Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:4068

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-07-2017
Datum publicatie
02-08-2017
Zaaknummer
05/881365-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland veroordeelde 4 mannen voor onder meer het vervalsen van werknemersverklaringen en salarisspecificaties, medeplichtigheid aan hennepteelt, deelname aan criminele organisatie en afpersing. De mannen kregen straffen opgelegd die variëren van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 dagen met een werkstraf van 80 uur tot een gevangenisstraf van 4 jaar. Een vijfde man werd vrijgesproken van medeplichtigheid aan valsheid in geschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/881365-16

Datum uitspraak : 10 juli 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , thans gedetineerd te PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard

raadsman: mr. A.H.J. Raaijmakers, advocaat te Oisterwijk.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 17 januari 2017, 28 maart 2017, 12 juni 2017, 13 juni 2017 en 26 juni 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2012

tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Huissen, Ewijk ,

Dodewaard, Deurne, Oudheusden, Almere, Amsterdam en/of ‘s-Hertogenbosch en/of

(elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke

organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte, en een of

meer perso(o)nen), onder wie (onder meer) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke

organisatie tot oogmerk had het plegen van:

- misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde en vijfde lid van de

Opiumwet, te weten het telen bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of

verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig

hebben en/of vervaardigen van een of meer middel(en) als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet;

2.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2012

tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Huissen, Ewijk ,

Dodewaard, Deurne, Oudheusden, Almere, Amsterdam en/of ‘s-Hertogenbosch en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen, (telkens) -in de uitoefening van een beroep of bedrijf-

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (onder meer)

- in een pand, [adres 2] te ‘s-Hertogenbosch,

- in een pand, [adres 3] te Oudheusden,

- in een pand, [adres 4] te Deurne,

- in een pand, [adres 5] te Arnhem,

- in een pand, [adres 6] te Huissen,

- in een pand, [adres 7] te Ewijk ,

- in een pand, [adres 8] te Dodewaard,

- in een pand, [adres 9] te Nijmegen,

- in een pand, [adres 10] Le Nijmegen,

- in een pand, [adres 11] te Beuningen,

- in een pand, [adres 12] te Beuningen en/of

- in een pand, [adres 13] te Almere,

en/of (telkens) heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, althans

(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een -grote- hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan en/of een -grote- hoeveelheid

hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst: II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde

lid van die wet,

terwijl deze/dit feit(en) (telkens) betrekking hebben/heeft op een grote

hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wal aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die vet, welke

hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde

hoeveelheid van dat middel;

3.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Huissen, Ewijk , Lent, Dodewaard, Deurne, Oudheusden, Almere, Amsterdam, Rhoon, Vlaardingen

en/of ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een werkgeversverklaring en/of een salarisspecificatie/salarisstrook, - (elk) zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt

of vervalst, immers hebben/heeft verdachte en/of verdachtes mededader(s)

(telkens) valselijk -zakelijk weergegeven- op die werkgeversverklaring en/of

die salarisspecificatie/salarisstrook gegevens van een (fictief) bedrijf

(-onder meer- [naam 2] en/of

[naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of

[naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8]

en/of [naam 9] en/of [naam 10] ) en/of een naam van een (fictieve)

werknemer (onder wie [naam 11] , [naam 12] , [naam 13] , [naam 14]

, [naam 15] , [naam 16] , [naam 17] en/of [naam 18] ) en/of

een (fictieve) loonsom vermeld en/of die werkgeversverklaring getekend met een

handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van de (fictieve)

werkgever, ter bevestiging van de juistheid van de op die werkgeversverklaring

vermelde gegevens, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;


en/of


hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Huissen, Ewijk , Lent

Dodewaard, Deurne, Oudheusden, Almere, Amsterdam, Vlaardingen en/of

‘s-Hertogenbosch en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt

van een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een

salarisspecificatie/salarisstrook, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd

was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en)

echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat verdachte

en/of verdachtes mededader(s) die werkgeversverklaring en/of een

salarisspecificatie/salarisstrook hebben/heeft verstrekt aan een verhuurder

van een woning/pand en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin

dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) valselijk -zakelijk

weergegeven- op die werkgeversverklaring en/of die

salarisspecificatie/salarisstrook gegevens van een (fictief) bedrijf (-onder

meer- [naam 2] en/of [naam 3]

en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6]

en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9]

en/of [naam 10] ) en/of een naam van een (fictieve) werknemer (onder wie

[naam 11] , [naam 12] , [naam 13] , [naam 14] , K.E. Van

Rhemen, [naam 16] , [naam 17] en/of [naam 18] ) en/of een (fictieve)

loonsom hebben/heeft vermeld en/of die werkgeversverklaring hebben/heeft

getekend met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van de

(fictieve) werkgever, ter bevestiging van de juistheid van de op die

werkgeversverklaring vermelde gegevens,

en/of toen aldaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, (telkens) opzettelijk hiervoor genoemd(e) valselijk opgemaakt(e) en/of

vervalst(e) geschrift(en), die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig

feit te dienen, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij

(telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze/dit geschrift(en)

bestemd waren/was om gebruik van te maken als ware die/dat geschrift(en) echt

en onvervalst;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen, met uitzondering van het adres [adres 8] te Dodewaard.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 3 wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat niet uit het dossier blijkt dat verdachte contact heeft gehad met zijn broers/medeverdachten over criminele feiten, dan wel opdrachten van hen heeft gekregen of met hen heeft samengewerkt.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat verdachte geen enkele bemoeienis heeft gehad met de hennepkwekerijen. Verdachte heeft zich hoogstens schuldig gemaakt aan het vervalsen van papieren. Hij wist echter niet dat deze voor het huren van panden voor hennepkwekerijen zouden worden gebruikt.
Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de werkgeversverklaringen en/of salarisspecificaties van de volgende bedrijven heeft vervalst: [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] . De raadsvrouw is van mening dat het vervalsen van de werkgeversverklaring van [naam 5] niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. De verdediging ontkent dat verdachte de stukken heeft vervalst ten behoeve van een crimineel samenwerkingsverband dat hij met zijn medeverdachten zou hebben gevormd.

Beoordeling door de rechtbank


Ten aanzien van feit 1, feit 2 en feit 3

Verdachte wordt verweten dat hij deel uitgemaakt heeft van een crimineel samenwerkingsverband, gericht op het bouwen en exploiteren van hennepkwekerijen. Verdachte zou hierbij, onder andere, de persoon zijn geweest die heeft gezorgd voor het huren van panden. Hierbij zou hij op grote schaal valsheid in geschrift hebben gepleegd.

De rechtbank zal per adres ingaan op de beschikbare bewijsmiddelen met betrekking tot hennepkwekerijen en valsheid in geschrift. Vervolgens wordt ingegaan op een aantal specifiek gevoerde verweren en de rol van verdachte.

