Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:1373

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
14-03-2017
Zaaknummer
315752
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Opheffing conservatoir beslag. Achterstallige huurpenningen. Is de huurovereenkomst op dezelfde datum geëindigd als de samenwerkingsovereenkomst? Samenhang/onlosmakelijkheid huurovereenkomst en samenwerkingsovereenkomst. Verbeurde boetes wegens schending van intellectuele eigendomsrechten (gebruik van handelsnaam en woord- en beeldmerk). Belangenafweging. Belemmering bedrijfsvoering. Vereenzelviging van partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1359
AR 2017/1290

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/315752 / KG ZA 17-86

Vonnis in kort geding van 17 februari 2017

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 1] ,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres sub 2]

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats] ,

eiseressen,

advocaat mr. H. van Beek-Killi te Arnhem,

tegen

de stichting

STICHTING SIZA,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. L. Vrakking te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] (tezamen [eiseres(sen)] ) en Siza genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 14 februari 2017 met de producties 1 t/m 9

  • -

    de brief van 15 februari 2017 van Siza met de producties 1 t/m 5

  • -

    het faxbericht van 16 februari 2017 van [eiseres(sen)] met productie 10

  • -

    het faxbericht van 16 februari 2017 van [eiseres(sen)] met de producties 11 t/m 13

  • -

    de mondelinge behandeling op 16 februari 2017

  • -

    de pleitnota van [eiseres(sen)]

  • -

    de pleitnota van Siza.

1.2.

Vanwege de spoedeisendheid van de zaak is op 17 februari 2017 vonnis gewezen. Hierna zullen de overwegingen van dat vonnis worden gegeven.

2 De feiten

2.1.

Siza exploiteert een zorginstelling die zorg verleent aan mensen met een handicap. Onderdeel van die zorginstelling is Het Dorp te Arnhem. Het Dorp is een locatie waar mensen met een ernstige lichamelijke of meervoudige handicap zo zelfstandig mogelijk wonen. In het merkenregister van het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) staat Siza sinds december 2012 ingeschreven als houder van het woordmerk “het Dorp” en sinds medio 2004 als houder van het beeldmerk:

2.2.

RTD Het Dorp B.V. is een onderneming die zich bezig houdt met de verkoop, de verhuur en de reparatie van specialistische hulpmiddelen.

2.3.

Met ingang van 1 januari 2005 huurt RTD Het Dorp B.V. van Siza een bedrijfsruimte aan de Heijenoordseweg 130 te Arnhem (gelegen op het terrein van Het Dorp). In de huurovereenkomst is onder meer bepaald:

Huurprijs, omzetbelasting, kostenvergoeding, huurprijsaanpassing, betalingsverplichting, betaalperiode

(…)

4.10

De uit hoofde van deze huurovereenkomst door huurder aan verhuurder te verrichten periodieke betalingen als weergegeven in 4.8 zijn in één bedrag bij vooruitbetaling verschuldigd in euro’s en moeten vóór of op de eerste dag van de periode waarop de betalingen betrekking hebben volledig zijn voldaan, zonder recht op aftrek of verrekening of opschorting met een vordering die Huurder op Verhuurder heeft of meent te hebben.

Op die huurovereenkomst zijn de Algemene bepalingen huurovereenkomst winkelruimte van toepassing. In die Algemene bepalingen is onder meer opgenomen:

Betalingen

(…)

26.2

Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 2% van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300,00 per maand.

2.4.

In 2008 is RTD Het Dorp B.V. failliet verklaard, waarna de vennootschap een doorstart heeft gemaakt. Tot 12 maart 2013 waren Siza, Stichting Revalidatie Medisch Centrum Groot Klimmendaal en [eiseres(sen)] Revalidatietechniek B.V. (thans genaamd [eiseres sub 1] ofwel [eiseres sub 1] ) aandeelhouders van RTD Het Dorp B.V.

2.5.

Op 12 maart 2013 heeft [eiseres(sen)] Revalidatietechniek B.V. de aandelen van Siza en Stichting Revalidatie Medisch Centrum Groot Klimmendaal in RTD Het Dorp B.V. overgenomen en de activiteiten van RTD Het Dorp B.V. voortgezet. In de overnameovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

Artikel 16 – Wijziging naam en uitingen van de Vennootschap

16.1

De intellectuele eigendomsrechten verbonden aan “Het Dorp” behoren Siza in eigendom toe. Het woord- en beeldmerk “Het Dorp” heeft zij bovendien beschermd door middel van een aantal depots bij het Benelux-Merkenbureau, ondermeer het depot met nummer 0785929. Een kopie van de registratie van dit depot is als Bijlage 4 aan de Overnameovereenkomst gehecht.

[eiseres(sen)] garandeert en staat ervoor in dat de Vennootschap per 1 april 2013 haar statutaire naam en elk van haar handelsnamen wijzigt en wel zodanig dat daarin niet meer de naam “Het Dorp”, of een deel daarvan, voorkomt.

Voorts garandeert [eiseres(sen)] en staat zij ervoor in dat de Vennootschap zich vanaf de genoemde datum op geen enkele wijze meer bedient van de naam “Het Dorp”, of een deel daarvan, of anderszins handelt in strijd met de intellectuele eigendomsrechten van Siza. De Vennootschap zal de domeinnaam “RTD Het Dorp” en de e-mailadressen met de extensie “@rtdhetdorp.nl” om niet aan Siza overdragen.

16.2

In afwijking van het in het eerste lid van dit artikel bepaalde is het de Vennootschap tot wederopzegging door Siza toegestaan om in haar externe communicatie wel gebruik te maken van de toevoeging “locatie Het Dorp”, onder haar eigen (handels)naam, woord- en/of beeldmerk, mits niet in het lettertype van het woord- en beeldmerk “Het Dorp”. Deze toestemming vervalt zodra de Vennootschap geen actieve onderneming meer drijft op de locatie “ Het Dorp” te Arnhem, en kan overigens door Siza worden ingetrokken. Siza heeft de intentie om deze toestemming niet voor ultimo 2015 in te trekken.

