Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:2980

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-06-2017
Datum publicatie
02-06-2017
Zaaknummer
05/076130-16, 05/840188-16 en 05/840610-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Gelderland veroordeelt een 40-jarige man uit Harderwijk voor belediging van agenten, diefstal, mishandeling, vernieling en het in bezit hebben van XTC-pillen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/076130-16, 05/840188-16 en 05/840610-16

Datum uitspraak : 2 juni 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]

thans verblijvende bij de J.P. van den Bentstichting te Ureterp.

Raadsman: mr. J.A.W. Knoester, advocaat te 's-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 mei 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd:

in de zaak met parketnummer 05/076130-16, dat:

1.

hij op of omstreeks 17 november 2015 te Elburg opzettelijk één of meer ambtenaren te weten [slachtoffer 1] (hoofdagent) en/of [slachtoffer 2] (hoofdagent) en/of [slachtoffer 3] (brigadier), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "Kankerlijders", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 17 november 2015 te Elburg opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 46 XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of methamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of

N-ethyl-MDA (MDEA) en/of methamfetamine en/of amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

in de zaak met parketnummer 05/840188-16, dat:

hij op of omstreeks 07 februari 2016, in de gemeente Harderwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een shop bij een tankstation aan of nabij de [straat] aldaar heeft weggenomen een fles(je) cola en/of een zak snoep, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

in de zaak met parketnummer 05/840610-16, dat:

1.

hij op of omstreeks 1 juni 2016 te Harderwijk, [slachtoffer 6] meermalen heeft mishandeld door met kracht met zijn, verdachtes, vuist tegen het hoofd van die [slachtoffer 6] te slaan;

2.

hij op of omstreeks 1 juni 2016 te Harderwijk, opzettelijk en wederrechtelijk een plank en/of een bord, in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan Iriszorg, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

In de zaak met parketnummer 05/076130-16 1

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 27;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 37;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 mei 2017.

Feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 47;

- het NFI rapport ‘Identificatie van drugs en precursoren’, p. 51;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 mei 2017.

In de zaak met parketnummer 05/840188-16 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] namens [slachtoffer 4] , p. 5-6;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 mei 2017.

In de zaak met parketnummer 05/840610-16 3

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] van 1 juni 2016;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 mei 2017.

Feit 2

Uit de aangifte komt naar voren dat verdachte, nadat hij het kantoor bij Iriszorg binnen kwam lopen, een trap tegen een houten bord gaf, waar spijkers in zitten en sleutels aan hangen. Het bord werd hierdoor ontwricht en moest vervangen worden.4

Getuige [getuige] heeft verklaard te hebben gezien dat verdachte een schop tegen een plank gaf, waardoor alle computerschermen omvielen en sleutels door de kamer heen vlogen.5

De rechtbank acht op grond van vorenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een trap tegen een bord/plank heeft gegeven, waardoor deze is ontwricht. De rechtbank acht daarmee bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 ten laste gelegde vernieling.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05/076130-16 onder 1 en 2, het in de zaak met parketnummer 05/840188-16 en het in de zaak met parketnummer 05/840610-16 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

In de zaak met parketnummer 05/076130-16

1.

hij op of omstreeks 17 november 2015 te Elburg opzettelijk één of meer ambtenaren, te weten [slachtoffer 1] (hoofdagent) en/of [slachtoffer 2] (hoofdagent) en/of [slachtoffer 3] (brigadier), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "Kankerlijders", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 17 november 2015 te Elburg opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 37 XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA) en/of methamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of

N-ethyl-MDA (MDEA) en/of methamfetamine en/of amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

In de zaak met parketnummer 05/840188-16

hij op of omstreeks 07 februari 2016, in de gemeente Harderwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in of uit een shop bij een tankstation aan of nabij de [straat] aldaar heeft weggenomen een fles(je) cola en/of een zak snoep, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

In de zaak met parketnummer 05/840610-16

1.

hij op of omstreeks 1 juni 2016 te Harderwijk, [slachtoffer 6] meermalen heeft mishandeld door met kracht met zijn, verdachtes, vuist tegen het hoofd van die [slachtoffer 6] te slaan;

2.

hij op of omstreeks 1 juni 2016 te Harderwijk, opzettelijk en wederrechtelijk een plank en/of een bord, in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan Iriszorg, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

In de zaak met parketnummer 05/076130-16

Ten aanzien van feit 1:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod

In de zaak met parketnummer 05/840188-16

Diefstal

In de zaak met parketnummer 05/840610-16

Ten aanzien van feit 1:

Mishandeling

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de aanhouding en inverzekeringstelling onrechtmatig zijn, nu verdachte reeds na de aanhouding voor de belediging (feit 1) heeft meegedeeld dat hij XTC-pillen bij zich had en pas na enkele uren is aangehouden voor overtreding van de Opiumwet. Hierdoor is het belang van verdachte veronachtzaamd. De verdediging heeft verzocht hiermee rekening te houden in de strafmaat. De verdediging verzoekt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan, dan wel korter dan de duur van de voorlopige hechtenis op te leggen en een korte voorwaardelijke gevangenisstraf.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 10 april 2017;

- een voorlichtingsrapportage van Tactus Reclassering, gedateerd 12 mei 2016;

- een voorlichtingsrapportage van Verslavingszorg Noord Nederland, gedateerd 11 april 2017.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het volgende. Verdachte heeft zich binnen een ruim half jaar schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Hij heeft agenten beledigd, een groot aantal XTC pillen in bezit gehad, zich schuldig gemaakt aan diefstal, vernieling en de mishandeling van een medewerker van een daklozencentrum. Verdachte heeft in zijn handelen niet alleen geen respect getoond voor de eigendommen van anderen, ook heeft hij geen respect getoond voor mensen die tegen zijn handelen optraden of met hem geconfronteerd werden. Verdachte heeft zich bij het plegen van strafbare feiten niet laten weerhouden door de gevolgen die zijn acties voor anderen zouden kunnen hebben.

Uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte reeds meermalen is veroordeeld vanwege het plegen van strafbare feiten, waaronder meerdere malen het plegen van delicten met een geweldscomponent.

Uit het rapport van Verslavingszorg Noord Nederland komt naar voren dat bij verdachte sprake is van agressieregulatieproblematiek, primair impulscontroleproblematiek, voortkomend uit persoonlijkheidsproblematiek (uit cluster B) en cannabis afhankelijkheid en misbruik van andere middelen. Verdachte heeft een verslavingsachtergrond van excessief harddrugsgebruik. Hij heeft vanaf 22 augustus 2016 een klinische behandeling gevolgd binnen de FPK Assen en heeft deze behandeling positief afgerond. Verdachte is per 21 maart 2017 doorgestroomd naar een begeleid wonen setting bij de J.P. van den Bentstichting. Hier wordt verder gewerkt aan het bouwen aan beschermende - en positieve factoren. Het recidiverisico wordt ingeschat als matig. Wanneer verdachte niet wordt begeleid/behandeld, wordt het recidiverisico ingeschat als hoog.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de aanhouding en inverzekeringstelling onrechtmatig te oordelen en daarmee rekening te houden in de strafmaat. Hoewel verdachte de verbalisanten direct na de eerste aanhouding heeft meegedeeld dat hij in bezit was van XTC-pillen, heeft hij eerst tijdens zijn verhoor op 17 november 2015 te 11.55 uur gezegd om hoeveel pillen het ging en dat hij deze bij zich had om te verkopen. De rechtbank neemt aan dat deze mededelingen aanleiding waren om verdachte om 14.24 uur ook ter zake van overtreding van de Opiumwet aan te houden.

De rechtbank acht het een positief gegeven dat verdachte gemotiveerd is gebleken om een wending aan zijn leven te geven en daartoe begeleiding en hulp heeft aanvaard. De ontwikkelingen zijn positief te noemen. De rechtbank is van oordeel dat de straf zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden is. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 11 april 2017, met uitzondering van de kortdurende klinische opname en de voorwaarde dat verdachte het slachtoffer schadevergoeding moet betalen. De rechtbank acht het voor een goede terugkeer in de samenleving en de vermindering van de kans op recidive van belang dat de ingezette behandeling en begeleiding wordt gecontinueerd. De rechtbank zal de proeftijd op twee jaren bepalen.

De - inmiddels geschorste - voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 56, 91, 266, 267, 300, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 13 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen 3 werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de reclassering van de Verslavingszorg Noord Nederland (Overcingellaan 19, 9401 LA Assen, telefoonnummer [nummer] ) en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van harddrugs, en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van het Forensisch ACT team van de GGZ Friesland of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn psychische problematiek;

- gedurende de proeftijd zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te weten J.P. van den Bentstichting te Ureterp of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, en dat hij zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M.J.I. Baauw (voorzitter), mr. R.G.J. Welbergen en mr. S.C.A.M. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Sluijters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juni 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015563322, gesloten op 4 april 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016071814, gesloten op 19 februari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016269773Fout! De documentvariabele ontbreekt., gesloten op 2 juni 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

4 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] namens Iriszorg van 1 juni 2016.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 2 juni 2016.