Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2017:1022

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-02-2017
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
05/740386-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een verdachte die zich op één dag schuldig heeft gemaakt aan een gekwalificeerde diefstal en drie pogingen daartoe veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf waarvan 15 maanden voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke strafdeel zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder het verplicht volgen van een ambulante behandeling. De door verdachte gepleegde feiten zijn op brutale wijze uitgevoerd. Verdachte had het vooral voorzien op woningen waar oudere mensen woonden. Dit zijn ernstige feiten, waarbij er veel schade en overlast voor de benadeelden is veroorzaakt.

De verdachte moet ook schadevergoeding betalen aan een benadeelde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740386-16

Datum uitspraak : 9 februari 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats]

wonende [adres 1] ,

thans gedetineerd te HvB Ooyerhoekseweg - Zutphen te Zutphen.

Raadsvrouw: mr. M.G.M. Frerix, advocaat te Ede.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 januari 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij, op of omstreeks 13 oktober 2016 te Beekbergen, gemeente Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 2] ) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, zich naar voornoemde woning heeft begeven en/of (met een breekvoorwerp) een deur van die woning heeft gepoogd te forceren en/of een raam van die woning heeft geforceerd en/of

(vervolgens) zich via voornoemd (geforceerd) raam toegang heeft verschaft tot voornoemde woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij, op of omstreeks 13 oktober 2016 te Heerde, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 3] weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, zich naar voornoemde woning heeft begeven en/of via een openstaande (achter)deur van die woning zich toegang heeft verschaft tot die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij, op of omstreeks 13 oktober 2016 te Heerde, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 4] ) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen

en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, zich naar voornoemde woning heeft begeven en/of een (achter)deur en/of een raam van die woning (met een breekvoorwerp) heeft geforceerd, althans gepoogd te forceren, en/of

(vervolgens) zich via voornoemd (geforceerd) raam toegang heeft verschaft tot voornoemde woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij, op of omstreeks 13 oktober 2016 te Hattem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 5] ) heeft weggenomen een (gouden) horloge (merk Zwitserland), een (gouden) ketting (Zeeuwse mutsenbel), een (zilveren) armband, een (zilveren) ring, een (zilveren) ketting en/of (gouden) oorbellen in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

Op 13 oktober 2016 vond er een inbraak plaats in een woning te Heerde. De bewoners waren op dat moment afwezig. Door een getuige werden twee verdachte personen gezien, die bij de woning vandaan kwamen lopen. Zij stapten in een auto, waarin een blonde bestuurster zat. De auto betrof een ouder type [merk 1] . De getuige heeft het kenteken genoteerd. De auto werd enige tijd later aan de hand van de automatische kentekenherkenning waargenomen op de rijksweg A28 te Harderwijk. De inzittenden van de auto zijn aangehouden omdat zij voldeden aan het door de getuige opgegeven signalement. Tijdens het onderzoek dat werd opgestart bleek dat er die dag meerdere inbraken waren gepleegd en ontstond de verdenking dat verdachte die mogelijk ook zou hebben gepleegd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle hem ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er vrijspraak dient te volgen voor de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten. Er is geen wettig en overtuigend bewijs waaruit blijkt dat verdachte bij die feiten betrokken is geweest.

Beoordeling door de rechtbank

Er is aangifte van feit 1 gedaan door [slachtoffer 1] . Zij woont in een aanleunwoning van woonstichting [slachtoffer 2] op het adres [adres 2] te Beekbergen. Op 13 oktober 2016 om 13.00 uur ging zij naar bed om te rusten. Zij sloot de deuren af met sleutel en klippen, ook die van de slaapkamer. Opeens hoorde zij een hoop kabaal, het gordijn werd opzij geschoven. Zij zag dat een man de slaapkamer binnenstapte via het slaapkamerraam. De man zei: “Ik kom alleen even kijken”. Hij verliet de woning weer via het raam. Het was een blanke man, ongeveer 35 jaar. Hij droeg een zwart jack. Later die dag bleek dat er beschadigingen waren aan de buitenkant van het slaapkamerraam.2

