Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:2433

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-04-2017
Datum publicatie
02-05-2017
Zaaknummer
C/05/315607/KG ZA 17-74
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. IE-zaak. Inbreuk op grond van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE. Geen inbreuk op grond van artikel 5 Hnw. Beoordelingskader of verwarringsgevaar is te duchten anders bij merkrecht dan bij handelsnaamrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/315607 / KG ZA 17-74

Vonnis in kort geding van 4 april 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONNECT B.V.,

gevestigd te Duivendrecht,

eiseres,

advocaten mrs. P.L. Tjiam te Amsterdam en G.J. van de Kamp te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONNECT PROFESSIONALS B.V.,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat mr. M.J. Odink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Connect en Connect Professionals worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met productie 1 tot en met 6

  • -

    de producties 1 tot en met 9 van Connect Professionals

  • -

    de nagezonden productie 10 van Connect Professionals

  • -

    de nagezonden productie 7 en 8 van Connect

  • -

    de brief met productie 9 en 10 van Connect

  • -

    de mondelinge behandeling van 21 maart 2017

  • -

    de pleitnota van Connect

  • -

    de pleitnota van Connect Professionals.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Connect is sinds 1992 actief als uitzendbureau. Zij heeft vestigingen in Utrecht, Amsterdam, Rotterdam, Almere, Zwolle en Wormerveer en maakt gebruik van de namen Connect Uitzendbureau en Connect Technisch Uitzendbureau.

2.2.

Connect is houder van het woordmerk CONNECT, dat op 11 februari 1998 is ingeschreven bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) onder registratienummer 625585. Het woordmerk CONNECT is onder meer ingeschreven in klasse 35, voor uitzending en detachering van personeel, werving en selectie van personeel, arbeidsbemiddeling en advisering inzake personeel en personeelszaken, commercieel-zakelijke en administratie diensten, outplacement alsmede het verzorgen van personeels- en salarisadministratie.

2.3.

Een door Connect aangeschreven en vermeend inbreuk makende partij heeft in 2013 het woordmerk CONNECT voor exact dezelfde classificatie als Connect bij het BBIE gedeponeerd om een weigering van het BBIE uit te lokken vanwege een gebrek aan onderscheidend vermogen. Het BBIE heeft dit depot echter op absolute gronden geaccepteerd, waarna die partij het depot heeft ingetrokken.

2.4.

Vanaf 1997 is Connect ook actief op internet. Zij maakt daarbij onder meer gebruik van de website www.connect.nl.

2.5.

Connect Professionals is opgericht in 2008 en onderneemt onder deze naam volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel activiteiten op het gebied van het uitvoeren van (interim-)opdrachten en het bemiddelen in (personeels-)diensten, beheeractiviteiten en het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Connect Professionals maakt sinds 2008 gebruik van de website www.connectprofessionals.nl.

2.6.

Connect heeft Connect Professionals bij brief van 16 januari 2017 gesommeerd het gebruik van het merk en de handelsnaam CONNECT te staken en gestaakt te houden. Connect Professionals heeft in reactie hierop kenbaar gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan. Connect Professionals heeft vervolgens Connect in een bodemprocedure bij de rechtbank Amsterdam gedagvaard, waarin zij de nietigverklaring vordert van het merk CONNECT.

3 Het geschil

3.1.

Connect vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I Connect Professionals te bevelen om binnen een termijn van vier weken na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de in paragraaf 1 van de dagvaarding beschreven handelsnaamrechten van Connect te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden, en in het bijzonder om binnen vier weken na betekening van dit vonnis ieder gebruik van de handelsnamen “Connect”, “Connect Professionals”, “Connectprofessionals.nl”, “ConnectProf”, “Connect Finance” en “Connect Legal” (online en offline) te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden;

II Connect Professionals te bevelen om binnen een termijn van vier weken na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op het in paragraaf 1 van de dagvaarding beschreven woordmerk CONNECT te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden, en in het bijzonder om binnen vier weken na betekening van dit vonnis ieder gebruik van de tekens “Connect”, “Connect Professionals.nl”, “Connect Interim”, “Connect Permanent” en “ConnectProf” (online en offline) te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden;

III Connect Professionals te veroordelen tot betaling aan Connect van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Connect Professionals in strijd handelt met één van de hiervoor onder I en II genoemde bevelen, of met enig gedeelte daarvan;

IV de redelijke termijn als bedoeld in artikel 1019i lid 1 Rv te bepalen op zes maanden;

V Connect Professionals te veroordelen in de kosten van deze procedure, een en ander conform artikel 1019h Rv.

