Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:2170

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-03-2017
Datum publicatie
18-04-2017
Zaaknummer
05/880208-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

een gevangenisstraf van vijftien maanden (locatie Enschede + voorhanden hebben harddrugs en wapen). Toewijzing vordering benadeelde partij Enexis (€ 3.350,31)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/880208-16

Datum uitspraak : 30 maart 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres 1] .

Raadsman: mr. A.A. Boersma, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 16 januari 2017, 10 maart 2017 en 16 maart 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 5 april 2016, te Eibergen, gemeente Berkelland en/of de gemeente Enschede en/of te Goor, gemeente Hof van Twente en/of de gemeente Aalten en/of te Terborg, gemeente Oude IJsselstreek, althans (in ieder geval) (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid hennep en/of een (groot) aantal hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan, te weten (onder meer):

-In een pand aan de [adres 2] (in totaal (ongeveer) 178 vrouwelijke hennepplanten en/of 5192 hennepstekken) en/of

-In een pand aan de [adres 3] (in totaal (ongeveer) 452 hennepplanten en/of (ongeveer) 20 kilogram (aan) hennep(toppen)) en/of

-In een pand aan de [adres 4] (in totaal (ongeveer) 280 hennepplanten) en/of

-In een pand aan de [adres 5] (een (zogenaamd) "wortelhok") en/of

-In een pand aan de [adres 6] ,

althans (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d van de Opiumwet vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 5 april 2016, te Eibergen, gemeente Berkelland en/of de gemeente Enschede en/of te Goor, gemeente Hof van Twente en/of de gemeente Aalten, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V. en/of Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3.

hij op of omstreeks 5 april 2016, in de gemeente Haaksbergen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- ongeveer 1764,88 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDE en/of MDA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of amfetamine en/of een of meer andere middelen en/of stoffen, zijnde MDMA en/of MDE en/of MDA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of amfetamine en/of

- ongeveer 41,52 gram en/of ongeveer 88,52 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet;

4.

hij op of omstreeks 5 april 2016, in de gemeente Haaksbergen, een wapen van categorie III, te weten een (gas-/alarm)revolver (merk Rohm) (type Rg 56 Le Petit), voorhanden heeft gehad;

5.

hij op of omstreeks 5 april 2016, te Eibergen, gemeente Berkelland, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een (zogenaamd) stroomstootwapen, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

In november 2015 is bij de politie een MMA-melding ontvangen over een mogelijke hennepkwekerij aan de [adres 2] , gelegen in de gemeente Berkelland2. Naar aanleiding van deze melding is een onderzoek gestart, waarbij onder meer observaties hebben plaatsgevonden en telefoongesprekken zijn getapt.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 (locatie Enschede), feit 2 (locatie Enschede), feit 3 (MDMA en cocaïne), feit 4 en feit 5.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich met betrekking tot de locatie Enschede gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor wat betreft de overige locaties heeft hij vrijspraak van de feiten 1 en 2 bepleit omdat op basis van de tapgesprekken, peilbakengegevens, track&trace-systemen, camerabeelden en telecomgegevens niet kan worden gekomen tot een bewezenverklaring van medeplegen door verdachte.

Vrijspraak zou ook moeten volgen voor de feiten 3 en 4. De harddrugs en het gasrevolver waren niet van verdachte en hij wist ook niet van de aanwezigheid van die goederen in de garagebox. Deze garagebox werd door meerdere mensen gebruikt. Met betrekking tot de drugs heeft de raadsman aangevoerd dat de test van de aangetroffen brokken niet op de juiste wijze heeft plaatsgevonden, omdat er meer en grotere monsters genomen hadden moeten worden.

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 5 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1 en feit 2 (locatie [adres 2] )

Op 5 april 2016 is in de woning aan de [adres 2] een hennepstekkerij aangetroffen. Een fraudespecialist van Liander heeft geconstateerd er een illegale aansluiting buiten de meter om naar de hennepplantage liep.

Uit het dossier volgt dat verdachte bij het pand is geweest en hij daar een doos (met stekken) heeft opgehaald. Naar het oordeel van de rechtbank zegt dit echter niets over de rol van verdachte bij de stekkerij. Hierover wordt ook niet meer duidelijk uit de beschikbare verklaringen. Daarom wordt verdachte vrijgesproken van de feiten 1 en 2 voor zover het gaat om de locatie Eibergen.

