Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:1706

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-03-2017
Datum publicatie
29-03-2017
Zaaknummer
05/720252-15 en 05/740245-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelde een 39-jarige man uit Doetinchem voor het veroorzaken van een dodelijk ongeval in de buurt van Zelhem. De man kreeg een gevangenisstraf van 4 jaar en TBS met dwangverpleging opgelegd. Daarnaast kreeg hij de in dit geval maximale rijontzegging van 5 jaar.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2017/96
JWR 2017/27
PS-Updates.nl 2017-0326
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/720252-15 en 05/740245-16

Datum uitspraak : 29 maart 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , thans gedetineerd te Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan,

raadsman: mr. M. Duurtsema, advocaat te Doetinchem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7 maart 2016, 4 april 2016, 6 juni 2016, 25 juli 2016, 28 september 2016 en 15 maart 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, onder parketnummer 05/720252-15, ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem zijn, verdachtes, vader, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] met pepperspray, althans een bijtende vloeistof in het gelaat en/of de ogen te spuiten/sproeien;

2. Primair

hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan de ambtenaren van politie, Eenheid Oost-Nederland, [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met zijn, verdachtes, personenauto, met hoge snelheid en/of met slippende wielen en/of rijdend over het trottoir, is ingereden op en/of gereden in de richting van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem de ambtenaren van politie, Eenheid Oost-Nederland, [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend met zijn, verdachtes, personenauto, met hoge snelheid en/of met slippende wielen en/of rijdend over

het trottoir, ingereden op en/of gereden in de richting van die [benadeelde 1]

en/of [benadeelde 2] ;

3. hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde 3] dreigend de woorden toegevoegd :"moet je klappen?" en/of "ik ben niet bang, ik heb twee jaar kickboksen gedaan" en/of "zal ik je hoofd op de auto klappen?", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4. hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem opzettelijk en wederrechtelijk een (politie)auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de politie, eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5. hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee heeft gereden, binnen de bebouwde kom

- op de Wilhelminastraat, gelegen in de wijk “De Pas” en in een 30 kilometerzone, met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse en zonder zijn snelheid te minderen of aan te passen hij het naderen en oversteken van een of meerdere gelijkwaardige kruisingen,

- op de Terborgseweg, waar een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold en waar het op dat moment erg druk was voertuigen, fietsers en voetgangers, met een snelheid van ongeveer 70 a 80 kilometer per uur, in ieder geval met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse,

- op de Raadhuistraat, waar een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold en welke weg was gelegen langs liet centrumwinkelgebied en waar het op dat moment erg druk was, met een snelheid van ongeveer 70 a 80 kilometer per uur, in ieder geval met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse en/of

- op de Veemarkt, een eenrichtingsweg met één rijbaan voor auto’s en fietsers, met hoge snelheid tegen het verkeer in ingereden

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die wegen werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die wegen werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De volgende feiten zijn ad informandum op de tenlastelegging gevoegd:

1. oktober 2015, Doetinchem, Gem. Doetinchem, Rijden onder invloed, alcoholgehalte adem bedraagt: 440 t/m 500 ug/l

2. 720252-15, medio 2013 t/m 12 oktober 2015, [adres 2] , Doetinchem

Gem. Doetinchem, Voorhanden hebben 2 gasalarmpistolen en munitie van categorie III

3. 720252-15, 16 september 2015, [adres 3] , Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Verbale bedreiging met misdrijf van [benadeelde 4]

4. 720252-15 16 september 2015, [adres 3] , Doetinchem, Gem. Doetinchem,

Vernielingen van en in de woning en de tuin bij de woning van [benadeelde 4]

Aan verdachte is onder parketnummer 05/740245-16, na een toegestane vordering nadere omschrijving, ten laste gelegd dat:

1. Primair

hij op of omstreeks 17 juni 2016, in de gemeente Doetinchem, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening een (personen)auto ( [merk auto 1] ), althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft weggenomen, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte:

- nadat voornoemde [benadeelde 5] zijn (personen)auto ( [merk auto 1] had geparkeerd

- de (bestuurders)portier van die (personen)auto heeft opengetrokken en/of

- ( vervolgens) - terwijl die [benadeelde 5] nog in die (personen)auto zat en/of zijn stuur nog vast had - met (veel) kracht die [benadeelde 5] bij/om diens (linker)pols heeft vast-/beetgepakt/vastgegrepen en/of - (vervolgens) (daarbij) met (veel) kracht die [benadeelde 5] in/bij diens nek heeft vast-/beetgepakt/vastgegrepen en/of - (tegelijkertijd) (daarbij) die [benadeelde 5] met een sleutel(bos), althans met (een) scherp(e) en/of puntig(e) voorwerp(en) in diens nek heeft geprikt/gestoken en/of

- ( vervolgens) (daarbij) die [benadeelde 5] (dreigend) heeft toegevoegd de woorden: "Ik heb een mes en ik wil je auto" en/of "Ik ga je steken", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - (daarbij) zijn, verdachtes, gezicht (zeer) dicht bij het gezicht/hoofd van die [benadeelde 5] heeft gebracht en/of

- is hij, verdachte, (vervolgens) in de (betreffende) (personen)auto (welke op dat moment onafgesloten en/of met (stationair) draaiende motor ter plaatse stond) gestapt en weggereden;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 17 juni 2016, in de gemeente Doetinchem, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, een persoon genaamd [benadeelde 5] , heeft gedwongen tot de afgifte van een (personen)auto ( [merk auto 1] ), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte:

- nadat voornoemde [benadeelde 5] zijn (personen)auto ( [merk auto 1] had geparkeerd

- de (bestuurders)portier van die (personen)auto heeft opengetrokken en/of

- ( vervolgens) - terwijl die [benadeelde 5] nog in die (personen)auto zat en/of zijn stuur nog vast had - met (veel) kracht die [benadeelde 5] bij/om diens (linker)pols heeft vast-/beetgepakt/vastgegrepen en/of - (vervolgens) (daarbij) met (veel) kracht die [benadeelde 5] in/bij diens nek heeft vast-/beetgepakt/vastgegrepen en/of - (tegelijkertijd) (daarbij) die [benadeelde 5] met een sleutel(bos), althans met (een) scherp(e) en/of puntig(e) voorwerp(en) in diens nek heeft geprikt/gestoken en/of

- ( vervolgens) (daarbij) die [benadeelde 5] (dreigend) heeft toegevoegd de woorden: "Ik heb een mes en ik wil je auto" en/of "Ik ga je steken", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - (daarbij) zijn, verdachtes, gezicht (zeer) dicht bij het gezicht/hoofd van die [benadeelde 5] heeft gebracht en/of –

is hij, verdachte, (vervolgens) in de (betreffende) (personen)auto (welke op dat moment onafgesloten en/of met (stationair) draaiende motor ter plaatse stond) gestapt en weggereden;

2. Primair

hij op of omstreeks 17 juni 2016, te Zelhem, gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, een persoon, genaamd [slachtoffer 2] , opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met een door hem, verdachte, bestuurde (personen)auto ( [merk auto 1] ) opzettelijk met (zeer) hoge snelheid en/of onder invloed van medicatie en/of alcoholhoudende drank (frontaal) op/tegen een (personen)auto ( [merk auto 2] ) - waarin (op dat moment) (onder andere) die [slachtoffer 2] gezeten was - (aan) te rijden/te botsen;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 17 juni 2016, te Zelhem, gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, [merk auto 1] ), daarmede rijdende over de weg, de Ruurloseweg (N315), komende uit de richting van Zelhem en gaande in de richting van Ruurlo, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

-onder invloed van alcohol, althans na het gebruik van een niet onaanzienlijke hoeveelheid alcohol en/of

-onder invloed van medicatie (te weten Diazepam en/of Desmethyldiazepam), althans na het gebruik van medicatie,

toen aldaar op die weg heeft gereden met een snelheid van ongeveer 150 kilometer per uur, althans met een grotere/hogere snelheid dan de aldaar voor hem, verdachte, geldende maximum snelheid van 80 kilometer per uur en/of

(met die (hoge) snelheid) een of meer (personen)auto('s) (links) heeft ingehaald en/of (daarbij/daarna) naar rechts heeft gestuurd

en/of (daarbij) (geheel of gedeeltelijk) in de berm is terechtgekomen en/of

(daarbij/daarna) naar links heeft gestuurd en/of

(daarbij) (daarna) de door hem, verdachte, bestuurde (personen)auto weer op de weg terecht is gekomen en/of (vervolgens) de macht over het stuur kwijt is geraakt, en/of

