Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:3499

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
05-07-2017
Datum publicatie
05-07-2017
Zaaknummer
05/840274-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Gelderland heeft een 31-jarige vrouw uit Roemenië veroordeeld voor het samen met één of twee mannen plegen van zeven winkeldiefstallen waarbij veel blikken babymelkpoeder buit zijn gemaakt. Zij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk zijn opgelegd.

Tussen 27 februari 2017 en 7 maart 2017 heeft de vrouw bij diverse winkels babymelkpoeder gestolen. Zij deed dat samen met één of twee mannen en zij maakten daarbij gebruik van een bepaalde werkwijze. Zo kwam zij de winkel binnen met een grote boodschappen tas. Zij stopte in de winkel de blikken babymelkpoeder in die tas en gaf daarna de tas aan één van de mannen. Die verliet dan met de gevulde tas de winkel zonder te betalen, terwijl zij bij de kassa één product afrekende of de kassière aan de praat hield.

De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf rekening gehouden met de omstandigheid dat sprake lijkt te zijn geweest van een gerichte, bijna planmatige strooptocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/840274-17

Datum uitspraak : 5 juli 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd te PI Overijssel, PIV Zwolle te Zwolle,

raadsman: mr. M.G. Eckhardt, advocaat te 's-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juni 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 7 maart 2017 te Westervoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van supermarkt Albert Heijn gelegen aan het [adres 1] ) heeft weggenomen negen (9), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (supermarkt) Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

2.

zij op of omstreeks 7 maart 2017 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan het [adres 2] ) heeft weggenomen drie (3), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

3.

zij op of omstreeks 4 maart 2017 te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Etos gelegen aan de [adres 3] ) heeft weggenomen zes (6), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Etos, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

4. Primair

zij op één of meer tijdstippen in de periode van 26 januari 2017 tot en net 27 januari 2017 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan het [adres 4] ) heeft weggenomen drie (3), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

4. Subsidiair

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 januari 2017 tot en met 7 maart 2017 te Westervoort en/of te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (een) goed(eren), te weten drie (3), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5. Primair

zij op of omstreeks 7 maart 2017 te Velp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan de [adres 5] ) heeft weggenomen twaalf (12), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

5. Subsidiair

zij op of omstreeks 7 maart 2017 te Velp, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat (gelegen aan de [adres 5] ) twaalf (12), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), althans enig(e) ander goed(eren) van verdachtes en of haar mededader(s) gading, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) zich naar die winkel heeft begeven en/of (vervolgens) de blikken babyvoeding uit het schap heeft gehaald en/of (vervolgens) de stickers van de blikken heeft gehaald en/of (vervolgens) de blikken in een tas heeft gestopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

zij op of omstreeks 27 februari 2017 te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van supermarkt Jumbo gelegen aan de [adres 6] ) heeft weggenomen acht (8) of tien (10), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Hero), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (supermarkt) Jumbo, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

7.

zij op of omstreeks 27 februari 2017 te Westervoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan het [adres 7] ) heeft weggenomen vijf (5) of zes (6), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon) en/of twee (2) horloges (merk True Spirit) en/of twee (2) theedoeken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

8.

zij op of omstreeks 27 februari 2017 te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan de [adres 8] ) heeft weggenomen vijf (5), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

9.

zij op of omstreeks 7 maart 2017 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan het [adres 4] ) heeft weggenomen elf (11) of twaalf (12), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

10.

zij op of omstreeks 7 maart 2017 te Westervoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (een) goed(eren), te weten vijfentwintig (25), in elk geval een (groot) aantal blikken babyvoeding (merken Nutrilon en Hero) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

2a. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat sprake is van schending van het recht op een eerlijk proces (artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, hierna: EVRM). Verdachte is – nadat zij verhoord is ten aanzien van feit 1 – nooit meer verhoord ten aanzien van de feiten 2 tot en met 10. De verbalisanten wisten op het moment dat verdachte verhoord werd ook nog niet van haar betrokkenheid bij de andere feiten. Pas ter terechtzitting wordt zij ten aanzien van deze feiten verhoord. Volgens de raadsman kan echter het ontstane gebrek niet op de terechtzitting worden geheeld en is er sprake van een schending van behoorlijke procesorde. Indien het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging, verzoekt de verdediging om strafvermindering.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het verweer.

