Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:1349

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-01-2017
Datum publicatie
13-03-2017
Zaaknummer
274888
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdeling tussen van opbrengsten uit een bosbouwproject tussen hoofdaannemer en onderaannemer. Bewijs van vaststellingsovereenkomst niet geleverd. Daarmee is het aan de andere partij om de door haar gestelde wilsovereenstemming te bewijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1270
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: 274888 / HA ZA 14-683 / 17

Vonnis van 11 januari 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] BOSBOUWTECHNIEK B.V.

gevestigd te Exlo, gemeente Borger-Odoorn

eiseres

advocaat: mr. A.K. Doornbosch te Assen

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VELUWE GROEN B.V.

gevestigd te Otterlo, gemeente Ede

gedaagde

advocaat: mr. C.J. van Dijk te Ede

Partijen zullen hierna [eiseres] en Veluwe Groen worden genoemd.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 september 2015 (hierna: het tussenvonnis)

- de processen-verbaal van getuigenverhoor en tegenverhoor van 10 februari 2016 en

22 juni 2016

- de conclusie na enquête met productie van Veluwe Groen van 20 juli 2016

- de antwoordconclusie na enquête van [eiseres] van 17 augustus 2016.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1

De rechtbank blijft bij hetgeen zij in het tussenvonnis heeft overwogen en beslist. In dat vonnis heeft de rechtbank Veluwe Groen opgedragen te bewijzen dat partijen op

3 november 2014 een vaststellingsovereenkomst met de door Veluwe Groen gestelde inhoud (zoals weergegeven in het als productie 4 bij dagvaarding overgelegde handgeschreven voorstel van Veluwe Groen) hebben gesloten. Veluwe Groen heeft daartoe haar bestuurder [bestuurder] (hierna: [bestuurder] ) en de door haar ingeschakelde externe projectleider [externe projectleider] (hierna: [externe projectleider] ) als getuigen doen horen. In de contra-enquête is [eiseres] (in het tussenvonnis [eiseres] genoemd), bestuurder van [eiseres] , als getuige gehoord.

2.2

Voor zoveel van belang heeft [externe projectleider] het volgende verklaard:

(..) Mij is bekend dat op 3 november 2014 een overeenkomst is gesloten tussen DLG en Veluwe Groen waarbij [eiseres] ook aanwezig was (..) Ik kan me herinneren dat voorafgaand aan dat overleg intern overleg heeft plaatsgevonden tussen dhr. [bestuurder] en [eiseres] . We zaten bij de receptie van het restaurant de Chantarel in Apeldoorn. Zij zaten naast elkaar, ik zat er 1,5 meter vanaf. Toen zijn er 2 bedragen genoemd van € 180.000 en

€ 220.000. die heb ik goed gehoord. [eiseres] heb ik horen zeggen dat als dat het verschil is zij er altijd wel uit zouden komen. Vooraf had [bestuurder] tegen mij gezegd dat hij de zaterdagavond ervoor een voorstel van [eiseres] had ontvangen via de e-mail (..) Ook van belang is dat wij donderdag voorafgaand aan het overleg overleg hebben gehad op het advocatenkantoor van mr. Van Dijk (..) Na dat gesprek op de stoep voor het advocatenkantoor heeft [bestuurder] tegen [eiseres] gezegd: onthoud even dat ik nog kosten heb gemaakt die verrekend moeten worden, van circa € 100.000 (..) [eiseres] heeft daarop geantwoord “ [bestuurder] dat weet ik, dat onthoud ik ook en ga ik ook verrekenen”. Daar zit waarschijnlijk ook het verschil in tussen de percentages die ik later van beide zijden heb vernomen. Te weten 55/45 en 50/50% (..) De honderdduizend euro waar ik het over heb gehad was al vaker ter sprake gekomen. Ik kan geen concrete momenten noemen maar ik weet wel dat het speelde. Ik weet dat ook omdat het anders wel eerder ontkracht zou zijn door [eiseres] (..)

Tijdens het overleg met DLG is de vergadering meerdere malen geschorst geweest. En in die schorsingen hebben [bestuurder] en [eiseres] ook met elkaar gesproken over de consequenties van de uitkomst van het gesprek met DLG doorgerekend in de interne verhouding. Daarover bestond helderheid en daar was men het ook over eens, zo heb ik begrepen (..)