3.2.

Connect Professionals voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van het geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

Bevoegdheid

4.1.

De voorzieningenrechter is op de voet van artikel 4.6 lid 1 Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE) bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen voor zover die gebaseerd zijn op het merkenrecht. Connect stelt namelijk dat merkinbreuk mede op het internet plaatsvindt en, nu internet wereldwijd te raadplegen is, is ook sprake van inbreuk in het arrondissement van de rechtbank Gelderland. De voorzieningenrechter is daarnaast tevens bevoegd om kennis te nemen van de ingestelde vorderingen voor zover daaraan handelsnaaminbreuk ten grondslag is gelegd, dan wel een onrechtmatige daad, omdat ook daarvan is gesteld dat het op internet plaatsvindt.

Spoedeisend belang

4.2.

De vorderingen van Connect dienen voldoende spoedeisend te zijn om in kort geding te worden beoordeeld. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de spoedeisendheid van een vordering in beginsel is gegeven indien een eisende partij een einde wil maken aan een voortdurende inbreuk op haar handelsnaam of merkrecht en dus aan een voortdurend onrechtmatig handelen. Het enkele feit dat de eisende partij lang heeft gewacht met het starten van een juridische procedure maakt dat op zichzelf niet anders, maar kan wel een omstandigheid zijn die van belang is voor de beoordeling van de spoedeisendheid. Voor de beoordeling daarvan dient te worden gerekend vanaf het moment van ontdekking van de gestelde inbreuk of het onrechtmatig handelen. Connect heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij er eerst eind 2016 van op de hoogte is geraakt dat Connect Professionals de naam Connect gebruikt voor soortgelijke activiteiten als de hare. Daarom dient te worden aangenomen dat Connect voldoende voortvarend heeft gehandeld. Het spoedeisend belang van de ingestelde vorderingen is daarmee voldoende aannemelijk.

Merkenrecht

4.3.

Connect vordert veroordeling van Connect Professionals tot het staken en gestaakt houden van het gebruik van het woordmerk CONNECT. Connect legt aan deze vordering ten grondslag dat zij merkrecht heeft op het woordmerk CONNECT, dat zij op

11 februari 1998 heeft ingeschreven bij het BBIE in klasse 35, voor uitzending en detachering van personeel, werving en selectie van personeel, arbeidsbemiddeling en advisering inzake personeel en personeelszaken, commercieel-zakelijke en administratie diensten, outplacement alsmede het verzorgen van personeels- en salarisadministratie. Connect stelt dat Connect Professionals met de tekens Connect en Connect Professionals inbreuk maakt op het woordmerk CONNECT en dat, nu zij het gebruik van het woordmerk niet vrijwillig wil staken, zij daartoe dient te worden veroordeeld.

4.4.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE geeft de merkhouder het recht om op grond van zijn uitsluitend merkrecht iedere derde die niet zijn instemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken te verbieden wanneer dat teken gelijk is aan het merk en in het economisch verkeer wordt gebruikt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven. Ten aanzien van het gebruik van het woordmerk geldt het volgende. Vaststaat dat Connect Professionals het woord Connect in haar handelsnaam gebruikt in combinatie met Professionals. Anders dan Connect stelt, kan niet worden vastgesteld dat Connect Professionals het teken Connect ook afzonderlijk en aldus los van het woord Professionals gebruikt. Connect wijst in dat kader weliswaar op de LinkedIn pagina en website van Connect Professionals, waarop het teken Connect op zichzelf staat vermeld, maar deze vermelding komt enkel voor in een tekst over Connect Professionals waarin kortweg aan Connect wordt gerefereerd. Dat kan niet worden aangemerkt als gebruik als handelsnaam of ter onderscheiding van waren en diensten. Aangenomen moet worden dat Connect Professionals Connect enkel in combinatie met Professionals of een andere toevoeging gebruikt, zodat in de verdere beoordeling van dit teken zal worden uitgegaan. Het teken dat Connect Professionals (als handelsnaam) gebruikt is dus niet gelijk aan het merk Connect.

4.5.

