Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:7178

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-12-2016
Datum publicatie
09-02-2018
Zaaknummer
307899 FZ RK 16/2250
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek herroeping adoptie is door verzoeker ruim buiten de in artikel 1:231 lid 2 BW genoemde termijn ingediend. Gelet op de omstandigheden van het geval is toepassing van de genoemde termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Verzoeker is ontvankelijk in zijn verzoek.

Verzoek herroeping adoptie is toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: 307899 FZ RK 16/2250

beschikking van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 16 december 2016

op het verzoek van:

[verzoeker] voorheen [vroegere geslachtsnaam],

hierna te noemen verzoeker,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. A.M. van Rossum te Arnhem.

Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

 het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 9 september 2016;

 het journaalbericht met bijlagen van mr. Van Rossum van 12 oktober 2016;

 de brief van [adoptievader] van 1 december 2016;

 het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting op 12 december 2016.

De feiten

Blijkens de geboorteakte met nummer 607 is op [geboortedatum] 1970 in de gemeente [naam gemeente] verzoeker geboren, als zoon van:

[moeder] (hierna te noemen de moeder), en [vader] (verder te noemen de biologische vader).

Verzoeker kreeg bij geboorte de geslachtsnaam van de biologische vader, te weten [geslachtsnaam 1].

Bij Koninklijk Besluit van 2 juli 1980, nr. 118, is onder meer de geslachtsnaam van verzoeker gewijzigd in [geslachtsnaam 1].

Bij beschikking van de rechtbank Zutphen van 22 september 1982 is verzoeker geadopteerd door [adoptievader] (verder te noemen adoptiefvader).

Blijkens het uittreksel uit een overlijdensakte is de biologische vader op [datum overlijden] 2016 te [plaats] overleden.

Bij Koninklijk Besluit van 31 augustus 2016, nr. 20016001484, is onder meer de geslachtsnaam van verzoeker gewijzigd in [geslachtsnaam 2].

Uit het huwelijk van verzoeker en [naam] zijn geboren de minderjarigen:

[kind 1] voorheen [vroegere geslachtsnaam], geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats],

[kind 2] voorheen [vroegere geslachtsnaam], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats].

Het verzoek

De verzoeker verzoekt de rechtbank, bij beschikking, de adoptie van verzoeker door adoptiefvader te herroepen.

Hij stelt - kort samengevat - dat de herroeping van de adoptie in het kennelijk belang van verzoeker is. De adoptie heeft voor verzoeker nooit inhoud gehad en is de afgelopen jaren voor hem als ondraaglijk in ieder geval erg belastend geworden. Zowel in de periode dat verzoeker in het gezin van adoptiefvader woonde als nadien heeft verzoeker nooit een substantiële band met adoptiefvader gehad. Verzoeker heeft erg slechte herinneringen aan deze tijd. Specifiek het gedrag van adoptiefvader in de jaren die daarop volgden resulteerden in een koele relatie die zich beperkte tot de verplichte verjaardagen en een kerstdag. Pas na de geboorte van het oudste kind van verzoeker is hij op zoek gegaan naar zijn vader en heeft hij contact gekregen met zijn vader. Langzaam werd duidelijk dat zijn biologische vader wel degelijk contact met hem had willen blijven houden en een vader voor hem had willen blijven. Verzoeker gaat er onder gebukt om kind te zijn van adoptiefvader met wie hij niets heeft nu hij weet dat zijn biologische vader er voor hem had willen zijn. Er is bij verzoeker een steeds sterkere behoefte ontstaan om de juridische status in overeenstemming te brengen met de biologische. Dit zal de stabiliteit van verzoeker ten goede komen. Het is voor (het hervinden van) de identiteit van verzoeker van groot belang dat verzoeker terugkeert in de familieband aangewezen door de geboorte. Ondanks dat de termijn voor het indienen van het verzoek inmiddels is verstreken dient het verzoek te worden toegewezen, gelet op de bescherming van artikel 8 lid 2 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), het feit dat verzoeker pas recentelijk met de mogelijkheid tot herroeping bekend is geworden en verzoeker pas relatief kort geleden kennis heeft gekregen aan zijn vader.

Het standpunt van de belanghebbenden

De in deze procedure aangemerkte belanghebbenden, te weten de moeder, de echtgenote van verzoeker en zijn kinderen, voeren geen verweer tegen het verzoek tot herroeping van de adoptie.

Blijkens de brief van adoptiefvader van 1 december 2016 voert hij eveneens geen verweer tegen het onderhavige verzoek.

De beoordeling

Wettelijke grondslag en ontvankelijkheid

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:231 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van de geadopteerde worden herroepen. Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat het verzoek alleen kan worden toegewezen, indien de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid der herroeping in gemoede overtuigd is en het verzoek is ingediend niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag, waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden.

De in het tweede lid vermelde termijn was op het moment van indiening van het verzoekschrift door verzoeker reeds lang verstreken.

