Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:3281

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-06-2017
Datum publicatie
26-06-2017
Zaaknummer
05/880642-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:5298, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank oordeelt bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel, meermalen gepleegd, zoals bedoeld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht en legt hem een gevangenisstraf van 2 jaren op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/880642-15

Datum uitspraak : 26 juni 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

raadsvrouw: mr. S. van Hees, advocaat te Breda.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbaar gehouden terechtzitting van 12 juni 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van april 2010 t/m

mei 2014 op meerdere plaatsten te Nederland, te weten te Nijmegen en/of te

Arnhem en/of te Eindhoven en/of te Zevenaar en/of te Amsterdam en/of te

Doetinchem en/of te Deventer en/of te Duiven en/of te Oosterbeek en/of te

Antwerpen en/of elders in Nederland en/of in België,

een ander, te weten [benadeelde] ,

A. (sub 1) (telkens) door dwang en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door

fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen,

(telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde]

en/of

(sub 4) (telkens) door dwang en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

die [benadeelde] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten, dan wel

door dwang en/of geweld en/of dreiging met gewelden/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [benadeelde] zich beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

(sub 9) - met een of meer van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door

fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare

positie,

die [benadeelde] heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst

van haar, [benadeelde] seksuele handelingen met of voor een derde

en/of

B. (sub 6) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [benadeelde] immers heeft verdachte

-die [benadeelde] gehuisvest en/of

-die [benadeelde] cocaine en/of GHB laten gebruiken waaraan zij verslaafd is geraakt

-die [benadeelde] geisoleerd door constant in haar nabijheid te zijn/(ver)blijven en/of door anderszins (constant) contact met haar te (onder)houden

-die [benadeelde] onder druk gezet en/of ertoe aangezet en/of ertoe gebracht een groot aantal dagen per week en/of een groot aantal uren per dag als prostituee te werken en/of

-tegen die [benadeelde] gezegd dat hij een grote schuld had die afgelost moest worden en/of

-tegen die [benadeelde] gezegd dat hij anders zou gaan werken als gigolo

-die [benadeelde] instructies gegeven voor het huren van een werkkamer

-die [benadeelde] geïnstrueerd welke klanten zij wel en niet mocht ontvangen en welke handelingen zij wel en niet moest/mocht doen

-een of meer seksadvertenties gemaakt van die [benadeelde] op de site van Speurders en/of Secret love onder de werknaam [naam 1]

-een of meermalen die seksadvertentie(s) omhoog gebeld

-telkens woningen/panden/kamers gearrangeerd waar verdachte en [benadeelde] verbleven en waar [benadeelde] (tevens) klanten voor de prostitutie heeft/kon ontvangen

-door (prijs)afspraken te maken met klanten

-door klanten voor die [benadeelde] te regelen

-die [benadeelde] vervoerd en/of vervoer heeft geregeld voor die [benadeelde] naar klanten en seksclubs en prostitutiepanden

-die [benadeelde] al haar prostitutieverdiensten, althans een zeer groot deel daarvan, laten afgeven aan hem, verdachte

-die [benadeelde] stelselmatig gemanipuleerd

-die [benadeelde] haar bankpas en pincode aan hem, verdachte laten afstaan

door welke feiten en omstandigheden voor die [benadeelde] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand heeft kunnen bieden aan verdachte;

2a. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat in 2012 de zaak jegens verdachte met betrekking tot een verdenking van overtreding van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (Sr) ten aanzien van [benadeelde] is geseponeerd. De officier van justitie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard voor de periode waarop dit sepot zag, aldus de raadsvrouw.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat met de aangifte van [benadeelde] in 2015 sprake was van een novum en dat de rechter-commissaris op 16 april 2015 een machtiging heeft afgegeven tot het starten van een opsporingsonderzoek zoals bedoeld in artikel 255 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Ingevolge artikel 348 juncto 255 lid 3 Sv is het openbaar ministerie dan ook ontvankelijk om voor de hele periode alsnog te vervolgen, aldus de officier van justitie.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft in het dossier bij de ‘bob stukken’ geen vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 255 lid 4 Sv aangetroffen. Ook is niet aangetroffen een door de rechter-commissaris afgegeven machtiging tot het starten van een opsporingsonderzoek zoals bedoeld in artikel 255, vierde lid van Sv. De door de officier van justitie als zodanig geduide machtiging van 16 april 2015 betreft een machtiging tot opnemen van telecommunicatie. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet voldaan is aan het gestelde in artikel 255 van Sv. Blijkens de justitiële documentatie van verdachte ziet de sepotbeslissing van mensenhandel op de pleegdatum 17 oktober 2011. Voor de periode tot en met 17 oktober 2011 had verdachte dan ingevolge artikel 255 lid 1 Sv niet opnieuw gedagvaard mogen worden en de officier van justitie zal in zoverre dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

