Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2016:711

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
12-02-2016
Zaaknummer
290723
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident tot voeging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/290723 / HA ZA 15-570

Vonnis in incident van 3 februari 2016

in de zaak van

[eiser 1] ,

wonende te Horssen, gemeente Druten,

eiser in de hoofdzaak,

advocaat mr. R.M.W.H. Bedaux te Heerlen;

en

[eiser 2]

eiser in het incident,

advocaat mr. R.M.W.H. Bedaux te Heerlen;

tegen

de stichting

STICHTING STANDVAST WONEN,

statutair gevestigd en kantoor houdende te Nijmegen,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. B.D. Bos te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser 1] , [eiser 2] en Standvast genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 28 september 2015 met producties;

- de (…) conclusie van antwoord beperkt tot:

- beroep gezag van gewijsde;

- exceptio plurium litis consortium;

- misbruik (proces)recht / procesbevoegdheid;

- de incidentele conclusie tot voeging;

- de conclusie van antwoord in het voegingsincident van Standvast;

- de conclusie van antwoord in het incident van [eiser 1] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten

2.1.

In een schriftelijke overeenkomst van 20/22 september 2006 tussen [eiser 1] , [eiser 2] en mevrouw [naam 1] (verder te noemen: [naam 1] , of tezamen met [eiser 1] en [eiser 2] : [groep] ) enerzijds en de rechtsvoorgangster van Standvast, de Woningstichting Alphons Ariëns te Druten (hierna mede te begrijpen onder de aanduiding Standvast) anderzijds is onder meer het volgende vastgelegd:

“1. De Partijen:

1. Ws Alphons Ariëns, (…) rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer/ mevrouw J.T.M. Melis, directeur, hierna te noemen “Koper”,

2 Fam [groep] ,bestaande uit:

a. ( [eiser 2] )

b. ( [eiser 1] )

c. ( [naam 1] )

Bovengenoemde treden gezamenlijk op als verkopende partij zonder vermenging van

ieders eigendommen en belangen.

hierna te noemen “Verkopers”.

Partij sub 1. en sub 2. hierna gezamenlijk te noemen “Partijen”,

2 Overwegende dat:

I. Verkopers in eigendom hebben de onroerende zaken gelegen te Horssen kadastraal bekend gemeente Horssen:

[kadastrale aanduidingen 1] ter grootte van ongeveer 15280 m2 in eigendom van genoemde onder 2.a.

[kadastrale aanduidingen 2] ter grootte van ongeveer 14310 m2 in eigendom van genoemde onder 2.c.

[kadastrale aanduidingen 3] ter grootte van ongeveer 32460 m2 in eigendom van genoemden onder 2.a en 2.b. Op genoemd perceel bevindt zich tevens een veldschuur.

[kadastrale aanduidingen 4] ter grootte van ongeveer 900 m2 in eigendom van genoemden onder 2.a en 2.b. Op genoemd perceel bevindt zich de woning Bredestraat 5.

Verkopers zijn bereid deze onroerende zaken inclusief woning en veldschuur te verkopen aan Koper.

Koper heeft de wens uitgesproken deze onroerende zaken te willen kopen tbv woningbouw.

(…)

III. WS Alphons Ariëns ten behoeve van de ontwikkeling en realisatie van de fam. [groep] het exclusieve onderhandelingsrecht heeft onder voorwaarde dat dit haar enige grootschalige bouwproject in Horssen is waarmee zij met de Gemeente Druten onderhandelt.

IV. De Koper ten behoeve van de ontwikkeling en realisatie in contact getreden is met WS Rivierengebied te Beneden Leeuwen om in samenwerking de ontwikkeling en realisatie te realiseren. Dat verkopers geen bezwaren hebben tegen samenwerking van Koper met een andere partij ten behoeve van de realisatie van het project.

(…)

VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:

3. Doelstelling van deze overeenkomst.

Doelstelling van de overeenkomst is het vastleggen van afspraken tussen Partijen omtrent de onderhandelingen en aankoop en financiële randvoorwaarden

4. Afspraken tussen partijen.

(…)

17. Deze overeenkomst en de gevolgen is gebonden aan goedkeuring door de Raden van Commissarissen van de kopende woningcorporatie(s).”

2.2.

