen en/of

- Een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, tevoorschijn heeft/hebben gehaald en/of getoond aan die [slachtoffer 4] en/of op het gezicht van die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 05/840257-16 tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 maart 2016 te Zaltbommel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 3] weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, over een schutting en/of toegangspoort aan de achterzijde van die woning

is/zijn geklommen en/of heeft/hebben getracht een achterdeur en/of een schuifpui van die woning te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 05 maart 2016 te Zaltbommel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (niet afgesloten) garage van de woning de [adres 3] aldaar heeft weggenomen een takkenschaar (merk Skania) en/of een hakbijl (merk Gamma), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

1a. De vordering na voorwaardelijke veroordeling (TUL)

Bij de stukken bevindt zich een vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 05/089808-15.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaken met de parketnummers 05/880634-16, 05/840257-16 en 05/089808-15 (TUL) zijn ter terechtzitting van 19 juli 2016 met gesloten deuren onderzocht door de meervoudige kamer. Verdachte is toen verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. Y. Taghi. De rechtbank heeft de zaken verwezen naar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit arrondissement, opdat in de zaak met parketnummer 05/880634-16 getuigen kunnen worden opgeroepen en gehoord en voorts om datgene te doen wat de rechter-commissaris verder voor het onderzoek noodzakelijk acht. Aan de officier van justitie is opdracht gegeven om aan de zaak met parketnummer 05/880634-16 het eind proces-verbaal en de letselbeschrijving van slachtoffer [slachtoffer 3] toe te voegen. De rechtbank heeft de terechtzitting tot een bij nadere appointering vast te stellen terechtzitting geschorst voor een periode langer dan een maand maar korter dan 3 maanden vanwege klemmende redenen.

Vervolgens zijn de zaken met de parketnummers 05/880634-16, 05/840257-16 en 05/089808-15 (TUL) ter terechtzitting van 18 oktober 2016 opnieuw met gesloten deuren onderzocht door de meervoudige kamer. Verdachte is toen verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. Y. Taghi. De rechtbank heeft de behandeling van de zaken vervolgens geschorst tot de terechtzitting van 10 januari 2017 op een nader te bepalen tijdstip, opdat de rechter-commissaris verder kon gaan met het horen van getuigen.

De zaken met parketnummers 05/880634-16, 05/740309-16, 05/840257-16 en 05/089808-15 (TUL) zijn op 10 januari 2017 ter terechtzitting met gesloten deuren onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg. Namens de jeugdreclassering is verschenen de heer [naam] en namens de Raad voor de Kinderbescherming (nader te noemen: de Raad) mevrouw [naam 2].

Als benadeelde partij heeft zich ten aanzien van parketnummer 05/880634-16, feit 2,

schriftelijk in het geding gevoegd de heer [slachtoffer 2].

Als benadeelde partij heeft zich ten aanzien van parketnummer 05/880634-16, feit 3,

schriftelijk in het geding gevoegd de heer [slachtoffer 3], ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.M.J.M. Damen.

Als benadeelde partij heeft zich ten aanzien van parketnummer 05/740309-16 schriftelijk in het geding gevoegd de heer [slachtoffer 4] .

De officier van justitie, mr. D. van Ieperen, heeft haar eis geformuleerd.

De raadsman en verdachte hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3 De beslissing inzake het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/880634-16 1

Ten aanzien van de feiten 1 en 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering, en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal bevindingen d.d. 1 februari 2016, p. 323 e.v.;

- de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 januari 2017.

Ten aanzien van feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering, en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2].[slachtoffer 2] d.d. 8 november 2015 (p. 343 e.v.);

- het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 10 december 2015, p. 349 en 350;

- de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 januari 2017.

Ten aanzien van feit 3, onder A

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde onder A (poging doodslag) wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft daartoe gesteld dat het slachtoffer meermalen op zijn hoofd is geslagen. Ook is het slachtoffer met een mes in zijn rug gestoken.

Uit het letselrapport blijkt dat het letsel op het achterhoofd van het slachtoffer potentieel levensbedreigend kan zijn. De klappen kunnen bloedingen veroorzaken die levensbedreigend kunnen zijn. Verdachte bekent dat hij het slachtoffer heeft gestoken, hoewel hij stelt dit niet bewust te hebben gedaan. Hij heeft echter verklaard welbewust een mes meegenomen te hebben, om zich te wapenen tegenover een mogelijk onzekere afloop van de overval. Ook had verdachte de stok bij zich. Medeverdachte [medeverdachte] heeft het slachtoffer een schop tegen het hoofd gegeven, zo heeft verdachte verklaard. Op de schoen van medeverdachte [medeverdachte] is inderdaad bloed van het slachtoffer aangetroffen. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij het slachtoffer onderuit geschopt heeft. Uit de verklaringen en de foto’s in het dossier blijkt dat er zeer veel geweld op het slachtoffer is toegepast.

