Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:3984

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-07-2017
Datum publicatie
25-09-2017
Zaaknummer
05/880737-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft op 24 juli 2017 een 24-jarige man uit Benthuizen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 maanden. De man heeft in de nacht van 19 april 2016 in Borculo samen met een ander het sleutelkastje van de toen 91-jarige aangeefster opengebroken, om vervolgens met gebruik van de huissleutel de woning te betreden en een pinpas met pincode weg te nemen. Met deze pinpas is een geldbedrag van €1250,-- van de rekening van aangeefster gehaald. De mannen zijn daarna naar de woning van aangeefster teruggegaan.

De rechtbank vindt dat sprake is van zeer brutale feiten. Bij het bepalen van de straf heeft zij rekening gehouden met het feit dat aangeefster een oude, kwetsbare vrouw is die externe zorg nodig heeft. Het ouderencomplex lijkt doelbewust te zijn uitgekozen.

Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat de man eerder is veroordeeld voor onder meer dieftallen en een inbraak. De rechtbank vindt dat verdachte, gelet op de ernst van de feiten, zwaarder gestraft moet worden dan dat de officier van justitie heeft geëist. Eerdere pogingen om verdachte te begeleiden en hulp te bieden, hebben niet gewerkt. Daarom heeft de rechtbank geen voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden opgelegd.

Het geld dat verdachte van de rekening van aangeefster heeft gepind, is verbeurd verklaard. Dat betekent dat dit geld van de man wordt afgepakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/880737-16

Datum uitspraak : 24 juli 2017

Tegenspraak (art. 279 Sv)

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] .

Raadsman: mr. F.C. Knoef, advocaat te 's-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 maart 2017 en 10 juli 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 april 2016 te Borculo, gemeente Berkelland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

-een (huis)sleutel,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij op of omstreeks 19 april 2016 te Borculo, gemeente Berkelland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 2] , heeft weggenomen:

-een (geld)kistje en/of

-een bankpas (met pincode) en/of

-een zaklamp, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, te weten door (zonder toestemming) gebruik te maken van de huissleutel van die [slachtoffer] ;

3.

hij op of omstreeks 19 april 2016 te Borculo, gemeente Berkelland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat heeft weggenomen:

-een geldbedrag (totaal groot 1250 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (zonder toestemming) gebruik te maken van de bankpas van die [slachtoffer] en/of de (bij die bankpas horende) pincode.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten. Het sleutelkastje waarin de huissleutel van [slachtoffer] (hierna: aangeefster) zat, is opengebroken. Met de huissleutel is de voordeur van aangeefster opengemaakt, waarna uit de woning een geldkistje, een zaklamp en een bankpas met pincode zijn weggenomen. Met de bankpas van aangeefster is een geldbedrag van € 1250,-- gepind. Verbalisanten zagen een persoon van het balkon van aangeefster springen en hebben hem achtervolgd. Dit bleek verdachte te zijn. De kleding van verdachte komt overeen met de kleding van de pinnende persoon op de camerabeelden. Verdachte was samen met zijn broer in de woning van aangeefster. Het gepinde geldbedrag is teruggevonden in de auto waarin verdachte en zijn broer vaker samen zijn gezien. Verdachte heeft niet verklaard wat hij in Borculo deed. Volgens de officier van justitie is sprake van medeplegen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat onder verdachte geen goederen zijn aangetroffen die van de inbraak afkomstig zijn. Daarnaast is niet goed vastgelegd wat verdachte aanhad en bij zich droeg toen hij werd aangehouden. Dat maakt dat niet mag worden aangenomen dat verdachte bepaalde goederen ten tijde van de aanhouding bij zich droeg. Niet kan worden bewezen dat verdachte de pinnende persoon op de camerabeelden is en evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte de sleutel van de [auto] bij zich droeg ten tijde van de aanhouding. De verslaglegging op dit punt is gebrekkig. Als de rechtbank vindt dat wel kan worden bewezen dat verdachte die sleutel bij zich had, betekent dat nog niet dat verdachte de in de auto aangetroffen goederen en het geldbedrag daar neer heeft gelegd. Niet kan worden vastgesteld dat de pinpas van aangeefster in de ten laste gelegde nacht is weggenomen. Bovendien bevat het dossier sterke aanwijzingen dat andere mensen eerder die nacht bij aangeefster hebben ingebroken.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde heeft begaan. Dat volgt uit de volgende bewijsmiddelen.