In de statuten van Standvast is bepaald, voor zover hier van belang:

HET BESTUUR, ALGEMEEN

Artikel 3

3.1.

Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.

3.2.

Het bestuur bestaat uit een eenhoofdige directie, met als titel directeur.

De directeur is in dienst van de stichting. De directeur hierna te noemen: het bestuur.

3.3.

Het bestuur stelt een managementteam samen, welk team hem terzijde staat bij de uitoefening van het bestuur van de stichting. Een van de leden van het team wordt door het bestuur aangewezen tot haar vaste plaatsvervanger.

3.4.

Bij ontstentenis van het bestuur en haar plaatsvervanger gedurende een periode van meer dan vier weken kan de Raad van Commissarissen, indien de continuïteit in het bestuur zulks vereist, een tijdelijke voorziening treffen, zoals hierna bepaald in artikel 4.1.

VERTEGENWOORDIGING

Artikel 4

4.1.

De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur.

(…)

HET BESTUUR, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 7

(…)

7.2.

Het bestuur heeft de voorafgaande goedkeuring nodig van de Raad van Commissarissen voor besluiten als bedoeld in artikel 10. Zonder vermelde goedkeuring als bedoeld in artikel 10 kan de stichting niet rechtsgeldig worden vertegenwoordigd.

Overigens is zij bevoegd tot het navolgende binnen de kaders zoals in een reglement zijn vastgesteld:”

- het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen;

(…)

RAAD VAN COMMISSARISSEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

Artikel 10

(…)

10.2.

De Raad van Commissarissen heeft de volgende taken en bevoegdheden:

(…)

b. de goedkeuring van de bestuursbesluiten, die in lid 3 worden aangegeven;

(…)

10.3.

De volgende stukken respectievelijk besluiten van het bestuur zijn aan de goedkeuring door de Raad van Commissarissen onderworpen:

(…)

d. die directiebesluiten waarvan door de Raad van Commissarissen is vastgesteld dat daarvoor goedkeuring of machtiging van het de Raad van Commissarissen is vereist;

(…)

10.5.

Binnen twee maanden nadat een voorgenomen besluit ter goedkeuring casu quo vaststelling aan de Raad van Commissarissen is voorgelegd, dient de Raad van Commissarissen te besluiten tot het verlenen dan wel weigeren van zijn goedkeuring.

De Raad van Commissarissen is bevoegd deze termijn om zwaarwegende redenen eenmaal met dezelfde periode te verlengen. Indien binnen de gestelde of verlengde termijn geen besluit is genomen wordt het voorgenomen bestuursbesluit geacht te zijn goedgekeurd.

10.6.

Aan bestuursbesluiten, die aan de goedkeuring van de Raad van Commissarissen zijn onderworpen, wordt geen uitvoering gegeven zolang die goedkeuring niet is verleend, dan wel gezien de termijn genoemd in 10.5. het bestuursbesluit geacht kan zijn te zijn goedgekeurd.

(…)

RAAD VAN COMMISSARISSEN, BESLUITVORMING

Artikel 12

(…)

12.2.

Besluiten kunnen slechts worden genomen over onderwerpen die tenminste zeven werkdagen voor de vergadering schriftelijk ter kennis van de leden van de Raad van Commissarissen zijn gebracht, tenzij alle leden van de Raad van Commissarissen op de vergadering aanwezig zijn, of de vergadering uitsluitend wegens het spoedeisende karakter van de te behandelen onderwerpen op een kortere termijn dan zeven werkdagen bijeen wordt geroepen.

(…)

12.6.

Het ter vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

2.3.

[eiser 2] schrijft op 25 september 2006 aan J. Melis, directeur van Standvast (verder te noemen: Melis), voor zover hier van belang:

“Bijgaand treft u retour aan drie door de verkopers getekende exemplaren van de overeenkomst d.d. 20 september 2006.

(…)

Zodra u publiciteit geeft aan deze transactie, nemen wij aan, dat de Raad van Commissarissen onze overeenkomst heeft goedgekeurd. Wij stellen er prijs op onze namen buiten de publiciteit te houden.”

2.4.