Het handelen van de verdachten moet dan ook naar zijn uiterlijke verschijningsvorm aangemerkt worden als te zijn gericht op de dood van het slachtoffer. Verdachten hebben meermalen in de richting van het hoofd geschopt en met een knuppel geslagen toen het slachtoffer op de grond lag. Het hoofd is een kwetsbaar gedeelte van het menselijk lichaam. De gedraging van verdachten kunnen naar algemene ervaringsregels leiden tot de dood van het slachtoffer, omdat dit schedel- en hersenletsel een dodelijke afloop tot gevolg kan hebben. Omdat het een algemene ervaringsregel is, moeten ook verdachten worden geacht daarvan op de hoogte te zijn. Datzelfde geldt voor het steken met een mes in het lichaam. Door te handelen zoals verdachten dat hebben gedaan, hebben zij dan ook de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zou komen te overlijden. Daarmee acht de officier van justitie het opzet van verdachte mede op de dood te zijn gericht en kan het primair tenlastegelegde onder A bewezen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde onder A niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat een aanmerkelijke kans bestond op fataal letsel. Weliswaar volgt uit de letselrapportage dat een kans bestond op fataal letsel, maar geen aanmerkelijk kans. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat met kracht is geschopt of geslagen door verdachten. Verdachte heeft het slachtoffer tweemaal, voornamelijk op de arm, geslagen. Hij heeft niet op het hoofd van het slachtoffer geslagen maar heeft dit mogelijk wel geraakt. Verdachte heeft in ieder geval niet de bewuste keus gemaakt om het slachtoffer met volle kracht op het hoofd te slaan. Verdachte heeft voorovergebogen over het slachtoffer heen gehangen en het mes tegen zijn rug gedrukt. Hij heeft vervolgens gedreigd dat het slachtoffer diende mee te werken, omdat verdachte hem anders zou steken. Verdachte heeft geen bewuste steekbeweging gemaakt. Ook heeft hij het slachtoffer niet willen steken; hij hoopte immers dat het slachtoffer mee zou werken. Onverwacht is het slachtoffer omhoog gekomen, waardoor hij zijn rug in het mes heeft geduwd. Dit past bij het ontstane letsel, waarbij de wond 1,5 centimeter breed en 1,5 centimeter diep is. De punt van het mes is in de rug terechtgekomen. Wanneer met kracht gestoken zou zijn door verdachte, zou dit een diepere verwonding hebben opgeleverd. Verdachte heeft niet willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat het door hem en de medeverdachten toegebrachte letsel de dood tot gevolg zou hebben. Daarnaast moet een klaplong, als die al ontstaat, groot zijn, wil deze levensbedreigend zijn. Door het slaan met de stok kan zogenoemd tramlijnletsel ontstaan. Dit is op het lichaam van het slachtoffer ook aangetroffen en past bij de verklaring van verdachte dat hij het slachtoffer op het lichaam heeft geslagen. Voorts is onduidelijk met hoeveel kracht medeverdachte [medeverdachte] tegen het hoofd van het slachtoffer heeft geschopt. Verdachten hebben vooraf enkel afgesproken te dreigen met geweld en te intimideren. Het geweld zou enkel functioneel zijn om de slachtoffers ertoe te bewegen geld en/of goederen af te geven.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde onder A

De vraag die beantwoord dient te worden, is of het handelen van verdachte valt te kwalificeren als een poging tot doodslag. Daarvoor is bepalend of bij verdachte sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op de dood van slachtoffer [slachtoffer 3], nu niet is komen vast te staan dat verdachte het opzet op de dood van het slachtoffer heeft gehad. Voor het aannemen van voorwaardelijk opzet, in casu op de dood, moet worden vastgesteld dat verdachte zich willens en wetens met zijn handelen heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg (de dood) zou intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een ‘kans’ die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

Alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot de feitelijke toedracht, kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie rechtvaardigen dat in dit geval sprake is geweest van een aanmerkelijke kans dat het gevolg, de dood van [slachtoffer 3], zou intreden. Vooropgesteld dient te worden dat de letselrapportage van forensisch arts [naam arts] pas op 21 september 2016 is opgemaakt, dus bijna 10 maanden na het ontstaan van het letsel zonder dat de deskundige [slachtoffer 3] persoonlijk heeft onderzocht of gezien. Uit het rapport volgt ook niet dat de steekwond, zoals die bij [slachtoffer 3] is geconstateerd, potentieel levensbedreigend is geweest. In dit verband is alleen melding gemaakt van het feit dat wanneer een long geraakt wordt, een klaplong kan ontstaan met als gevolg benauwdheid. Daarbij is vermeld dat een grote klaplong potentieel levensbedreigend kan zijn. De rechtbank stelt vast dat in het rapport niet is opgenomen hoe groot de kans is dat een grote klaplong optreedt bij een steekwond zoals die bij het slachtoffer is waargenomen. Evenmin is vermeld hoe groot de kans is dat iemand met een grote klaplong komt te overlijden. Bovendien volgt uit het rapport niet zonder meer dat een steekwond van 1,5 cm diep en 1,5 cm breed op een zodanige plaats op de rug zoals waargenomen bij het slachtoffer de aanmerkelijke kans op zijn overlijden tot gevolg kan hebben.