Getuige [getuige1] heeft verklaard dat zij op 19 april 2016 de ochtendkrant bezorgde bij flats aan de [adres 2] met nummer 5 in Borculo, toen zij in de centrale hal van het pand twee jongens zag staan.2 Dit was tussen 04.30 uur en 04.40 uur.3 Zij deden hun schoenen uit en gingen een deur van de bejaardenwoning links in de hal in. De deur bleef op een kier staan.4 Toen de politie was gearriveerd zag zij door het glas van de centrale hal dat de voordeur een stukje verder open ging.5

Gezien is dat twee personen te voet wegvluchtten bij de woning.6


Verbalisant [verbalisant1] was die nacht ter plaatse. Hij zag dat het sleutelkastje bij de hoofdingang van de flat met perceelnummer 5 was opengebroken en dat er geen sleutel meer in zat. Hij zag ook dat de eerste deur aan de linkerzijde na de hoofdingang open stond. Dit bleek [adres 2] te zijn. Hij zag een getinte man om het hoekje kijken vanuit de geopende deur. De man stond in de woning en keek naar buiten. [verbalisant1] hoorde vervolgens een geluid van het openen van een schuifdeur aan de andere kant van de flat en is daarheen gerend. Hij zag dat de schuifdeur van [adres 2] op een kier stond.7 [verbalisant1] hoorde een collega roepen: ‘Staan blijven!’. Hij zag daarna een jongen vlak langs hem wegrennen. Verbalisant zag de jongen over de [adres 3] lopen en is samen met verbalisant [verbalisant2] achter hem aangerend. De man sprong in het water en liep in de richting van een terras. Daar klom hij over een schutting. Nadat verbalisant de jongen kort uit het oog was verloren, zag hij op de klinkers in de tuin achter de schutting waar de jongen overheen was geklommen natte voetsporen. Even verderop trof hij met collega’s weer natte voetsporen aan. Dit spoor stopte bij een metalen trap, die uitkwam op een dakterras. Verdachte is op het dakterras, onder een met zeil afgedekte tafel, aangetroffen.8

Verbalisant [verbalisant2] , die samen met [verbalisant1] achter de jongen aanrende, zag dat de jongen een zwarte jas of vest droeg en een lichtgrijze broek.9 Hij zag dat de persoon onder de tafel (hierna: verdachte) voldeed aan dit signalement. De broek van verdachte was nat.10

Verbalisant [verbalisant3] heeft beschreven dat hij de persoon, die in de richting van de [adres 3] is gerend en is achtervolgd door de politie van een balkon heeft zien springen. Dit bleek het balkon van [adres 2] te zijn.11

Op grond van het bovenstaande concludeert de rechtbank dat verdachte in ieder geval één van de twee mannen is geweest die in de woning van aangeefster is geweest omstreeks 4.30 uur.

[slachtoffer] woont aan de [adres 2] in Borculo en heeft verklaard dat zij op 19 april 2016 rond 05.30 uur wakker werd omdat er twee verbalisanten in haar slaapkamer stonden. Zij zag dat er in de woonkamer een ladekastje en een buffetkast open stonden. Dat was nog niet zo toen zij ging slapen. Ze zag verder dat haar pinpas en het briefje met de pincode niet meer in haar portemonnee zaten.12 Ook mist ze een zaklampje. Deze lag in de ladekast in de woonkamer.13 Uit de logeerkamer is een geldkistje weggenomen.14 Met de sleutel uit het sleutelkastje bij de toegangsdeur van de flat kon haar voordeur worden geopend.15

Op 19 april 2016 is onder het balkon van [adres 2] een goudgeel kleurige zaklamp aangetroffen.16 Aangeefster herkent deze als haar zaklamp.17 Op 21 april 2016 is in de bosjes op de kruising van de [adres 2] met de [adres 4] een geldkistje aangetroffen.18 Aangeefster heeft verklaard dat dit haar geldkistje is.19

Op 19 april 2016 is om 04.10 uur een geldbedrag van € 1250,-- gepind van de bankrekening van aangeefster. Dit geldbedrag is opgenomen in coupures van € 50,--.20

Op grond van het bovenstaande concludeert de rechtbank dat die nacht onder andere de pinpas van aangeefster is gestolen en dat daarmee op een eerder tijdstip is gepind dan dat verdachte is aangetroffen. De vraag is of het verdachte is die die nacht heeft gepind met de gestolen pinpas, hetgeen zou betekenen dat verdachte ook eerder die nacht in de woning van aangeefster is geweest.

