Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:319

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-01-2017
Datum publicatie
19-01-2017
Zaaknummer
05/820042-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

artikel 6 WVW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2017/52
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820042-16

Datum uitspraak : 13 januari 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

wonende in [adres] .

Raadsvrouw: mr. W.E. van Veldhuizen, advocaat in Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
30 december 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 januari 2016, te Ede, in de gemeente Ede, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende over de weg, de Laan der Verenigde Naties, komende uit de richting Satenpad en gaande in de richting van de kruising (rotonde) van de wegen, de Laan der Verenigde Naties en [straatnaam] ,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl direct voor die kruising/rotonde op het wegdek van die weg, de Laan der Verenigde Naties, haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht, en/of

terwijl voor die kruising, in de gezien zijn, verdachtes rijrichting, zich in de rechter berm van die weg, de Laan der Verenigde Naties, een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg", bevond en/of

terwijl het zicht voor hem, verdachte door de voorruit en de linker- en rechter zijruiten van dat motorrijtuig (personenauto), -welke waren beslagen en/of waarvan de daarop zich bevindende ijsafzetting in onvoldoende mate was verwijderd en/of schoongemaakt-, werd beperkt, en/of

(daarbij) niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken of over die kruisende (voorrangs)weg, de [straatnaam] en/of die rotonde verkeer naderde, en/of

die kruising/rotonde zonder te stoppen is opgereden, en/of

(daarbij) geen voorrang heeft verleend aan een op die kruising/rotonde gesitueerd (deels vrij liggend) fietspad rijdende, gelet op zijn verdachtes rijrichting, toen dicht van links genaderd zijnde bestuurster van een fiets, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die over dat fietspad van die kruisende weg, de [straatnaam] en/of die kruising/rotonde rijdend, toen dicht genaderd zijnde bestuurster van die fiets en/of die fiets, ten gevolge waarvan of waarbij die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ( [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht,

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 19 januari 2016, te Ede, in de gemeente Ede, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee heeft gereden over de weg, de Laan der Verenigde Naties, komende uit de richting Satenpad en/of gaande in de richting van de kruising (rotonde) van de wegen, de Laan der Verenigde Naties en [straatnaam] ,

terwijl direct voor die kruising/rotonde op het wegdek van die weg, de Laan der Verenigde Naties, haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht, en/of

terwijl voor die kruising, in de gezien zijn, verdachtes rijrichting, zich in de rechter berm van die weg, de Laan der Verenigde Naties, een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg", bevond en/of

terwijl het zicht voor hem, verdachte door de voorruit en de linker- en rechter zijruiten van dat motorrijtuig (personenauto), -welke waren beslagen en/of waarvan de daarop zich bevindende ijsafzetting in onvoldoende mate was verwijderd en/of schoongemaakt-, werd beperkt, en/of

(daarbij) niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken of over die kruisende (voorrangs)weg, de [straatnaam] en/of die rotonde verkeer naderde, en/of

die kruising/rotonde zonder te stoppen is opgereden, en/of

(daarbij) geen voorrang heeft verleend aan een op die kruising/rotonde gesitueerd (deels vrij liggend) fietspad rijdende, gelet op zijn verdachtes rijrichting, toen dicht van links genaderd zijnde bestuurster van een fiets, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die over dat fietspad van die kruisende weg, de [straatnaam] en/of die kruising/rotonde rijdend, toen dicht genaderd zijnde bestuurster van die fiets en/of die fiets, ten gevolge waarvan of waarbij die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De vaststaande feiten

