Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:2663

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-05-2017
Datum publicatie
16-05-2017
Zaaknummer
5254386 CV EXPL 16-4669
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

schuldverdeling i.v.m. schade aan drone. Inbreuk op privacy door vliegen met de drone en inbreuk op eigendomsrecht door de drone uit de lucht te schieten. Ieder moet de helft van de schade dragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

[jw.sys.1.rolnummer]

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Apeldoorn

Zaakgegevens 5254386 CV EXPL 16-4669

Grosse aan: mr. Gras
Afschrift aan: mr. Schnitker
verzonden d.d.:

vonnis van de kantonrechter van 10 mei 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. dr. R.M. Schnitker,

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. A. Gras.

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1 Het procesverloop

Het verdere verloop blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 december 2016

  • -

    de brieven van 1 en 24 maart 2017 van de zijde van [eiser] ,

  • -

    de brieven van 23 en 28 maart 2017 van de zijde van [gedaagde]

Hierna is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling
in conventie en in reconventie

2.1.

In het tussenvonnis is geoordeeld dat het vliegen met de drone met camera door [eiser] boven het perceel van [gedaagde] , zodanig dat [gedaagde] en zijn huisgenoten zich bespied kunnen voelen, als onrechtmatig jegens [gedaagde] moet worden beoordeeld. De beoordeling van andere vorderingen en standpunten is aangehouden, in verband met de door partijen gewenste mogelijkheid van mediation.

2.2.

Uit de door partijen toegezonden brieven blijkt, dat mediation (nog) niet tot de mogelijkheden behoort, zodat van de zijde van [gedaagde] gevraagd is vonnis te wijzen. [eiser] wenst echter eerst een nadere conclusie te nemen. Hiervoor is echter geen aanleiding, nu partijen bij de eerdere processtukken en de comparitie voldoende in de gelegenheid zijn geweest hun stellingen en standpunten weer te geven en te onderbouwen. In het tussenvonnis van 28 september 2016 is [eiser] in de gelegenheid gesteld voorafgaand aan de comparitie van partijen een conclusie van antwoord in reconventie in te dienen, van welke gelegenheid hij geen gebruik heeft gemaakt.

2.3.

Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] de drone van [eiser] heeft beschadigd door deze met een luchtbuks (raak) te beschieten. Vast staat ook dat dit een onrechtmatige daad betreft. Ter discussie staat wel wat de daardoor veroorzaakte schade is. Ook is de omvang van de vergoedingsplicht onderdeel van het geschil, nu [gedaagde] stelt dat sprake is van zodanige eigen schuld van [eiser] , dat de vergoedingsplicht aan de kant van [gedaagde] geheel vervalt.

2.4.

In dit verband is relevant dat in het tussenvonnis van 21 december 2016 is overwogen en beslist dat ook sprake is van onrechtmatig handelen van [eiser] jegens (de huisgenoten van) [gedaagde] . Daarbij is niet relevant of [eiser] de drone ten tijde van het vliegen op 24 december 2014 had uitgerust met een daadwerkelijk filmende camera. Zoals in het tussenvonnis overwogen is ook sprake van een onrechtmatige inbreuk op de privacy indien de bewoner zich bespied kan voelen, welke situatie zich voordoet als de bewoner in onzekerheid verkeert over de vraag of de drone filmbeelden registreert.
Van de zijde van [eiser] is tijdens de comparitie verklaard dat onder de drone een GoPro-camera aanwezig is en dat daarmee twee maal filmbeelden zijn gemaakt. Ook heeft [eiser] in de aangifte van vernieling, die hij bij de politie gedaan heeft, verklaard dat hij op de opnames, die gemaakt zijn met de drone, gezien heeft dat [gedaagde] met de buks op de drone geschoten heeft, zodat vast staat dat op 24 december 2014 een filmende camera aan de drone bevestigd was. [gedaagde] heeft – zo stelt hij – dat ook waargenomen.
Daarmee staat tevens vast dat sprake was van een situatie waarin [gedaagde] zich bespied heeft gevoeld en kon voelen, zodat onrechtmatig gehandeld werd door [eiser] .

2.5.

Van belang is voorts, dat de verhouding van partijen al enige jaren slecht is. Onweersproken is, dat er sinds 2010 een gerechtelijke procedure in twee instanties is gevoerd tussen partijen ( [eiser] enerzijds en de ouders van [gedaagde] anderzijds), onder meer over een erfdienstbaarheid van weg, in welke procedure door [eiser] gemaakte videobeelden een rol hebben gespeeld. De vorderingen van [eiser] zijn in eerste aanleg en in hoger beroep (grotendeels) afgewezen. Ook naast de procedure hebben zich in de verhouding van partijen conflicten voorgedaan over de parkeersituatie, een hekwerk en betonblokken.

2.6.

De beide onrechtmatige handelingen hebben samen de schade aan de drone veroorzaakt. Immers, wanneer geen inbreuk was gemaakt op de privacy van [gedaagde] had deze niet geschoten en wanneer [gedaagde] niet had geschoten was de drone niet beschadigd door het schot. In artikel 6:101 BW is opgenomen dat in een dergelijk geval de schade wordt verdeeld over beiden, in evenredigheid met de maakte waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. Daar kan een billijkheidscorrectie op worden aangebracht indien de ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden dat eisen.

2.7.