Zij heeft er in dat verband met name op gewezen dat verbalisanten hebben geprobeerd met verdachte te spreken over een tiental aangiftes van winkeldiefstallen waarvan zij vermoedden dat verdachte ermee te maken heeft gehad, nu zij te zien is op de desbetreffende camerabeelden.

Verdachte wilde er niet over praten.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat slechts in uitzonderlijke gevallen het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard conform artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat die situatie zich hier niet voordoet. Uit de pagina’s 169 en 170 van het dossier blijkt dat de verbalisanten verdachte hebben getracht te ondervragen omtrent andere winkeldiefstallen waarbij de betrokkenheid van verdachte werd vermoed op basis van camerabeelden. Verdachte heeft echter geen antwoord op deze vragen willen geven en heeft zich zodanig gedragen dat verdere ondervraging onmogelijk is gebleken. De enkele omstandigheid dat op dat moment nog niet de herkenning van verdachte in diverse processen-verbaal van bevindingen was neergelegd, kan hier niet aan afdoen. Dit zegt immers niets over de verdenking die verbalisanten ten tijde van het verhoor hebben gehad met betrekking tot verdachte en de gepleegde winkeldiefstallen. Daarbij merkt de rechtbank op dat verdachte ook ter terechtzitting heeft kunnen reageren, zodat het vormverzuim – zo het zich al zou hebben voorgedaan – kan worden geacht te zijn hersteld. De opvatting van de verdediging dat herstel ter zitting niet meer mogelijk is, vindt geen steun in de wet en is ook overigens onjuist.

Op grond van het voorgaande verwerpt de rechtbank het verweer dat sprake is van een ernstige inbreuk op de beginselen van behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming de belangen van de verdachte en haar recht op een eerlijke behandeling van haar zaak tekort zijn gedaan. Zij acht het Openbaar Ministerie daarmee ontvankelijk in de vervolging.

2b. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 9

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] namens Albert Hein, p. 35-37 (feit 1);

- het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] namens Kruidvat, p. 68-70 (feit 2);

- het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens Kruidvat, p. 138 en 139 (feit 9);

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 juni 2017 (feiten 1, 2 en 9).

De rechtbank overweegt dat bij deze feiten een aantal gemeenschappelijke kenmerken opvallen. Zo heeft verdachte deze feiten steeds samen met één of twee mannen (telkens: dezelfde mannen) gepleegd, draagt zij steeds een zwarte tas of een (paarse) tas met opdrukken/patronen, stopt zij pakken babymelkpoeder in de zwarte tas of de (paarse) tas met opdrukken/patronen en draagt zij deze tas steeds over aan haar mededader voordat men bij de kassa komt. De mededader verlaat dan de winkel met de tas zonder te betalen.2 In een aantal gevallen rekent verdachte vervolgens een product af bij de kassa of houdt de caissière aan de praat.3

De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte en haar medeverdachten zich van een specifieke modus operandi bedienen bij het plegen van winkeldiefstallen.

De rechtbank betrekt deze modus operandi bij de beoordeling van het bewijs in de andere, aan verdachte tenlastegelegde feiten.

Ten aanzien van feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft in dit kader gewezen op de aangifte, de camerabeelden en de herkenning op de camerabeelden van verdachte door een verbalisant.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 3 ten laste gelegde feit bij gebreke aan voldoende wettig en overtuigend bewijs. De raadsman heeft gesteld dat verdachte niet degene is die op de camerabeelden te zien is en voorts dat er sprake is van vrouwen die de winkeldiefstal plegen, in plaats van een vrouw en een man.

Beoordeling door de rechtbank

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de modus operandi niet overeenstemt met de bewezen verklaarde feiten en voorts herkent ook de rechtbank verdachte niet op de camerabeelden. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 3 ten laste gelegde.

