Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:1419

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
16-03-2017
Zaaknummer
315687
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Stakingsrecht. Collectieve acties rechtmatig. Geen dringende noodzaak om uitoefening van het recht op collectieve actie te beperken. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-0291
AR 2017/1387

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/315687 / KG ZA 17-81

Vonnis in kort geding van 15 februari 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RECTICEL B.V.,

gevestigd te Kesteren, gemeente Neder-Betuwe,

eiseres,

advocaat mr. R. Olde te Nijmegen,

tegen

de vereniging

FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING (FNV),

statutair gevestigd te Utrecht, kantoorhoudende te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. R. van der Stege te Utrecht.

Partijen zullen hierna Recticel en FNV genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de vrijwillige verschijning van FNV

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Recticel

  • -

    de pleitnota van FNV.

1.2.

Vanwege de spoedeisendheid van de zaak is daarin op 15 februari 2017 vonnis gewezen. Hierna zullen de overwegingen van dat vonnis worden gegeven.

2 De feiten

2.1.

Recticel houdt zich bezig met de productie en de verkoop van polyurethaanschuim ten behoeve van onder andere (producenten van) matrassen, meubels en (geluids)isolatie.

2.2.

Recticel is onderdeel van een internationaal opererende groep, waarvan het hoofdkantoor in België is gevestigd. Recticel heeft in Nederland op dit moment een tweetal vestigingen/productielocaties, te weten in Kesteren en Buren.

2.3.

In de tussen Recticel en FNV gesloten ‘CAO Recticel B.V.’ is in artikel 22 het volgende bepaald:

Deze overeenkomst is van kracht voor de periode 1 april 2014 tot en met 31 december 2015. Beëindiging geschiedt van rechtswege zonder dat opzegging is vereist.

2.4.

Sinds april 2016 hebben partijen diverse malen met elkaar gesproken over een nieuwe cao. FNV heeft in dat kader een looneis van 3% op tafel gelegd. Recticel heeft een collectieve verhoging voorgesteld van 0,6%, laatstelijk op 6 september 2016.

2.5.

Bij brief van 23 september 2016 heeft mevrouw […] . [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ), bestuurder FNV Procesindustrie, het volgende bericht aan mevrouw […] [betrokkene 2] , HR Manager bij Recticel:

Deze week hebben wij het eindbod van Recticel voor een nieuwe cao 2016 voorgelegd aan onze leden. De leden hebben het eindbod afgewezen. Wij beraden ons op verdere stappen.

2.6.

FNV heeft op 24 oktober 2016 een petitie aan het hoofdkantoor van Recticel te Brussel gestuurd. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

De werknemers bij Recticel B.V. te Nederland doen een dringend beroep op u in uw functie, om ervoor te zorgen dat de directie van Recticel B.V. het eindbod intrekt en de onderhandelingen weer worden hervat om zo te komen tot een goede cao met goede loonafspraken.

2.7.

Bij brief van 14 november 2016 heeft Recticel SA / NV, het hoofdkantoor van Recticel in Brussel, onder meer het volgende aan FNV bericht:

Het namens de directie van Recticel B.V. gedane eindbod was reeds bij ons bekend en had onze steun. Wij zijn namelijk eveneens van mening dat het een fair bod betreft, welke in lijn is met de huidige situatie in Nederland en die van de site Kesteren in het bijzonder.

Wij willen hierbij mede namens de directie van Recticel B.V. aangeven dat het eindbod nog steeds staat en er immer de bereidheid is om de dialoog te hervatten.

Wij vertrouwen erop via deze weg tot overeenstemming te kunnen komen.

2.8.

Bij brief van 12 december 2016 heeft FNV onder meer het volgende aan Recticel bericht:

De leden van FNV hebben het door u verwoorde eindbod unaniem afgewezen. Daarbij werd ons duidelijk dat de actiebereidheid onder onze leden groot is. Zo willen de leden o.a. een loonsverhoging van 3%, terwijl u slechts 0,6% biedt.

Wij kunnen derhalve niet anders dan vaststellen dat, aangezien uw eindbod door onze leden is afgewezen, thans een onoverbrugbaar verschil bestaat in wederzijdse standpunten. Gezien de ontstane situatie hebben wij besloten u een ultimatum te stellen.

De eisen waarmee u alsnog akkoord dient te gaan zijn de volgende:

  • -

    Een eenjarige cao met een looptijd van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016.

  • -

    Een structurele verhoging van alle salarissen met 3% per 1 januari 2016.

