Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:7155

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-12-2016
Datum publicatie
16-05-2017
Zaaknummer
5254386 CV EXPL 16-4669
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Burenruzie. Buurman vliegt met een drone met camera in de tuin van de buren. Buurjongen schiet de drone uit de lucht. Tussenvonnis over de vraag of het vliegen onrechtmatig is. Oordeel: ja

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

[jw.sys.1.rolnummer]

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Apeldoorn

Zaakgegevens 5254386 CV EXPL 16-4669

Afschrift aan: gemachtigden
verzonden d.d.:

vonnis van de kantonrechter van 21 december 2016

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],
eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. dr. R.M. Schnitker,

tegen

[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. A. Gras.

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1 Het procesverloop

Het verloop blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 juni 2016, met producties,

- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie, met producties,

- het tussenvonnis van 28 september 2016 waarbij een comparitie van partijen is gelast.
De comparitie is gehouden op 21 november 2016. Hiervan is door de griffier aantekening gehouden. Hierna is vonnis bepaald.

2De feiten
2.1. [eiser] woont in [woonplaats] aan [adres]. [gedaagde], geboren [geboortedatum] 1995, woont met zijn ouderlijk gezin naast [eiser] aan [adres].
Sinds 2010 zijn tussen de buren enkele gerechtelijke procedures gevoerd, onder meer betreffende een erfdienstbaarheid. Ook bestaan er verschillen van inzicht over de parkeersituatie ter plaatse, een hekwerk en bomen.
2.2. [eiser] heeft sinds 2014 een drone en vliegt daarmee vanaf zijn perceel, onder meer over het perceel van (de ouders van) [gedaagde]. De drone is voorzien van een camera.
2.3. Op 26 december 2014 heeft [gedaagde] met een luchtbuks vanuit het raam van zijn ouderlijke woning op de drone geschoten en deze geraakt. De drone is op het perceel van [eiser] op de grond terecht gekomen.

3 De vordering en het verweer in conventie en in reconventie

3.1.

[eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van € 1.280,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over
€ 1.063,00 vanaf 26 december 2015 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

[eiser] voert daartoe aan dat [gedaagde] schade heeft toegebracht aan zijn eigendom, de drone, door deze uit de lucht te schieten. De schade is getaxeerd op € 1.063,00. De handeling is onrechtmatig, zodat [gedaagde] aansprakelijk is voor de gevolgen en de schade dient te vergoeden. Daarnaast maakt [eiser] aanspraak op de buitengerechtelijke kosten, namelijk € 192,93 en de wettelijke rente, nu [gedaagde] niet binnen de betaaltermijn van
14 dagen, die in de sommatiebrief van 8 juni 2016 gegeven is, heeft betaald.

3.3.

[gedaagde] voert verweer tegen de vordering. Hij stelt dat sprake is van eigen schuld van [eiser], nu deze de drone onrechtmatig liet vliegen boven het grondgebied van (de ouders van) [gedaagde] en daarmee filmde. Deze inbreuk op de privacy is onrechtmatig. Na de eerdere conflicten en procedures was [eiser] er op uit de familie [gedaagde] opnieuw dwars te zitten. [gedaagde] erkent dat hij de drone niet had moeten neerschieten, maar betwist dat de gestelde schade daarvan het gevolg is. De taxatie sluit niet uit dat eerdere, al aanwezige schade van het tegen een boom aanvliegen door de drone, is meegenomen, of dat het een andere drone betreft. Ook is de drone gecontroleerd op de grond gezet door [eiser], zodat de schade slechts een kapotgeschoten rotor kan betreffen. Vanwege het uitlokken door [eiser] dient deze de schade volledig zelf te dragen. Buitengerechtelijke kosten zijn niet aan de orde bij een vordering uit onrechtmatige daad.

3.4.