(…)

Artikel 19 – Boetebeding

19.1

In geval van overtreding van een in artikel 16 (Wijziging van naam en uitingen van de Vennootschap) omschreven verplichting verbeuren [eiseres(sen)] en de Vennootschap, elk hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, aan Siza een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare boete van € 250.000,00 (zegge: tweehonderdvijftig duizend euro) per overtreding, alsmede een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare boete van € 50.000,00 (zegge: vijftig duizend euro) per dag dat deze overtreding voortduurt onverminderd het recht van Siza om nakoming van de desbetreffende verplichting te vorderen en/of volledige schadevergoeding, voor zover die uitgaat boven het bedrag van de verbeurde boete(s).

2.6.

Gelijktijdig met de overnameovereenkomst heeft Siza met [eiseres(sen)] Revalidatietechniek B.V. een samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarin partijen afspraken hebben gemaakt over samenwerking op het gebied van inkoop, logistiek, beheer, onderhoud en reparatie van producten en diensten die worden gebruikt bij de verzorging, verpleging en/of behandeling van cliënten van Siza. In die samenwerkingsovereenkomst is onder meer bepaald:

Artikel 6 – Datum ingang, duur

(…)

6.2

Ieder der partijen heeft het recht de Samenwerkingsovereenkomst op te zeggen, mits de opzegging geschiedt bij deurwaardersexploit of aangetekende brief met ontvangstbevestiging, met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden en niet anders dan tegen het einde van de periode waarvoor deze overeenkomst is aangegaan of van enige verlengde periode. (reguliere opzegging).

6.3

De samenwerkingsovereenkomst kan echter met onmiddellijke ingang, zonder ingebrekestelling en zonder tussenkomst van de rechter, worden opgezegd (bijzondere opzegging) in de navolgende gevallen:

(…)

c. een Partij komt een of meerdere bepalingen van deze Samenwerkingsovereenkomst niet of niet behoorlijk na en is in gebreke om op eerste aanzegging van de meest gerede Partij binnen de in die aanzegging genoemde redelijke termijn (alsnog) de verplichtingen uit deze Samenwerkingsovereenkomst (behoorlijk) na te komen en de gevolgen van het in gebreke blijven ongedaan te maken.

2.7.

Tevens is op 12 maart 2013 door Siza en RTD Het Dorp B.V. een allonge bij de huurovereenkomst (hierna: allonge I) getekend, waarin onder meer het volgende is overeengekomen:

Aan de considerans bij de Huurovereenkomst wordt het volgende toegevoegd:

(…)

 Siza heeft met [eiseres(sen)] Revalidatietechniek als enig aandeelhouder van Huurder afspraken gemaakt over de uitbreiding en intensivering van de reeds bestaande samenwerking; hun afspraken zijn neergelegd in de samenwerkingsovereenkomst van eveneens vandaag;

 Als gevolg van de aldus per 1 januari 2013 gewijzigde zeggenschapsverhoudingen binnen Huurder

stellen partijen vast dat het optreden van [eiseres(sen)] Revalidatietechniek in de samenwerking met Siza van invloed is op de positie van Huurder als huurder van Siza. Er is sprake van vereenzelviging, waarbij (rechts)handelingen van [eiseres(sen)] Revalidatietechniek in het kader van de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst voor partijen (ook) hebben te gelden als (rechts)handelingen van haar dochteronderneming, de Huurder;

 Op grond van zowel de feitelijke als juridische verwevenheid van de samenwerkings- en de huurovereenkomst zijn partijen het er over eens dat het gebruik van het gehuurde door Huurder en de samenwerking met [eiseres(sen)] Revalidatietechniek onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Wanneer aan die samenwerking een einde komt, heeft Siza er groot belang bij dat ook het gebruik van het gehuurde door Huurder eindigt, zodat Siza het gehuurde ter beschikking kan stellen aan een andere, met Huurder vergelijkbare onderneming, waardoor de continuïteit van de dienstverlening aan de cliënten van Siza wordt gewaarborgd;

 Partijen wensen de verwevenheid tussen de samenwerkingsovereenkomst en de huurovereenkomst en tussen de daarbij betrokken partijen ook overigens in de allonge tot uitdrukking te brengen;

zijn overeengekomen als volgt:

(…)

Artikel 2 – Ontbindingsgrond

Partijen komen overeen dat ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst als gevolg van tekortschieten door een van partijen in de nakoming van haar verplichtingen uit de samenwerkingsovereenkomst, tot gevolg heeft dat tegelijkertijd sprake is van een omstandigheid die, ongeacht of sprake is van verzuim van een van partijen, ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, met dien verstande dat ontbinding van de huurovereenkomst op vordering van de Verhuurder uitsluitend kan plaatsvinden door de rechter op grond van art. 7:231 BW.

Artikel 3 – Duur, verlenging en opzegging

De artikelen 3.1 t/m 3.6. van de Huurovereenkomst komen te vervallen en worden vervangen door de onderhavige artikelen 3.1 t/m 3.8.

(…)

3.2* Na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode [1 november 2008 tot en met 31 december 2015] wordt deze overeenkomst behoudens opzegging door een van partijen voortgezet voor aansluitende huurperioden van telkens één kalenderjaar.

3.3* Beëindiging van deze overeenkomst vindt plaats door opzegging tegen het einde van een huurperiode.

3.4* Opzegging dient te geschieden bij deurwaardersexploot of per aangetekende brief met handtekening retour en met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste 6 maanden.

(…)

3.7* Als extra opzeggingsgrond geldt de omstandigheid dat de samenwerkingsovereenkomst tussen partijen door opzegging of ontbinding dan wel met wederzijds goedvinden tot een einde komt.

Omdat partijen hiermee afweken van het toepasselijke huurrechtelijke regime voor winkelruimte hebben zij op 14 maart 2013 een verzoekschrift ingediend en goedkeuring gevraagd voor enkele afwijkende bedingen. Die goedkeuring is bij beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 11 april 2013 verleend zoals verzocht.

2.8.

Na de overdracht van de aandelen is de statutaire naam van RTD Het Dorp B.V. gewijzigd in [eiseres(sen)] RTD B.V. Op 3 februari 2015 is die naam vervolgens gewijzigd in [eiseres(sen)] Hulpmiddelenspecialist Arnhem B.V. ( [eiseres sub 2] ). Als handelsnamen van [eiseres sub 2] zijn in het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel [eiseres sub 2] RTD, Revalidatietechniek Het Dorp en RTD-Arnhem opgenomen. Als internetadres is opgenomen: www.rtdhetdorp.nl en als e-mailadres info@rtdhetdorp.nl.