I. Bewijsmiddelen per adres

[adres 2] te ’s-Hertogenbosch
Op 10 juni 2012 wordt in de woning op genoemd adres een hennepkwekerij in meerdere ruimtes aangetroffen met in totaal 405 hennepplanten.2

De woning staat op naam van [naam 12] . [naam 12] heeft verklaard dat hij niet in het huis heeft gewoond, maar alleen voor de bezichtiging binnen is geweest. Het huis is gehuurd door [voornaam 1] , [voornaam 2] en [voornaam 4] . Om het huis op zijn naam te zetten, heeft [naam 12] € 500,- gekregen van [voornaam 4] , wat [voornaam 1] had geregeld. [naam 12] heeft ook verklaard dat [voornaam 4] de administratie deed, rekeningen betalen en zo. Hij is bang dat [voornaam 2] en [voornaam 4] hem komen opzoeken.3 Samen met [voornaam 4] heeft hij de sleutel opgehaald bij de makelaar, waarna hij de sleutel aan [voornaam 4] heeft gegeven. [voornaam 4] maakte volgens [naam 12] voor elke woning een loonstrookje voor de makelaar. Hij heeft ook verklaard dat [voornaam 1] hem vaak opbelde en zei dat hij op moest schieten en dat [voornaam 4] hem dan kwam ophalen. Soms kwam [voornaam 1] en soms kwam [voornaam 4] . [voornaam 4] is wel zes of zeven keer bij hem thuis geweest.4 [naam 12] heeft verklaard dat hij de woning huurde via de [naam 19] . Door [naam 19] is aan de politie onder meer een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie verstrekt met betrekking tot de verhuur van de woning aan de [adres 2] aan [naam 12] . Op deze documenten staat als werkgever genoemd [naam 7] ten name van [naam 12] , die als [naam 20] -adviseur daar vanaf 15 februari 2002 werkzaam zou zijn en een bruto jaarsalaris zou verdienen van ruim 45 duizend euro.5

Verdachte heeft verklaard dat hij de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie van [naam 7] voor [naam 12] heeft vervalst.6

[adres 3] te Oudheusden en [adres 4] te Deurne
Op 1 februari 2014 wordt in de woning op de [adres 3] te Oudheusden een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met 690 planten.7 Op 25 juni 2014 wordt in de woning op de [adres 4] te Deurne een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen in meerdere ruimtes met 588 hennepplanten.8

Beide woningen staan op naam van [naam 14] en voor de huur van deze woningen heeft hij een salarisspecificatie en werkgeversverklaringen overgelegd van “ [naam 3] ”.9 [naam 21] verklaart zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris dat hij de woning aan de [adres 3] huurde voor [voornaam 1] , [voornaam 2] en [verdachte] . Verder verklaart hij dat hij in 2009 in contact kwam met drie Surinaamse broers. Wanneer hem foto’s worden getoond, herkent hij [verdachte] als de jongste, [medeverdachte 1] als degene die alles organiseerde en [medeverdachte 2] als de man van de vuurwapens. [voornaam 4] kan alles met computers en doet alles met paspoorten. [voornaam 4] deed dat in de bibliotheek in Grave. [voornaam 1] had contacten met Chinezen die investeerden in zijn wietteelt. Zijn rol binnen de club is de aanvoerder.

[naam 21] had contact met [voornaam 4] . [voornaam 4] belde hem en wilde afspreken. Ze hebben toen afgesproken in de bibliotheek in Grave. [voornaam 4] sprak hem aan en zei dat hij ermee door moest gaan. Hij moest huren, de sleutel overdragen en dan zou hij een gedeelte van de oogst krijgen. Even later kwam [voornaam 1] ook uit de bieb. Hij is toen met [voornaam 4] en [voornaam 1] ergens naartoe gelopen. Hij zag toen [voornaam 2] aankomen. [voornaam 2] zei toen: “het is dat je bij dit soort dingen geen wapens bij je hebt want ik heb er wel een en ik schiet.” Ze zijn toen naar een café in Grave gegaan. Toen ze daar zaten deed [voornaam 2] zijn shirt omhoog en zag hij een vuurwapen in zijn broeksband zitten.

[naam 21] heeft ook verklaard dat hij € 1.000,- zou krijgen als hij een woning op zijn naam zou laten zetten. Hij heeft toen een kopie van zijn identiteitsbewijs aan [voornaam 4] gegeven en is met hem samen naar de makelaar gegaan. Hij kreeg van [voornaam 4] een goedkoop telefoontoestel. Na drie of vier weken is hij naar de woning gegaan en trof hij boven in de woning goederen aan die te maken hadden met de kweek van wiet. Hij heeft toen de sloten van de woning vervangen. Hij werd toen door [voornaam 4] gebeld op de telefoon die hij van hem had gekregen. [voornaam 4] was helemaal “pissed off” en zei “we komen bij je thuis langs”. [naam 21] is toen naar de woning gegaan en zag [voornaam 1] , [voornaam 4] en twee voor hem onbekende negers bij de voordeur staan en met een breekijzer de deur openmaken.

Wanneer hij de huur van de woning moest betalen, werd hij door [voornaam 4] gebeld. Hij moest dan naar het grenswisselkantoor in Den Bosch. Op een briefje dat hij eerder van [voornaam 4] had gekregen, stonden de naam en het rekeningnummer naar wie het geld diende te worden overgemaakt. Op enig moment belde [voornaam 4] hem met de mededeling “dat het gepakt is”. [naam 21] wist dat het moest gaan om de woning aan de [adres 3] . Hij herkent zijn handtekening op de huurovereenkomst en verklaart over de salarisspecificatie van [naam 3] dat hij daar nooit werkzaam is geweest. De werkgeversverklaring van [naam 3] heeft hij nooit gezien.10

Over de woning aan de [adres 4] verklaart [naam 21] dat hij het geld voor de huur en de vaste lasten kreeg van een man die hij ontmoette op verschillende plekken. Deze man belde hem altijd op de telefoon die hij van [voornaam 4] had gekregen.11 De verhuurder van de woning, [naam 22] , kreeg de huur voor de [adres 4] van een rekening die toebehoorde aan [naam 23] , de zoon van de partner van [naam 21] . De eerste huursom en de administratiekosten zijn via de rekening van een andere zoon van de partner van [naam 21] , [naam 24] , betaald.12 [naam 25] heeft gegevens verstrekt aan de politie die zijn gebruikt bij de huur. Het betreft een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie van [naam 3] op naam van [naam 21] .13

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie van [naam 3] op naam van [naam 21] valselijk heeft opgemaakt. Ook heeft hij verklaard dat het bedrijf [naam 3] van zijn broer [voornaam 1] is en dat het een slapende onderneming betreft.14 Verdachte heeft ook verklaard dat hij de stukken opgemaakt heeft op verzoek van [naam 21] , die met zijn nieuwe vriendin wilde gaan samenwonen. Onder de sociale huurgrens is het echter niet zo makkelijk om een huurwoning te vinden.