(vervolgens) geheel of gedeeltelijk is terecht gekomen op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemd weggedeelte, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte te (gaan) rijden, en/of (daarbij) niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(vervolgens) op dat weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, (frontaal) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem tegemoetkomend (toen dicht genaderd zijnde) ander motorrijtuig (personenauto, [merk auto 2] ),

waarbij/waarna dat motorrijtuig (personenauto, [merk auto 2] ) (uiteindelijk) tegen een boom tot stilstand is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 2] ) is gedood, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 eerste en/of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte, een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden en/of zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte, gevaarlijk heeft ingehaald;

3. Primair

hij op of omstreeks 17 juni 2016, te Zelhem, gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een of meer perso(o)n(en), genaamd [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , althans een of meer voor hem, verdachte, onbekende perso(o)n(en) van het leven te beroven, met dat opzet als bestuurder van een (personen)auto ( [merk auto 1] ) met (zeer) hoge snelheid en/of onder invloed van medicatie en/of alcoholhoudende drank (frontaal) op/tegen een (personen)auto ( [merk auto 2] ) - waarin (op dat moment) (onder andere) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] gezeten was/waren - is aangereden/gebotst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 17 juni 2016, te Zelhem, gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, [merk auto 1] ), daarmede rijdende over de weg, de Ruurloseweg (N315), komende uit de richting van Zelhem en gaande in de richting van Ruurlo, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

-onder invloed van alcohol, althans na het gebruik van een niet onaanzienlijke hoeveelheid alcohol en/of

-onder invloed van medicatie (te weten Diazepam en/of Desmethyldiazepam), althans na het gebruik van medicatie,

toen aldaar op die weg heeft gereden met een snelheid van ongeveer 150 kilometer per uur, althans met een grotere/hogere snelheid dan de aldaar voor hem, verdachte, geldende maximum snelheid van 80 kilometer per uur en/of

(met die (hoge) snelheid) een of meer (personen)auto('s) (links) heeft ingehaald en/of (daarbij/daarna) naar rechts heeft gestuurd

en/of (daarbij) (geheel of gedeeltelijk) in de berm is terechtgekomen en/of

(daarbij/daarna) naar links heeft gestuurd en/of

(daarbij) (daarna) de door hem, verdachte, bestuurde (personen)auto weer op de weg terecht is gekomen en/of (vervolgens) de macht over het stuur kwijt is geraakt, en/of

(vervolgens) geheel of gedeeltelijk is terecht gekomen op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemd weggedeelte, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte te (gaan) rijden, en/of (daarbij) niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(vervolgens) op dat weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, (frontaal) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem tegemoetkomend (toen dicht genaderd zijnde) ander motorrijtuig (personenauto, [merk auto 2] ),

waarbij/waarna dat motorrijtuig (personenauto, [merk auto 2] ) (uiteindelijk) tegen een boom tot stilstand is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor (een) ander(en) (genaamd [slachtoffer 3] en/of genaamd [slachtoffer 4] en/of genaamd [slachtoffer 5] ) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 eerste en/of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte, een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden en/of zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte, gevaarlijk heeft ingehaald.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05/720252-15 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle vijf (primair) tenlastegelegde feiten. Daarvoor heeft de officier van justitie verwezen naar de bewijsmiddelen in het dossier.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor vrijspraak van feit 1 gepleit en heeft daarvoor aangevoerd dat er maar één bewijsmiddel voor dit feit voorhanden is, wat te weinig is om tot een bewezenverklaring te komen. Daarbij komt dat niet vastgesteld kan worden of er sprake was van pepperspray of van een andere prikkelende stof.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging aangegeven dat verdachte het opzettelijk inrijden op de agenten heeft ontkend, maar dat wel tot een bewezenverklaring gekomen kan worden gelet op de inhoud van de ambtsedig opgemaakte processen-verbaal.

Bij feit 3 is aangevoerd dat de door aangever beschreven gedragingen hooguit een bedreiging met mishandeling kunnen opleveren. Dat is echter geen strafbaar feit. De verdediging heeft geconcludeerd tot ontslag van rechtsvervolging. Tevens is aangevoerd dat verdachte niet op de verbalisanten heeft kunnen inrijden gelet op de lantaarnpaal ter plaatse.

Verdachte heeft feit 4 bekend en de verdediging heeft ten aanzien van dit feit geen verweer gevoerd.

Ten aanzien van feit 5 heeft de verdediging aangegeven dat verdachte heeft ontkend dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Verdachte meent dat hij niet door de verbalisanten in die auto is gezien. De verdediging heeft geconcludeerd dat er wel tot een bewezenverklaring gekomen kan worden gelet op de inhoud van de ambtsedig opgemaakte processen-verbaal.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Op 25 oktober 2015 is verdachte naar de woning van zijn vader, [slachtoffer 1] (aangever), te Doetinchem gegaan in verband met een hoog opgelopen ruzie tussen hem en zijn vader. Toen verdachte daar kwam, heeft aangever het raampje in de voordeur geopend, waarop een discussie ontstond over het door aangever afgeven van spullen van verdachte aan de politie. Vervolgens pakte verdachte een donkerkleurig busje van ongeveer 10 centimeter lang uit zijn jaszak en richtte daarmee op aangever. Verdachte spoot een vloeistof in aangevers gezicht.2 Aangever voelde een prikkende pijn in zijn oog en op zijn gezicht.3

Verbalisant [benadeelde 2] heeft gerelateerd dat zij in de hal van de woning van aangever een vloeistof op de grond zag liggen. Ze bemerkte bij het betreden van de woning dat ze last kreeg van de walm die in de gang hing. Haar neus raakte geïrriteerd en begon te lopen. In haar politie opleiding en in de praktijk is ze meerdere malen aan pepperspray blootgesteld. De symptomen die ze beschreef, kwamen daarmee overeen.4

Ondanks dat de vloeistof niet is onderzocht, komt de rechtbank, gelet op de hiervoor vermelde bewijsmiddelen, in het bijzonder het ervaringsgegeven van de verbalisant [benadeelde 2] , tot het oordeel dat verdachte zijn vader heeft mishandeld door hem pepperspray in zijn gelaat te spuiten.

Ten aanzien van feit 2

Na de confrontatie met zijn vader (feit 1) is verdachte weggereden en heeft zijn vader de hulpdiensten gealarmeerd. Hierop zijn verbalisanten [benadeelde 1] en [benadeelde 2] ter plaatse gekomen. Verdachte kwam vervolgens teruggereden in zijn auto, zag dat er politieagenten bij zijn vader waren, en is hierop achteruit rijdend op het dienstvoertuig van de verbalisanten ingereden (feit 4).

Verbalisanten renden naar de auto van verdachte om hem aan te houden. [benadeelde 1] zag en hoorde dat verdachte veel gas gaf en met slippende wielen vooruit reed in hun richting. Tijdens het optrekken reed verdachte met het linker voorwiel over het trottoir. Verbalisanten stonden op ongeveer vijf meter afstand van verdachte. Ze moesten terug stappen om te voorkomen dat ze werden geraakt.5

Verbalisant [benadeelde 2] zag dat verdachte (na het inrijden op het dienstvoertuig) met slippende en piepende banden op trok en dat hij recht op de verbalisanten afstuurde. Hierbij keek verdachte de verbalisanten aan en schreeuwde hij iets. Verbalisanten moesten naar achteren stappen om henzelf in veiligheid te brengen. Als ze dat niet hadden gedaan, waren ze (mogelijk) geraakt door de auto. Gezien de snelheid van de auto hadden ze daar zeker ernstig letsel aan over kunnen houden, aldus de verbalisant.

Verbalisant [benadeelde 2] heeft aangegeven dat zij een meter achter [benadeelde 1] stond, die vlak naast een lantaarnpaal stond. 6

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen onvoldoende onweerlegbaar blijkt dat verdachte met zijn rijgedrag (voorwaardelijk) opzet had de verbalisanten te raken met de auto, laat staan dat hij het opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij de verbalisanten. Om dat opzet af te leiden uit het handelden van verdachte naar zijn uiterlijke verschijningsvorm, moet namelijk wel vast staan dat hij hen wilde raken of dat hij de kans dat dat zou gebeuren op de koop toe nam en zich dat bewust was.