  • -

    De werkgever neemt de kosten van het werknemersdeel in de WGA-premie voor zijn rekening.

(…)

Indien wij vóór woensdag 14 december 2016 9.30 uur van u geen schriftelijke reactie hebben ontvangen waaruit blijkt dat u integraal akkoord gaat met de hiervoor geformuleerde eisen, dient u rekening te houden met door ons uit te roepen en te organiseren acties waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur.

Uiteraard zullen wij rekening houden met de in acht te nemen veiligheidsmaatregelen en zijn wij te allen tijde bereid tot overleg over het waarborgen van de veiligheid van de mensen, goederen en materieel tijdens voormelde acties. Dit technisch overleg, indien door u gewenst, dient naar onze mening plaats te vinden voor de looptijd van het ultimatum is verstreken opdat nog tijdig de juiste maatregelen getroffen kunnen worden.

2.9.

Op 14 december 2016 heeft Recticel aan FNV bericht niet op de geformuleerde eisen in te gaan. Daarna, op diezelfde dag, heeft een technisch overleg plaatsgevonden tussen partijen. Tijdens dat overleg zijn de volgende afspraken gemaakt:

  • -

    De stakers zullen het parkeerterrein van Recticel niet betreden, maar enkel staken op de ‘groene strook’ tussen de weg en het parkeerterrein en op twee parkeervakken. Op deze parkeervakken wordt een tent neergezet waar de stakers zich kunnen registreren.

  • -

    De stakers, niet-stakers en Recticel zullen elkaar (blijven) respecteren.

  • -

    De heer R. [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ), HR Director van Recticel, is contactpersoon voor FNV.

  • -

    In verband met de zeer brandbare en licht ontvlambare grondstoffen waarmee polyurethaanschuim door Recticel wordt geproduceerd, dienen de stakers zich aan de geldende (wettelijke) veiligheidseisen te houden.

  • -

    De stakers mogen gebruik maken van het toilet bij de hoofdingang van Recticel.

2.10.

Op 14 december 2016 heeft vanaf 22:00 uur een 24-uursstaking plaatsgevonden bij Recticel.

2.11.

Op 6 en 13 januari 2017 heeft Recticel FNV uitgenodigd om het cao-overleg te hervatten.

2.12.

Daarop heeft FNV op 13 januari 2017 onder meer het volgende aan Recticel geantwoord:

Wij moeten constateren dat u niet tegemoet komt aan onze eisen zoals verwoord in ons ultimatum d.d.

12 december 2016 en dat uw reactie voorts onvoldoende aanknopingspunten biedt om weer met u in overleg te gaan, aangezien u op geen enkele manier concreet aangeeft op welke punten u bereid bent substantieel te bewegen. Ons ultimatum blijft derhalve onverkort van kracht en de acties zullen onverminderd doorgang vinden.

2.13.

Tijdens een telefonisch onderhoud tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 1] op 16 januari 2017 heeft [betrokkene 3] FNV bericht dat Recticel enige extra ruimte is gegeven en dat zij een salarisverhoging vanaf 2017 van ruim 1% en een eenmalige vergoeding aan de werknemers over 2016 van € 150,00 bruto kan aanbieden. Dit voorstel is van de hand gewezen.

2.14.

Op 19 januari 2017 heeft een tweede, tweedaagse staking plaatsgevonden.

2.15.

Op 26 januari 2017 heeft [betrokkene 3] [betrokkene 1] gebeld met het verzoek de onderhandelingen over de cao te hervatten. [betrokkene 1] heeft dit verzoek van de hand gewezen.

2.16.

Nadat [betrokkene 1] op 27 januari 2017 bij de heer B. [betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4] ), Chief Human Resources Officer van het hoofdkantoor van Recticel, navraag had gedaan of Recticel niet wilde toegeven aan het op 12 december 2016 gestelde ultimatum, en [betrokkene 4] had laten weten dat Recticel aan een dergelijke eis niet kon voldoen, is voor een derde maal gestaakt. Deze staking ving aan op 30 januari 2017, vanaf 22:00 uur, en duurde tot 5 februari 2017.

2.17.

Op 7 en 8 februari 2017 hebben partijen de mogelijkheid besproken om al dan niet met een bemiddelaar opnieuw te onderhandelen.

2.18.

Bij brief van 9 februari 2017 heeft de advocaat van Recticel FNV verzocht en voor zover nodig gesommeerd af te zien van nieuwe collectieve acties tegen Recticel.

2.19.

