Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:3107

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-06-2017
Datum publicatie
13-06-2017
Zaaknummer
05/840056-17 + 05/144495-16 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor bedreiging en vernieling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/840056-17 + 05/144495-16 (TUL)

Datum uitspraak : 13 juni 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , [woonplaats 1]

raadsman: mr. P.H.W.M. Roelofs, advocaat te Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 mei 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 april 2016 t/m 01 december 2016 te Nijmegen [slachtoffer 1] en/of haar zoontje [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum] )eenmaal of meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of met brandstichting, hierin bestaande dat verdachte die [slachtoffer 1] mondeling en/of via Whats App-berichten en/of via Facebook Messenger eenmaal of meermalen opzettelijk dreigend heeft toegevoegd "dat hij de nek van [slachtoffer 2] om zou draaien...dat hij [slachtoffer 2] uit het raam zou gooien...dat hij, wanneer [slachtoffer 1] en haar ouders liggen te slapen, de auto en de woning in de fik zou steken...dat hij die [slachtoffer 1] dood zou maken...", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 20 juli 2016 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een binnenspiegel en/of een voorruit van een auto, geheel of ten dele toebehorende aan een ander dan verdachte, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt door met kracht die binnenspiegel tegen en/of door die ruit te slaan.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Ten aanzien van feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 24-26;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 mei 2017.

Ten aanzien van feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft op 20 juli 2016 te Nijmegen hard tegen de binnenspiegel van een auto aan geslagen, waardoor deze door de voorruit heen ging. Hierdoor is de ruit gebroken.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij eigenaar van de auto is, omdat de auto is betaald met zijn geld. De auto staat echter op naam van aangeefster, omdat verdachte geen auto op (zijn) naam kan hebben.3

De rechtbank overweegt dat, nu de auto op naam van aangeefster staat, mag worden aangenomen dat zij eigenaar van de auto is. Niet is aannemelijk geworden dat dat anders is. Nu vast staat dat, doordat verdachte tegen de binnenspiegel heeft geslagen, de voorruit van de auto is gebroken, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling van de voorruit.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 april 2016 t/m 01 december 2016 te Nijmegen [slachtoffer 1] en/of haar zoontje [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum] ) eenmaal of meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, en/of met brandstichting, hierin bestaande dat verdachte die [slachtoffer 1] mondeling en/of via Whats App-berichten en/of via Facebook Messenger eenmaal of meermalen opzettelijk dreigend heeft toegevoegd "dat hij de nek van [slachtoffer 2] om zou draaien...dat hij [slachtoffer 2] uit het raam zou gooien...dat hij, wanneer [slachtoffer 1] en haar ouders liggen te slapen, de auto en de woning in de fik zou steken...dat hij die [slachtoffer 1] dood zou maken...", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

2.

hij op of omstreeks 20 juli 2016 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een binnenspiegel en/of een voorruit van een auto, geheel of ten dele toebehorende aan een ander dan verdachte, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt door met kracht de binnenspiegel tegen en/of door die ruit te slaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Bedreiging met brandstichting.

Ten aanzien van feit 2:

Vernieling.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld, zoals door de reclassering geadviseerd, alsmede de voorwaarde dat verdachte zich onder elektronisch toezicht laat stellen zolang de reclassering dat noodzakelijk acht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gewezen op de positieve ontwikkeling van verdachte en verzocht een straf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijk deel niet hoger is dan het reeds ondergane voorarrest.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 28 april 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 24 mei 2017.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende acht maanden zijn ex-partner met de dood en met brandstichting bedreigd. Deze bedreiging bestond er onder meer uit dat hij dreigde hun zoontje [slachtoffer 2] om het leven te brengen. Hiermee heeft de verdachte een forse inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster. Vanwege deze ernstige bedreigingen heeft de aangeefster in angst geleefd en bestond bij haar de vrees dat de verdachte haar of haar zoontje daadwerkelijk iets aan zou doen.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling. Dit is een ergerlijk feit dat schade en hinder veroorzaakt voor de gedupeerde.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder huiselijk geweld.

Uit het reclasseringsrapport komt naar voren dat verdachte is gestart met een behandeling bij [naam 1] , die met name is gericht op agressieregulatie. Daarnaast wordt hij begeleid door ambulant begeleiders van [naam 2] , die hem helpen bij praktische zaken. Verdachte houdt zich aan de gemaakte afspraken en heeft geen delicten meer gepleegd.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. In verdachtes persoonlijke omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden te verbinden die de reclassering heeft geadviseerd, alsmede de voorwaarde dat verdachte zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter controle op de nakoming van het locatieverbod.

7a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 1 (één) week gevangenisstraf die door de politierechter te Arnhem op 20 oktober 2016 voorwaardelijk is opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen, dan wel de proeftijd te verlengen, dan wel de gevangenisstraf om te zetten in een werkstraf.

Beoordeling door de rechtbank

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank gebleken dat veroordeelde een positieve ontwikkeling heeft ingezet. Onlangs is hij gestart met een behandeling bij [naam 1] . Aangezien deze behandeling zal worden voorgezet in het kader van de bijzondere voorwaarden die aan hem worden opgelegd, zou een detentie dit traject doorkruisen. De rechtbank ziet hierin aanleiding de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 27, 57, 63, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) weken;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 6 (zes) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich dient te houden aan de aanwijzingen die Reclassering Nederland hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Veroordeelde dient zich binnen 3 dagen volgend op het vonnis telefonisch te melden bij Reclassering Nederland op het volgende telefoonnummer: 088 8041405 om een afspraak te maken voor een eerste gesprek op de locatie Stieltjesstraat 1 in Nijmegen. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , wonende aan de [adres 2] te [woonplaats 2] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden binnen de bebouwde kom van [woonplaats 2] , waarbij de veroordeelde zich onder elektronisch toezicht zal stellen ter controle op de nakoming van deze bijzondere voorwaarden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen voor zijn agressieproblematiek bij [naam 1] of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

- Geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

wijst af de vordering van de officier van justitie van 10 mei 2017, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Arnhem van 20 oktober 2016 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week (parketnummer 05/144495-16).

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Linschoten (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en

mr. H. Broekhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.I. Warringa, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 juni 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017026510, gesloten op 18 januari 2017, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 14-15; verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 mei 2017.

3 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 mei 2017.