Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4166

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-07-2017
Datum publicatie
08-08-2017
Zaaknummer
05/882010-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland veroordeelde 3 mannen voor (onder meer) deelname aan een criminele organisatie. De mannen kregen straffen opgelegd die variëren van een gevangenisstraf van 8 maanden tot een gevangenisstraf van 4 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/882010-15

Datum uitspraak : 18 juli 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1971 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem.

raadslieden: mr. A.W.A.P. Doesburg en mr. M.J. Crombach, advocaten te Breda.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 oktober 2016, 28 december 2016, 7 maart 2017, 25 april 2017, 20 juni 2017 en 4 juli 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 28 juni 2011 tot en met 28 juni 2016 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland en/of te Doetinchem en/of te Ulft en/of Zelhem en/of Terborg en/of Halle en/of Oss en/of op andere plaatsen in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte en/of andere natuurlijke personen, te weten (onder andere) medeverdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde, en vijfde lid, of 11a, Opiumwet, te weten:

het al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden hennep(planten) en/of hennepstekken en/of delen daarvan, althans (telkens) (een) hoeveelheid/hoeveelheden meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of een middel als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d van de Opiumwet vermeld op de bij die wet behorende lijst II en/of,

terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol vervulde;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 9 december 2015 tot en met 28 juni 2016 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland en/of te Doetinchem en/of Oss en/of Ulft en/of op andere plaatsen in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- in een pand aan de [adres 2] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 422 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaak 3) en/of

- in een pand aan de [adres 3] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 3562 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaak 4) en/of

- in een pand aan de [adres 4] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 407 hennepplanten (net geknipt), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaak 1),

- in een pand aan de [adres 5] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 507 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaak 5),

- in een pand aan de [adres 6] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1082 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan (zaak 6),

in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

2.

hij in of omstreeks de periode van 9 december 2015 tot en met 31 mei 2016 in een pand aan de

- [adres 4] (zaak 1) en/of

- [adres 2] , gemeente Montferland (zaak 3) en/of

- [adres 3] , gemeente Montferland (zaak 4)

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 28 juni 2016 te Doesburg, (een) wapen(s), van categorie I,

onder 1° en/of 3°, te weten:

- een vlindermes en/of

- een boksbeugel voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 28 juni 2016 te Doesburg, munitie van categorie III, te weten:

95, althans een (groot) aantal, patronen (Kaliber: 9 mm) voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair, onder 2, onder 3 en onder 4 ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 primair heeft de verdediging primair verzocht om verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde. Hiertoe heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake zou zijn van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband.

Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte geen deel nam aan de criminele organisatie. Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een kortere periode dan ten laste is gelegd. Volgens de verdediging kan slechts de periode van 9 december 2015 tot en met 31 mei 2016 bewezen worden.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde

Op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte (hierna: [verdachte] of [verdachte] ) betrokken is geweest bij hennepkwekerijen op de navolgende adressen. Medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] worden hierna ook wel aangeduid met respectievelijk [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .

[adres 7]

Op 14 oktober 2013 is in de woning aan de [adres 7] een hennepkwekerij aangetroffen. In drie ruimtes in de woning stonden hennepplanten.2 In totaal zijn 510 hennepplanten aangetroffen.3

Door een verbalisant is op 1 augustus 2013 gezien dat een bestelbus, voorzien van kenteken

[kenteken 1] , voor de woning aan de [adres 7] stond. Verbalisant zag dat een aantal personen van vermoedelijk Turkse/Marokkaanse afkomst goederen aan het uitladen waren en de woning inbrachten. Het betrof een grote rol zwart plastic en een grote plaat die op een underlayment plaat leek. Toen verbalisant de bestelbus naderde, deed één van de personen de deur van de bestelbus dicht.4

Voormeld voertuig heeft in de periode van 19 november 2012 tot en met 27 januari 2014 op naam gestaan van [naam 1] ,5 de zoon van [verdachte] .6

Getuige [getuige 1] (zoon van de huurder van de woning aan de [adres 7] ) heeft het volgende verklaard. [getuige 1] heeft samen met [verdachte] de hennepkwekerij bedacht en deels opgezet. [verdachte] zorgde voor de spullen. De hennepkwekerij is door Turkse mensen opgebouwd. [getuige 1] kreeg elke maand 600 euro van [verdachte] om de huur van de woning te betalen. [getuige 1] zou na elke oogst 10.000 euro krijgen, de rest zou voor [verdachte] zijn. Op 1 augustus 2013 heeft [getuige 1] met [verdachte] spullen voor inrichting van de kwekerij vanuit de bestelbus van [verdachte] naar de woning gebracht.7

Aan [getuige 1] is een foto van [verdachte] getoond. [getuige 1] herkende de man op de foto als de [verdachte] waarmee hij de hennepkwekerij heeft opgezet.8

[adres 8]

Op 23 december 2014 is in het bedrijfspand aan de [adres 8] een hennepkwekerij aangetroffen. In twee ruimtes in het bedrijfspand stonden hennepplanten.9 In totaal zijn 1.517 hennepplanten aangetroffen.10

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij door [medeverdachte 4] benaderd was met de vraag of hij interesse had om een pand om op zijn naam te zetten voor geld. [getuige 2] heeft toen het bedrijfspand aan de [adres 8] gehuurd.11 [getuige 2] heeft het huurcontract getekend bij [naam 2] , de eigenaar van het bedrijfspand, thuis. [medeverdachte 4] en [verdachte] waren hier ook bij aanwezig.12 [getuige 2] kreeg van de eigenaar van het bedrijfspand te horen dat de huur door [verdachte] zou worden betaald.13 Voor het huren van het bedrijfspand zou [getuige 2] 200 euro per maand krijgen. [getuige 2] had het vermoeden dat [verdachte] de baas was. Als hij wat zei, dan ging iedereen voor hem lopen.14

Door een verbalisant is ter hoogte van [adres 8] op 4 november 2014 een witte Volkswagen Caddy, voorzien van kenteken [kenteken 2] , waargenomen. Dit voertuig staat op naam van [verdachte] .15

Getuige [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [verdachte] het pand aan de [adres 8] op naam van een vreemde heeft gezet en daar vervolgens een hennepkwekerij is begonnen.16

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat zijn huisbaas [naam 2] (de rechtbank begrijpt: [naam 2] ) gezegd heeft dat hij [verdachte] kende omdat hij een zaak in Halle aan [verdachte] heeft verhuurd.17

[adres 4]

Op 31 mei 2016 is in de woning aan de [adres 4] een hennepkwekerij aangetroffen.18 In drie ruimtes in de woning stonden hennepplanten. In totaal zijn 407 hennepplanten aangetroffen.19

De elektriciteit voor deze kwekerij werd buiten de elektriciteitsmeter van de woning om afgenomen. Het zegel van de hoofdaansluitkast was verbroken waardoor de kap van de aansluitkast kon worden verwijderd. Aan de onderzijde van de zekeringhouders was een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. Het af te nemen vermogen van de getransporteerde elektriciteit was niet meer in overeenstemming met de installatie.20

In de woning zijn sigarettenpeuken aangetroffen. Van deze sigarettenpeuken zijn monsters veiliggesteld.21 Deze monsters zijn door het NFI onderworpen aan een DNA-onderzoek. Het NFI heeft naar aanleiding van dit onderzoek het volgende geconcludeerd.

Uit het DNA in de veiliggestelde bemonstering van de sigarettenpeuken (AAJO6229NL#01 en AAJO6470NL#01) is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel matcht met een referentiemonster, gekoppeld aan [medeverdachte 1] .22 Dit betekent dat de bemonstering van de sigarettenpeuken afkomstig kan zijn van [medeverdachte 1] . De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het DNA van [medeverdachte 1] in de woning is aangetroffen.