[adres 14] te Arnhem, [adres 6] te Huissen en [adres 7] te Ewijk
Aan het [adres 14] in Arnhem wordt op 11 september 2014 een hennepkwekerij aangetroffen met 332 hennepplanten.15 Aan de [adres 6] in Huissen wordt op 16 oktober 2014 een hennepkwekerij aangetroffen met 524 planten.16 Aan de [adres 7] in Ewijk worden op 19 april 2015 een op dat moment niet in werking zijnde hennepkwekerij en een hennepkwekerij in aanbouw aangetroffen. In de garage was een sterke hennepgeur waar te nemen en zag de politie gebruikte potten met aarderesten. Ook in de woning was een sterke hennepgeur waar te nemen. Op zolder en de badkamer trof de politie veel volle vuilniszakken met gebruikte potgrond en nog meer professionele apparatuur voor een hennepkwekerij.17 Voor alle drie de woningen geldt dat het huurcontract op naam staat van [naam 15] .18

Ten aanzien van de hennepkwekerij aan het [adres 14] verklaart [naam 15] dat [verdachte] voor hem een woning zou regelen en dat hij daarvoor een kopie van zijn identiteitsbewijs, een uittreksel van de GBA en zijn bankrekeningnummer aan hem heeft gegeven. [voornaam 4] heeft daarna gezegd dat hij op naam van [naam 15] een woning voor expats probeerde te regelen en dat [naam 15] daar geld voor zou krijgen. Toen [naam 15] een boete van [naam 26] ontving, kwam hij erachter dat op het [adres 14] een hennepkwekerij was.19 Bij de huur van de woning zijn een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie overgelegd van [naam 3] op naam van [naam 15] .20

Ten aanzien van de hennepkwekerij aan de [adres 6] verklaart [naam 15] dat [voornaam 4] aan hem heeft voorgesteld deze woning te verhuren aan derden, waarbij de woning op naam van [naam 15] zou worden gezet. Hij zou daar een vergoeding van € 500,- per maand voor krijgen. In totaal heeft [naam 15] € 600,- van [voornaam 4] ontvangen, bestaande uit “zoethoudertjes” van € 100,- of € 150,-. [naam 15] moest van [voornaam 4] de huur betalen, omdat de woning op zijn naam stond. Dit geld kwam van [voornaam 4] . Voor het betalen van de huur gebruikte hij de bankrekening van zijn dochter. [voornaam 4] adviseerde hem om dit zo te blijven doen.21 De verhuurder van de woning aan de [adres 6] , [naam 27] , heeft de gegevens van [naam 15] verstrekt aan de politie, waaronder een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie van [naam 3] ten name van [naam 15] .22

Ten aanzien van de hennepkwekerij aan de [adres 7] verklaart [naam 15] dat hij betalingen voor de huur heeft gedaan voor dat adres.23 De verhuurder van de woning aan de [adres 7] , [naam 28] , heeft de documenten die betrekking hebben op de verhuur van die woning verstrekt aan de politie. Het gaat om een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie van [naam 3] ten name van [naam 15] .24

[naam 15] verklaart in het algemeen over de gang van zaken als het gaat om betalingen van huur het volgende. Hij sprak met [voornaam 4] af bij de [naam 29] -bank te Almere om betalingen te doen. [voornaam 4] had het geld daarvoor gepast bij zich in een envelop, in biljetten van € 50,-. [voornaam 4] zei tegen [naam 15] dat hij het geld op zijn rekening moest storten en het dan meteen moest overmaken. [voornaam 4] had de acceptgirokaarten met details daarop bij zich. [voornaam 4] bleef erbij als [naam 15] het geld stortte en overmaakte.25

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de werkgeversverklaringen en de salarisspecificaties valselijk heeft opgemaakt. Ook heeft hij verklaard dat het bedrijf [naam 3] van zijn broer [voornaam 1] is en dat het een slapende onderneming betreft. 26 Verdachte heeft verklaard dat hij de documenten op verzoek van [naam 15] heeft gemaakt. [naam 15] had geld nodig en wilde dat verdienen door de verhuur van woningen aan expats. Hij heeft [naam 15] geholpen om woningen te kunnen huren, door hem – op papier – van een werkgever en een inkomen te voorzien.


[adres 12] en [adres 11] te Beuningen
Ten aanzien van [adres 12] heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van een vormverzuim, nu onrechtmatig is binnengetreden. Dit zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting.
De rechtbank zal volstaan met de vaststelling van het vormverzuim. Weliswaar is sprake geweest van onrechtmatig binnentreden op dit adres, maar verdachte is hierdoor niet in enig belang geschaad, aangezien hij niet de bewoner was van dit adres.

Op 14 mei 2015 worden aan de [adres 12] een hennepkwekerij met 162 planten en een hennepkwekerij in opbouw aangetroffen.27 Op 23 juni 2015 worden aan de [adres 11] goederen aangetroffen die worden gebruikt bij het kweken van hennep en ook worden er hennepresten aangetroffen.28
De huurovereenkomst staat voor [adres 12] op naam van [naam 12] en voor [adres 11] op naam van [naam 11] .29

Verhuurder [naam 28] heeft documenten met betrekking tot de verhuur van deze panden verstrekt. Uit de door [naam 28] overgelegde documenten met betrekking tot het pand [adres 12] blijkt dat voor de verhuur van dat pand naast een identiteitskaart van [naam 12] een werkgeversverklaring van [naam 2] en een salarisspecificatie van hetzelfde bedrijf op naam van [naam 12] is overgelegd.30 De eigenaar van dat bedrijf, [naam 30] , heeft verklaard dat hij de naam [naam 12] niet kent en dat deze nooit voor hem heeft gewerkt. Het bedrijfsstempel op de werkgeversverklaring is niet van het bedrijf.31

Voor de verhuur van [adres 11] is naast een kopie van het identiteitsbewijs van [naam 11] , een salarisspecificatie en werkgeversverklaring overgelegd op naam van [naam 11] , van het bedrijf [naam 32] .32 De eigenaar van dit bedrijf, [naam 33] , heeft verklaard dat het bedrijf sinds 2000 inactief is en dus ook geen werknemers heeft.33

[naam 12] heeft verklaard dat hij heeft getekend voor het adres [adres 12] in

Beuningen. Hij ging zelf niet in het pand wonen. Twee Surinamers zeiden dat hij moest tekenen. Hij heeft voor het huren van het huis zijn identiteitskaart laten kopiëren, die had hij aan de Surinamer met rastaharen gegeven. Ze hebben ook een salarisstrook voor hem gemaakt. Eén van de mannen was [medeverdachte 1] . Zijn broer [voornaam 4] had het loonstrookje gemaakt. [naam 12] werd misbruikt door [voornaam 1] , [voornaam 4] en [voornaam 2] . De papieren waren gemaakt door [voornaam 4] .34 [voornaam 2] , [voornaam 4] en [voornaam 1] waren bij hem thuis geweest. Hij moest toen met ze mee. Hij moest van [voornaam 1] zijn ID-kaart pakken en aan [voornaam 1] geven. Hij kwam er naderhand achter dat de woning op zijn naam stond. Hij had de bezichtiging gedaan met een vrouw die [naam 34] heet, die zogenaamd zijn vrouw moest zijn. Hij heeft zijn handtekening gezet onder het huurcontract. Hij kreeg de sleutels van de woningbouwvereniging, maar [voornaam 4] kwam die sleutels gelijk ophalen.35

