Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:1820

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-03-2017
Datum publicatie
31-03-2017
Zaaknummer
C/05/314229 / FT RK 17/69
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schuldsaneringsverzoek. De poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling is uitgevoerd door een private schuldhulpverlener. Deze voldoet echter niet aan de eisen gesteld in artikel 48 lid 1 van de Wck. Dat een bestuurder van de schuldhulpverlener registeraccountant is en dat deze bestuurder op afstand betrokken is geweest bij het minnelijke traject, is onvoldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team insolventies

Zittingsplaats: Zutphen

rekestnummer: C/05/314229 / FT RK 17/69

uitspraakdatum: 30 maart 2017

vonnis van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 30 maart 2017

[verzoeker],

wonende te [adres]

[postcode] [woonplaats],

hierna te noemen verzoeker.

1 Procesverloop

1.1.

Op 7 december 2016 heeft de rechtbank een faillissementsverzoek ontvangen van Bruynzeel Home Products Nederland B.V., gericht tegen verzoeker.

1.2.

Op 12 januari 2017 is namens verzoeker een schuldsaneringsverzoek ingediend.

1.3.

Op 30 januari 2017 is verzoeker opgeroepen voor de mondelinge behandeling van dit schuldsaneringsverzoek, welke behandeling zou plaatsvinden op 16 februari 2017. In de oproeping is vermeld dat de zitting alleen zal gaan over de vraag of het minnelijke traject is uitgevoerd door een persoon of instelling in de zin van artikel 48 lid 1 van de Wet op het consumentenkrediet (Wck).

1.4.

Op 2 februari 2017 is namens verzoeker een verzoek als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet (Fw) ingediend.

1.5.

Op 16 februari 2017 heeft de advocaat van verzoeker, mr. R.P. van der Vliet, een schriftelijke toelichting met bijlagen toegezonden. Dezelfde dag vond de mondelinge behandeling plaats. Hierbij was verzoeker aanwezig, vertegenwoordigd door zijn advocaat. Voorts waren namens de schuldhulpverlenende instantie Oxyz Coöperatie U.A. (hierna: Oxyz) onder meer aanwezig mevrouw [medewerker 1] (hierna: [medewerker 1]) en de heer [medewerker 2] (hierna: [medewerker 2]).

2 De feiten

2.1.

Volgens de bij het verzoekschrift gevoegde schuldenlijst heeft verzoeker een schuldenlast van € 95.422,19.

2.2.

Bij het verzoekschrift is als bijlage 6 gevoegd een document met de titel “Verklaring ex art. 285 lid 1 f Fw. Buiten gemeenschap van goederen”. In dit document staat, voor zover van belang, het volgende:

“Hierbij verklaart [medewerker 1], Schuldhulpverlener, werkzaam voor Oxyz, te Hengelo,

Dat er geen reële mogelijkheden zijn dat de verzoeker […] tot een buitengerechtelijke schuldregeling komt met zijn / haar crediteuren.

De schuldbemiddelingsinstantie, te weten Oxyz Hengelo,

heeft namens de verzoekers […] aan de CONCURRENTE crediteuren een aanbod van 8,62% van hun vordering tegen finale kwijting gedaan, maar met dat voorstel heeft / hebben 1 crediteur(en) niet ingestemd;”

2.3.

Bij het verzoekschrift is als bijlage 9 gevoegd een document met de titel “Rapportage schuldbemiddelaar betreffende het minnelijk traject; buiten gemeenschap van goederen”. In dit document staat, voor zover van belang, het volgende:

“Namens de schuldbemiddelingsinstantie Oxyz Hengelo die voldoet aan de vereisten van artikel 48 lid 1 onder C van de Wet op het Consumentenkrediet, verklaart de behandeld medewerker, te weten, [medewerker 1] hierbij dat het minnelijk traject van de verzoeker als volgt is verlopen:

Namens de schuldbemiddelingsinstantie Oxyz die voldoet aan de vereisten van artikel 48 lid 1 onder C van de Wet op het Consumentenkrediet, verklaart de behandeld medewerker, te weten [medewerker 1] hierbij dat het minnelijk traject van de verzoeker als volgt is verlopen:”

2.4.

Oxyz Hengelo is een vestiging van Oxyz. [medewerker 1] is werkzaam bij Oxyz Hengelo. [medewerker 2] zit in het bestuur van Oxyz. [medewerker 2] is registeraccountant.