Door een buurtbewoonster zijn vanaf 1 januari 2016 diverse kentekens van auto’s genoteerd, waarvan zij heeft gezien dat die kwamen voor de woning aan de [adres 4] . Het betreft onder meer de volgende kentekens: [kenteken 3] , [kenteken 4] en

[kenteken 5] .23

Het voertuig, voorzien van kenteken [kenteken 3] , staat op naam van garagebedrijf [naam 3] .24 [naam 3] heeft dit voertuig van 20 maart 2016 tot en met 28 april 2016 verhuurd aan [medeverdachte 2] .25 Volgens de GPS-gegevens van dit voertuig is het voertuig zestien keer op de [adres 4] geweest.26

Het voertuig, voorzien van kenteken [kenteken 4] , heeft in de periode van 10 oktober 2016 tot en met 24 mei 2016 op naam gestaan van [naam 4] ., de broer van [verdachte] .27 [verdachte] heeft verklaard dat hij deze auto bijna een jaar heeft gebruikt.28 Blijkens bakengegevens is dit voertuig in de periode van 27 januari 2016 tot en met 3 april 2016 meerdere malen op of in de directe nabijheid van de [adres 4] geweest.29

Het voertuig, voorzien van kenteken [kenteken 5] , staat op naam van [medeverdachte 3] .30 Dit voertuig is voorts op 4 januari 2016 door een anonieme melder voor de woning aan de [adres 4] gezien. De melder zag dat mensen van vermoedelijk Turkse afkomst meerdere stapels plastic bloembakken uit het voertuig de woning inbrachten.31

Getuige [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij de hennepkwekerij aan de [adres 4] . [medeverdachte 4] is door [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] ) gevraagd om 2 à 3 uurtjes gaatjes dicht te smeren zodat de woning terug kon naar de woningbouw. [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 4] voor deze werkzaamheden 50 euro gegeven. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben de zaak opgeruimd en alles in een container gegooid. Dit was één of twee weken geleden (het verhoor vond plaats op 5 juli 2016).32

De aanwezigheid van een container bij de woning wordt door het volgende bevestigd:

Op 23 juni 2016 heeft tussen [medeverdachte 3] (5588) en [verdachte] (2717) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [verdachte] : Ja, man ik heb daar een container besteld. Er komt een container. (…) Bij [medeverdachte 1] daar. (…) Dat gaan ze morgen om 9 uur brengen. (…) Ze moeten maar gaan schoonmaken. (…)” 33

Naar aanleiding van dit tapgesprek is een verbalisant naar de [adres 4] gegaan. Ter plaatse zag hij recht voor de woning een afvalcontainer staan. Deze container was van het containerbedrijf [naam 5] .34

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij de hennepkwekerij aan de [adres 4] en dat hij daar schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht.35

Voorts is uit tapgesprekken het volgende gebleken.

Op 1 juni 2016 – een dag nadat de hennepkwekerij door de politie is aangetroffen - heeft tussen [medeverdachte 1] (4042) en [medeverdachte 3] (5588) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“ [medeverdachte 1] : De politie is bij de *scheldwoord* plek naar binnen gegaan.

[medeverdachte 3] : Wat????!!!!

[medeverdachte 1] : De politie is naar binnen gegaan. (…)” 36

Eén minuut later heeft het volgende gesprek tussen [medeverdachte 2] (1823) en [medeverdachte 1] (4042) plaatsgevonden:

“ [medeverdachte 1] : Kom niet. Kom niet. De plek is gevallen, kom niet. (…) Kom niet, kom niet. De politie is al naar binnen gegaan. (…)” 37

Een half uur later heeft het volgende gesprek tussen [medeverdachte 3] (5588) en [medeverdachte 1] (4042) plaatsgevonden:

“ [medeverdachte 3] geeft aan dat daar dieven erin zijn geweest en dat het zo op internet staat. [medeverdachte 3] zegt dat leeggeroofde hennepplantage geschreven is. (…) [medeverdachte 3] vraagt [medeverdachte 1] om op internet te kijken (…) [medeverdachte 3] zegt dat hij net heeft gekeken. Als je hennepkwekerij Doetinchem [adres 4] opschrijft, dan komt het meteen in beeld. (…)” 38

Op 2 juni 2016 heeft tussen [verdachte] (3373) en [medeverdachte 1] (4042) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [medeverdachte 1] : ze zijn op de plek naar binnen gegaan:

[verdachte] : He?

[medeverdachte 1] : Is weg.

[verdachte] : Walla/echt? (…)

[medeverdachte 1] : Ik kwam bij de deur. Ik probeerde de sleutel. De sleutel paste niet. Ik keek zo, de overbuurman kwam naar mij toe. Die zei de politie is naar binnen geweest en heeft alles meegenomen en is weggegaan. En later heeft [medeverdachte 3] op internet gekeken. (…)

[verdachte] : Allah Allah/tjonge jonge. (…)” 39

[adres 2]

Op 23 mei 2016 is in de kelder van de woning aan de [adres 2] een hennepkwekerij aangetroffen.40 In twee ruimtes in de woning stonden hennepplanten. In totaal zijn er 422 hennepplanten aangetroffen.41

De elektriciteit voor deze kwekerij werd buiten de elektriciteitsmeter van de woning om afgenomen. Aan de onderzijde van de zekeringhouders was een illegale 3-fasen elektriciteitsaansluiting gemaakt. De hoofdbeveiligingen waren verzwaard van 1x25A naar 1x50A.42

In de woning is een sigarettenpeuk aangetroffen. Van de sigarettenpeuk is een monster veiliggesteld.43 Dit monster is door het NFI onderworpen aan een DNA-onderzoek. Het NFI heeft naar aanleiding van dit onderzoek het volgende geconcludeerd.

Uit het DNA in de veiliggestelde bemonstering van de sigarettenpeuk (AAIH9927NL#01) is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel matcht met een referentiemonster, gekoppeld aan [medeverdachte 1] .44 Dit betekent dat de bemonstering van de sigarettenpeuk afkomstig kan zijn van [medeverdachte 1] . De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het DNA van [medeverdachte 1] in de woning is aangetroffen.

Een voertuig, voorzien van kenteken [kenteken 5] , is door verbalisant [verbalisant] op 4 mei 2016 waargenomen op de [adres 2] te ’s-Heerenberg. De bestuurder van het voertuig werd door de verbalisant herkend als [medeverdachte 3] . De passagier werd door de verbalisant herkend als [verdachte] .45 Dit voertuig staat op naam van [medeverdachte 3] .46

Blijkens bakengegevens is een voertuig, voorzien van kenteken [kenteken 4] , in de periode tussen 10 maart 2016 en 25 maart 2016 veelvuldig op de [adres 2] te ’s-Heerenberg en in de directe nabijheid daarvan geweest.47 Dit voertuig heeft in de periode van 10 oktober 2014 tot en met 24 mei 2016 op naam gestaan van [naam 4] , de broer van [verdachte] .48 [verdachte] heeft verklaard dat hij deze auto bijna een jaar heeft gebruikt.49

Voorts is uit tapgesprekken het volgende gebleken.

Op 23 mei 2016 - de dag waarop de hennepkwekerij door de politie is aangetroffen - heeft tussen [medeverdachte 1] (4042) en [medeverdachte 3] (5588) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [medeverdachte 3] zegt we zijn de klos. [medeverdachte 1] vraagt wat er is. [medeverdachte 3] zegt de kelder is ontploft. [medeverdachte 1] vloekt. [medeverdachte 3] zegt dat ze naar binnen zijn gegaan. (…)” 50

Op 24 mei 2016 heeft tussen [medeverdachte 3] (5588) en [medeverdachte 6] (8205) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [medeverdachte 3] : de kelder is weg.

[medeverdachte 6] : Wat!!!!

[medeverdachte 3] : De kelder is klaar, zeg is.

[medeverdachte 6] : Wat is er gebeurd?

[medeverdachte 3] : Ze zijn gisteren naar binnen gegaan.

