Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:1135

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-01-2017
Datum publicatie
06-03-2017
Zaaknummer
305357
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Meervoudige onderhandse aanbesteding. Toelaatbare wijziging van de eisen in de inlichtingenfase

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2017/658
JAAN 2017/76 met annotatie van mr. J.C. Langeveld
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/305357 / HA ZA 16-350

Vonnis van 11 januari 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VDW COOLSYSTEMS B.V.,

gevestigd te Geldermalsen,

eiseres,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GGD GELDERLAND-ZUID,

zetelend te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. E.E. Zeelenberg te Nijmegen.

Partijen zullen hierna VDW en GGD genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 19 oktober 2016

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 1 december 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 7 december 2015 heeft GGD een meervoudig onderhandse aanbesteding uitgezet voor de aankoop van vaccinkoelkasten en bijbehorende service. De offerteaanvraag omschrijft het voorwerp van de opdracht als volgt:

De Opdracht omvat de Levering van 1 vaccinkoelkast met een netto volume van 141 (L) en 19 dezelfde vaccinkoelkasten met een netto volume van 253 (L). Er is een marge van 20 ( L) netto volume mogelijk. Daarnaast zijn er nog 15 vaccinkoelkasten waarvan het onderhoud en de alarm- en storingsopvolging door de opdrachtnemer moet worden uitgevoerd.

2.2.

Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving. Hierbij weegt de prijs mee voor 60 % en de kwaliteit voor 40%.

Voorts beschrijft de offerteaanvraag het verloop en het tijdpad van de aanbestedingsprocedure. Hierbij wordt voorop gesteld dat de aanbestedingsprocedure geschiedt op basis van de Aanbestedingswet 2012 en dat het gaat om een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure, waarbij drie leveranciers zijn aangeschreven, een inlichtingenfase via de Vraag & Antwoord module van Negometrix is ingelast en na de inschrijvingen en de opening daarvan een praktijktest zal worden uitgevoerd. Deze praktijktest behelst het leveren van een enkele vaccinkoelkast met storing- en alarmopvolging functionaliteiten zoals aangeboden in de inschrijving van de economisch meest voordelige inschrijver, welke inschrijving wordt gecontroleerd en getest conform het programma van eisen. Alleen de economisch meest voordelige inschrijver komt hiervoor in aanmerking. Mocht de praktijktest niet slagen of gerede twijfel oproepen bij GGD dan kan de tweede economisch meest voordelige inschrijver worden uitgenodigd voor de praktijktest.

2.3.

In de offerteaanvraag is tevens vermeld, dat de inschrijvers hun rechten verwerken om te klagen over onduidelijkheden, onvolkomenheden of onrechtmatigheden in de aanbestedingsdocumenten, indien zij niet tijdig vóór hun inschrijving om opheldering vragen.

Voorts bevat de offerteaanvraag het volgende vervalbeding:

Een Ondernemer kan schriftelijk bezwaar maken tegen een voornemen tot gunning respectievelijk zijn afwijzing/uitsluiting. Een Ondernemer verwerkt (echter) zijn recht om op te komen tegen het voornemen tot gunning respectievelijk afwijzing/uitsluiting en/of de definitieve gunning wanneer de betreffende aanbestedende dienst niet binnen 7 dagen na de datum van verzending van de brief waarin het voornemen tot gunning respectievelijk afwijzing/uitsluiting bekend is gemaakt, is gedagvaard in kort geding voor de burgerlijke rechter te Arnhem door betekening binnen de genoemde termijn van een kort gedingdagvaarding.

2.4.

Het Programma van Eisen vermeldt onder meer de volgende knock-out eisen:

2.1.1

De vaccinkoelkast dient van een A-merk te zijn en een DIN 58345 normering te hebben of vergelijkbaar. Deze vergelijkbaarheid moet u aantonen.

2.1.9

Laag geluidsniveau max 42db

2.1.12

Lokaal hoorbaar en zichtbaar alarmsignaal op instelbare temperatuur en na verloop van ingestelde tijd bij geopende deur. Deze instelbare temperaturen zijn geblokkeerd en kunnen alleen door de verantwoordelijke functionaris bij de opdrachtgever worden aangepast of aangepast laten worden.

2.1.14

Beveiligde hoofdschakelaar om bijvoorbeeld tijdens verhuizingen, etc. systeem tijdelijk uit te kunnen zetten. Deze beveiligde schakelaar zit niet aan de voorzijde van de vaccinkoelkast.

2.1.15

Reservevoeding voor minimaal 24 uur voor alarmering, temperatuurdisplay en temperatuur registratiesysteem.

