Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:1351

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-01-2017
Datum publicatie
21-04-2017
Zaaknummer
302114
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Grensgeschil. Overbouw? Verjaring? Bezit? Betekenis van door de rechtsvoorganger van eiseres geplaatst schapenhekje en door gedaagden geplante bomenrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: 302114 / HA ZA 16-240 / 17

Vonnis van 25 januari 2017

in de zaak van

[eiseres in conventie]

wonende te [woonplaats]

eiseres in conventie

verweerster in reconventie

advocaat: mr. R.M. Conijn te Alkmaar

tegen

1 [eisers in conventie]

beiden wonende te [woonplaats]

gedaagden in conventie

eisers in reconventie

advocaat: mr. R. Bagasrawalla te Nieuwegein

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie] en [eisers in conventie] worden genoemd.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 juli 2016

- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie van 16 november 2016

- het proces-verbaal van descente en van comparitie van partijen van 30 november 2016.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

[eiseres in conventie] is sinds 2009 eigenaar en bewoner van een perceel grond met woning, tuin en aanhorigheden, gelegen aan de [straatnaam 1] 47A te [woonplaats] , kadastraal bekend gemeente [woonplaats] , sectie L nummer 319 en groot 38 are 25 centiare. Aangrenzend ligt het perceel van [eisers in conventie] , eveneens met woning, tuin en aanhorigheden, aan de [straatnaam 2] 4 te [woonplaats] , kadastraal bekend gemeente [woonplaats] , sectie L nummer 320 en groot 22 are en 10 centiare. [eisers in conventie] bewonen hun perceel (in ieder geval) sinds 1987. Op een door [eiseres in conventie] overgelegd uittreksel uit de - noordgerichte - kadastrale kaart van 19 april 2016 zijn de beide percelen als volgt weergegeven:

2.2

[eisers in conventie] hebben in 2007 vergunning gevraagd en verkregen voor de bouw van een garage-berging. Zij hebben deze vervolgens ten noordwesten van hun woonhuis gerealiseerd.

2.3

Op 13 maart 2015 heeft [eiseres in conventie] (dan wel Van Zoelen Bouwadviesbureau in opdracht van [eiseres in conventie] ) een reconstructie van de grens tussen de percelen van partijen laten uitvoeren door Van Steenbergen & Kas te Veenendaal. Het resultaat daarvan is weergegeven op de volgende tekening. Uit deze tekening blijkt dat de garage-berging van [eisers in conventie] gedeeltelijk op het perceel van [eiseres in conventie] is gebouwd:

2.4

Partijen hebben vervolgens overleg gevoerd over het plaatsen van een hekwerk door [eiseres in conventie] op de kadastrale grens. Toen dat op niets uitliep heeft [eiseres in conventie] bij brief van 12 april 2015 [eisers in conventie] verzocht de garage-berging af te breken of te verplaatsen.

2.5

Daarop heeft een uitwisseling van standpunten plaatsgevonden door de advocaten van partijen, waarbij De Hartog c.s. zich hebben beroepen op verjaring. Bij brief van 3 september 2015 heeft de advocaat van [eiseres in conventie] aan de advocaat van [eisers in conventie] bericht dat [eiseres in conventie] het hekwerk op de kadastrale grens zal plaatsen en in rechte amotie zal vorderen van de garage-berging.

2.6

Op 26 januari 2016 heeft [eiseres in conventie] een stalen hekwerk geplaatst onmiddellijk tegen de kadastrale grens (zoals gereconstrueerd door Van Steenbergen & Kas), eindigend tegen de noordoost- en zuidwestzijde van de garage-berging. Het hekwerk is vervolgens op 13 februari 2016 door [eisers in conventie] grotendeels weer verwijderd.