[medeverdachte 6] : Wie is naar binnen gegaan?

[medeverdachte 3] : De politie. (…)” 51

[adres 3]

Op 26 mei 2016 is in een bedrijfspand aan de [adres 3] een hennepkwekerij aangetroffen.52 In veertien ruimtes in het bedrijfspand stonden hennepplanten. In totaal zijn 3.562 hennepplanten aangetroffen.53

De elektriciteit voor deze kwekerij werd buiten de elektriciteitsmeter om afgenomen. Aan de onderzijde van de zekeringhouders was een illegale elektriciteitsaansluiting gemaakt. De hoofdbeveiliging was verzwaard van 3x25A naar 3x224A.54

Getuige [getuige 4] (eigenaar van het pand aan de [adres 3] ) heeft het volgende verklaard. [getuige 4] heeft het pand op 1 april 2016 verhuurd aan [medeverdachte 2] .55 Op 9 mei 2016 heeft [getuige 4] de hennepkwekerij in het pand ontdekt en de huurders gezegd dat zij eruit moesten. [medeverdachte 2] heeft [getuige 4] toen gesmeekt om nog twee maanden door te mogen gaan en heeft [getuige 4] daarvoor geld geboden. [medeverdachte 2] heeft [getuige 4] een paar dagen later nogmaals geld geboden om langer te mogen huren.56

In het dossier bevindt zich de huurovereenkomst tussen [getuige 4] en [medeverdachte 2]57 en een kopie van het paspoort dat door [medeverdachte 2] is overhandigd.58 De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat het [medeverdachte 2] is geweest die het pand aan de [adres 3] gehuurd heeft.

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij de hennepkwekerij aan de [adres 3] en dat hij daar schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht.59

In het pand is een oplegger, voorzien van kenteken [kenteken 6] , aangetroffen.60 Deze oplegger is door [naam 5] verhuurd aan [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .61 [naam 5] heeft deze oplegger op 24 mei 2016 bij de [adres 3] neergezet.62 In deze oplegger lagen meerdere grote underlayment platen. Ook lagen er zakken met tuinaarde en zwarte plastic bloempotten.63

Zoals hiervoor is vastgesteld, is een container van hetzelfde verhuurbedrijf aangetroffen bij de [adres 4] .

[naam 5] heeft verklaard dat toen hij de container op 24 mei 2016 bij het pand neerzette, hij in het pand plantenpotten, buizen, platen en filters zag. Hij zag dat er heel veel planten stonden. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] waren op dat moment ook daar aanwezig.64

Getuige [getuige 5] (werknemer van [getuige 4] ) heeft het volgende verklaard. [getuige 5] regelt het onderhoud en verhuur van het pand aan de [adres 3] . Ongeveer drie maanden geleden kwam een man samen met een Bulgaarse man langs om het pand te huren. De Bulgaarse man heeft alles opgebouwd. [getuige 5] heeft gezien dat de Bulgaarse man een keer uit het pand kwam en onder het zaagsel zat.65 Aan [getuige 5] is een foto getoond van [verdachte] . [getuige 5] herkende de man op de foto als de Bulgaarse man.66

Voorts heeft getuige [getuige 5] verklaard dat de huurders van het pand onder meer gebruik maakten van het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 4] en het voertuig voorzien van kenteken [kenteken 7] .67

Het voertuig, voorzien van kenteken [kenteken 4] , heeft in de periode van 10 oktober 2014 tot en met 24 mei 2016 op naam gestaan van [naam 4] , de broer van verdachte [verdachte] .68 [verdachte] heeft verklaard dat hij deze auto bijna een jaar heeft gebruikt.69 Blijkens bakengegevens is dit voertuig op 11 maart 2016, 16 maart 2016, 1 april 2016, 5 april 2016, 6 april 2016 en 10 april 2016 op de [adres 3] of in de directe omgeving daarvan geweest.70

Het voertuig, voorzien van kenteken [kenteken 7] , staat op naam van Garagebedrijf [naam 3] .71 [naam 3] heeft dit voertuig van 13 mei 2016 tot en met 13 juni 2016 verhuurd aan [medeverdachte 2] .72 Volgens de GPS-gegevens van dit voertuig is het voertuig in deze periode 35 keer op de [adres 3] geweest.73

[verdachte] is op meerdere dagen geobserveerd. Het volgende is onder meer waargenomen:

31 maart 2016

[verdachte] stapte omstreeks 11:36 uur in een Mercedes busje, voorzien van kenteken [kenteken 3] . In dit busje zaten twee andere personen.74 Het busje stopte bij het bedrijfspand aan de [adres 3] . Het busje werd het pand ingereden en de roldeur werd gesloten.75 Omstreeks 13:11 uur stond het busje bij een bedrijfspand in Gendt. Te zien was dat [verdachte] aanwijzingen gaf aan een van de twee personen. De andere personen deden het meeste werk. [verdachte] hielp af en toe mee.76 Omstreeks 14:00 uur reed het busje weg en stopte bij het bedrijfspand aan de [adres 3] . Nadat het busje het pand was ingereden, sloot [verdachte] de deur.77

1 april 2016

[verdachte] ging omstreeks 15:32 uur naar binnen bij het bedrijfspand aan de [adres 3] . Omstreeks 15:40 uur gingen [medeverdachte 4] en nog een andere persoon ook naar binnen.78

21 april 2016

Het Mercedes busje, voorzien van kenteken [kenteken 3] , stopte omstreeks 12:39 uur bij het bedrijfspand aan de [adres 3] . [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] stapten uit het busje. De roldeur van het bedrijfspand ging open en [verdachte] stond in het bedrijfspand. [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en een onbekende man gingen naar binnen.79

Het Mercedes busje, voorzien van kenteken [kenteken 3] , staat op naam van autoverhuurbedrijf [naam 3] . [naam 3] heeft dit voertuig van 29 maart 2016 tot 29 april 2016 verhuurd aan [medeverdachte 2] .80 Volgens de GPS-gegevens van dit voertuig is het voertuig in deze periode 54 keer op de [adres 3] geweest.81

Getuige [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij het bedrijfspand aan de [adres 3] voor [verdachte] heeft geregeld. [verdachte] heeft de plaats op internet gevonden. Vervolgens moest [medeverdachte 4] voor [verdachte] een afspraak met [getuige 4] maken.82 [medeverdachte 4] heeft van [medeverdachte 2] gehoord dat de hennepkwekerij aan de [adres 3] door [getuige 4] was ontdekt. [getuige 4] wilde dat de hennepkwekerij opgeruimd zou worden. [medeverdachte 4] heeft samen met [medeverdachte 2] drie dagen geholpen met opruimen. [medeverdachte 4] heeft hier van [medeverdachte 2] 100 euro voor gekregen.83 Tijdens het opruimen is [verdachte] een keer langs geweest. [verdachte] zei toen dat hij [medeverdachte 4] dood moest schieten omdat de [adres 3] kapot was gegaan en dat hij daardoor een investering van 100.000 euro kwijt was.84

Getuige [getuige 6] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] , ook wel [bijnaam] genoemd, bezig was met de hennepkwekerij aan de [adres 3] . [medeverdachte 1] was verantwoordelijk voor de verzorging van de planten.85 [getuige 6] heeft panden op zijn naam gezet. Hij is hiervoor benaderd door [medeverdachte 1] . Ook heeft hij voor het opruimen van de hennepkwekerij een container geplaatst bij de [adres 3] .86

Voorts is uit tapgesprekken het volgende gebleken.

Op 11 mei 2016 heeft tussen [medeverdachte 1] (8392) en [verdachte] (8826) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [verdachte] zegt dat hij problemen met de eigenaar heeft. (…) [verdachte] zegt dat die man gezien heeft terwijl er gewerkt werd. Die man heeft er eerst niks van gezegd. Maar nu is de zoon van die man terug van vakantie en zegt dat het opgeruimd moet worden.