2b. Betrouwbaarheid verklaringen

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de aangifte en verklaringen van [benadeelde] (hierna: aangeefster) niet als betrouwbaar zijn aan te merken. Aangeefster lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis en had een cocaïneverslaving. Zij is zeer jaloers en wil, nu hun relatie is beëindigd en verdachte een nieuwe vriendin heeft, verdachte in een kwaad daglicht stellen.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt hiertoe dat aangeefster consistent heeft verklaard en dat haar verklaringen op diverse essentiële punten steun vinden in getuigenverklaringen, zoals de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] , de ouders van verdachte en [getuige 3] , de ex-vrouw van verdachte, alsook in de verklaringen die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd. Daarnaast heeft aangeefster zichzelf op diverse punten ook belast in haar verklaringen.

De stelling van verdachte dat de verklaringen van voornoemde getuigen onbetrouwbaar zijn omdat zij samenspannen tegen hem zodat hij zijn zoontje, [naam 2] , niet meer kan zien, vindt geen enkele steun in de processtukken. Daarom oordeelt de rechtbank deze stelling niet aannemelijk.

De rechtbank ziet dan ook geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van aangeefster en voornoemde getuigen

2c. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Aangeefster is gedurende de periode 17 oktober 2011 tot en met mei 2014 werkzaam geweest als prostituee2. In de voornoemde periode hadden aangeefster en verdachte een relatie3. Aangeefster heeft prostitutiewerkzaamheden verricht in Nijmegen, Arnhem, Zevenaar, Deventer, Eindhoven, Duiven, Oosterbeek en Doetinchem 4.

Verdachte en aangeefster gebruikten in de periode 17 oktober 2011 tot en met mei 2014 cocaïne5.

Verdachte heeft een seksadvertentie van [benadeelde] ‘omhoog’ gebeld6.

Verdachte heeft [benadeelde] laten vervoeren naar een prostitutiepand 7.

Verdachte was in het bezit van de bankpas van aangeefster8.

Verdachte had hoge schulden 9.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het ten laste gelegde voor zover dat ziet op dwang, één of meer feitelijkheden, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie alsmede de ten laste gelegde handelingen, te weten het werven, overbrengen, opnemen en het vervoeren/huisvesten kunnen worden bewezen. Met inachtneming hiervan heeft de officier van justitie geconcludeerd dat sprake is geweest van seksuele uitbuiting zoals strafbaar is gesteld onder artikel 273f Sr.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde omdat verdachte en aangeefster een gelijkwaardige relatie hadden en er geen sprake is geweest van dwingen of aanzetten tot prostitutie en uitbuiting. Verdachte heeft ontkend dat hij aangeefster heeft gedwongen of aangezet tot prostitutie en uit de bewijsmiddelen blijkt dit evenmin, aldus de raadsvrouw.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster

In 2010 kregen verdachte, die toen 29 jaar oud was en aangeefster, die toen 19 jaar oud was, een relatie die vier jaar heeft geduurd10. De moeder van aangeefster alsmede andere getuigen beschrijven dat aangeefster heel verliefd op verdachte dan wel idolaat van verdachte was 11.

De ouders van aangeefster geven aan dat aangeefster zwak begaafd is en dat zij tevens is gediagnosticeerd met PDDnos en een persoonlijkheidsstoornis. De moeder van aangeefster verklaart dat aangeefster eigenlijk geen gevaar ziet en snel afhankelijk is 12. Ook getuigen [getuige 3] , ex-vrouw van verdachte en [getuige 4] , vriendin van aangeefster, verklaren dat aangeefster zwakbegaafd, naïef en makkelijk te beïnvloeden is13.