Op 19 januari 2016 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden. Verdachte reed, komend uit de richting van het Statenpad, op de Laan der Verenigde Naties in Ede, gemeente Ede. Op de rotonde, waar de Laan der Verenigde Naties kruist met de [straatnaam] , is verdachte in aanrijding gekomen met een fietsster. Deze fietsster, [slachtoffer] , is met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. Uit de geneeskundige verklaring van 29 februari 2016 blijkt dat op 19 januari 2016 bij haar een hoofdwond en een hersenschudding is geconstateerd en dat de geschatte duur van genezing zes weken is.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit, te weten overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. Volgens de officier van justitie is er sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte van het primair tenlastegelegde feit moet worden vrijgesproken. In dat kader heeft de raadsvrouw bepleit dat [slachtoffer] verdachte van rechts in plaats van links is genaderd. De raadsvrouw verwijst daarbij naar de foto’s op de pagina’s 10 en 14 tot en met 16 in het dossier. Daarop is te zien dat ten gevolge van de aanrijding de rechtervoorzijde van de auto van verdachte is beschadigd. Nu zowel verdachte als getuige [getuige] [slachtoffer] niet hebben gezien op de rotonde vraagt de raadsvrouw zich af of [slachtoffer] in de juiste richting op het voor haar bestemde gescheiden fietsgedeelte van de rotonde heeft gereden. Het komt de raadsvrouw, ook gezien de afstand van elf meter tussen het botspunt en het eindpunt van de fiets, meer waarschijnlijk voor dat [slachtoffer] een onverwachte manoeuvre heeft gemaakte waarop verdachte niet bedacht hoefde te zijn en waarop hij niet kon anticiperen. Over de ijsafzetting dan wel beslagen ramen heeft de raadsvrouw opgemerkt dat het ongeval rond 08.30 uur plaatsvond, terwijl de foto’s van de auto na afronding van het verhoor van verdachte zijn gemaakt. Dit verhoor vond plaats vanaf 09.00 uur. In tussentijd kunnen de ramen weer beslagen zijn geraakt, zodat de situatie op de foto’s niet is aan te duiden als de situatie ten tijde van het ongeval. Verdachte had naar zijn idee voldoende zicht.

Voor wat betreft het subsidiair tenlastegelegde feit refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Uit het proces-verbaal aanrijding misdrijf van 3 maart 2016 volgt dat er voor de rotonde, waar de Laan der Verenigde Naties de [straatnaam] kruist, een bord (B6 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) staat en er op het wegdek van de Laan der Verenigde Naties haaientanden zijn aangebracht.3 Daaruit volgt dat verdachte voorrang diende te verlenen aan het verkeer op de rotonde.

De rechtbank heeft de fotobijlage ter terechtzitting bekeken en daarbij waargenomen dat:

  • -

    pagina 10: er ijs zit op de voorruit en het portier;

  • -

    pagina 11 en 13: de voorruit aan de kant van de bestuurdersstoel schoon lijkt te

zijn, maar dat er op de voorruit aan de kant van de bijrijdersstoel ijs

zit;

  • -

    pagina 14: de auto van verdachte aan de rechter voorzijdebeschadigd is;

  • -

    pagina 19: de rechterspiegel bevroren is;

  • -

    pagina 20: er ijs is achtergebleven op de rechterzijruit;

  • -

    pagina 21: de linkerspiegel bedekt is met ijs.4

[slachtoffer] heeft op 21 januari 2016 tegenover de politie verklaard dat zij op 19 januari 2016 omstreeks 08.20 uur op haar fiets vanaf haar woning aan de [straatnaam] is vertrokken. Bij de eerste rotonde die [slachtoffer] nadert, moet zij “linksaf slaan”. [slachtoffer] kan zich van het ongeval niets meer herinneren, maar normaal gesproken rijdt zij altijd tegen de klok in op het fietspad. [slachtoffer] gaat ervan uit dat zich op 19 januari 2016 op dezelfde wijze heeft gedragen.5

Op 3 maart 2016 heeft [slachtoffer] in een telefonisch gesprek met de politie verklaard dat zij nog last heeft van de linkerzijde van haar lichaam. [slachtoffer] heeft nog pijn in haar buik en heeft een klemmend gevoel in haar linkerknie. Daarnaast heeft zij een krampgevoel in haar linkervoet. Zij is in behandeling bij [dokter] van de afdeling neurologie. Zij is heel erg snel moe en kan twee keer twee uur per week, dus nog niet volledig, werken.6

Verdachte is op 19 januari 2016 gehoord. Tegenover de politie heeft verdachte verklaard dat hij op 19 januari 2016 om 08.30 uur op de Laan der Verenigde Naties reed. Verdachte reed in de richting van de rotonde waar de Laan der Verenigde Naties de [straatnaam] kruist. Bij het naderen van de rotonde remde hij af tot ongeveer twintig kilometer per uur. Verdachte heeft naar rechts en naar links gekeken, maar hij zag geen fietsers of overig verkeer. Hij is bekend met de rotonde en weet dat hij voorrang moet geven. Toen hijde rotonde op wilde rijden, hoorde hij ineens een harde klap. Hij zag dat er een persoon over de motorkap van zijn auto vloog en vervolgens op de grond terechtkwam. Het klopt dat er ijs zat op de ruiten van zijn auto. Hij had weliswaar het ijs eraf gekrabd, maar had dat misschien beter kunnen doen.7