Ten aanzien van de door partijen aangeboden diensten dient voor de toepassing van artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE te worden beoordeeld of Connect enerzijds en Connect Professionals anderzijds in het economisch verkeer worden gebruikt voor dezelfde waren of diensten als waarvoor Connect haar woordmerk heeft geregistreerd. De stelling van Connect dat dit zonder meer het geval is, valt te betwijfelen. Ter zitting heeft Connect Professionals aangevoerd dat haar activiteiten voor een belangrijk deel bestaan uit detachering van haar personeel in vaste dienst (circa 40%), terwijl dat voor Connect in beduidend mindere mate het geval is (circa 5-10%). Daarnaast heeft Connect Professionals aangevoerd dat haar onderneming zich richt op hoger opgeleid personeel voor in het onderwijs, de gezondheidszorg en de overheid, terwijl vaststaat dat Connect zich richt op (lager opgeleid) technisch personeel. Op basis hiervan kan op voorhand niet worden vastgesteld dat Connect Professionals het teken Connect in het economisch verkeer voor dezelfde waren of diensten gebruikt als Connect, zodat niet aannemelijk is dat Connect Professionals merkinbreuk maakt als bedoeld in artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE en deze grondslag niet tot toewijzing van de vordering kan leiden. Aannemelijk is wel dat de door partijen aangeboden diensten in de kern genomen wel met elkaar overeenstemmen en soortgelijk zijn voor de toepassing van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE, nu beide partijen actief zijn in de werving en selectie alsmede in het detacheren van personeel.

4.6.

Voor het aannemen van een inbreuk op grond van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE is voorts vereist dat merk en teken met elkaar overeenstemmen. Daarvan is sprake indien het woordmerk van Connect en het teken Connect Professionals, globaal beoordeeld, naar de totaalindruk die zij maken, visueel, auditief of begripsmatig zodanige gelijkenis vertonen, daarbij onder meer rekening houdend met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen, dat daardoor de mogelijkheid bestaat dat bij het in aanmerking komende publiek verwarring wordt gewekt tussen het woordmerk en de tekens (direct verwarring), dan wel de indruk wordt gewekt dat enig verband bestaat tussen beiden (indirecte verwarring). Daarbij dient de onderscheidingskracht van – in dit geval – het woordmerk CONNECT in aanmerking te worden genomen (vergelijk HvJ EG 11 november 1997, NJ 1998, 523, Puma/Sabèl, HvJ EG 12 juni 2007, C-334/05, BHIM/Shaker, HvJ EG 20 september 2007, C-193/06, Nestlé/Quick). Ter beoordeling van de overeenstemming van merk en teken heeft te gelden dat het publiek een merk gewoonlijk waarneemt als één geheel en niet let op de verschillende details ervan (zie bijvoorbeeld het hiervoor reeds genoemde arrest Puma/Sabèl). Daarbij worden de dominerende en onderscheidende kenmerken het gemakkelijkst onthouden. Bovendien wordt doorgaans meer aandacht besteed aan het begingedeelte van een merk dan aan het eindgedeelte ervan (GvEA van

7 september 2006, zaak T-133/05, PAM-PAM).

4.7.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het woordmerk CONNECT en het teken Connect Professionals auditief en begripsmatig overeenstemmen. Connect Professionals gebruikt namelijk exact het woord Connect, dat identiek is aan het woordmerk CONNECT, met daarachter een toevoeging. Niet in geschil is daarnaast dat het woordmerk CONNECT en het teken Connect Professionals op dezelfde wijze worden uitgesproken, namelijk als het Engelse woord connect. Als onweersproken staat voorts vast dat het woordmerk en het teken begripsmatig overeenstemmen en beiden duiden op het Engelse woord connect, wat zoveel betekent als ‘verbinden’ of ‘in verband brengen’. Ook in visueel opzicht verschillen het merk en het teken niet van elkaar. Het woord Connect wordt door zowel Connect als Connect Professionals immers op exact dezelfde wijze gespeld. De enkele toevoeging van het louter beschrijvende element Professionals maakt dit niet anders, te meer nu hiervoor is overwogen dat door het relevante publiek doorgaans meer aandacht wordt besteed aan het begingedeelte van een merk of teken dan aan het eindgedeelte daarvan. Nu aldus het woordmerk en het teken (globaal beoordeeld) dezelfde totaalindruk maken, is de voorzieningenrechter van oordeel dat bij het in aanmerking komende publiek, in dit geval werkzoekenden en de opdrachtgevers, verwarring tussen beide ondernemingen kan ontstaan, althans dat de indruk wordt gewekt dat enig verband tussen hen bestaat, mede in aanmerking genomen dat beide ondernemingen soortgelijke diensten verrichten. Indien het woordmerk en het teken in zodanige mate overeenstemmen als in het onderhavige geval, is verwarringsgevaar in beginsel gegeven. Dit geldt eens te meer omdat ook Connect met louter beschrijvende elementen achter het woord Connect, zoals Connect Uitzendbureau en Connect Technisch Uitzendbureau, naar buiten treedt.