2.9.

Aan het gehuurde aan de Heijenoordseweg 130 te Arnhem grenst een bedrijfsruimte aan het adres Tra 10 te Arnhem. RTD Het Dorp B.V. ( [eiseres sub 2] ) en Siza hebben met een allonge (hierna: allonge II) getekend op respectievelijk 3 en 12 februari 2014 en een nadere allonge gedateerd 31 juli 2015 (hierna: allonge III) het gehuurde uitgebreid met de bedrijfsruimte aan het adres Tra 10 te Arnhem.

2.10.

Bij brief van 28 juni 2016 aan [eiseres sub 1] heeft Siza het volgende bericht:

In de afgelopen maanden hebben diverse overleggen plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van [eiseres(sen)] /RTD en Siza. Er is gesproken over nakoming van de bepalingen die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, welke is getekend op 12 maart 2013 en een doorlooptijd heeft tot en met 31 december 2016.

De in de overeenkomst opgenomen bepalingen worden door [eiseres(sen)] /RTD onvoldoende nagekomen, met als gevolg dat de huidige kwaliteit van de dienstverlening onvoldoende is. (…)

Als oorzaak heeft u onder meer aangegeven dat [eiseres(sen)] /RTD, door een ophanden zijnde reorganisatie en verouderde softwareprogrammatuur, nu en in de (nabije) toekomst, niet in staat is om de in de overeenkomst opgenomen bepalingen na te komen. Hierdoor is sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming en dat heeft ons doen besluiten de samenwerkingsovereenkomst niet te willen voortzetten en zeggen wij deze en alle daaraan ten grondslag liggende overeenkomsten per 31 december 2016 op. Wij verzoeken u de opzegging van deze overeenkomsten binnen 7 dagen aan ons schriftelijk te bevestigen.

2.11.

Bij afzonderlijke brief van 28 juni 2016 heeft Siza [eiseres sub 1] bericht:

Onlangs is ons gebleken dat [eiseres(sen)] voor haar locatie in Arnhem, nabij Het Dorp, gebruik maakt van het beeldmerk “RTD, …maakt méér mogelijk”. Dit beeldmerk is zoals u weet geregistreerd.

Siza heeft [eiseres(sen)] geen toestemming verleend om gebruik te mogen maken van genoemd beeldmerk. Dit beeldmerk is en blijft in bezit van Siza als merkhouder.

Wij verwachten dat [eiseres(sen)] met ingang van 15 juli 2016 het beeldmerk “RTD, …maakt méér mogelijk” heeft verwijderd in al haar uitingen (onder andere van haar website http://www.kerstenrtd.nl/home/).

2.12.

De advocaat van [eiseres sub 2] heeft Siza bij brief van 13 juli 2016 kort gezegd bericht dat [eiseres sub 2] het recht heeft om het beeldmerk “RTD” te blijven gebruiken.

2.13.

Bij brief van 15 juli 2016, verstuurd per e-mail, heeft Siza de advocaat van [eiseres(sen)] bericht dat Siza – ondanks de opstelling van [eiseres(sen)] – bereid is om in overleg te treden met [eiseres(sen)] .

2.14.

Bij brief van 30 november 2016 heeft [eiseres sub 2] Siza als volgt bericht:

(…) Partijen hebben afgelopen maanden meermaals gesprekken gevoerd over een mogelijke continuering van de samenwerking, daar [eiseres(sen)] RTD BV zich niet kan vinden in de door Stichting Siza aangevoerde tekortkomingen in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst. Deze gesprekken hebben echter niet geleid tot een oplossing.

Ondanks dat [eiseres(sen)] RTD BV de gestelde tekortkomingen gemotiveerd heeft betwist, is Stichting Siza niet bereid geweest om de samenwerking voort te zetten. [eiseres(sen)] RTD BV ziet in dat een geforceerde samenwerking voor beide partijen een onwenselijke situatie teweeg zal brengen. Om die reden en onder de voorwaarde van ontbinding van de bovengenoemde huurovereenkomsten, accepteert [eiseres(sen)] RTD BV de opzegging van de samenwerking door Stichting Siza.

[eiseres(sen)] RTD BV zal op 31 december 2016 de bedrijfsruimte aan de Heijenoordsewg 130 ontruimen en de sleutels aan Stichting Siza afgeven. Op 28-2-2017 zullen wij de sleutel van sporthal Tra 10 overhandigen. (…)

2.15.

De advocaat van Siza heeft [eiseres sub 2] bij brief van 16 december 2016 gesommeerd om tot en met 31 december 2017 te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst en de allonges. Bij afzonderlijke brief van 16 december 2016, verstuurd per e-mail, heeft de advocaat van Siza [eiseres sub 2] gesommeerd om elke verwijzing naar de intellectuele eigendomsrechten van Siza (waaronder het gebruik van “RTD”, “Het Dorp” en “RTD Het Dorp”) te verwijderen en verwijderd te houden en om een bedrag van € 250.000,00 aan boete te betalen.

2.16.

[eiseres sub 2] heeft op 18 januari 2017 de sleutels van de bedrijfsruimte aan de Heijenoordseweg afgegeven op het kantoor van Siza.

2.17.

De advocaat van [eiseres sub 2] heeft Siza bij brief van 20 januari 2017 bericht dat zij elke verwijzing naar “locatie Het Dorp” zal verwijderen en de website www.rtdhetdorp.nl en het e-mailadres info@rtdhetdorp.nl aan Siza zal overdragen.

2.18.

Bij brief van 1 februari 2017 heeft de advocaat van Siza [eiseres sub 2] nogmaals verzocht om haar verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst na te komen.

2.19.