Uit het letselrapport van [naam arts] komt voorts naar voren dat bij het slachtoffer sprake was van letsel op het achterhoofd met een zwelling en een scheurwond. De deskundige overweegt dat in de loop der jaren bij uitgebreid onderzoek is vastgesteld dat zelfs milde klappen tegen het hoofd ernstige gevolgen kunnen hebben. Milde klappen kunnen bijvoorbeeld de oorzaak zijn van bloedingen die zelfs levensbedreigend kunnen zijn. De rechtbank stelt vast dat de forensisch arts niet nader heeft onderbouwd dat het bij [slachtoffer 3] geconstateerde letsel aan het hoofd tot zodanige levensbedreigende bloedingen had kunnen leiden. De formulering van de forensisch arts in het letselrapport is dusdanig algemeen dat hieruit niet kan worden afgeleid dat er een aanmerkelijke kans bestond dat [slachtoffer 3] aan het letsel aan het hoofd zou kunnen komen te overlijden.

Ook is niet komen vast te staan met welke kracht verdachte op het hoofd van het slachtoffer heeft geslagen, zodat ook als gevolg daarvan niet geconcludeerd kan worden dat verdachte door aldus te handelen de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard.

Op grond van het voorgaande kan niet geconcludeerd worden dat verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer heeft gehad. Gelet daarop zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken van hetgeen hem primair onder A is tenlastegelegd.

Ten aanzien van feit 3, onder B

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering, en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] d.d. 28 november 2015 (p. 379 e.v.);

- de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 januari 2017;

Ten aanzien van parketnummer 05/740309-16 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering, en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4]. [slachtoffer 4] d.d. 12 maart 2016 (p. 527 e.v.);

- het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 31 mei 2015 (p. 542 e.v.);

- de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 januari 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/840257-16 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering, en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5] d.d. 5 maart 2016 (p. 7 en 8);

- - de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 januari 2017;

Bewezenverklaring ten aanzien van parketnummer 05/880634-16

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 03 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon en/of pinpas en/of pincode, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

- verdachte en/of zijn medeverdachten die [slachtoffer] onder valse voorwendselen naar een locatie heeft/hebben gestuurd en/of gelokt en/of

- verdachte en twee, althans één of meer, man(nen) voor die [slachtoffer] is/zijn verschenen, gehuld in bivakmuts(en), en/of op enig moment een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tevoorschijn heeft/hebben gehaald;

2.

Primair

hij op of omstreeks 07 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) of meer ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met daarin (bank)pasjes en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of welk geweld onder meer zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft gehad (bestaande uit een te hechten hoofdwond), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- zichzelf heeft/hebben voorgedaan als de 17-jarige 'Sharina Hessel', en/of in die hoedanigheid (via Chatplaza en/of Kik) contact heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer 2], en/of onder valse voorwendselen die [slachtoffer 2] naar een locatie heeft/hebben gestuurd en/of gelokt en/of

- tezamen met één of meerdere andere(n) gemaskerd met een bivakmuts die van der Laar op de afgesproken locatie heeft/hebben opgewacht en hem vervolgens heeft/hebben geslagen en/of geschopt op/tegen het lichaam en/of heeft bedreigd door het op enig moment tevoorschijn halen en tonen van een vuurwapen;

3.

Primair onder B

hij op of omstreeks 27 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee telefoons en/of een portemonnee en/of autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- zichzelf heeft/hebben voorgedaan als de minderjarige 'Sharina Hensel', en/of in die hoedanigheid (via Chatplaza en/of Kik) contact heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer 2], en/of onder valse voorwendselen naar een locatie is gestuurd en/of gelokt en/of

- gemaskerd met een bivakmuts die [slachtoffer 3] op de afgesproken locatie hebben opgewacht en hem vervolgens de woorden hebben toegevoegd 'He smerige pedo', althans woorden van gelijke strekking en/of vervolgens die [slachtoffer 3] (met een wapenstok) heeft/hebben geslagen op/tegen het lichaam en/of hebben geschopt op/tegen het lichaam en/of hebben gestoken met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de rug;

4.

hij op of omstreeks 3 november 2015 te Zaltbommel, in ieder geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening middels bankautomaten van een bankrekening met rekeningnummer [nummer] ten name van [slachtoffer] heeft weggenomen, een bedrag van respectievelijk 250 euro en 710 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan verdachte en/of zijn mededader(s) waarbij verdachte en/of zijn mededaders het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten door telkens met een gestolen bankpas behorende bij rekeningnummer [nummer] ten name van [slachtoffer] en het intoetsen van de bijbehorende pincode bij een aantal geldautomaten geldbedragen te pinnen.