Op de camerabeelden van de bank is de desbetreffende pintransactie te zien. De pinnende persoon draagt een baseballcap en heeft een donkere sjaal om zijn nek en een deel van zijn gezicht. De sjaal heeft meerdere kabelpatronen in de lengterichting van de sjaal.21 De pinner draagt een jas of vest met daaraan een capuchon met aan de voorzijde, ter hoogte van de borst, anderskleurige stiksels. Deze zijn schuin, van boven naar beneden, aangebracht. Op de linkermouw ter hoogte van de bovenarm zit een stiksel, mogelijk van een jaszak of ritssluiting. Deze jaszak of ritsluiting had een andere kleur dan de rest van de jas. De persoon draagt een donkere bril met een hoekig en strak montuur. Door weerkaatsing is te zien dat de bril is voorzien van heldere glazen.22

In de fouillering van verdachte is een zwart vest met capuchon aangetroffen. Het vest was voorzien van anderskleurige ritsluitingen op de rechterborst. Deze ritsluiting was schuin, van boven naar beneden, aangebracht. Op de linkermouw, ter hoogte van de bovenarm, zat een anderskleurige ritsluiting. Verder is een bril met een zwart, hoekig en strak montuur aangetroffen. De bril had heldere glazen.23 Daarnaast zat in de fouillering van verdachte een zwarte baseballcap.24

Onder verdachte is ook een autosleutel van het merk [auto] in beslag genomen. Deze sleutel paste bij een [auto] die op 19 april 2016 aan de [adres 2] in Borculo geparkeerd stond.25 In deze [auto] zijn in totaal 26 briefjes van € 50,-- aangetroffen, waarvan 25 briefjes (opmerking rechtbank: 25 x € 50,-- = € 1250,--) dubbelgevouwen in een hoes van de autopapieren in het dashboardkastje lagen.26 Verder is in de auto een zwarte sjaal aangetroffen met een in de lengte gericht kabelpatroon.27

Ook lag er een ID-kaart in de auto, op naam van [naam 1] , de broer van verdachte.28 Verbalisant [verbalisant4] is gevraagd om uit te kijken naar de tweede persoon die in de nacht van 19 april 2016 is weggerend. Aan [verbalisant4] is het paspoort van [naam 1] getoond.29 Rond 07.55 uur zag zij een man rennen op de [adres 5] in Borculo. De man stapte in een auto die net kwam aanrijden. [verbalisant4] herkende de man als de persoon op de foto van het paspoort.30 Hierop is [naam 1] aangehouden.31

Verdachte en zijn broer hebben geen verklaring willen afleggen.

Op grond van het bovenstaande concludeert de rechtbank dat de onder verdachte aangetroffen kleding overeenkomt met de kleding van de pinner. Het gaat dan om diverse kledingstukken (jas, pet, sjaal, en bril) waarbij in ieder geval de jas zeer specifieke kenmerken heeft door de andersgekleurde, schuin gestikte van boven naar beneden aangebrachte stiksels/rits. Bovendien is in de auto, waarvan verdachte de sleutel bij zich droeg, € 1250,-- in briefjes van 50 euro aangetroffen en dat komt overeen met het gepinde bedrag. Het feit dat niet alleen de jas, maar ook pet, sjaal, bril en geld overeenkomen, komt naar het oordeel van de rechtbank een dusdanig grote bewijswaarde toe dat op grond daarvan kan worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die op de beelden van de bank te zien is als de pinner.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde. Doordat het sleutelkastje is opengebroken, is sprake van braak. Door zonder toestemming van aangeefster haar huissleutel en de pinpas (met pincode) te gebruiken, heeft verdachte gebruik gemaakt van valse sleutels.

