Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:3583

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-07-2017
Datum publicatie
11-07-2017
Zaaknummer
05/720035-16 en 05/880347-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tweemaal inbraak in een chalet, poging tot diefstal in vereniging met geweld, diefstal in vereniging en met bedreiging van geweld, wapenbezit, diefstal in vereniging en heling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers : 05/720035-16 en 05/880347-16

Datum uitspraak : 6 juli 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] ,

raadsman: mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 juni 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/720035-16:

1.

hij op of omstreeks 17 januari 2016 te Maurik, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning/chalet aan de [adres 2] (huisnr. [huisnummer 1] ) (op vakantiepark [naam 2] ), heeft weggenomen een snorscooter ( [merk 1] ) en/of een laptop ( [merk 2] ) en/of een Ipad en/of een televisie ( [merk 3] ) en/of een of meer sleutels, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die weggenomen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 17 januari 2016 tot en met 18 januari 2016 te Maurik, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning/chalet aan de [adres 2] (huisnr. [huisnummer 2] ) (op vakantiepark [naam 2] ), heeft weggenomen een versterker ( [merk 4] ) en/of een dvd-speler ( [merk 4] ) en/of een aantal cd's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die weggenomen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

Ten aanzien van parketnummer 05/880347-16:

1.

hij, op of omstreeks 23 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op of aan de [adres 3] , in elk geval op of aan een openbare weg, weg te nemen een portemonnee (met inhoud) en/of een hoeveelheid geld, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 3] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat opzet

- naar voornoemde [slachtoffer 3] toe is gelopen en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 3] op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- ( vervolgens) de portemonnee van voornoemde [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en/of heeft geprobeerd los te rukken uit de handen van voornoemde [slachtoffer 3] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij, op of omstreeks 21 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (van in totaal ongeveer 200 euro), althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte:

- een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het lichaam van voornoemde [slachtoffer 4] heeft gericht en/of (vervolgens) heeft geroepen 'Kassa open, kassa open', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) de loop van voornoemd vuurwapen tegen /op de borst van

voornoemde [slachtoffer 4] heeft gedrukt en/of (vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer 4] heeft gezegd dat [slachtoffer 4] snel de kassa moest openen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

3.

hij, op of omstreeks 20 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid brandstof (van in totaal ongeveer 46 liter benzine), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij, op of omstreeks 20 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk 46 liter benzine, in elk geval een hoeveelheid brandstof, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader en welke benzine verdachte en/of zijn mededader bij een voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallatie, gelegen aan de [adres 4] , had(den)

getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte en/of zijn mededader aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

hij, op of omstreeks 20 januari 2016 te Maurik, gemeente Buren, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kentekenplaat (met het kenteken [kenteken 1] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

hij, op of omstreeks 20 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een goed, te weten een kentekenplaat (met het kenteken [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den)

moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

hij, in of omstreeks de periode van 21 januari 2016 tot en met 22 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kentekenplaat (met het kenteken [kenteken 2] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij, op of omstreeks 29 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een goed, te weten een kentekenplaat (met het kenteken [kenteken 2] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den)

moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6.

hij, op of omstreeks 29 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een [merk wapen] (model machinepistool, kaliber 6mm), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, te weten een machinepistool, merk [merk 5] , model Mp5, kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad;

7.

hij, op of omstreeks 29 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een

ander, althans alleen,

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een gaspistool (merk [merk 6] ,

type Walther P99, kaliber 9mm), en/of

- munitie van categorie III, te weten 40 knalpatronen, kaliber 9mm,

voorhanden heeft gehad.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/720035-16 1

Ten aanzien van feit 1:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 37;

- het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 72-73;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2017.

Ten aanzien van feit 2:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 84-85;

- het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 88-91;

- het aanvullend rapport van naar aanleiding van DNA-databank match, p. 96-97;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2017.

Ten aanzien van parketnummer 05/880347-16 2

Ten aanzien van feit 1:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal vergezeld van geweld. Dit geweld bestond, volgens de officier van justitie, ook uit het slaan tegen het hoofd van aangeefster [slachtoffer 3] .