Feit 1 en feit 2 (locatie [adres 3] )

Op 5 april 2016 is een hennepkwekerij met planten aangetroffen in het bedrijfspand aan de [adres 3] . In kweekruimte 1 stonden 452 hennepplanten, geplant in steenwol. In kweekruimte 2 waren de planten al geoogst. In die ruimte hingen vijf droognetten, met ongeveer 20 kilogram geoogste hennep.

Verder is vastgesteld dat de stroomvoorziening illegaal werd afgenomen, drie fases onder de hoofdverzekering waren illegaal afgetapt.3

Een fraudespecialist van Enexis heeft op 5 april 2016 verboden handelingen aan de elektriciteitsinstallatie in het pand aan de [adres 3] vastgesteld. De hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie was verzwaard. Contractueel hoort er 3 x 25A in te zitten. De fraudespecialist zag dat er nu een illegale aftakking zat voor de hoofdzekeringen. Door de manipulatie werd afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet correct via de elektriciteitsmeter geregistreerd.4

Verdachte heeft verklaard dat hij het pand aan de [adres 3] sinds januari 2016 huurde van [naam] , voor € 1.500,- per maand. Verdachte heeft de kwekerij opgebouwd in januari 2016 en is in de tweede week van februari 2016 begonnen met kweken. Hij heeft dit allemaal alleen gedaan, ook het aanleggen van de stroomvoorziening.5

Gelet op deze bewijsmiddelen kunnen de feiten 1 en 2, voor zover die zien op de locatie Enschede, wettig en overtuigend worden bewezen.

Feit 1 en feit 2 (locatie [adres 4] )

Op het adres [adres 4] is op 5 april 2016 een hennepkwekerij aangetroffen. Daarbij is geconstateerd dat de elektriciteit was verzwaard van 3x25 ampère naar 3x50 ampère en dat er een aansluiting was bijgeplaatst.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij deze kwekerij. Er zijn geen bewijsmiddelen die daarop duiden. Verdachte wordt om die reden vrijgesproken van de feiten 1 en 2 voor zover het gaat om deze locatie.

Feit 1 en feit 2 (locatie [adres 5] )

Op 5 april 2016 is geconstateerd dat er in het bedrijfspand aan de [adres 5] geen hennepkwekerij meer aanwezig was. Er was sprake van diefstal van stroom.

In het dossier zitten aanwijzingen voor de juistheid van de conclusie dat er een zogeheten wortelhok in het pand heeft gezeten. Er zijn weliswaar materialen (vuilniszakken met takjes) vervoerd naar Aalten, maar de rechtbank ziet in het dossier geen bewijs voor gedragingen die ín het pand zouden zijn verricht, zoals ten laste is gelegd. Reeds daarom volgt een vrijspraak.

Feit 1 en feit 2 (locatie [adres 6] )

Ook met betrekking tot deze locatie ziet de rechtbank geen bewijs voor strafbare gedragingen die in het pand zouden zijn verricht. Verdachte wordt om die reden vrijgesproken.

Feit 3

Bij de inventarisatie van op 5 april 2016 in garagebox 1 aan de [adres 7] inbeslaggenomen goederen werd een grote shopper van Albert Heijn aangetroffen, met daarin ongeveer anderhalve kilo bruine/gele onbekende brokken, gelijkend op grote brokken kandijsuiker. Deze brokken zaten in een doorzichtige plastic zak. Ook bevonden zich in de AH-tas twee boterhamzakjes met daarin wit poeder.6

Er is onderzoek gedaan naar de in een AH-tas aangetroffen materialen. In de tas werd een boterhamzakje gevonden met drie ovale witte bolletjes en wit gruis (41,52 gram). Dit materiaal testte positief op cocaïne. Een monster met SIN AAJB6665NL is naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) verzonden.

Verder werd een boterhamzakje met wit poeder (88,52 gram) gevonden. Dit testte positief op cocaïne. Naar het NFI is een monster verzonden met SIN AAJB6667NL.

