Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:801

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-02-2016
Datum publicatie
16-02-2016
Zaaknummer
05/880686-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 21-jarige jongeman uit Deventer is veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval met ernstige gevolgen, als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Het ongeval vond plaats op 21 maart 2015, op de afrit van de A1 ter hoogte van tankstation ‘Lucasgat’ in de gemeente Apeldoorn. Verdachte heeft met hoge snelheid – ongeveer 120 kilometer per uur - de afrit naar het tankstation genomen en is aan het einde van de afrit eerst tegen een gasafsluiter gebotst en vervolgens ook nog tegen meerdere bij het tankstation geparkeerd staande auto’s. In een van die auto’s zat een medewerker van het tankstation pauze te houden. Door de botsing is een explosie ontstaan, die uitmondde in een grote brand. Aan verdachte is een werkstraf van 150 uur opgelegd en daarnaast is hem de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voorwaardelijk ontzegd voor de duur van 1 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/880686-15

Datum uitspraak : 12 februari 2016

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [woonplaats] .

Raadsman: mr. T. Seker, advocaat te Enschede.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

29 januari 2016.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 21 maart 2015 te Kootwijk in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting Amsterdam, daarmee rijdende over de weg, Rijksweg A1

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) met een

snelheid gelegen tussen ongeveer 119 en 131 kilometer per uur, de afslag naar de aan de Rijksweg A1 aldaar gelegen parkeerplaats en het tankstation "Lucasgat" is opgereden en/of

naar de (storings)displays op het dashoard van het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) heeft gekeken of is blijven kijken en/of

niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg, die afrit van de Rijksweg A1 en/of

met die snelheid, althans nagenoeg die snelheid,- zijnde een te hoge snelheid gelet op de wegsituatie en/of omstandigheden aldaar-, in ieder geval met een grotere snelheid dan de aldaar, middels een in de berm van die weg, die afslag van de Rijksweg A1, geplaatst bord A1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aangegeven maximum snelheid van 50 kilometer per uur, heeft gereden en/of is blijven rijden en/of

in strijd met artikel 77 lid 1 van voormeld reglement een puntstuk heeft gebruikt en/of

via een stoeprand tegen een zich op een verhoging bevindend blok beton, waarop een aantal palen was bevestigd en/of een gasafsluiter/gasvulopening bevond/en, is gebotst of aangereden, ten gevolge waarvan of waarbij dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) werd gelanceerd en/of met het dak op een aantal aldaar geparkeerd staande andere motorrijtuigen (personenauto's) terecht is gekomen, terwijl in één van die motorrijtuigen (personenauto's) een persoon (het slachtoffer [slachtoffer] )was gezeten, althans aanwezig was en/of

ten gevolge waarvan of waarbij een ontploffing en/of brand is ontstaan, waardoor een aantal andere motorrijtuig/en in brand zijn geraakt

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

art 6 Wegenverkeerswet

Subsidiair

hij op of omstreeks 21 maart 2015 te Kootwijk in de gemeente Apeldoorn, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting Amsterdam, daarmee op de weg, Rijksweg A1,

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) met een snelheid gelegen tussen ongeveer 119 en 131 kilometer per uur heeft gereden en/of met die snelheid de afslag naar de aan de Rijksweg A1 aldaar gelegen parkeerplaats en het tankstation "Lucasgat" is opgereden en/of

met die snelheid, althans nagenoeg die snelheid,- zijnde een te hoge snelheid gelet op de wegsituatie en/of omstandigheden aldaar-, in ieder geval met een grotere snelheid dan de aldaar, middels een in de berm van die weg, die afslag van de Rijksweg A1, geplaatst bord A1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aangegeven maximum snelheid van 50 kilometer per uur, heeft gereden en/of is blijven rijden en/of

in strijd met artikel 77 lid 1 van voormeld reglement een puntstuk heeft gebruikt en/of

via een stoeprand tegen een zich op een verhoging bevindend blok beton, waarop een aantal palen was bevestigd en/of een gasafsluiter/gasvulopening bevond/en, is gebotst of aangereden, ten gevolge waarvan of waarbij dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) werd gelanceerd en/of met het dak op een aantal aldaar geparkeerd staande andere motorrijtuigen (personenauto's) terecht is gekomen, terwijl in één van die motorrijtuigen (personenauto's) een persoon (het slachtoffer [slachtoffer] )was gezeten, althans

