Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4149

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-07-2017
Datum publicatie
07-08-2017
Zaaknummer
301461
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI: RBGEL:2016:7164. Benoeming buitenlandse deskundige op het gebied van kunstmeststrooiers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/301461 / HA ZA 16-211 / 369/871

Vonnis van 19 juli 2017

in de zaak van

1. de ontbonden vennootschap onder firma

[eiser in conventie sub 1]

gevestigd te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

2 [eiser in conventie sub 2] , voormalig vennoot van eiseres sub 1.,

3. [eiser in conventie sub 3], voormalig vennoot van eiseres sub 1.,

beiden wonende te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser in conventie sub 4] ,

gevestigd te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser in conventie sub 5] ,

gevestigd te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser in conventie sub 6] ,

gevestigd te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser in conventie sub 7] ,

gevestigd te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. W.M. Bijloo te Middelharnis,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde in conventie sub 1] ,

gevestigd te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.H. van de Beeten te Zevenaar,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde in conventie sub 2] B.V.,

gevestigd te [woonplaats/vestigingsplaats] ,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. R.H. van de Beeten te Zevenaar,

3. vennootschap naar Duits recht

[gedaagde in conventie sub 3] handelend onder de naam AMAZONEN-WERKE

gevestigd te [woonplaats/vestigingsplaats] (Duitsland),

gedaagde in conventie,

advocaat mr. H. Lebbing te Rotterdam.

Eisende partijen zullen hierna gezamenlijk [eisers] worden genoemd.

Gedaagde partijen zullen hierna afzonderlijk [gedaagde in conventie sub 1] , [gedaagde in conventie sub 2] en Amazonen worden genoemd, dan wel gezamenlijk [gedaagden in conventie]

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 21 december 2016

  • -

    de akte uitlaten deskundige en vraagstelling van 29 maart 2017 van [eisers]

  • -

    de akte uitlaten van 29 maart 2017 van [gedaagde in conventie sub 1] en [gedaagde in conventie sub 2]

  • -

    de akte uitlaten van 29 maart 2017 van Amazonen

  • -

    de antwoordakte van 12 april 2017 van [gedaagde in conventie sub 1] en [gedaagde in conventie sub 2]

  • -

    de antwoordakte van 12 april 2017 van Amazonen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen in het tussenvonnis van 21 december 2016.

2.2.

Partijen hebben, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, gereageerd op het voornemen van de rechtbank om een deskundigenbericht in te winnen ten aanzien van een aantal vragen.

2.3.

Een gezamenlijke deskundige is door partijen niet voorgesteld. [eisers] heeft de heer [persoon A] van R&D Strooier Afstel en Advies te Heemstede als mogelijke deskundige genoemd. Amazonen heeft de heer dr. [persoon B] van DLG Testzentrum te Groß Umstadt (Duitsland) voorgesteld, dan wel de heer dr. [persoon C] van instituut DEULA te Nienburg (Duitsland). [gedaagde in conventie sub 1] en [gedaagde in conventie sub 2] hebben zich bij dit voorstel aangesloten.

2.4.

Partijen hebben over en weer bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde personen. Gelet op die bezwaren heeft de rechtbank contact gezocht met de heer prof. dr. ing. [persoon D] en de heer dr. [persoon E] van de Wageningen University & Research. Zij hebben aangegeven dat zij niet vrijstaan om in deze kwestie als deskundige op te treden en hebben verwezen naar de heer [persoon F] van het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO) te Merelbeke (België). Ook de heer [persoon F] heeft echter te kennen gegeven niet bereid te zijn als deskundige in deze kwestie op te treden.

2.5.

Gelet hierop heeft de rechtbank (telefonisch) contact opgenomen met de door partijen genoemde deskundigen teneinde de over en weer geuite bezwaren voor te leggen. Uit deze contacten is de rechtbank gebleken dat de heer [persoon A] onvoldoende onafhankelijk is. Zo heeft de heer [persoon A] een arbeidsverleden bij Vicon (concurrent van Amazonen) en is blijkens de website van [persoon A] nog sprake van een actieve samenwerking met Vicon. Verder is gebleken dat de heer [persoon A] ongeveer een jaar geleden uitgebreid met [eisers] heeft gesproken. De door Amazonen voorgestelde dr. [persoon B] bleek niet vrij te staan en heeft de rechtbank verwezen naar de heer [persoon G] van de Aarhus Universiteit te Denemarken.