Na daartoe verleend verlof door de voorzieningenrechter heeft Siza op 10 februari 2017 voor een bedrag van € 1.683.545,33 onder Coöperatieve Rabobank U.A., ABN Amro Bank N.V., Stichting Zorgkantoor Menzis, VGZ Zorgkantoor B.V., Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. en CZ Zorgkantoor B.V. en op de onroerende zaak gelegen aan de Noordhoven 4 te (6042 NW) Roermond, kadastraal bekend gemeente Roermond, sectie H, nummer 1977, ten laste van [eiseres(sen)] conservatoir beslag gelegd.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres(sen)] vordert dat de voorzieningenrechter

A. alle conservatoire beslagen die door Siza ten laste van [eiseres(sen)] zijn gelegd op grond van de beschikking van de rechtbank van 8 februari 2017 per direct opheft en bepaalt dat op grond van die beschikking geen nieuwe beslagen meer mogen worden gelegd,

B. Siza veroordeelt om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, dit vonnis te betekenen aan de derden waaronder beslag is gelegd met de mededeling dat alle gelegde beslagen als opgeheven dienen te worden beschouwd en voorts alle medewerking te verlenen die voor opheffing van de beslagen noodzakelijk is,

C. Siza veroordeelt tot betaling van een direct opeisbare dwangsom van € 25.000,00 aan [eiseres(sen)] voor elke dag of gedeelte van een dag dat zij niet voldoet aan het onder B. gevorderde,

D. Siza veroordeelt in de kosten van deze procedure.

3.2.

Siza voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang – voor zover vereist – volgt uit de aard van de zaak en is ook niet door Siza weersproken.

4.2.

[eiseres(sen)] vordert in dit kort geding opheffing van de beslagen die ten laste van haar zijn gelegd. De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert – met inachtneming van de beperkingen van de kort geding procedure – aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. De voorzieningenrechter zal evenwel hebben te beslissen aan de hand van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd. Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen.

4.3.

Siza heeft voor een bedrag van ruim € 1.680.000,00 conservatoir beslag gelegd ten laste van [eiseres(sen)] . Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

Huur en geldlening € 394.387,24

Boete inbreuk intellectuele eigendom € 1.000.000,00

30% over € 300.000,00 € 90.000,00

20% over € 700.000,00 € 140.000,00

15% over € 394.387,24 € 59.158,09

Totaal € 1.683.545,33

4.4.

De huurprijs voor de gehuurde bedrijfsruimte aan de Heijenoordseweg bedraagt per 1 januari 2016 € 12.831,46 inclusief BTW per maand en per 1 januari 2017 € 12.908,46 inclusief BTW per maand. De huurprijs voor het gehuurde aan de Tra, inclusief rente en aflossing zoals opgenomen in allonge II, bedraagt per 1 januari 2016 € 9.022,08 inclusief BTW per maand en per 1 januari 2017 € 9.142,83 inclusief BTW per maand.

Volgens Siza heeft [eiseres sub 2] de huur over de maanden januari, oktober, november en december 2016 en januari 2017 onbetaald gelaten. Daarnaast heeft [eiseres sub 2] te weinig huur betaald over de maanden juli, augustus en september 2016. In totaal bedraagt de huurachterstand € 139.283,17. Daarnaast bedraagt de huur over de maanden maart t/m december 2017 € 219.305,40. [eiseres sub 2] heeft weliswaar de huurovereenkomst opgezegd, maar voor zowel de Heijenoordseweg als de Tra de overeengekomen opzegtermijn niet in acht genomen. Volgens Siza kan opzegging op grond van de artikelen 3.2 en 3.3 van allonge I telkens plaatsvinden tegen het einde van een huurperiode en wordt de huurovereenkomst telkens voor één kalenderjaar voortgezet. Op 30 november 2016 kon [eiseres sub 2] de huurovereenkomst dan ook niet opzeggen tegen een eerdere datum dan 31 december 2017. Voorts is [eiseres sub 2] Siza – na betaling van de huur over 2017 – uit hoofde van een geldlening een bedrag van € 26.276,00 verschuldigd voor de periode 2018 tot en met 2020. Het totaal van deze bedragen is € 384.864,57. Daar dient nog bij te worden opgeteld een bedrag van in totaal € 9.522,67 aan verbeurde boeterente van 2% per maand (op grond van artikel 26.2 van de Algemene bepalingen) over de maanden oktober 2016 t/m februari 2017 wegens het niet tijdig voldoen van de huurpenningen. In totaal wordt de post huur en geldlening door Siza begroot op € 394.387,24. Ten aanzien van de huurovereenkomst heeft Siza nog opgemerkt dat [eiseres sub 1] geen partij is bij die overeenkomst, maar dat in allonge I door partijen uitdrukkelijk is verklaard dat [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] door vereenzelviging als één partij moeten worden gezien en dat de rechtshandelingen van de één ook als rechtshandelingen van de ander gelden. Om die reden heeft Siza [eiseres sub 1] ook hoofdelijk aangesproken tot nakoming van de huurovereenkomst en de allonges en is het beslag voor het bedrag dat ziet op de huur en geldlening ook ten laste van haar gelegd.

4.5.

De tweede hoofdpost van € 1.000.000,00 baseert Siza op door [eiseres(sen)] verbeurde boetes wegens inbreuk op de aan Siza toekomende intellectuele eigendomsrechten. Op grond van artikel 16 van de overnameovereenkomst heeft [eiseres sub 1] gegarandeerd dat [eiseres sub 2] de intellectuele eigendomsrechten verbonden aan “Het Dorp” alsmede andere aan Siza toekomende intellectuele eigendomsrechten zou respecteren en daarop geen inbreuk zou maken. Ook heeft [eiseres sub 1] gegarandeerd dat [eiseres sub 2] de domeinnaam “RTD Het Dorp” en de e-mailadressen met de extensie @rtdhetdorp.nl aan Siza zou overdragen. Volgens Siza is [eiseres(sen)] deze verplichtingen niet nagekomen en gebruikt [eiseres sub 2] nog steeds de handelsnamen RTD, Revalidatietechniek Het Dorp, RTD-Arnhem en Het Dorp en vermeldt zij op haar website het beeldmerk “RTD”. Nu [eiseres(sen)] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiende uit artikel 16 van de overnameovereenkomst is zij op grond van het bepaalde in artikel 19.1 van diezelfde overeenkomst een boete verschuldigd van € 250.000,00 per overtreding. Omdat [eiseres sub 2] vier overtredingen heeft begaan (te weten: 1. een inbreuk op het woordmerk “Het Dorp”, 2. een inbreuk op het woord- en beeldmerk RTD, 3. het niet overdragen van de website www.rtdhetdorp.nl, en 4. het niet overdragen van het e-mailadres info@rtdhetdorp.nl) is zij Siza een totaalbedrag van € 1.000.000,00 aan boetes verschuldigd.