Het verweer mondt uit in een tegenvordering, waarbij [gedaagde] vordert (samengevat):

A. voor recht te verklaren dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld jegens de leden van het gezin [gedaagde] door met een drone voorzien van camera te vliegen boven de aan (leden van) het gezin [gedaagde] in eigendom toebehorende onroerende zaken, staande en gelegen te [woonplaats] en/of door filmbeelden te maken door middel van een drone voorzien van een camera van de leden van het gezin [gedaagde], en/of de aan hen in eigendom toebehorende onroerende zaken,

B. [eiser] te verbieden om op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding van dit verbod, of enige andere te bepalen dwangsom, met een drone te vliegen boven het perceel en/of de percelen staande en gelegen te [woonplaats] en in eigendom toebehorend aan de familie [gedaagde], en/of te filmen met een aan een drone verbonden camera op of boven deze percelen;

C. [eiser] te gebieden een afschrift van alle gemaakte videobeelden van het gezin [gedaagde], en de aan leden van dit gezin toebehorende onroerende zaken, staande en gelegen te [woonplaats], te verstrekken, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [eiser] nalaat aan dit gebod te voldoen.

D. [eiser] te veroordelen in de kosten van de reconventionele procedure.

3.5.

[eiser] voert verweer tegen de tegenvordering. Met name stelt hij dat het vliegen met de drone niet onrechtmatig is, nu hij zich houdt aan de luchtvaartwetgeving. Ook het filmen is niet onrechtmatig, nu hij alleen algemene 180 graden beelden opneemt en niet uit is op schending van privacy.

4 De beoordeling

4.1.

Met partijen is ter zitting besproken dat in dit vonnis uitsluitend een oordeel gegeven zal worden over de vraag of het - al dan niet filmend - vliegen met de drone door [eiser] op/over het terrein van [gedaagde] onrechtmatig is. In verband met de door partijen daarna mogelijk te starten mediation zal de beoordeling van de andere vorderingen en standpunten worden aangehouden.

4.2.

Voor het vliegen met drones is (nog) weinig specifieke regelgeving voorhanden. Drones zijn luchtvaartuigen in de zin van de Wet Luchtvaart (WLV), die als hoofdregel stelt dat het vliegen met luchtvaartuigen in het Nederlandse luchtruim verboden is, tenzij is voldaan aan de eisen en voorschriften die zijn gesteld in WLV en de daarop gebaseerde regelgeving, zoals (tot 11 december 2014) het Luchtverkeersreglement.
In december 2005 is in werking getreden de ‘Regeling modelvliegen’, waarin was opgenomen: “Artikel 1. In deze regeling wordt verstaan onder een modelvliegtuig: een luchtvaartuig van geringe afmeting, waarvan de totale startmassa niet meer dan 25 kilogram bedraagt.
Artikel 2. Voor een vlucht met een modelvliegtuig gelden in afwijking van hoofdstuk III van het Luchtverkeersreglement de volgende regels:
a. de vlucht wordt uitgevoerd in overeenstemming met de algemene vliegvoorschriften voor zover daarvan niet wordt afgeweken in de onderdelen b tot en met q;
b. de vlucht wordt slechts uitgevoerd onder omstandigheden en op locaties waarbij er vanaf de grond tijdens de gehele vlucht goed zicht is op het modelvliegtuig en het luchtruim daaromheen;
c. de bestuurder houdt tijdens de gehele vlucht goed zicht op het modelvliegtuig;
d. (…)
(…)
l. vluchten zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 300 meter boven de grond of het water in luchtruim met klasse G, mits (…)

Hierbij is klasse G het gedeelte van het luchtruim waarvoor vrijwel geen regels gelden.

4.3.

[eiser] stelt dat hij zich met het vliegen met de drone gehouden heeft aan de wettelijke regels van onder meer de Regeling modelvliegen. Dit is niet expliciet weersproken door [gedaagde], zodat daarvan wordt uitgegaan.
Dat het vliegen met de drone geen overtreding van wettelijke regels voor modelvliegtuigen vormt, wil echter nog niet zeggen dat het geoorloofd is in de concrete situatie. Er kan immers strijd zijn met andere wettelijke regels, zoals die ter bescherming van de privacy. Daarnaast wordt als onrechtmatige daad ook aangemerkt een doen (of nalaten) in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

4.4.