De gedragingen van verdachte kunnen net zo goed passen bij het op onbesuisde wijze wegrijden van die plaats, als bij het inrijden op de verbalisanten met hiervoor bedoeld opzet. Dat betekent dat de betwisting door de verdediging van de feitelijke toedracht ook doel treft: er is een ander scenario denkbaar dan een strafbare bewezenverklaring.

Wel is de rechtbank van oordeel dat verdachte door op deze wijze weg te rijden, terwijl hij net een politievoertuig had vernield en terwijl hij de verbalisanten aankeek en hen iets toeschreeuwde, de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij de verbalisanten de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte hen zou aanrijden met mogelijk zwaar lichamelijk letsel als gevolg.

Met het zo onbesuisd oprijden van een trottoir heeft hij in elk geval bewust de kans op de koop toe genomen dat de verbalisanten zich bedreigd zouden voelen.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het primair tenlastegelegde en zal het subsidiair tenlastegelegde bewezen verklaren.

Ten aanzien van feit 3

Verdachte heeft verklaard:

Ik ben de eigenaar van een blauwe [merk auto 3] met het kenteken [kenteken] en heb daarin op 25 oktober 2015 in Doetinchem gereden.7

Op 25 oktober 2015 stond aangever [benadeelde 3] om 15.43 uur met zijn auto in de Mc drive van de Mc Donalds in Doetinchem. Zijn vriendin zat achter het stuur. Nadat ze hun bestelling hadden doorgegeven, voelden ze dat er meerdere keren van achter tegen hun auto werd gebotst. Zijn vriendin stapte uit om een foto van de situatie te maken. Aangever zei tegen de bestuurder van de auto die tegen hen aan was gereden dat er een formulier moest worden ingevuld. De man zei dat hij het formulier niet wilde invullen en vroeg of hij klappen wilde. De man reed in een blauwe [merk auto 3] met kenteken [kenteken] . Aangever en zijn vriendin hebben hun eten opgehaald, zijn naar de parkeerplaats gereden en uitgestapt. Ze zagen dat de blauwe [merk auto 3] hard in hun richting eraan kwam rijden. De man stapte uit en zei: “Moet je klappen? Ik ben niet bang, ik heb twee jaar kickboksen gedaan”. De man liep naar aangever en ging met zijn borst vooruit tegen aangever staan. Aangever hoorde de man zeggen: “zal ik je hoofd op de auto klappen?”8

Getuige [getuige 1] heeft eveneens verklaard dat drie keer door de auto achter hun tegen de auto van haar en haar vriend is gebotst. Ze is uitgestapt en heeft met haar mobiel foto’s gemaakt van de situatie en het kenteken van de veroorzaker. [getuige 1] hoorde haar vriend zeggen dat ze het op de parkeerplaats moesten regelen. Nadat ze hun eten hadden gekregen, zijn ze naar de parkeerplaats gereden en uitgestapt. Kort daarop zagen ze de bestuurder van de auto die tegen hen aan was gereden heel snel naar hen toerijden. De man stapte uit en ging voor haar vriend staan met zijn borst tegen de borst van haar vriend. Hij begon haar vriend te bedreigen. [getuige 1] hoorde dat hij heel vaak vroeg of haar vriend klappen van hem wilde hebben. Hij had op kickboksen gezeten en hij zou hem, haar vriend, wel een aantal keren met zijn kop op de auto klappen.9

Verdachte reed die dag in een blauwe [merk auto 3] met kenteken [kenteken] .10 In die auto is een kassabon gevonden van de Mc Donalds te Doetinchem waarop staat vermeld dat op 25 oktober 2015 om 15.46:30 uur eten is afgerekend.11 Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank er vanuit dat verdachte met zijn auto bij de Mc Donalds was en de hiervoor beschreven handelingen heeft verricht.

Doordat verdachte meerdere keren tegen de auto van aangever had gebotst, hard op hem af is gereden en daarna zeer dicht bij aangever de tenlastegelegde woorden heeft gesproken, kon bij aangever de redelijke vrees ontstaan dat verdachte hem zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van feit 3.

Ten aanzien van feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 85;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 96;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 maart 2017.

Ten aanzien van feit 5

Verbalisanten [naam 1] en [naam 2] zagen op 25 oktober 2015 de [merk auto 3] de Wilhelminastraat op rijden. Deze straat ligt in de wijk De Pas, hetgeen een 30 kilometer zone is. De gehele wijk bevat gelijkwaardige kruisingen waarbij rechts voorrang heeft. Verbalisanten reden enkele tientallen meters achter verdachte en zagen dat hij snelheid vermeerderde. De auto passeerde enkele zijwegen zonder vaart te verminderen. De snelheid van de auto was bij het passeren van de zijwegen veel hoger dan 30 kilometer per uur. Gezien de bochten en verkeersremmende maatregelen in de straat was het niet mogelijk de snelheid exact te meten. Op de T-kruising sloeg de auto af naar de Terborgseweg. Dit betreft een voorrangsweg waar 50 kilometer per uur mag worden gereden. De auto verhoogde de snelheid. Het was erg druk op de weg. Er waren veel voertuigen, fietsers en voetgangers op straat. Verbalisanten konden de auto moeilijk bijhouden en reden soms 70 tot 80 kilometer per uur. Ze kwamen niet dichterbij de auto. Op de T-kruising sloeg de auto rechtsaf naar de Raadhuisstraat, een straat gelegen langs het winkelgebied van het centrum van Doetinchem. De auto reed met hogere snelheid dan 50 kilometer per uur. Ook hier konden de verbalisanten de auto niet bijhouden, terwijl ze soms 70 tot 80 kilometer per uur reden. Verbalisanten vonden het niet verantwoord nog harder te rijden in verband met de verkeersveiligheid en de drukte. Op het kruispunt Raadhuisstraat met de dr. Hubernoodtstraat sloeg de auto rechts af en vervolgens sloeg hij rechtsaf De Veemarkt in de wijk De Pas in. De Veemarkt betreft een eenrichtingsweg met één rijbaan voor auto’s en fietsers. Vanaf de Dr. Hubernoodtstraat is het niet toegestaan deze straat in te rijden. De auto reed met hoge snelheid tegen het verkeer in.12

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte op diverse momenten gevaar op de genoemde wegen heeft veroorzaakt en het verkeer aldaar heeft gehinderd. Daarbij verwijst de rechtbank met name naar de inschatting van de verbalisanten, die getraind zijn in het rijden met hogere snelheden, dat het harder rijden dan met de door hen gereden snelheden gelet op het tijdstip van de dag rond 16.00 uur, gelet op het drukke verkeer, en gelet op de aard van het gebied dat juist was voorzien van verkeer remmende maatregelen onverantwoord was, terwijl verdachte met een hogere snelheid reed.

Parketnummer 05/740245-16 13

Vast staat dat verdachte op 17 juni 2016 in Doetinchem tegen diens wil, nadat hij een sleutel in diens nek had gehouden, de auto van [benadeelde 5] heeft meegenomen en daarmee heeft gereden in Zelhem. Hij had tevoren alcohol en medicijnen genomen.14

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten. Wel kan bewezen worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld en (meermalen) overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft voor vrijspraak van feit 1 gepleit en heeft daarvoor aangevoerd dat er maar één bewijsmiddel voor dit feit voorhanden is.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de verdediging aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte opzet had op het (pogen te) doden van genoemde slachtoffers, zodat hij moet worden vrijgesproken van het primair onder deze feiten tenlastegelegde.

Ten aanzien van het subsidiair onder de feiten 2 en 3 tenlastegelegde heeft de verdediging aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is om tot schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 te concluderen. Evenmin is er sprake van roekeloosheid. Ter onderbouwing van deze standpunten heeft de verdediging gesteld dat geen waarde toekomt aan de verklaringen van getuigen over de gereden snelheid van verdachte. Zij zijn immers niet deskundig in het inschatten van snelheden. Het onderzoek aan de EventDataRecorder van de [merk auto 1] is onvoldoende geweest. De verdediging stelt dat door deze omstandigheden de overtuiging van de snelheidsovertreding ontbreekt.