Uit het proces-verbaal van bevindingen van 20 mei 2016 blijkt dat het fietspad op de rotonde door middel van middengeleiders deels gescheiden is van de hoofdrijbaan. Daarnaast blijkt daaruit dat verbalisant [verbalisant] op 19 januari 2016 om 09.00 uur zag dat de voorruit van de auto van verdachte deels beslagen was. Ook zag hij dat ijsafzetting zichtbaar was op de ramen waardoor het zicht deels werd beperkt.8

De rechtbank stelt allereerst vast dat verdachte, komend uit de richting van het Statenpad, de rotonde, waar de Laan der Verenigde Naties de Doctor van Uylpark kruist, met gematigde snelheid, maar zonder te stoppen en zonder of in voldoende mate te (blijven) kijken naar het naderende verkeer, op is gereden. Direct voor die rotonde, op het wegdek van de Laan der Verenigde Naties, zijn haaientanden aangebracht. Ook staat er een zogenoemd bord B6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor die rotonde. De raadsvrouw merkt over dit bord op dat er in beginsel niet gestopt hoeft te worden. Dat is naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf juist, maar dat neemt niet weg dat verdachte wel voorrang moest verlenen aan verkeersdeelnemers, zoals [slachtoffer] , die zich op de rotonde bevinden. In dat geval moet er wel degelijk worden gestopt en voorrang worden gegeven aan het kruisende verkeer. Verdachte heeft dit nagelaten.

Verder staat vast dat [slachtoffer] , komend uit de richting van de Doctor van Uylpark, de rotonde, waar voornoemde straat de Laan der Verenigde Naties kruist, op is gereden. [slachtoffer] heeft tegenover de politie verklaard dat zij bij deze rotonde “linksaf moest slaan”. De raadsvrouw leidt hieruit af dat [slachtoffer] dus bij de rotonde linksaf is gegaan, tegen de rijrichting in, zodat zij aldus niet de rotonde ‘driekwart’ hoefde te volgen maar slechts ‘eenkwart’. De rechtbank wijst er evenwel op dat in het dagelijks taalgebruik vaker wordt gezegd (zelfs navigatiesystemen melden in voorkomende gevallen bij nadering van een rotonde dat men linksaf moet afslaan en de derde afslag nemen) dat men bij een rotonde linksaf gaat of rechtdoor gaat en dat betekent dan ook niet dat men de rotonde via een rechte lijn, dwars over het middelpunt neemt.

Echter, tegenover de politie heeft [slachtoffer] eveneens verklaard dat zij op de rotonde altijd tegen de klok in fietst (rb: dat is de juiste rijrichting). De rechtbank begrijpt een en ander aldus dat [slachtoffer] de rotonde driekwart, richting de rotonde waar de Laan der Verenigde Naties de Attleedreef en Professor Oudpark kruist, moest nemen. De rechtbank heeft, anders dan de raadsvrouw stelt, geen reden om aan te nemen dat [slachtoffer] op 19 januari 2016 tegen de richting in is gereden. Het gaat namelijk om routinematig gedrag waarvan het zeer onlogisch is om daar in het spitsuur van af te wijken. Bovendien blijkt uit de schade aan de rechterzijde van de auto van verdachte en de ligging van de fiets, met de voorkant wijzend in de richting van de derde afslag, eveneens dat verdachte in aanrijding kwam met [slachtoffer] , terwijl zij, vanuit verdachtes positie gezien, van links aan kwam fietsen.

Uit de schade aan de rechterzijde van de auto van verdachte maakt de rechtbank daarnaast op dat [slachtoffer] de auto van verdachte al (deels) was gepasseerd. Desondanks heeft verdachte [slachtoffer] bij het oprijden van de rotonde niet gezien, hoewel dat gelet op de overzichtelijkheid van de rotonde goed mogelijk was. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verdachte door de ijsafzetting op de ruiten onvoldoende zicht had op het verkeer, in het bijzonder op [slachtoffer] , dat hem naderde. In dat kader verwijst de rechtbank naar de eerder genoemde fotobijlage. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de ijsafzetting in onvoldoende mate was verwijderd en schoongemaakt. Onder meer op de voorruit aan de kant van de bijrijdersstoel is nog ijs te zien en dat geldt eveneens voor de rechterzijruit. Dat de foto’s van de auto ongeveer een half uur na het verkeersongeval zijn genomen, maakt dit niet anders. De rechtbank vindt het, in tegenstelling tot de raadsvrouw, onaannemelijk dat de ruiten van de auto, nadat zij schoon zijn gemaakt, binnen een half uur weer ernstig bevroren raken.