Uit het proces-verbaal van sporenonderzoek van de woning blijkt dat de verbalisant onderzoek heeft verricht aan en in de woning op het adres [adres 2] te Beekbergen. Hij heeft geconstateerd dat de terrasdeur die toegang geeft tot de woonkamer beschadigingen had en dat er ook bij het kantelraam van de slaapkamer soortgelijke beschadigingen zichtbaar waren. Er is sporenonderzoek verricht waarbij dactysporen, werktuigsporen en schoensporen zijn aangetroffen. Er is een vingerafdruk aangetroffen, namelijk ‘op inklimraam greepspoor onderzijde’. Deze is veiliggesteld.3

Uit het proces-verbaal van sporenonderzoek blijkt dat het aangetroffen spoor een vingerafdruk betreft van verdachte.4

Er is van feit 2 aangifte gedaan door [slachtoffer 3] . Zij zat op 13 oktober 2016 om 14.15 uur thuis in de woonkamer van haar vrijstaande woning, gelegen aan de [adres 3] te Heerde, en zag in de straat twee personen lopen. Eén man met onder andere kort donker haar, een breed postuur en een dik gezicht. Hij droeg een zwart donsjack en een donkere spijkerbroek. De andere man had kort donker haar en een smal postuur. Hij droeg een kort leren jack en een donkere broek. De mannen liepen even later aan de achterzijde van de woning, kwamen meerdere malen langs lopen en hadden oog voor haar woning. Zij is snel naar de deur gelopen die uitkomt op de garage. Zij deed de deur open en zag een dikke man in de deuropening staan. Zij is begonnen te schreeuwen dat hij moest opdonderen. De smalle man stond bij de achterdeur en zei: “Wij hebben aangeklopt mevrouw”. [slachtoffer 3] zei nog een keer dat zij weg moesten gaan uit de woning. De mannen liepen via de achtertuin weg. Zij is geen spullen kwijt.5

[slachtoffer 3] is aanvullend gehoord. Zij heeft verklaard dat zij de confrontatie met de twee mannen had op het moment dat zij in de deuropening stond van de hal naar de garage. De dikke persoon stond pal voor haar. De andere persoon stond in de garage bij de deur aan de achterzijde.6

[slachtoffer 4] heeft van feit 3 aangifte gedaan namens zijn moeder [slachtoffer 5] , die woont in een vrijstaande woning aan de [adres 4] te Heerde. Op 13 oktober 2016 omstreeks 15.30 uur werd hij gebeld door familie dat er ingebroken was in de woning. Hij is naar de woning gegaan en zag braakschade aan de achterzijde bij de deur, namelijk in het deurkozijn en in de deur zelf. Er stond een raam open. Hij zag ook braakschade bij het raam naast de deur, namelijk het raam van de slaapkamer. Aan de zijkant stond ook een raam open.7

[slachtoffer 4] is aanvullend gehoord. Hij heeft verklaard dat zijn moeder op 13 oktober 2016 tussen 14.00 uur en 14.15 uur van huis was vertrokken. Hij werd rond 15:00 uur gebeld dat er was ingebroken. De achterdeur is door de braakschade ontzet. Beide slaapkamers waren doorzocht: het was een bende. In de kamer stond een zilveren schaal. Bij dat schaaltje lagen meerdere kleine spulletjes. Het leek alsof de goederen klaar gelegd waren. In de woning was ook schade ontstaan aan de vitrage en de vensterbanken. Er was volgens zijn moeder niets weggenomen.8