Op 9 februari 2017, vanaf 22:00 uur, heeft een vierde staking plaatsgevonden. Deze staking duurde tot 13 februari 2017.

2.20.

Ten tijde van de behandeling van het kort geding op 15 februari 2016 liep er een nieuwe staking.

3 Het geschil

3.1.

Recticel vordert na wijziging van eis dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair

1) FNV verbiedt om binnen een half uur na betekening van dit vonnis en gedurende een

periode van drie maanden, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te

bepalen periode, in enigerlei vorm, direct of indirect, enige vorm van collectieve actie in

verband met het thans tussen partijen bestaande cao-conflict te organiseren, daartoe op te

roepen of daaraan medewerking of steun te verlenen,

2) FNV gebiedt eventuele toekomstige collectieve acties over de cao-onderhandelingen voor

een nieuwe cao, minimaal drie dagen voorafgaand aan de staking, of op een door de

voorzieningenrechter gestelde termijn, zowel per e-mail, telefoon als per aangetekende

brief aan Recticel aan te kondigen, nadat de onder 1) genoemde periode van drie maanden

is verstreken,

subsidiair

3) FNV gebiedt eventuele toekomstige collectieve acties over de cao-onderhandelingen voor

een nieuwe cao, minimaal drie dagen voorafgaand aan de staking, of op een door de

voorzieningenrechter gestelde termijn, zowel per e-mail, telefoon als per aangetekende

brief aan Recticel aan te kondigen,

zowel primair als subsidiair

4) alle voornoemde veroordelingen versterkt met een dwangsom van € 50.000,00 per keer

dat FNV geheel of gedeeltelijk in strijd handelt met het vonnis en met een dwangsom van

€ 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat de overtreding geheel of gedeeltelijk

voortduurt,

5) Recticel verlof verleent als bedoeld in artikel 64 lid 3 Rv om dit vonnis op alle dagen en

uren aan FNV te laten betekenen,

6) FNV veroordeelt in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Recticel legt kort gezegd aan haar vordering ten grondslag dat FNV niet gerechtigd is collectieve acties tegen Recticel te voeren, primair omdat zij daarmee in strijd handelt met de Recticel-cao en de daarin neergelegde vredesplicht, subsidiair omdat de collectieve acties niet vallen onder het bereik van artikel 6 aanhef en lid 4 ESH en meer subsidiair omdat die collectieve acties in strijd zijn met artikel G ESH.

3.3.

FNV voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van Recticel en is ook niet door FNV betwist.

4.2.

In het kader van de primaire grondslag stelt Recticel het volgende. De Recticel-cao is niet door een van partijen opgezegd en op grond van artikel 19 Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst tot 1 januari 2017 en daarna op 1 januari 2017 tot 1 januari 2018 verlengd. In artikel 2 van de Recticel-cao is bepaald dat partijen zich verbinden met alle hun ten dienste staande middelen nakoming van deze overeenkomst door hun leden te zullen bevorderen, generlei actie te zullen voeren of te bevorderen, welke beoogt wijziging te brengen in deze overeenkomst op een andere wijze dan die omschreven in de artikelen 21 en 22 van deze overeenkomst en deze overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid na te komen. Ongeacht de vraag hoe deze cao-bepaling moet worden uitgelegd, heeft FNV volgens Recticel in strijd gehandeld met artikel 2 van de Recticel-cao, nu FNV geen overleg heeft gevoerd of willen voeren over een nieuwe cao. FNV heeft daarmee niet de voorgeschreven procedureregels in acht genomen ex artikel 21 van de Recticel-cao. Anderzijds geldt volgens Recticel dat enkel in geval van een wijziging van algemeen economische aard in Nederland partijen tussentijds in overleg kunnen treden over een wijziging van de cao en FNV bij een conflict hierover mag staken. Daarvan is volgens Recticel hier echter geen sprake. Een en ander leidt volgens Recticel tot de conclusie dat de stakingen onrechtmatig zijn.

4.3.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat FNV terecht erop heeft gewezen dat er sinds 1 januari 2016 geen cao meer bestaat. Artikel 19 lid 1 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst bepaalt dat wanneer een collectieve arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd is aangegaan, zij geacht wordt telkens voor gelijke tijd, doch ten hoogste voor een jaar, behoudens opzegging, te zijn verlengd, tenzij bij de overeenkomst anders is bepaald. In dit geval is in de Recticel-cao anders bepaald (zie 2.3), namelijk dat de overeenkomst van kracht is voor de periode 1 april 2014 tot en met 31 december 2015 en dat beëindiging geschiedt van rechtswege zonder dat opzegging is vereist. Na 31 december 2015 was er dus geen sprake meer van een Recticel-cao. Van handelen in strijd met die cao kan dus ook geen sprake (meer) zijn. Dit betekent dat de primaire grondslag niet kan leiden tot toewijzing van de vordering.