In het Pro Justitia rapport van 31 oktober 2013 is door de onderzoekend klinisch psycholoog geconcludeerd dat bij aangeefster sprake is “van een gebrekkige ontwikkeling van de geestesgesteldheid in termen van zwakbegaafd intelligentieniveau en een persoonlijkheidsstoornis NAO met op de voorgrond borderline kenmerken; daarnaast (…) afhankelijke trekken.”14

Aanvang prostitutie

Aangeefster is kort na aanvang van hun relatie in de prostitutie gaan werken15. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar heeft gevraagd of zij in prostitutie wilde gaan werken zodat hij zijn schulden kon afbetalen16. Verdachte, aangeefster en getuigen verklaren dat verdachte hoge schulden had en dat hij geen inkomsten uit werk, uitkering of anderszins had17. De vader van verdachte, [getuige 2] heeft hierover verklaard:

“Hij had geen uitkering en geen werk. Hij verkocht [benadeelde] via internet en in clubs.

Daar leefde hij van.” 18

Cocaïne

Verdachte gebruikte wel eens cocaïne vóórdat hij aangeefster kende19 en aangeefster is ‘pas’ cocaïne gaan gebruiken toen zij een relatie kreeg met verdachte20. Een heel groot deel van de verdiensten uit de prostitutiewerkzaamheden van aangeefster maakten verdachte en aangeefster op aan de cocaïne21. Aangeefster raakte gedurende de relatie verslaafd aan de cocaïne22.

Prostitutiewerkzaamheden en verdiensten

Verdachte arrangeerde kamers waarin aangeefster prostitutiewerkzaamheden verrichtte. In 2014 heeft verdachte toen aangeefster uit de kliniek kwam een kamer in Nijmegen voor haar gehuurd23. De verhuurder van deze kamer heeft hierover verklaard dat verdachte een kamer bij hem huurde en dat de vriendin van verdachte, te weten aangeefster, aldaar prostitutiewerkzaamheden verrichtte24. Ook getuige [getuige 5] heeft verklaard dat aangeefster en verdachte bij hem een etage huurde en dat verdachte deze etage contant betaalde met geld van aangeefster en dat aangeefster prostituee was25.

Klanten voor aangeefster werden geworven met advertenties op Kinky en Speurders.nl. Aangeefster werkte (onder andere) onder de naam [naam 1]26. Verdachte maakte al dan niet samen met aangeefster deze advertenties27. Het telefoonnummer dat bij de advertenties stond was van verdachte en zowel aangeefster als verdachte namen de telefoon op en maakten afspraken met klanten 28. Zowel de vader van aangeefster als de moeder van verdachte hebben gehoord dat verdachte aangeefster belde om te zeggen dat ze naar een klant moest29.

Prijzen voor de prostitutiewerkzaamheden en afspraken daarover werden door verdachte bepaald30.

Aangeefster stond zowel haar verdiensten als haar Wajonguitkering af aan verdachte31. Tevens heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar bankpasje had en dat hij de pincode van dit pasje wist. Deze verklaringen wordt ondersteund door getuigenverklaringen van de ouders van aangeefster32 en de moeder van verdachte33.

Verdachte zorgde voor het vervoer van aangeefster naar klanten en prostitutiepanden; ofwel bracht/haalde hij aangeefster zelf 34, ofwel werd aangeefster gebracht/gehaald door een door verdachte geregelde chauffeur35 dan wel door de vader van verdachte 36.

Verdachte gaf tevens instructies over mogelijke klanten voor aangeefster en de te verrichten handelingen37.

Huisvesting

Ten tijde van hun relatie verbleven verdachte en aangeefster als ze geld hadden in hotels of ze hadden een woning of kamer en wanneer ze geen geld hadden, sliep verdachte bij zijn ouders. Aangeefster zwierf dan rond en kwam dikwijls aan de deur bij de ouders van verdachte. Zij sliep dan in het trappenhuis aldaar of verdachte liet haar in de kelder slapen en sloot de deur af38.

Middelen

Aangeefster en ook getuigen verklaren dat aangeefster prostitutiewerkzaamheden bleef verrichten dan wel klanten bleef bestelen, omdat ze zo verliefd op verdachte was en de angst dat verdachte bij haar weg zou gaan groot was39. Aangeefster werd door verdachte verantwoordelijk gehouden voor hun/zijn inkomen en de afbetaling van hun/zijn schulden40.