[naam 11] heeft verklaard dat hij de officiële huurder is van [adres 11] , maar dat hij er niet ingeschreven staat. [naam 11] heeft ook verklaard dat hij gebruik maakte van het telefoonnummer 0684199625.36 Van de telefoon met dit nummer is door de politie een extractierapport gemaakt. Daaruit is gebleken dat onder meer als contacten in de telefoon staan: “ [voornaam 2] ”, “ [voorletter] en “broer [voorletter] . Het nummer van “ [voorletter] is + [telefoonnummer 2] . Met ditzelfde nummer wordt op 25 april 2015 bij [naam 11] ingebeld met de naam “ [voornaam 1] ”. Op het telefoonnummer van [naam 11] komen onder de naam “Broer [voorletter] met nummer + [telefoonnummer 3] tussen 18 mei 2015 en 20 mei 2015 SMS-berichten binnen die als volgt luiden:

“Bel nu [telefoonnummer 4] voor eengezinswoning in wijk

[wijknaam] [postcode 1] €822 brutosal €4460 netto €2760.

Misschien moet je €40 inschrijfgeld betalen”

“ [telefoonnummer 4] [wijknaam] [postcode 1] €822, [adres 15]

nijmegen [telefoonnummer 5] , [adres 16] Wanroij €1000

[telefoonnummer 6] , [straatnaam 1] beuningen [postcode 2] €780

[telefoonnummer 7] ”

“ [straatnaam 2] heteren €750 [telefoonnummer 8] ”

“ [straatnaam 3] te Molenhoek €950 [telefoonnummer 9] ”

“Graag morgen zeker een uitreksel gemeente [gemeente] ophalen. Is nodig dan kan alles via email weg. Stem effen af met omgeving om uitreksel op te halen.” 37

Gelet op het feit dat [naam 11] een woning aan de [straatnaam 4] heeft gehuurd, maar er zelf niet woont, dat in die woning een hennepkwekerij is aangetroffen en gelet op de inhoud van de berichten, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat hij wordt geïnstrueerd door “Broer [voorletter] om te proberen (ook) deze woningen te huren.

Het nummer van “Broer [voorletter] is door de politie geanalyseerd. De zendmastlocaties zijn vergeleken met de zendmastlocaties van het nummer + [telefoonnummer 10] , dat in gebruik is bij [verdachte] . Uit die analyse blijkt dat deze twee telefoonnummers zich op verschillende dagen en tijden tussen 9 maart 2015 en 22 juli 2015 in elkaars omgeving bevonden.38

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat “ [voorletter] [medeverdachte 1] is. “Broer [voorletter] duidt erop dat dit een broer van [voornaam 1] moet zijn. Uit dit geheel leidt de rechtbank af dat [naam 11] met [verdachte] heeft gecommuniceerd over mogelijk te huren wietpanden.

Op 14 mei 2015 hebben verbalisanten een witte autobus zien staan onder de drive in woning aan de [adres 12] . Na ongeveer 10 minuten zagen zij dezelfde bus over de brug nabij het pand rijden. Zij hebben deze bus staande gehouden. De bestuurder bleek [medeverdachte 2] te zijn.

Nadat de verbalisanten waren binnengetreden in dit pand, waarbij eerdergenoemde hennepkwekerij werd ontdekt, zag één van de verbalisanten dat een mobiele telefoon op de bar lag, die vijf of zes keer werd gebeld. Elke keer zag de verbalisant de naam [voornaam 2] in het beeldscherm verschijnen. .39

Voorts heeft [naam 35] verklaard dat hij heeft meegeholpen met het bouwen van hennephokken in Beuningen. Hij bouwde vier hokken en zou daarvoor € 16.000,- krijgen. Hij deed dit voor [voornaam 1] en [medeverdachte 2] , zij waren de kopstukken. De broer vervalste de zaken. [voornaam 1] en [voornaam 2] hadden hem, nadat ze hem in Lent hadden geript, gevraagd om wiethokken te bouwen. Het betrof twee huizen naast elkaar op de [straatnaam 4] in Beuningen. Hij dacht dat het [adres 11] en [adres 12] waren. In die woningen zaten katvangers, één heette [voornaam 5] en de andere was iemand met een donkere huidskleur. [voornaam 5] onderhield het meeste contact met [voornaam 1] en [voornaam 2] . [naam 35] had een telefoon gekregen van [voornaam 1] en [voornaam 2] . Het brein achter het huren en verhuren en vervalsen van papieren was een broer van [voornaam 1] en [voornaam 2] . Hij vervalste bijvoorbeeld inkomstenopgaves.40 [naam 35] is een foto van [verdachte] getoond. Hij herkent [voornaam 4] als deze broer.41

Uit de verklaring van [naam 35] blijkt dat [adres 11] en [adres 12] niet los van elkaar staan en dat [voornaam 4] , [voornaam 1] en [medeverdachte 2] bij beide panden zijn betrokken.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de werkgeversverklaringen en de salarisspecificaties valselijk heeft opgemaakt op verzoek van [naam 11] en [naam 12] .42 [naam 12] had een nieuwe relatie en had een woning nodig. [naam 11] stond op een wachtlijst en had een woning nodig. Het zit in zijn aard om mensen te helpen, aldus verdachte.


[adres 13] te Almere

Op 26 oktober 2016 wordt op het adres [adres 13] te Almere een hennepkwekerij aangetroffen in drie ruimtes, met in totaal 372 hennepplanten. Er lagen ook zes besmeurde knipscharen en de elektriciteit werd illegaal afgenomen.43

Eigenaars van de woning waren [naam 36] en zijn vriendin [naam 37] .44

[naam 36] heeft het volgende verklaard: hij had de woning verhuurd aan ene [naam 39] . Deze [naam 39] kwam de woning bekijken met een man met donkere huidskleur, die meer verstand had van huizen, gezien de manier waarop hij erover sprak.45

Wanneer de politie [naam 36] een tapgesprek laat horen tussen [naam 37] en een man, herkent hij de stem van die man als de stem van “ [voornaam 2] ”. De man die het huurcontract heeft opgesteld noemde zich [naam 40] en was een broer van deze [voornaam 2] . [naam 36] moest bij [voornaam 2] bedelen om betaling voor de huur van het huis. Uiteindelijk ging hij naar Arnhem om de huurpenningen bij [voornaam 2] te halen. [naam 36] herkent op foto’s [medeverdachte 2] als de [voornaam 2] van wie hij betaald kreeg. [naam 36] herkent [verdachte] als degene die zich “ [naam 40] ” noemde.46

