Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:3685

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-07-2017
Datum publicatie
14-07-2017
Zaaknummer
05/840369-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft een 46-jarige man uit Lochem veroordeeld voor een winkeldiefstal onder bedreiging met geweld en voor heling tot een gevangenisstraf van 230 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. De tijd die de man in voorarrest heeft doorgebracht, wordt van deze gevangenisstraf afgetrokken. Daarnaast zal de man een klinische behandeling moeten ondergaan en zich moeten houden aan nog een aantal voorwaarden. Ook moet de man een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand uitzitten, omdat hij nu wederom strafbare feiten heeft gepleegd. Van een andere eerder opgelegde voorwaardelijke straf wordt de proeftijd verlengd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/840369-17, 05/840263-17 (gevoegd ter terechtzitting), 05/055732-16 (tul) en 05/840426-14 (tul)

Datum uitspraak : 14 juli 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

thans gedetineerd te HvB Ooyerhoekseweg - Zutphen te Zutphen.

Raadsman: mr. J. Zevenboom, advocaat te Almere-Haven.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 juni 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

05/840263-17

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 maart 2017, in de gemeente Zutphen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een winkel (aan of nabij de Polsbroek 77 aldaar) heeft weggenomen een hoeveelheid tubes zalf (Zwitsal producten), in elk geval enig(e) (winkel)goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [benadeelde 1]

(assistent supermarkt manager Albert Heijn), en/of een persoon, genaamd [benadeelde 2] (medewerker Albert Heijn), en/of een persoon, genaamd [benadeelde 3] (supermarkt manager Albert Heijn), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat verdachte - nadat/terwijl hij door genoemde [benadeelde 1] en/of genoemde [benadeelde 2] en/of genoemde [benadeelde 3] was aangesproken en/of staande gehouden en/of vastgepakt - opzettelijk gewelddadig heeft gerukt of getrokken in een

andere richting dan die waarin genoemde [benadeelde 1] en/of genoemde [benadeelde 2] en/of genoemde [benadeelde 3] hem, verdachte, wilde(n) brengen en/of houden, en/of opzettelijk gewelddadig en/of dreigend een zak(mes) ter hand heeft genomen en/of heeft getoond aan genoemde [benadeelde 1] en/of genoemde [benadeelde 2] en/of genoemde [benadeelde 3] , en/of (daarbij) doende is geweest dat (zak)mes open te klappen, en/of opzettelijk dreigend tegen genoemde [benadeelde 1] en/of genoemde [benadeelde 2] en/of genoemde [benadeelde 3] heeft gezegd of geroepen: "Ik weet je te vinden, ik kom terug" en/of "Laat me los, blijf

van me af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

05/840369-17

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Lochem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een auto (geparkeerd op of aan of bij het Stationsplein aldaar) heeft weggenomen een navigatiesysteem (TOM TOM), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de politie Eenheid Oost-Nederland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen navigatiesysteem onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Lochem, een goed, te weten een navigatiesysteem (TOM TOM), heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs kon vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 05/840263-17 tenlastegelegde en het onder 05/840369-17 primair tenlastegelegde. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het tenlastegelegde onder 05/840263-17 bepleit dat voor zover verdachte bedreigende woorden heeft geuit, hij dat niet heeft gedaan met het oogmerk om aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken of het bezit van de buit te verzekeren. Verdachte wilde met rust worden gelaten. Ten aanzien van het primair tenlastegelegde onder 05/840369-17 heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om te concluderen dat verdachte de diefstal gepleegd heeft. Het subsidiair tenlastegelegde, de opzetheling, is door verdachte bekend.

Beoordeling door de rechtbank

05/840263-17 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1] , d.d. 10 maart 2017;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [benadeelde 3] , d.d. 10 maart 2017;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 juni 2017.

Oogmerk bedreiging

Nadat verdachte de diefstal gepleegd had in de supermarkt, werd hij aangesproken door het supermarktpersoneel. Daarop riep verdachte onder andere dat het personeel van hem af moest blijven, hem los moest laten en dat hij weg wilde.2 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij gezegd heeft: “laat me los, of ik pak mijn mes”.3 In deze uitlatingen van verdachte leest de rechtbank dat verdachte deze uitlatingen heeft gedaan om, nadat hij betrapt werd door het supermarktpersoneel, te vluchten of om weg te komen met de buit. Verder heeft verdachte geprobeerd zich los te trekken en ontstond er duw- en trekwerk tussen hem en het personeel.4 Gelet op de uitlatingen en gedragingen van verdachte en de uiterlijke verschijningsvorm daarvan had verdachte, naar het oordeel van de rechtbank, wel degelijk het oogmerk om aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken of om het bezit van de buit te verzekeren.