Uit de genoemde bewijsmiddelen volgt dat [slachtoffer] lichamelijk letsel heeft opgelopen waardoor een ernstige verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld en daarmee schuld heeft aan het onderhavige verkeersongeval, waarbij [slachtoffer] letsel heeft opgelopen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 19 januari 2016, te Ede, in de gemeente Ede, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee rijdende over de weg, de Laan der Verenigde Naties, komende uit de richting Statenpad en gaande in de richting van de kruising (rotonde) van de wegen, de Laan der Verenigde Naties en [straatnaam] ,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl direct voor die kruising/rotonde op het wegdek van die weg, de Laan der Verenigde Naties, haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Bestuurders moeten voorrang verlenen aan de bestuurders op de kruisende weg", waren aangebracht, en/of

terwijl voor die kruising, in de gezien zijn, verdachtes rijrichting, zich in de rechter berm van die weg, de Laan der Verenigde Naties, een in zijn, verdachtes rijrichting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg", bevond en/of

terwijl het zicht voor hem, verdachte door de voorruit en de linker- en rechter zijruiten van dat motorrijtuig (personenauto), - welke waren beslagen en/of waarvan de daarop zich bevindende ijsafzetting in onvoldoende mate was verwijderd en/of schoongemaakt -, werd beperkt, en/of

(daarbij) niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken of over die kruisende (voorrangs)weg, de [straatnaam] en/of die rotonde verkeer naderde, en/of

die kruising/rotonde zonder te stoppen is opgereden, en/of

(daarbij) geen voorrang heeft verleend aan een op die kruising/rotonde gesitueerd (deels vrij liggend) fietspad rijdende, gelet op zijn verdachtes rijrichting, toen dicht van links genaderd zijnde bestuurster van een fiets, en/of

(vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die over dat fietspad van die kruisende weg, de [straatnaam] en/of die kruising/rotonde rijdend, toen dicht genaderd zijnde bestuurster van die fiets en/of die fiets, ten gevolge waarvan of waarbij die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ( [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht,

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt, doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 (primair):

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zodanig lichamelijk letsel wordt toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 80 uren werkstraf, te vervangen door 40 dagen hechtenis, en tot oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft voor wat betreft het primair tenlastegelegde feit vrijspraak bepleit, maar subsidiair aangevoerd dat een geldboete met termijnbetaling en een rijontzegging van korte duur volstaat. De eis van de officier van justitie vindt de raadsvrouw buiten proportie.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij door zijn verkeersgedrag, dat in belangrijke mate in de hand werd gewerkt door voor vertrek niet alle ramen van zijn auto schoon te krabben en te ontdoen van ijsafzetting, de veiligheid van anderen in gevaar heeft gebracht, welk gevaar zich voor [slachtoffer] heeft verwezenlijkt. [slachtoffer] heeft lichamelijk letsel, onder meer een hersenschudding en schaafwonden op het gezicht en de knieën, opgelopen.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte er blijk van heeft gegeven dat hij de ernst van het door hem aan [slachtoffer] aangedane leed inziet. Verdachte heeft meerdere malen contact gezocht met het slachtoffer en haar echtgenoot. Verder weegt het in het voordeel van verdachte dat hij niet eerder is veroordeeld.

Alles overwegend en rekening houdend met uitspraken in soortgelijke zaken is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte in combinatie met een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur passend is.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 24a en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit, zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een geldboete van € 600,00 (zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 (twaalf) dagen hechtenis;

 bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 3 (drie) maandelijkse termijnen van telkens € 200,00 (tweehonderd euro);

 ontzegt verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari 2017.

Mr. I.D. Jacobs en mr. J. Wiersma zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer PL0600-2016031396, gesloten op 6 maart 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Geneeskundige verklaring Ziekenhuis Gelderse Vallei, p.26.

3 Proces-verbaal aanrijding misdrijf, p.3-7.

4 Proces-verbaal aanrijding misdrijf, fotobijlage, p.10, onderste foto, p.11, p.13, p.14, p.19, p.20 en p.21.

5 Proces-verbaal van verhoor benadeelde, p.23-24.

6 Proces-verbaal van verhoor benadeelde, p.25.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p.29-30.

8 Proces-verbaal van bevindingen, nummer PL0600-2016031396-7, p.1.