Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:3152

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-06-2017
Datum publicatie
16-06-2017
Zaaknummer
05/880822-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke gevangenisstraf en maximale werkstraf voor het plegen van ontucht met een minderjarige en het vervaardigen, verwerven en bezitten van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/880822-16

Datum uitspraak : 15 juni 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1959 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .

Raadsman: mr. J.P.J. Botterblom, advocaat te Nijkerk.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 juni 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand oktober 2015 tot en met 10 februari 2016 te [plaats 1] , gemeente Barneveld, in elk geval in Nederland, en/of (nabij) [plaats 2] (Duitsland), in elk geval in Duitsland, (telkens) met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum 2] 2000, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , hebbende verdachte zijn penis in de mond van die [benadeelde] gebracht en/of zijn vinger(s) in de anus van die [benadeelde] gebracht;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand oktober 2015 tot en met 10 februari 2016 te [plaats 1] , gemeente Barneveld, in elk geval in Nederland, en/of (nabij) [plaats 2] (Duitsland), in elk geval in Duitsland, (telkens) met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum 2] 2000, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het betasten en/of aftrekken van de penis van die [benadeelde] en/of laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [benadeelde] en/of in zijn, verdachtes, mond nemen van de penis van die [benadeelde] en/of betasten/bevoelen van de anus van die [benadeelde] ;

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 april 2015 tot en met 14 juni 2016 althans de maand oktober 2015 tot en met 14 juni 2016 te [plaats 1] , gemeente Barneveld, in elk geval in Nederland, en/of (nabij) [plaats 2] (Duitsland), in elk geval Duitsland,

één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeelding(en) van (een) seksuele gedraging(en), waarbij een persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken,

te weten (een) afbeelding(en) van de (stijve) penis van [benadeelde] , geboren op [geboortedatum 2] 2000, (telkens) heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Verdachte heeft bekend dat hij met [benadeelde] de onder 1 en 2 tenlastegelegde seksuele handelingen heeft verricht, met uitzondering van de onder 1 tenlastegelegde handeling dat verdachte zijn vinger in de anus van [benadeelde] heeft gebracht. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Aangever [benadeelde] heeft op dit punt verklaard dat verdachte heeft geprobeerd om met zijn vinger in zijn anus te komen. Aangever voelde toen pijn en gaf aan dat hij dat niet fijn vond.2 Verdachte heeft verklaard dat hij met zijn vinger aan de anus van [benadeelde] heeft gevoeld en niet weet of hij er met een vingerkootje in zat. Verdachte stopte toen [benadeelde] aangaf dat hij het niet prettig vond.3 Gelet op de verklaring van aangever, die op dit punt steun vindt in de door verdachte bij de politie afgelegde verklaring, acht de rechtbank ook deze onder 1 tenlastegelegde seksuele handeling wettig en overtuigend bewezen.

Bekennende verdachte

Voor het overige is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde] , p. 38; 40-42;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 87;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 juni 2017.

Ten aanzien feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen, verwerven en in bezit hebben van kinderpornografie in de periode van 1 april 2015 tot en met 14 juni 2016.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat zich in het dossier slechts één kinderpornografische afbeelding bevindt die verdachte in bezit heeft gehad. Dit betreft een aanzienlijk kortere periode dan ten laste is gelegd, nu deze afbeelding zou zijn verstuurd op 16 maart of 1 april 2016. Dat verdachte meer afbeeldingen in bezit heeft gehad of kinderpornografisch materiaal heeft vervaardigd of verworven kan niet worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte is ten laste gelegd dat hij kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad, heeft verworven en vervaardigd.

Aangever [benadeelde] , geboren op [geboortedatum 2] 2000, heeft verklaard dat hij in april 2015 contact kreeg met verdachte en dat hij in de periode voor 1 juli 2015 aan verdachte een foto heeft gestuurd van zijn geslachtsdeel. Vervolgens heeft hij in de periode van juli tot oktober 2015 meerdere foto’s van zijn (stijve) geslachtsdeel aan verdachte gestuurd. Ook daarna heeft verdachte foto’s gemaakt van aangevers geslachtsdeel toen zij zich in verdachtes auto bevonden nabij [plaats 2] (Duitsland).4 In het dossier bevindt zich één afbeelding waarop de stijve penis van aangever zichtbaar is. Deze foto is vanaf aangevers telefoon op 16 maart 2016 via WhatsApp naar verdachte gestuurd.5 Verdachte heeft bevestigd dat hij foto’s van aangevers stijve geslachtsdeel heeft ontvangen.6 Verder heeft verdachte verklaard dat hij in de auto foto’s van aangevers onderlijf heeft gemaakt.7

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte afbeeldingen van aangevers (stijve) penis heeft ontvangen alsook dat verdachte foto’s heeft gemaakt van aangevers geslachtsdeel, terwijl aangever op dat moment de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt. De rechtbank is van oordeel dat verdachte aldus kinderpornografisch materiaal heeft verworven en vervaardigd en in zijn bezit heeft gehad en acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Gelet op de verklaring van aangever dat de afbeeldingen in de periode van april tot oktober 2015 aan verdachte zijn verstuurd, acht de rechtbank bewezen dat verdachte het feit heeft begaan in de tenlastegelegde periode van 1 april 2015 tot en met 14 juni 2016.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte alle drie de feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand oktober 2015 tot en met 10 februari 2016 te [plaats 1] , gemeente Barneveld, in elk geval in Nederland, en/of (nabij) [plaats 2] (Duitsland), in elk geval in Duitsland, (telkens) met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum 2] 2000, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , hebbende verdachte zijn penis in de mond van die [benadeelde] gebracht en/of zijn vinger(s) in de anus van die [benadeelde] gebracht;

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van de maand oktober 2015 tot en met 10 februari 2016 te [plaats 1] , gemeente Barneveld, in elk geval in Nederland, en/of (nabij) [plaats 2] (Duitsland), in elk geval in Duitsland, (telkens) met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum 2] 2000, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het betasten en/of aftrekken van de penis van die [benadeelde] en/of laten betasten en/of aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die [benadeelde] en/of in zijn, verdachtes, mond nemen van de penis van die [benadeelde] en/of betasten/bevoelen van de anus van die [benadeelde] ;

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 april 2015 tot en met 14 juni 2016 althans de maand oktober 2015 tot en met 14 juni 2016 te [plaats 1] , gemeente Barneveld, in elk geval in Nederland, en/of (nabij) [plaats 2] (Duitsland), in elk geval Duitsland,

één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeelding(en) van (een) seksuele gedraging(en), waarbij een persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken,

te weten (een) afbeelding(en) van de (stijve) penis van [benadeelde] , geboren op [geboortedatum 2] 2000, (telkens) heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 2

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 3

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Afwezigheid van alle schuld

De verdediging heeft met betrekking tot de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld. Hiertoe is aangevoerd dat verdachte er vanuit mocht gaan dat aangever 16 jaar was en hij ten aanzien van aangevers leeftijd aldus verontschuldigbaar heeft gedwaald. Om die reden dient ontslag van alle rechtsvervolging te volgen.

De rechtbank stelt bij de beoordeling van dit verweer voorop dat de in de artikelen 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht opgenomen minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel vormt. Dit bestanddeel is bewezen als objectief komt vast te staan dat de minderjarige tussen de 12 en 16 jaar oud was. Wetenschap van de leeftijd is niet van belang voor een bewezenverklaring. De leeftijd is als geobjectiveerd bestanddeel opgenomen ter bescherming van minderjarigen in zedenzaken.

Een beroep op afwezigheid van alle schuld kan volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad alleen in uitzonderlijke gevallen slagen. Verdachte komt geen geslaagd beroep op afwezigheid van alle schuld toe, reeds hierom nu hij op geen enkele wijze onderzoek heeft verricht naar de precieze leeftijd van aangever, bijvoorbeeld door naar zijn identiteitsbewijs te vragen. Gelet hierop wordt het beroep op afwezigheid van alle schuld verworpen.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7a. Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan de bijzondere voorwaarden verbonden zoals door de reclassering is geadviseerd.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder aangever inbeslaggenomen goed, te weten een telefoon (Acer Smartphone), zal worden teruggegeven aan de rechthebbende [benadeelde] .

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hiertoe is aangevoerd dat wanneer verdachte gedetineerd zou raken dit een negatief effect zal hebben op het huidige (vrijwillige) behandeltraject van betrokkene. Verder is verzocht mee te wegen dat verdachte geen relevante documentatie heeft en hij direct openheid van zaken heeft gegeven. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de omstandigheid dat het recidiverisico als laag tot matig wordt ingeschat.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 19 april 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 15 mei 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal feiten. Hij heeft meermalen ontuchtige handelingen gepleegd met een minderjarige jongen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Verdachte is via internet met deze jongen in contact gekomen, waarna zij via WhatsApp berichten naar elkaar bleven sturen en verscheidene keren afspraken en seksueel contact hadden. Ook heeft verdachte foto’s gemaakt van het geslachtsdeel van de jongen en (desgevraagd) dergelijke foto’s van de jongen ontvangen. Hiermee heeft verdachte kinderporno vervaardigd, verworven en in bezit gehad. Dit zijn ernstige feiten. Ten tijde van de seksuele contacten was verdachte 56 jaar, terwijl de jongen 15 jaar was. Hoewel uit de WhatsApp berichten kan worden afgeleid dat er ook eigen initiatief van de minderjarige jongen uitging, had verdachte beter moeten weten. Verdachte heeft met zijn handelen de (seksuele) ontwikkeling van de tiener verstoord en een inbreuk gemaakt op zijn lichamelijke en seksuele integriteit. Hierdoor kan de minderjarige worden geschaad in zijn verdere ontwikkeling. Verdachte is volledig voorbij gegaan aan de schade die zijn handelen voor de jongen zou kunnen hebben.

De aard en de ernst van de feiten rechtvaardigen in beginsel een gevangenisstraf. De rechtbank ziet in dit geval echter aanleiding om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Verdachte heeft geen recente documentatie en heeft verantwoording genomen voor zijn handelen door openheid van zaken te geven. De rechtbank weegt mee dat bij de seksuele contacten geen sprake is geweest van dwang en houdt rekening met de rol die de minderjarige in het geheel heeft gehad. De minderjarige jongen bezocht dezelfde website als verdachte, die bedoeld is voor personen van 18 jaar en ouder. Hij heeft verdachte verteld dat hij 16 jaar oud was omdat hij ouder wilde lijken en het initiatief om af te spreken lag ook bij hem, niet alleen bij verdachte. Verder acht de rechtbank van belang dat verdachte vrijwillig in behandeling is gegaan, welke behandeling inmiddels bijna is afgerond, en verdachte zijn leven verder op de rit heeft. Als verdachte gedetineerd zou raken, zou hij zijn baan kwijtraken en zou het huidige behandeltraject worden doorkruist. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die gelijk is aan de duur die hij in verzekering heeft doorgebracht.

Wel acht de rechtbank een forse voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden op zijn plaats om verdachte er in de toekomst van te weerhouden soortgelijke feiten te plegen. Hieraan zullen de voorwaarden worden verbonden zoals door de reclassering is geadviseerd. Daarnaast acht de rechtbank een werkstraf van de maximale duur van 240 uur passend.

Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een telefoon (Acer Smartphone), met behulp waarvan het kinderporno feit is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer. Nu zich op de telefoon in ieder geval één kinderpornografische afbeelding bevindt, is het van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

7b. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1,2 en 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 23.614,41.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk kan worden toegewezen. Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens niet meer te dragen kledingstukken heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht dit bedrag te matigen tot € 100,00. Het gevorderde bedrag wegens studievertraging is niet toewijsbaar, nu de examenuitslag nog moet volgen. De gevorderde integriteitsschade is volgens de officier van justitie onvoldoende onderbouwd.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toe te wijzen tot het bedrag van € 4.589,41, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering, nu de beoordeling van de vordering een onevenredige belasting oplevert voor het strafgeding.

Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de opgegeven posten betreffende materiële schade onvoldoende zijn onderbouwd en een causaal verband ontbreekt. De schade wegens studievertraging is evident nog niet geleden. De gestelde immateriële schade is niet onderbouwd. Op basis van de vordering kan de diagnose PTSS niet worden vastgesteld. Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens kosten van rechtsbijstand is aangevoerd dat de benadeelde partij als minderjarige in aanmerking komt voor een toevoeging en een schadebeperkingsplicht heeft. Gelet hierop moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het gevorderde bedrag wegens materiële schade overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank acht een bedrag van € 138,69 betreffende reis- en parkeerkosten toewijsbaar. Met betrekking tot de opgevoerde kosten verband houdende met het brengen en halen naar school/de voetbalclub en de geschatte (toekomstige) schade wegens bezoeken aan de psycholoog, is het causaal verband tussen deze posten en het tenlastegelegde onvoldoende onderbouwd en niet komen vast te staan. Dit geldt ook voor de gevorderde bedragen betreffende niet meer te dragen kledingstukken en de opgevoerde vakantie. De gevraagde vergoeding verband houdende met studievertraging acht de rechtbank eveneens niet toewijsbaar, omdat de examenuitslag nog moet volgen en aldus onduidelijk is of de benadeelde partij studievertraging zal oplopen. Indien dit al het geval zou zijn geweest, is het causaal verband met betrekking tot het tenlastegelegde naar het oordeel van de rechtbank niet eenvoudig te beoordelen. Het gevorderde bedrag wegens kosten van rechtsbijstand acht de rechtbank niet toewijsbaar, nu ter zitting duidelijk is geworden dat de benadeelde partij in het bezit is van een toevoeging, zodat hij geen kosten van rechtsbijstand heeft gemaakt. De benadeelde partij zal gelet op het voorgaande voor de overige gestelde materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.


Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat zij de vordering op dit punt onvoldoende onderbouwd acht. Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van het bij de vordering gevoegde Duitse bericht niet worden vastgesteld dat bij de benadeelde partij sprake is van een posttraumatische stressstoornis. Dit Duitstalige bericht is namelijk zeer summier en onvoldoende onderbouwd. Wel acht de rechtbank aannemelijk dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezenverklaarde feiten immateriële schade heeft geleden en zal hierbij gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid. De rechtbank acht een bedrag van € 1.000,00 redelijk en billijk en zal de vordering ten aanzien van de immateriële schade tot dit bedrag toewijzen. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot een totaalbedrag van € 1.138,69 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2016, de einddatum van de periode waarin de ontuchtige handelingen zijn gepleegd. Voor het overige acht de rechtbank de gevorderde immateriële schade onvoldoende onderbouwd.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22c, 22d, 24c, 27, 36b, 36c, 36f, 57, 240b, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 181 dagen;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 180 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  • -

    zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich uiterlijk binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis dient te melden bij Reclassering Nederland, Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem (telefoonnummer 088-8041401), en gedurende de proeftijd dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

  • -

    zich gedurende de proeftijd onder behandeling dient te stellen van centrum voor ambulante geestelijke gezondheidszorg De Waag Amersfoort, of soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor het seksueel disfunctioneren, waarbij hij zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de reclassering dit nodig acht;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een telefoon (Acer Smartphone).

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1, 2 en 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde], van een bedrag van € 1.138,69 (duizendhonderdachtendertig euro en negenenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

Maatregel tot schadevergoeding

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde] , een bedrag te betalen van € 1.138,69 (duizendhonderdachtendertig euro en negenenzestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 21 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.A.M. Janssen (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. J.M. Hamaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Bongers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 juni 2017.

Mr. S.C.A.M. Janssen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost- Nederland, dienst regionale recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016154070, gesloten op 12 juli 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 42.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 90.

4 Proces-verbaal van verhoor aangever, p. 38; 40; 45.

5 Aktenvermerk (Duits proces-verbaal), p. 162; 174.

6 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 01 juni 2015; proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 91.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 83; 92.