4.8.

Aangenomen kan dus worden dat genoegzaam is gebleken dat Connect Professionals in strijdt handelt met artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE. Connect Professionals voert echter aan dat van een inbreuk op het woordmerk CONNECT geen sprake kan zijn, omdat het gevestigde merkrecht niet geldig is en zij de nietigheid daarvan heeft ingeroepen op drie verschillende gronden, te weten dat het merk ieder onderscheidend vermogen mist, dat het merk uitsluitend bestaat uit tekens of benamingen die in de handel kunnen dienen tot aanduiding van soort, hoedanigheid, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst of het tijdstip van vervaardiging van de waren of verricht van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten en dat het merk uitsluitend bestaat uit tekens of benamingen die in het normale taalgebruik of in het bonafide handelsverkeer gebruikelijk zijn geworden.

4.9.

Ten aanzien van de eerste twee gronden geldt het volgende. Het onderscheidend vermogen van een merk houdt in dat het merk zich ertoe leent de waren of diensten waarvoor de inschrijving wordt aangevraagd, als afkomstig van een bepaalde onderneming te identificeren en dus deze waren of diensten van die van andere ondernemingen te onderscheiden. Het onderscheidend vermogen van een merk moet worden beoordeeld aan de hand van enerzijds de waren of diensten waarvoor inschrijving van het merk is aangevraagd en anderzijds de perceptie van het relevante publiek. Van belang daarbij is de vermoedelijke verwachting van de normaal geïnformeerde, redelijk omzichtige en oplettende, gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten (HvJ 7 oktober 2004 Mag Instruments). Ten aanzien van het woordmerk CONNECT heeft daarnaast te gelden dat het antwoord op de vraag of het woordmerk onderscheidend vermogen heeft dicht aanligt tegen het antwoord op de vraag of het woordmerk CONNECT zuiver beschrijvend is.

4.10.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het woordmerk CONNECT voor de aangeboden diensten in kwestie niet zuiver beschrijvend is. Het woord connect beschrijft immers niet de diensten bemiddeling of werving en selectie. Hooguit kan worden gezegd dat het woord connect refereert aan een bepaald aspect van de aangeboden diensten, namelijk voor zover bij het succesvol uitvoeren van de diensten personen met elkaar in verbinding worden gebracht. Het enkele feit dat het woord connect in die zin een aspect van de diensten beschrijft, maakt niet dat het woordmerk CONNECT uitsluitend beschrijvend is voor die diensten. Met inachtneming hiervan, valt op voorhand niet in te zien dat het woordmerk geen enkel onderscheiden vermogen heeft. Dat het woordmerk CONNECT in elk geval enig onderscheidend vermogen heeft, vindt ook steun in de omstandigheid dat een (woord)merk pas wordt ingeschreven nadat door het BBIE een onderzoek heeft plaatsgevonden (onder meer) naar de vraag of het in de aanvraag voorkomende teken geacht moet worden elk onderscheidend vermogen te missen (zie artikel 2.11 lid 1 onder b BVIE) en uit de omstandigheid dat het BBIE het woordmerk CONNECT in 1998 heeft ingeschreven en ook in 2013 geen reden heeft gezien de inschrijving van het woordmerk te weigeren. Daaruit kan worden afgeleid dat het BBIE in 1998, maar ook nadien nog in 2013, enig onderscheidend vermogen aanwezig achtte. Voor zover het European Union Intellectual Property Office (EUIPO) voor deze waren en diensten anders zou hebben geoordeeld over de geldigheid van het woordmerk CONNECT, dan dient in ogenschouw te worden genomen dat dit oordeel niet zonder meer bepalend is voor de geldigheid van een Benelux-merk. Daarbij komt dat de geldigheid van een woordmerk bovendien dient te worden beoordeeld naar het moment van inschrijving daarvan en beoordelingen die daarna plaatsvinden daarop (in beginsel) geen invloed hebben.

4.11.