Voorts heeft de verdediging gesteld dat het bloedonderzoek niet conform de waarborgen van artikel 163, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is geschied, zodat de rapporten van het onderzoek aan dat bloed niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Daarnaast zijn in de verschillende onderzoeken verschillende promillages geconstateerd, waardoor het exacte promillage niet duidelijk is. Bovendien was het bloed niet meer betrouwbaar op het moment dat dit is onderzocht door het NFI.

Tot slot heeft de verdediging gesteld dat onvoldoende duidelijk is of en in welke mate het alcoholgehalte en/of de medicijnen invloed hebben gehad op en bepalend zijn geweest voor het rijgedrag van verdachte. Derhalve kan niet worden bewezen dat verdachte onder invloed van alcohol dan wel medicijnen verkeerde.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

Aangever [benadeelde 5] heeft verklaard dat hij op 17 juni 2016 met zijn [merk auto 1] naar het adres van verdachte te Doetinchem is gegaan. Aangever had verdachte al meerdere keren gesproken. Op het moment dat aangever zijn auto net had geparkeerd, werd het portier aan de bestuurderskant open gedaan door verdachte. Terwijl aangever het stuur nog vast had, pakte verdachte de linkerpols van aangever met kracht beet en pakte hem tegelijkertijd stevig in zijn nek vast. Daarbij voelde aangever dat iets scherps in zijn nek prikte. Verdachte kwam met zijn gezicht iets voor aangever in de portieropening en zei: “ik heb een mes en ik wil je auto” en “Ik ga je steken”. Nadat aangever zijn nek kon vrijmaken, zag hij dat verdachte een sleutelbos vasthield.

Toen aangever de auto verliet om 112 te bellen, zag hij dat verdachte in de auto stapte en met hoge snelheid wegreed.15

De rechtbank overweegt dat de verklaringen van aangever [benadeelde 5] gedetailleerd en consistent zijn. Daarnaast worden zijn verklaringen op de hoofdlijnen door verdachte bevestigd.

Gelet op de ondersteuning van de verklaringen van [benadeelde 5] door verdachte zelf, is de rechtbank van oordeel dat voldoende wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte het onder feit 1 van dit parketnummer ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte het primair onder deze feiten tenlastegelegde heeft begaan.

Het opzet op de dood van de (overleden en niet overleden) slachtoffers kan niet worden bewezen.

Verdachte zal van deze feiten worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde stelt de rechtbank het volgende voorop.

Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos, zeer dan wel aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van ten minste een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.

Ten betrekking tot de feitelijke gedragingen overweegt de rechtbank als volgt.

Bloedonderzoek

Bij de opname van verdachte op de spoedeisende eerste hulp is bij hem bloed afgenomen.16 De rechter-commissaris heeft bevolen dat dit bloed uitgeleverd zou worden ter inbeslagname.17 Verdachte heeft toestemming gegeven tot het vrijgeven van zijn medische gegevens, waaronder de bloeduitslagen SEH (spoedeisende hulp) en hij heeft, na een eerste weigering, alsnog toestemming gegeven tot bloedafname.18

Naar het oordeel van de rechtbank was het onderzoek aan dit bloed dan ook toelaatbaar

en is verdachte niet in zijn belangen geschaad.

Uit de rapportages van de forensisch arts dan wel uit de rapporten van het NFI, bezien in het licht van het gevoerde verweer van de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat de onderzoeken op voldoende betrouwbare wijze hebben plaatsgevonden. De rechtbank zal de resultaten van het onderzoek voor het bewijs bezigen. Daarbij komt dat de resultaten van de bloedonderzoeken door andere bewijsmiddelen worden bevestigd, zoals hierna zal worden weergegeven.

Alcohol

In het bloedplasma van verdachte is een ethanolconcentratie gemeten van 1,62 mg/ml, hetgeen omgerekend naar bloed overeenkomt met een alcoholconcentratie in bloed van 1,1 tot 1,5 mg/ml (=promille).19 Verdachte heeft verklaard dat hij in de nacht voorafgaand aan het ongeval tot vier uur ’s nachts wakker is gebleven en een halve fles whisky heeft gedronken.20 Dit kan overeenkomen met het aantreffen van alcohol in het bloed van verdachte in de ochtend daarop.

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat verdachte reed onder invloed van alcohol en dat hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Medicijnen

In het bloedplasma van verdachte zijn door het NFI de volgende (omzettingsproducten van) geneesmiddelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden aangetoond:

benzodiazepinen: diazepam, desmethyldiazepam, temazepam en oxazepam;

overige: clomipramine, N-desmethyldiazepam, aripiprazol en dehydroaripiprazal.21

Het NFI heeft gerelateerd dat: “op grond van de resultaten van het uitgevoerde toxicologisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de rijvaardigheid ten tijde van de bloedafname waarschijnlijk nadelig beïnvloed was door de volgende aangetoonde stof(fen): diazepam, desmethyldiazepam, clomipramine en mogelijk lithium.”22

Verdachte heeft verklaard dat hij in totaal 9 a 10 soorten medicijnen waaronder Anafarnil, Lithium, Diazepam en Temazepam gebruikt.23

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat verdachte reed onder invloed van medicijnen en dat hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Snelheid

De [merk auto 1] van aangever [benadeelde 5] was voorzien van een systeem dat data opslaat bij een verkeersongeval; de EDR (EventDataRecording). Deze EDR heeft data opgeslagen van het voertuig tot vijf seconden voor het (hier besproken) ongeval. Het systeem heeft geregistreerd dat de [merk auto 1] vijf seconden voor het ongeval met een snelheid reed van 147 km/u, waarbij het gaspedaal 100% ingedrukt was. Deze snelheid liep op tot 152 km/u op 3,5 seconden voor het ongeval.24

De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan deze data. De opmerkingen van deskundige [naam deskundige] , waarnaar de verdediging verwijst, zien op de geregistreerde snelheden bij of na de botsing. Er zijn geen aandachtspunten genoemd die zien op de snelheid direct voorafgaand aan het ongeval, zodat geen reden is de genoemde snelheid van 152 km/u niet over te nemen. Daarbij komt dat getuigen hebben aangegeven dat de [merk auto 1] : vol gas inhaalde25, waarbij het leek alsof getuige stil stond terwijl deze 80 km/u reed26, en met een bloedgang aan kwam rijden27.

Overig rijgedrag

Verdachte reed in voornoemde auto van aangever [benadeelde 5] (feit 1) op de Ruurloseweg (N315), waar een maximumsnelheid geldt van 80 km/u, vanuit de richting van Zelhem in de richting van Ruurlo.28

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat de [merk auto 1] aldaar slingerend op de weg reed en getuige snel naderde. Na een rotonde haalde de [merk auto 1] getuige en een voorligger vol gas in. De [merk auto 1] bleef links rijden met hoge snelheid. Toen er tegenliggers kwamen, ging de [merk auto 1] naar rechts, waarbij de [merk auto 1] in de berm terecht kwam. Vervolgens kwam de [merk auto 1] uit de berm en reed, net na de laatste auto, naar links over de N315 en kwam in aanrijding met een tegenligger.29

Getuige [getuige 3] heeft deze verklaringen bevestigd. Zij heeft verklaard dat ze op de Ruurloseweg reed en na een rotonde, terwijl zij 80 km/u reed, ingehaald werd door een grote witte auto. Deze kwam zo snel voorbij dat het leek of getuige stil stond. Na de inhaalmanoeuvre ging de auto naar de eigen weghelft, maar kwam met de wielen in de berm. Hierna stuurde hij de weg weer op, waarbij de achterkant van de auto leek te slingeren en op de andere weghelft terecht kwam waar hij frontaal op de tegemoetkomende auto klapte.30

Verdachte is op de linker weghelft in aanrijding gekomen met een [merk auto 2] , waarin [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] zaten. Na de aanrijding is de [merk auto 3] tegen een boom tot stilstand gekomen.31

Concluderend stelt de rechtbank vast dat verdachte:

  • -

    reed met een forse snelheid, oplopend tot ongeveer 150 km/u over een provinciale weg waar 80 km/u was toegestaan;

  • -

    onder invloed was van alcohol en medicijnen,

  • -

    meerdere auto’s heeft ingehaald en weer naar rechts heeft gestuurd;

  • -

    de macht over het stuur is verloren, doordat hij in de rechterberm is terechtgekomen, vervolgens naar links heeft gestuurd en daarna op de linker weghelft is terechtgekomen;

  • -

    in aanrijding is gekomen met de [merk auto 3] van de familie [naam 3] .