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gesteld dat -los van het erkende gedeelte van de diverse ten last gelegde feiten- verdachte daarentegen ontkent aangeefster [slachtoffer 3] te hebben geslagen.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij op 23 januari 2016 aan de [adres 3] te Tiel, naar aangeefster is toegelopen, haar heeft vastgepakt en vastgehouden. Hierbij ontstond een worsteling. Vervolgens heeft verdachte de portemonnee van aangeefster vastgepakt en heeft hij aan de portemonnee gerukt. Verdachte heeft verklaard dat hij van medeverdachte [medeverdachte] aangeefster moest bestelen en dat [medeverdachte] op hem stond te wachten.3

Aangeefster [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij twee mannen in het voertuig zag zitten. Nadat zij had gepind en dit geld in haar portemonnee had gedaan, werd aangeefster tegen haar gezicht geslagen en direct daarna vastgegrepen. Aangeefster heeft verklaard dat zij merkte dat verdachte de portemonnee uit haar handen probeerde te pakken.4 Vervolgens stapte verdachte als bijrijder in het voertuig en reden zij weg.5

De rechtbank overweegt dat verdachte bij de worsteling aangeefster heeft geslagen tegen haar hoofd en heeft geprobeerd de portemonnee los te rukken uit haar handen. De rechtbank is van oordeel dat naar uiterlijke verschijningsvormen verdachte het oogmerk had om de portemonnee met inhoud toe te eigenen en hij daarbij de aanmerkelijke kans dat hij geweld zou moeten gebruiken voor lief heeft genomen om daarmee die diefstal te vergemakkelijken, hetgeen hij daadwerkelijk ook heeft gedaan.

Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte tezamen met medeverdachte [medeverdachte] naar de [adres 3] is gereden, zij aldaar hebben besproken dat zij iemand zouden bestelen en dat aangeefster heeft gezien dat er twee personen in het voertuig zaten die samen zijn weggereden. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van de diefstal.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 23 januari 2016 aan de [adres 3] te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een portemonnee met inhoud toebehorende aan aangeefster en daarbij die voorgenomen diefstal te doen vergezellen van geweld tegen aangeefster, te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, met dat opzet naar aangeefster toe is gelopen en vervolgens tegen haar hoofd heeft geslagen en aangeefster heeft vastgepakt en vastgehouden en vervolgens de portemonnee van aangeefster heeft vastgepakt en heeft geprobeerd los te rukken uit de handen van aangeefster, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Ten aanzien van feit 2:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal vergezeld van bedreiging met geweld.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ontkend dat hij het pistool op de borst van aangever heeft gedrukt.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij op 21 januari 2016 te Tiel tezamen met medeverdachte [medeverdachte] naar [slachtoffer 5] is gereden. Hij heeft een vuurwapen van [medeverdachte] gekregen, waarmee hij de cafetaria is binnengegaan. Vervolgens heeft verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een hoeveelheid geld, geheel toebehorende aan [slachtoffer 5] , weggenomen. Verdachte heeft om de diefstal gemakkelijk te maken aangever bedreigd met geweld door een vuurwapen op het lichaam van aangever te richten en door te roepen ‘kassa open, kassa open’. Het gestolen geldbedrag heeft verdachte grotendeels aan [medeverdachte] gegeven.6

Aangever [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte een pistool vast had. Verdachte richtte het pistool op hem en riep ‘kassa open, kassa open’. Vervolgens zag aangever dat verdachte het pistool op zijn borst zette en hoorde hij verdachte zeggen dat hij de kassa snel moest openen.7

Op de bewakingsbeelden ziet verbalisant [naam 1] dat verdachte dichtbij aangever staat en dat aangever het vuurwapen aanraakt.8

De rechtbank overweegt dat verdachte nauw en bewust samen heeft gewerkt met [medeverdachte] , nu zij samen naar [slachtoffer 5] zijn gereden, verdachte het vuurwapen van [medeverdachte] heeft gekregen en verdachte het weggenomen geldbedrag grotendeels aan die [medeverdachte] heeft gegeven. De rechtbank is gezien het voorgaande, van oordeel dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met [medeverdachte] .