Gelet op het vorenstaande, kan voorshands niet worden aangenomen dat het woordmerk CONNECT geen enkel onderscheidend vermogen heeft en zuiver beschrijvend is en daardoor nietig. Deze stelling van Connect Professionals dient in de lopende bodemprocedure bij de rechtbank in Amsterdam nader te worden beoordeeld. Daarvoor is in deze kort gedingprocedure geen plaats. Dit verweer kan Connect Professionals in deze procedure dan ook niet baten.

4.12.

Ten aanzien van de derde aangevoerde grond is de voorzieningenrechter van oordeel dat onvoldoende kan worden vastgesteld dat het woord CONNECT in het normale taalgebruik of in het bonafide handelsverkeer de geijkte term is geworden voor uitzendactiviteiten en werving en selectie van personeel. Vooralsnog dient er daarom vanuit te worden gegaan dat CONNECT een geldig merk is. Dit leidt gezien het voorgaande tot de conclusie dat Connect Professionals inbreuk op dit woordmerk maakt op de voet van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE. Uit het voorgaande volgt dat zij die inbreuk niet alleen maakt door gebruik van Connect Professionals als handelsnaam, maar door ieder gebruik van Connect al dan niet in combinatie met toevoegingen, zowel via internet als anderszins, in het economisch verkeer. Daarom zal de vordering strekkende tot het staken en gestaakt houden van deze inbreuk worden toegewezen. De voorzieningenrechter acht het redelijk om aan deze veroordeling een termijn van twee maanden te koppelen. De gevorderde dwangsom zal op de voet van artikel 611a Rv worden toegewezen als na te melden.

Handelsnaamrecht

4.13.

Connect vordert voorts het staken en gestaakt houden van het voeren van een handelsnaam door Connect Professionals waarin het woord Connect voorkomt. Krachtens artikel 1 Handelsnaamwet (Hnw) is een handelsnaam de naam waaronder men feitelijk handelt, dus de naam die naar buiten toe wordt gebruikt als aanduiding van de onderneming. Dat Connect de handelsnaam Connect op zichzelf als zodanig voert of heeft gevoerd, is door Connect onvoldoende aannemelijk gemaakt. Wel is uit de overgelegde producties en het verhandelde ter zitting voldoende gebleken dat Connect Uitzendbureau en Connect Technisch Uitzendbureau de namen zijn die naar het publiek toe worden gebruikt als aanduiding van de onderneming. Bij de beoordeling of sprake is van inbreuk door Connect Professionals, zal dan ook worden uitgegaan van deze twee handelsnamen van Connect.

4.14.

Op de voet van artikel 5 Hnw is het verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig werd gevoerd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats waar zij zijn gevestigd, bij het publiek verwarring tussen de ondernemingen is te duchten.

4.15.

Tussen partijen is niet in geschil dat Connect de handelsnamen Connect Uitzendbureau en Connect Technisch Uitzendbureau eerder voerde dan dat Connect Professionals gebruik is gaan maken van haar handelsnaam. Connect voert deze namen immers al sinds 1998, terwijl Connect Professionals in 2008 is opgericht. Uit de beoordeling van de merkinbreuk volgt dat de handelsnamen van partijen, gelet op hun dominerende en kenmerkende bestanddelen, maar in geringe mate van elkaar afwijken. Ten aanzien van het onderscheidend vermogen is kenmerkend voor het handelsnaamrecht dat daaraan lage eisen worden gesteld. In beginsel komt iedere aanduiding, ook indien beschrijvend, mits als handelsnaam gevoerd, voor bescherming in aanmerking. Volgens vaste jurisprudentie wordt de grens van bescherming van beschrijvende handelsnamen wel bereikt als de gevraagde bescherming zou leiden tot monopolisering van algemeen beschrijvende woorden, zodanig dat anderen die niet meer zouden kunnen gebruiken als aanduiding van hun onderneming. De voorzieningenrechter stelt vast dat het bij de handelsnamen Connect Uitzendbureau en Connect Technisch Uitzendbureau, gelet op de combinatie van de woorden Connect en (Technisch) Uitzendbureau in relatie tot de door Connect aangeboden diensten, niet gaat om een louter beschrijvende aanduiding.

4.16.