Slachtoffers

Ten gevolge van het ongeval is [slachtoffer 2] ter plekke aan zijn verwondingen overleden.32 De overige inzittende zijn ( ernstig ) gewond geraakt:33

[slachtoffer 3] heeft (onder andere) opgelopen: meerdere gebroken ribben, gebroken bovenarm (doordat er een dermate ernstige beschadiging van de omliggende weefsels van de bovenarm en schouder regio is opgetreden tijdens het ongeval, werd aanvankelijk gedacht dat de arm zou moeten worden geamputeerd), gebroken nekwervel, gebroken schouderblad, botbreuken in het bekken, nier- lever- en schedelbeschadigingen.

[slachtoffer 5] heeft een trauma opgelopen, heeft last van haar rug en is snel moe. Volgens de huisarts is sprake van een zeer complexe situatie, waarbij de “rugfractuur” meer op de achtergrond is komen te staan. Tevens is melding gemaakt dat sprake was van een ribfractuur.34

[slachtoffer 4] heeft opgelopen: een snijwond in haar gezicht, een hersenschudding en oogverwondingen.

De rechtbank kwalificeert het letsel van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] als zwaar lichamelijk letsel en het letsel [slachtoffer 4] als tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden.

Daarbij geldt dat voor de rechtbank het letsel van de moeder [slachtoffer 5] als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt als gevolg van het feit dat het voor lange duur tot verhindering heeft geleid om haar normale leven te leiden. In het gunstigste geval is niet haar rug gebroken maar ging het om een ribbreuk, de complexe (deels natuurlijk door mentale problemen ingegeven) situatie maakt het letsel naar het oordeel van de rechtbank ernstig.

Zorgplicht

Gelet op het vorenstaande – in het bijzonder het aantal, de aard, de ernst en de combinatie van door verdachte gemaakte fouten - acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, waardoor een persoon is gedood, een persoon zwaar lichamelijk letsel is toegebracht en twee personen een tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden zijn toegebracht.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het navolgende hem tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

onder parketnummer 05/720252-15:

1. hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem zijn, verdachtes, vader, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] met pepperspray, althans een bijtende vloeistof in het gelaat en/of de ogen te spuiten/sproeien;

2. Subsidiair

hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem de ambtenaren van politie, Eenheid Oost-Nederland, [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend met zijn, verdachtes, personenauto, met hoge snelheid en/of met slippende wielen en/of rijdend over

het trottoir, ingereden op en/of gereden in de richting van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] ;

3. hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde 3] dreigend de woorden toegevoegd :"moet je klappen?" en/of "ik ben niet bang, ik heb twee jaar kickboksen gedaan" en/of "zal ik je hoofd op de auto klappen?", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4. hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem opzettelijk en wederrechtelijk een (politie)auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de politie, eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

5. hij op of omstreeks 25 oktober 2015 te Doetinchem als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee heeft gereden, binnen de bebouwde kom

- op de Wilhelminastraat, gelegen in de wijk “De Pas” en in een 30 kilometerzone, met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse en zonder zijn snelheid te minderen of aan te passen hij het naderen en oversteken van een of meerdere gelijkwaardige kruisingen,

- op de Terborgseweg, waar een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold en waar het op dat moment erg druk was voertuigen, fietsers en voetgangers, met een snelheid van ongeveer 70 a 80 kilometer per uur, in ieder geval met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse,

- op de Raadhuistraat, waar een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold en welke weg was gelegen langs liet centrumwinkelgebied en waar het op dat moment erg druk was, met een snelheid van ongeveer 70 a 80 kilometer per uur, in ieder geval met een (veel) te hoge snelhe- op de Veemarkt, een eenrichtingsweg met één rijbaan voor auto’s en fietsers, met hoge snelheid tegen het verkeer in ingereden

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die wegen werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die wegen werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

onder parketnummer 05/740245-16:

1. Primair

hij op of omstreeks 17 juni 2016, in de gemeente Doetinchem, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening een (personen)auto ( [merk auto 1] ), althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft weggenomen, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte:

- nadat voornoemde [benadeelde 5] zijn (personen)auto ( [merk auto 1] had geparkeerd

- de (bestuurders)portier van die (personen)auto heeft opengetrokken en/of

- ( vervolgens) - terwijl die [benadeelde 5] nog in die (personen)auto zat en/of zijn stuur nog vast had - met (veel) kracht die [benadeelde 5] bij/om diens (linker)pols heeft vast-/beetgepakt/vastgegrepen en/of - (vervolgens) (daarbij) met (veel) kracht die [benadeelde 5] in/bij diens nek heeft vast-/beetgepakt/vastgegrepen en/of

- ( tegelijkertijd) (daarbij) die [benadeelde 5] met een sleutel(bos), althans met (een) scherp(e) en/of puntig(e) voorwerp(en) in diens nek heeft geprikt/gestoken en/of

- ( vervolgens) (daarbij) die [benadeelde 5] (dreigend) heeft toegevoegd de woorden: "Ik heb een mes en ik wil je auto" en/of "Ik ga je steken", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- ( daarbij) zijn, verdachtes, gezicht (zeer) dicht bij het gezicht/hoofd van die [benadeelde 5] heeft gebracht en/of

- is hij, verdachte, (vervolgens) in de (betreffende) (personen)auto (welke op dat moment onafgesloten en/of met (stationair) draaiende motor ter plaatse stond) gestapt en weggereden;

2. Subsidiair

hij op of omstreeks 17 juni 2016, te Zelhem, gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, [merk auto 1] ), daarmede rijdende over de weg, de Ruurloseweg (N315), komende uit de richting van Zelhem en gaande in de richting van Ruurlo, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

-onder invloed van alcohol, althans na het gebruik van een niet onaanzienlijke hoeveelheid alcohol en/of

-onder invloed van medicatie (te weten Diazepam en/of Desmethyldiazepam), althans na het gebruik van medicatie,

toen aldaar op die weg heeft gereden met een snelheid van ongeveer 150 kilometer per uur, althans met een grotere/hogere snelheid dan de aldaar voor hem, verdachte, geldende maximum snelheid van 80 kilometer per uur en/of

(met die (hoge) snelheid) een of meer (personen)auto('s) (links) heeft ingehaald en/of (daarbij/daarna) naar rechts heeft gestuurd en/of

(daarbij) (geheel of gedeeltelijk) in de berm is terechtgekomen en/of

(daarbij/daarna) naar links heeft gestuurd en/of

(daarbij) (daarna) de door hem, verdachte, bestuurde (personen)auto weer op de weg terecht is gekomen en/of (vervolgens) de macht over het stuur kwijt is geraakt, en/of

(vervolgens) geheel of gedeeltelijk is terecht gekomen op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemd weggedeelte, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte te (gaan) rijden, en/of (daarbij) niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(vervolgens) op dat weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, (frontaal) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem tegemoetkomend (toen dicht genaderd zijnde) ander motorrijtuig (personenauto, [merk auto 2] ),

waarbij/waarna dat motorrijtuig (personenauto, [merk auto 2] ) (uiteindelijk) tegen een boom tot stilstand is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 2] ) is gedood, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 eerste en/of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte, een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden en/of zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte, gevaarlijk heeft ingehaald;

3. Subsidiair

hij op of omstreeks 17 juni 2016, te Zelhem, gemeente Bronckhorst, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, [merk auto 1] ), daarmede rijdende over de weg, de Ruurloseweg (N315), komende uit de richting van Zelhem en gaande in de richting van Ruurlo, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

-onder invloed van alcohol, althans na het gebruik van een niet onaanzienlijke hoeveelheid alcohol en/of

-onder invloed van medicatie (te weten Diazepam en/of Desmethyldiazepam), althans na het gebruik van medicatie,

toen aldaar op die weg heeft gereden met een snelheid van ongeveer 150 kilometer per uur, althans met een grotere/hogere snelheid dan de aldaar voor hem, verdachte, geldende maximum snelheid van 80 kilometer per uur en/of

(met die (hoge) snelheid) een of meer (personen)auto('s) (links) heeft ingehaald en/of (daarbij/daarna) naar rechts heeft gestuurd en/of

(daarbij) (geheel of gedeeltelijk) in de berm is terechtgekomen en/of

(daarbij/daarna) naar links heeft gestuurd en/of

(daarbij) (daarna) de door hem, verdachte, bestuurde (personen)auto weer op de weg terecht is gekomen en/of (vervolgens) de macht over het stuur kwijt is geraakt, en/of