2.1.17

De gegarandeerde technische levensduur is minimaal 10 jaar.

2.1.20

Inhoud eenmaal 141 (l) en negentien maal 253 (L) netto volume. Er is een marge van 20 (L) netto volume mogelijk. De afmetingen dienen in overleg en akkoord bevonden te worden door de opdrachtgever.

2.5.

De Nota van Inlichtingen vermeldt onder meer de volgende vragen en antwoorden op 10 en 11 december 2015:

9. 2.1.20 10 dec. 2015

Door ons geselecteerde leverancier voorziet niet in deze volumes.

Vraag : Binnen de mogelijke leveranciers die aan de DIN 58345 norm kunnen voldoen is Dometic de enige die aan jullie inhoudsmaat 253 incl. 20 liter afwijking kan voldoen (…)

Vraag: kunt u de volume eis verruimen zodat meerdere fabrikanten kunnen voldoen aan de gesteld eisen?

(…)

Uw antwoord :
Wij hebben geen voorkeur voor mogelijke leveranciers of merken, als het maar aan het gestelde in de offerteaanvraag, waaronder ons plan van eisen, (…) voldoet (…)

De aangegeven range voor het netto volume is leidend, dus 253 liter (+/- 20 liter). Dit dient aantoonbaar te zijn.

Het gevraagde netto volume is gebaseerd op de huidige vaccinkoelkast. Deze netto inhoud is voor ons belangrijk omdat wij dan zeker weten dat de standaard hoeveelheid vaccins voor de GGD per locatie hierin past en er efficient gekoeld wordt.

10. 2.1.20 11 dec 2015

Reactie op antwoord #9

Vraag : (…) Volgens ons is het hoogst ongebruikelijk dan wel niet toegestaan om een aanbesteding zo te specificeren dat maar een marktpartij kan voldoen aan de gestelde eisen. Wij kunnen ons wel voorstellen dat het mogelijk is dat jullie je dit niet gerealiseerd hebben bij het opstellen van de specificaties.

Uw antwoord :

De volgende zaken passen wij aan.

1) de ondergrens voor de 19 vaccinkoelkasten is netto 233L

2) breedte van de vaccinkoelkast is maximaal 600mm

3) de hoogte van de vaccinkoelkast is maximaal 1850mm

Daarnaast zullen wij een toevoeging op het prijzenblad doen. Deze toevoeging heeft betrekking op het verbruik van de vaccinkoelkasten (KwH)

2.6.

Op de aanbesteding is ingeschreven door VDW, door MF Services en door een derde partij. MF Services deed volgens GGD de economisch meest voordelige inschrijving en VDW was de tweede economisch meest voordelige inschrijver. Bij op diezelfde dag ontvangen schrijven van 11 januari 2016 heeft GGD aan VDW medegedeeld dat zij voornemens was de opdracht te gunnen aan MF Services en dat VDW, indien zij niet binnen 7 kalenderdagen een kort geding aanhangig heeft gemaakt, haar rechten verwerkt om tegen het verdere verloop van de procedure en de definitieve gunning in rechte op te komen. Daarbij is een tabel gevoegd waarin staat dat VDW op de twee subonderdelen van de kwaliteit 5 + 7 punten heeft gescoord tegenover 10 + 7 punten bij de winnaar en dat VDW op het onderdeel prijs 88% scoort tegenover 100% bij de winnaar.

2.7.

VDW heeft niet binnen zeven dagen na 11 januari 2016 een kort geding aanhangig gemaakt. Bij schrijven van 15 januari 2016 schrijft VDW aan GGD dat zij het betreurt dat de voorlopige gunning niet voor haar is en dat zij hieruit lering wil trekken en benieuwd is waar zij aan moet sleutelen om het de volgende keer wel te worden. VDW vraagt daarbij waarmee zij te duur is en VDW uit daarbij ook klachten over de volgens haar oneerlijke voorsprong van de bestaande leverancier en het achterwege laten van een praktijktest. Daarna is tussen partijen een gesprek gevoerd op 22 januari 2016. Wat daarbij precies is gezegd, is in geschil.

2.8.

Bij schrijven van 27 januari 2016 maakt VDW alsnog bezwaar tegen de voorgenomen gunning aan MF Services, omdat MF Services volgens VDW met een te grote koelkast heeft ingeschreven, de aangeboden koelkast niet qua temperatuur instelbaar is en de alarminstellingen door iedereen aanpasbaar zijn. VDW stelt dat GGD in strijd met de eisen van het bestek betreffende de specificaties handelt en, ten tweede, dat de specificaties blijkbaar niet eenduidig waren, alsmede dat GGD in strijd met het transparantie- en het gelijkheidsbeginsel handelt. VDW sommeert GGD om de opdracht niet aan MF Services te geven maar aan de eerstvolgende inschrijver te gunnen. Daarbij dreigt VDW met een kort geding. Vervolgens is nader gecorrespondeerd en getelefoneerd tussen partijen, maar geen kort geding aanhangig gemaakt.