4.4.

Ten aanzien van de subsidiaire en meer subsidiaire grondslag stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop. Het stakingsrecht als uiteengezet in het Enerco-arrest (ECLI:NL:HR:2014:3077) en het Amsta-arrest (ECLI:NL:HR:2015:1687) kan – voor zover van belang – als volgt worden samengevat en omschreven.

Met artikel 6 aanhef en onder lid 4 ESH erkennen de lidstaten, waaronder Nederland, het recht van werknemers en werkgevers op collectief optreden in gevallen van belangengeschillen, met inbegrip van het stakingsrecht, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. Dit recht strekt tot het waarborgen van de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Een werknemersorganisatie is in beginsel vrij in de keuze van middelen om haar onderhandelingsdoel te bereiken. Of sprake is van een collectieve actie in de zin van dit artikel wordt vooral bepaald door het antwoord op de vraag of de actie redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Indien de organisatoren van een collectieve actie aannemelijk maken dat dit het geval is, valt de actie onder het bereik van artikel 6 aanhef en onder lid 4 ESH en moet deze in beginsel worden aangemerkt als een rechtmatige uitoefening van het sociale grondrecht op collectieve actie. Het ligt dan op de weg van degene die eist dat de uitoefening van het recht op collectieve acties in het concrete geval wordt beperkt of uitgesloten, om aannemelijk te maken dat deze beperking of uitsluiting gerechtvaardigd is. Dit laatste is gelet op artikel G ESH slechts het geval indien dit maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk is. Die belangen kunnen liggen op het terrein van bescherming van rechten en vrijheden van anderen, van bescherming van de openbare orde, van de nationale veiligheid, van de volksgezondheid of de goede zeden. Bij de beantwoording van de vraag of dat het geval is, dient de rechter alle feiten en omstandigheden van het voorliggende geval mee te wegen. Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en de aard van die belangen en die schade. In dit verband kan ook (onder omstandigheden zelfs beslissende) betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of de in de rechtspraak aanvaarde processuele spelregels (de vraag of de collectieve actie een uiterst redmiddel – ultimum remedium – betreft en of de collectieve actie tijdig is aangezegd) zijn nageleefd. Het belang van die spelregels is echter niet steeds hetzelfde. In het geval van bijvoorbeeld een algehele werkstaking hebben zij groot gewicht, maar dit is in mindere mate het geval wanneer sprake is van een ‘prikactie’ van beperkte duur waardoor geen grote schade wordt aangericht.

4.5.

Recticel betwist dat de onderhavige collectieve acties vallen onder het bereik van artikel 6 aanhef en onder lid 4 ESH. Volgens Recticel heeft FNV namelijk op geen enkele wijze onderbouwd dat en hoe de door haar georganiseerde werkstakingen redelijkerwijs kunnen bijdragen aan de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. De collectieve acties werken juist contra-productief, doordat zij de toch al zwakke positie van Recticel ondergraven.

4.6.

FNV stelt in dit verband dat zij een belangengeschil heeft met Recticel met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden binnen de onderneming van Recticel. Partijen hebben hierover een behoorlijk aantal keren overleg gevoerd en de standpunten zijn helder. Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen en zijn dus uitonderhandeld. Het staat FNV dan vervolgens vrij om een actiemiddel te kiezen, zo stelt FNV, dat redelijkerwijs kan bijdragen aan een doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. FNV heeft in dit verband vooralsnog gekozen voor een aantal qua omvang geringe collectieve acties en is niet overgegaan tot stakingen voor onbepaalde duur.

4.7.

Gegeven de terughoudendheid die de voorzieningenrechter in dit soort zaken moet betrachten, heeft FNV met het voorgaande voldoende aannemelijk gemaakt dat de acties redelijkerwijs kunnen bijdragen aan de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. De collectieve acties zullen Recticel kunnen prikkelen om te bewegen richting FNV. Hierbij is van belang dat het waarborgen van een doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen niet is het waarborgen van een uitkomst, maar het zekerstellen van het recht op collectief onderhandelen. In de patstelling waarvan thans sprake lijkt, mag de voorzieningenrechter zich niet begeven in de inhoud van de onderhandelingen, maar slechts in de vraag of het stadium is bereikt dat FNV langs de weg van een staking de doeltreffende uitoefening van het recht te onderhandelen mag waarborgen. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter het geval. Dit betekent dat de collectieve acties van FNV in beginsel rechtmatig zijn.