(vervolgens) geheel of gedeeltelijk is terecht gekomen op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemd weggedeelte, zonder dat er enige te rechtvaardigen aanleiding of reden was om op dat weggedeelte te (gaan) rijden, en/of (daarbij) niet, althans onvoldoende, heeft voldaan aan zijn verplichting zoveel mogelijk rechts te houden, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990, en/of

(vervolgens) op dat weggedeelte, bestemd voor het tegemoetkomend verkeer, (frontaal) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem tegemoetkomend (toen dicht genaderd zijnde) ander motorrijtuig (personenauto, [merk auto 2] ),

waarbij/waarna dat motorrijtuig (personenauto, [merk auto 2] ) (uiteindelijk) tegen een boom tot stilstand is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor (een) ander(en) zwaar lichamelijk letsel ( [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] ) en zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan ( [slachtoffer 4] ), werd toegebracht, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 eerste en/of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte, een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden en/of zulks terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte, gevaarlijk heeft ingehaald.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer: 05/720252-15:

Ten aanzien van feit 1:

Mishandeling, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 telkens:

Bedreiging met zware mishandeling

Ten aanzien van feit 4

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort beschadigen

Ten aanzien van feit 5

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

Parketnummer: 05/740245-16:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

De eendaadse samenloop van:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, en terwijl het feit mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgesteld maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden en gevaarlijk heeft ingehaald

en

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, en terwijl het feit mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgesteld maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden en gevaarlijk heeft ingehaald.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten verdachte niet kunnen worden toegerekend. Daartoe is aangevoerd dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Verdachte heeft een bipolaire stoornis type 1 en er is sprake van een uit zijn MCDD voortvloeiende gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. In de visie van de deskundigen van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) hebben de combinatie van symptomen van ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling in sterke mate doorgewerkt in de tenlastegelegde feiten.

De officier van justitie heeft erop gewezen dat het PBC wel een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens heeft vastgesteld, maar vervolgens verdachte verminderd toerekeningsvatbaar heeft geacht voor de tenlastegelegde feiten. De officier van justitie heeft dit standpunt van het PBC overgenomen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Verdachte is geobserveerd door het PBC en de onderzoekers zijn tot de conclusie gekomen dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis, te weten een bipolaire stoornis type I en een uit zijn MCDD (meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis) voortvloeiende gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.

Met betrekking tot het feitencomplex van parketnummer 05/720252-15 zien onderzoekers een sterke doorwerking van verdachtes gebrekkige ontwikkeling: boosheid werd extreme woede, en betrokkene had aanzienlijke tijd nodig om ‘uit te razen’. Een doorwerking van zijn bipolaire stoornis in deze ten laste gelegde feiten konden onderzoekers niet onderbouwen. De onderzoekers concluderen tot een verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid.

Met betrekking tot het feitencomplex van parketnummer 05/740245-16 hebben de onderzoekers overwogen dat in de dagen voorafgaand aan 17 juni 2016 een geleidelijke ontregeling van verdachtes psychisch evenwicht voortvloeiend uit de bipolaire stoornis in combinatie met zijn gebrekkige ontwikkeling heeft plaatsgevonden: hij ontwikkelde in toenemende mate pathologische (waanachtige) gedachten en vertoonde onrustig, geïrriteerd en vermoedelijk maniform ontregeld gedrag. Ook lijkt hij die dagen aanzienlijke hoeveelheden alcohol te hebben gebruikt. In de visie van onderzoekers hebben de gecombineerde symptomen van zijn ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling in sterke mate doorgewerkt in (de aanloop tot en het verloop van) deze ten laste gelegde feiten. Op grond van deze doorwerking, afgezet tegen het in de visie van onderzoeker toerekenbare gebruik van alcohol, adviseren onderzoekers verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Gelet op het (gedegen en onderscheidende naar stoornis en handelen van verdachte) advies van het PBC ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de feiten hem niet zouden kunnen worden toegerekend. De rechtbank zal het advies van het PBC overnemen en verdachte in verminderde mate toerekeningsvatbaar achten.

Verdachte is strafbaar, nu geen andere omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van de periode van het voorarrest en tot de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Ten aanzien van de overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 heeft de officier van justitie een geldboete van € 150,00 geëist. Tot slot heeft de officier van justitie de ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van vijf jaren geëist.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangegeven de strafeis bizar hoog te vinden. Volgens de verdediging kan worden volstaan met het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. De rapporterende onderzoekers hebben niet tot dwangverpleging geadviseerd en zien in de terbeschikkingstelling met voorwaarden voldoende waarborgen voor een veilige behandeling van verdachte. Niemand is er bij gebaat dat verdachte eerst zes jaren in de gevangenis zit voordat hij aan zichzelf kan gaan werken, aldus de verdediging.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 3 februari 2017;

- reclasseringsrapporten van 3 november 2015, 17 november 2015, 25 maart 2016, 21 juni 2016, 4 juli 2016 en 28 februari 2017;

- een rapportage van psychiatrisch onderzoek van [naam 4] , psychiater, gedateerd 27 maart 2016, en

- een rapportage van klinische observatie door het Pieter Baan Centrum, d.d. 5 januari 2017.

De rechtbank overweegt als volgt.

Het zwaartepunt in deze zaak ligt in de afschuwelijke en zinloze dood van het jonge zoontje. [naam slachtoffer] , van de familie [naam 3] .

Hoe gruwelijk dat gezin door het handelen van verdachte is getroffen en verscheurd, blijkt uit de stilmakende verklaring van de moeder, aangevuld door de vader van [naam slachtoffer] ter terechtzitting van 15 maart 2017.

Uit die verklaring het volgende:

Moeder heeft verklaard dat zij een heerlijke vakantie gehad hadden en op de terugreis naar huis waren. Na een paar minuten kregen ze een botsing, waarbij de klap zo hard was dat ze allemaal bewusteloos raakten. Moeder kwam als eerste bij en begon te gillen en te roepen naar haar man en kinderen, maar niemand reageerde. Het dochtertje kwam toen ook bij en begon heel hard te huilen. Moeder hoorde vader kreunen van de pijn, maar kon haar zoontje niet horen. Pas later in het ziekenhuis kreeg moeder te horen dat haar zoontje ter plaatse was overleden. In tranen vertelde moeder dat ze al eerder haar oudste zoon was kwijt geraakt.

Vader is na het ongeval naar een ander ziekenhuis gebracht en kwam daar pas weer bij kennis. In dat ziekenhuis hoorde hij dat zijn zoontje was overleden. Hoewel het ongeluk een gat in zijn geheugen is, krijgt hij af en toe een flashback, waarbij hij een klap hoort. Vader heeft niet op een menselijke goede wijze afscheid kunnen nemen van zijn zoon en kon zijn vrouw en dochtertje niet steunen bij hun medisch behandelingen.

Het dochtertje kan zich het ongeluk herinneren en zegt dan “auto boem”. Ze heeft ook veel verdriet en zegt dan “ [naam slachtoffer] moet terugkomen”. Soms is ze boos en zegt ze “Die man mocht [naam slachtoffer] niet doodrijden”.

Verdachte heeft met geweld en op een beangstigende manier de auto van de heer [benadeelde 5] afgenomen, zodat deze zich in een overlevingsmodus gedwongen voelde. Dit terwijl verdachte wist dat de heer [benadeelde 5] in het kader van een pro justitia onderzoek bij hem kwam. Vervolgens heeft verdachte met de auto op een zeer onverantwoordelijke wijze gereden. Hij was onder invloed van alcohol en medicijnen, heeft zeer hard gereden tot zelfs 150 km/u waar 80 km/u is toegestaan. Door zijn rijgedrag heeft verdachte de auto niet meer onder controle kunnen houden en heeft hij een aanrijding veroorzaakt met de auto van de familie [naam 3] .

Deze familie was net op de terugreis van een fijne vakantie, toen zij met verdachte werden geconfronteerd. Door zijn handelingen is in een enorme klap het leven van een vierjarig jongetje ontnomen, zijn de overige gezinsleden (ernstig) gewond geraakt en is het gezin en hun dierbaren onvoorstelbaar veel leed toegebracht. Een strafoplegging, in welke vorm of omvang dan ook, zal hun leed niet ongedaan kunnen maken.