3 Het geschil en de vordering in conventie en in reconventie

3.1.1

Het gaat in dit geding om een betwiste grensstrook van ongeveer 2 à 2,5 meter breed, langs ongeveer tweederde deel van de grens tussen de percelen van partijen en beginnend aan de zuidzijde daarvan. Op het noordelijk deel van de betwiste grensstrook is de garage-berging van [eisers in conventie] gelegen, die volgens [eiseres in conventie] de kadastrale grens (zoals gereconstrueerd door Van Steenbergen & Kas) met ongeveer een meter overschrijdt. Volgens [eiseres in conventie] reikt haar eigendom tot aan de kadastrale grens. Volgens [eisers in conventie] reikt hun eigendom tot de plaats waar lange tijd een door [eiseres in conventie] verwijderde oude afrastering stond. Die oude afrastering is volgens [eiseres in conventie] door een van de vorige eigenaren van haar perceel aangelegd als hekje om de schapen op het erf te houden. Deze afrastering stond volgens [eiseres in conventie] eertijds aan de rand van een sloot en volgens [eisers in conventie] , toen zij hun perceel verkregen, aan de rand van een ondiepe geul/holte. Die ondiepe geul/holte is thans ook nog aanwezig. Aan de overkant van die geul/holte stellen [eisers in conventie] in 1988 een rij bomen te hebben geplant. Achter die bomen (soms ook er tussendoor), vanuit het erf van [eiseres in conventie] gezien, loopt volgens [eiseres in conventie] de kadastrale grens.

3.1.2

[eiseres in conventie] stelt voorts dat [eisers in conventie] het stalen hekwerk onrechtmatig heeft verwijderd. Met de herplaatsing daarvan is volgens [eiseres in conventie] een bedrag van € 1.643,- (excl. btw) gemoeid.

3.2

[eiseres in conventie] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht verklaart dat [eiseres in conventie] eigenaar is van het gedeelte van perceel L 319 dat gedeeltelijk bij [eisers in conventie] in gebruik is;

2. [eisers in conventie] hoofdelijk veroordeelt, op straffe van verbeurte van een dwangsom, om binnen dertig dagen na betekening van het desbetreffende vonnis de bij hen in gebruik zijnde strook grond, gelegen op perceel L 319, te ontruimen en ontruimd te houden, waaronder begrepen is het verplaatsen van de garage-berging, opdat deze niet meer op perceel L 319 gelegen zal zijn;

3. [eisers in conventie] hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan haar van € 1.643,- wegens de schade aan het stalen hekwerk;

4. [eisers in conventie] hoofdelijk veroordeelt in de kosten van het geding, vermeerderd met

€ 131,- dan wel € 199,- (in geval van betekening) aan nakosten.

3.3

[eisers in conventie] voeren gemotiveerd verweer dat hierna nog aan de orde zal komen. Voor het geval komt vast te staan dat het (nog bestaande deel van het) stalen hekwerk zich op hun grond bevindt vorderen zij in reconventie, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad en op straffe van verbeurte van een dwangsom, de verwijdering daarvan. Zowel in conventie als in reconventie vorderen zij de veroordeling van [eiseres in conventie] in de kosten van het geding.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1

De globale ligging van de kadastrale grens tussen de percelen van partijen vloeit voort uit het hiervoor weergegeven uittreksel uit de kadastrale kaart. Daarin is geen knik te ontwaren. Tussen partijen staat voorts vast, zo hebben zij ook ter comparitie verklaard, dat er geen geschil is over de ligging van de loop van de grens vanaf een paar meter ten noordoosten van de garage-berging, alwaar het door [eiseres in conventie] geplaatste stalen hekwerk nog aanwezig is. De rechtbank verwijst hiervoor naar afbeelding 7 van het proces-verbaal van descente en van comparitie, waarop onder meer de eerste stalen paal van dat gedeelte van het hekwerk is te zien. De kadastrale grens - onmiddellijk gelegen achter die palen, vanuit het erf van [eiseres in conventie] gezien - loopt in het verlengde daarvan dus in zuidwestelijke richting. De gehele kadastrale grens is daarmee bepaalbaar. In het midden kan dan blijven of de reconstructie door Van Steenbergen & Kas, waarvan [eisers in conventie] ter comparitie de juistheid bij gebrek aan wetenschap hebben betwist, exact conform die grens is uitgevoerd.