4.8.

Ten slotte stelt Recticel dat de collectieve acties van FNV onrechtmatig zijn omdat zij in strijd zijn met artikel G ESH. Met inachtneming van de omstandigheden bij Recticel dient in deze zaak het stakingsrecht te worden beperkt. Daarbij neemt Recticel de volgende aspecten in ogenschouw:

1) FNV dient de voorgenomen actie op een redelijke termijn aan Recticel aan te zeggen, zodat rekening kan worden gehouden met de belangen van de klanten van Recticel. Ook wordt zo onnodige bedrijfsschade voorkomen doordat het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten op verantwoorde wijze kan geschieden. Daarbij dient de aanzegging uitsluitsel te geven over de aard, de plaats en het tijdstip van de acties, aldus Recticel. FNV heeft echter geen enkele staking formeel aangekondigd bij Recticel, waardoor zij werd overvallen door de stakingen en niet kon anticiperen richting haar klanten.

2) FNV heeft het middel van staking te snel ingezet. Het is immers FNV geweest die recentelijk via werkgeversvereniging AWVN heeft verzocht om bemiddeling teneinde de ontstane impasse te doorbreken, terwijl Recticel daarvoor herhaaldelijk contact heeft gezocht met FNV om het overleg te hervatten, hetgeen FNV toen telkens heeft geweigerd.

3) De stakingen van de afgelopen maanden en ook de huidige staking leiden tot schade bij Recticel, haar klanten en mogelijk ook haar eigen (niet stakende) werknemers. Tijdens de stakingen ontstaan problemen in het productieproces, doordat op cruciale onderdelen in dat proces geen personeel ingezet kan worden. Hiedoor stagneert de productie dusdanig dat deze vrijwel geheel komt stil te liggen, waardoor de continuïteit van de onderneming gevaar loopt. Recticel kan de bestellingen van haar klanten niet tijdig leveren. Die klanten kunnen vervolgens afspraken met hun klanten ook niet nakomen. Recticel begroot haar schade voor de productielocatie Kesteren op € 100.000,00 per stakingsdag. De schade bestaat onder meer uit omzetverlies wegens terugval van het productievolume, verbeurde contractuele boetes, aan klanten te betalen schadevergoedingen, kosten ter compensatie van de klanten die hun bestellingen zelf komen afhalen, gestegen loonkosten vanwege het draaien van overuren en extra diensten door niet-stakende medewerkers en verminderde productiviteit door een hogere werkdruk.

4) FNV heeft zich niet gehouden aan de afspraken ten aanzien van de veiligheid en openbare orde, gemaakt in het technisch overleg. Zo hebben de stakers op 14 december 2016 zich op de parkeerplaats van Recticel begeven, terwijl de afspraak was dat zij enkel op de groene stook tussen de openbare weg en op twee aangewezen parkeerplaatsen van Recticel zouden staan. Ook hebben de stakers toen op het bedrijfsterrein van Recticel Bengaals vuurwerk afgestoken, terwijl open vuur in verband met brandgevaar ten strengste is verboden. Ten slotte werden er op 14 december 2016 vernielingen aangericht en zijn niet-stakende medwerkers beledigd en geïntimideerd.

4.9.

De voorzieningenrechter overweegt in dit verband het volgende.

aankondigen van de stakingen

4.10.

In haar brief van 12 december 2016 (zie 2.8) heeft FNV duidelijk aangegeven dat Recticel rekening dient te houden met door FNV “uit te roepen en te organiseren acties waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur”, indien FNV voor woensdag 14 december 2016 te 09:30 uur geen schriftelijke reactie heeft ontvangen waaruit blijkt dat Recticel integraal akkoord gaat met de door FNV in die brief geformuleerde eisen. De collectieve acties zijn dus wel degelijk aangekondigd door FNV. De eis van Recticel dat elke staking opnieuw formeel moet worden aangekondigd, vindt geen steun in het recht. Ditzelfde geldt voor de eis van Recticel dat de aanzegging ook uitsluitsel dient te geven over de aard, de plaats en het tijdstip van de acties.

ultimum remedium

4.11.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de vraag of een staking in een concreet geval als ultimum remedium is gehanteerd, door de rechter met terughoudendheid dient te worden beantwoord, nu het immers in beginsel aan de vakbond is om te beoordelen of partijen zijn uitonderhandeld. Dit volgt niet alleen uit het feit dat het gaat om de uitoefening van een grondrecht, maar hangt ook samen met de omstandigheid dat het antwoord op de vraag of in een conflictsituatie nog een ander middel dan een staking kan worden gebruikt, geredelijk kan afhangen van verschillen in waardering van de omstandigheden en van taxaties omtrent de met dat middel te bereiken resultaten, terwijl die situatie veelal meebrengt dat de beslissing, of het middel van staking moet worden toegepast dan wel nog andere mogelijkheden bestaan, in korte tijd moet worden genomen.