[naam 36] heeft het huurcontract met de legitimatie van [naam 39] aan de politie overhandigd. Het bleek te gaan om [naam 17] .47 Deze heeft verklaard dat [naam 41] hem had verteld dat hij twee Surinaamse sportschooltypes uit Nijmegen kende die wiethokken exploiteerden en dat daar veel geld mee te verdienen was. [naam 39] heeft daarop zijn bankpas en identiteitskaart gekopieerd en aan [naam 41] gegeven.48

Mede-eigenaar van de woning [naam 37] heeft het volgende verklaard:

Zij herkent [medeverdachte 2] als één van twee broers die betrokken was bij de huur van hun woning. Zij herkent [verdachte] als de andere broer, die de organisatie voor zijn rekening nam.49 De laatste noemde zich [voornaam 6] .50

Uit een tapgesprek van 30 september 2016 blijkt dat [naam 36] belt met [medeverdachte 2] over het ophalen van geld.51

De historische telefoongegevens van de telefoon van [naam 37] zijn geanalyseerd. Uit de analyse blijkt dat [naam 37] tussen 8 juni 2016 en 31 augustus 2016 16 keer telefonisch contact heeft gehad met de telefoonnummers [telefoonnummer 10] en [telefoonnummer 11] , beide in gebruik bij [verdachte] en 70 keer met het telefoonnummer [telefoonnummer 12] , in gebruik bij [medeverdachte 2] .52

In de woning van [medeverdachte 2] zijn twee acceptgirokaarten aangetroffen van [naam 17] van Energiemaatschappij [naam 42] .

In de woning van [verdachte] zijn een kopie identiteitskaart van [naam 39] , een kopie bankpas op naam van [naam 39] en een werkgeversverklaring van [naam 10] op naam van [naam 17] aangetroffen.53

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de werkgeversverklaring valselijk heeft opgemaakt.54 Hij heeft dit gedaan omdat [naam 37] wilde laten zien dat zij een legitieme huurder had voor de woning.

[adres 17] te Beuningen
De woning aan de [adres 17] werd gehuurd door [naam 44] .55 Op 16 mei 2015 stond voor het pand een auto die op naam stond van [medeverdachte 1] en lagen op de oprit twee roze kinderfietsjes.56 Deze woning is gecontroleerd door de politie om te kijken of er een hennepkwekerij in zat. In het pand waren toen twee personen aanwezig, te weten [medeverdachte 1] en zijn dochter.57 Ten behoeve van het verkrijgen van een huurcontract is een werkgeversverklaring en een salarisspecificatie van [naam 6] ten name van [naam 44] overgelegd.58 [naam 44] heeft hierover verklaard dat zij nooit in de woning heeft gewoond en dat zij nooit bij [naam 6] heeft gewerkt, maar dat zij dit heeft gedaan voor [voornaam 1] . Het broertje van [voornaam 1] , [voornaam 4] , kwam altijd samen met [voornaam 1] als zij iets moest ondertekenen.59

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij deze werkgeversverklaring en deze salarisspecificatie valselijk heeft opgemaakt.60

[adres 18] en [adres 19] te Nijmegen
Bij een doorzoeking in de woning van [voornaam 4] aan de [adres 1] te Amsterdam is een [tas] aangetroffen met daarin documenten, waaronder een kopie van het identiteitsbewijs van [naam 18] , een kopie van een bankpas op naam van [naam 18] , een salarisspecificatie op naam van [naam 18] , werkend bij [naam 9] en een werkgeversverklaring van dat bedrijf.61 Ook is een inschrijfformulier voor de [straatnaam 5] te Nijmegen aangetroffen, waarop de gegevens van [naam 18] zijn ingevuld.62
[naam 45] heeft verklaard dat hij contact heeft gehad met [naam 18] en dat hij zich heeft uitgegeven voor hem om een pand te kunnen huren. Dat gaat om de [straatnaam 5] . Daar zou een hennepkwekerij in worden gezet. [voornaam 2] en [verdachte] kunnen heel makkelijk panden regelen, dat zeiden zij zelf ook altijd. Hij weet dat [voornaam 4] een hoop regelt. Voor [naam 18] heeft [voornaam 4] een valse werkgeversverklaring en loonstrook geregeld. [voornaam 2] en [voornaam 4] regelden panden en administratieve zaken en [naam 45] regelde zelf katvangers en planten.63

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie valselijk heeft opgemaakt.64 Hij heeft dit gedaan op verzoek van [naam 45] . [naam 18] was een ex-junk die op een kamer zat en papieren nodig had. Die heeft hij gemaakt, aldus verdachte.

II. Ten aanzien van de overige adressen (deels) vrijspraak

[adres 9] te Nijmegen

Ten aanzien van feit 3 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de werkgeversverklaring en de salarisspecificatie van [naam 8] ten name van [naam 16] heeft vervalst. De salarisspecificatie is aangetroffen in de [tas] die bij de doorzoeking is aangetroffen in het huis van verdachte.65 De werkgeversverklaring die door [naam 16] is overgelegd aan de verhuurder is door de verhuurder aan de politie overhandigd. [naam 16] verklaart dat de werkgeversverklaring valselijk is opgemaakt en verdachte heeft verklaard dat hij deze werkgeversverklaring en de salarisspecificatie valselijk heeft opgemaakt.66
Niet duidelijk is geworden wat de betrokkenheid van verdachte bij de aangetroffen hennepkwekerij aan de [adres 9] inhield. De rechtbank acht het tenlastegelegde onder feit 2 met betrekking tot dit adres dan ook niet wettig en overtuigend bewezen.

[adres 10] te Nijmegen
Na een daartoe gedane vordering is via de makelaar die de woning aan de [adres 10] heeft verhuurd onder andere een salarisspecificatie en een werkgeversverklaring van [naam 8] overgelegd, ten name van [naam 16] .67 In de [tas] die bij de doorzoeking is aangetroffen in het huis van verdachte is een salarisspecificatie aangetroffen van [naam 8] die identiek is.68 [naam 46] , HR-adviseur bij [naam 8] , heeft verklaard dat de salarisspecificatie en de werkgeversverklaring niet van het bedrijf zijn.69 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij deze documenten valselijk heeft opgemaakt.70 Ten aanzien van dit adres acht de rechtbank feit 3 wettig en overtuigend bewezen.
Ten aanzien van feit 2 zal de rechtbank verdachte vrijspreken met betrekking tot dit adres, nu onduidelijk is gebleven of de daar aangetroffen hennepkwekerij behoorde tot het werkgebied van de criminele organisatie van de gebroeders [achternaam] (zie onderdeel III).

[adres 20] te ’s-Hertogenbosch
De rechtbank acht het tenlastegelegde onder feit 3 ten aanzien van de valse werkgeversverklaring van [naam 5] op naam van [naam 13] niet wettig en overtuigend bewezen, nu deze is gedateerd in 2009 en dit buiten de tenlastegelegde periode valt.