Artikel 8 lid 1 van het EVRM bepaalt dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Ingevolge het tweede lid van dit artikel is geen inmenging van enig openbaar gezag toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
De rechtbank is van oordeel dat de mogelijkheid tot herroeping van de adoptie rechtstreeks betrekking heeft op de uitoefening van het recht op respect voor het privéleven van verzoeker, in die zin dat hij niet langer juridische banden met zijn adoptiefvader heeft, en voor zijn familie- en gezinsleven met zijn biologische vader, dat ingevolge artikel 8 EVRM bescherming verdient.
De beperking van de termijn waarbinnen een verzoek tot herroeping van de adoptie kan worden ingediend als bedoeld in artikel 1:231 lid 2 BW is aldus te beschouwen als een bij wet voorziene inmenging door het openbaar gezag in het recht op privé-, familie- en gezinsleven van verzoeker.
In het onderhavige geval zal dan ook moeten worden beoordeeld of deze inmenging in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Ter beantwoording van deze vraag overweegt de rechtbank allereerst dat blijkens de wetsgeschiedenis de herroeping van een adoptie aan een termijn is verbonden om te voorkomen dat louter materiële en zelfs onedele motieven een rol spelen en opdat de geadopteerde de herroeping niet kan gebruiken als dreigmiddel jegens zijn adoptiefouder(s) teneinde zo enkele verlangens in te willigen alsook om te voorkomen dat de positie van de echtgeno(o)te en de kinderen van de geadopteerde, die ook in familierechtelijke betrekking met de adoptiefouder(s) staan, teveel afhangt van de handelingen van de geadopteerde.
Aldus spitst voornoemde vraag zich toe op de vraag of de termijnstelling van artikel 1:231 lid 2 BW moet worden beschouwd als een inmenging die noodzakelijk is ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt dienaangaande dat niet valt in te zien dat de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen alleen kan worden gewaarborgd door de herroeping van adoptie slechts gedurende een beperkte termijn mogelijk te maken. Dergelijke belangen kunnen immers ook bij beoordeling van een later gedaan verzoek worden meegewogen. Het voorgaande klemt te meer nu de termijnbeperking ertoe leidt dat een dergelijke, ongetwijfeld zeer ingrijpende, keuze moet worden gemaakt op jonge leeftijd. De gestelde termijn belemmert verzoeker in zijn wens en belang om zijn biologische afstamming ook juridisch bevestigd te krijgen en de juridische banden met zijn adoptiefvader formeel te verbreken.

De rechtbank komt tot het oordeel dat gezien de door verzoeker aangevoerde omstandigheden met betrekking tot de gang van zaken rondom zijn adoptie, toepassing van de in artikel 1:231 lid 2 BW genoemde termijn in casu naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat de termijnoverschrijding zeer ruim is doet aan dat oordeel niet af. De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende omstandigheden. De moeder is met adoptiefvader gehuwd toen verzoeker ongeveer twee jaar oud was en de adoptie heeft plaatsgevonden toen verzoeker twaalf jaar oud was. De moeder en adoptiefvader zijn gescheiden toen verzoeker zestien jaar oud was. Verzoeker heeft weinig herinnering aan de adoptie. Verzoeker is eenmaal verteld dat zijn biologische vader geen contact met hem wilde. Daarna is er niet meer over gesproken. Van die veronderstelling is verzoeker zijn gehele jeugd en totdat hij zelf vader werd, uitgegaan. Na de geboorte van zijn oudste kind is verzoeker op zoek gegaan naar zijn vader en heeft hij contact gekregen met zijn vader. De biologische vader is een rolmodel voor verzoeker geworden en verzoeker kan zich identificeren met zijn vader. Er is bij hem een steeds sterkere behoefte ontstaan om de juridische status in overeenstemming te brengen met de biologische. De rechtbank begrijpt van verzoeker dat dit een proces van jaren is geweest. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de man ontvankelijk is in zijn verzoek tot herroeping van de adoptie.

Herroeping

Verzoeker heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat het voor zijn identiteit van bijzonder belang is dat er een juridische band met zijn biologische vader ontstaat. Zijn wens om te worden geaccepteerd als biologisch kind van zijn vader is een rechtens te rechtvaardigen belang, dat ook na jaren nog moet kunnen worden gerealiseerd. Dit geldt temeer nu er in het verleden door zijn moeder en adoptiefvader niet of nauwelijks over de adoptie werd gesproken, hij geen hechte band had met zijn adoptiefvader en hij pas op latere leeftijd contact met zijn biologische vader heeft gekregen. Verzoeker heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij naar aanleiding hiervan in een identiteitscrisis terecht is gekomen en hij psychisch last ondervindt van zijn adoptie en de jeugd die hij heeft doorgemaakt met adoptiefvader. Nu het onderhavige verzoek in het kennelijk belang van verzoeker kan worden geacht, de rechtbank in gemoede overtuigd is van de redelijkheid van het verzoek en de belanghebbenden instemmen met het onderhavige verzoek, zal de rechtbank het verzoek van verzoeker hieromtrent toewijzen.

De beslissing

De rechtbank:

herroept de adoptie van:

[verzoeker] voorheen [vroegere geslachtsnaam] , geboren op [geboortedatum] 1970 in de gemeente [naam gemeente],

door [adoptievader], gedaan op 22 september 1982;

gelast de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in de gemeente Doetinchem de in de registers van die gemeente voorkomende akte van geboorte nr. 607 van het jaar 1970 te wijzigen aldus dat de adoptie is herroepen;

verstaat dat de wijziging geschiedt doordat aan de desbetreffende akte een latere

vermelding wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 1:20 lid 1 van het Burgerlijk

Wetboek;

bepaalt dat de griffier van deze rechtbank daartoe een afschrift van deze beschikking aan

de ambtenaar van de Burgerlijke Stand te Doetinchem zal zenden zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan;

Deze beschikking is gegeven door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in tegenwoordigheid van A. de Wijse-Hageman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2016.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.