Voorts overweegt de rechtbank dat aangever heeft verklaard dat verdachte het pistool op zijn borst zette en op de camerabeelden te zien is dat de verdachte dichtbij aangever staat.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 21 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, althans enig geldbedrag, geheel toebehorende aan [slachtoffer 5] , welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte:

- een vuurwapen op het lichaam van voornoemde [slachtoffer 4] heeft gericht en vervolgens heeft geroepen 'kassa open, kassa open', en

- vervolgens de loop van voornoemd vuurwapen op de borst van voornoemde [slachtoffer 4] heeft gedrukt en vervolgens tegen voornoemde [slachtoffer 4] heeft gezegd dat [slachtoffer 4] snel de kassa moest openen.

Ten aanzien van feit 3:

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 20 januari 2016 te Tiel, heeft verdachte, terwijl medeverdachte [medeverdachte] als bestuurder in de auto is blijven zitten, 46 liter benzine, toebehorende aan [slachtoffer 6] , getankt en is vervolgens weggegaan zonder te betalen voor de brandstof.9

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal tezamen en in vereniging.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte geen opzet had op de diefstal.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij heeft gezien dat medeverdachte [medeverdachte] voordat zij gingen tanken de auto had voorzien van de gestolen kentekenplaat.10

De rechtbank overweegt dat [medeverdachte] het oogmerk heeft gehad op de wederrechtelijke toe-eigening van de benzine. Dit blijkt uit het feit dat hij de gestolen kentekenplaat op de auto had bevestigd en direct na het tanken is weggereden zonder te betalen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat [medeverdachte] , als bestuurder van de auto, na het tanken weg zou rijden zonder te betalen, nu hij wist dat de auto kort voor het tanken was voorzien van de gestolen kentekenplaat hij vervolgens benzine heeft getankt.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een hoeveelheid brandstof, van in totaal ongeveer 46 liter benzine, heeft weggenomen.

Ten aanzien van feit 4, primair:

De rechtbank is, samen met de officier van justitie en de raadsman van verdachte, van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de kentekenplaat, met het kenteken [kenteken 1] , heeft weggenomen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder feit 4 primair tenlastegelegde feit.

Ten aanzien van feit 4, subsidiair:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , p. 133;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2017.

Ten aanzien van feit 5:

De rechtbank is, samen met de officier van justitie en de raadsman van verdachte, van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de kentekenplaat, met het kenteken [kenteken 2] , heeft weggenomen of voorhanden heeft gehad. De rechtbank zal verdachte daarom van het onder feit 5 primair en subsidiair tenlastegelegde feit vrijspreken.

Ten aanzien van feit 6 en 7:

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 29 januari 2016 te Tiel zijn, in de auto waarin verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zaten, wapens en munitie aangetroffen11, te weten:

- een wapen van categorie I onder 7, te weten een [merk wapen] (model machinepistool, kaliber 6mm), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, te weten een machinepistool, merk [merk 5] , model Mp5, kaliber 9mm12, en

- een wapen van categorie III onder 1, te weten een gaspistool (merk [merk 6] , type Walther P99, kaliber 9mm13, en

- munitie van categorie III, te weten 40 knalpatronen, kaliber 9mm14.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 6 en 7 tenlastegelegde feiten. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte en zijn medeverdachte de wapens en munitie aanwezig hadden, verdachte een machtsrelatie tot de wapens en munitie had en hij zich ervan bewust was dat de wapens en munitie in de auto lagen.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verklaard dat de wapens en munitie niet zijn eigendommen waren.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat de wapens en munitie in het zicht in de auto lagen. De wapens en munitie waren volgens verdachte door [medeverdachte] geleend. Verdachte heeft verklaard dat het wapen op de foto op pagina 328 van het dossier, het wapen is waarmee hij op 21 januari 2016 bij [slachtoffer 5] de diefstal vergezeld van bedreiging met geweld heeft gepleegd.15

De rechtbank overweegt dat het wapen op pagina 328 van het dossier, het wapen betreft dat op 29 januari 2016 is aangetroffen in de auto waarin verdachte zat.16 Nu verdachte het wapen eerder ter beschikking heeft gehad, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een machtsrelatie had tot de wapens en munitie die in de auto zijn aangetroffen. Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte wist dat de wapens en munitie in de auto aanwezig waren, aangezien hij heeft verklaard dat ze in het zicht lagen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander, voornoemde wapens en munitie voor handen heeft gehad op 29 januari 2016.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten onder 1 en 2 van parketnummer 05/720035-16 en feiten 1, 2, 3, 4 subsidiair, 6 en 7 van parketnummer 05/880347-16 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/720035-16:

1.

hij op of omstreeks 17 januari 2016 te Maurik, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning/chalet aan de [adres 2] (huisnr. [huisnummer 1] ) (op vakantiepark [naam 2] ), heeft weggenomen een snorscooter ( [merk 1] ) en/of een laptop ( [merk 2] ) en/of een Ipad en/of een televisie ( [merk 3] ) en/of een of meer sleutels, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die weggenomen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 17 januari 2016 tot en met 18 januari 2016 te Maurik, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning/chalet aan de [adres 2] (huisnr. [huisnummer 2] ) (op vakantiepark [naam 2] ), heeft weggenomen een versterker ( [merk 4] ) en/of een dvd-speler ( [merk 4] ) en/of een aantal cd's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die weggenomen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

Ten aanzien van parketnummer 05/880347-16:

1.

hij, op of omstreeks 23 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening op of aan de [adres 3] , in elk geval op of aan een openbare weg, weg te nemen een portemonnee (met inhoud) en/of een hoeveelheid geld, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 3] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat opzet

- naar voornoemde [slachtoffer 3] toe is gelopen en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 3] op/tegen het hoofd heeft geslagen en/of

- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- (vervolgens) de portemonnee van voornoemde [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en/of heeft geprobeerd los te rukken uit de handen van voornoemde [slachtoffer 3] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij, op of omstreeks 21 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (van in totaal ongeveer 200 euro), althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte:

- een vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het lichaam van voornoemde [slachtoffer 4] heeft gericht en/of (vervolgens) heeft geroepen 'Kassa open, kassa open', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) de loop van voornoemd vuurwapen tegen /op de borst van

voornoemde [slachtoffer 4] heeft gedrukt en/of (vervolgens) tegen voornoemde [slachtoffer 4] heeft gezegd dat [slachtoffer 4] snel de kassa moest openen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

3.

hij, op of omstreeks 20 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid brandstof (van in totaal ongeveer 46 liter benzine), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

4.

Subsidiair

hij, op of omstreeks 20 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een goed, te weten een kentekenplaat (met het kenteken [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den)

moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

6.

hij, op of omstreeks 29 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een [merk wapen] (model machinepistool, kaliber 6mm), zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, te weten een machinepistool, merk [merk 5] , model Mp5, kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad;

7.

hij, op of omstreeks 29 januari 2016 te Tiel, tezamen en in vereniging met een

ander, althans alleen,

- een wapen van categorie III onder 1°, te weten een gaspistool (merk [merk 6] ,

type Walther P99, kaliber 9mm), en/of

- munitie van categorie III, te weten 40 knalpatronen, kaliber 9mm,

voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 05/720035-16

Ten aanzien van feit 1 en 2:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Ten aanzien van parketnummer 05/880347-16

Ten aanzien van feit 1:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Ten aanzien van feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Ten aanzien van feit 3:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 4, subsidiair:

Medeplegen van opzetheling.

Ten aanzien van feit 6:

Medeplegen van handelen in strijd met het in artikel 13 van de Wet wapens en munitie gegeven verbod, strafbaar gesteld in artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

Ten aanzien van feit 7:

Medeplegen van handelen in strijd met het in artikel 26 van de Wet wapens en munitie gegeven verbod, strafbaar gesteld in artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van alle tenlastegelegde feiten onder parketnummers 05/720035-16 en 05/880347-16, met uitzondering van feit 5 van parketnummer 05/880347-16, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Hiertoe heeft de officier aangevoerd dat er sprake is van zeer ernstige feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte anderhalf jaar de tijd heeft gehad om aan zichzelf te werken en dat hij deze kans zeer goed heeft benut. Verdachte werkt weer parttime en volgt intensieve therapieën. De raadsman stelt dat het fataal kan zijn voor zijn resocialisatie, indien verdachte terug moet naar de gevangenis. Verdachte verdient een kans om te bewijzen dat hij de ingezette weg kan volhouden. Er is sprake van psychische druk en verdachte is verminderd toerekeningsvatbaar, waardoor de straf gematigd dient te worden. De raadsman verzoekt de rechtbank om de maximale werkstraf en een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 10 mei 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Iriszorg, gedateerd 28 januari 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Emergis, gedateerd 20 maart 2017.