[medeverdachte 1] : Is het dinges, die je nieuw hebt gemaakt?

[verdachte] : De grote plek, ja. (…)” 87

Op 12 mei 2016 heeft tussen [medeverdachte 1] (4042) en [verdachte] (8826) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [medeverdachte 1] zegt dat ze het moeten gaan opruimen, dan zal [verdachte] op zijn minst nog de materialen behouden. (…) [verdachte] zegt te hopen dat de politie er nog niet geweest is. [bijnaam] hoopt het ook. (…)” 88

Op 12 mei heeft tussen [verdachte] (8826) en [medeverdachte 6] (8205) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [verdachte] zegt dat ze het zullen moeten opruimen. [verdachte] zegt dat hij zojuist is geweest en dat hij de kabel heeft losgemaakt. (…) en alle lampen heeft uitgezet. (…)” 89

Op 15 mei heeft tussen [naam 6] (1379) en [naam 7] (3069) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [naam 7] : (…) Euuhh… er is die ene [getuige 4] , toch? (…) Die man heeft de plaats van [verdachte] ontdekt en heeft gezegd ruim het voor dinsdag op. (…)” 90

Op 21 mei 2016 heeft tussen [medeverdachte 1] (4042) en [verdachte] (3373) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [medeverdachte 1] : (…) Ik heb een van die containers compleet gevuld. (…) En toen heb ik alles er ingegooid. Er zijn alleen nog enkele lampen en zo. En er is nog aarde en dinges, de rest…

[verdachte] : De lampen (ntv) niet?

[medeverdachte 1] : Euhhh… De lampen, allemaal heb ik meegenomen en heb ik in de garage gezet. Er zijn alleen de hoeden, de hoeden heb ik op de latjes gelaten. Zo op de container gelegd.

[verdachte] : De trafo’s?

[medeverdachte 1] : Allemaal… ik heb allemaal er in gedaan: de motoren, de trafo’s, dinges, de filters, de kabels, ik heb ze allemaal er in gedaan.

[verdachte] : Oke. En haal ook een container voor de dinges euu.. voor aarde. (…)” 91

Op 26 mei 2016 - de dag waarop de hennepkwekerij door de politie aangetroffen is - heeft tussen [medeverdachte 3] (5588) en [verdachte] (3373) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“ [medeverdachte 3] : Ze zijn in de grote plek gedoken.

[verdachte] : Wie?

[medeverdachte 3] : De ooms/wouden. (…) Ik ben langs de grote plek geweest.

[verdachte] : In ’s-Heerenberg? (…)

[medeverdachte 3] : Echt, 4-5 politieauto’s. Ze zijn allemaal daar. (…)” 92

Op 28 mei 2016 heeft tussen [verdachte] (3373) en [medeverdachte 5] (6328) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [verdachte] : In ’s-Heerenberg, ruim 4.000 stuks van mij zijn weg.

[medeverdachte 5] : Waar?

[verdachte] : Hmm. Politie is naar binnen gegaan.

[medeverdachte 5] : In ’s-Heerenberg??

[verdachte] : Hmm. (...) We hadden de helft ervan opgeruimd. Er waren een paar dingen gebleven, de politie zou naar binnen gegaan zijn. (…)” 93

[adres 5]

Op 5 april 2016 is in de woning aan de [adres 5] een hennepkwekerij aangetroffen. In vier ruimtes in de woning stonden hennepplanten. In totaal zijn 507 hennepplanten aangetroffen, waarvan 105 hennepplanten volgroeid en 492 hennepplanten afgeknipt waren.94

Getuige [getuige 7] is de eigenaar van de woning aan de [adres 5] . [getuige 7] heeft verklaard dat hij schulden had en om die reden zijn woning ter beschikking heeft gesteld voor een hennepkwekerij. [getuige 7] is hiervoor benaderd door [verdachte] . Volgens [verdachte] was dit de enige manier voor [getuige 7] om van zijn schulden af te komen. [verdachte] heeft de hennepkwekerij opgebouwd en de spullen geregeld.95 [medeverdachte 3] verzorgde de hennepplanten.96

Aan [getuige 7] is een foto van [verdachte] getoond.97 [getuige 7] herkende de man op de foto als de man door wie hij is benaderd voor de hennepkwekerij.98

Getuige [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [verdachte] een hennepkwekrij in Oss heeft.99

[adres 6]

Op 28 juni 2016 is op het perceel aan de [adres 6] een hennepkwekerij aangetroffen.100 Het gaat om een bedrijfspand waarvan een gedeelte aan de voorzijde in gebruik is als woning. Achter dat gedeelte was een bedrijfshal ingericht als kweekruimte, verdeeld in twee ruimtes. In die ruimtes stonden hennepplanten. In totaal zijn 1.082 hennepplanten aangetroffen.101

Op dit adres stond op dat moment [naam 8] ingeschreven.102 [naam 8] heeft verklaard dat hij eind vorig jaar benaderd is door een onbekende man. Hij heeft ‘die gasten’ hun gang laten gaan. Zij hadden de sleutel van zijn garage.103 [naam 8] heeft wel eens gekeken naar de kweekruimtes en wist dat het illegaal was. [naam 8] heeft wel eens gezien dat ‘die gasten’ spul in de waterbakken gooiden en daarna weer weg gingen.104

Voorts is uit tapgesprekken het volgende gebleken.

Op 13 mei 2016 heeft tussen [verdachte] (8826) en [medeverdachte 3] (5588) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [verdachte] vraagt of ze bij de gekke langs moeten gaan. [medeverdachte 3] zegt dat het kan. [verdachte] zegt dat ze dan langs moeten voor hij weg is. [medeverdachte 3] zegt dat [bijnaam] en [medeverdachte 2] naar hem toekomen om de sleutel (ntv). [verdachte] vraagt om welke sleutel het gaat.

[medeverdachte 3] : Die zijn nu uit Ulft vertrokken. Ze laten de sleutels bij mij achter. (…) [verdachte] vraagt of ze de sleutel van de gekke bij [medeverdachte 3] komen afleveren. [medeverdachte 3] zegt ja. (…)” 105

Op 15 mei 2016 heeft tussen [medeverdachte 3] (5588) en [medeverdachte 5] (6328) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [medeverdachte 5] zegt dat hij gisteren bij de gekke is geweest.

[medeverdachte 5] : Ze zijn allemaal droog. (…) Geen water. Hij heeft die geen water gegeven. (…) Je hebt het gezien of niet, de takken ervan zijn droog.

[medeverdachte 3] : Ik zag het, ik zag het. Ik heb het gezien. (…)" 106

Op 15 mei 2016 heeft tussen [medeverdachte 3] (5588) en [verdachte] (6406) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [medeverdachte 3] : (…) de bloemen zijn allemaal dood. (…) [medeverdachte 3] zegt dat hij ongeveer 60 stuks, die goed waren, heeft meegenomen naar de gekke. (…)” 107

Op 22 mei 2016 heeft tussen [medeverdachte 6] (8205) en [medeverdachte 3] (5588) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [medeverdachte 3] zegt dat hij nu bij die gekke is. (…)

[medeverdachte 3] : Ik heb de kelder verlaten en ben daar naar toe gegaan. [medeverdachte 6] vraagt of hoe ze zijn en of ze weer water nodig hebben. (…) [medeverdachte 3] zegt dat er vele van dood zijn. (…) [medeverdachte 3] zegt (…) Vorige week heb ik wat van de andere kant gebracht en geplant, ze groeien niet gelijk. (…)” 108

Op 26 mei 2016 heeft tussen [medeverdachte 6] (8205) en [naam 9] (4977) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [medeverdachte 6] zegt dat ze bij die gekke 1100 stekjes in een avond afkregen. (…) [medeverdachte 6] zegt dat bij hun van 1100 stekjes 150 of 160 kilo oogst krijgen. [naam 9] zegt bij die gekke waren 500 stekjes en de oogst daarvan was 42. (…)” 109

Op 30 juni 2016 heeft tussen [medeverdachte 3] (5588) en [verdachte] (3373) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [verdachte] vraagt wat de prijzen nu op de markt zijn. [medeverdachte 3] zegt dat de prijs nu 1.100 is. [verdachte] zegt dat hij het zal horen. [medeverdachte 3] zegt dat het niet nodig is om lang te wachten. Want nu is het heel mooi. [medeverdachte 3] zegt dat het bij de gekke ook goed is.” 110

Op [geboortedatum 2] heeft tussen [medeverdachte 3] (5341) en [verdachte] (3373) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [verdachte] : Hoe is het bij de gekke?