Een inbreuk op het recht op privacy is niet minder of zwaarder dan de inbreuk op het eigendomsrecht. Ook zijn de omstandigheden niet zodanig dat een billijkheidscorrectie als bedoeld in dit artikel aan de orde is. Zelfs indien moet worden aangenomen dat, zoals [gedaagde] stelt, sprake is van stelselmatige pesterijen, dan nog stond het [gedaagde] niet vrij het eigendom van [eiser] uit de lucht te schieten en had hij voor andere, minder ver gaande maatregelen moeten kiezen, zoals een verzoek aan [eiser] om te stoppen (eventueel via een kort geding) of het inschakelen van de wijkagent. Dit brengt mee, dat ieder van partijen 50% van de schade dient te dragen.

2.8.

Ter beoordeling is dan, wat de hoogte van de schade is. [eiser] stelt dat dit
€ 1.063,00 is en onderbouwt dit met een rapport van 10 februari 2015 van Tryage Trading te Dokkum. [gedaagde] betwist dit bedrag en voert aan dat uit het rapport niet blijkt wat er geïnspecteerd is of aan wie het rapport gericht is, zodat niet blijkt dat het om de drone van [eiser] gaat die beschoten is. Ook stelt [gedaagde] dat de schade, zoals in het rapport opgenomen, niet het gevolg kan zijn van zijn actie, nu hij slechts één van de vier rotors heeft geraakt en het toestel vervolgens gecontroleerd naar beneden is gegaan en geland. Hij wijst op de overgelegde verklaring van zijn vader, [vader gedaagde] , die dit heeft gezien en verklaard. Ook kan niet uitgesloten worden dat de drone al diverse schades had, omdat er waargenomen is dat met de drone eerder in een boom gevlogen is, aldus [gedaagde] .

2.9.

Het is aan [eiser] , als degene die de schade stelt en zijn vordering daarop baseert, om de omvang van de schade te onderbouwen en, zo nodig, te bewijzen. [eiser] heeft bewijs aangeboden en hem zal, conform dat aanbod, bewijslevering worden opgedragen. Gelet op de hoogte van het gestelde bedrag, de schadeverdeling en de te verwachten extra proceskosten, wordt partijen echter in overweging gegeven deze kwestie onderling te regelen.

in reconventie voorts

2.10.

[gedaagde] vordert verklaringen voor recht met betrekking tot de onrechtmatigheid van het handelen van [eiser] en een verbod op straffe van een dwangsom. Deze vorderingen zijn, gelet op hetgeen in het tussenvonnis en hiervoor is overwogen, toewijsbaar. Dat ligt anders waar het de vordering tot afgifte van gemaakte beelden betreft. [eiser] heeft ter zitting gesteld dat er één filmpje bestaat, dat hij aan de politie heeft laten zien en dat hij in de procedure kan inbrengen (kennelijk van 26 december 2014) en verder nog één beeld waar hij door zijn raam gefilmd heeft en waarop ook te zien is dat de wederpartij over de schutting staat te filmen. Hij betwist dat méér opnames bestaan. Voor zover er meer opnames gemaakt zijn, zijn deze volgens [eiser] gewist.

2.11.

Een veroordeling tot afgifte, zeker onder het verband van een dwangsom, kan in beginsel slechts worden uitgesproken indien voldoende aannemelijk is dat het af te geven goed bestaat en zich in de macht van degene bevindt, die tot afgifte veroordeeld wordt. Dat er (nog) meer dan twee opnames bestaan is onvoldoende aannemelijk geworden, zodat de vordering alleen voor deze twee opnames toegewezen zal worden.

2.12.

Gelet op de relatie van partijen als buren bestaat aanleiding de proceskosten in reconventie te compenseren, zodanig dat iedere partij met de eigen kosten belast zal blijven.

3 De beslissing

De kantonrechter


in conventie

3.1.

draagt [eiser] op de omvang van de schade die aan de drone is ontstaan door het neerschieten daarvan door [gedaagde] te bewijzen,

3.2.

stelt [eiser] in de gelegenheid om op de rol van 7 juni 2017 schriftelijk op te geven op welke wijze hij bewijs wenst te leveren en, indien hij bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, tevens op te geven welke getuigen hij wil voorbrengen en daarbij de verhinderdata voor de maanden juli tot en met september 2017 op te geven van de getuigen en beide partijen, waarna zonodig een datum voor het te houden getuigenverhoor zal worden bepaald,

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

in reconventie
3.4. verklaart voor recht dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld jegens de leden van het gezin [gedaagde] door met een drone voorzien van camera te vliegen boven het perceel, in eigendom toebehorend aan (leden van het gezin) [gedaagde] en filmbeelden te maken door middel van een drone voorzien van een camera van de leden van het gezin [gedaagde] en/of de aan hen in eigendom toebehorende onroerende zaken, staande en gelegen te [woonplaats] ,

3.5.

verbiedt [eiser] op straffe van een dwangsom van € 250,00 per overtreding, om met een drone te vliegen boven het perceel te [woonplaats] , toebehorend aan de familie [gedaagde] en/of te filmen met een aan een drone verbonden camera boven dit perceel,

3.6.

gebiedt [eiser] om aan [gedaagde] een afschrift te verstrekken van de gemaakte camerabeelden, genoemd onder 2.10, binnen veertien dagen na heden, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag indien [eiser] nalaat aan dit gebod te voldoen,

3.7.

compenseert de proceskosten, zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van het onder 3.5. en 3.6. bepaalde,

3.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op
10 mei 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.