Bewezenverklaring ten aanzien van parketnummer 05/740309-16

hij op of omstreeks 27 februari 2016 te Zaltbommel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon (merk Huawei) met een prepaid kaart en/of een schakelarmband (van roestvast staal) en/of een horloge merk Festini), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- zichzelf heeft/hebben voorgedaan als de 16-jarige Priscilla’/’Pris’, en/of in die hoedanigheid (via Chatplaza en/of Kik) contact heeft/hebben onderhouden met die [slachtoffer 4], en/of onder valse voorwendselen die [slachtoffer 4] naar een locatie heeft/hebben gestuurd en/of gelokt en/of

- tezamen met één of meerdere andere(n) gemaskerd met een bivakmuts die [slachtoffer 4] op de afgesproken locatie heeft/hebben opgewacht/opgezocht en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 4] van achteren (om de keel) heeft/hebben vastgepakt en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 4] (met de vuist) op het gezicht en/of hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 4] naar de grond heeft/hebben getrokken en/of geduwd en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 4] (terwijl hij op de grond lag) op het lichaam heeft/hebben geschopt en/of geslagen en/of

-Een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, tevoorschijn heeft/hebben gehaald en/of getoond aan die [slachtoffer 4] en/of op het gezicht van die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht.

Bewezenverklaring ten aanzien van parketnummer 05/840257-16

1.

hij op of omstreeks 05 maart 2016 te Zaltbommel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 3] weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, over een schutting en/of toegangspoort aan de achterzijde van die woning

is/zijn geklommen en/of heeft/hebben getracht een achterdeur en/of een schuifpui van die woning te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 05 maart 2016 te Zaltbommel tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (niet afgesloten) garage van de woning de [adres 3] aldaar heeft weggenomen een takkenschaar (merk Skania) en/of een hakbijl (merk Gamma), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

Voor zover er in de tenlasteleggingen kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 05/880634-16

Feit 1 primair:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 2 primair:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 3 primair onder B:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Feit 4:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel

Ten aanzien van parketnummer 05/740309-16

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van parketnummer 05/840257-16

Feit 1:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

Feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat ter zake van de parketnummers 05/880634-16, 05/740309-16 en 05/840257-16 aan verdachte wordt opgelegd een jeugddetentie voor de duur van 20 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de dagen die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft voorts gevorderd hierbij de voorwaarden op te leggen zoals opgenomen in het rapport van de Raad van 6 januari 2017. De officier van justitie heeft bij het bepalen van de strafmaat rekening gehouden met de ernst van alle feiten, het berekenende gedrag van verdachte en zijn medeverdachten en het feit dat zij gemakkelijke prooien zochten, die niet snel aangifte zouden doen.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte blijkens het persoonlijkheidsonderzoek als licht verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd. Ook wordt om oplegging van een flink voorwaardelijk deel van de straf verzocht.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan, in ieder geval, vier roofovervallen waarbij de slachtoffers vooraf zorgvuldig zijn uitgezocht. Verdachte en de medeverdachten hebben via KIK en Chatplaza contact gezocht met mannen, die blijk gaven van een seksuele voorkeur voor minderjarige meisjes, omdat verdachten en zijn mededaders verwachtten dat deze groep geen aangifte zou (durven) doen. Op die wijze zouden zij ongestoord en op gemakkelijke wijze meer slachtoffers, en dus meer buit, kunnen maken. De planmatige en berekenende wijze waarop de strafbare feiten zijn begaan laat de rechtbank zwaar wegen bij de bepaling van de strafmaat. Niet alleen de lange duur van de periode waarin de roofovervallen zijn gepleegd, maar ook het aantal roofovervallen wegen hierbij mee. Daarnaast betrekt de rechtbank daarbij dat bij een aantal slachtoffers sprake is geweest van toepassing van veel geweld, waardoor in ieder geval bij slachtoffer [slachtoffer 3] zwaar letsel is ontstaan. De rechtbank neemt dit alles verdachte zeer kwalijk. Verdachte heeft een fors aandeel gehad in de roofovervallen: hij heeft de slachtoffers met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp of een mes bedreigd, hen (met een stok) geslagen en geschopt en één van de slachtoffers met een mes in zijn rug gestoken. Ook heeft hij de pintransactie verricht met de tijdens een van deze overvallen gestolen bankpas.

