Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:1468

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-03-2017
Datum publicatie
17-03-2017
Zaaknummer
C/05/315241/ KG RK 17-139
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Het niet hebben van vertrouwen in de (alle) rechters van de rechtbank Gelderland heeft geen betrekking op het functioneren noch op enige vooringenomenheid van deze specifieke rechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Wrakingskamer

zaaknummer: C/05/315241/ KG RK 17-139

Beschikking van 16 maart 2017

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te Arnhem,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. [naam] ,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van 1 februari 2017 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;

  • -

    het schriftelijke verweer van de rechter van 7 februari 2017;

  • -

    het door verzoeker ter zitting overgelegde schriftelijk bescheid,
    gedateerd 17 februari 2017.

Verzoeker is bij aangetekende brief van 13 februari 2017 op de hoogte gesteld dat het wrakingsverzoek op 2 maart 2017 om 15.30 uur zou worden behandeld.

Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:

- verzoeker,

de rechter heeft laten weten niet te zullen verschijnen.

2 Het wrakingsverzoek

2.1

Het verzoek tot strekt tot wraking van de rechter als rechter in de zaak met parketnummer nummer 05/163893-12 betreffende de behandeling van een bezwaarschrift tot omzetting van de taakstraf.
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het dossier waarin zich onder meer bevindt het bezwaarschrift van verzoeker tegen de omzetting van de taakstraf.

2.2

Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Verzoeker heeft geen fiducie in een onpartijdige behandeling door de rechtbank, gelet op eerdere uitspraken door de plaatsvervangend president van de rechtbank. Verzoeker heeft geen vertrouwen in de rechters van de rechtbank Gelderland. Daarbij komt dat de rechter bij het begin van de behandeling aan verzoeker vroeg hoe lang hij nodig zou hebben voor het voordragen van zijn aantekeningen.

2.3

De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft verweer gevoerd. Dat verweer wordt hierna voor zover nodig besproken.

3 De beoordeling

3.1

Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (HR 24 oktober 1995 NJ 1996,484). Uit de artikelen 512 en 513 Wetboek van Strafvordering en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat de verzoeker concrete feiten en omstandigheden moet aanvoeren waaruit objectief afgeleid moet worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is of de vrees van een partij dat dat zo is objectief gerechtvaardigd is. Met inachtneming hiervan overweegt de rechtbank het volgende.

3.2

De wrakingsgrond inhoudende dat verzoeker geen vertrouwen heeft in een onpartijdige behandeling door de rechtbank en ook niet in de rechters van de rechtbank Gelderland, heeft geen betrekking op het functioneren van de rechter als zodanig, maar ziet op verzoekers onvrede met betrekking tot de rechtbank Gelderland als geheel. Nu de wrakingsprocedure daar niet voor is bedoeld en de wrakingskamer daaruit in ieder geval geen persoonlijke vooringenomenheid van de rechter jegens verzoeker kan afleiden, noch zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, wordt het wrakingsverzoek in zoverre afgewezen.
De wrakingskamer overweegt voorts dat de enkele vraag van de rechter hoeveel tijd verzoeker nodig heeft voor het voordragen van zijn aantekeningen, evenmin blijk geeft van vooringenomenheid, zodat dat eveneens geen grond is voor een wraking.

4 De beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beschikking is gegeven door de mrs. H.P.M. Kester (voorzitter), S.J. Peerdeman en G.W.B. Heijmans, rechters in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.L. Miedema en in openbaar uitgesproken op 16 maart 2017.

- de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.