Door aangeefster en meerdere getuigen is verklaard dat verdachte (van de cocaïne) agressief kon worden41. Aangeefster heeft verklaard:

hij sloeg me niet elke dag of zo, maar wel 3 keer in de maand of zo, als we ruzie hadden. Dan sloeg hij wel hard. Zulke bulten op het hoofd ook.”42

Meerdere getuigen verklaren dat aangeefster soms door verdachte tot bloedens was mishandeld43.

Voorts acht de rechtbank gelet op wat meerdere getuigen hierover verklaren en gezien het feit dat verdachte en aangeefster een langdurige relatie hadden, volstrekt onaannemelijk dat verdachte zich niet bewust was dat aangeefster kwetsbaar in de zin van zwakbegaafd en naïef was. Verdachte heeft namelijk verklaard dat hij weet dat [benadeelde] PDD-nos had44 Vervolgens heeft hij hiervan misbruik gemaakt.

Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking; het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en dat aangeefster ten tijde van haar relatie met verdachte aan de cocaïne verslaafd raakte.

Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat sprake is van het misbruik maken van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, misbruik maken van een kwetsbare positie en dreiging met andere feitelijkheden.

Handelingen

Het huisvesten, vervoeren en/of overbrengen van aangeefster oordeelt de rechtbank gelet op voornoemde feiten en omstandigheden eveneens wettig en overtuigend bewezen. Voor het oordeel dat verdachte aangeefster heeft geworven, biedt het dossier onvoldoende aanknopingspunten.

Oogmerk van seksuele uitbuiting

Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt, naar het oordeel van de rechtbank, dat aangeefster seksueel is uitgebuit. Door verdachte werden seksadvertenties gemaakt, werklocaties geregeld en afspraken gemaakt en door misbruik te maken van haar verliefdheid, zwakbegaafdheid en (cocaïne)afhankelijkheid werd bewerkstelligd dat zij zich beschikbaar bleef stellen voor prostitutie. Het oogmerk van seksuele uitbuiting is gelegen in het feit dat het verdachte ging om financieel gewin. Uit de verklaringen van de wijkagent, de ex-vriend van aangeefster en de moeder van verdachte komt het beeld naar voren van aangeefster die er steeds slechter uit ging zien en verdachte die er steeds verzorgd uitzag en nette en dure kleding droeg45. Daarnaast ging aangeefster op bepaalde moment bedelen omdat zij prostitutiewerkzaamheden niet meer wilde doen46.

Daarnaast neemt de rechtbank verklaringen van onder andere de ouders van verdachte, [getuige 6] en [getuige 3] in aanmerking dat verdachte aangeefster verkocht aan mannelijke klanten47.

De rechtbank merkt op dat een uitbuitingssituatie het ontbreken van vrijwilligheid veronderstelt. Dit wordt niet anders als prostitutiewerkzaamheden aanvankelijk op vrijwillige basis zijn gestart. Op enig moment is er immers sprake geweest van de toepassing van voornoemde dwangmiddelen en verkeerde aangeefster ook niet (meer) in een situatie die gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren.

Voordeel trekken

Verdachte heeft tezamen met anderen voordeel getrokken uit de seksuele uitbuiting van aangeefster. Aangeefster heeft verklaard dat zij al haar verdiensten aan verdachte gaf. Het geld dat aangeefster verdiende maakte aangeefster en verdachte samen op, met name aan drugs.

Van het verdiende geld kocht verdachte ook spullen en drugs voor zichzelf. Hij heeft het door aangeefster uit prostitutie verdiende geld in ieder geval deels voor zijn eigen doeleinden gebruikt.

Bewegen tot bevoordeling

De rechtbank is op basis van het voorgaande van oordeel dat verdachte aangeefster heeft bewogen tot het afgeven van haar verdiensten. Aangeefster stuurde verdachte nadat zij een of meerdere klanten had ontvangen een berichtje hoeveel zij had verdiend 48 en verdachte was steeds in haar buurt49. Verdachte overtuigde aangeefster die zwakbegaafd is en zeer verliefd en afhankelijk was van verdachte alsmede cocaïneverslaafde was geworden, dat zij snel veel geld moest verdienen om zijn schulden af te kunnen lossen.