[medeverdachte 3] : Mooi. Ik ga nu daar naar toe. Straks.

[verdachte] : Goed. Goed. Oke.

[medeverdachte 3] : Goed?

[verdachte] : Goed. Kom maar morgen.” 111

Op 13 juni 2016 heeft tussen [medeverdachte 5] (6328) en [medeverdachte 3] (5588) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [medeverdachte 5] zegt dat hij daar is geweest. [medeverdachte 5] zegt dat die allemaal verbrand zijn.

[medeverdachte 3] vraagt wat verbrand is. [medeverdachte 5] zegt dat alle bloemen verbrand zijn en dat [medeverdachte 3] zelf mag gaan kijken. [medeverdachte 3] zegt dat hij gisteren nog daar was. [medeverdachte 5] zegt dat de takken verbrand zijn. (…)

[medeverdachte 5] : Ik heb nu de lampen hoger gehaald. (…)
[medeverdachte 3] : Broer, ik was gisteren nog daar. Ik was gisteren nog daar, ik ben naar binnen gegaan. Gisteren nog. (…) Ik heb gisteren vier bidons gegeven. (…) Samen met [naam 8] hebben we vier bidons gegeven. (…)” 112

Op 21 juni 2016 heeft tussen [naam 10] (8820) en [medeverdachte 5] (6328) het volgende gesprek plaatsgevonden:

“(…) [naam 10] excuseert zich omdat ze zo laat belt en vraagt of [medeverdachte 5] nog bij haar vader is geweest. [medeverdachte 5] zegt ja (…).” 113

Uit gegevens van het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) is gebleken dat het telefoonnummer van [naam 10] behoorde bij het adres [adres 9]114. Uit GBA-gegevens is gebleken dat [naam 10] de dochter is van [naam 8] , geboren op [geboortedatum 2] 1951.115

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat [naam 8] ‘de gekke’ is.116

Criminele organisatie

Aan verdachte is onder 1 ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet.

Om van een dergelijke organisatie te kunnen spreken, is vereist dat sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad, dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Van deelname is sprake als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel beoogde oogmerk. Voor strafbare deelname is voorts voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet dat er een organisatie bestaat en dat die organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Wetenschap van een of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd, is niet vereist, als de dader maar weet dat de organisatie het begaan van misdrijven beoogt. Evenmin is vereist dat de betrokkene daadwerkelijk heeft deelgenomen aan (alle) gepleegde misdrijven, noch dat hij heeft samengewerkt, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie.

Naar het oordeel van de rechtbank kan worden vastgesteld dat de beschreven hennepkwekerijen werden gedreven vanuit een samenwerkingsverband in de hiervoor bedoelde zin, welk samenwerkingsverband het plegen van hennepgerelateerde misdrijven als oogmerk had. Van dit samenwerkingsverband maakten naast verdachte nog verschillende andere personen deel uit. Zij vervulden elk verschillende taken binnen het samenwerkingsverband en hadden onderling veelvuldig contact. Zo hebben verschillende verdachten zich bezig gehouden met het verwerven van de panden voor de kwekerijen, de opbouw van de kwekerijen, het oogsten van de kwekerijen en/of het herstellen van de ruimten na het kweken. De rechtbank wijst daartoe op de navolgende verklaringen.

Getuige [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [verdachte] de baas is van een organisatie met betrekking tot hennepteelt en hennep/wiethandel. [verdachte] is de hoofdrolspeler en zet alle kwekerijen op.117 [medeverdachte 4] moest ruimtes zoeken voor [verdachte] .118 [medeverdachte 1] zocht ook plekken en bracht oogsten weg. [medeverdachte 2] hielp met bouwen en sjouwen en deed klusjes voor [verdachte] . [medeverdachte 2] kreeg hier weinig geld voor. [verdachte] betaalde nooit veel geld.119 Volgens [medeverdachte 4] zijn [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] 10 à 15 jaar betrokken bij hennepkwekerijen.120

Getuige [getuige 8] heeft verklaard dat hij van [medeverdachte 4] heeft gehoord dat [medeverdachte 4] woningen zocht voor [verdachte] en dat hij voor die woningen bewoners zocht. In die woningen werden vervolgens hennepkwekerijen gevestigd. [medeverdachte 4] hielp met de inrichting van de hennepkwekerijen. Daarnaast werkte [verdachte] samen met [medeverdachte 1] of [bijnaam] en [medeverdachte 2] .121

In de periode waarin [getuige 8] financiële problemen had en zijn woning was kwijtgeraakt, heeft [verdachte] voor hem een woning in Babberich geregeld. In deze woning is vervolgens een hennepkwekerij aangelegd.122 [verdachte] controleerde alles in de hennepkwekerij. Als er problemen met de lampen of de elektriciteit waren, dan deed [verdachte] dat zelf. [verdachte] was op de hoogte van alles en was de hoogste persoon.123

Getuige [getuige 3] heeft het volgende verklaard. [getuige 3] had financiële problemen. Halverwege het jaar 2011 is hij samen met [verdachte] een kringloopwinkel in Terborg begonnen. Deze kringloopwinkel stond op naam van [getuige 3] . Op enig moment kwam [getuige 3] erachter dat [verdachte] een hennepkwekerij in de kringloopwinkel had. [getuige 3] is toen onder druk gezet door [verdachte] . [medeverdachte 1] was betrokken bij de hennepteelt. Hij is de rechterhand van [verdachte] . [medeverdachte 1] reed voor [verdachte] en vervoerde hennepplanten. Ook bewaakte hij hennepkwekerijen, hij bleef dan ter plaatse slapen.124

Daarnaast was [medeverdachte 2] betrokken bij de hennepkwekerijen. [medeverdachte 2] reed voor [verdachte] en bracht spullen weg, waaronder lampen en filters.125 [medeverdachte 6] was ook betrokken bij de hennepkwekerijen. Zij had een grote rol. Zij bewaakte, knipte, gaf voeding en regelde mensen voor [verdachte] .126

[verdachte] heeft tegen [getuige 3] gezegd dat hij de elektriciteit zelf heeft aangesloten. Hij vertelde dat hij professioneel met elektriciteit was.127 Ook gaf [verdachte] voeding en controleerde de kwekerijen.128

[verdachte] is de hoofdfinancier.129

Later heeft [getuige 3] een woning in Beek gehuurd. [verdachte] betaalde de huur en de borg. [getuige 3] kreeg dit geld contant van [verdachte] en moest dit vervolgens naar de huurbaas brengen. Op enig moment kwam [getuige 3] erachter dat er in de woning een hennepkwekerij gevestigd was.130

Tot slot heeft [getuige 3] ook een woning in Didam gehuurd. Bij het tekenen van het huurcontract was [verdachte] aanwezig. [verdachte] betaalde de huur en de borg. [getuige 3] kreeg dit geld contact van [verdachte] en heeft dit toen via zijn eigen rekening gestort op het rekeningnummer van de huurbaas. [getuige 3] heeft dit ongeveer vijf keer gedaan. Toen de hennepkwekerij in de woning door de politie ontmanteld was, kreeg [getuige 3] instructies van [verdachte] . [getuige 3] moest tegen de politie verklaren dat de hennepkwekrij van hem was.131