4.2

Ter plaatse van de onder 4.1 genoemde stalen paal is ook te zien dat de garage-berging over de gehele lengte ongeveer een meter over perceel L 319 is gebouwd (zie ook de foto’s op blz. 14 en 15 van productie 18 van [eiseres in conventie] ). [eisers in conventie] beroepen zich er echter op dat zij en hun rechtsvoorgangers de betwiste grensstrook tenminste gedurende een periode van 45 jaar onafgebroken en te goeder trouw hebben gebruikt en dat zij daarbij de onder 3.1.1 genoemde oude afrastering als erfgrens hebben beschouwd. Dienovereenkomstig hebben zij in 1988 langs de gehele erfgrens bomen geplant op ongeveer een meter afstand daarvan, waarbij op ongeveer tweederde vanaf de zuidgrens de bomenrij een knik maakt naar het oosten om vervolgens aan te sluiten - nu, vanuit hun erf gezien - bij het gedeelte van de grens waarover tussen partijen geen geschil bestaat. Zij verwijzen daartoe naar hun productie 1.

4.3

De rechtbank gaat ervan uit dat [eisers in conventie] een beroep doen op verkrijging van de betwiste strook (of een deel ervan) door verjaring gedurende 20 (art. 3:306/314/105 BW) of 10 (art. 3:99 BW) jaar. Daartoe is bezit van strook gedurende de desbetreffende periode vereist. Over de periode vóór 1988 zijn in de stukken echter geen bezitshandelingen te ontwaren met betrekking tot de betwiste grensstrook. [eisers in conventie] doen er, onder overlegging van enkele schriftelijke verklaringen, alleen een beroep op dat de oude afrastering in ieder geval sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw heeft gestaan op de plaats waar deze door [eiseres in conventie] is weggehaald. [eiseres in conventie] heeft echter onbetwist gesteld dat een van haar rechtsvoorgangers die afrastering alleen zo heeft geplaatst om te voorkomen dat diens schapen in de toenmalige sloot - waar nu de geul/holte zich bevindt - zouden vallen. Alleen daaruit valt al te concluderen dat die afrastering op zichzelf niet bezitsscheidend is geweest. [eisers in conventie] hebben verder niets gesteld ter adstructie van het gestelde bezit met betrekking tot de voormalige sloot c.q. de huidige geul/holte, ook niet over de periode na 1988. Het enkel af en toe schoon houden van die ruimte is daartoe in ieder geval onvoldoende.

4.4

Wat mogelijk wel van belang kan zijn voor de vraag of [eisers in conventie] na hun verkrijging van perceel L 320 - uit het door [eiseres in conventie] overgelegde Kadastraal bericht object zou dat op 12 oktober 1989 zijn geweest, maar zijzelf noemen het jaar 1987 - het bezit van een deel van de betwiste grensstrook hebben verkregen, is het feit - [eiseres in conventie] heeft dat niet betwist - dat zij in 1988 zijn overgegaan tot het planten van een rij bomen die voor een groot deel de kadastrale grens niet volgt en zelfs met een knik ten opzichte daarvan verloopt. Uit afbeelding 4 van het proces-verbaal van descente en van comparitie volgt mogelijk dat die rij bomen zich ter hoogte van de garage-berging bevindt en bevond (door de bouw van de garage-berging heeft een aantal van die bomen moeten wijken) op of in het verlengde van de noordwestzijde van die garage-berging (zoals deze later is gebouwd).

4.5

De rechtbank wenst nader te worden geïnformeerd over de locatie van de - deels verdwenen - bomenrij in de directe omgeving van de garage-berging. [eisers in conventie] kunnen zich daarover bij akte uitlaten, bij voorkeur gedetailleerd en zo mogelijk mede aan de hand van een tekening of foto’s. Daarop kan [eiseres in conventie] dan bij akte reageren.

4.6

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

(vervolg op het volgende blad)

5 De beslissing

De rechtbank

5.1

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 22 februari 2017 voor uitlating bij akte door [eisers in conventie] over hetgeen onder 4.5 is overwogen, waarop [eiseres in conventie] vervolgens bij akte kan reageren;

5.2

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2017.