Gelet op wat hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat verdachte aangeefster heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten van seksuele aard en hem te bevoordelen uit de opbrengst van deze handelingen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode vanaf 18 oktober 2011 t/m

mei 2014 op meerdere plaatsten te Nederland, te weten te Nijmegen en/of te

Arnhem en/of te Eindhoven en/of te Zevenaar en/of te Amsterdam en/of te

Doetinchem en/of te Deventer en/of te Duiven en/of te Oosterbeek en/of te

Antwerpen en/of elders in Nederland en/of in België,

een ander, te weten [benadeelde] ,

A. (sub 1) (telkens) door dwang en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door

fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen,

(telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [benadeelde]

en/of

(sub 4) (telkens) door dwang en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

die [benadeelde] heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten, dan wel

door dwang en/of geweld en/of dreiging met gewelden/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,

enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [benadeelde] zich beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten

en/of

(sub 9) - met een of meer van de onder sub 1 genoemde middelen, te weten door dwang en/of een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door

fraude en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare

positie,

die [benadeelde] heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst

van haar, [benadeelde] seksuele handelingen met of voor een derde

en/of

B. (sub 6) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [benadeelde] immers heeft verdachte

-die [benadeelde] gehuisvest en/of

-die [benadeelde] cocaïne en/of GHB laten gebruiken waaraan zij verslaafd is geraakt

-die [benadeelde] geïsoleerd door constant in haar nabijheid te zijn/(ver)blijven en/of door anderszins (constant) contact met haar te (onder)houden

-die [benadeelde] onder druk gezet en/of ertoe aangezet en/of ertoe gebracht een groot aantal dagen per week en/of een groot aantal uren per dag als prostituee te werken en/of

-tegen die [benadeelde] gezegd dat hij een grote schuld had die afgelost moest worden en/of

-tegen die [benadeelde] gezegd dat hij anders zou gaan werken als gigolo

-die [benadeelde] instructies gegeven voor het huren van een werkkamer

-die [benadeelde] geïnstrueerd welke klanten zij wel en niet mocht ontvangen en welke handelingen zij wel en niet moest/mocht doen

-een of meer seksadvertenties gemaakt van die [benadeelde] op de site van Speurders en/of Secret love onder de werknaam [naam 1]

-een of meermalen die seksadvertentie(s) omhoog gebeld

-telkens woningen/panden/kamers gearrangeerd waar verdachte en [benadeelde] verbleven en waar [benadeelde] (tevens) klanten voor de prostitutie heeft/kon ontvangen

-door (prijs)afspraken te maken met klanten

-door klanten voor die [benadeelde] te regelen

-die [benadeelde] vervoerd en/of vervoer heeft geregeld voor die [benadeelde] naar klanten en seksclubs en prostitutiepanden

-die [benadeelde] al haar prostitutieverdiensten, althans een zeer groot deel daarvan, laten afgeven aan hem, verdachte

-die [benadeelde] stelselmatig gemanipuleerd

-die [benadeelde] haar bankpas en pincode aan hem, verdachte laten afstaan;

door welke feiten en omstandigheden voor die [benadeelde] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand heeft kunnen bieden aan verdachte;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

‘mensenhandel, meermalen gepleegd’

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht en betaling van een geldboete ten bedrage van € 4.190, te vervangen door 51 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat nu het openbaar ministerie ten aanzien van de tenlastegelegde periode deels niet-ontvankelijk moet worden verklaard de geëiste straf sowieso te hoog is. Daarnaast heeft de raadsvrouw betoogd dat bij een bewezenverklaring rekening moet worden gehouden dat enkel sprake is van de toepassing van de zogenaamde ‘zachte dwangmiddelen’ en dat verdachte nu een gezin heeft en zijn leven op orde heeft. Een gevangenisstraf zal dat in negatieve zin doorkruisen doordat hij dan zijn woning kwijtraakt en de aangevangen schuldsanering en behandeling bij Kairos stopt, aldus de raadsvrouw.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 3 mei 2017;

- een reclasseringsadvies van IrisZorg van 1 juni 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen:

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van een meerderjarige, maar jonge en zwakbegaafde vrouw gedurende een periode van 2,5 jaar. Verdachte had in die periode een relatie met het slachtoffer en heeft gebruik gemaakt van het feit dat zij erg verliefd op hem was. Daarnaast is het slachtoffer in de periode van haar relatie met verdachte verslaafd geraakt aan de cocaïne. Gebleken is dat verdachte het slachtoffer op manipulatieve wijze ertoe heeft aangezet zich te prostitueren, door haar ervan te overtuigen dat zij snel veel geld moest verdienen om onder andere zijn schulden te kunnen betalen. Verdachte heeft misbruik gemaakt van zijn overwicht op haar als tien jaar oudere man en van haar kwetsbare positie. Dit deed hij bewust, om van het door haar uit de prostitutie verdiende geld te kunnen profiteren. Zij was voor hem een inkomstenbron.