[getuige 1] (ook genaamd [naam] ) is als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat zij

op 13 oktober 2016 kort voor 14.20 uur twee mannen zag lopen over de [adres 4] te Heerde. Eén van de twee mannen liep door de tuin van één van de woningen. De andere man zag zij met een wit papier lopen. Hij schreef dingen op. De mannen liepen richting de plek waar een auto stond. De auto stond geparkeerd op de [adres 4] . Zij zag daar drie personen in zitten, waaronder de twee mannen die zij kort daarvoor had zien lopen. Zij vertrouwde het niet. Het kenteken van de auto was [kenteken] . De auto was een oud type [merk 1] , paars-blauw van kleur. Toen zij naar school ging in verband met het ophalen van haar kinderen zag zij dat de auto gelijk met haar weg reed. Toen zij terug kwam is zij direct met haar kinderen naar de woning [adres 4] gelopen. Zij belde aan en zag door de voordeur iemand in de hal in een kastje rommelen. Zij hoorde van een buurvrouw dat de bewoonster niet thuis was. Direct daarop zag zij twee mannen door de tuin van de woning lopen, in de richting van het dorp. De twee mannen die zij door de tuin van de [adres 4] zag lopen waren dezelfde mannen die zij in de auto naast haar woning had zien zitten en die zij kort daarvoor over de [adres 4] had zien lopen. Het signalement was: persoon 1: manspersoon, stevig postuur, een dikker gezicht. Hij droeg een donker vest met een zwarte bomberjack-jas er overheen, een blauwe spijkerbroek en gympen. Dat was de man die zij eerder die middag uit een tuin had zien lopen. Persoon 2: een manspersoon met een smal postuur, aan de zijkant gemillimeterd haar en bovenop wat langer. Hij droeg een zwarte leren jas en een blauwe spijkerbroek. Dat was de man die zij eerder die middag over de [adres 4] had zien weglopen met een pen en papier. In de [merk 1] zag zij een blonde vrouw achter het stuur zitten.9

Uit het proces-verbaal van sporenonderzoek blijkt dat de verbalisant op 13 oktober 2016 onderzoek heeft verricht aan en in de woning [adres 4] te Heerde. Hij heeft geconstateerd dat aan de voorzijde van de woning een raam open stond en dat er braakschade aan dit raam zichtbaar was. In de sluitnaad was tenminste drie keer gestoken en gewrikt. Er waren sporen van inklimming zichtbaar. Ook aan de achterzijde van de woning was met een schroevendraaier gepoogd om de keukendeur te openen door tenminste acht keer te steken in de sluitnaad. Er zijn schroevendraaiersporen veiliggesteld.10

Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat er tijdens de fouillering van medeverdachte [medeverdachte 1] op 13 oktober 2016 twee platte schroevendraaiers uit de broeksband omhoog staken. De schroevendraaiers zijn in beslaggenomen.11

Er is een vergelijkend sporenonderzoek gedaan tussen de aangetroffen sporen en de bij medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen schroevendraaiers. Daaruit blijkt dat een bij het slaapkamerraam aangetroffen spoor en een bij de achterdeur aangetroffen spoor zeer waarschijnlijk veroorzaakt zijn met een van de onder medeverdachte [medeverdachte 1] in beslaggenomen schroevendraaiers. De waarschijnlijkheidsconclusie die daaraan verbonden wordt is “bevestigend”.12

Er is aangifte van inbraak door [slachtoffer 6] , wonende aan de [adres 5] te Hattem gedaan (feit 4). Deze is op 13 oktober 2016 tussen 15.00 uur en 16.30 uur gepleegd. Zij was in die tijd aan het tuinieren en had haar woning rondom afgesloten. Opeens zag zij het gordijn uit de schuifpui wapperen. Zij is naar binnen gegaan. Kastdeuren in de woonkamer en lades stonden open. Een traptrede was in stukken. Op de eerste verdieping waren meerdere slaapkamers doorzocht. Op het bed lag haar sieradendoos en diverse sieraden. Er was geprobeerd via de voordeur de woning binnen te komen. Er waren voetsporen ter hoogte van het slot. Via het raam naast de voordeur is men binnen gekomen. Het raam stond open en er waren moetsporen. Weggenomen zijn een gouden horloge van het merk Zwitserland, een gouden ketting (Zeeuwse mutsenbel), een zilveren armband, een zilveren ring, een zilveren ketting en gouden oorbellen.13