Dergelijke delicten grijpen diep in het leven van de slachtoffers in, wat in dit geval ook is gebleken uit de schriftelijke slachtofferverklaringen. Daarnaast versterken deze feiten de gevoelens van onveiligheid in de samenleving enorm.

Verdachte en zijn medeverdachten zijn voorts berekenend te werk gegaan bij de poging tot woninginbraak. In de nachtelijke uren zijn zij met een bivakmuts op en met handschoenen aan naar de betreffende woning gegaan, in de wetenschap dat daar niemand aanwezig zou zijn. Hiermee hebben verdachte en de medeverdachten de kans op betrappen zo laag mogelijk willen houden. Zij hebben schade aan de woning toegebracht en uit de niet afgesloten schuur gereedschap ontvreemd. Naast grote ergernis brengen deze feiten eveneens, niet alleen bij het slachtoffer, maar in de gehele samenleving, angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg.

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

  • -

    de rapporten van de Raad, gedateerd 26 augustus 2016 en 6 januari 2017;

  • -

    de Pro Justitia rapportage opgesteld door drs. [naam arts 2], GZ- psycholoog, gedateerd 13 juli 2016;

  • -

    het Uittreksel Justiële Documentatie betreffende verdachte, gedateerd 9 november 2016.

Uit het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie blijkt dat verdachte door de kinderrechter op 7 augustus 2015 is veroordeeld voor verduistering. Hem is hiervoor een werkstraf van 40 uur, geheel voorwaardelijk opgelegd, met een proeftijd van twee jaar. Thans wordt de tenuitvoerlegging van deze straf door de officier van justitie gevorderd.

Uit de Pro Justitia rapportage van 13 juli 2016, opgesteld door GZ-psycholoog drs. [naam arts 2], blijkt het volgende. In diagnostische zin is bij verdachte sprake van een gedragsstoornis, beginnend in de adolescentie. Voorts is sprake van ADHD problematiek, cannabisafhankelijkheid en misbruik van andere middelen.. Daarnaast is sprake van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale en narcistische trekken. In de thuissituatie is sprake van ouder-kind relatieproblemen. Volgens het rapport biedt een langdurige onvoorwaardelijke detentie verdachte de mogelijkheid om in de JJI te werken aan de problemen die in het persoonlijkheidsonderzoek beschreven staan, zoals zijn verslaving, de ADHD en zijn bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Het zou volgens de deskundige passend zijn om in de JJI de training You Turn (denkfouten), de bijeenkomsten TOP’s (omgaan met boosheid, sociale vaardigheden en moreel redeneren) en de training DAPPER - die zich richt op slachtofferempathie - te volgen. Na de zitting en het vonnis is het advies te starten met delictanalyse (Leren van Delict). Daarnaast zijn er therapiemogelijkheden in verband met zijn verslavingsproblematiek, ADHD en bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling (o.a. Brains4Use, In Control en schematherapie).

De Raad concludeert in haar rapporten van 26 augustus 2016 en 6 januari 2017 als volgt. De kans op herhaling wordt op hoog ingeschat, aangezien verdachte reeds een politieregistratie heeft als verdachte van een vermogensdelict met geweld. De Raad is van mening dat wanneer verdachte geen strakke kaders geboden worden, zoals dit binnen de JJI gebeurt, de kans op recidive hoog blijft. Verdachte heeft bij JJI het Keerpunt YouTurn gevolgd, TOP’s en DAPPER afgerond en er was een begin gemaakt met individuele gesprekken met een behandelaar in de vorm van cognitieve gedragstherapie (CGT). Het middelengebruik dient een onderwerp zijn, maar met aandacht voor wat hier aan ten grondslag ligt. Na zijn overplaatsing, begin november 2016, naar RJJI De Hunnerberg zijn de gesprekken voortgezet. Verdachte heeft tijdens zijn voorlopige hechtenis goed meegewerkt met de aangeboden programma’s. Momenteel krijgt hij de kans om bij de zogenoemde kleinschalige voorziening door middel van kleine stapjes toe te werken naar vrijheden en meer zelfstandigheid. Hij zal dagbesteding, vrijetijdsbesteding en behandeling buiten de JJI gaan volgen en gecontroleerd worden door een polsbandje. De Raad is van mening dat dit, in pedagogisch opzicht, een passend traject is voor verdachte, waarbinnen er gewerkt kan worden aan het vergroten van zijn zelfredzaamheid voordat hij (volledig) in vrijheid wordt gesteld. De Raad vindt het wenselijk dat verdachte nog enige tijd bij de kleinschalige voorziening blijft (in het kader van jeugddetentie) en dan doorstroomt naar Moria of een soortgelijke woonvoorziening, zodra daar plek is. Gezien de wachtlijst(en) wordt gedacht aan een periode van vier maanden. Het voorlopig voortzetten van het verblijf bij de kleinschalige voorziening in het kader van jeugddetentie biedt verder de mogelijkheid om een passend zorgaanbod te realiseren en ligt in lijn met het advies uit de Pro Justitia rapportage. In de tussentijd kan de dagbesteding van verdachte geconcretiseerd en opgestart worden en kan hij starten met zijn behandeling, die gedeeltelijk buiten de JJI gaat plaatsvinden. Dit heeft als voordeel dat er straks een duidelijk concreet plan ligt voor de periode na de detentie, zodat verdachte geen onduidelijkheid ervaart en de kans op het slagen van dit traject wordt vergroot. Positief is dat verdachte inziet dat er kleine stapjes nodig zijn voor een goede toekomst en hij en zijn ouders achter dit traject staan en zich gemotiveerd inzetten. De Raad adviseert om verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, onder de algemene