Standvast schrijft in haar jaarverslag 2006 onder meer:

2.3 Verantwoording

De voorzitter en de directie stellen jaarlijks een agenda op met de te behandelen punten. In 2006 heeft de RvC negenmaal overlegd. Naast de gebruikelijke onderwerpen (…), kwamen in 2006 de volgende belangrijkste zaken aan de orde:

(…)

Ontwikkelingen kerkdorpen

Alphons Ariëns wil ook actief zijn in de kerkdorpen. In 2006 is hard gewerkt aan het Kulturhus in Afferden en is met de voorbereidingen begonnen voor planontwikkelingen in Deest en Horssen.

(…)

2.3.1

Besluitvormingsproces

(…)

In 2006 heeft de RvC, conform het reglement, over de volgende onderwerpen haar goedkeuring gegeven:

• aankoop grond in Horssen en samenwerking Woningstichting Rivierengebied”

2.5.

In het jaarverslag 2008 van Standvast staat onder meer te lezen:

9.11 Niet uit de balans blijkende verplichtingen

(…)

9.11.3

Aankoop grondposities

In 2006 is een overeenkomst gesloten met de intentie tot de koop van drie percelen grond voor een bedrag van € 2,3 miljoen onder de voorwaarde dat de percelen niet vervuild zijn of zijn belast met “historische schatten”. Inmiddels is uit onderzoeken gebleken dat dit niet het geval is zodat de overeenkomst onomkeerbaar is geworden. De grond is aangekocht met de doelstelling om 160 woningen te realiseren.”

2.6.

[groep] heeft bij exploot van 23 april 2010 Standvast gedagvaard voor de rechtbank te Arnhem en gevorderd:

- Standvast te veroordelen:

I. tot betaling van € 305.600,- aan [eiser 2] ;

II. tot betaling van € 286.200,- aan [naam 1] ;

III. tot betaling van € 250.000,- aan [eiser 1] ter zake van voorschot;

IV. tot betaling van € 652.800,- aan [eiser 2] en [eiser 1] tezamen;

V. tot betaling van € 850.000,- aan [eiser 2] en [eiser 1] tezamen;

VI. al deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, primair vanaf 1 oktober 2008, subsidiair vanaf 3 juni 2009 en meer subsidiair vanaf 15 juni 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- te verklaren voor recht:

VII. dat indien en zodra voor wat de verkochte grond betreft er een nieuw en onherroepelijk bestemmingsplan zal worden vastgesteld krachtens welk Standvast mag bouwen, deze aan [groep] over de door hem verkochte vierkante meters een aanvullend bedrag van 40 euro per vierkante meter schuldig zal zijn en voorts zal bepalen dat ingeval Standvast de door hem aan haar verkochte en geleverde percelen zoals in die zaak bedoeld voor de hiervoor bedoelde wijziging in het bestemmingsplan vervreemdt zij terstond aan hem opeisbaar en schuldig zal zijn € 2.482.000 (62.050 m2 x € 40,-) dan wel ingeval zij een deel van deze percelen vervreemdt zij het proportionele bedrag schuldig zal zijn;

VIII. dat [groep] gerechtigd is tot het gebruik en genot van het verkochte en geleverde totdat dit door Standvast kan worden gebruikt om woningen te realiseren;

IX. dat [eiser 1] , [eiser 2] en [naam 1] ieder met betrekking tot de door Standvast te realiseren koopwoningen een voorkeursrecht hebben;

- Standvast voorts te veroordelen:

X. om binnen veertien dagen na levering van de percelen aan haar een strook grond aan [naam 1] over te dragen van twee meter breed rond haar huis op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag dat Standvast hiermee in gebreke zal zijn;

XI. in de door hem gemaakte buitengerechtelijke kosten groot € 6.422,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan die van de voldoening;

XII. in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na datum vonnis.

2.7.

Aan de vorderingen was ten grondslag gelegd dat partijen bij een overeenkomst ter zake van percelen grond te Horssen waren aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat de raad van commissarissen van Standvast de transactie zou goedkeuren.

2.8.

Nadat Standvast schriftelijk verweer had gevoerd en de zaak ter terechtzitting mondeling was behandeld heeft de rechtbank bij vonnis van 18 augustus 2010 onder zaak/rolnummer 200630 / HA ZA 10-981 een comparitie van partijen gelast, en bij vonnis van 9 februari 2011 alle vorderingen afgewezen en [groep] veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de opschortende voorwaarde niet in vervulling was gegaan.

2.9.