De bescherming van de privacy is onder meer neergelegd in artikel 8 van het EVRM (Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden), wat luidt: ‘Everyone has the right to respect for his private and family life, his home and his correspondence.’
De bescherming van de persoonlijke levenssfeer omvat onder meer het recht om zich in de eigen woning vrij en onbespied te weten, voor zover dat gelet op de (onderlinge afstand van de) bebouwing en plaatselijke omstandigheden verwacht mag worden. Bij de woonsituatie van [eiser] en [gedaagde] betreft dat vrijstaande woningen op ruime percelen in een landelijke omgeving. Geen woonsituatie waarin buren of passanten vrij zicht hebben op hetgeen zich in de woning, laat staan in de kamers op de eerste etage, afspeelt.
Het vliegen met een drone, zodanig dat een aan de drone bevestigde camera beelden kan maken van hetgeen zich in de woning van [gedaagde] afspeelt levert een ongerechtvaardigde schending op van de persoonlijke levenssfeer. In de privésfeer van de eigen woning mag de bewoner absolute eerbiediging van zijn privacy verwachten. Voor een inbreuk daarop is geen rechtvaardiging aangevoerd. Ook indien de camera niet ‘aan’ staat en dus feitelijk geen beelden vastlegt, brengt het enkele gegeven dat de camera aanwezig is en dat onzeker is of deze in werking is, in werking zal worden gesteld, of ‘uit’ blijft een inbreuk op. De onzekerheid zorgt voor een gevoel van onvrijheid waarvan men in de eigen woning gevrijwaard behoort te blijven. Of de camera al dan niet kan inzoomen is dan ook niet relevant. Buiten de eigen woning zal het (mogelijk) filmen eveneens een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer opleveren, zolang het vliegen een privé-domein betreft waar door de bewoner in normale omstandigheden, zonder gebruik van de drone, geen toegang van of zicht door derden hoeft te verwachten.
4.5. Wat op 26 december 2014 nog tot het ongeschreven recht behoorde, maar al wel in ontwikkeling was en inmiddels (deels) is gecodificeerd, kan een aanwijzing zijn voor datgene wat volgens ongeschreven recht als betamelijk of wenselijk wordt beschouwd. Daarbij valt op dat het wenselijk is geacht het gebruik van drones, ook voor recreatief gebruik, verder te reguleren. Ook is algemeen bekend dat in diverse (openbaar toegankelijke) publicaties en media uitzendingen aandacht is geweest voor het gebruik van drones voor toezicht, journalistieke, recreatieve of andere doeleinden, de mogelijkheden voor het uitrusten van drones met camera’s, sensoren en andere apparatuur en de bescherming van persoonsgegevens daarbij.

4.6.

In de afgelopen jaren is nieuwe regelgeving ontwikkeld en ingevoerd, gericht op de regulering van het vliegen met drones. Daarbij is getracht het risico op privacy-schending te verkleinen. Voor kleinere drones, die minder zware apparatuur kunnen dragen, zijn de regels iets ruimer dan voor grotere drones, maar voor alle soorten is een aantal basiseisen opgenomen die gesteld worden aan de bestuurder en de omgeving waarin mag worden gevlogen. Zo is op 1 juli 2015 in werking getreden ‘Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen’ en per 1 juli 2016 de “Beleidsregel van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 30 mei 2016 voor het verlenen van ontheffingen voor micro- en minidrones”. Daarbij is voorzien in de mogelijkheid een ontheffing aan te vragen van diverse verplichtingen uit de andere regelgeving. Voorwaarde is wel dat de bestuurder minimaal 18 jaar is, beschikt over een vliegcertificaat en de drone heeft ingeschreven in een daarvoor beschikbaar register. Ook gelden diverse beperkingen voor het mogen vliegen qua locaties, hoogte en afstand.

4.7.

Uit het voorgaande volgt dat het vliegen met de drone met camera door [eiser] boven het perceel van [gedaagde], zodanig dat [gedaagde] en zijn huisgenoten zich bespied kunnen voelen, als onrechtmatig jegens [gedaagde] moet worden beoordeeld.
Nu partijen hebben aangegeven voor het overige thans nog geen verdere beoordeling te wensen, zal iedere verdere beoordeling en beslissing worden aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich tot een mediator te wenden.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

stelt partijen in de gelegenheid zich op de rol van 29 maart 2017 uit te laten over een eventueel vervolg van de procedure,

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op
21 december 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.