voorwaarden dat hij:

 zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een

strafbaar feit;

  • -

    zijn medewerking verleent aan het vaststellen van zijn identiteit;

  • -

    zijn medewerking verleent aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat hij:

  • -

    meewerkt aan behandeling (CGT en delict analyse) bij RJJI De Hunnerberg, Kairos of een soortgelijke instelling;

  • -

    meewerkt aan begeleid wonen bij Moria, het RIBW of een soortgelijke instelling;

waarbij aan de gecertificeerde instelling, te weten Jeugdbescherming Gelderland, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

De Jeugdreclassering heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat het recidiverisico door de jeugdreclassering, anders dan door de Raad, op gemiddeld wordt ingeschat. De reden daarvoor is dat verdachte is gestopt met het gebruik van middelen. Geld was de drijfveer voor het plegen van de delicten en hij leefde in die tijd in een roes van middelen. Verdachte laat tot op heden nog weinig schuldgevoel blijken naar de slachtoffers toe. Tijdens de cognitieve gedragstherapie dient verdachte te werken aan zijn narcistische trekken en aan het feit dat hij snel een onrechtvaardigheidsgevoel ervaart. Voorts is het raadzaam dat verdachte meewerkt aan het traject Slachtoffer in Beeld, waar hij destijds niet voor openstond, en aan slachtofferempathietraining. De Jeugdreclassering kan zich vinden in de door de Raad beschreven algemene en bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat rekening gehouden met de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de persoon van verdachte, zoals omschreven in voormelde rapportages. De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf recht doet aan de ernst van het feiten zoals die door verdachte en zijn medeverdachten zijn gepleegd. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, rechterlijke uitspraken met betrekking tot feitencomplexen, die met de onderhavige grosso modo vergelijkbaar zijn in aanmerking nemende en rekening houdend met de omstandigheid dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaken een jeugddetentie voor de duur van 20 maanden, waarvan zes voorwaardelijk, met aftrek van de dagen die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend is. Weliswaar acht de rechtbank de ten laste gelegde poging doodslag in tegenstelling tot de officier van justitie niet bewezen, maar de rechtbank acht de daarvoor in de plaats tredende bewezenverklaarde diefstal met geweld, waarbij aan het slachtoffer zwaar letsel is toegebracht, even ernstig en ziet dan ook hierin geen aanleiding af te wijken van de door de officier van justitie geformuleerde strafeis.

De voorwaardelijke straf die zal worden opgelegd dient als waarschuwing voor verdachte om zich voortaan van het plegen van delicten te onthouden. Gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding aan de voorwaardelijke jeugddetentie - naast de algemene voorwaarden - de volgende bijzondere voorwaarden te verbinden, te weten dat verdachte:

  • -

    meewerkt aan behandeling (CGT en delict analyse) bij RJJI De Hunnerberg, Kairos of een soortgelijke instelling;

  • -

    meewerkt aan begeleid wonen bij Moria, het RIBW of een soortgelijke instelling;

waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Jeugdbescherming Gelderland, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

De rechtbank is van oordeel dat de grondslag voor de voorlopige hechtenis in de zaak met parketnummer 05/840257-16 thans niet meer aanwezig is. Het - inmiddels geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis zal daarom worden opgeheven.

6a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Bij de beoordeling van de vorderingen moet de rechter de feiten of rechten die door de benadeelde partij zijn gesteld en door de wederpartij – te weten de verdachte – niet of niet voldoende zijn betwist als vaststaand beschouwen.

De vordering van [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2]

Ten aanzien van parketnummer 05/880634-16, feit 2, heeft de benadeelde partij overeenkomstig het bepaalde in artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade, zijnde € 1.000,- aan immateriële schade, met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering volledig toe te wijzen, hoofdelijk, met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De verdediging heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot de gevorderde schade.

De rechtbank zal de vordering volledig toewijzen nu er geen verweer is gevoerd tegen deze vordering en deze vordering naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd is.