4.6.

[eiseres(sen)] heeft voornoemde vorderingen gemotiveerd betwist. Haar verweer zal hierna, voor zover relevant, worden besproken.

4.7.

Ten aanzien van de huurvordering geldt het volgende. [eiseres sub 2] betwist niet dat zij nog huurpenningen is verschuldigd. Daarmee is voldoende aannemelijk geworden dat sprake is van achterstallige huur. Partijen verschillen evenwel van mening over de periode waarover en dus over de hoogte van het bedrag. Volgens Siza loopt de huurovereenkomst door tot 31 december 2017, omdat [eiseres sub 2] de overeengekomen opzegtermijn niet in acht heeft genomen en zijn nog tot 31 december 2017 huurpenningen verschuldigd. [eiseres sub 2] heeft dat weersproken en stelt zich op het standpunt dat zij slechts nog huur is verschuldigd t/m 31 december 2016 (Heijenoordseweg) en t/m 28 februari 2017 (Tra), omdat de samenwerkingsovereenkomst en de huurovereenkomst onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en omdat uit allonge I blijkt dat het de bedoeling van partijen was dat als de samenwerkingsovereenkomst zou eindigen partijen de mogelijkheid zouden moeten hebben om de huurovereenkomst tussentijds te beëindigen. [eiseres sub 2] heeft verklaard dat zij bereid is om een bankgarantie aan Siza te verstrekken voor een bedrag van

€ 100.000,00 voor de nog verschuldigde huurpenningen tot en met de door haar genoemde data.

4.8.

De vraag is nu of de huurovereenkomst met de brief van 30 november 2016 waarin [eiseres sub 2] het einde van die overeenkomst inroept wegens beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst, is geëindigd per 31 december 2016 en 28 februari 2017 dan wel per 31 december 2017 (het einde van de huurperiode). Volgens artikel 2 van allonge I kan in geval van ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst ook de huurovereenkomst worden ontbonden. Vastgesteld kan worden dat in allonge I geen aandacht is besteed aan de situatie zoals die zich thans voordoet, namelijk dat de samenwerkingsovereenkomst door Siza is opgezegd. In artikel 3.7 van allonge I is bepaald dat als extra opzeggingsgrond (voor het beëindigen van de huurovereenkomst) geldt de omstandigheid dat de samenwerkingsovereenkomst tussen partijen door opzegging of ontbinding tot een einde komt. In de artikelen 3.3 en 3.4 is bepaald dat beëindiging van de huurovereenkomst plaatsvindt door opzegging tegen het einde van een huurperiode en dat die opzegging dient te geschieden met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste zes maanden. Hetgeen in de considerans en in artikel 2 van allonge I is opgenomen, namelijk dat als aan de samenwerking een einde komt, Siza er groot belang bij heeft dat ook het gebruik van het gehuurde door huurder eindigt, dat sprake is van verwevenheid tussen de samenwerkingsovereenkomst en de huurovereenkomst en dat ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst tot gevolg heeft dat sprake is van een omstandigheid die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, strookt niet met hetgeen is bepaald in de artikelen 3.3, 3.4 en 3.7 (en met artikel 7:293 BW). De vraag is of de opzegging van de samenwerkingsovereenkomst niet ook beoordeeld zou moeten worden naar de maatstaf zoals deze is opgenomen in de considerans en artikel 2 van allonge I. In dat geval zou het resultaat zijn dat beide overeenkomsten tegelijkertijd zouden eindigen, hetgeen dichter bij het door partijen beoogde doel ligt. Uitdrukkelijk is immers in de considerans van allonge I opgenomen dat Siza belang heeft bij het eindigen van het gebruik van het gehuurde door de huurder zodat Siza het gehuurde ter beschikking kan stellen aan een andere, met huurder vergelijkbare onderneming, waardoor de continuïteit van de dienstverlening aan de cliënten van Siza wordt gewaarborgd.

4.9.

De blijkens de considerans beoogde onlosmakelijkheid van de beide overeenkomsten is in diverse bepalingen van allonge I niet op een consistente manier uitgewerkt in die zin dat ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst volgens artikel 2 wel tot buitengerechtelijke ontbinding door de huurder kan leiden, terwijl opzegging (maar ook ontbinding) van de samenwerkingsovereenkomst volgens artikel 3.7 alleen als “extra opzeggingsgrond” geldt voor de huurovereenkomst, zonder dat blijkt hoe zich dit verhoudt tot de voorafgaande regeling voor opzegging. Onweersproken is dat de opzegging van de samenwerkingsovereenkomst is gegrond op (een) tekortkoming(en) van [eiseres sub 1] . Deze tekortkoming(en) had(den) dus ook kunnen leiden tot ontbinding van de overeenkomst. Onder deze omstandigheden strookt het met de bedoeling van de partijen dat [eiseres sub 2] dan ook harerzijds zonder in achtneming van een opzegtermijn en datum waartegen opgezegd kan worden, een einde aan de huurovereenkomst kan maken, zoals zij kennelijk in de brief van 30 november 2016 bij wege van buitengerechtelijke ontbinding heeft gedaan. Dit betekent dat het er vooralsnog voor gehouden moet worden dat de opzegging van de samenwerkingsovereenkomst tegen 31 december 2016 tot beëindiging van de huurovereenkomst leidt per 31 december 2016 respectievelijk 28 februari 2017, en dat [eiseres sub 2] dus niet nog een jaar langer aan de huurovereenkomst is gebonden. Een andere opvatting zou tot het niet met de beoogde samenhang tussen de samenwerkingsovereenkomst en de huurovereenkomst te rijmen resultaat leiden dat [eiseres sub 2] de huur van een bedrijfspand moet voortzetten dat voor haar alleen nut heeft in het kader van de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst. De huurovereenkomst is immers ten behoeve van de samenwerkingsovereenkomst aangegaan. Dat [eiseres sub 2] de huurovereenkomst niet onmiddellijk buitengerechtelijk heeft ontbonden nadat Siza op 28 juni 2016 de samenwerkingsovereenkomst tegen 31 december 2016 had opgezegd, maakt het voorgaande niet anders. Onweersproken is immers dat partijen tussen 28 juni 2016 en 30 november 2016 meerdere malen hebben gesproken over een mogelijke continuering van de samenwerking, welke gesprekken uiteindelijk niet tot een oplossing hebben geleid.