Getuige [getuige1] heeft twee mannen gezien bij de woning van aangeefster en de politie heeft twee personen uit de woning zien wegrennen. In de [auto] is het paspoort van [naam 1] gevonden. Enkele uren na de aanhouding van verdachte, is [naam 1] in Borculo aangehouden. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een gezamenlijke uitvoering tussen verdachte en zijn broer en dat daarom sprake is van medeplegen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 19 april 2016 te Borculo, gemeente Berkelland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

-een (huis)sleutel,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij op of omstreeks 19 april 2016 te Borculo, gemeente Berkelland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 2] , heeft weggenomen:

-een (geld)kistje en/of

-een bankpas (met pincode) en/of

-een zaklamp, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, te weten door (zonder toestemming) gebruik te maken van de huissleutel van die [slachtoffer] ;

3.

hij op of omstreeks 19 april 2016 te Borculo, gemeente Berkelland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een geldautomaat heeft weggenomen:

-een geldbedrag (totaal groot 1250 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (zonder toestemming) gebruik te maken van de bankpas van die [slachtoffer] en/of de (bij die bankpas horende) pincode.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Ten aanzien van feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning door iemand die zich aldaar buiten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot het plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels.

Ten aanzien van feit 3:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ten aanzien van het onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke strafdeel moeten de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, te weten een meldplicht, een ambulante behandelverplichting en de verplichting om mee te werken aan een project voor dagbesteding. De officier van justitie heeft daarnaast een geldboete van € 1250,-- geëist.
Bij het bepalen van de eis heeft zij rekening gehouden met de ernst van het feit. De feiten vonden plaats terwijl aangeefster lag te slapen. Zij moet zich veilig kunnen voelen in haar eigen huis. Verdachte heeft aangeefster een gevoel van onrust en onveiligheid bezorgd en heeft daar geen enkele verantwoordelijkheid voor genomen. De officier van justitie heeft daarnaast rekening gehouden met het feit dat verdachte wegens onder meer diefstal eerder is veroordeeld tot een forse gevangenisstraf. Verdachte leek niet gemotiveerd voor het door de reclassering geadviseerde traject, maar dit lijkt te zijn veranderd. Een grote onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal dit traject doorkruisen.

Aangeefster is schadeloos gesteld door de bank. Op het geldbedrag van € 1250,-- ligt conservatoir beslag. De officier van justitie heeft de geldboete geëist, zodat de € 1250,-- voor de executie daarvan kan worden aangewend.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om aan verdachte een taakstraf, met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hij heeft de rechtbank verzocht om rekening te houden met het feit dat verdachte zich aan de bijzondere voorwaarden van de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft gehouden. Hij heeft inmiddels dagbesteding en is in contact gebleven met de reclassering en Zorgstede. Verdachte heeft een woning en gaat trouwen. Het is daarom aannemelijk dat de komende jaren een ommekeer bij verdachte zal plaatsvinden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 31 mei 2017.

- een beknopt advies van Reclassering Nederland, gedateerd 21 april 2016;

- een beknopt advies van Reclassering Nederland, gedateerd 26 september 2016; en

- een reclasseringsadvies van Palier forensische en intensieve zorg, gedateerd 7 maart 2017.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het volgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van inbraken in de woning van de toen 91-jarige aangeefster [slachtoffer] . Verdachte en zijn broer hebben in de nacht van 19 april 2016 het sleutelkastje van aangeefster opengebroken, om vervolgens met gebruik van de huissleutel de woning te betreden en een pinpas met pincode weg te nemen. Met deze pinpas is een geldbedrag van €1250,-- van de rekening van aangeefster gehaald. Kennelijk was dit voor de daders nog niet genoeg. Zij zijn daarna namelijk nog een keer naar de woning van aangeefster gegaan. Sprake is van zeer brutale feiten.

Aangeefster is een oude, kwetsbare vrouw. Haar huissleutel bevond zich in een sleutelkastje aan de buitenmuur van het appartementencomplex, omdat zij externe zorg nodig heeft. Aangeefster moet erop kunnen vertrouwen dat de sleutel alleen met dit doel gebruikt wordt en dat zij veilig is in haar eigen huis. Verdachte heeft dit vertrouwen ernstig beschaamd. Het appartementencomplex waar aangeefster woont, lijkt doelbewust te zijn uitgekozen waarmee dus ook doelbewust een zeer kwetsbaar slachtoffer is uitgekozen. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