2.9.

Op 14 maart 2016 is de opdracht aan MF Services verleend. De koelkasten zijn op 2 juni 2016 opgeleverd.

3 Het geschil

3.1.

VDW vordert, samengevat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    i) voor recht te verklaren dat GGD onrechtmatig jegens VDW heeft gehandeld door de opdracht te gunnen aan een partij die heeft ingeschreven met een product dat niet aan de door GGD gestelde eisen voldoet;

  • -

    ii) GGD te veroordelen tot vergoeding van de schade die VDW heeft geleden en zal lijden door dit onrechtmatig handelen;

  • -

    iii) deze schade te begroten op € 68.101,07 inclusief btw (€ 56.283,00 exclusief btw), te vermeerderen met buitengerechtelijke juridische kosten ten bedrage van € 4.849,68 inclusief btw;

  • -

    iv) met bepaling dat over het onbetaald gebleven gedeelte daarvan de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf de vijftiende dag na dit vonnis;

  • -

    v) en met veroordeling van GGD in de kosten van dit geding, vermeerderd met de nakosten en de wettelijke handelsrente.

3.2.

VDW stelt daartoe dat MF Services heeft ingeschreven met een standaard vaccinkoelkast van Liebherr, de MKV3910, en dat deze koelkast niet voldoet aan de eisen. Het betreft de hierboven beschreven eisen 2.1.9 (geluidsniveau), 2.1.12 (instelbare alarmtemperatuur), 2.1.14 (hoofdschakelaar), 2.1.15 (reservevoeding voor minimaal 24 uur), 2.1.17 (gegarandeerde technische levensduur van 10 jaar), 2.1.18 (alarmafhandeling bij stroomuitval; na herstel gaat er geen alarmherstelmelding uit), en vooral, zo begrijpt de rechtbank, eis 2.1.20 (inhoudsmaten, minimaal 233 en maximaal 273 liter).

Dit is volgens VDW onrechtmatig jegens haar, omdat GGD, door af te wijken van door haarzelf in het kader van de aanbesteding gestelde eisen en te gunnen aan MF Services, in strijd handelt met het aanbestedingsrecht (transparantie en gelijkheid), haar precontractuele verplichtingen (redelijkheid en billijkheid c.q. fair play) en de beginselen van behoorlijk bestuur, waardoor VDW, die zelf heeft ingeschreven met een speciaal op maat gemaakte koelkast die wel aan de eisen voldoet, de opdracht heeft gemist en schade heeft geleden.

VDW berekent haar schade op het gevorderde bedrag.

3.3.

GGD voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

GGD voert primair het exceptieve verweer dat de offerteaanvraag een vervaltermijn behelst van 7 dagen na verzending van de mededeling van de voorlopige gunningsbeslissing, welke vervaltermijn VDW heeft geaccepteerd door in te schrijven. GGD betoogt dat VDW haar rechten heeft verwerkt door niet binnen die zeven dagen een kort geding aanhangig te maken.

4.2.

Dit verweer wordt verworpen. Het is juist dat VDW niet meer kan opkomen tegen het voornemen om te gunnen aan MF Services, omdat zij dat had moeten doen door tijdig een dagvaarding in kort geding uit te brengen. De gunning en de opdracht aan MF Services zijn daarmee onaantastbaar geworden en VDW kan niet vorderen dat de opdracht alsnog aan haar wordt gegund. Dit laat echter onverlet dat VDW nog wel een bodemzaak aanhangig kan maken om daarin schadevergoeding te vorderen in het geval achteraf bezien die gunning aan MF Services als onrechtmatig jegens VDW zou moeten worden aangemerkt. Dit vorderingsrecht wordt niet uitgesloten met het bij de feiten geciteerde vervalbeding, noch de verwijzing daarnaar in de afwijzingsbrief van 11 januari 2016.

4.3.

VDW is dus wel ontvankelijk in haar vorderingen, maar die vorderingen worden afgewezen omdat zij ongegrond zijn. De rechtbank overweegt te dien aanzien als volgt.

4.4.