2.6.

De door Amazonen voorgestelde dr. [persoon C] , is bereid gebleken om als deskundige in onderhavig geschil op te treden. Ten aanzien van het door [eisers] aangevoerde bezwaar dat dr. [persoon C] niet onafhankelijk is omdat uit de website van Amazonen blijkt dat dr. [persoon C] op 23 januari 2017 een thema-avond voor Amazonen heeft verzorgd, heeft dr. [persoon C] te kennen gegeven dat DEULA een onderwijsinstelling is en derhalve commercieel volledig onafhankelijk van alle (grote) bedrijven die kunstmeststrooiers verkopen. DEULA voert onafhankelijke tests uit aan door deze bedrijven (gratis) ter beschikking gestelde kunstmeststrooiers en geven bij meerdere bedrijven op het gebied van kunstmeststrooiers lezingen. Gelet op deze toelichting ziet de rechtbank in het enkele feit dat dr. [persoon C] een thema-avond bij Amazonen heeft verzorgd, geen zwaarwegend bezwaar om hem te benoemen. Ook de bezwaren van [eisers] tegen de door dr. [persoon C] in rekening te brengen reiskosten in verband met een ter plaatse houdend onderzoek, zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zwaarwegend. Uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt dat er, anders dan [eisers] stelt, niet voldoende deskundigen zijn in Nederland en België. Indien dr. [persoon C] niet zal worden benoemd dient zelfs te worden uitgeweken naar wellicht Denemarken dan wel elders, hetgeen enkel kostenverhogend zal werken. Ook het feit dat [eisers] de Duitse taal niet machtig is, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zwaarwegend nu een tolk bij het onderzoek door de deskundige aanwezig kan zijn.

2.7.

Gelet hierop zal de rechtbank dr. [persoon C] als deskundige benoemen. Dr. [persoon C] begroot zijn loon en kosten op een bedrag van € 4.620,00 inclusief btw. De rechtbank zal de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige dan ook vaststellen op dit bedrag. Zoals in voormeld tussenvonnis van 21 december 2016 onder 4.12. is overwogen, zal dit voorschot door [eisers] moeten worden betaald.

2.8.

De door partijen voorgestelde wijzigingen en aanvullingen in de vragen zoals

geformuleerd onder overweging 4.11. van het tussenvonnis van 21 december 2016, neemt de rechtbank slechts deels over. De voorgestelde wijzigingen die niet zijn overgenomen, liggen deels besloten in de in het tussenvonnis opgesomde vragen of zijn naar het oordeel van de rechtbank niet relevant. Ook hetgeen [gedaagde in conventie sub 1] en [gedaagde in conventie sub 2] in hun akte hebben aangevoerd omtrent de vraagstelling onder 1. zoals op genomen onder 4.11. van voormeld tussenvonnis van 21 december 2016 en hun stelling dat zij van mening zijn dat [eisers] niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering jegens hen, ziet de rechtbank geen aanleiding tot aanpassing van de vragen.

2.9.

De vragen die dan ook aan de deskundige zullen worden voorgelegd luiden als volgt:

  1. Zijn de door Amazonen opgedragen en in 2014 gedane aanpassingen aan de kunstmeststrooier door [gedaagde in conventie sub 2] correct uitgevoerd? Zo nee, wat is er verkeerd gedaan en wat is daarvan het gevolg? Zo ja, functioneert de kunstmeststrooier met deze aanpassingen zoals van een kunstmeststrooier mag worden verwacht?

  2. Is een uitstroomopening van 21 voor Nutramon korrels, zoals gehanteerd in de strooitabel na de in februari 2014 uitgevoerde aanpassingen een deugdelijk richtsnoer voor een correct strooibeeld binnen de geldende marge? Zo nee, wat is de schade die optreedt als gevolg van dat niet correcte strooibeeld en wat zou een waarde zijn die binnen de geldende marges een goede verdeling van de kunstmest geeft?