Ten aanzien van feit 4

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel, dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 4 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 5

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 7 maart 2017 heeft verdachte in de Kruidvat te Velp ( [adres 5] ) 12 pakken Nutrilon babyvoeding uit het schap gehaald, de stickers verwijderd en de pakken in een paarskleurige tas gestopt. Daarna liet zij de tas staan. De man die hierbij stond heeft de tas opgepakt en is er mee door de winkel gelopen. Verderop heeft de man de babyvoeding bij het vak met pleisters gelegd. De man heeft de winkel, na een tassencontrole die niets opleverde, verlaten met een lege zwarte tas. Hetzelfde geldt voor verdachte die met een paarskleurige tas liep.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 5 primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 5 primair ten laste gelegde en heeft daartoe aangevoerd dat geen sprake is geweest van een voltooid delict. Ten aanzien van het onder 5 subsidiair ten laste gelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De pakken babyvoeding zijn door verdachte en de medeverdachte weggenomen uit de macht van aangeefster. Zij hebben hier als heer en meester over beschikt. De pakken babyvoeding zijn in de winkel teruggelegd nadat verdachte en haar medeverdachte doorkregen dat aangeefster hen in de gaten hield. Nu teruggave enkel volgde op een van buiten komende druk is geen sprake van vrijwillige terugtred, maar van een voltooid delict. Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen. De rechtbank acht het onder 5 primair ten laste gelegde bewezen.

Ten aanzien van de feiten 6, 7 en 8

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 27 februari 2017 zijn bij Jumbo te Duiven ( [adres 6] ) 10 blikken babymelkpoeder van het merk Hero gestolen.5

Op 27 februari 2017 zijn bij Kruidvat te Westervoort ( [adres 7] ) 5 blikken Nutrilon babyvoeding, 2 horloges van het merk True Spirit en 2 theedoeken gestolen.6

Op 4 maart 2017 zijn bij Etos te Duiven ( [adres 3] ) 6 blikken Nutrilon babyvoeding gestolen.7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 6 tot en met 8 ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de feiten 6 tot en met 8 vrijspraak bepleit, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Volgens de verdediging moet de herkenning die door de verbalisanten is gedaan buiten beschouwing worden gelaten, omdat de stills die gemaakt zijn van de camerabeelden onvoldoende onderscheidend zijn om tot herkenning te kunnen leiden. Daarnaast betwist de verdediging de bevoegdheid en de kwaliteit van de verbalisanten om een herkenning te kunnen doen.

Ten aanzien van de feiten 7 en 8 heeft de verdediging nog betoogd dat de verbalisanten geen specifieke lichaamskenmerken hebben benoemd op basis waarvan de verbalisanten de herkenning hebben gedaan, zodat ook om die reden de herkenningen buiten beschouwing dienen te worden gelaten.

Beoordeling door de rechtbank

Bewijsmiddelen feit 6

Aangever [naam 4] heeft ten aanzien van feit 6 verklaard dat hij de camerabeelden van de winkeldiefstal op 27 februari 2017 bij de Jumbo te Duiven heeft bekeken. Volgens aangever was daarop te zien dat een man en een vrouw de winkel binnen liepen en dat zij direct naar het pad van de babyvoeding liepen. De vrouw bleef stilstaan bij de babypoeder. Zij gooide meerdere blikken babymelkpoeder in de zware big shopper die zij bij zich had. Daarna liep de vrouw de winkel weer in en was zij uit beeld. Kort daarna was te zien dat de vrouw en de man richting de uitgang lopen via de kassa. De man had toen de zwarte tas in zijn handen en liep achter de vrouw naar buiten, terwijl de vrouw de kassière aan de praat hield. Vervolgens verdween ook de vrouw naar buiten.8

Uit het proces-verbaal van bevindingen ten aanzien van feit 6 volgt dat de verbalisant de camerabeelden heeft bekeken van de diefstal. Op deze beelden heeft de verbalisant verdachte herkend van camerabeelden van eerdere diefstallen.9