[getuige 2] is als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat zij op 13 oktober 2016 omstreeks 16.20 uur thuis kwam bij haar woning aan de [adres 7] te Hattem. Zij zag een manspersoon bij de heg van de woning aan de [adres 5] . De man was aan het bellen en had een papier in zijn hand, ter grootte van een A4. De man stond ongeveer vijftien meter van haar vandaan. De man bleef maar bellen. Zijzelf is naar binnen gegaan. Toen zij vanuit haar woning keek was de man verdwenen.14

[getuige 3] is als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat zij op 13 oktober 2016 om 16.15 uur met haar dochters eendjes ging voeren. Bij het trottoir ter hoogte van [adres 5] zag zij een bellende man. Hij had een papiertje in zijn hand. Zij zag een tweede man bij de voordeur van het huis. Die man drentelde, maakte een zenuwachtige indruk en had een onverzorgd uiterlijk. De man had duidelijk aandacht voor de voordeur. Zij is doorgelopen. Na het eendjes voeren is zij terug gelopen. Zij zag de twee zelfde mannen in haar richting lopen. De ene man, de beller, had een smal postuur, had kort haar met stekeltjes, droeg een donkerblauw/zwarte jas en een donkere broek. De andere man was een breed persoon, dik lichaam, had een bos slordig en onverzorgd haar en droeg een donkere joggingbroek. Zij heeft geprobeerd een foto van hen te maken. Die personen waren daarop niet te zien, maar wel een [merk 1] , met de lichten aan.15

Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat de foto op 13 oktober 2016 omstreeks 16.27 uur is gemaakt.16

Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat er op 13 oktober 2016 omstreeks 17.45 uur een Automatic Number Plate Recognition (ANPR) hit was ter hoogte van Zwolle van de splitsing van de A28 en de A 50. Dit betrof de auto met het kenteken [kenteken] , die eerder betrokken zou zijn geweest bij een woninginbraak aan de [adres 4] te Heerde. De auto is een volgteken gegeven en tot stilstand gebracht. Er stapten drie personen uit de auto. De personen voldeden aan de signalementen die waren gegeven tijdens de briefing over de inbraak. De verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn vervolgens aangehouden.17

Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat er op het politiebureau in Apeldoorn foto’s zijn genomen van verdachten om hun signalementen te kunnen koppelen aan de verklaringen van getuigen. Verdachten is gevraagd om hun jas aan te trekken. De foto’s zijn als bijlage gevoegd.18

Medeverdachte [medeverdachte 2] is gehoord. Zij heeft verklaard dat de [merk 1] met het kenteken [kenteken] op haar naam staat. Verder heeft zij een mobiele telefoon met het nummer [nummer 1] .19 De personen met wie zij is aangehouden zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] . [verdachte] is de dikke persoon. Zij is op 13 oktober 2016 rond 10.00 uur à 10.30 uur in de auto gestapt en vanuit Dieren naar Zutphen gereden. Het was de bedoeling dat zij [medeverdachte 1] rond 11.00 uur zou ophalen. [medeverdachte 1] had haar gevraagd of zij wilde rijden omdat hij een afspraak had. Zij zijn vanuit Zutphen naar Renkum gereden om [verdachte] op te halen. Vervolgens zei [medeverdachte 1] dat zij naar Heerde moest rijden. Er werd haar gezegd hoe zij moest rijden. [medeverdachte 1] had een papier bij zich. Dat was een A4. Hij stuurde haar links en rechts. Toen zij van [medeverdachte 1] moest stoppen deed zij dat. Zij is gestopt in een woonwijk in Heerde. [verdachte] en [medeverdachte 1] stapten in Heerde uit. Zij is in de auto blijven wachten. Zij waren hooguit vijf minuten weg. Toen zij terug kwamen had [medeverdachte 1] een papiertje in zijn hand. Zij zeiden dat zij verkeerd waren. Zij moest toen een stuk verder rijden en weer wachten. Zij stapten toen weer uit en zeiden dat zij in het winkelcentrum Zwolle-Holtenbroek moest wachten, bij een patatzaak. [verdachte] en [medeverdachte 1] hadden een afspraak. Uiteindelijk kwamen zij daar, na ongeveer een half uur à drie kwartier. Zij zeiden dat de afspraak goed was gegaan. Onderweg naar huis, richting A28 en A50, werden zij aangehouden.20 Zij heeft in Heerde hooguit tien minuten gewacht. Nadat zij [medeverdachte 1] en [verdachte] in Zwolle had opgepikt is zij nog naar een andere plaats gereden. Als dat Hattem is geweest kan dat wel kloppen. Ook daar zijn zij uitgestapt en heeft zij gewacht. Na tien minuten kwamen zij weer terug. Zij heeft gestaan bij een plek met woningen. [medeverdachte 1] had een papier bij zich, verder niets. Toen zij in Heerde stond te wachten heeft zij een vrouw en een kind gezien. Die heeft zij gezien toen [verdachte] en [medeverdachte 1] terug kwamen bij de auto.21 Het kan zijn dat zij op 13 oktober 2016 langs Beekbergen is gereden, als aan de hand van de telefoon te zien is dat zij op 13 oktober 2016 in Beekbergen heeft gebeld. Zij kan zich niet herinneren dat zij in Beekbergen is gestopt.22