Daarnaast heeft verdachte zich op 25 oktober 2015 schuldig gemaakt aan vier misdrijven en aan gevaarzettend rijgedrag. Hierdoor heeft hij ook op die datum leed veroorzaakt en heeft hij bijgedragen aan grote gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij.

Het voorgaande rechtvaardigt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meerdere jaren.

De rechtbank komt tot een wat lagere gevangenisstraf dan de officier van justitie heeft geëist omdat de rechtbank iets meer rekening houdt met het feit dat de ervaring leert dat de ter beschikking stelling met dwangverpleging gemiddeld vele, vele jaren duurt en de rechtbank de verwachting heeft dat bij de ingewikkeldheid van het ziektebeeld van verdachte, die duur niet veel korter zal zijn dan dat gemiddelde.

Onverminderd het voorgaande houdt de rechtbank bij de strafoplegging ook rekening met de persoon van de verdachte. Verdachte kampt met forse psychische problemen. Deze problemen hebben voor een aanmerkelijk deel ten grondslag gelegen aan de delicten. Zoals reeds gezegd, zal de rechtbank verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen, gelet op de bij hem geconstateerde psychische problematieken.

Het PBC heeft gerapporteerd dat op grond van de gestructureerde risicotaxatie en de klinische risico-inschatting verdachte een duidelijk verhoogd herhalingsrisico heeft op agressief gedrag voorvloeiend uit zijn ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling. De kans op escalerend geweld schat het PBC enigszins verhoogd in. Een behandeling van verdachte in een forensisch kader is geïndiceerd, waarbij een hoger beveiligingsniveau dan in een FPA te doen gebruikelijk is aangewezen, zoals in een FPK. De onderzoekers vermoeden dat een klinische behandeling in een FPK de duur van één jaar zeer ruim zal overschrijden. Het PBC heeft geadviseerd verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen.

De rechtbank stelt vast dat de onder parketnummer 05/740245-16 bewezen verklaarde feiten misdrijven betreffen als bedoeld in artikel 37a, eerste lid onder 1 van het Wetboek van Strafrecht waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. De rechtbank is voorts van oordeel dat, mede gezien de ernst van de begane feiten, de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. De onder parketnummer 05/740245-16 bewezen verklaarde feiten zijn misdrijven die een gevaar opleveren voor of een krenking zijn van de lichamelijke integriteit van een of meer personen.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd en overweegt daartoe als volgt. Er is sprake van een complexe problematiek bij verdachte en er is een hoger beveiligingsniveau vereist dan in een FPA. Verdachte is zeer wisselend geweest in zijn motivatie tot behandeling, hij is zelfs uit een behandelinstelling ontsnapt. Daarbij wil hij de voorwaarden stellen voor zijn behandelkader, is hij zeer krenkbaar en vertoont zelfs in een zeer gestructureerde setting binnen het PBC ernstig ontregeld gedrag, uitmondend in meerdere agressieve handelingen. Tot slot heeft de reclassering ernstige twijfels bij de haalbaarheid van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat een terbeschikkingstelling met voorwaarden volstrekt onvoldoende waarborgen biedt om de algemene veiligheid van personen of goederen tegen het gedrag van verdachte te kunnen beschermen. Derhalve zal worden gelast dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd.

De verdachte is zo gevaarlijk dat de rechtbank ter beveiliging kiest voor de niet gemaximeerde ter beschikking stelling met dwangverpleging ter beveiliging van de samenleving. Daar moet voor de rechtbank de nadruk liggen in deze zaak en bij deze verdachte.

De rechtbank zal verdachte naast de maatregel van terbeschikkingstelling veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.

Tot slot overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte heeft op meerdere momenten laten zien dat hij zijn rijgedrag niet onder controle heeft en dat in zijn handen een auto een moordwapen kan zijn. Daarom zal de rechtbank, zoals geëist, verdachte ook veroordelen tot een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van vijf jaren. Gelet op de overige strafafdoening in deze zaak zal de rechtbank artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toepassen ter zake van de overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting mede gelet op de navolgende door de officier van justitie - onder toezegging van afzonderlijke strafvervolging ter zake te zullen afzien - ad informandum gevoegde zaken welke door verdachte zijn erkend, te weten:

  • -

    720252-15, medio 2013 t/m 12 oktober 2015, [adres 2] , Doetinchem Gem. Doetinchem, Voorhanden hebben 2 gasalarmpistolen en munitie van categorie III

  • -

    720252-15 16 september 2015, [adres 3] , Doetinchem, Gem. Doetinchem, Vernielingen van en in de woning en de tuin bij de woning van [benadeelde 4]

Ten aanzien van het beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (twee messen en één takkenzaag), zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met betrekking tot welke feit 1 (05/720252-15) is begaan

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van parketnummer 05/740245-16 feit 3 hebben [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] zich gevoegd in het strafproces ter verkrijging van schadevergoeding. Gelet op de toelichting op hun vorderingen en op de bijgevoegde nadere schadestaat, gaat de rechtbank ervan uit dat zij het volgende vorderen (als voorschot en te vermeerderen met de wettelijke rente):

  • -

    [slachtoffer 3] € 37.079,62 (05/740245-16, feit 3);

  • -

    [slachtoffer 5] € 32.477,03 (05/740245-16, feit 3);

  • -

    [slachtoffer 4] € 19.050,69 (05/740245-16, feit 3).

Voorts hebben de volgende benadeelde partijen zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding (te vermeerderen met de wettelijke rente):

  • -

    [benadeelde 5] € 20.812,19 (05/740245-16, feit 1)

  • -

    [slachtoffer 1] € 45.000,00 / € 50.000,00

  • -

    [benadeelde 2] € 400,00 (05/720252-15, feit 2)

  • -

    [benadeelde 1] € 400,00 (05/720252-15, feit 2)

  • -

    politie District Noord- en Oost-Gelderland, Achterhoek West te Doetinchem € 2.468,65 (05/720252-15, feit 4)

  • -

    [benadeelde 4] € 775,00 (05/720252-15, ad info feit 4)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen voldoende zijn onderbouwd en redelijk zijn. De vorderingen kunnen dan ook toegewezen worden, waarbij de schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd, met uitzondering van de vordering van [slachtoffer 1] , aangezien deze vordering betrekking heeft op een niet tenlastegelegd feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de vordering van de politie niet betwist.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 2] , [benadeelde 1] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] en (kortgezegd) de familie [naam 3] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat behandeling van de vorderingen een onevenredige belasting voor het strafproces opleveren en daarom dienen te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde [benadeelde 4] heeft de verdediging aangevoerd dat het informandum feit de bedreiging niet kon worden meegenomen. Het gevorderde bedrag kan hier niet los van worden gezien, zodat deze vordering afgewezen dient te worden.

Met betrekking tot de drie vorderingen van de (kortgezegd) familie [naam 3] heeft de verdediging voorts aangevoerd dat niet alle posten zijn onderbouwd. Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding is betoogd dat verdachte geen opzet heeft gehad om het nadeel toe te brengen. Derhalve is verdachte niet aansprakelijk voor die gestelde schade. Daarnaast is verwezen naar een zaak waarbij een minder hoge schadevergoeding is toegekend.

Bovendien acht de Hoge Raad een vordering uit immateriële shockschade niet van eenvoudige aard, zodat deze vorderingen zich niet lenen voor behandeling in dit strafproces en moeten worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk worden verklaard.

Tot slot is aangevoerd dat acht geslagen moet worden op de vermogens- en inkomenspositie van verdachte. Het is niet de verwachting dat verdachte op termijn inkomsten zal kunnen genereren.

Beoordeling door de rechtbank

Benadeelde [slachtoffer 1]

De vordering van deze benadeelde partij ziet niet op een aan verdachte tenlastegelegd feit. Daarom zal deze benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering worden verklaard.

Overige benadeelden

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot de door hen gevorderde bedragen (materiële en/of immateriële) schade hebben geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vorderingen zijn (in een enkel geval ten dele) voor toewijzing vatbaar. Voor zover de vorderingen ten dele worden toegewezen, zullen deze voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.

Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank met betrekking tot de vordering van de familie [naam 3] als volgt.