[adres 8] te Dodewaard
De rechtbank acht het tenlastegelegde onder feit 2 met betrekking tot dit adres niet wettig en overtuigend bewezen, nu blijkens het dossier op dit adres geen hennep(kwekerij) is aangetroffen.

III. Beoordeling van specifieke verweren en de rol van verdachte in de organisatie

Verdachte als organisator en regelaar van huurpanden

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij alle ten laste gelegde documenten valselijk heeft opgemaakt. Hij heeft dit gedaan om mensen te helpen. Het opmaken van documenten paste in zijn normale bedrijfsvoering. Verdachte had een bedrijf in post- en bedrijfsadressen. Daar adverteerde hij voor. Ook was hij verhuurder van kamers in onderhuur, onder andere aan de [wijknaam] in Nijmegen.

Bij een doorzoeking in de woning van verdachte aan de [adres 1] te Amsterdam op 4 oktober 2016 zijn onder andere een [tas] vol documenten en een laptop in beslag genomen. De laptop en de inhoud van de tas zijn onderzocht. In totaal zijn er van 66 verschillende personen documenten gevonden. Van vrijwel alle ten laste gelegde valse documenten zijn kopieën aangetroffen in de [tas] .71 De politie heeft de gegevens van de personen die werden aangetroffen op fysieke en digitale documenten bij verdachte ingevoerd in de politieregistratiesystemen. Daarbij bleek dat in tien gevallen personen waren te linken aan hennepkwekerijen.72

De verklaring van verdachte dat hij de vervalste documenten telkens op los verzoek van de desbetreffende persoon heeft opgemaakt en niet wist wat “afnemers” van de door hem vervalste papieren met die papieren deden, acht de rechtbank ongeloofwaardig.

Uit bovenstaande - per adres besproken - bewijsmiddelen volgt dat de vervalsingen door verdachte maar één doel hadden, namelijk katvangers in staat stellen woningen te huren waarin [voornaam 1] , [voornaam 2] en/of [verdachte] hennepkwekerijen konden laten inrichten. Uit de bewijsmiddelen volgt ook dat de rol van verdachte veel verder reikte dan het vervalsen van documenten alleen. Hij leverde adressen van te huur staande woningen aan voor de katvangers, regelde afspraken tussen katvangers en de gebroeders [achternaam] , regelde huurcontracten, voorzag katvangers van telefoons, voorzag katvangers van geld om de huur te betalen en zag persoonlijk op die betalingen toe, ging met katvangers mee naar makelaars, adviseerde katvangers over betaalwijzen (bijvoorbeeld middels bankrekeningen van hun familieleden) en gaf door wanneer een kwekerij was ontdekt. Verdachte had met deze taken een dusdanig wezenlijke rol, dat deze naar oordeel van de rechtbank enkel als medeplegen van het exploiteren van de hennepkwekerijen (feit 2) kan worden gekwalificeerd. Opmerkelijk is dat alle valse documenten met betrekking tot bovengenoemde panden bij elkaar in een [tas] bij verdachte zijn aangetroffen, wat er naar het oordeel van de rechtbank op wijst dat verdachte de ‘boekhouder van de organisatie’ was.

Verdachte als medepleger van het gebruik van de valse documenten

Gelet op het hiervoor overwogene ten aanzien van de onder feit 3 ten laste gelegde valsheid in geschrift heeft verdachte zich niet alleen schuldig gemaakt aan het opmaken van valse documenten (hetgeen hij heeft bekend ter terechtzitting), maar ook aan het medeplegen van het gebruik daarvan. Deze documenten zijn immers aan de verhuurders van de panden verstrekt om de huur door de katvangers mogelijk te maken en verdachte wist hiervan en wilde dit ook. Bovendien was verdachte regelmatig bij de feitelijke sluiting van een huurcontract betrokken. Uit het eerder beschreven handelen van verdachte en zijn medeverdachte is voorts gebleken dat verdachte een significante rol vervulde in de “bedrijfsvoering” van de hennepkwekerijen, en er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn broers.

Verdachte als lid van een criminele organisatie

Om van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht en/of artikel 11b van de Opiumwet te kunnen spreken, is vereist dat sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad, dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Van deelname is sprake als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel beoogde oogmerk. Voor strafbare deelname is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet dat er een organisatie bestaat en dat die organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Wetenschap van een of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd, is niet vereist, als de dader maar weet dat de organisatie het begaan van misdrijven beoogt. Evenmin is vereist dat de betrokkene daadwerkelijk heeft deelgenomen aan (alle) gepleegde misdrijven, noch dat hij heeft samengewerkt, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie.

Tussen verdachte en zijn medeverdachten bestond een vaste modus operandi. Als eerste werden katvangers benaderd op wiens naam woningen werden gehuurd met gebruikmaking van valse documenten. Deze documenten werden door verdachte vervalst. Het ging om salarisspecificaties en werkgeversverklaringen van zowel bestaande ondernemingen, als van een eigen onderneming van [medeverdachte 1] , die voor geen ander doel actief was. De katvangers ontvingen de huur in contante gelden, die zij stortten op hun bankrekening, of die van een gelieerde derde (familielid), en overmaakten op de rekening van de verhuurder. Verdachte en/of zijn medeverdachten hielden hierop actief toezicht. In de woningen werden hennepkwekerijen gebouwd en ingericht, waarbij weer andere personen werden betrokken. Het regelen hiervan kwam meer op [voornaam 1] en [medeverdachte 2] neer. Deze structuur is in grote lijnen telkens gehanteerd door verdachte en zijn broers [voornaam 1] en [medeverdachte 2] . Binnen deze structuur was voor verdachte een specifieke rol weggelegd, namelijk het vervalsen van documenten, zoals reeds omschreven. Ook voor [voornaam 1] en [medeverdachte 2] was een specifieke rol weggelegd binnen de organisatie, zo volgt uit verschillende getuigenverklaringen. Daarnaast maakten ook andere personen deel uit van de organisatie, ieder met een eigen taak, zoals het bouwen van hennephokken, het monitoren van de hennepkweek of het fungeren als tussenpersoon. Hieruit volgt tevens een bepaalde hiërarchie, waarin verdachte en zijn broers [voornaam 1] en [medeverdachte 2] bovenaan stonden. Dat het gaat om een duurzaam samenwerkingsverband volgt uit de periode waarin de organisatie actief was, namelijk ruim vier jaren, de hoeveelheid hennepkwekerijen en het aantal personen waarvan valse papieren is aangetroffen in de [tas] die bij verdachte thuis stond.


Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte en zijn medeverdachten handelden in een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband zoals begrepen dient te worden onder de in artikel 11b van de Opiumwet opgenomen term “organisatie”, waarbij zij één gezamenlijk oogmerk ten doel had, te weten het plegen van hennepgerelateerde misdrijven.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2012

tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Huissen, Ewijk ,

Dodewaard, Deurne, Oudheusden, Almere, Amsterdam en/of ‘s-Hertogenbosch en/of

(elders) in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke

organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte, en een of

meer perso(o)nen), onder wie (onder meer) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke

organisatie tot oogmerk had het plegen van:

- misdrijven als bedoeld in artikel 11 derde en vijfde lid van de

Opiumwet, te weten het telen bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of

verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig

hebben en/of vervaardigen van een of meer middel(en) als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet;

2.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2012

tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Huissen, Ewijk ,

Dodewaard, Deurne, Oudheusden, Almere, Amsterdam en/of ‘s-Hertogenbosch en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen, (telkens) -in de uitoefening van een beroep of bedrijf-

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk

geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (onder meer)

- in een pand, [adres 2] te ‘s-Hertogenbosch,

- in een pand, [adres 3] te Oudheusden,

- in een pand, [adres 4] te Deurne,

- in een pand, [adres 5] te Arnhem,

- in een pand, [adres 6] te Huissen,

- in een pand, [adres 7] te Ewijk ,

- in een pand, [adres 8] te Dodewaard,

- in een pand, [adres 9] te Nijmegen,

- in een pand, [adres 10] Le Nijmegen,

- in een pand, [adres 11] te Beuningen,

- in een pand, [adres 12] te Beuningen en/of

- in een pand, [adres 13] te Almere,

en/of (telkens) heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, althans

(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een -grote- hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan en/of een -grote- hoeveelheid

hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst: II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde

lid van die wet,

terwijl deze/dit feit(en) (telkens) betrekking hebben/heeft op een grote

hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wal aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die vet, welke

hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde

hoeveelheid van dat middel;

3.

hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Huissen, Ewijk , Lent, Dodewaard, Deurne, Oudheusden, Almere, Amsterdam, Rhoon, Vlaardingen

en/of ‘s-Hertogenbosch en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een werkgeversverklaring en/of een salarisspecificatie/salarisstrook, - (elk) zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt

of vervalst, immers hebben/heeft verdachte en/of verdachtes mededader(s)

(telkens) valselijk -zakelijk weergegeven- op die werkgeversverklaring en/of

die salarisspecificatie/salarisstrook gegevens van een (fictief) bedrijf

(-onder meer- [naam 2] en/of

[naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of

[naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8]

en/of [naam 9] en/of [naam 10] ) en/of een naam van een (fictieve)

werknemer (onder wie [naam 11] , [naam 12] , [naam 13] , [naam 14]

, [naam 15] , [naam 16] , [naam 17] en/of [naam 18] ) en/of

een (fictieve) loonsom vermeld en/of die werkgeversverklaring getekend met een

handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van de (fictieve)

werkgever, ter bevestiging van de juistheid van de op die werkgeversverklaring

vermelde gegevens, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;


en/of


hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 4 oktober 2016 te Beuningen, Arnhem, Nijmegen, Huissen, Ewijk , Lent

Dodewaard, Deurne, Oudheusden, Almere, Amsterdam, Vlaardingen en/of

‘s-Hertogenbosch en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt

van een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een

salarisspecificatie/salarisstrook, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd

was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en)

echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat verdachte

en/of verdachtes mededader(s) die werkgeversverklaring en/of een

salarisspecificatie/salarisstrook hebben/heeft verstrekt aan een verhuurder

van een woning/pand en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin

dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) valselijk -zakelijk

weergegeven- op die werkgeversverklaring en/of die

salarisspecificatie/salarisstrook gegevens van een (fictief) bedrijf (-onder

meer- [naam 2] en/of [naam 3]

en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6]

en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9]

en/of [naam 10] ) en/of een naam van een (fictieve) werknemer (onder wie

[naam 11] , [naam 12] , [naam 13] , [naam 14] , K.E. Van

Rhemen, [naam 16] , [naam 17] en/of [naam 18]) en/of een (fictieve)

loonsom hebben/heeft vermeld en/of die werkgeversverklaring hebben/heeft

getekend met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van de

(fictieve) werkgever, ter bevestiging van de juistheid van de op die

werkgeversverklaring vermelde gegevens,

en/of toen aldaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, (telkens) opzettelijk hiervoor genoemd(e) valselijk opgemaakt(e) en/of

vervalst(e) geschrift(en), die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig

feit te dienen, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij

(telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze/dit geschrift(en)

bestemd waren/was om gebruik van te maken als ware die/dat geschrift(en) echt

en onvervalst.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 3:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 6 maanden, met aftrek van de tijd die is doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis.

Het standpunt van de verdediging
Door de verdediging is voornamelijk vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft verzocht aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest en eventueel een werkstraf. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte verantwoordelijk is voor de zorg voor zijn dochter en zijn moeder.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Ook heeft de rechtbank gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 2 mei 2017.

Naar het oordeel van de rechtbank doet de door de officier van justitie geëiste straf niet geheel recht aan de ernst van de feiten.

Verdachte heeft zich gedurende een aanzienlijke periode schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Door veelvuldig werkgeversverklaringen en loonstroken te vervalsen heeft verdachte ervoor gezorgd dat zogenaamde katvangers woningen konden huren waar vervolgens hennepkwekerijen in werden gebouwd. Als katvangers werden voornamelijk kwetsbare personen geselecteerd die op deze manier door verdachte en zijn medeverdachten soms tegen hun zin bij misdrijven werden betrokken. Dit deden zij in een nauw samenwerkende organisatie, waarin verdachte een leidende, geraffineerde en onmisbare rol heeft gespeeld. Een dergelijke organisatie heeft een ontwrichtende werking op de maatschappij, doordat zij in belangrijke mate bijdraagt aan benadeling van de volksgezondheid en aan het circuit van crimineel geld dat alleen via inzet van (andere) criminele middelen kan worden witgewassen. Het is een feit van algemene bekendheid dat met handel in softdrugs aanzienlijke financiële belangen zijn gemoeid en grote winsten worden behaald en dat deze niet zelden hand in hand gaan met geweld, bedreigingen en ripdeals. Daar komt bij dat in de zaak van verdachte alle hennepkwekerijen in woonwijken stonden, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat hennepkwekerijen brandgevaar met zich meebrengen. Aan hennephandel medewerking verlenen, op welke wijze dan ook, is laakbaar en dit neemt de rechtbank verdachte dan ook bijzonder kwalijk. Bovendien heeft verdachte door het vervalsen van documenten en het in veel gevallen ook gebruiken van deze documenten het vertrouwen dat in het algemeen in geschriften met een bewijsbestemming moet kunnen worden gesteld geschonden, de economische rechtsorde ondermijnd en verhuurders van woningen - die soms zelfs als verdacht van betrokkenheid bij een hennepkwekerij werden gehoord en opgehouden voor verhoor - nadeel berokkend.
Gelet op de aard en de ernst van de strafbare feiten acht de rechtbank enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, langer dan door de officier van justitie geëist, passend. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest.