Ten slotte werden in de tas bruine stukken kristallen aangetroffen (1764,88 gram). Dit materiaal testte positief op MDMA. Een monster met SIN AAJB6663NL is naar het NFI verzonden.7

Het NFI heeft in een rapport van 10 juni 2016 geconcludeerd dat de monsters met SIN AAJB6665NL en AAJB6667NL cocaïne bevatten. Van het monster met SIN AAJB6663NL heeft het NFI vastgesteld dat het MDMA bevat.8

Getuige [getuige] heeft verklaard dat verdachte eind december 2015/begin januari 2016 contact met hem opnam omdat hij de dubbele garagebox en box nummer 1 wilde huren. De afspraak was dat hij beide boxen kon huren voor € 2.000,- per jaar.9

De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn betoog dat er te weinig en te kleine monsters zijn genomen. Daarbij is van belang dat het materiaal in dezelfde tas is aangetroffen en het gaat om materiaal van dezelfde kleur en structuur. Van onjuist of onzorgvuldig handelen is de rechtbank dan ook niet gebleken.

Met betrekking tot de vraag of verdachte strafrechtelijk verantwoordelijk is voor de aanwezigheid van de cocaïne en de MDMA in de loods overweegt de rechtbank het volgende. Als uitgangspunt heeft te gelden dat verdachte, die de loods huurde, verantwoordelijk mag worden gehouden voor de daarin aanwezige goederen. Dit kan onder omstandigheden anders zijn. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de stellingen van de verdediging, die erop neerkomen dat verdachte geen wetenschap had van de verdovende middelen en die daar dan ook niet aanwezig heeft gehad, te weinig concreet, niet of nauwelijks te verifiëren en (mede daarom) niet aannemelijk geworden. Dit betekent dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte de drugs aanwezig heeft gehad.

Feit 4

Verbalisant [verbalisant 1] heeft op 5 april 2016 in een dubbele garagebox achter het perceel [adres 7] een blauw rechthoekig doosje gevonden. In het doosje zat een revolver, een zwart exemplaar met een bruin handvat.10

Verbalisant [verbalisant 2] heeft onderzoek gedaan naar het inbeslaggenomen voorwerp. Het is een revolver geschikt om weerloosmakende of traanverwekkende stoffen door een loop af te schieten. Deze gasrevolver is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2, categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. Op het wapen staat het merk ‘Rohm’ en verder de vermeldingen ‘RG 56’ en ‘Le Petit’.11

De rechtbank is, gelet op de onder feit 3 vermelde verklaring van [getuige] en hetgeen zij heeft overwogen met betrekking tot de aangetroffen drugs, van oordeel dat ten aanzien van verdachte ook kan worden bewezen dat hij dit in de dubbele garagebox aangetroffen wapen voorhanden heeft gehad.

Feit 5

Op 5 april 2016 is in de slaapkamer van [verdachte] in de woning aan de [adres 8] een taser (ook wel stroomstootwapen genoemd) gevonden.12

Uit onderzoek volgt dat het voorwerp een stroomstootwapen is, waarmee personen door een elektrische stroomstoot weerloos worden gemaakt en/of pijn wordt toegebracht. Het voorwerp is en wapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie II onder 5 van de Wet wapens en munitie.13

Ter zitting heeft verdachte verklaard het stroomstootwapen een keer te hebben gekocht.14

Gelet op deze bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat feit 5 wettig en overtuigend is bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 5 april 2016, te Eibergen, gemeente Berkelland en/of de gemeente Enschede en/of te Goor, gemeente Hof van Twente en/of de gemeente Aalten en/of te Terborg, gemeente Oude IJsselstreek, althans (in ieder geval) (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid hennep en/of een (groot) aantal hennepplanten en/of hennepstekken en/of delen daarvan, te weten (onder meer):

-In een pand aan de [adres 2] (in totaal (ongeveer) 178 vrouwelijke hennepplanten en/of 5192 hennepstekken) en/of

-In een pand aan de [adres 3] (in totaal (ongeveer) 452 hennepplanten en/of (ongeveer) 20 kilogram (aan) hennep(toppen)) en/of

-In een pand aan de [adres 4] (in totaal (ongeveer) 280 hennepplanten) en/of

-In een pand aan de [adres 5] (een (zogenaamd)

"wortelhok") en/of

-In een pand aan de [adres 6] ,

althans (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep, (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of (een) middel(en) als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d van de Opiumwet vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 5 april 2016, te Eibergen, gemeente Berkelland en/of de gemeente Enschede en/of te Goor, gemeente Hof van Twente en/of de gemeente Aalten, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V. en/of Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

3.