Artikel 106 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt:

1. Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding:

a. indien de aansprakelijke persoon het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen;

b. indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast;

De rechtbank overweegt dat weliswaar niet gebleken is dat verdachte het oogmerk had het door de benadeelden opgelopen nadeel toe te brengen, immers verdachte is van het tenlastegelegde opzetdelict vrijgesproken. Echter, alle benadeelden hebben (ernstig) lichamelijk letsel opgelopen en hebben daarnaast psychische schade ondervonden van het ongeval en van het verlies van hun zoon/broer, waarvan zij ook nog eens rechtstreeks getuige waren, waardoor zij op andere wijze in hun persoon zijn aangetast.

Daarmee is het oorzakelijk verband tussen verdachtes handelen en de geleden immateriële- en shockschade wel eenvoudig vast te stellen.

De hoogte van die schade is ternauwernood gemotiveerd betwist.

Het verweer van de verdediging wordt dan ook niet gevolgd.

Evenmin wordt de verdediging gevolgd in het betoog dat vorderingen voor schadevergoeding na shockschade reeds op voorhand niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. De Hoge Raad heeft uiteengezet dat en onder welke voorwaarden tot een dergelijke schadevergoeding kan worden gekomen (zie HR 27-09-2016, ECLI:NL:HR:2016:2201 en HR 04-10-2016, ECLI:NL:HR:2016:2241).

Uit de toelichting op de vorderingen van de familie [naam 3] blijkt dat bij ieder van hen sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Geconstateerd is (onder andere) bij [slachtoffer 3] een depressieve stoornis (bijlage 14), bij [slachtoffer 5] een posttraumatische stressstoornis en depressieve klachten (bijlage 15) en bij [slachtoffer 4] een rouwreactie en een angststoornis niet anders omschreven (brief van [naam 5] , GZ-psycholoog, d.d. 10 maart 2017).

Gelet op de impact van het toegebrachte leed, waaronder naast eigen letsel het moeten missen van een dierbare, en op de bij de verschillende familieleden geconstateerde psychische problemen is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde bedragen voor immateriële schade redelijk en billijk zijn.

Wat betreft de vordering van [benadeelde 4] overweegt de rechtbank dat, anders dan de verdediging stelt, ad informandum gevoegde feiten wel tot schadevergoeding kunnen leiden; de rechtbank verwerpt dit verweer. Voor zover de vordering van [benadeelde 4] niet wordt toegewezen wordt deze niet ontvankelijk verklaard.

De verdediging heeft gewezen op de slechte financiële positie van verdachte. Allereerst overweegt de rechtbank dat een slechte financiële positie niet aan toekenning van een schadevergoeding in de weg staat.

Voor zover de verdediging heeft betoogd dat de schadevergoedingsmaatregel niet opgelegd dient te worden, in verband met de eventuele vervangende hechtenis, overweegt de rechtbank als volgt.

Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad kan de rechter ingevolge het tweede lid van art. 36f Sr de schadevergoedingsmaatregel opleggen indien en voor zover de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. De draagkracht van de verdachte speelt bij de bepaling van de hoogte van het bedrag geen rol. In geval van oplegging van de maatregel bepaalt de rechter de vervangende hechtenis (art. 36f, zesde lid, Sr). Niettemin kan het gebrek aan draagkracht onder omstandigheden voor de rechter reden zijn ervan af te zien de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan daarvan sprake zijn.

In hetgeen door de verdediging is aangevoerd, dan wel anderszins, is de rechtbank niet gebleken van een dergelijk uitzonderlijk geval.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 9a, 10, 27, 55, 57, 62, 91, 285, 300, 304, 310, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 5, 6, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 05/720252-15 feit 2, primair, en onder 05/740245-16 de feiten 2 en 3, primair, tenlastegelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

  • -

    beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd;

  • -

    ontzegt verdachte ten aanzien van het onder 05/740245-16, feiten 2 en 3, bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 (vijf) jaren;

  • -

    verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: twee messen en één takkenzaag;

De vorderingen van de benadeelde partijen

  • -

    verklaart [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil en met de wettelijke rente vanaf genoemde data:

Benadeelde partij Bedrag wettelijke rente vanaf

  1. [slachtoffer 3] € 37.079,62 (05/740245-16, feit 3) 17 juni 2016
    zegge: zevenendertigduizend negenenzeventig euro en tweeënzestig eurocent

  2. [slachtoffer 5] € 32.477,03 (05/740245-16, feit 3) 17 juni 2016
    zegge: tweeëndertigduizend vierhonderd zevenenzeventig euro en drie eurocent

  3. [slachtoffer 4] € 19.050,69 (05/740245-16, feit 3) 17 juni 2016
    zegge: negentienduizend vijftig euro en negenenzestig eurocent

  4. [benadeelde 5] € 20.812,19 (05/740245-16, feit 1) 17 juni 2016
    zegge: twintigduizend achthonderdtwaalf euro en negentien eurocent

  5. [benadeelde 2] € 400,00 (05/720252-15, feit 2) 25 oktober 2015
    zegge: vierhonderd euro

  6. [benadeelde 1] € 400,00 (05/720252-15, feit 2) 25 oktober 2015
    zegge: vierhonderd euro

  7. Politie District Noord- en Oost-Gelderland, Achterhoek West te Doetinchem
    € 2.468,65 (05/720252-15, feit 4) 25 oktober 2015
    zegge: tweeduizend vierhonderd achtenzestig euro en vijfenzestig eurocent

  8. [benadeelde 4] € 250,00 (05/720252-15, ad info feit 4) 25 oktober 2015
    zegge: zevenhonderd vijfenzeventig euro;

 legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partij(en) te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt:

Benadeelde partij bedrag Vervangende hechtenis

  1. [slachtoffer 3] € 37.079,62 (05/740245-16, feit 3) 120

  2. [slachtoffer 5] € 32.477,03 (05/740245-16, feit 3) 105

  3. [slachtoffer 4] € 19.050,69 (05/740245-16, feit 3) 62

  4. [benadeelde 5] € 20.812,19 (05/740245-16, feit 1) 67

  5. [benadeelde 2] € 400,00 (05/720252-15, feit 2) 1

  6. [benadeelde 1] € 400,00 (05/720252-15, feit 2) 1

  7. Politie District Noord- en Oost-Gelderland, Achterhoek West te Doetinchem
    € 2.468,65 (05/720252-15, feit 4) 8

  8. [benadeelde 4] € 250,00 (05/720252-15, ad info feit 4) 1;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • -

    verklaart benadeelde [benadeelde 4] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en
mr. W.A. Holland, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 maart 2017.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, BVH reg.nummer 2015520546, gesloten op 10 december 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 76-77 en verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 15 maart 2017.

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 77.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 95.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 84-85.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 96.

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. 57.

8 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3] , p. 115-116.

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 121.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 84.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 131 en een kassabon, p. 132.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 112-113.

13 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal met nummer PL0600-2016304790, gesloten op 16 september 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

14 Verklaring verdachte ter terechtzitting op 15 maart 2017

15 Proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde 5] , p. 160 en 161.

16 Voorlopig forensische geneeskundig rapportage, p. 391.

17 Een beschikking van de rechter-commissaris, p. 409.

18 Voorlopig forensische geneeskundig rapportage, p. 389 en 390 en een toestemmingsverklaring, p. 393.

19 Een NFI-rapport, p. 413.

20 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 15 maart 2017.

21 Een NFI-rapport, p. 430.

22 Bijlage bij het aanvullende relaasproces-verbaal met proces-verbaalnummer: PL0600-2016304790B, opgesteld op ambtseed door verbalisant [verbalisant 2] op 20 december 2016, p. 15.

23 Een proces-verbaal van bevindingen, p. 435.

24 Bijlage bij het relaasproces-verbaal met proces-verbaalnummer: PL0600-2016304790A, opgesteld op ambtseed door verbalisant [verbalisant 2] op 18 oktober 2016, p. 37 en 38.

25 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 271.

26 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. 274.

27 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , p. 284.

28 Proces-verbaal van aanrijding misdrijf, p. 221.

29 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 271 en 272.

30 Proces-verbaal van [getuige 3] , p. 274.

31 Proces-verbaal van aanrijding misdrijf, p. 221 en 222.

32 Proces-verbaal van aanrijding misdrijf, p. 222.

33 Bijlage bij het aanvullende relaasproces-verbaal met proces-verbaalnummer: PL0600-2016304790B, opgesteld op ambtseed door verbalisant [verbalisant 2] op 20 december 2016, p. 32-34.

34 Proces-verbaal van aanrijding misdrijf, p. 226.