Juist omdat het hier om prostitutiewerkzaamheden ging, heeft verdachte door aldus te handelen een grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Verdachte heeft zich geen enkele rekenschap gegeven van de mogelijke gevolgen die het slachtoffer zou ondervinden als gevolg van zijn handelen. Hij heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen financieel gewin.

Uit de ter terechtzitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat het gebeuren een enorme weerslag heeft gehad en nog steeds heeft op haar. Daarbij komt onder andere naar voren hoezeer zij is getroffen doordat verdachte haar zo heeft behandeld. Het heeft een niet te onderschatten impact gehad op haar emotionele en psychische ontwikkeling. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke feiten daarvan veelal langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden.

Uit het reclasseringsadvies komt naar voren dat verdachte tijdens het gesprek met rapporteur een manipulerende, agressieve en dwingende houding laat zien en dat hij weinig tot geen inzicht geeft in zijn situatie. Voorts overweegt de reclassering dat gelet op het ontbreken van dagbesteding, het hebben van financiële problemen en de aanwezige agressieproblematiek en het drugsgebruik de kans op recidive aanwezig blijft. Weliswaar heeft verdachte zich vrijwillig aangemeld bij de ambulante behandeling van Kairos (agressieproblematiek) en IrisZorg (verslavingsproblematiek), maar bij IrisZorg is hij inmiddels uitgeschreven omdat hij niet op de gemaakte afspraken verscheen. Bij de behandeling van Kairos komt verdachte moeizaam zijn afspraken na, maar heeft hij wel een open houding tijdens de gesprekken .

Alles afwegende, en in aanmerking genomen dat de rechtbank de officier van justitie voor een deel van de ten laste gelegde periode niet-ontvankelijk verklaart en – in tegenstelling tot de officier van justitie – het middel misleiding niet bewezen oordeelt, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren passend en geboden. Hierbij neemt de rechtbank tevens nog de ouderdom van het feit in aanmerking.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 125.040 aan materiele schade en € 20.000 aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot betaling van het totaalbedrag van € 145.040 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd en ook gelet op de hoogte van het gevorderde bedrag te complex is voor een behandeling in het strafgeding en derhalve de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Echter de gevorderde afgedragen inkomsten zijn onvoldoende onderbouwd, nu onder andere niet duidelijk is hoeveel uren/dagen benadeelde partij heeft gewerkt en wat er is besteed aan haar levensonderhoud.

De vordering van de materiële schade zal de rechtbank voor wat betreft de verwijdering van de tatoeages toewijzen tot een bedrag van € 240.

Ter zake van de gevorderde immateriële schade zal de rechtbank een bedrag van

€ 6.000 toewijzen nu bij gebreke van diagnose onvoldoende duidelijk is wat daadwerkelijk aanwezige psychische schade is en hoeverre deze schade afdoende een rechtstreeks gevolg is van het strafbare feit.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij(en).

De gevorderde en toegewezen rente zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 18 oktober 2011, de begindatum van de bewezen verklaarde periode.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvervolging voor de periode april 2010 tot en met 17 oktober 2011;

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] .

veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde], van een bedrag van € 6.240 (zesduizend tweehonderdveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] , een bedrag te betalen van € 6.240 (zesduizend tweehonderdveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 66 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Driessen (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. C.E.W. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.B. Moll van Charante, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 juni 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, dienst Regionale Recherche, team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 07VRP14014 Raaf, gesloten op 18 september 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde persoonsdossier en doorgenummerde zaaksdossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 154, 157, 161 (zaaksdossier); het proces-verbaal van bevindingen PCT controle Nijmegen p. 14 -15 (persoonsdossier);de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017.

3 Proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [benadeelde] , het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 21 (persoonsdossier); de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017.

4 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 100, 104 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 23 (persoonsdossier), het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 96 (persoonsdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] p. 209 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor [getuige 10] p. 221 (zaaksdossier); het proces-verbaal van bevindingen Volkshuisvesting p. 366-369 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] p. 264-268 (zaaksdossier); meldingen BVH p. 54, 71 (zaaksdossier).

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] p. 204 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] p. 250 (zaaksdossier); de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017.