Er is op 16 oktober 2016 onderzoek gedaan naar een onder medeverdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen telefoon van het merk [merk 2] . Daarin stonden inkomende en uitgaande gesprekken van 13 oktober 2016. Deze kwamen overeen met reeds ontvangen historische gegevens van telefoonnummer [nummer 2] . Daardoor kon vastgesteld worden dat de simkaart en het bijbehorende nummer op 13 oktober 2016 gebruikt werd in de onder medeverdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen telefoon.23

Er is een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt over het onderzoek naar historische verkeersgegevens van de telefoonnummers [nummer 3] , [nummer 2] en [nummer 4] , die vermoedelijk in gebruik waren bij medeverdachte [medeverdachte 1] . Daaruit blijkt dat het nummer [nummer 2] op 13 oktober 2016 om 12.29 uur telefonisch contact heeft gehad. Voor deze oproep werd de telefoonmast aan de [adres 8] te Loenen aangestraald om de verbinding tot stand te brengen. Daaruit blijkt ook dat het zelfde nummer op 13 oktober 2016 om 14.05 uur een telefonisch contact heeft gehad. Voor deze oproep werd de telefoonmast aan de [adres 9] in Heerde aangestraald om de verbinding tot stand te brengen.24

Er is een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt over onderzoek naar historische verkeersgegevens van de telefoonnummers [nummer 5] en [nummer 6] , de telefoonnummers die medeverdachte [medeverdachte 2] in gebruik had. Daaruit blijkt dat het telefoonnummer [nummer 5] op 13 oktober 2016 om 12.10 telefonisch contact heeft gehad. Voor deze oproep werd de telefoonmast aan de [adres 10] te Beekbergen aangestraald om de verbinding tot stand te brengen. Op 13 oktober 2016 om 14.05 uur heeft het nummer wederom telefonisch contact. Voor deze oproep werd de telefoonmast aan de [adres 11] te Heerde aangestraald om de verbinding tot stand te brengen.25 Dit laatste contact is met een nummer dat vermoedelijk in gebruik is bij medeverdachte [medeverdachte 1] .26

Er is een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt, voorzien van een bijlage, met daarin een tijdlijn van de (pogingen tot) inbraak die hebben plaatsgevonden.27

De rechtbank acht bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten samen met medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gepleegd. Om tot deze conclusie te komen doet de rechtbank op basis van het proces-verbaal allereerst een aantal constateringen.

  • -

    Van alle feiten is er een aangifte.

  • -

    Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit is er een inklimspoor aangetroffen waarvan uit onderzoek is gebleken dat de vingerafdruk afkomstig is van verdachte.

  • -

    Het door [slachtoffer 3] (feit 2) gegeven signalement van de mannen die zij in de op straat en kort daarna ook in haar garage heeft gezien komt grotendeels overeen met dat van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] .