3 De beoordeling

3.1.

Ingevolge artikel 285, eerste lid, aanhef en onder f, van de Fw dient in het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage te worden opgenomen een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar. Het college kan deze bevoegdheid mandateren aan een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet financiële dienstverlening (thans de Wet op het financieel toezicht) of aan krachtens artikel 48, eerste lid, onderdeel d, van de Wck aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan.

3.2.

Op grond van artikel 288, tweede lid, aanhef en onder b, van de Fw dient een schuldsaneringsverzoek te worden afgewezen indien de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet is uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wck.

3.3.

In artikel 48, eerste lid, van de Wck is bepaald dat het in artikel 47, eerste lid, van de Wck bedoelde verbod niet van toepassing is op schuldbemiddeling:

a. om niet;

b. door gemeenten, gemeentelijke kredietbanken of andere door gemeenten gehouden instellingen, die zich krachtens hun doelstelling met schuldbemiddeling bezighouden;

c. door advocaten, curatoren en bewindvoerders ingevolge de Faillissementswet of ingevolge artikel 383, zevende lid, dan wel artikel 435, zevende lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, notarissen, deurwaarders, registeraccountants en accountants-administratieconsulenten;

d. door natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan, aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur.

3.4.

Bij arrest van 5 november 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BN8056) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een redelijke wetstoepassing mee brengt dat aanvaard wordt dat de verklaring als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f, van de Fw ook kan worden afgegeven door de personen bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder c, van de Wck. Bij arrest van eveneens 5 november 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BN8060) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de wetgever met de verwijzing naar ‘een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet’ in artikel 288, tweede lid onder b, van de Fw het oog heeft gehad op de personen en instellingen, genoemd in artikel 48, eerste lid, onder b, c, en d, van de Wck.

3.5.

De verwijzing naar artikel 48, eerste lid, onder d, van de Wck is vooralsnog zonder praktische betekenis, aangezien de in die bepaling genoemde algemene maatregel van bestuur nog niet tot stand is gekomen. Uit de kamerbrief van 5 september 2016 van de Minister van Economische Zaken (kamerstuk 34509, nummer 2) volgt dat de betreffende algemene maatregel van bestuur, het Vrijstellingsbesluit schuldbemiddelaars, nog in ontwikkeling is en afhankelijk is van een in 2017 uit te voeren inventarisatie.

3.6.

Het voorgaande kan als volgt worden samengevat. Voorafgaand aan een schuldsaneringsverzoek dient geprobeerd te zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Deze poging moet zijn uitgevoerd door een persoon of instelling die is genoemd in de opsomming van artikel 48, eerste lid, onder b en c van de Wck. De persoon of instelling die bevoegdelijk de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling heeft uitgevoerd, dient vervolgens gemotiveerd te verklaren dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Indien deze verklaring niet of niet door een juiste instantie is afgegeven, wordt de schuldenaar niet-ontvankelijk verklaard
(artikel 287, tweede lid, van de Fw). Indien de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling niet door een juiste instantie is uitgevoerd, dan leidt dit tot afwijzing van het verzoek.

3.7.

Tegen de achtergrond van het voorgaande moet worden beoordeeld of in het onderhavige geval de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling, ook wel het minnelijke traject geheten, is uitgevoerd door een daartoe bevoegde persoon of instelling. Bij deze beoordeling staat voorop dat de betrokken schuldhulpverlener niet is gemandateerd door het college van burgemeester en wethouders.

3.8.

Primair is door verzoeker betoogd dat Oxyz valt onder de opsomming van artikel 48, eerste lid onder c, van de Wck, omdat [medewerker 2] registeraccountant is. Dit betoog faalt. De omstandigheid dat een bestuurder van Oxyz registeraccountant is, maakt niet dat Oxyz zelf ook als registeraccountant heeft te gelden. Dat Oxyz vanwege een andere kwalificatie zou vallen onder de opsomming van personen of instellingen van artikel 48, eerste lid, onder b

of c van de Wck, is gesteld noch gebleken. Dit maakt dat de rechtspersoon Oxyz niet bevoegd is om ter voorbereiding van een schuldsaneringsverzoek de vereiste poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling uit te voeren.

3.9.