Aan [getuige 3] is een foto van [medeverdachte 1] getoond. [getuige 3] herkende de man op de foto als de [medeverdachte 1] waarover hij heeft verklaard.132

Aan [getuige 3] is een foto van [verdachte] getoond. [getuige 3] herkende de man op de foto als de [verdachte] waarover hij heeft verklaard.133

Getuige [getuige 9] heeft het volgende verklaard. [getuige 9] had financiële problemen. Om die reden heeft hij 4.000 euro van [verdachte] geleend. [getuige 9] kon dit bedrag niet meer terugbetalen en moest de bovenverdieping van zijn woning ter beschikking stellen aan [verdachte] . Op enig moment kwam [getuige 9] erachter dat er een hennepkwekerij gevestigd was op de bovenverdieping en de zolder van zijn woning. [verdachte] kwam regelmatig langs, hij was dan met een vrouw genaamd [medeverdachte 6] .134 Ook is [medeverdachte 1] één keer langs geweest. [getuige 9] ziet hem als penningmeester van [verdachte] . Nadat de hennepkwekerij door de politie was aangetroffen, heeft [verdachte] het verschuldigde bedrag aan Liander betaald. Vervolgens is er nogmaals door [verdachte] een hennepkwekerij opgestart in de woning van [getuige 9] .135

Aan [getuige 9] is een foto van [verdachte] getoond. [getuige 9] herkende de man op foto 1 als de [verdachte] over wie hij verklaard heeft.136 Aan [getuige 9] is een foto van [medeverdachte 1] getoond. [getuige 9] herkende de man op foto 2 als de [medeverdachte 1] die hij als penningmeester van [verdachte] ziet.137

Getuige [medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij een organisatie met betrekking tot hennepteelt is “ingetrokken”. [verdachte] zit achter de hennepkwekerijen. [medeverdachte 5] regelde vliegtickets voor personen die bij de organisatie waren betrokken.138

De rol van verdachte binnen het samenwerkingsverband

Binnen het samenwerkingsverband was voor verdachte [verdachte] een specifieke rol weggelegd, namelijk die van leidinggevende. Dit blijkt uit de wijze waarop tegen en over hem wordt gesproken. Voorts blijkt uit de tapgesprekken dat [verdachte] veelvuldig instructies en opdrachten geeft aan anderen.

De rol van verdachte wordt, naast de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, ondersteund door de volgende tapgesprekken:

- Het gesprek op 12 mei 2016 tussen [medeverdachte 5] (6328) en [verdachte] (8826):

“(…) [medeverdachte 5] noemt [verdachte] mijn directeur. (…) [verdachte] zegt dat die man zei dat hij het moest opruimen en dat het anders 99% kans is dat het politiezaak wordt. (…) [verdachte] zegt dat het zijn eigen fout is geweest. Hij was degene die het leidde. (…) 139

- Het gesprek op 12 mei 2016 tussen Yucek [verdachte] (8826) en [medeverdachte 1] (4042):

“(…) [medeverdachte 1] zegt dat ze het moeten gaan opruimen, dan zal [verdachte] op zijn minst nog de materialen behouden. (…)” 140

- Het gesprek op 12 mei 2016 tussen [verdachte] (8826) en [medeverdachte 3] (5588):

“(…) [verdachte] zegt dat [medeverdachte 3] de hoofdkabel los moet halen. Dat moet [medeverdachte 2] die van de bovenkant trekken. [medeverdachte 3] moet daarna de zekeringen terugplaatsen. [medeverdachte 3] moet niet de 35 maar die van 220 plaatsen. (…)” 141

- Het gesprek op 12 mei 2016 tussen [verdachte] (8826) en [medeverdachte 3] (5588):

“(…) [verdachte] vraagt [medeverdachte 3] waar ze opslagruimte voor de materialen zouden kunnen vinden. Het moet een gesloten plek zijn. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 3] maar rond moet kijken waar dat zou kunnen. (…)” 142

- Het gesprek op 21 mei 2016 tussen [verdachte] (3373) en [medeverdachte 6] (8205):

“(…) [verdachte] zegt dat hij hen zal betalen wanneer hij er is.

[verdachte] : Misschien dat jullie ’s-Heerenberg gaan snijden. (…)

[verdachte] : Ga er mee praten en wanneer daar gesneden is, ga het dan met je eigen handen wegen en opschrijven, wees zelf er ook bij. (…)

[verdachte] zegt dat ze vrijdag of zaterdag moeten gaan snijden en dat [naam 11] er dan ook zal zijn. (…)

[medeverdachte 6] zegt dat ze dan voor twee weken naar Bulgarije zal gaan.

[verdachte] zegt dat ze niet weg mag gaan alvorens het huis in Doetinchem klaar is.(…)” 143

- Het gesprek op 22 mei 2016 tussen [verdachte] en [medeverdachte 6] (8205):

“(…) [verdachte] zegt dat hij zal betalen wanneer hij over een paar dagen komt. (…) [medeverdachte 6] zegt dat ze tegen die mensen heeft gezegd hij komt misschien al in het weekend, jullie geld zal niet verloren gaan. [medeverdachte 6] zegt dat die mensen toch aan het einde van de dag hun geld willen hebben.

[medeverdachte 6] : Wat moet ik gaan zeggen?

[verdachte] : Zeg maar: de baas zegt, ik *scheldwoord*

[medeverdachte 6] vraagt of ze moet gaan zeggen dat de baas zegt als ik kom zal ik iedereen geven wat hem/haar toekomt?

[verdachte] : Hmm, ik moet die wel betalen. (…) [verdachte] zegt dat hij geen benzinekosten kan betalen. [medeverdachte 6] vraagt wat ze nu moet doen.

[verdachte] : 10 lira uurprijs, 100 lira reiskosten. Als ze gaan werken dan doen ze dat en als ze dat niet doen, dan moeten ze maar niet komen. Ik zal donderdag de man sturen. [medeverdachte 4] komt vrijdag. (…) Als hij vrijdag gekomen is dan zal hij het oplossen/regelen. (…)” 144

- Het gesprek op 23 mei 2016 tussen [verdachte] (3373) en [medeverdachte 1] (1823)

“ [medeverdachte 1] vraagt wat ze met die buizen moeten doen. [medeverdachte 1] zegt dat ze die allemaal hebben losgemaakt. [verdachte] zegt dat die verpakt moeten worden. [verdachte] zegt dat ze die moeten vastbinden en verpakken. (…) [verdachte] zegt dat ze geen mensen moeten inhuren en als de belangrijkste zaken weg zijn moeten ze maar doen wat ze zelf kunnen doen. (…)” 145

- Het gesprek op 24 mei 2016 tussen [medeverdachte 3] (5588) en [verdachte] (3373):

“(…) [verdachte] : Ga voor mij een hal vinden, een hal. (…)” 146

- Het gesprek op 25 mei 2016 tussen [medeverdachte 1] (4042) en [verdachte] (3373):

“(…) [medeverdachte 1] : Oke. Jij.. Jij bent aan het zonnebaden in Antalya, wij zijn hier aan het zweten.

[verdachte] : Ik... Jullie verdienen natuurlijk van mijn. (…)” 147

- Het gesprek op 28 mei 2016 tussen [verdachte] (3373) en [medeverdachte 5] (6328):

“(…) [verdachte] : In ’s-Heerenberg, ruim 4.000 stuks van mij zijn weg. (…)” 148

- Het gesprek op 30 mei 2016 tussen [verdachte] (3373) en [medeverdachte 3] (5588):

“(…) [verdachte] zegt dat hij ze allemaal zal komen neerschieten als ze het geld aan [bijnaam] zouden geven. (…)

[medeverdachte 3] : ik zal het geven aan wie jij zegt dat ik het moet geven. (…)

[verdachte] : Doe het werk. (…)” 149

- Het gesprek op 2 juni 2016 tussen [verdachte] (3373) en [medeverdachte 4] (3069):

“ [medeverdachte 4] zegt dat hij een locatie in Apeldoorn heeft gevonden. Het is 350 m2. (…)

[verdachte] : Man zoek het uit. (…) Ga het eens uitzoeken.

[medeverdachte 4] : Oke ik zal het eens uitzoeken maar waarom bedreig jij mij? Dat begrijp ik niet. Ik ren en ben druk en ik werk hier al een week voor jou. (…)” 150

Hennepteelt in de uitoefening van beroep of bedrijf

De rechtbank acht bewezen dat sprake was van beroeps- dan wel bedrijfsmatige hennepteelt. Het teeltproces geschiedde in afzonderlijke daartoe ingerichte ruimtes onder gecontroleerde condities en verliep in belangrijke mate geautomatiseerd met behulp van technische middelen, kennelijk ter optimalisering van het teeltproces en minimalisering van de daarvoor van de telers vereiste inspanning. Voorts kan, gelet op de aangetroffen potten in de ruimten, worden vastgesteld dat er geïnvesteerd is met de bedoeling hennepkwekerijen op te zetten waarmee verschillende keren kon worden geoogst. De aangetroffen hennepkwekerijen kunnen daarom als professioneel ingericht worden gekwalificeerd, en gelet op de aard en de inrichting niet anders worden beoordeeld dan als bestemd voor meerdere kweken en kennelijk gericht op het genereren van omzet.

De periode

In tegenstelling tot wat de verdediging naar voren heeft gebracht, is de rechtbank van oordeel dat de gehele ten laste gelegde periode bewezen kan worden verklaard. Zij baseert dit op de verklaringen van [medeverdachte 4] en [getuige 3] . [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] 10 à 15 jaar betrokken zijn bij hennepkwekerijen. Daarnaast heeft [getuige 3] verklaard dat hij samen met [verdachte] in 2011 een kringloopwinkel is begonnen. In deze kringloopwinkel had [verdachte] een hennepkwekerij.

De onder 2 ten laste gelegde diefstal elektriciteit

Op grond van bovenvermelde bewijsmiddelen is ten aanzien van de kwekerijen [adres 4] , [adres 2] en [adres 3] vast komen te staan dat de afgenomen elektriciteit niet via de meter werd geregistreerd, daarmee staat vast dat de elektriciteit werd weggenomen. Uit de verklaringen van de getuigen [getuige 3] en [getuige 8] is gebleken dat [verdachte] de elektriciteit zelf aansloot. Gelet daarop, en nu de rechtbank bewezen acht dat [verdachte] degene is geweest die samen met anderen de voormelde kwekerijen had, acht de rechtbank ook bewezen dat het [verdachte] is geweest die samen met anderen de stroom/elektriciteit van Liander heeft weggenomen.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

  • -

    (de verklaring van verdachte, zoals weergegeven in) het proces-verbaal van bevindingen, p. 3442 (goederendossier).

  • -

    het proces-verbaal van doorzoeking, p. 3555 e.v. en de daarbij behorende Excellijst p. 3360 (goederendossier);

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, p. 3438 (goederendossier);

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, p. 3440 (goederendossier).

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] aan de [adres 1] zijn op 29 juni 2016 95 patronen aangetroffen.151 Blijkens onderzoek zijn dit kogelpatronen van het kaliber 9 mm volmantel.152

Door getuigen [medeverdachte 4]153 en [getuige 8]154 is verklaard dat [verdachte] een vuurwapen heeft. [verdachte] heeft dit vuurwapen aan hen getoond. Nu de patronen zijn aangetroffen in de woning van [verdachte] , twijfelt de rechtbank er niet aan dat deze patronen van [verdachte] waren. De rechtbank acht dit feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 28 juni 2011 tot en met 28 juni 2016 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland en/of te Doetinchem en/of te Ulft en/of Zelhem en/of Terborg en/of Halle en/of Oss en/of op andere plaatsen in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte en/of andere natuurlijke personen, te weten (onder andere) medeverdachten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde, en vijfde lid, of 11a, Opiumwet, te weten:

het al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van een (grote) hoeveelheid/hoeveelheden hennep(planten) en/of hennepstekken en/of delen daarvan, althans (telkens) (een) hoeveelheid/hoeveelheden meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of een middel als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d van de Opiumwet vermeld op de bij die wet behorende lijst II en/of,

terwijl hij, verdachte, binnen die organisatie een leidinggevende rol vervulde;

2.

hij in of omstreeks de periode van 9 december 2015 tot en met 31 mei 2016 in een pand aan de

- [adres 4] (zaak 1) en/of

- [adres 2] , gemeente Montferland (zaak 3) en/of

- [adres 3] , gemeente Montferland (zaak 4)

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (telkens) een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak/verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 28 juni 2016 te Doesburg, (een) wapen(s), van categorie I, onder 1° en/of 3°, te weten:

- een vlindermes en/of

- een boksbeugel voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 28 juni 2016 te Doesburg, munitie van categorie III, te weten:

95, althans een (groot) aantal, patronen (Kaliber: 9 mm) voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, primair:

‘het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet’

Ten aanzien van feit 2:

‘diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd’

Ten aanzien van feit 3:

‘handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd’

Ten aanzien van feit 4:

‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd’

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, onder 2, onder 3 en onder 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Ten aanzien van de in beslag genomen goederen, te weten de mobiele telefoon (merk Alcatel) en de geldbedragen, heeft de officier van justitie verzocht deze verbeurd te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

Volgens de verdediging voldoen de beslissingen met betrekking tot de voorlopige hechtenis van verdachte niet aan de eisen van artikel 5, eerste lid, en artikel 3, van het EVRM, nu de beslissingen niet voldoende gemotiveerd zijn. Dit levert een schending op van artikel 5 EVRM. De verdediging heeft verzocht met deze schending rekening te houden in de strafmaat.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 9 mei 2017 en een (beknopte) voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 31 mei 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft geruime tijd leiding gegeven aan een organisatie die zich bezig hield met grootschalige hennepteelt. Daarmee is hij een drijvende kracht achter de teelt van hennep. Verdachte heeft met zijn handelen een ‘bedrijf’ opgezet en heeft er duidelijk voor gekozen om op criminele wijze zijn geld te verdienen.

Verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van het illegale circuit van de handel in softdrugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat niet alleen aan het gebruik van en de handel in drugs maatschappelijke bezwaren kleven, maar ook dat het illegale circuit kan leiden tot allerlei maatschappelijke problemen. Zo zorgt de teelt van hennep geregeld voor overlast en voor gevaarlijke situaties. De teelt vindt immers vaak plaats in of in de buurt van woonhuizen; zo ook hier. Ook zijn de voorzieningen vaak niet naar behoren geregeld waardoor brandgevaar ontstaat. Ook in deze zaak is gebleken dat in de electriciteitsvoorziening is ingegrepen.

Uit het dossier komt verder naar voren dat met name (al dan niet financieel) zwakkere en kwetsbare personen, juist door gebruik te maken van hun zwakke en kwetsbare positie, er door verdachte en/of zijn medeverdachten toe zijn gebracht om mee te werken aan, of gelegenheid te verschaffen tot, het plaatsen van een hennepplantage door hen voor te spiegelen dat zij daarmee makkelijk geld konden verdienen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank ten nadele van verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het uittreksel uit het algemeen documentatieregister eerder is veroordeeld voor een opiumdelict.

De rechtbank is van oordeel dat voor afdoening van deze zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een vrijheidsbenemende straf. Alles afwegende, acht zij de eis van de officier van justitie passend en geboden. De enkele omstandigheid dat de beslissingen met betrekking tot de voorlopige hechtenis onvoldoende gemotiveerd zouden zijn, wat daarvan verder zij, geeft geen aanleiding tot strafvermindering. De rechtbank zal daarom een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren opleggen.