hij op of omstreeks 5 april 2016, in de gemeente Haaksbergen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- ongeveer 1764,88 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDE en/of MDA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of amfetamine en/of een of meer andere middelen en/of stoffen, zijnde MDMA en/of MDE en/of MDA en/of MMDA en/of N-ethyl MDA en/of N-hydroxy MDA en/of amfetamine en/of

- ongeveer 41,52 gram en/of ongeveer 88,52 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op of omstreeks 5 april 2016, in de gemeente Haaksbergen, een wapen van categorie III, te weten een (gas-/alarm)revolver (merk Rohm) (type Rg 56 Le Petit), voorhanden heeft gehad;

5.

hij op of omstreeks 5 april 2016, te Eibergen, gemeente Berkelland, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een (zogenaamd) stroomstootwapen, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 2:

Diefstal, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Ten aanzien van feit 3:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

Ten aanzien van feit 4:

Opzettelijk handelen in strijd met artikel 26 van de Wet wapens en munitie;

Ten aanzien van feit 5:

Opzettelijk handelen in strijd met artikel 26 van de Wet wapens en munitie.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat het sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis een stuk beter met verdachte gaat. Hij is bezig met het starten van een onderneming en heeft een relatie. Ook de reclassering is positief over de ontwikkeling van verdachte. Gelet hierop en op de omstandigheid dat verdachte geen relevante documentatie heeft, heeft de raadsman bepleit dat de rechtbank volstaat met oplegging van een gevangenisstraf van gelijke duur als de voorlopige hechtenis. Mocht de rechtbank komen tot een voorwaardelijk strafdeel, dan wordt verzocht daaraan geen bijzondere voorwaarden te koppelen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte is betrokken geweest bij een hennepkwekerij en heeft daarnaast harddrugs en wapens in bezit gehad.

Het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister vermeldt alleen twee veroordelingen die niet van recente datum zijn.

De reclassering heeft op 30 juni 2016 een advies uitgebracht over verdachte. Daarin is weergegeven dat verdachte na een motorongeval gedeeltelijk is afgekeurd. Hij had altijd enige inkomsten uit (legale) handel. Hij heeft een groot netwerk en wil nu samen met een partner een handelsonderneming starten. Verdachte heeft geen behoefte aan hulpverlening.

Op 6 februari 2017 is een afloopbericht opgesteld. Daarin is vermeld dat verdachte zich goed aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Verdachte is zich goed bewust van zijn fout.

Naar het oordeel van de rechtbank is een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden passend en geboden. Deze straf doet recht aan de ernst van de feiten. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel, al dan niet met bijzondere voorwaarden, ziet de rechtbank geen aanleiding.

8 De vordering van benadeelde partij Enexis (feit 2, locatie Enschede)

Enexis B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en een bedrag van

€ 3.350,31 gevorderd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering, die niet is betwist, toewijsbaar. De rechtbank ziet geen reden voor oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9 Beslag

Onder verdachte zijn een Opel Vivaro en een geldbedrag van € 1.026,- in beslag genomen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de auto verbeurd moet worden verklaard en dat het geldbedrag aan verdachte kan worden geretourneerd.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank komt de Opel Vivaro met kenteken [kenteken] voor verbeurdverklaring in aanmerking, nu deze auto is gebruikt voor het vervoer van goederen ten behoeve van de illegale praktijken van verdachte. het geldbedrag van € 1.026,- kan aan verdachte worden teruggegeven.

10 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 57, 91, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven, Opel Vivaro met kenteken [kenteken] ;

 gelast de teruggave van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven, geldbedrag van

€ 1.026,- aan verdachte;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 (locatie Enschede) tot betaling van schadevergoeding aan benadeelde partij Enexis B.V. van een bedrag van € 3.350,31 (drieduizend driehonderdvijftig euro en eenendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M.J.I. Baauw (voorzitter), mr. C. Kleinrensink en

mr. N.C. van Lookeren Campagne, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 maart 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] , brigadier van de politie Oost Nederland, Politieteam Achterhoek-Oost opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2015571758, gesloten op 23 juni 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 www.wikipedia.org

3 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 1309-1312.

4 Aangifte door Enexis, p. 266-268.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 2451-2456.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1237.

7 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 1199-1204.

8 Rapport van het NFI van 10 juni 2016, p. 2064-2065.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 2084-2085.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1264.

11 Proces-verbaal onderzoek wapen, p. 1267-1268.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1046-1047.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1284-1285.

14 Verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 16 januari 2017.