  • -

    Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit is een spoor aangetroffen waarvan is vastgesteld dat dit waarschijnlijk is gemaakt met de schroevendraaier die bij medeverdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen.

  • -

    Het door de getuige [getuige 1] (feit 4) gegeven signalement van de mannen die zij op 13 oktober 2016 kort voor 14.20 uur heeft zien lopen komt overeen met dat van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] , evenals hetgeen de getuige heeft verklaard over de auto met het kenteken [kenteken] waarin zij hen even later zag zitten met een derde persoon en in welke auto verdachte later die middag met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is aangetroffen. Opvallend detail is ook dat [getuige 1] heeft gezien dat één van de mannen een papier op A4-formaat in zijn hand had.

  • -

    Ook getuige [getuige 2] (feit 4) heeft rond het tijdstip waarop de inbraak is gepleegd een bellende man gezien met een papiertje in zijn hand.

  • -

    Het door de getuige [getuige 3] (feit 4) gegeven signalement van de mannen die zij heeft gezien bij de woning en kort daarna bij de auto komt overeen met dat van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] . Ook zij maakt melding van een bellende man met een papiertje in zijn hand. De door haar gegeven beschrijving van de auto en de bestuurster daarvan komt overeen met de beschrijving van medeverdachte [medeverdachte 2] en haar auto.

  • -

    De verklaringen van de getuigen [getuige 3] en [getuige 1] worden bevestigd door de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] , die heeft verklaard dat zij met verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] in Heerde is geweest en dat zij een vrouw met een kind heeft gezien op het moment dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] weer bij de auto kwamen. Medeverdachte [medeverdachte 2] maakt tevens melding van het feit dat medeverdachte [medeverdachte 1] een papier bij zich had.

  • -

    Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat zij medeverdachte [medeverdachte 1] en daarna verdachte op 13 oktober 2016 heeft opgehaald en dat zij daar omstreeks 12.45 uur zijn vertrokken, mogelijk via Beekbergen naar Heerde zijn gereden en dat zij in Heerde twee keer zijn gestopt, waarbij verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] de auto hebben verlaten. De eerste keer waren zij hooguit vijf minuten weg. Vervolgens is zij naar Zwolle gereden waar zij op verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gewacht en van daaruit zijn zij naar Hattem gereden.

De rechtbank stelt op grond van de hiervoor vermelde bewijsmiddelen vast dat verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] elkaar kennen, dat zij op 13 oktober 2016 vanaf ongeveer 12.45 uur met elkaar op pad zijn geweest en dat op verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] gelijkende personen meerdere keren in elkaars nabijheid zijn gezien ten tijde van de (pogingen tot) inbraak, waarvan onder de feiten 1 tot en met 4 aangifte is gedaan, dan wel dat een van hen daar sporen heeft achtergelaten. Daar komt bij dat uit de historische gegevens van de telefoonnummers die (vermoedelijk) aan medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] toebehoren volgt dat deze telefoonnummers rond de tijdstippen van de (pogingen tot) inbraak telkens in de buurt waren van de inbraaklocaties. Dit komt ook overeen met de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] . Tot slot overweegt de rechtbank dat verdachten op 13 oktober 2016 omstreeks 17.45 uur zijn aangehouden in de buurt van Zwolle.

Uit al het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, concludeert de rechtbank dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] de mannen zijn geweest die op 13 oktober 2016 samen op pad zijn gegaan om in Beekbergen, Heerde en Hattem inbraken te plegen.

Hoewel er voor het onder 2 ten laste gelegde feit geen steunbewijs is, bijvoorbeeld in de vorm van een verklaring van een getuige of een dactyloscopisch spoor, acht de rechtbank ook dit feit bewezen. Verdachten hebben telkens samen de auto verlaten en hebben nagenoeg voortdurend in elkaars nabijheid verkeerd. Uit het voorgaande blijkt dat er een gezamenlijk plan is geweest om te gaan inbreken, dat het gezamenlijk plan ten uitvoer is gebracht en waarbij het willekeur lijkt te zijn geweest wie van beiden bij welke woning aan de slag zou gaan. Dit maakt dat de rechtbank verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] als gelijkwaardige partners beschouwt en daarmee als medeplegers.

3. Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 tot met 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij, op of omstreeks 13 oktober 2016 te Beekbergen, gemeente Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 2] ) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen

en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, zich naar voornoemde woning heeft begeven en/of (met een breekvoorwerp) een deur van die woning heeft gepoogd te forceren en/of een raam van die woning heeft geforceerd en/of

(vervolgens) zich via voornoemd (geforceerd) raam toegang heeft verschaft tot

voornoemde woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij, op of omstreeks 13 oktober 2016 te Heerde, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 3] weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, zich naar voornoemde woning heeft begeven en/of via een openstaande (achter)deur van die woning zich toegang heeft verschaft tot die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij, op of omstreeks 13 oktober 2016 te Heerde, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 4] ) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, zich naar voornoemde woning heeft begeven en/of een (achter)deur en/of een raam van die woning

(met een breekvoorwerp) heeft geforceerd, althans gepoogd te forceren, en/of (vervolgens) zich via voornoemd (geforceerd) raam toegang heeft verschaft tot voornoemde woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij, op of omstreeks 13 oktober 2016 te Hattem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 5] ) heeft weggenomen een (gouden) horloge (merk Zwitserland), een (gouden) ketting (Zeeuwse mutsenbel), een (zilveren) armband, een (zilveren) ring, een

(zilveren) ketting en/of (gouden) oorbellen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 en 3 telkens:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

Ten aanzien van feit 2:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Ter toelichting heeft de officier van justitie aangevoerd dat zij gelet op de ernst en de hoeveelheid feiten, de LOVS richtlijnen en gelet op de eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke feiten, geen enkele aanleiding ziet om een voorwaardelijk strafdeel te gaan eisen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft naast bepleite vrijspraak voor de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten subsidiair verzocht om bij een eventuele bewezenverklaring aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, met daarnaast een voorwaardelijk gevangenisstraf met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden, waaronder elektronisch toezicht.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden – dat verdachte zich op één dag schuldig heeft gemaakt aan een gekwalificeerde diefstal en drie pogingen daartoe. Deze zijn op brutale wijze uitgevoerd. Verdachte heeft het kennelijk vooral voorzien op woningen waar oudere mensen woonden. Dit zijn ernstige feiten, waarbij er veel schade en overlast voor de benadeelden is veroorzaakt.

Bij de bepaling van de hoogte van de straf heeft de rechtbank onder meer de oriëntatiepunten straftoemeting bij frequentie recidive van het landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en rechtbanken in aanmerking genomen (LOVS).

Anderzijds heeft de rechtbank rekening gehouden met het door Reclassering Nederland over verdachte opgemaakte voorlichtingsrapport. Daaruit blijkt dat er tot een veroordeling in 2012, waarbij verdachte is veroordeeld tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD), een duidelijk delictpatroon bij verdachte zichtbaar was. Daarvan was nadien geen sprake meer. Verdachte had structuur en stabiliteit in zijn leven, had een relatie en zorg voor zijn kinderen. Na beëindiging van de relatie verloor hij zijn structuur en viel hij terug in zijn oude gedrag. Er wordt geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden die zijn gericht op preventie en behandeling.

Alles overwegende zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur. Aan het voorwaardelijk strafdeel zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden, met uitzondering van het locatieverbod en elektronisch toezicht. De rechtbank ziet op dit moment geen meerwaarde in de combinatie van een locatieverbod en elektronisch toezicht.

Omdat de verdachte een verplichte behandeling dient volgen komt de rechtbank tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van kortere duur dan door de officier van justitie is gevorderd. De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht in mindering worden gebracht.

7a. Inbeslaggenomen goederen

De officier van justitie heeft gevorderd de teruggave te gelasten van een paar schoenen aan verdachte.