[groep] is bij exploot van dagvaarding van 3 mei 2011 van de genoemde drie vonnissen in hoger beroep gekomen bij het - toenmalige - gerechtshof Arnhem en primair zakelijk nagenoeg gelijkluidende vorderingen ingesteld, en subsidiair vergoeding van schade gevorderd, nader op te maken bij staat, op grond van onrechtmatig handelen van Standvast casu quo handelen in strijd met de precontractuele goede trouw.

2.10.

Nadat Standvast schriftelijk verweer had gevoerd heeft het hof bij tussenarrest van 24 april 2012 onder zaaknummer 200.087.589 haar opgedragen alle vergaderverslagen van de raad van commissarissen over de periode van mei tot en met december 2006 over te leggen en de zaak daartoe naar de rol verwezen. Standvast heeft de desbetreffende stukken bij akte in het geding gebracht.

2.11.

Vervolgens heeft het hof bij arrest van 23 oktober 2012 Standvast toegelaten tot levering van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat de raad van commissarissen van Standvast de vereiste goedkeuring had gegeven, en is [groep] in de gelegenheid gesteld het door hem aangeboden bewijs te leveren dat door de raad van commissarissen van de Woningstichting Rivierengebied, waarmee Standvast samenwerkte, goedkeuring tot grondaankoop was verleend.

2.12.

Het hof heeft getuigen gehoord. Daarna hebben partijen ieder nog een memorie na enquête genomen. [groep] heeft bij die gelegenheid zijn eis aldus vermeerderd, dat op grond van redelijkheid en billijkheid op grond van artikel 6:23 BW lid 1 tevens sprake is van omstandigheden waardoor de door het hof aangenomen voorwaarde (door de advocaat van [groep] aangeduid als opschortende ontbindende voorwaarde) heeft te gelden als vervuld.

2.13.

Standvast heeft tegen die eisvermeerdering bezwaar gemaakt op grond van de regel dat het hof geen acht slaat op grieven die in een later stadium van het appel dan in de memorie van grieven zijn aangevoerd. Het hof heeft dit bezwaar gehonoreerd op grond van de zogeheten tweeconclusieregel (HR 20 juni 2008, NJ 2009, 21).

2.14.

Bij eindarrest van 4 maart 2014 heeft het hof [groep] niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van 18 augustus 2010 en de beide andere vonnissen bekrachtigd.

3 De vordering in het incident

3.1.

[eiser 2] , broer van [eiser 1] , vordert zich aan de zijde van [eiser 1] in het geding te mogen voegen en samen met [eiser 1] een gelijkluidende vordering tegen Standvast te mogen instellen als in de dagvaarding door [eiser 1] is verwoord.

3.2.

Standvast refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

Nu Standvast geen verweer voert tegen de incidentele vordering zal deze worden toegewezen.

4.2.

De aard van de incidentele vordering en de referte van Standvast brengen mee dat de kosten tussen partijen zullen worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De verdere procedure in de hoofdzaak

5.1.

De rechtbank zal een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de nieuwe grondslag van de vordering te vragen en te onderzoeken of partijen het eens kunnen worden.

5.2.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen kan maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van die partij.

5.3.

Van de verklaringen ter zitting zullen geen ondertekende weergaven in het proces-verbaal worden opgenomen. Naast een verkort proces-verbaal worden de aantekeningen van de griffier in het dossier bewaard.

5.4.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

in het incident:

6.1.1.

staat [eiser 2] toe zich in het geding te voegen aan de zijde van [eiser 1] ;

6.1.2.

compenseert de kosten van dit geding aldus dat partijen ieder de eigen kosten dragen;

6.2.

in de hoofdzaak:

6.2.1.

verwijst de zaak naar de rol van 17 februari 2016 voor opgave van hun verhinderdata en die van hun raadslieden in de periode van zes maanden te rekenen vanaf die datum, waarna dag en tijdstip van de comparitie worden bepaald;

6.2.2.

bepaalt dat voor de comparitie een dagdeel wordt uitgetrokken;

6.2.3.

bepaalt dat indien een partij niet dan wel niet tijdig de verhinderdata opgeeft de rechtbank de datum en het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen;

6.2.4.

bepaalt dat na de vaststelling van de datum en het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd;

6.2.5.

bepaalt dat voor de comparitie een dagdeel wordt uitgetrokken;

6.2.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2016.