De kern van het betoog van VDW is dat GGD de opdracht heeft gegund aan een inschrijver, die heeft ingeschreven met een standaard Liebherr MKv3910 vaccinkoelkast, die volgens de door VDW bij de importeur opgevraagde technische specificaties op verschillende onderdelen niet voldoet aan het programma van eisen. De rechtbank begrijpt dat VDW wil betogen dat GGD de inschrijving van MF Services, al dan niet na een praktijktest, terzijde had moeten leggen, waarna VDW als tweede economisch meest voordelige inschrijver voor gunning in aanmerking zou zijn gekomen.

4.5.

Ter comparitie is echter duidelijk geworden dat MF Services niet met een standaard Liebherr vaccinkoelkast heeft ingeschreven, maar met een gemodificeerde koelkast, terwijl daarnaast de belangrijkste eis, waarop de koelkast van MF Services volgens VDW had moeten worden uitgesloten, zijnde de inhoudseis, in de inlichtingenfase is aangepast.

4.6.

Wat betreft die inhoud was bij de 19 dezelfde vaccinkoelkasten inderdaad oorspronkelijk duidelijk de eis dat de netto inhoud 253 liter diende te zijn met een mogelijke afwijking van 20 liter naar boven en 20 liter naar beneden. Dit betekent dus dat de inhoud minimaal 233 liter en maximaal 273 liter moest zijn. De koelkast, waarmee MF Services heeft ingeschreven, heeft volgens de overgelegde specificaties een netto inhoud van 300 liter (bruto 360 liter). Deze koelkast voldoet dus qua inhoud niet aan de oorspronkelijke eis 2.1.20, omdat het maximum wordt overschreden met 27 liter.

4.7.

In de inlichtingenfase heeft GGD echter de bovengrens laten varen. In eerste instantie, op 10 december 2015, verklaarde GGD de oorspronkelijke eisen nog steeds leidend. Uit de toelichting van GGD moet worden begrepen dat vooral de ondergrens voor haar belangrijk was, omdat een standaard hoeveelheid vaccins in de koelkast moet passen, en dat daarnaast ook een bovengrens werd aangehouden voor het ‘efficiënt koelen’, waarmee, naar mag worden aangenomen, werd bedoeld dat de koelkasten niet te veel ruimte in beslag mochten nemen en ook niet onnodig veel energie mochten verbruiken.

Nadat GGD echter, vermoedelijk door een van de andere gegadigden, erop was gewezen dat daarmee slechts één marktpartij voor levering in aanmerking zou kunnen komen, hetgeen in strijd is met de beginselen van het aanbestedingsrecht, heeft GGD op 11 december 2015 de bovengrens laten vallen. De ondergrens van 233 liter is uitdrukkelijk gehandhaafd, maar de bovengrens van de netto inhoud is losgelaten, met dien verstande dat daarvoor in de plaats kwam dat maximale buitenmaten werden voorgeschreven en dat een wegingsfactor voor het energieverbruik werd meegenomen in het prijscriterium.

4.8.

Dat hier sprake was van een wijziging van de eisen, moet voor iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende gegadigde duidelijk zijn geweest. Dat blijkt immers overduidelijk uit de aanhef van GGD: ‘De volgende zaken passen wij aan’. Dit zou zinledig zijn indien, zoals VDW meent, in het geheel geen aanpassing heeft plaatsgevonden ten aanzien van de inhoudsmaten en de oorspronkelijke eis van minimaal 233 liter en maximaal 273 liter zou zijn gehandhaafd. De omstandigheid dat VDW dit mogelijk niet gelezen of begrepen heeft, dient voor haar eigen rekening en risico te blijven.

4.9.

Het laten vervallen van de maximale inhoud en daarvoor in de plaats eisen stellen aan de buitenmaten, was in deze aanbestedingsprocedure niet in strijd met de beginselen van het aanbestedingsrecht. Het gaat hier immers om een meervoudig onderhandse aanbesteding, waarin slechts drie gegadigden zijn uitgenodigd en ook drie gegadigden hebben ingeschreven. Hieruit moet worden afgeleid dat alle gegadigden deugdelijk zijn geïnformeerd over de aanpassing en daarna hebben ingeschreven en dat dus geen gegadigden vanwege de oorspronkelijke eis of de aanpassing daarvan van inschrijving hebben afgezien, terwijl bovendien geen van de gegadigden, en in het bijzonder VDW niet, tijdig nog in de inlichtingenfase heeft geprotesteerd, hetgeen op grond van het bij de feiten in 2.4 als eerste aangehaalde voorschrift in de offerteaanvraag op straffe van verval van het klachtrecht had moeten gebeuren.

4.10.