Tijdens de besprekingen bij de receptie van de Chantarel heb ik daadwerkelijk fysiek papieren aanwezig gezien. Diezelfde papieren heb ik ook tijdens de schorsingen gezien. Na mijn mening vormden deze papieren de basis voor de bereikte overeenstemming tussen Ter Berge en [bestuurder] .

En [bestuurder] :

(..) Het gesprek op het kantoor van mr. Van Dijk ging met name over het overleg dat met DLG gevoerd zou gaan worden. Daarna zijn we naar buiten gegaan en hebben we onder het raam van mr. Van Dijk met elkaar gesproken. Ik heb tegen [eiseres] ( [eiseres] , rechtbank) gezegd: Wij moeten maandag knopen doorhakken. Ik wil van jou weten voor morgen waar ik met jou aan toe ben financieel (..) Daar was [eiseres] het mee eens (..) Het is juist dat wat dhr. [externe projectleider] heeft verklaard en de letterlijke woorden die hij van [eiseres] heeft vernomen toen. Het bedrag van € 100.000 was tussen ons al bekend. Die kosten heb ik steeds door tweeën gedeeld en daar resulteerde dat bedrag uit ten laste van [eiseres] . Dat stond niet op papier het was allemaal mondeling besproken. Dat bedrag is geleidelijk aan in het project gegroeid (..) Ik heb zaterdagmiddag die mail met de spreadsheet ontvangen. Toen heb ik die zaterdag de hele middag zitten rekenen en het handgeschreven document gemaakt dat ook bij de stukken zit. Dat heb ik die maandag meegenomen naar de Chantarel (..) [eiseres] zat naast me ik heb het papier aan hem laten zien. Hij zei toen: “ [bestuurder] dit komt ongeveer overeen met mijn voorstel, waarom heb ik 55/45 op papier gezet, mijn vrouw zei en […] , [bestuurder] wil toch wel onderhandelen. Geven we hem 5% om te onderhandelen. Voor mij is 50/50 goed”. Hij vouwt het papier op en hij steekt het in zijn binnenzak. De bedragen die dhr. [externe projectleider] net al heeft genoemd die zijn inderdaad toen ook genoemd. De € 180.000 waren van mij afkomstig bij een schikking van 80%. Dat bedrag van € 220.000 was van [eiseres] afkomstig. Ik zou niet weten hoe ik dat laatste bedrag zou moeten verklaren. Daarna zijn we met DLG in gesprek gegaan (..) We hebben toen in de schorsingen uitdrukkelijk besproken wat de gevolgen zouden zijn in onze interne verhouding als we voor 80% zouden schikken (..)

Ik zou met DLG niet hebben geschikt als ik tijdens de schorsing niet tot overeenstemming zou zijn gekomen met [eiseres] .

2.3

[eiseres] (in deze overweging verder - ook - [eiseres] te noemen) heeft onder meer verklaard het bedrag van € 100.000,- niet thuis te kunnen brengen en zich niet te kunnen herinneren te hebben gezegd dat hij dat bedrag zou gaan verrekenen. Verder zou productie 4 bij de dagvaarding hem op 3 november 2014 niet onder ogen zijn gekomen. Het verschil tussen het bedrag van € 180.000,- en € 220.000,- verklaart [eiseres] als getuige aldus dat het eerste bedrag ongeveer 80% van het tweede is. Volgens [eiseres] zijn het allebei bedragen die afkomstig zijn van Veluwe Groen. Hoewel hij dat nergens met zoveel woorden uitspreekt, is de strekking van zijn verklaring dat partijen op 3 november 2014 geen overeenstemming - dus ook niet de door Veluwe Groen gestelde - hebben bereikt over wat [eiseres] in zijn verhouding tot Veluwe Groen nog zou toekomen.