  3. Hangt uw antwoord op de vorige vraag af van het soort te bemesten gewas of vallen alle gewassen binnen de marges?

  4. Kunt u zich uitlaten over de dronefoto’s van de spruitjesteelt uit het rapport van [persoon H] (bijlage 11, figuren 4, 5 en 6) in relatie tot de door Dynatest op 29 september 2014 uitgevoerde testen en haar bevindingen bij de uitstroomopeningen van 40, 21 en 30 en kunt u aangeven op welke instelwaarde de dronefoto’s van de spruitjesteelt uit het rapport van [persoon H] duiden?

  5. Kunt u zich ten aanzien van de schadevaststelling uitlaten over de kanttekeningen zoals die zijn gemaakt in productie 9 bij de conclusie van antwoord in relatie tot de door [persoon H] in zijn rapport vastgestelde schade?

  6. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

2.10.

De rechtbank overweegt dat partijen hebben aangegeven dat vraag 5. ten aanzien van de schadeomvang wellicht niet door de deskundige op het gebied van kunstmeststrooiers kan worden beantwoord. Alvorens een andere deskundige te benoemen zal, conform het voorstel van [eisers] , eerst het deskundigenbericht van dr. [persoon C] worden afgewacht.

2.11.

Gelet op het feit dat een deskundige zal worden benoemd die de Nederlandse taal niet machtig is zal worden bepaald dat [eisers] bij de overlegging van de processtukken als hierna bepaald, tevens door een beëdigde tolk gemaakte vertalingen dient te overleggen van de hierna genoemde stukken.

2.12.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.13.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

  1. Zijn de door Amazonen opgedragen en in 2014 gedane aanpassingen aan de kunstmeststrooier door [gedaagde in conventie sub 2] correct uitgevoerd? Zo nee, wat is er verkeerd gedaan en wat is daarvan het gevolg? Zo ja, functioneert de kunstmeststrooier met deze aanpassingen zoals van een kunstmeststrooier mag worden verwacht?

  2. Is een uitstroomopening van 21 voor Nutramon korrels, zoals gehanteerd in de strooitabel na de in februari 2014 uitgevoerde aanpassingen een deugdelijk richtsnoer voor een correct strooibeeld binnen de geldende marge? Zo nee, wat is de schade die optreedt als gevolg van dat niet correcte strooibeeld en wat zou een waarde zijn die binnen de geldende marges een goede verdeling van de kunstmest geeft?

  3. Hangt uw antwoord op de vorige vraag af van het soort te bemesten gewas of vallen alle gewassen binnen de marges?

  4. Kunt u zich uitlaten over de dronefoto’s van de spruitjesteelt uit het rapport van [persoon H] (bijlage 11, figuren 4, 5 en 6) in relatie tot de door Dynatest op 29 september 2014 uitgevoerde testen en haar bevindingen bij de uitstroomopeningen van 40, 21 en 30 en kunt u aangeven op welke instelwaarde de dronefoto’s van de spruitjesteelt uit het rapport van [persoon H] duiden?

  5. Kunt u zich ten aanzien van de schadevaststelling uitlaten over de kanttekeningen zoals die zijn gemaakt in productie 9 bij de conclusie van antwoord in relatie tot de door [persoon H] in zijn rapport vastgestelde schade?

  6. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

3.2.

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

Dr. U. [persoon C] (DEULA-Nienburg GmbH)

[gegevens deskundige]

3.3.

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

3.4.

bepaalt dat [eisers] binnen twee weken na datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, civiele roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen,

3.5.

bepaalt dat [eisers] de volgende processtukken dient te voorzien van een Duitse vertaling, opgesteld door een beëdigd tolk:

  • -

    het tussenvonnis van 21 december 2016

  • -

    het tussenvonnis van 19 juli 2017

  • -

    het rapport van 11 augustus 2015 van [persoon H]

  • -

    de testrapporten van Dynatest van 29 augustus 2014

  • -

    productie 9 bij de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie,

3.6.

bepaalt dat [eisers] binnen twee weken na datum van dit vonnis als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 4.620,00 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door voldoening van de nota die het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal toesturen,

3.7.

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

3.8.

bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is,

3.9.

bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wil wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen,

3.10.

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek via mr. [naam secretaris] kan wenden tot de rechter mr. D.M.I. de Waele,

3.11.

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.12.

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor woensdag 20 december 2017, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige,

3.13.

verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eisers] of voor bepaling datum vonnis,

3.14.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M.I. de Waele en door mr. R.J.B. Boonekamp in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2017.

Coll: PM