Toen verdachte slecht nieuws over zijn moeder kreeg, viel hij terug in zijn cocaïnegebruik. Deze terugval heeft ervoor gezorgd dat verdachte zich liet beïnvloeden en veel slachtoffers heeft gemaakt. Verdachte heeft in een tijdsbestek van twee weken veel strafbare feiten gepleegd. Hij heeft twee inbraken gepleegd in het vakantiepark waar hij op dat moment woonachtig was, benzine gestolen en een kentekenplaat geheeld. Daarnaast heeft verdachte wapens en munitie voorhanden gehad, waarmee hij ook een overval op een cafetaria pleegde. De eigenaar van de cafetaria is hier zeer van geschrokken en heeft slapeloze nachten gehad. Tevens heeft verdachte geprobeerd een vrouw, die in het donker alleen op straat was, te bestelen. Hierbij heeft een worsteling plaatsgevonden en heeft de vrouw een vuistslag in haar gezicht gekregen. Het slachtoffer moet hierdoor ontzettend geschrokken zijn.

Gezien de ernst van deze feiten, acht de rechtbank alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met het feit dat verdachte zich realiseert dat hij ernstige fouten heeft gemaakt en hard aan zichzelf heeft gewerkt. Verdachte heeft afstand genomen van zijn negatieve sociale netwerk, is sinds de klinische opname gestopt met cocaïnegebruik, heeft parttime werk en volgt therapieën. De rechtbank ziet dat dit tot een positieve ontwikkeling heeft geleid en wil niet dat deze ontwikkeling tenietgedaan wordt door een langdurige gevangenisstraf. Daarom zal de rechtbank de eis van de officier van justitie matigen, maar naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf nog wel een werkstraf opleggen.

De rechtbank zal alles overwegende een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden, waarvan 24 maanden voorwaardelijk opleggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling en begeleid wonen. Voorts zal de rechtbank een werkstraf opleggen en wel voor de duur van 240 uren.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde Servicestation [naam BV] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 3 van parketnummer 05/880347-16 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 64,31 materiële schade en € 75,00 administratiekosten.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering toe te wijzen en tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 3 van parketnummer 05/880347-16 bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 20 januari 2016.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

De benadeelde partij vordert tevens vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding, bestaande uit de administratiekosten. De rechtbank acht deze vordering toewijsbaar.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 91, 310, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 13, 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/880347-16 onder 4 primair en onder 5 tenlastegelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 24 (vierentwintig) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen 3 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij Emergis verslavingsreclassering op het adres Vrijlandstraat 33 te Middelburg of via 0113-267290 en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Forensische Zorg Zeeland of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens die zorginstelling worden geven, waaronder begrepen dat veroordeelde zal meewerken aan een kortdurende klinische opname ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek voor de duur van maximaal zeven weken, indien de reclassering dit noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten Emergis Beschermd Wonen of een soortgelijke instelling, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

 geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij Servicestation [naam BV]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van parketnummer 05/880347-16 feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Servicestation [naam BV], van een bedrag van € 64,31(vierenzestig euro en éénendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 75,00 (vijfenzeventig euro);

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij Servicestation [naam BV] , een bedrag te betalen van € 64,31(vierenzestig euro en éénendertig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 2 (twee) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven (voorzitter), mr. R.S. Croll en mr. H.C. Leemreize, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juli 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 3] van de politie Oost Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2016113579, gesloten op 7 maart 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 4] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2016121573, gesloten op 23 juli 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2017.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 223.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 224.

6 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2017.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 165.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 175.

9 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2017; het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , p. 135.

10 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2017.

11 Het proces-verbaal van aanhouding, p. 249; het proces-verbaal van aanhouding, p. 267.

12 Het proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 343.

13 Het proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 343.

14 Het proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 344.

15 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2017.

16 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 318, 319 en 328.