De vordering van [slachtoffer 3]

Ten aanzien van parketnummer 05/880634-16, feit 3, heeft de benadeelde partij overeenkomstig het bepaalde in artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade, zijnde € 5.866,61, waarvan
€ 866,61 aan materiële schade en € 5.000,- aan immateriële schade, met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Mr. E.M.J.M. Damen heeft ter terechtzitting namens benadeelde partij [slachtoffer 3] het woord gevoerd. Hij heeft naar voren gebracht dat de vordering in de stukken voldoende is toegelicht. [slachtoffer 3] heeft het gebeurde nog niet kunnen verwerken en heeft last van herbelevingen, om welke reden hij niet ter terechtzitting kan verschijnen. Desgevraagd heeft de advocaat van [slachtoffer 3] niet kunnen verklaren waarom de nota van het eigen risico ziet op een afspraak op

12 januari 2016, terwijl uit het stuk van het ziekenhuis blijkt dat de afspraak op 19 januari 2016 gepland stond.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering ten aanzien van de materiële schade toe te wijzen voor € 654,40. De officier van justitie heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat de vordering ten aanzien van de kosten van het eigen risico van € 211,70 niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, aangezien de nota ziet op een behandeling op 12 januari 2016 en uit de overgelegde stukken blijkt dat [slachtoffer 3] eerst op 19 januari 2016 een afspraak in het ziekenhuis had. De officier van justitie acht het onaannemelijk dat het ziekenhuis op voorhand factureert. Voorts verzoekt de officier van justitie de immateriële schadevergoeding toe te wijzen tot € 1.500,-. De officier van justitie sluit hierbij aan bij de uitspraak van de rechtbank Almelo van 29 juli 2010 (ECLI:NL:RBALM:2010:BN2830) , aangezien die casus grotendeels overeenkomt met de onderhavige casus. Verzocht wordt de schadevergoeding hoofdelijk op te leggen en met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie met betrekking tot de gevorderde schade.

De rechtbank overweegt als volgt. Ten aanzien van de verzochte materiële schadevergoeding is het voor de rechtbank onduidelijk gebleven waar de post “Bedrag niet vergoed eigen risico” van € 211,70 op ziet. Dit bedrag zou immers zien op zorg die op 12 januari 2016 door het ziekenhuis Rivierenland verleend zou zijn. Echter uit de overgelegde stukken blijkt dat [slachtoffer 3] pas op 19 januari 2016 een afspraak had in dit ziekenhuis. De advocaat van [slachtoffer 3] heeft het verschil in data niet kunnen verklaren. Dit deel van de vordering om vergoeding van de materiële schade acht de rechtbank derhalve onvoldoende onderbouwd en de rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook afwijzen. Ten aanzien van de immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de situatie waarop de voornoemde uitspraak van de rechtbank Almelo van 29 juli 2010 ziet vergelijkbaar is met die van [slachtoffer 3]. Ook in die zaak is het slachtoffer naar een afgelegen plek gelokt. Daar is het slachtoffer door verdachte en zijn medeverdachten overvallen en van onder meer zijn gsm en portemonnee met inhoud beroofd. Net als in die situatie, is bij [slachtoffer 3] sprake van een nietsvermoedend slachtoffer die een bijzonder traumatische ervaring heeft opgedaan. De rechtbank zal daarom aansluiten bij de uitspraak van de rechtbank Almelo. De rechtbank zal de immateriële schadevergoeding bepalen op € 1.500,-, aangezien [slachtoffer 3] naast psychisch letsel ook fors lichamelijk letsel heeft opgelopen.

De vordering van [slachtoffer 4]

Ten aanzien van parketnummer 05/740309-16 heeft de benadeelde partij overeenkomstig het bepaalde in artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden immateriële schade van € 900,-. Tevens is om oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht verzocht.

De officier van justitie acht op grond van de al eerder genoemde uitspraak van de rechtbank Almelo van 29 juli 2010 € 800,- toewijsbaar.

De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie met betrekking tot de gevorderde schade.

De rechtbank zal, aangezien ook de situatie van [slachtoffer 4] vergelijkbaar wordt geacht met voornoemde uitspraak van de rechtbank Almelo van 29 juli 2010, de verzochte immateriële schadevergoeding matigen tot een bedrag van € 800,-.

Schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze, waarbij de maatregel enkel ziet op de toegewezen bedragen.

Wettelijke rente

De toegewezen bedragen zullen vermeerderd worden met de wettelijke rente.

Hoofdelijk

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

6b. De inbeslaggenomen goederen

Met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen heeft de officier van justitie verzocht het boek revolver en een stuk munitie te onttrekken aan het verkeer.

De verdediging heeft hiertegen geen verweer gevoerd.