aanwezig was en/of ten gevolge waarvan of waarbij een ontploffing en/of brand is ontstaan, waardoor een aantal andere motorrijtuig/en in brand zijn geraakt, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 21 maart 2015 omstreeks 16:00 uur reed verdachte in zijn personenauto (van het merk Mercedes) op de Rijksweg A1 richting Apeldoorn, komende uit de richting van Amsterdam, toen zijn auto een storing aangaf.2Verdachte zag verderop een tankstation liggen en besloot bij het tankstation te stoppen. Met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur nam verdachte op de A1 de afslag naar tankstation Lucasgat, gelegen in Kootwijk/Apeldoorn.3 Blijkens het aangebrachte verkeersbord A1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, bedroeg de ter plaatse toegestane maximumsnelheid op de oprit van het tankstation 50 kilometer per uur.4 Bij het nemen van de afslag en het naderen van het tankstation bleef verdachte naar de storingslampjes op het dashboard kijken, waardoor hij te langzaam c.q. te laat heeft geremd.5 Ter hoogte van de splitsing, die de wegen scheidt die naar de benzinepomp en de parkeerplaats leiden, raakte het voertuig van verdachte met het rechterachterwiel naast de wegverharding (hierna: het puntstuk).6 Vervolgens reed verdachte met zijn auto via de stoeprand op een groot betonblok met vier palen.7 Hierop werd de auto van verdachte gelanceerd en reed hij de gasafsluiter c.q. gasvulopening stuk, waardoor de auto van verdachte over de kop sloeg en landde op een daar geparkeerd staande auto. In deze auto zat een medewerkster van de benzinepomp, genaamd [slachtoffer] , haar pauze te genieten. Vervolgens is de auto van verdachte geëxplodeerd en is er een grote brand uitgebroken.8 Op een gegeven moment is [slachtoffer] erin geslaagd uit haar auto te komen. Vanwege haar verwondingen is [slachtoffer] met een ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. In het ziekenhuis is vastgesteld dat [slachtoffer] eerstegraads brandwonden had aan de rechterkant van haar gezicht, aan haar hals en aan haar linkerhand. Voorts heeft zij door het ongeval een tweedegraads brandwond aan haar rechteroorschelp opgelopen.9 Als gevolg van de brand zijn tevens diverse voertuigen uitgebrand.10

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, met dien verstande dat de schuldgradatie wordt aangemerkt als aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en de officier van justitie bewezen vindt dat [slachtoffer] ten gevolge van het letsel dat zij heeft opgelopen door het ongeval niet heeft kunnen werken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Niet uit te sluiten is dat het ongeval (mede) door een technisch mankement aan de auto is veroorzaakt.

Beoordeling door de rechtbank

Bewijsoverweging

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in botsing is geraakt met een gasafsluiter/gasvulopening en vervolgens met meerdere voertuigen, waaronder het voertuig van [slachtoffer] , alsmede dat [slachtoffer] als gevolg van het ongeval letsel heeft bekomen.

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of deze botsing is veroorzaakt door zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam verkeersgedrag van verdachte. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en voorts naar de overige omstandigheden van het geval. Voorts verdient opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin (vgl. HR 1 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5822, NJ 2005/252).

De rechtbank is van oordeel dat het handelen van verdachte, zoals hierna omschreven, niet dermate onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam was, dat dit als zeer onoplettend (grove verkeersfout) moet worden aangemerkt. Van dit onderdeel van de tenlastelegging dient verdachte dan ook te worden vrijgesproken.

Wel is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een aanmerkelijke verkeersfout. Daartoe is het volgende van belang.

In de opgemaakte verkeersongevalanalyse is geconcludeerd dat het verkeersdelict vooral het gevolg was van menselijk handelen. De meest waarschijnlijke oorzaak was een rij- c.q. beoordelingsfout van de bestuurder van de Mercedes. De bestuurder van de Mercedes heeft namelijk te snel gereden, althans sneller dan de toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur.11

Uitgaande van de camerabeelden waarop het ongeval is te zien, bedroeg de gemiddelde snelheid van verdachte op het moment dat hij het puntstuk en het betonblok met palen naderde volgens het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) naar schatting tussen de 119 en 131 kilometer per uur.12

Verdachte is met een snelheid van ongeveer 120 km per uur de afslag Lucasgat opgereden en is doelbewust richting het tankstation gereden. Op de oprit van het tankstation gold een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, hetgeen voor verdachte zichtbaar moet zijn geweest, gelet op het langs de weg aangebrachte verkeersbord A1. Onderzoek door het NFI wijst uit dat verdachte tussen de 119 en 131 kilometer per uur reed toen hij het tankstation naderde, hetgeen aansluit op hetgeen verdachte daar zelf over heeft verklaard. Terwijl verdachte het tankstation naderde en op zijn dashboard bleef kijken, heeft verdachte verzuimd zijn snelheid te matigen, terwijl het een feit van algemene bekendheid is dat zich om en nabij het tankstation en de parkeerplaats voetgangers, geparkeerde auto’s en brandgevaarlijke (brandstof)installaties kunnen bevinden. Verdachte had zijn snelheid moeten aanpassen en zijn aandacht op de weg voor hem en op het (voetgangers)gebied rond het tankstation moeten houden in plaats van op het dashboard. Vervolgens heeft verdachte niet goed gestuurd, waardoor hij met zijn voertuig tegen de stoeprand is gekomen, diverse palen heeft geraakt en vervolgens tegen een gasafsluiter/gasvulopening is gebotst. Hierna is de auto van verdachte gelanceerd en op geparkeerde voertuigen, waaronder de auto van [slachtoffer] , terecht gekomen, waarna een explosie is gevolgd.