Ten aanzien van het beslag op het geldbedrag dat in de woning van verdachte in beslag is genomen, merkt de rechtbank op dat het gaat om conservatoir beslag en dat de afwikkeling hiervan zich aan het oordeel van de rechtbank onttrekt.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 47, 57, 91, 140 en 225 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11, 11b en 13 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. J.M. Klep en mr. S.H. Keijzer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Diebels en mr. C.T.P.M. van Aarssen griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juli 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal inzake Onderzoek Fagot (ONRAA14026), gesloten op 14 februari 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 5999-6005.

3 Het proces-verbaal van verhoor [naam 12] , p. 1172-1174.

4 Het proces-verbaal van verhoor [naam 12] bij de rechter-commissaris.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 3120-3121, werkgeversverklaring p. 3160 en salarisstrook p,. 3161.

6 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting 12 juni 2017.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 873-881.

8 Het proces-verbaal zaaksdossier 1, p.195-196.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 873-881, het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 968-969, de salarisspecificatie p. 3212 en de werkgeversverklaring, p. 3213.

10 Het proces-verbaal van verhoor [naam 21] , p. 939-943 en de verklaring van [naam 14] bij de rechter-commissaris.

11 Het proces-verbaal van verhoor [naam 14] , p. 981-983 met bijlagen.

12 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 962-964.

13 E-mailbericht van [getuige] , p. 3252 met bijlagen op p. 3273 (werkgeversverklaring) en 3274 (salarisspecificatie).

14 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 juni 2017.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 988-989.

16 Het proces-verbaal van bevindingen nr. 1704, later ingekomen en ongenummerd.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 1069-1070.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 990, het proces-verbaal van bevindingen nr. 1704, later ingekomen en ongenummerd en het proces-verbaal van bevindingen, p. 1067-1068.

19 Het proces-verbaal van verhoor [naam 15] , p. 1065 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 990.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 992-993; werkgeversverklaring, p. 1075; salarisspecificatie, p. 1076.

21 Het proces-verbaal van verhoor [naam 15] , p. 1973-1975 en het proces-verbaal van verhoor [naam 15] , p. 1080.

22 Het proces-verbaal van verhoor [naam 27] , p. 3599 met bijlagen op p. 3577 (werkgeversverklaring) en 3575 (salarisspecificatie).

23 Het proces-verbaal van verhoor [naam 15] , p. 1083.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 3460 met de werkgeversverklaring op p. 3468 en de salarisspecificatie op p. 3469.

25 Het proces-verbaal van verhoor [naam 15] , p. 1080.

26 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 juni 2017.

27 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 249-251.

28 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 289.

29 Huurcontract zelfstandige woonruimte, p. 2584-2588 en huurcontract zelfstandige woonruimte, p. 2408-2411.

30 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2579-2580; kopie id-kaart, p. 2591; salarisspecificatie, p. 2590; werkgeversverklaring, p. 2589.

31 Proces-verbaal verhoor [naam 30] , p. 2731.

32 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2405-2406; kopie id-kaart, p. 2414; salarisspecificatie, p. 2416; werkgeversverklaring, p. 2417.

33 Proces-verbaal van verhoor [naam 33] , p. 2419.

34 Proces-verbaal van verhoor [naam 12] , p. 456-457

35 Proces-verbaal van verhoor [naam 12] , p. 462.

36 Proces-verbaal van verhoor [naam 11] , p. 295.

37 Proces-verbaal bevindingen, p. 311-313.

38 Proces-verbaal analyse historische verkeersgegevens, p. 314-316.

39 Proces-verbaal van bevindingen, p. 245-246.

40 Proces-verbaal van verhoor [naam 35] , p. 431-434.

41 Proces-verbaal van verhoor [naam 35] , p. 6548.

42 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 juni 2017.

43 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 1342-1344.

44 Proces-verbaal van verhoor [naam 36] , p. 1349.

45 Proces-verbaal van verhoor [naam 36] , p. 1350.

46 Proces-verbaal van verhoor [naam 36] , p. 1353-1354.

47 Proces-verbaal van verhoor [naam 39] , p. 1357.

48 Proces-verbaal van verhoor [naam 39] , p. 1358.

49 Proces-verbaal van verhoor [naam 37] , p. 1367-1368.

50 Proces-verbaal van verhoor [naam 37] , p. 1374.

51 Tapgesprek, p. 1378.

52 Proces-verbaal analyse verkeersgegevens, p. 1381-1383.

53 Proces-verbaal van bevindingen, p. 3817; kopieën van acceptgirokaarten, p. 3819-3820; kopieën van bankpassen en ID-kaarten, p. 3821-3827.

54 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 juni 2017.

55 Huurcontract zelfstandige woonruimte, p. 2795-2789.

56 Proces-verbaal van bevindingen, p. 280.

57 Proces-verbaal ven bevindingen, p. 288.

58 Proces-verbaal van bevindingen, p. 2793, werkgeversverklaring, p. 2799 en salarisspecificatie, p. 2800.

59 Het proces-verbaal van verhoor [naam 44] , p. 2849-2851.

60 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 juni 2017.

61 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2396 (met bijlage, excellijst), de kopie van identiteitsbewijs, p. 3948-3949, de kopie van de bankpas, p. 3953, de salarisspecificatie, p. 3944 en 3951 en de werkgeversverklaring, p. 3954.

62 Het inschrijfformulier huurwoning [straatnaam 5] te Nijmegen, p. 3938.

63 Het proces-verbaal van verhoor [naam 45] , p. 3967-3968.

64 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 juni 2017.

65 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2396 (met bijlage, excellijst), de kopie van de werkgeversverklaring, p. 3711 en de kopie van de salarisspecificatie, p. 3712.

66 De verklaring van [naam 16] via een rechtshulpverzoek d.d. 1 maart 2017, ongenummerd en de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 12 juni 2017.

67 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 3766 en de kopie van de salarisspecificatie, p. 37776.

68 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 2396 (met bijlage, excellijst) en het proces-verbaal van bevindingen, p. 3814 en de kopie van de aangetroffen salarisspecificatie, p. 3815.

69 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 3709.

70 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 juni 2017.

71 [adres 11] Beuningen: proces-verbaal van bevindingen 3206, p. 2514. [adres 12] Beuningen, proces-verbaal van bevindingen 3338, p. 2737. [adres 17] Beuningen, p. 2920. [adres 4] Deurne, proces-verbaal van bevindingen 3310, p. 3275. [adres 14] Arnhem, proces-verbaal van bevindingen 3313, p. 3419. [adres 7] Ewijk , proces-verbaal van bevindingen 3315, p. 3552. [adres 6] Huissen, proces-verbaal van bevindingen 3321, p. 3649. [adres 9] Nijmegen, proces-verbaal van bevindingen 3178, p. 3725. [adres 10] , proces-verbaal van bevindingen 3202, p. 3814.

72 Proces-verbaal zaaksdossier 1, p. 229.