4.12.

FNV heeft ter zitting in dit verband gesteld dat partijen op meerdere momenten met elkaar hebben onderhandeld, waarvoor ruim de tijd is genomen. Zij kwamen evenwel niet tot een vergelijk, waarna is geconcludeerd dat partijen waren uitonderhandeld. Een en ander leidde uiteindelijk tot het stellen van een ultimatum. De suggestie van Recticel, dat er afspraken zijn gemaakt tussen partijen om de onderhandelingen tijdens een mediationtraject voort te zetten, is onjuist, aldus FNV. Tijdens een telefonisch contact tussen mevrouw Patijn van het bondsbestuur van FNV en de heer Van de Kraats van VNO/NCW werd gesuggereerd om een bemiddelaar in te schakelen. Er werden echter geen afspraken ter zake gemaakt. Er zouden slechts verkennende gesprekken plaatsvinden met een mogelijke bemiddelaar, de heer Kooyman. De term mediation is daarbij niet gebruikt, noch is gesuggereerd dat tijdens die besprekingen de acties zouden worden opgeschort. Recticel heeft ter zitting deze gang van zaken niet weersproken, zodat van de juistheid ervan in dit kort geding moet worden uitgegaan. De (hernieuwde) mogelijkheid tot onderhandelen is dus weliswaar genoemd, maar partijen hebben daaraan niet concreet uitvoering gegeven. De voorzieningenrechter gaat dan ook voorbij aan de stelling van Recticel dat FNV het middel van staking te snel heeft ingezet.

schade

4.13.

Het is inherent aan collectieve acties zoals de onderhavige stakingen dat deze nadelige financiële gevolgen hebben voor een onderneming en mogelijk ook haar klanten. Dit maakt immers dat de met een staking beoogde prikkel voldoende effect heeft. De grens ligt daar waar een onderneming wordt kapot gestaakt. Van zo’n situatie is naar het oordeel van de voorzieningenrechter thans nog geen sprake. De door Recticel begrote schade, voor zover die al juist is – hetgeen in dit kort geding niet met zekerheid kan worden vastgesteld – behoort tot het normale bedrijfsrisico van Recticel. Bovendien kan en mag de voorzieningenrechter niet oordelen over de in het kader van de cao-onderhandelingen gedane voorstellen van Recticel en FNV bezien in verband met de bedrijfseconomische positie van Recticel. FNV betoogt terecht dat de voorzieningenrechter daarmee zou treden in het aan FNV gegeven recht op collectief onderhandelen.

veiligheid en openbare orde

4.14.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de door Recticel gememoreerde incidenten niet toelaatbaar. FNV heeft in dit verband ook erkend dat er enkele fouten zijn gemaakt. Zij heeft beterschap beloofd, hetgeen zij tot op heden lijkt waar te hebben gemaakt, nu er na 14 december 2016 nog verschillende collectieve acties hebben plaatsgevonden waarbij zich kennelijk geen incidenten hebben voorgedaan. FNV heeft in dit verband ook gesteld dat zij geen enkel belang erbij heeft om gevaar zettende situaties te creëren.

4.15.

Alles overziend is de voorzieningenrechter van oordeel dat op dit moment, in de gegeven omstandigheden, maatschappelijk bezien geen dringende noodzaak bestaat om de uitoefening van het recht op collectieve actie door FNV te beperken. Daarmee zijn de stakingen niet onrechtmatig jegens Recticel en is er geen grond om deze te verbieden.

4.16.

Recticel zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van FNV worden begroot op:

- griffierecht € 618,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.434,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Recticel in de proceskosten, aan de zijde van FNV tot op heden begroot op € 1.434,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op

15 februari 2017 in tegenwoordigheid van de griffier, terwijl de overwegingen waarop de beslissing stoelt afzonderlijk zijn vastgelegd op 1 maart 2017.

Coll.: MvG