6 De verklaring van verdachter ter terechtzitting van 12 juni 2017; het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 436 (zaaksdossier).

7 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 330 (zaaksdossier).

8 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017; het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 166 (zaaksdossier).

9 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017; het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 81 (persoonsdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 9] p. 305 ( zaaksdossier).

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 84 ( persoonsdossier); het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 32.

11 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] p. 207 ( zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 10] p. 222; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] p. 319 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 330 (zaaksdossier).

12 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] p. p. 204 (zaaksdossier).; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 10] p. 219 (zaaksdossier).

13 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] p 320 ( zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] p. 249 (zaaksdossier).

14 Een schriftelijk bescheid inhoudende een Pro Justitia rapportage d.d. 31 oktober 2013 p. 197.

15 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017; het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 33 ( persoonsdossier) 420 (zaaksdossier).

16 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 32-33, 36-37 (persoonsdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] p. 318 (zaaksdossier); het proces-verbaal van bevindingen contact [benadeelde] op Facebook p. 444, 446.

17 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017; het proces-verbaal van getuige [getuige 10] p. 221, 230 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 9] p. 305; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 331 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 401 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 49 (persoonsdossier).

18 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] p. 337 ( zaaksdossier).

19 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017.

20 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2015 p. 452; het proces-verbaal van verhoor [getuige 7] p. 204 9zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 22 (persoonsdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] p. 250 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] p. 319 (zaaksdossier).

21 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 36; het proces-verbaal van verhoor [getuige 3] p. 250 (zaaksdossier)

22 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 102; een schriftelijk bescheid inhoudende psychologisch onderzoek Pro Justitia [benadeelde] d.d. 31 oktober 2013 p. 180 – 200 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor [getuige 7] p. 204 ( zaaksdossier); het proces-verbaal van [getuige 10] p. 222(zaaksdossier).

23 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017.

24 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 11] p. 315 (zaaksdossier).

25 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] p. 255 ( zaaksdossier).

26 Het proces-verbaal bevindingen PCT controle Nijmegen p. 372 ( zaakdossier)

27 Het proces-verbaal van verhoor [getuige 12] p. 436 ( zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] p. 213; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 10] p. 230 (zaaksdossier).

28 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 430,437 ( zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] bij de rechter-commissaris op 17 oktober 2016 p. 4.

29 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 10] p. 230; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 329.

30 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 37 ( persoonsdossier); het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] p. 330; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] p. 221 (zaaksdossier).

31 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] p. 338 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 330 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 107, 109, 166 en 402 ( zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 13] p. 287 (zaaksdossier); het proces-verbaal van getuige [getuige 10] p. 233 (zaaksdossier).

32 Het proces-verbaal van verhoorgetuige [getuige 7] p. 213, 314 ( zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 10] p. 233 ( zaaksdossier).

33 Het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] p. 327 ( zaaksdossier).

34 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 49.

35 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 12 juni 2017.

36 Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 96; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] p. 337.

37 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 34 ( persoonsdossier) en p. 161 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 13] p. 287 (zaaksdossier).

38 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 99 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 327-328 zaaksdossier); proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 10] p. 235 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] p. 254 (zaaksdossier); het proces-verbaal van bevindingen Holliday Inn Express p. 353 (zaaksdossier).

39 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 104, 106, 107 ( persoonsdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] p. 250, 251 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] p. 310 (zaaksdossier).

40 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 32-33, 35-37, 44, 49, 53, 56 ( persoonsdossier).

41 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 29; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 14] p. 270-271 (zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 99; het proces-verbaal van verhoor [getuige 3] p. 243 ( zaaksdossier)

42 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 55.

43 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 15] p. 259 ( zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 335.

44 Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 73-82

45 Het proces-verbaal van bevindingen p. 452; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] p. 308; het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] p. 22.

46 Het proces-verbaal van verhoor [getuige 7] p. 210; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 10] p. 234 (zaaksdossier); schriftelijk bescheid inhoudende meldingen/ zaken BVH p. 55, 56, 59.

47 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] p. 22 ( persoonsdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] p. 337 ( zaaksdossier); het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] p. 308 (zaaksdossier).

48 Het proces-verbaal van verhoor [benadeelde] p. 49 (persoonsdossier).

49 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] p. 204, 209, 211 ( zaaksdossier); het proces-verbaal van bevindingen p. 26 ( persoonsdossier).