05/840369-17 5

Primair

Op 20 maart 2017 kwam bij de politie omstreeks 17:58 uur een melding binnen dat het signaal van een lok-TomTom was afgegaan. Het signaal verplaatste zich van het station van Lochem, naar de Albert Heijn en even later naar de [adres] Bij perceelnummer [nummer] liep de meter van de locator sterk op. In de woning aan de [adres] werd de

lok-TomTom aangetroffen. Verdachte staat op dat adres ingeschreven en was als enige in de woning aanwezig. Hij werd aangehouden. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de TomTom op straat gekocht heeft van iemand voor € 25,-.

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende concreet blijkt op welke tijdstippen het signaal van de lok-TomTom zich verplaatste door Lochem. Daarom kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de diefstal van de lok-TomTom gepleegd heeft. Verdachtes verklaring dat hij de lok-TomTom op straat heeft kunnen kopen van iemand, kan onvoldoende door de bewijsmiddelen worden uitgesloten, nu niet duidelijk is wanneer het signaal zich precies verplaatste en hoe lang het signaal op verschillende locaties is blijven hangen. Verdachte zal van het primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Subsidiair

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aanhouding, p. 12-13;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 juni 2017.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 05/840263-17 en het onder 05/840369-17 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

05/840263-17

hij op of omstreeks 10 maart 2017, in de gemeente Zutphen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een winkel (aan of nabij de Polsbroek 77 aldaar) heeft weggenomen een hoeveelheid tubes zalf (Zwitsal producten), in elk geval enig(e) (winkel)goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [benadeelde 1]

(assistent supermarkt manager Albert Heijn), en/of een persoon, genaamd [benadeelde 2] (medewerker Albert Heijn), en/of een persoon, genaamd [benadeelde 3] (supermarkt manager Albert Heijn), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat verdachte - nadat/terwijl hij door genoemde [benadeelde 1] en/of genoemde [benadeelde 2] en/of genoemde [benadeelde 3] was aangesproken en/of staande gehouden en/of vastgepakt - opzettelijk gewelddadig heeft gerukt of getrokken in een

andere richting dan die waarin genoemde [benadeelde 1] en/of genoemde [benadeelde 2] en/of genoemde [benadeelde 3] hem, verdachte, wilde(n) brengen en/of houden, en/of opzettelijk gewelddadig en/of dreigend een zak(mes) ter hand heeft genomen en/of heeft getoond aan genoemde [benadeelde 1] en/of genoemde [benadeelde 2] en/of genoemde [benadeelde 3] , en/of (daarbij) doende is geweest dat (zak)mes open te klappen, en/of opzettelijk dreigend tegen genoemde [benadeelde 1] en/of genoemde [benadeelde 2] en/of genoemde [benadeelde 3] heeft gezegd of geroepen: "Ik weet je te vinden, ik kom terug" en/of "Laat me los, blijf

van me af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

05/840369-17, subsidiair:

hij op of omstreeks 20 maart 2017, in de gemeente Lochem, een goed, te weten een navigatiesysteem (TOM TOM), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs kon vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

05/840263-17:

Diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

05/840369-17, subsidiair:

Opzetheling

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 05/840263-17 tenlastegelegde en het onder 05/840369-17 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 103 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast dienen aan verdachte de bijzondere voorwaarden worden opgelegd zoals ter terechtzitting geadviseerd door de reclasseringswerker.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich aangesloten bij de eis van de officier van justitie. Tevens zou bij de strafoplegging aansluiting kunnen worden gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten. In dat geval kan verdachte op grond van artikel 43 lid 3 van de Penitentiaire Beginselenwet overgeplaatst worden naar de kliniek voor een behandeling als er een opnameplaats beschikbaar is.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 17 mei 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 11 mei 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich ten eerste schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Hij heeft bij een supermarkt verschillende Zwitsal-producten weggenomen. Bij betrapping op heterdaad heeft verdachte geprobeerd zich los te trekken uit handen van het supermarktpersoneel, gedreigd met een (onuitgeklapt) mes en bedreigende woorden geuit. Een winkeldiefstal veroorzaakt op zichzelf al schade en overlast. Verdachte is echter nog eens een grens over gegaan door ook nog te dreigen met geweld. De hele situatie moet voor het personeel erg beangstigend zijn geweest. De gevolgen voor het personeel speelden voor verdachte kennelijk geen enkele rol.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling. Heling vormt een stimulans voor het plegen van vermogensdelicten en houdt een afzetmarkt voor gestolen goederen in stand.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat verdachte al vele malen is veroordeeld voor vermogensdelicten. Daarmee houdt de rechtbank rekening bij de strafoplegging. Verder houdt de rechtbank rekening met het advies van de reclasseringswerker [naam] , zoals gegeven ter terechtzitting. Geadviseerd is om aan verdachte als bijzondere voorwaarden op te leggen een klinische opname van minimaal drie en maximaal negen maanden in de Woenselse Poort, een meldplicht, urinecontroles, meewerken aan een dagbesteding, elektronische controle (enkelband), aansluitend aan de klinische opname een ambulante behandeling bij het Leger des Heils, een locatieverbod voor Zutphen en zich houden aan de aanwijzingen die worden gegeven door de Reclassering en/of het Leger des Heils.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging als uitgangspunt aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor diefstal met geweld. Een voorwaardelijk strafdeel, met daarbij een aantal van de door de reclasseringswerker geadviseerde bijzondere voorwaarden, acht de rechtbank noodzakelijk om verdachte in de toekomst te weerhouden van het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 230 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Het onvoorwaardelijk deel is daarom gelijk aan de tijd in voorarrest doorgebracht. Tevens zal de rechtbank als bijzondere voorwaarden opleggen een klinische opname van minimaal drie en maximaal negen maanden in de Woenselse Poort, een meldplicht, urinecontroles, aansluitend aan de klinische opname een ambulante behandeling bij het Leger des Heils en zich houden aan de aanwijzingen die worden gegeven door de Reclassering en/of het Leger des Heils, ook als dat inhoudt het meewerken aan het vinden van een dagbesteding. Voor het opleggen van de overige geadviseerde voorwaarden zoals een enkelband en een locatieverbod acht de rechtbank mede vanuit oogpunt van proportionaliteit geen termen aanwezig.

7a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Door de officier van justitie zijn twee vorderingen van de tenuitvoerlegging van voorwaardelijke veroordelingen aanhangig gemaakt. Het gaat om de voorwaardelijke veroordeling:

- tot een gevangenisstraf van één maand, die door de politierechter in het arrondissement Gelderland op 13 mei 2016 is opgelegd (05/055732-16), en

- tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, die door de politierechter in het arrondissement Gelderland op 17 oktober 2014 is opgelegd (05/840426-14).

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevraagd om:

  • -

    de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling van twee maanden onder parketnummer 05/840426-14, en

  • -

    om afwijzing van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 05/055732-16.

De verdediging heeft gepleit voor verlenging van de proeftijden van de voorwaardelijk opgelegde straffen. Op die manier is er een forse stok achter de deur voor verdachte om zich aan de voorwaarden te houden.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank vindt daarom dat de maand voorwaardelijke gevangenisstraf die is opgelegd bij het vonnis van de politierechter in het arrondissement Gelderland van 13 mei 2016 (05/055732-16) ten uitvoer gelegd moet worden.

De rechtbank zal de tenuitvoerlegging van de bij het vonnis van de politierechter van 17 oktober 2014 opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden afwijzen. Tenuitvoerlegging van die gevangenisstraf van twaalf maanden is, in verband met de in deze zaak op te leggen straf en de daaraan verbonden bijzondere voorwaarden, niet opportuun. Wel ziet de rechtbank aanleiding de proeftijd in deze zaak te verlengen met 1 jaar.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14f, 14g, 27, 57, 310, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 05/840369-17 primair tenlastegelegde;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 230 (tweehonderddertig) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 150 (honderdvijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden
bij de Reclassering Nederland en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden
bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich voor een klinische behandeling gedurende minimaal drie en maximaal negen maanden zal laten opnemen in de Woenselse Poort, althans een soortgelijke intramurale instelling, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek;

- zich na de klinische behandeling, gedurende de proeftijd, onder behandeling zal stellen van het Leger des Heils op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich ambulant te laten behandelen;

- zich zal houden aan de aanwijzingen die hem door of namens de Reclassering en/of het Leger des Heils zullen worden gegeven, ook als dat inhoudt het zoeken naar of uitvoeren van een dagbesteding;

 geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in het arrondissement Gelderland van 13 mei 2016 (05/055732-16), te weten van: 1 (één) maand;

wijst af de vordering van de officier van justitie van 21 juni 2017, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in het arrondissement Gelderland van 17 oktober 2014 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden;

verlengt de proeftijd van het vonnis van de politierechter in het arrondissement Gelderland van 17 oktober 2014 (05/840426-14) met één jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei (voorzitter), mr. M.G.J. Post en mr. G.M.L. Tomassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 juli 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017110040, gesloten op 11 maart 2017Fout! De documentvariabele ontbreekt. en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 3] , d.d. 10 maart 2017.

3 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 30 juni 2017.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1] , d.d. 10 maart 2017.

5 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017127325, gesloten op 27 maart 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.