Omdat beide ondernemingen, zoals in r.o. 4.5. reeds is overwogen, (in overwegende mate) dezelfde soort diensten aanbieden, te weten kort gezegd uitzenddiensten, is de aard van beide ondernemingen zeer nauw verwant. Daarnaast is ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat beide partijen actief zijn in hetzelfde geografische gebied, namelijk overwegend in midden- en zuid Nederland. Bovendien zijn beide ondernemingen door heel Nederland actief als gevolg van het gebruik van een website op internet. Dat daarmee verwarring te duchten is bij het relevante publiek, kan niet zonder meer worden aangenomen. Het beoordelingskader daarvoor is niet hetzelfde als voor het merkrecht. Connect Professionals heeft in dit verband ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat zij zich bij haar oprichting in 2008 richtte op de algemene uitzendbranche, maar dat zij dit uitgangspunt in 2009 heeft losgelaten en zich vanaf dat moment uitsluitend focust op de sectoren gezondheidszorg, onderwijs en overheid. Verder heeft Connect Professionals aannemelijk gemaakt dat zij zich daardoor richt op andersoortig personeel en andere bedrijven dan Connect. Ervan uitgaande dat Connect Professionals al vanaf 2009 op deze manier handelt, is het kennelijk mogelijk voor partijen om hun activiteiten te verrichten zonder in elkaars vaarwater terecht te komen. Connect is er immers volgens haar eigen stelling pas eind 2016 van op de hoogte geraakt dat Connect Professionals onder die naam in dezelfde branche werkt. Dat kan nauwelijks anders betekenen dan dat tussen 2009 en eind 2016 geen verwarring is ontstaan bij het in aanmerking komende publiek. In die situatie had van Connect mogen worden verwacht dat zij voldoende onderbouwd aannemelijk zou maken dat desondanks verwarring is te duchten. Nu enige onderbouwing aan de zijde van Connect op dat punt ontbreekt, acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat sprake is van verwarringsgevaar als bedoeld in artikel 5 Hnw en kan voorshands niet worden geoordeeld dat Connect Professionals inbreuk maakt op de handelsnaam van Connect, zoals door Connect wordt gesteld. De vordering jegens Connect Professionals is op deze grond niet toewijsbaar.

4.17.

In verband met het bepaalde in artikel 1019i Rv zal de voorzieningenrechter de redelijke termijn waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt stellen op zes maanden na de datum van dit vonnis.

Proceskosten

4.18.

Nu een merkinbreuk door Connect Professionals is aangenomen, zal zij als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Connect vordert in dat kader een vergoeding van de werkelijk gemaakte advocaatkosten, tot op heden begroot op € 14.498,50. Connect Professionals voert verweer tegen toewijzing van deze kosten en voert daartoe aan dat de kosten erg hoog zijn, in aanmerking genomen dat Connect al vier eerdere soortgelijke kort gedingen heeft gevoerd tegen andere vermeende inbreukmakers. Met het oog op de omstandigheid dat de advocaat van Connect Professionals zelf ook een bedrag van € 13.083,00 aan kosten heeft opgeworpen en zij in deze procedure bovendien een uitvoerig en voor Connect nieuw verweer tegen het woordmerk CONNECT heeft gevoerd, acht de voorzieningenrechter de toewijsbaarheid van de gevorderde vergoeding aan de zijde van Connect ter grootte van € 14.498,50 onvoldoende betwist. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 1019h Rv worden de kosten daarmee aan de zijde van Connect tot op heden begroot op:

  • -

    explootkosten € 80,42

  • -

    griffierecht € 618,00

  • -

    salaris advocaat € 14.498,50

Totaal € 15.196,92

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt Connect Professionals om binnen een termijn van twee maanden na betekening van dit vonnis, iedere inbreuk op het woordmerk CONNECT te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden, en in het bijzonder om binnen een termijn van twee maanden na betekening van dit vonnis ieder gebruik van de tekens “Connect”, “Connect Professionals”, “Connect Professionals.nl”, “Connect Interim”, “Connect Permanent” en “ConnectProf” (online en offline) te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Connect Professionals niet aan dit bevel voldoet, tot een maximum van € 500.000,00,

5.2.

bepaalt de termijn waarbinnen op grond op artikel 1019i Rv een bodemprocedure aanhangig dient te worden gemaakt op zes (6) maanden vanaf de datum van dit vonnis,

5.3.

veroordeelt Connect Professionals tot betaling van de proceskosten, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 15.196,92, waarin begrepen € 14.498,50 aan salaris advocaat,

5.4.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier [naam] op 4 april 2017.