De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat het stuur van de auto van verdachte begon te trillen en dat zijn rem niet goed functioneerde toen verdachte op de afrit naar het tankstation reed en het tankstation naderde. Hierbij acht de rechtbank van belang dat verdachte hierover in eerste instantie niets heeft verklaard bij de politie. Bij de politie heeft verdachte immers enkel verklaard dat zijn auto een storing aangaf, dat hij langere tijd naar de storingslampjes heeft gekeken en dat hij als gevolg daarvan te laat heeft geremd. Daar komt bij dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat de auto eerder die dag geen technische mankementen vertoonde en dat de auto recent een onderhoudsbeurt had gehad.13Ook overigens ziet de rechtbank in het dossier geen enkel aanknopingspunt voor een technisch mankement, dat het ongeval zou hebben veroorzaakt.

Samenvattend is de rechtbank van oordeel dat verdachte in korte tijd meerdere elkaar opvolgende verkeersfouten heeft gemaakt. Verdachte heeft zich laten afleiden, waardoor hij niet (tijdig) zijn snelheid heeft gematigd toen hij het tankstation naderde. Vervolgens heeft hij een stuurfout gemaakt. Gelet op deze verkeersfouten, het geheel van de gedragingen van verdachte en de aard en de ernst daarvan is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich hiermee in een situatie heeft gebracht waar een ongeval, zoals dat heeft plaatsgevonden, voorzienbaar was. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden. Dit betekent dat sprake is van een aanmerkelijke verkeersfout.

Het gedrag van verdachte is ook verwijtbaar omdat de verkeersfouten vermijdbaar waren. Verdachte had zijn aandacht op de weg voor hem en op de parkeerplaats en het tankstation gericht moeten houden in plaats van op de storingsdisplays op het dashboard. Ook had verdachte zijn snelheid moeten aanpassen toen hij het tankstation naderde.

Het ongeval is daarom niet alleen door het handelen van verdachte veroorzaakt, maar ook aan zijn schuld te wijten in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Letsel [slachtoffer]

Op 11 september 2015 heeft getuige bij de politie verklaard dat ze ten gevolge van het ongeval een derdegraads brandwond aan haar oor heeft opgelopen. De brandwonden zijn inmiddels geheeld, maar het litteken is blijvend. Verder is de schouder van getuige bekneld geraakt bij het uitstappen uit de auto en door de kracht die daarmee gepaard is gegaan. Als gevolg hiervan heeft getuige een permanente zenuwpijn, die met medicijnen wordt behandeld. Voorts heeft een MRI-scan uitgewezen dat er een zenuw bekneld heeft gezeten tussen haar vierde en vijfde nekwervel. Getuige ondervindt nog steeds zenuwpijn in haar schouder en nek en is nog niet aan het werk. Ze heeft na de aanrijding wel korte tijd op therapeutische basis gewerkt, maar ze kreeg last van de zenuwpijn en werd daarvoor met medicatie behandeld. Daar verdachte voor haar woon-werkverkeer is aangewezen op de auto en haar medicatie haar rijvaardigheid negatief kan beïnvloeden, kan ze niet werken.14

Ter zitting heeft getuige verklaard dat ze in januari 2016 een ingreep in haar schouder heeft gehad en dat ze nog steeds niet in staat is om te werken.15

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat het aan de schuld van verdachte is te wijten dat aan [slachtoffer] lichamelijk letsel is toegebracht, waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 21 maart 2015 te Kootwijk in de gemeente Apeldoorn, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting Amsterdam, daarmee rijdende over de weg, Rijksweg A1

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) met een

snelheid gelegen tussen ongeveer 119 en 131 kilometer per uur, de afslag naar de aan de Rijksweg A1 aldaar gelegen parkeerplaats en het tankstation "Lucasgat" is opgereden en/of

naar de (storings)displays op het dashboard van het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) heeft gekeken en is blijven kijken en/of

niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg, die afrit van de Rijksweg A1 en/of

met die snelheid, althans nagenoeg die snelheid,- zijnde een te hoge snelheid gelet op de wegsituatie en/of omstandigheden aldaar-, in ieder geval met een grotere snelheid dan de aldaar, middels een in de berm van die weg, die afslag van de Rijksweg A1, geplaatst bord A1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 aangegeven maximum snelheid van 50 kilometer per uur, heeft gereden en/of is blijven rijden en/of