Omdat verdachte geen verweer voert tegen het verzochte, zal de rechtbank het inbeslaggenomen boek revolver en het inbeslaggenomen stuk munitie te onttrekken aan het verkeer

6c. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling heeft de officier van justitie gevorderd de tenuitvoerlegging van 40 uren werkstraf die door de meervoudige kamer voor kinderstrafzaken op 7 augustus 2015 voorwaardelijk is opgelegd (parketnummer: 05/089808-15), toe te wijzen.

De verdediging heeft geen verweer gevoerd en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank de feitelijke grondslag van de vordering van de officier van justitie juist. Gebleken is dat verdachte zich gedurende de proeftijd wederom schuldig heeft gemaakt aan een geweldsdelict. Verdachte moet zich realiseren dat het zich niet houden aan door een rechtbank opgelegde voorwaarde daadwerkelijk gevolgen heeft en verdachte dient deze gevolgen ook te ondervinden. De rechtbank is van oordeel dat de vordering in zijn geheel moet worden toegewezen en gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 7 augustus 2015 opgelegde voorwaardelijke werkstraf van 40 uren, te vervangen door 20 dagen jeugddetentie.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 36b, 36c, 36f, 45, 77a, 77g, h, 77i, 77l, 77m,n, 77x,y,z, 77aa, 77dd,ee, 77gg, 310, 311, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 3 A tenlastegelegde feit van parketnummer 05/880634-16.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van 20 (twintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 6 maanden (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald:

de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- meewerkt aan behandeling (CGT en delict analyse) bij RJJI De Hunnerberg, Kairos of een soortgelijke instelling;

- meewerkt aan begeleid wonen bij Moria, het RIBW of een soortgelijke instelling;

waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Jeugdbescherming Gelderland, afdeling Jeugdreclassering, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Geeft opdracht aan de Jeugdbescherming Gelderland, afdeling Jeugdreclassering, om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht op de onvoorwaardelijke jeugddetentie.

Heft op het -inmiddels geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis inzake parketnummer 05/840257-16 van veroordeelde voornoemd.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: boek Dan Wesson Revolver Airsoft en een balletje, vermoedelijk behorende bij een balletjes- en c.q. luchtdrukpistool.

Ten aanzien van parketnummer 05/880634-16 feit 2

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover de mededaders betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] - zal zijn gekweten tegen kwijting aan [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2], te betalen € 1.000,- (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2015.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 1.000,-, subsidiair 7 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde – met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de Staat zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2], te betalen € 1.000,- (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 2015, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

- Bepaalt dat de maatregel niet van toepassing is op de wettelijke rente over voormeld bedrag.

Ten aanzien van parketnummer 05/880634-16 feit 3

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover de mededaders betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 3] - tegen kwijting aan [slachtoffer 3] , te betalen € 2.154,40,- (tweeduizendhonderdvierenvijftig euro en veertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 november 2015.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Wijst de vordering van de benadeelde voor het overige af.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.154,40 subsidiair 17 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde – met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de Staat zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] , te betalen € 2.154,40,- (tweeduizendhonderdvierenvijftig euro en veertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 november 2015, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 17 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

- Bepaalt dat de maatregel niet van toepassing is op de wettelijke rente over voormeld bedrag.

Ten aanzien van parketnummer 05/740309-16

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover de mededaders betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 4] - tegen kwijting aan [slachtoffer 4] , te betalen € 800,- (achthonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2016.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Wijst de vordering van de benadeelde voor het overige af.

Maatregel van schadevergoeding ad € 800,- subsidiair 6 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde – met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen ook veroordeelde daardoor tegenover de Staat zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] , te betalen € 800,- (achthonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2016, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 6 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende jeugddetentie de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

- Bepaalt dat de maatregel niet van toepassing is op de wettelijke rente over voormeld bedrag.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 05/089808-15

Wijst de vordering tenuitvoerlegging toe en gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van

7 augustus 2015 opgelegde voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uur, te vervangen door 20 (twintig) dagen jeugddetentie.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J. Davids, kinderrechter als voorzitter, mr. A.M.F. Geerling, kinderrechter, en mr. A.G. Broek-de Stigter, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W. van de Graaff-Eggink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op

24 januari 2017.

1 De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in wettelijke vorm door de verbalisant [verbalisant] van de regiopolitie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, districtsrecherche locatie Tiel, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 07072016.1055.4180, gesloten op 7 juli 2016 met de onderliggende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en andere schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier.

2 De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in wettelijke vorm door de verbalisant [verbalisant] van de regiopolitie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, districtsrecherche locatie Tiel, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 07072016.1055.4180, gesloten op 7 juli 2016 met de onderliggende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en andere schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier.

3 De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan is gegrond op de feiten en omstandigheden die zijn vervat in het in wettelijke vorm door de verbalisant [verbalisant 2] van de politie eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, basisteam De Waarden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016110468, gesloten op 1 mei 2016 met de onderliggende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en andere schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier.