Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:2978

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-06-2017
Datum publicatie
02-06-2017
Zaaknummer
05/840033-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Gelderland heeft het bezwaarschrift van een 28-jarige man uit Nijverdal tegen de omzetting van de opgelegde taakstraf in vervangende hechtenis gegrond verklaard

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen


rechtbank

Parketnummer: 05/840033-16

Beslissing ex artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht van de rechtbank naar aanleiding van het op 4 mei 2017 ingekomen bezwaarschrift van:

naam: [verdachte]

geboren op: [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats]

adres: [geboorteplaats]

plaats: [geboorteplaats]

strekkende tot bezwaar tegen de omzetting van 60 uren taakstraf in 30 dagen vervangende hechtenis op grond van artikel 22d, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland van 8 augustus 2016 is de tenuitvoerlegging gelast van hetgeen voorwaardelijk is opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Overijssel van 25 augustus 2014, te weten een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het bezwaarschrift voornoemd, de kennisgeving omzetting afkomstig van de officier van justitie, welke aan veroordeelde op 3 mei 2017 is betekend en het afloopbericht werkstraf van de reclassering, gedateerd 1 maart 2017.

De procedure

Ter terechtzitting van 22 mei 2017 zijn gehoord:

- de veroordeelde,

- de raadsvrouw van veroordeelde, mr. A. Foppen, advocaat te Harderwijk,

- de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift. De officier van justitie is bereid veroordeelde een allerlaatste kans te geven.

De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend en klager daarin kan worden ontvangen.

Uit het afloopbericht van de reclassering volgt dat veroordeelde zich ronduit onbeschoft en agressief heeft gedragen richting de medewerker van de reclassering. Veroordeelde heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij zich daarvan bewust is en dat hij zich een volgende keer normaal zal gedragen.

Met de officier van justitie is de rechtbank desondanks van oordeel dat er aanleiding is om het bezwaarschrift gegrond te verklaren. Veroordeelde heeft de wens uitgesproken de taakstraf alsnog te willen verrichten en heeft toegezegd dat het een volgende keer anders zal verlopen. De rechtbank zal hem daartoe in de gelegenheid stellen. Veroordeelde moet wel beseffen dat hij hiermee een allerlaatste kans krijgt, dat hij zich moet onthouden van welke vorm van agressief gedrag dan ook en dat het kan betekenen dat hij zijn werkstraf op een andere plek moet verrichten dan hijzelf voor ogen had. De rechtbank vertrouwt erop dat hij de kans zal aangrijpen. Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard.

De rechtbank zal derhalve beslissen als hierna te melden en neemt daarbij in aanmerking de artikelen 22g en 22h van het Wetboek van Strafrecht.

De beslissing

De rechtbank:

verklaart het bezwaarschrift gegrond;

bepaalt dat door veroordeelde nog 60 (zestig) uren werkstraf moet worden verricht;

bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar moet worden voltooid.

Aldus beslist door:

mr. R.G.J. Welbergen, als voorzitter, mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. S.C.A.M. Janssen, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Sluijters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juni 2017.