De raadsvrouw heeft zich hier niet over uitgelaten.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de onder verdachte in beslag genomen schoenen.

7b. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 446,43 (€ 96,43 materiële en € 350,-- immateriële schade).

De benadeelde [slachtoffer 4] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 250,-- (immateriële schade).

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht tot volledige toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] . Tevens heeft de officier van justitie verzocht deze te vermeerderen met de wettelijke rente en heeft zij verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 4] , gelet op de bepleite vrijspraak, af te wijzen. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de vorderingen wegens het ontbreken van een onderbouwing niet-ontvankelijk te verklaren.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] gevorderde materiële schade van € 96,43 afwijzen. Uit de vordering met bijlage blijkt dat de benadeelde partij na de op 13 oktober 2016 gepleegde inbraak, inbraakwerende goederen heeft aangeschaft. Deze gevorderde schade is geen rechtstreekse schade , zoals bedoeld in artikel 361, tweede lid, aanhef en sub b van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank is van oordeel dat ook zonder onderbouwing voldoende is komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 5] als gevolg van het onder 3 bewezen verklaarde handelen de gevorderde immateriële schade heeft geleden. Dit soort delicten maken een ernstige inbreuk op het gevoel van slachtoffers in een door hen vertrouwde en veilig gewaande omgeving. Dit geldt in het bijzonder voor de minder weerbaren in de samenleving zoals hoogbejaarden. De rechtbank zal het gevorderde bedrag toewijzen.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde [slachtoffer 4] wegens betwisting en een gebrek aan onderbouwing niet-ontvankelijk verklaren.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:

Meldplicht

- zich binnen vijf dagen na zijn detentie, tussen 09.00 uur en 11.00 uur, zal melden bij Reclassering Nederland, Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem (088-8041401). Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit gedurende deze periode noodzakelijk acht en veroordeelde dient zich te houden aan de aanwijzingen en voorwaarden door en/of namens Reclassering Nederland gegeven;

Behandelverplichting – Ambulante behandeling

- wordt verplicht om zich ambulant te laten behandelen bij forensische polikliniek Kairos of een soortgelijke ambulante (forensische) zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij betrokkene zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Alcoholverbod

- wordt verboden alcohol te drinken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De controle op de naleving van deze bijzondere voorwaarde zal ondersteund worden door middel van middelencontrole (urinecontroles);

De rechtbank:

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 gelast de teruggave van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen veroordeelde, te weten:

- een paar schoenen;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], van een bedrag van € 350,-- (driehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 5] , een bedrag te betalen van € 350,-- (driehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 7 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in diens vordering (feit 3).

Dit vonnis is gewezen door Mr. D.S.M. Bak (voorzitter), mr. E.M. Vermeulen en mr. M.G.J. Post, rechters, in tegenwoordigheid van A.B.M. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 februari 2017.

Mr. Post en mr. Vermeulen zijn buiten staat mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de districtsrecherche Noord- en Oost Nederland, opgemaakte proces-verbaal, onderzoeknummer ON3R016102, gesloten op 1 december 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 216-217

3 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 222

4 Proces-verbaal van uitslag dactyloscopisch onderzoek, genummerd PL0600-2016506308, opgemaakt op 8 december 2016 door [verbalisant] voornoemd

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 88-89

6 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] , p. 96

7 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] namens [slachtoffer 5] , p. 31

8 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] , p. 41-42

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 43-44

10 Proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 76-78

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 49

12 Proces-verbaal van vergelijkend werktuigsporenonderzoek, p. 80-82

13 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] en de daarbij behorende goederenbijlage, p. 99-100, p. 102

14 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] , p. 113

15 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] , p. 120-121, met als bijlage de foto, p. 122

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 126

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 48

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 68-74.

19 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 397

20 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 400-405

21 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 414-416

22 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] , p. 427

23 Proces-vervaal van bevindingen, p. 261

24 Proces-verbaal van bevindingen, p. 270-271

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 272

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 271

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 273-274