4.10.

In het verzoekschrift strekkende tot goedkeuring afwijkende bedingen in huurovereenkomst betreffende bedrijfsruimte is nog opgenomen dat niet wordt gepoogd te bewerkstelligen dat het einde van de samenwerkingsovereenkomst leidt tot automatische beëindiging van de huurovereenkomst. De daarop volgende zin luidt dat de rechter ex artikel 7:295 BW bij uitsluiting bevoegd blijft om te beslissen op een vordering van de verhuurder om het tijdstip vast te stellen waarop de huurovereenkomst zal eindigen op gronden als vermeld in een opzegging. Dat ziet evenwel op de situatie dat de huurder niet instemt met de opzegging van de huurovereenkomst door Siza en dat de verhuurder, Siza, in dat geval zich alsnog tot de kantonrechter kan wenden. Daarvan is in dit geval geen sprake. Vooralsnog is dan ook onvoldoende aannemelijk geworden dat de huurovereenkomst na het eindigen van de samenwerkingsovereenkomst nog voortduurt tot het einde van 2017.

4.11.

Dit leidt voorshands tot het oordeel dat Siza een vordering heeft op [eiseres sub 2] van ten hoogste de achterstallige huurpenningen over de periode t/m 31 december 2016 ten aanzien van het gehuurde aan de Heijenoordseweg en de achterstallige huurpenningen over de periode t/m 28 februari 2017 ten aanzien van het gehuurde aan de Tra. [eiseres sub 2] heeft zich te dien aanzien nog op het standpunt gesteld dat

in het verleden meerdere malen facturen van [eiseres sub 2] aan Siza verrekend zijn met de door [eiseres sub 2] verschuldigde huurpenningen. Volgens [eiseres sub 2] is Siza sinds medio 2016 opgehouden facturen van [eiseres sub 2] te voldoen en is Siza thans een bedrag € 176.343,22 aan [eiseres sub 2] verschuldigd. [eiseres sub 2] ging er vanuit dat partijen in onderling overleg hiervoor een oplossing zouden vinden en dat wederom verrekening zou plaatsvinden. Nu Siza de verschuldigdheid van deze facturen heeft betwist en bovendien in artikel 4.10 van de huurovereenkomst verrekening (of opschorting) van de huurtermijnen expliciet is uitgesloten, treft het beroep op verrekening geen doel.

Ervan uitgaande dat de huur van de bedrijfsruimte aan de Tra over de maanden januari en februari 2017 nog niet is betaald, is het totaal openstaande bedrag aan huurpenningen

thans € 113.466,25.

4.12.

In haar verzoekschrift heeft Siza verder nog vermeld dat [eiseres sub 2] uit hoofde van een geldlening Siza een bedrag van € 26.276,00 verschuldigd is voor de periode 2018 t/m 2020. Siza heeft deze vordering op geen enkele wijze nader onderbouwd, zodat in dit kort geding niet kan worden vastgesteld dat deze geldlening ook daadwerkelijk bestaat.

4.13.

Ten aanzien van de beweerdelijk verbeurde boetes (in totaal € 1.000.000,00) vanwege inbreuk op intellectuele eigendomsrechten geldt het volgende. In artikel 16 van de overnameovereenkomst is bepaald dat de intellectuele eigendomsrechten verbonden aan “Het Dorp” Siza in eigendom toebehoren en dat Siza het woordmerk “Het Dorp” en het beeldmerk “RTD” heeft beschermd door middel van depots bij het Benelux Bureau voor de intellectuele eigendom (BBIE). Tevens is overeengekomen dat RTD Het Dorp B.V. de domeinnaam “RTD Het Dorp” en de e-mailadressen met de extensie “@rtdhetdorp.nl” aan Siza zou overdragen.

4.14.

[eiseres(sen)] heeft zich op het standpunt gesteld dat [eiseres sub 2] de rechten van RTD Het Dorp B.V. heeft overgenomen en dat [eiseres sub 2] de naam, het logo en de slogan “RTD,… maakt meer mogelijk” al meer dan 40 jaar in het handelsverkeer gebruikt. Siza is hiervan op de hoogte en zij wist dat RTD Het Dorp B.V. het merk de afgelopen drie jaar in de Benelux voor soortgelijke waren of diensten heeft gebruikt. Siza heeft het merkdepot in 2004 dan ook te kwader trouw verricht, zodat die registratie vernietigbaar is, aldus [eiseres(sen)] . Daarnaast kan de merkhouder (Siza) zich niet verzetten tegen het gebruik van een overeenstemmend teken dat beschermd is krachtens een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis (de handelsnaam van [eiseres sub 2] ), zo bepaalt artikel 2.23 lid 2 Benelux Verdrag intellectuele eigendom (BVIE). Voorts bepaalt artikel 2.26 lid 2 BVIE dat het recht op een merk vervallen wordt verklaard indien van het merk na de datum van inschrijving gedurende een ononderbroken tijdvak van vijf jaren zonder geldige reden geen normaal gebruik is gemaakt binnen het Benelux-gebied voor de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven. Dit is volgens [eiseres(sen)] het geval met het beeldmerk “RTD” en het woordmerk “Het Dorp”, zodat Siza geen beroep meer kan doen op haar merkenregistratie. Tot slot is Siza [eiseres sub 2] ook zelf, zowel vóór als na 12 maart 2013, in het handelsverkeer blijven aanduiden met “RTD”. Volgens [eiseres(sen)] maakt dit alles dat Siza onrechtmatig handelt jegens haar en dat zij misbruik maakt van haar recht.

4.15.