Ten aanzien van het beslag overweegt de rechtbank als volgt.

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten de mobiele telefoon (merk Alcatel), is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het onder 1 bewezenverklaarde is begaan.

De in beslag genomen en nog niet teruggeven geldbedragen (totaal € 8.655) zijn eveneens vatbaar voor verbeurdverklaring. Gelet op het feit dat verdachte en zijn vrouw een uitkering ontvangen, is het opvallend dat zij een dergelijke hoeveelheid contant geld in huis hebben liggen. Daarnaast heeft verdachte ten overstaan van de politie verklaard dat er van de uitkering geen geld overblijft om te sparen. Verdachte heeft geen verifieerbare gegevens verschaft om een legale herkomst van het geld te achterhalen. Gelet op de omstandigheden waaronder deze geldbedragen zijn aangetroffen, kan het niet anders zijn dat deze geldbedragen een criminele herkomst hebben.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24, 27, 33, 33a, 47, 57, 91, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3, 11, 11b, en 13 van de Opiumwet en de artikelen 2, 13, 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- mobiele telefoon (merk Alcatel);

- geldbedrag (€ 8.655).

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Tegelaar (voorzitter), mr. C.J.M. van Apeldoorn en

mr. T. Bertens, rechters, in tegenwoordigheid van D. Waizy, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 juli 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, team Recherche Achterhoek, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 2015456494, gesloten op 24 september 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 96.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 97.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 132.

5 Kentekengegevens, p. 133.

6 Het proces-verbaal van verdenking, p. 87.

7 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 141.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 137.

9 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 180.

10 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 180 en 181.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 189.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 187.

13 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 185.

14 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 190.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 201.

16 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 776 en p. 780.

17 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 350.

18 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 924.

19 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 925 en 926.

20 Aangifte Liander, p. 969.

21 Kennisgeving van inbeslagneming, p. 960.

22 Het NFI-rapport, p. 1149.

23 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 997.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 999.

25 De huurovereenkomst, p. 1517.

26 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1535 en het Excelbestand, p. 1536.

27 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 999.

28 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 429.

29 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 912 en het Excelbestand bakengegevens [adres 4] Doetinchem, p. 923.

30 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 999.

31 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 913.

32 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 758.

33 Gesprek d.d. 23 juni 2016, p. 1007.

34 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1005.

35 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 572.

36 Gesprek d.d. 1 juni 2016, p. 1056.

37 Gesprek d.d. 1 juni 2016, p. 1057.

38 Gesprek d.d. 1 juni 2016, p. 1061.

39 Gesprek d.d. 2 juni 2016, p. 1065.

40 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 1222.

41 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 1223.

42 Aangifte Liander, p. 1278.

43 Het proces-verbaal van veiligstellen en overdracht DNA-sporendrager(s), p. 1263.

44 Het NFI-rapport, p. 1152.

45 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1218.

46 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 999.

47 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1214 en het Excelbestand bakengegevens [adres 2] ’s-Heerenberg, p. 1215.

48 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 999.

49 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 429.

50 Gesprek d.d. 23 mei 2016, p. 1334.

51 Gesprek d.d. 24 mei 2016, p. 1336.

52 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 1568.

53 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 1573.

54 Aangifte Liander, p. 1650.

55 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 1620.

56 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 1621.

57 De huurovereenkomst, p. 1635 t/m 1637.

58 Kopie paspoort, p. 1633.

59 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 572.

60 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1595.

61 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 1641.

62 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1642.

63 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1690.

64 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1642.

65 Het proces-vervaal van verhoor getuige, p. 1644.

66 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1647.

67 Het proces-vervaal van verhoor getuige, p. 1644.

68 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 999.

69 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 429.

70 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1499.

71 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1646.

72 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1540 en de huurovereenkomst, p. 1541.

73 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1544 en het Excelbestand stoplocaties GPS [kenteken 7] , p. 1545.

74 Het proces-verbaal van observatie, p. 1411.

75 Het proces-verbaal van observatie, p. 1412.

76 Het proces-verbaal van observatie, p. 1416.

77 Het proces-verbaal van observatie, p. 1419.

78 Het proces-verbaal van observatie, p. 1457.

79 Het proces-verbaal van observatie, p. 1493.

80 Huurovereenkomst, p. 1515.

81 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1535 en het Excelbestand stoplocaties GPS [kenteken 3] , p. 1537.

82 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 772.

83 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 762.

84 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 766.

85 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 1721.

86 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 1722.

87 Gesprek d.d. 11 mei 2016, p. 1735.

88 Gesprek d.d. 12 mei 2016, p. 1741.

89 Gesprek d.d. 12 mei 2016, p. 1746.

90 Gesprek d.d. 15 mei 2016, p. 1766.

91 Gesprek d.d. 21 mei 2016, p. 1794.

92 Gesprek d.d. 26 mei 2016, p. 1826.

93 Gesprek d.d. 28 mei 2016, p. 1841.

94 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, in de wettelijke vorm opgemaakt door verbalisanten van de politie Oost-Brabant, district ’s-Hertogenbosch, proces-verbaalnummer PL2100-2016076290-1 van 8 april 2016.

95 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 3205.

96 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 3206.

97 Bijlage bij het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 3215, in combinatie met het proces-verbaal van observatie, pp. 1447 en 1449.

98 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 3205.

99 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 762.

100 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 3248.

101 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 3249.

102 Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 3248.

103 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 885.

104 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 886.

105 Gesprek d.d. 13 mei 2016, p. 3354.

106 Gesprek d.d. 15 mei 2016, p. 3241.

107 Gesprek d.d. 15 mei 2016, p. 3357.

108 Gesprek d.d. 22 mei 2016, p. 3364.

109 Gesprek d.d. 26 mei 2016, p. 3371.

110 Gesprek d.d. 30 mei 2016, p. 3380.

111 Gesprek d.d. 11 juni 2016, p. 3399.

112 Gesprek d.d. 13 juni 2016, p. 3243.

113 Gesprek d.d. 21 juni 2016, p. 3244.

114 Gesprek d.d. 21 juni 2016, p. 3244 en GBA-gegevens, p. 3245.

115 GBA-gegevens, p. 3247.

116 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 633.

117 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 766.

118 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 759.

119 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 767.

120 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 782.

121 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1899.

122 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 314.

123 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 317.

124 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 343.

125 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 345.

126 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 346.

127 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 348.

128 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 349.

129 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 353.

130 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 350.

131 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 351.

132 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 344 en foto bijlage 1, p. 354.

133 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 347 en foto bijlage 3, p. 356.

134 Het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 307.

135 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 308.

136 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 309 en foto 1, p. 310.

137 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 309 en foto 2, p. 311.

138 Het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 632 en 633.

139 Gesprek d.d. 12 mei 2016, p. 1749.

140 Gesprek d.d. 12 mei 2016, p. 1741.

141 Gesprek d.d. 12 mei 2016, p. 1936.

142 Gesprek d.d. 12 mei 2016, p. 1937.

143 Gesprek d.d. 21 mei 2016, p. 1011.

144 Gesprek d.d. 22 mei 2016, p. 1998.

145 Gesprek d.d. 23 mei 2016, p. 2001.

146 Gesprek d.d. 24 mei 2016, p. 2003.

147 Gesprek d.d. 25 mei 2016, p. 1817.

148 Gesprek d.d. 28 mei 2016, p. 1355.

149 Gesprek d.d. 30 mei 2016, p. 2026.

150 Gesprek d.d. 2 juni 2016, p. 2047.

151 Het proces-verbaal van doorzoeking, p. 3394 en de daarbij behorende Excellijst p. 3396 (goederendossier).

152 Het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 3462 (goederendossier).

153 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 759.

154 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 317.