in strijd met artikel 77 lid 1 van voormeld reglement een puntstuk heeft gebruikt en/of

via een stoeprand tegen een zich op een verhoging bevindend blok beton, waarop een aantal palen was bevestigd en/of zich een gasafsluiter/gasvulopening bevond/en, is gebotst of aangereden, ten gevolge waarvan of waarbij dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) werd gelanceerd en/of met het dak op een aantal aldaar geparkeerd staande andere motorrijtuigen (personenauto's) terecht is gekomen, terwijl in één van die motorrijtuigen (personenauto's) een persoon (het slachtoffer [slachtoffer] ) was gezeten, althans aanwezig was en/of

ten gevolge waarvan of waarbij een ontploffing en/of brand is ontstaan, waardoor een aantal andere motorrijtuig/en in brand zijn geraakt

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander dusdanig letsel wordt toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 60 uur en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorvoertuigen te besturen voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Het standpunt van de verdediging

In geval van strafoplegging heeft de raadsman een geldboete zonder oplegging van een ontzegging van de bevoegdheid om motorvoertuigen te besturen bepleit, subsidiair met oplegging van een geheel voorwaardelijke ontzegging van voormelde bevoegdheid.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op een verdachte betreffend uittreksel uit

het algemeen documentatieregister, gedateerd 10 december 2015.

Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt met ernstige gevolgen. [slachtoffer] heeft de schrik van haar leven gekregen toen zij in haar pauze in de auto aan het bellen was met haar vader en de auto van verdachte op haar auto klapte en er een ontploffing volgde. Naast de psychische gevolgen van het ongeval, heeft [slachtoffer] een (blijvend) litteken van de brandwonden die zij als gevolg van het ongeval heeft opgelopen. Voorts had zij ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting, tien maanden na het ongeval, nog te kampen met zenuwpijn. Daarnaast heeft het ongeval veel impact gehad op anderen die het ongeval hebben gezien.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij door zijn verkeersgedrag de veiligheid van anderen in gevaar heeft gebracht. Verdachte mag van geluk spreken dat het ongeval geen dodelijke gevolgen heeft gehad.

Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte geen relevante justitiële documentatie heeft en dat hij zelf ook ernstig letsel heeft opgelopen ten gevolge van het ongeval. Ten tijde van de zitting was verdachte nog herstellende en niet in staat om te werken in zijn eigen bakkerij. Daar verdachte een invaller heeft moeten inhuren om zijn werkzaamheden in de bakkerij waar te nemen, heeft het ongeval voor hem tevens tot financiële problemen geleid. Ook zijn toekomst als voetbaltrainer in Turkije heeft verdachte als gevolg van zijn letsel moeten opgeven.

Alles overwegende, is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf een passende reactie vormt. Gelet op de ernst van het verwijt dat de rechtbank aan verdachte maakt, komt de rechtbank, anders dan de officier van justitie, tot een geheel onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 150 uur. Voorts zal de rechtbank de geëiste ontzegging van de rijbevoegdheid geheel voorwaardelijk opleggen voor de duur van 1 jaar met een proeftijd van 2 jaar. Deze straf geldt als stok achter de deur opdat verdachte als automobilist blijvend de in het verkeer benodigde voorzichtigheid en oplettendheid in acht zal nemen. Gelet op het tijdsverloop tussen het ongeval en de behandeling ter terechtzitting en gezien het feit dat verdachte in die periode geen strafbare feiten heeft gepleegd, acht de rechtbank het niet passend thans nog een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid aan verdachte op te leggen.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikel 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 150 (honderdvijftig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;

ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van

1 (één) jaar;

 bepaalt, dat deze bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter

later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een

proeftijd van 2 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Bijl, voorzitter, mr. S. Kropman en mr. J.M. van Santen, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 februari 2016.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie-eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015140225, gesloten op 8 juni 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 2 en proces-verbaal verhoor verdachte, p. 64.

3 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 65, proces-verbaal verkeersongevalsanalyse, p. 113.

4 Proces-verbaal verkeersongevalsanalyse, p. 113.

5 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 64-65 en de verklaring van verdachte afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 29 januari 2016.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 58-59.

7 Proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 2 en proces-verbaal verkeersongevalsanalyse, p. 113.

8 Proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 2.

9 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 33-34.

10 Proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 2.

11 Proces-verbaal verkeersongevalsanalyse, p. 116.

12 Rapportage vooronderzoek NFI-aanvraag, p. 137.

13 Verklaring van verdachte afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 29 januari 2016.

14 Proces-verbaal van verhoor getuige, PL 0600-2015140225-33, p. 1-2.

15 Verklaring afgelegd door de getuige ter terechtzitting van 29 januari 2016.