Bewijsmiddelen feit 7

Aangeefster [naam 5] heeft ten aanzien van feit 7 verklaard dat zij op 27 februari 2017 in de winkel van Kruidvat te Westervoort de alarmdetectiepoortjes hoorde afgaan. Toen zij keek zag zij een man de winkel uitlopen. Ze is de man achterna gelopen. Na ongeveer 20 meter liet de man een zwarte tas vallen. Aangeefster heeft de tas opgepakt en zag dat er 5 of 6 potten Nutrilon babyvoeding inzaten, 2 horloges van het merk True Spirit en 2 theedoeken. De beveiligingsstickers waren van de babyvoeding verwijderd. De man had de winkel verlaten zonder de producten af te rekenen. Op de camerabeelden zag aangeefster dat de man in gezelschap was met een vrouw die zenuwachtig door de winkel liep.10

Het proces-verbaal van bevindingen ten aanzien van feit 7 relateert wat op de camerabeelden is te zien. Op die beelden is te zien is dat een man de winkel binnenkomt en later een vrouw met een zwarte tas en een jongen met een pet. De vrouw en de jongen staan in een gangpad. De vrouw pakt een pot babyvoeding, verwijdert de sticker en geeft de pot babyvoeding aan de jongen. Deze handeling vindt vijf keer plaats. De jongen stopt de potten babyvoeding in de zwarte tas die door de vrouw is afgegeven. De man stopt twee theedoeken boven de babyvoeding in de tas. De jongen verlaat de winkel met een gevulde tas. Gelet op het tijdsbestek (22 seconden) van het verlaten van het gangpad en de winkel lijkt het onmogelijk dat verdachte goederen bij de kassa heeft afgerekend.11

Bewijsmiddelen feit 8

Aangeefster [naam 6] heeft ten aanzien van feit 8 verklaard dat zij op 27 februari 2017 in de winkel van Kruidvat te Duiven op de live camerabeelden twee personen zag die zich verdacht gedroegen. Omdat ze het niet vertrouwde is zij de winkel ingelopen. Zij zag toen dat de personen niet meer in de winkel waren. Zij is vervolgens de camerabeelden gaan bekijken. Daarop zag zij dat een man en een vrouw een winkelmandje vol met potten Nutrilon babyvoeding hadden. Ze zag dat de man en de vrouw de stickers van de potten verwijderden en de potten in een zwarte big shopper stopten. Ook zag zij dat de man en de vrouw zonder te betalen de winkel uit liepen. De man liep met de zwarte big shopper en de vrouw met een zwarte schoudertas. Aangeefster zag op de beelden dat de man en de vrouw van tas gewisseld hadden, de man liep eerst met de zwarte schoudertas.12

Het proces-verbaal van bevindingen ten aanzien van feit 8 relateert dat op de camerabeelden een man en een vrouw te zien zijn die beiden met een rood winkelmandje lopen. De vrouw heeft aan haar andere arm een zwarte tas. Te zien is dat de vrouw naar de babyvoeding kijkt en dat zij uit het schap een product pakt en dat in haar mandje legt. Daarna zet zij het product terug en pakt zij een vijftal andere producten die zij in handje legt. Vervolgens gaat de vrouw de hoek om en blijft zij kort achter een stelling staan. Daarna is op een andere camera te zien dat de man en de vrouw alleen in een gangpad staan. De vrouw lijkt wat te pakken uit een schap. Daarna lijkt het alsof de vrouw wat van de producten uit haar mandje haalt en dat in een schap met producten legt. De vrouw zet haar zwarte tas en mandje op de grond. De man staat ervoor en kijkt enkele keren naar de vrouw. De vrouw pakt de producten uit haar mandje en stopt deze in de zwarte tas. De man geeft zijn mandje aan de vrouw en hij krijgt de zware tas aangereikt. Hij neemt de tas aan en geeft de vrouw zijn schoudertas. Vervolgens lopen zij het beeld uit. Even later komen zij achter een stelling in beeld. De man heeft geen mandje meer, maar heeft de zwarte tas in zijn hand. De vrouw loopt met de schoudertas om achter hem aan beiden passeren de alarmpoort.13

Een verbalisant heeft ten aanzien van feit 8 verdachte herkend op de camerabeelden.14

Conclusie van de rechtbank

De rechtbank merkt op dat de door aangever en aangeefsters beschreven gang van zaken overeenkomt met elkaar en met de modus operandi die de rechtbank ten aanzien van de feiten 1, 2 en 9 heeft vastgesteld.