2.4

De verklaring van [bestuurder] is een partijgetuigeverklaring als bedoeld in artikel 164 lid 2 Rv en kan dus geen bewijs in het voordeel van Veluwe Groen opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. Hiervan is alleen sprake als er aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigeverklaring voldoende geloofwaardig maken. De verklaring van [externe projectleider] bevat geen aanvullend bewijs als zojuist bedoeld. Zijn verklaring dat hij [eiseres] heeft horen zeggen “dat als dat het verschil is zij er altijd wel uit zouden komen” betreft immers geen op dat moment beklonken overeenstemming en kan zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ook betrekking hebben op de door partijen te verwachten overeenstemming met DLG. [bestuurder] verklaart wel dat [eiseres] heeft gezegd dat voor hem 50/50 goed was, maar [externe projectleider] verklaart daar niets over. [externe projectleider] verklaart ook niets over welk ‘papier’ aan de eventuele overeenstemming ten grondslag heeft gelegen. [bestuurder] doet dat wel en zegt ook dat [eiseres] zijn voorstel (productie 4 bij dagvaarding) na de 50/50-uitspraak in zijn zak stopte, maar [bestuurder] staat daarin dus alleen. De verklaringen van [bestuurder] en [externe projectleider] sluiten op dit punt niet zodanig op elkaar aan dat zij elkaar ondersteunen. Wat de verrekening van de € 100.000,- betreft doen zij dat mogelijk wel maar zijn zij afzonderlijk noch tezamen voldoende sprekend om te kunnen concluderen dat [eiseres] zich daadwerkelijk heeft willen binden aan een verrekening met dat bedrag. Zijn toezegging dat te zullen verrekenen (verklaring [externe projectleider] ) kan immers ook een verrekening met een lager bedrag (bijvoorbeeld de helft) impliceren. [bestuurder] verklaart alleen wat meer algemeen over de € 100.000,-, niet hoe dat dan precies is gegaan op de stoep voor het advocatenkantoor van mr. Van Dijk.

2.5

De rechtbank concludeert dan ook dat het verlangde bewijs niet door Veluwe Groen is geleverd. Daarmee komt de rechtbank toe - zie de overwegingen 4.1, 4.8 en 4.9 van het tussenvonnis - aan de stelling van [eiseres] dat zij met Veluwe Groen overeenstemming heeft bereikt over de door haar op 18 juni 2013 uitgebrachte offerte en met name de aanvullingen daarop zoals die tijdens het overleg met DLG op 10 juli 2013 zijn overeengekomen, aldus dat de daarin vermelde tariefwijzigingen ook golden in de verhouding tussen partijen. Deze stellingname impliceert dat er volgens [eiseres] geen grond is voor verdeling tussen partijen van de na het sluiten van de initiële aannemings- en onderaannemingsovereenkomst gegenereerde meerwerkopbrengsten, zoals door Veluwe Groen gesteld. [eiseres] zal tot het bewijs van zijn stellingen worden toegelaten.

2.6

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1

laat [eiseres] toe te bewijzen dat zij met Veluwe Groen overeenstemming heeft bereikt over de door haar op 18 juni 2013 uitgebrachte offerte en met name de aanvullingen daarop zoals die tijdens het overleg met DLG op 10 juli 2013 zijn overeengekomen, aldus dat de daarin vermelde tariefwijzigingen ook golden in de verhouding tussen partijen zonder enig recht van Veluwe Groen op een verdeling tussen partijen van de meerwerkopbrengsten;

3.2

bepaalt dat, voor zover [eiseres] dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van de rechter-commissaris

mr. R.J.J. van Acht in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd;

3.3

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 januari 2017 voor het opgeven door [eiseres] van de getuigen en van hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de woensdagen en vrijdagen in de maanden maart tot en met juni 2017, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;

3.4

verwijst voor het geval [eiseres] op die roldatum heeft medegedeeld geen getuigenbewijs te willen leveren of geen getuigen of verhinderdata heeft opgegeven de zaak naar de achtste rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor vonnis of - maar alleen indien [eiseres] daarom op die roldatum heeft verzocht - naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van [eiseres] , waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren;

3.5

bepaalt voorts dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn en, indien daartoe naar het oordeel van de rechter aanleiding bestaat, tijdens en/of na de getuigenverhoren voor de rechter zullen verschijnen om aan deze inlichtingen over de zaak te geven en deze te laten onderzoeken of de partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden;

3.6

bepaalt dat de partijen alle schriftelijke (bewijs)stukken die zij nog in het geding willen brengen uiterlijk twee weken voor het getuigenverhoor in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toegezonden moeten hebben;

3.7

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht, mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2017.