Uit het reclasseringsadvies van Palier (hierna: reclassering) volgt dat verdachte sinds zijn zestiende levensjaar in aanraking komt met justitie. Sindsdien heef hij verschillende reclasseringscontacten, behandelverplichtingen en trainingen opgelegd gekregen. Dit heeft echter niet tot voorkoming van recidive geleid. Verdachte staat in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis onder toezicht, maar komt niet alle afspraken en bijzondere voorwaarden na. Hij is wel in staat om goed te verwoorden waar hij de fout in gaat en hoe het anders zou kunnen. In het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis ontvangt verdachte hulp van Zorgstede. De reclassering is van mening dat de ingezette hulp vanuit de Zorgstede gecontinueerd moet worden. Daarnaast is het van belang dat verdachte een dagbesteding heeft zodat hij structuur en regelmaat in zijn leven krijgt. De reclassering is zich bewust van het feit dat verdachte diverse kansen heeft gekregen en toch weer in aanraking kwam met justitie. Verdachte geeft aan dat hij nu wel hulp wil accepteren. Gezien de jonge leeftijd van verdachte, het verkrijgen van een huis en het voorgenomen huwelijk lijkt er een verandering in het leven van verdachte plaats te vinden. De reclassering adviseert bijzondere voorwaarden, zodat verdachte kan worden toegeleid naar dagbesteding en zodat zicht kan worden gehouden op de begeleiding van Zorgstede.

De rechtbank constateert dat verdachte eerder (fors) is veroordeeld ten aanzien van onder meer diefstallen en een inbraak. Deze straffen, het eerder opgelegde reclasseringstoezicht en de eerder aangeboden hulp, hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw in de fout te gaan.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, gelet op de ernst van de feiten, zwaarder gestraft moet worden dan de officier van justitie heeft geëist. Eerdere pogingen om verdachte te begeleiden en hulp te bieden, hebben niet gewerkt. Verdachte lijkt ook nu niet werkelijk gemotiveerd om hulp te aanvaarden en zijn leven op de rit te krijgen. Dat is waarom de rechtbank geen voorwaardelijk strafdeel met daarbij bijzondere voorwaarden zal opleggen.

Het voorgaande, alles in samenhang bezien, maakt dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden. De tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt daarop in mindering gebracht. Een lagere straf zou geen recht doen aan de kwetsbaarheid van het slachtoffer, de brutaliteit van de feiten en het strafblad van verdachte.

Ten aanzien van het beslag

Uit het dossier volgt dat ten aanzien van het geldbedrag van €1250,-- conservatoir beslag is gelegd. Dit staat niet in de weg aan verbeurdverklaring. Dit geldbedrag, dat toebehoort aan aangeefster [slachtoffer] , is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het door middel van het onder 3 bewezen verklaarde is verkregen. De rechtbank zal dit bedrag dan ook verbeurd verklaren.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 24, 33, 33a, 47, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd een geldbedrag van €1250,--.;

heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en

mr. M.J.M. Krabbe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Kolkman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juli 2017.

mr. M.J.M. Krabbe is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant10] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016191385-86, gesloten op 3 juni 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige1] , p. 88.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige1] door de rechter-commissaris d.d. 4 mei 2017.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige1] , p. 88.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige1] , p. 89.

6 Proces-verbaal van aanhouding [naam 1] , p. 57.

7 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant1] , p. 105.

8 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant1] , p. 106.

9 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant2] , p. 111.

10 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant2] , p. 112.

11 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant3] , p. 130.

12 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 72.

13 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer] , p. 78.

14 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 72.

15 Proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer] , p. 77.

16 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant5] , p. 114.

17 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant6] , p. 117.

18 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant7] , p. 239.

19 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant8] , p. 236.

20 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige2] , p. 91 en proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens 126 nd Sv, p. 154 en de daarbij behorende bijlage 2, p. 157.

21 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant8] , p. 163 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant9] , p. 179.

22 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant9] , p. 166 .

23 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant9] , p. 166.

24 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant10] , p. 174.

25 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant11] , p. 129 en Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant3] , p. 131.

26 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant12] en [verbalisant13] , p. 127.

27 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant12] en [verbalisant13] , p. 127 en proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant9] , p. 179.

28 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant3] , p. 131.

29 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant14] , p. 120 en proces-verbaal van [naam 1] , p. 57.

30 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant14] , p. 120 en 121 en proces-verbaal van [naam 1] , p. 57.

31 Proces-verbaal van aanhouding [naam 1] , p. 57 en 58.