Wat betreft de herkenning die door de verbalisanten is gedaan merkt de rechtbank het volgende op. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de herkenning door de verbalisanten. Dat de verbalisanten hiertoe niet bevoegd zouden zijn, dan wel dat de verbalisanten hiertoe geen kwaliteiten zouden hebben, is de rechtbank niet gebleken. Daarbij geldt ten aanzien van feit 7 dat de verbalisant heeft aangegeven verdachte te herkennen aan haar uiterlijke kenmerken die de verbalisant ook gezien heeft tijdens het verhoor van verdachte. Ten aanzien van feit 8 is van belang dat de verbalisant verdachte heeft herkend aan haar gezicht, postuur en manier van bewegen. De herkenning is geschied op basis van de van verdachte opgemaakte ID-staat en de camerabeelden van eerder gepleegde diefstallen waaronder de door verdachte bekende diefstal bij Kruidvat te Velp op 7 maart 2017. Gelet op het voorgaande verwerpt de rechtbank het betoog van de verdediging dat de herkenningen buiten beschouwing dienen te worden gelaten.

Gelet op de aangiftes, de modus operandi en de herkenningen die door de verbalisanten is gedaan, is de rechtbank van oordeel dat voldoende wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder 6 tot en met 8 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Ten aanzien van feit 10

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 10 ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft hiertoe gewezen op de volgende omstandigheden. Voor 9 van de aangetroffen pakken babymelkpoeder is geen bon aangetroffen. Daarnaast heeft verdachte op de telefoon die zij in haar bezit had diverse berichten met instructies ontvangen over onder andere wat zij wel en wat zij niet moet zeggen als zij aangehouden is. De berichten komen van een nummer waar een foto aan is gekoppeld van een man die ook bij enkele winkeldiefstallen is gezien in aanwezigheid met verdachte. Gelet op de korte tijdsspanne en de combinatie met de whatsapp-berichten, acht de officier van justitie het ten laste gelegde onder 10 bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 10 ten laste gelegde, omdat onvoldoende uit het dossier blijkt dat de in de auto aangetroffen blikken babymelkpoeder van diefstal afkomstig zijn.

Beoordeling door de rechtbank

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte het onder 10 ten laste gelegde heeft begaan. Vast staat dat verdachte een groot aantal blikken babymelkpoeder heeft gestolen. Dat sluit uit dat zij diezelfde blikken zou hebben geheeld. Bovendien zijn een aantal blikken gekocht en dus niet gestolen. De aangetroffen blikken lijken dus hetzij gestolen, hetzij gekocht. Voor heling is onvoldoende bewijs. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 10 ten laste gelegde feit.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 5 tot en met 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

zij op of omstreeks 7 maart 2017 te Westervoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van supermarkt Albert Heijn gelegen aan het [adres 1] ) heeft weggenomen negen (9), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (supermarkt) Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

2.

zij op of omstreeks 7 maart 2017 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan het [adres 2] ) heeft weggenomen drie (3), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

5. Primair

zij op of omstreeks 7 maart 2017 te Velp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan de [adres 5] ) heeft weggenomen twaalf (12), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

6.

zij op of omstreeks 27 februari 2017 te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van supermarkt Jumbo gelegen aan de [adres 6] ) heeft weggenomen acht (8) of tien (10), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Hero), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (supermarkt) Jumbo, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

7.