Verzoeker heeft verder betoogd dat [medewerker 2] betrokken is bij de uitvoering van de minnelijke trajecten door Oxyz, waaronder die voor verzoeker. Zo zijn de processen binnen Oxyz ontwikkeld door [medewerker 2]. Voorts is [medewerker 2] binnen de vestigingen Velsen en Alkmaar zelf werkzaam in eigen schuldhulpverleningstrajecten. Daarnaast voert [medewerker 2] regelmatig controles uit van de dossiers die bij andere schuldhulpverleners – in de vestigingen Huizen en Hengelo – in behandeling zijn. Ten aanzien van het traject van verzoeker heeft [medewerker 2] ter zitting verklaard dat hij termijnen in de gaten heeft gehouden en dat hij op een aantal momenten telefonisch contact heeft gehad met [medewerker 1], die het traject verder heeft uitgevoerd. [medewerker 2] heeft zelf geen contact gehad met verzoeker of met de schuldeisers.

3.10.

Voor zover verzoeker met het voorgaande heeft willen betogen dat het minnelijk traject heeft te gelden als uitgevoerd door [medewerker 2], zodat het minnelijk traject is uitgevoerd door een bevoegd persoon, geldt dat dit betoog niet kan slagen. Allereerst stelt de rechtbank vast dat de heer [medewerker 2] niet wordt genoemd in de documenten waaruit is geciteerd in de overwegingen 2.2 en 2.3. Het minnelijk traject is volgens deze documenten uitgevoerd door [medewerker 1], Oxyz Hengelo en Oxyz. De verklaring als bedoeld in artikel 285, eerste lid onder f, van de Fw is afgegeven en ondertekend door [medewerker 1]. Deze gang van zaken past ook bij de toelichting die ter zitting is gegeven. Uit deze toelichting blijkt dat het minnelijk traject feitelijk is uitgevoerd door [medewerker 1] en dat [medewerker 2] deze uitvoering slechts op afstand heeft gecontroleerd. Dat is onvoldoende voor het oordeel dat het minnelijk traject heeft te gelden als uitgevoerd door [medewerker 2].

3.11.

Tot slot heeft verzoeker (subsidiair) betoogd dat met het oog op de doelstellingen van het wettelijk stelsel in geval van schuldhulpverlening aan niet-consumenten, het vereiste dat de poging tot een buitengerechtelijke schuldenregeling wordt uitgevoerd door een instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid onder c, van de Wck, niet zonder meer mag worden gesteld. Het betoog van verzoeker komt erop neer dat Oxyz, lid van de NVVK, een bonafide en professionele schuldhulpverlener is die kwalitatief goed werk levert. Daarom zou aan de bedoeling van de wetgever worden voldaan indien de rechtbank Oxyz bevoegd zou achten tot het uitvoeren van minnelijke trajecten, ook als zij niet valt onder de door de wetgever genoemde groep van personen en instellingen.

Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 6 januari 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BU6758) kan ook dit betoog niet slagen. Ook in die zaak werd betoogd dat vanwege de bedoeling van de wetgever en de kwaliteit van de betreffende schuldhulpverlener een uitzondering moet worden gemaakt op de dwingende rechtsregel dat een buitengerechtelijke schuldregeling moet zijn uitgevoerd door een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wck. De Hoge Raad heeft dat betoog verworpen. Het is niet aan de rechter, maar aan de regering om – met gebruikmaking van de in artikel 48, eerste lid, onder d, van de Wck geboden mogelijkheid – de groep van personen die bevoegd zijn om het minnelijke traject uit te voeren uit te breiden. De rechtbank ziet geen aanleiding om thans ten aanzien van Oxyz anders te oordelen, te meer niet nu de regering – getuige de onder 3.5 genoemde kamerbrief – de voor uitbreiding vereiste algemene maatregel van bestuur actief in ontwikkeling heeft.

3.12.

Gelet op het voorgaande was de betrokken schuldhulpverlener niet bevoegd tot het uitvoeren van de poging tot een buitengerechtelijke schuldregeling. De betrokken schuldhulpverlener was daarmee ook niet bevoegd om de verklaring als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f, van de Fw af te geven. Dit betekent dat geen compleet verzoekschrift is ingediend, zodat de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk zal verklaren.

3.13.

Ook ten aanzien van het later ingediende verzoek dwangakkoord dient de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren. Bij een dergelijk verzoek dient op straffe van niet-ontvankelijkheid een compleet schuldsaneringsverzoek te zijn bijgevoegd. Uit het voorgaande volgt dat aan deze voorwaarde niet is voldaan.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Schippers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

De schuldenaar heeft gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.