In de overnameovereenkomst is vastgelegd dat de intellectuele eigendomsrechten verbonden aan “Het Dorp” aan Siza toekomen. Het voert te ver de overnameovereenkomst zo te lezen dat onder de intellectuele eigendomsrechten verbonden aan “Het Dorp” ook “RTD” en/of “rtd” vallen. Dit geldt temeer nu partijen van mening verschillen over de betekenis van “RTD”. Volgens Siza is RTD een afkorting van Revalidatietechniek Het Dorp, maar [eiseres(sen)] heeft ter zitting verklaard dat RTD een afkorting is van Rolstoeltechnische dienst en dat de naam oorspronkelijk RTD – Het Dorp was. In die overnameovereenkomst wordt ook overigens niet vermeld dat Siza sinds medio 2004 het beeldmerk “rtd” in het register van het BBIE heeft laten vastleggen. Ten aanzien van dit laatste punt heeft [eiseres(sen)] aangevoerd dat deze registratie te kwader trouw is geschied. Wat hier verder ook van zij, [eiseres sub 1] heeft de naam van RTD Het Dorp B.V. op 28 augustus 2013 gewijzigd naar [eiseres(sen)] RTD B.V., waartegen Siza zich niet heeft verzet. Siza heeft [eiseres sub 2] ook veelvuldig zelf aangeduid met RTD, zo heeft Siza [eiseres sub 2] in allonge II van 12 februari 2014 aangeduid als RTD Het Dorp B.V. en in allonge III van 31 juli 2015 als [eiseres(sen)] RTD B.V., terwijl haar naam toen inmiddels was gewijzigd in [eiseres(sen)] Hulpmiddelenspecialist Arnhem B.V. Ook heeft Siza facturen, die dateren van november 2016, gericht aan RTD Arnhem.

4.16.

In dat verband is verder nog van belang dat uit de door [eiseres(sen)] overgelegde overnameovereenkomst getekend op 15 december 2004, waarbij Siza en Revalidatietechniek Het Dorp B.V. partij waren, volgt dat Siza de aan de door Revalidatietechniek Het Dorp uitgeoefende onderneming verbonden activa en passiva heeft verkocht aan Revalidatietechniek Het Dorp B.V. Onderdeel van deze verkoop betrof de handelsnamen “Revalidatietechniek Het Dorp” en “RTD” alsmede de logo’s “RTD” en “RTD maakt meer mogelijk”. Niet uitgesloten kan worden dat de intellectuele eigendomsrechten toen zijn overgedragen aan Revalidatietechniek Het Dorp B.V. De overnameovereenkomst die dateert van 2013 komt op dit punt niet overeen met de situatie zoals deze toen klaarblijkelijk was. In dit kort geding moet dus worden vastgesteld dat (enige) onzekerheid bestaat over de vraag aan wie de intellectuele eigendomsrechten betreffende “RTD” toebehoren, terwijl er anderzijds aanleiding is voor het oordeel dat Siza [eiseres(sen)] het gebruik van het woord- en beeldmerk “RTD” in het kader van de samenwerking (stilzwijgend) heeft toegestaan en [eiseres(sen)] in zoverre een licentie had voor het gebruik daarvan. Het is dus maar zeer de vraag of [eiseres(sen)] in dat opzicht in strijd met de samenwerkingsovereenkomst heeft gehandeld en op die grond een boete heeft verbeurd. In ieder geval is het naar maatstaven van redelijk en billijkheid onaanvaardbaar dat Siza thans plotseling voor het gebruik van het woord- en beeldmerk “RTD” en/of “rtd” ten tijde van de samenwerkingsovereenkomst aanspraak maakt op boetes.

4.17.

In dit kort geding kan voorts niet worden vastgesteld dat [eiseres(sen)] gebruik heeft gemaakt van “Het Dorp” als handelsnaam. Uit het overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel volgt dat [eiseres sub 2] onder meer als handelsnaam heeft vermeld: Revalidatietechniek Het Dorp. [eiseres sub 2] heeft weersproken dat zij deze naam ook daadwerkelijk voerde en verklaard dat de naam per abuis nog in het handelsregister stond vermeld. In de overnameovereenkomst van 12 maart 2013 is afgesproken dat [eiseres sub 1] garandeert en er voor in staat dat RTD Het Dorp B.V. haar statutaire naam en haar handelsnamen wijzigt en wel zodanig dat daarin niet meer de naam “Het Dorp” of een deel daarvan voorkomt. Nu onvoldoende gemotiveerd is weersproken dat [eiseres(sen)] “Het Dorp” nooit daadwerkelijk als handelsnaam heeft gebruikt, kan niet worden aangenomen dat [eiseres(sen)] enige boete heeft verbeurd voor het enkele feit dat “Het Dorp” nog als handelsnaam stond ingeschreven, terwijl Siza daartegen vóór de opzegging van de samenwerkingsovereenkomst niet heeft geageerd. Overigens is niet weersproken dat [eiseres sub 2] de verwijzing naar Het Dorp in het handelsregister per 19 januari 2017 alsnog heeft verwijderd.

4.18.

In de overnameovereenkomst zijn partijen verder overeengekomen dat RTD Het Dorp B.V. ( [eiseres sub 2] ) de domeinnaam “RTD Het Dorp” en de e-mailadressen met de extensie “@rtdhetdorp.nl” aan Siza zal overdragen. Dit is niet gebeurd, maar ten tijde van de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst heeft Siza [eiseres(sen)] nimmer verzocht om dit alsnog te doen en/of zich op het standpunt gesteld dat boetes zijn verbeurd. Om die reden kan Siza niet nu alsnog aanspraak maken op verbeurde boetes, nog daargelaten dat onweersproken is dat de domeinnaam en de e-mailadressen niet zijn en worden gebruikt door [eiseres sub 2] . Daar komt bij dat [eiseres(sen)] zich na het leggen van het beslag bereid heeft verklaard om de token van de website en de e-mailadressen aan Siza over te dragen.

De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat zij dat ook zal doen.

4.19.

Het voorgaande leidt er toe dat [eiseres(sen)] in het kader van de beperkte toetsing die nu aan de orde is voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vorderingen van Siza voor zover die het bedrag van de achterstallige huurpenningen van € 113.466,25 te boven gaan met de nodige onzekerheden zijn omgeven, hetgeen het laten voortduren van de beslaglegging voor een bedrag van € 1.683.545,33 vooralsnog niet rechtvaardigt.