zij op of omstreeks 27 februari 2017 te Westervoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan het [adres 7] ) heeft weggenomen vijf (5) of zes (6), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon) en/of twee (2) horloges (merk True Spirit) en/of twee (2) theedoeken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

8.

zij op of omstreeks 27 februari 2017 te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan de [adres 8] ) heeft weggenomen vijf (5), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

9.

zij op of omstreeks 7 maart 2017 te Deventer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een filiaal van winkelbedrijf Kruidvat gelegen aan het [adres 4] ) heeft weggenomen elf (11) of twaalf (12), althans een of meer blikken babyvoeding (merk Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (winkelbedrijf) Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, 2 en 5 tot en met 9 telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van de straffen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1 tot en met 3 en de onder 5 tot en met 10 ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd en heeft verzocht om oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de periode doorgebracht in voorarrest. Hiertoe is aangevoerd dat de herkenningen die door de verbalisanten is gedaan in strijd is met het recht op een eerlijk proces en tot strafvermindering indien het Openbaar Ministerie ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging van verdachte. Daarnaast is gewezen op de omstandigheid dat verdachte het moeilijk in detentie heeft gehad en dat er rekening moet worden gehouden met haar kind dat in Roemenië woont.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 12 mei 2017.

De rechtbank heeft in het bijzonder rekening gehouden met het volgende.

Verdachte heeft zich samen met één of twee medeverdachten schuldig gemaakt aan het plegen van zeven winkeldiefstallen binnen zeer korte tijd. Er lijkt sprake te zijn geweest van een gerichte, welhaast planmatige strooptocht. Daarbij zijn vele blikken babymelkpoeder buit gemaakt. Dat verdachte juist deze producten heeft gestolen om daar financieel gewin bij te hebben, neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk. Door haar handelen heeft verdachte bovendien de benadeelden met kosten en overlast opgezadeld. De door verdachte gepleegde feiten getuigen van een groot gebrek aan respect voor het eigendom van anderen.

Zoals onder punt 2a. is overwogen is niet gebleken van een schending van het recht op een eerlijk proces. Hierin is dan ook geen reden gelegen om tot strafvermindering te komen. De rechtbank komt tot een lagere straf dan geëist door de officier van justitie omdat zij minder feiten bewezen acht.

Alles afwegende acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk en met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 3 jaren.

Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp (te weten een personenauto [merk] met kenteken [kenteken] ), is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarmee de op 7 maart 2017 gepleegde feiten zijn begaan.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [naam 7] namens [naam winkel] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van een op 7 maart 2017 gepleegde diefstal. Gevorderd wordt een bedrag van € 259,94 met wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat het om een feit gaat dat niet op de tenlastelegging staat.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen.

Beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu de diefstal waar de vordering op ziet niet op de tenlastelegging is geplaatst en er op dit moment geen sprake is van een bewezenverklaring van deze diefstal door verdachte.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24, 27, 33, 33a, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder 3, 4 en 10 ten laste gelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald:

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een personenauto, merk [merk] , met kenteken [kenteken] (goednummer [nummer] ;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam winkel] .

 verklaart de benadeelde partij [naam winkel] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Hamaker (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. S.A. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Bril, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 juli 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017199597, gesloten op 22 mei 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 58; proces-verbaal van bevindingen, p. 71 en 72; proces-verbaal van bevindingen, p. 140.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 39; proces-verbaal van aangifte, p. 68.

4 Proces-verbaal van aangifte, p. 94 en 95; de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 21 juni 2016.

5 Proces-verbaal van aangifte, p. 101-103; proces-verbaal van bevindingen, p. 112 en 113.

6 Proces-verbaal van aangifte, p. 123-125; proces-verbaal van bevindingen, p. 126 en 127.

7 Proces-verbaal van aangifte, p. 132-133; proces-verbaal van bevindingen, p. 134-136.

8 Proces-verbaal van aangifte, p. 101-103.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 120.

10 Proces-verbaal van aangifte, p. 123 en 124.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 126.

12 Proces-verbaal van aangifte, p. 132 en 133.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 135.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 137.