Wat betreft de eis 2.1.9: geluidsniveau maximaal 42 dB, heeft GGD gesteld dat zij hierover bij MF Services nog vóór de voorlopige gunning navraag heeft gedaan en dat MF Services hierop heeft opgegeven dat de feitelijke geluidsproductie ruim onder de gestelde eis van maximaal 42 dB bleef, alsmede dat dit later bij de oplevering door GGD is nagemeten, waarbij GGD constateerde dat het geluidsniveau onder de 40 dB bleef. Dit is door VDW niet of niet gemotiveerd tegengesproken. VDW maakt er slechts een punt van dat dit niet zou zijn vastgesteld tijdens de praktijktest, die in de offerteaanvraag is aangekondigd, maar dit doet niet ter zake, omdat het gaat om de vraag of de koelkast waarmee is ingeschreven nu wel of niet voldoet aan de eisen en niet van belang is wanneer dit wordt vastgesteld. Hoewel op zichzelf correct is dat het leaflet met de specificaties van de gemodificeerde Liebherr MKv 3910 een hogere geluidsproductie vermeldt (max 43 dB), is dit dus feitelijk niet het geval en blijft dit onder 42 dB. De stelling dat de koelkast waarmee door MF Services is ingeschreven op dit punt niet aan de eisen voldoet, is ongegrond. Het folder met de technische specificaties van de standaard Liebherr (niet de aangeboden modificatie daarvan) is niet relevant.

4.11.

Ook ongegrond is de stelling van VDW dat niet voldaan is aan eis 2.1.12 inzake het alarmsignaal. Uit de door GGD overgelegde manual volgt dat de alarmtemperatuur weldegelijk instelbaar is, zij het alleen door servicemonteurs van MF Services. Dit is door VDW ter comparitie niet of onvoldoende bestreden. De koelkast voldoet aan de desbetreffende eisen.

4.12.

Evenzeer is ongegrond de stelling dat de koelkast niet voldoet aan eis 2.1.14. Hier is de eis dat de hoofdschakelaar niet aan de voorzijde zit. De schakelaar zit, zoals onweersproken is gesteld door GGD, aan de achterzijde. VDW leest de eis verkeerd.

4.13.

Ook met betrekking tot eis 2.1.15 is de klacht van VDW ongegrond. GGD heeft gesteld dat juist hier de koelkast van Liebherr is gemodificeerd en dat MF Services een accu heeft geplaatst die 24 uur meegaat. VDW heeft dit niet of onvoldoende weersproken.

4.14.

Voor eis 2.1.17 geldt dat GGD onweersproken heeft gesteld dat MF Services de fabrieksgarantie heeft overgenomen en zelf een technische levensduur van 10 jaar heeft gegarandeerd. De eis is niet dat de garantie van de fabrikant en/of de importeur moet komen. VDW legt de eis verkeerd uit.

4.15.

Hetzelfde geldt voor eis 2.1.18. De eis is niet dat er bij het weer in bedrijf komen van de koelkast een nieuw geluidssignaal moet klinken. Een melding op de display van de koelkast volstaat en die is er volgens GGD. De melding ‘btp’ wordt zichtbaar en blijft staan na inschakeling van de stroom, waaraan GGD kan zien dat er een stroomuitval is geweest. Dit volstaat en komt tegemoet aan deze eis. VDW heeft dit niet of onvoldoende weersproken.

4.16.

De slotsom is dat niet is komen vast te staan dat de koelkast, waarmee MF Services heeft ingeschreven niet aan de eisen voldoet en dat VDW verder onvoldoende heeft gesteld om aan te kunnen nemen dat GGD jegens haar onrechtmatig of in strijd met de beginselen van het aanbestedingsrecht, behoorlijk bestuur en/of de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld. In het bijzonder doet niet ter zake of nu wel of niet nog een praktijktest is uitgevoerd, hetgeen volgens GGD het geval is maar door VDW wordt ontkend. Het gaat erom of de koelkast van MF Services op de wezenlijke punten voldoet aan het programma van eisen en niet of dit reeds voor de voorlopige gunning is vastgesteld. Het is niet zonder meer onrechtmatig jegens VDW om die test achterwege te laten. Dat kan het pas worden indien VDW voldoende aannemelijk maakt dat de koelkast van MF Services bij de test zou zijn gezakt of minst genomen gerede twijfel zou hebben opgeroepen en hierin is VDW niet geslaagd.

4.17.

Aan de vraag of VDW voor vergoeding in aanmerking komende schade heeft geleden, komt de rechtbank niet toe. De vorderingen worden afgewezen.

4.18.

VDW zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van GGD worden begroot op:

- griffierecht € 1.929,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.717,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt VDW in de proceskosten, aan de zijde van GGD tot op heden begroot op € 3.717,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt VDW in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat VDW niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2017.