4.20.

Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Het v

Voldoende aannemelijk is geworden dat het beslag [eiseres(sen)] in haar bedrijfsvoering ernstig belemmert. Dat [eiseres(sen)] onderdeel uitmaakt van een groter concern genaamd [eiseres(sen)] Groep maakt dat niet anders. [eiseres(sen)] heeft ter zitting verklaard dat haar onderneming eerder in zwaar weer verkeerde en dat zij nu weer aan het groeien is. Voor een substantieel deel van haar inkomsten is [eiseres(sen)] afhankelijk van betalingen van zorgverzekeraars waaronder thans beslag is gelegd. Het is niet onaannemelijk dat die zorgverzekeraars tezamen goed zijn voor de helft van de jaarlijkse omzet van ongeveer € 32.000.000,00. [eiseres(sen)] is thans verstoken van die inkomsten (ten bedrage van € 16.000.000,00 op jaarbasis). Het ligt voor de hand dat dit tot grote (financiële) problemen kan leiden, onder meer omdat [eiseres(sen)] daardoor geen producten meer kan inkopen ten behoeve van haar cliënten (mensen met lichamelijke beperkingen die in hun dagelijks leven afhankelijk zijn van de producten en diensten van [eiseres(sen)] ). Ook de bankrekeningen van [eiseres(sen)] zijn beslagen, hetgeen problemen oplevert bij het doen van betalingen aan personeel en crediteuren (leveranciers). Het belang van [eiseres(sen)] weegt dan ook zwaarder dan het belang van Siza heeft bij handhaving van het beslag voor vorderingen waarvan summierlijk is gebleken dat die voor het overgrote deel ondeugdelijk zijn.

4.21.

Gelet op dit alles bestaat er voldoende aanleiding om het beslag voor het overgrote deel op te heffen. Hiervoor is vastgesteld dat de huurpenningen tot en met 31 december 2016 (Heijenoordseweg) respectievelijk 28 februari 2017 (Tra) niet volledig zijn voldaan en daardoor nog een bedrag van ruim € 113.000,00 openstaat. Indien daarbij een bedrag van 15% aan rente en kosten wordt opgeteld, bedraagt het totaal van de vordering waarvoor ten laste van [eiseres sub 2] beslag kan worden gelegd de som van € 130.000,00. [eiseres sub 2] heeft zich bereid verklaard om een bankgarantie te stellen voor het bedrag aan achterstallige huur (volgens [eiseres sub 2] begroot op € 100.000,00) dat zij nog verschuldigd is aan Siza. De ten laste van [eiseres sub 2] gelegde conservatoire beslagen zullen dan ook worden opgeheven onder de opschortende voorwaarde dat [eiseres sub 2] middels een bankgarantie van een te goeder naam en faam bekend staande Nederlandse bank zekerheid stelt voor een bedrag van € 130.000,00.

4.22.

De beslagen die ten laste van [eiseres sub 1] zijn gelegd worden allemaal onvoorwaardelijk opgeheven. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat [eiseres sub 1] op grond van vereenzelviging ook hoofdelijk aansprakelijk zou zijn voor de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst en de allonges. Weliswaar is in de considerans van allonge I opgenomen dat sprake is van vereenzelviging, maar dat ziet op het verband tussen de samenwerkingsovereenkomst en de huurovereenkomst. Immers bepaald is dat de (rechts)handelingen van [eiseres sub 1] in het kader van de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst voor partijen (ook) hebben te gelden als (rechts)handelingen van haar dochteronderneming, huurder [eiseres sub 2] . Dat dat andersom ook het geval is volgt hieruit niet. De ten laste van [eiseres sub 1] gelegde beslagen worden dan ook opgeheven zonder daaraan een opschortende voorwaarde te verbinden.

4.23.

De vordering inhoudende een verbod om op grond van de beschikking nieuwe beslagen te leggen, zal worden afgewezen, nu met dat verlof niet nogmaals beslag kan worden gelegd. Gelet op het zeer ingrijpende karakter van het leggen van conservatoir beslag is voor elk beslag verlof van de voorzieningenrechter vereist. Het verleende verlof kan slechts eenmaal gelden. Weliswaar is toegestaan dat driemaal (repeterend) beslag mag worden gelegd onder Rabobank en ABN Amro Bank, maar dat ziet op het geval dat het eerdere beslag geen doel zou hebben getroffen, hetgeen niet het geval is. Evenmin bestaat er aanleiding om Siza te veroordelen om dit vonnis te betekenen aan de derden waaronder beslag is gelegd.

4.24.

Siza zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres(sen)] worden begroot op:

- dagvaarding € 80,42

- griffierecht 618,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.514,42

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

heft op de op 10 februari 2017 onder Coöperatieve Rabobank U.A., ABN Amro Bank N.V., Stichting Zorgkantoor Menzis, VGZ Zorgkantoor B.V., Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. en CZ Zorgkantoor B.V. gelegde conservatoire beslagen en het beslag op de onroerende zaak gelegen aan de Noordhoven 4 te (6042 NW) Roermond, kadastraal bekend gemeente Roermond, sectie H, nummer 1977, voor zover gelegd ten laste van [eiseres sub 1] ,

5.2.

heft op de op 10 februari 2017 ten laste van [eiseres sub 2] onder Coöperatieve Rabobank U.A., ABN Amro Bank N.V., Stichting Zorgkantoor Menzis, VGZ Zorgkantoor B.V., Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. en CZ Zorgkantoor B.V. gelegde conservatoire beslagen en het beslag op de onroerende zaak gelegen aan de Noordhoven 4 te (6042 NW) Roermond, kadastraal bekend gemeente Roermond, sectie H, nummer 1977, onder de opschortende voorwaarde dat [eiseres sub 2] middels een bankgarantie van een te goeder naam en faam bekend staande Nederlandse bank zekerheid stelt voor een bedrag van

€ 130.000,00,

5.3.

veroordeelt Siza in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres(sen)] tot op heden begroot op € 1.514,42,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 17 februari 2017. De overwegingen waarop dit vonnis stoelt zijn afzonderlijk vastgelegd op 2 maart 2017.