Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:1080

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
02-03-2017
Zaaknummer
5550086
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Transitievergoeding ex art. 7:673 lid 1 BW dan wel 7:673d lid 1 BW jo art. 24 Ontslagregeling. Vervaltermijn art. 7:686a lid 4 BW.

Wetsverwijzingen
Ontslagregeling
Ontslagregeling 24
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 673d
Burgerlijk Wetboek Boek 7 686a
Regeling UWV ontslagprocedure
Regeling UWV ontslagprocedure 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-0229
AR 2017/1106
JAR 2017/141 met annotatie van mr. C.F.J. van Tuyll van Serooskerken
JIN 2017/133

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 5550086 \ HA VERZ 16-378 \ 474 \ 450

uitspraak van 14 februari 2017

beschikking

in de zaak van

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

gemachtigde mr. T.P. Boer

en

de besloten vennootschap Botobe B.V.

gevestigd te Arnhem

verzoekende partij

gemachtigde mr. H.I. van den Heuvel-Boonstra

Partijen worden hierna [werknemer] en Botobe genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift ingekomen op 29 november 2016

- het verweerschrift ingekomen op 27 januari 2017

- de mondelinge behandeling van 6 februari 2017.

1.2.

Beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[werknemer] is op 15 oktober 2005 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van Botobe.

2.2.

Het door [werknemer] laatst verdiende salaris bedraagt € 1.836,07 bruto per maand,

exclusief 8% vakantiegeld.

2.3.

Op 18 juli 2016 heeft Botobe bij het UWV voor [werknemer] ontslagvergunning

aangevraagd en tegelijk daarmee bij het UWV een aanvraag voor een verklaring

overbruggingsregeling transitievergoeding ingediend.

2.4.

Op 26 augustus 2016 heeft het UWV ontslagvergunning verleend.

2.5.

Bij brief van eveneens 26 augustus 2016 heeft het UWV een verklaring

overbruggingsregeling afgegeven en verklaard dat Botobe niet aan alle voorwaarden voldoet.

2.6.

Bij aangetekende brief d.d. 30 augustus 2016 heeft Botobe de arbeidsovereenkomst

met [werknemer] , met inachtneming van een opzegtermijn van één maand, opgezegd tegen 30

september 2016.

2.7.

Botobe heeft aan [werknemer] geen transitievergoeding betaald.

3 Het verzoek, het verweer en de beoordeling daarvan

3.1.

Na wijziging van zijn verzoek ter zitting, verzoekt [werknemer] de kantonrechter Botobe te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding van € 7.106,- bruto (conform het door Botobe subsidiair vermelde bedrag), vermeerderd met de wettelijke rente en met veroordeling van Botobe in de proceskosten. [werknemer] maakt aanspraak op de transitievergoeding ex artikel 7:673 lid 1 sub a BW.

3.2.

Botobe voert verweer. Als eerste (formele) verweer heeft Botobe verzocht [werknemer] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek omdat [werknemer] haar naam verkeerd heeft aangeduid (Botebe B.V. in plaats van Botobe B.V.). Indien [werknemer] wel ontvankelijk is in zijn verzoek, dan verzoekt Botobe primair de transitievergoeding op grond van de overbruggingsregeling transitievergoeding kleine werkgever (artikel 7:673d lid 1 BW jo artikel 24 Ontslagregeling) vast te stellen op € 1.983,- bruto en te bepalen dat dit bedrag in termijnen kan worden betaald. Botobe stelt zich op het standpunt dat het UWV de overbruggingsregeling transitievergoeding kleine werkgevers ten onrechte niet heeft toegepast. Subsidiair verzoekt Botobe de transitievergoeding vast te stellen op € 7.106,- bruto en te bepalen dat dit bedrag in termijnen kan worden betaald. Primair en subsidiair met veroordeling van [werknemer] in de proceskosten.

3.3.

Het niet-ontvankelijkheidsverweer van Botobe wordt verworpen. In het verzoekschrift is Botobe B.V. aangeduid als Botebe B.V. Een dergelijke verkeerde naamsaanduiding leidt niet tot niet-ontvankelijkheid. Het gaat hier om een kennelijke verschrijving van één letter in de naam van de verwerende partij, hetgeen niet betekent dat een andere vennootschap - Botebe B.V. in plaats van Botobe B.V.- door [werknemer] in rechte zou zijn betrokken. Overigens lijkt Botobe B.V. daar zelf ook vanuit te zijn gegaan, gelet op het door haar ingediende verweerschrift en het feit dat zij ter zitting is verschenen.

3.4.

Ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling van het verzoek overweegt de

kantonrechter als volgt. Bij aangetekende brief d.d. 30 augustus 2016 heeft Botobe de

arbeidsovereenkomst met [werknemer] , met inachtneming van een opzegtermijn van één maand,

opgezegd tegen 30 september 2016. [werknemer] heeft (onder randnummer 2 van de dagvaarding)

aangevoerd dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst hem eerst op 1 oktober heeft

bereikt, hetgeen de opzegtermijn zou moeten oprekken tot 1 november 2016 en niet

1 oktober 2016. Daartegenover heeft Botobe – onweersproken – gesteld en met stukken

onderbouwd dat de opzegging heeft plaatsgevonden bij gewone en bij aangetekende brief

van 30 augustus 2016, dat de aangetekende brief door PostNL op 31 augustus 2016 aan

[werknemer] is aangeboden, daarna nogmaals op 1 september 2016 en door [werknemer] op de locatie

van PostNL is opgehaald op 3 september 2016. Dit betekent dat de opzeggingsbrief tijdig,

voor 1 september 2016, aan [werknemer] is aangeboden. De arbeidsovereenkomst is dan ook

geëindigd per 1 oktober 2016.

3.5.

Ingevolge artikel 8 van de Regeling UWV Ontslagprocedure geeft het UWV op

verzoek van de werkgever, bedoeld in artikel 7:673d, lid 1 BW, die een verzoek om

toestemming heeft ingediend, een oordeel over de toepasselijkheid van de voorwaarden,

bedoeld in artikel 24 lid 2, sub a tot en met c, van de Ontslagregeling.

Op 26 augustus 2016 heeft het UWV Botobe ontslagvergunning voor [werknemer] verleend

en een verklaring overbruggingsregeling transitievergoeding afgegeven waarin is

vermeld dat Botobe niet aan alle voorwaarden voldoet. Botobe stelt zich op het standpunt

dat het UWV de overbruggingsregeling transitievergoeding ten onrechte niet heeft toegepast.

Indien Botobe het niet eens is met de beslissing van het UWV had het op haar weg gelegen

te dien aanzien een verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen. Daarbij geldt

overeenkomstig artikel 7:686a lid 4 sub b BW een vervaltermijn van drie maanden nadat de

arbeidsovereenkomst is geëindigd, i.e. 1 oktober 2016.

3.6.

De kantonrechter leest het verweer (ingekomen ter griffie op 27 januari 2017) van Botobe aldus dat het verweer tevens inhoudt een zelfstandig tegenverzoek (primair) strekkende tot toekenning aan [werknemer] van een transitievergoeding op grond van artikel 7:673d lid 1 BW. Ook ten aanzien van een zelfstandig tegenverzoek geldt overeenkomstig artikel 7:686a lid 4 sub b BW een vervaltermijn van drie maanden nadat de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Deze vervaltermijn dient door de kantonrechter ambtshalve te worden toegepast.

3.7.

De kantonrechter is voornemens hetgeen hiervoor in rechtsoverwegingen 3.5 en 3.6

is overwogen, te betrekken in zijn oordeel. Een en ander is ter zitting niet aan de orde

geweest. Alvorens nader te beslissen, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich

bij akte hierover uit te laten, met dien verstande dat Botobe eerst een akte dient te nemen en

daarna [werknemer] .

3.8.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4 De beslissing

De kantonrechter,

4.1.

stelt Botobe in de gelegenheid uiterlijk 1 maart 2017 een akte te nemen (rechtsoverweging 3.5 tot en met 3.7);

4.2.

bepaalt dat [werknemer] in de gelegenheid wordt gesteld uiterlijk 2 weken daarna een akte te nemen;

4.3.

houdt voor het overige iedere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. W.H. van Empel en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2017.